Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

Type Verdrag
Publication 2024-12-31
State In force
Source BWB
artikelen 32
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

De bevoegde autoriteit tracht, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing te komen, de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat te regelen ten einde een belastingheffing die niet in overeenstemming is met het Verdrag, te vermijden. De overeengekomen regeling wordt uitgevoerd niettegenstaande de verjaringstermijnen in de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staten.

3.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten trachten moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van het Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen. Zij kunnen ook met elkaar overleg plegen ten einde dubbele belasting ongedaan te maken in gevallen die niet in het Verdrag zijn geregeld.

4.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten kunnen zich rechtstreeks, waaronder begrepen door middel van een gemeenschappelijke commissie, met elkaar in verbinding stellen ten einde een overeenstemming als bedoeld in de voorgaande leden te bereiken.

5.

Wanneer:

  • a. een persoon op grond van het eerste lid een zaak heeft voorgelegd aan de bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat omdat de maatregelen van een of van beide Verdragsluitende Staten ertoe hebben geleid dat de belastingheffing voor die persoon niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag; en
  • b. de bevoegde autoriteiten er binnen twee jaar nadat de zaak is voorgelegd aan de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat niet in slagen overeenstemming te bereiken om deze zaak op te lossen overeenkomstig het tweede lid,

wordt elke onopgeloste kwestie die voortvloeit uit de zaak op schriftelijk verzoek van de persoon aan arbitrage onderworpen. Deze onopgeloste kwesties worden evenwel niet voorgelegd voor arbitrage indien een rechterlijke instantie of administratieve rechtbank van een van beide Staten reeds over deze kwesties heeft beslist. Tenzij een rechtstreeks bij de zaak betrokken persoon de gezamenlijke regeling voor de tenuitvoerlegging van de arbitrale uitspraak niet aanvaardt, is de uitspraak bindend voor beide Verdragsluitende Staten en wordt deze ten uitvoer gelegd ongeacht eventuele termijnen in het nationale recht van de Staten. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van dit lid.

Artikel 27. Uitwisseling van informatie

1.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten wisselen de informatie uit die naar verwachting van belang is voor de uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag of voor de toepassing of handhaving van de nationale wetgeving betreffende belastingen van elke soort en benaming die worden geheven ten behoeve van de Verdragsluitende Staten, of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan, voor zover de heffing ingevolge die wetgeving niet in strijd is met het Verdrag. De uitwisseling van informatie wordt niet beperkt door de artikelen 1 en 2.

2.

Alle uit hoofde van het eerste lid door een Verdragsluitende Staat ontvangen informatie wordt op dezelfde wijze geheim gehouden als informatie die volgens de nationale wetgeving van die staat is verkregen en wordt alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke en bestuursrechtelijke instanties) die betrokken zijn bij de vaststelling of invordering van, de handhaving of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde belastingen, of het toezicht daarop. Deze personen of autoriteiten mogen alleen voor dergelijke doeleinden van de informatie gebruikmaken. Zij mogen de informatie bekendmaken in openbare rechtszittingen of in gerechtelijke beslissingen. Niettegenstaande het voorgaande mag de informatie ontvangen door een Verdragsluitende Staat voor andere doeleinden worden gebruikt, indien dergelijke informatie ingevolge de wetgeving van beide staten voor deze andere doeleinden mag worden gebruikt en de bevoegde autoriteit van de staat die haar heeft verstrekt met dergelijk gebruik instemt.

3.

In geen geval worden de bepalingen van de leden 1 en 2 zo uitgelegd dat zij een Verdragsluitende Staat de verplichting opleggen:

  • a. bestuurlijke maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving of bestuurlijke praktijk van die of van de andere Verdragsluitende Staat;
  • b. informatie te verstrekken die niet verkrijgbaar is volgens de wetgeving of in de normale gang van zaken in het bestuur van die of van de andere Verdragsluitende Staat;
  • c. informatie te verstrekken die een handelsgeheim, zakelijk geheim, industrieel geheim, commercieel geheim of beroepsgeheim of een handelsproces openbaar zou maken, dan wel informatie waarvan openbaarmaking in strijd zou zijn met de openbare orde (ordre public).
4.

Indien informatie wordt verzocht door een Verdragsluitende Staat in overeenstemming met dit artikel, wendt de andere Verdragsluitende Staat zijn maatregelen inzake het verzamelen van informatie aan om de verzochte informatie te verkrijgen, ongeacht het feit dat de andere Staat ten behoeve van zijn eigen belastingheffing niet over dergelijke informatie behoeft te beschikken. Op de in de vorige volzin vervatte verplichting zijn de beperkingen van het derde lid van toepassing, maar deze beperkingen mogen in geen geval zodanig worden uitgelegd dat het een Verdragsluitende Staat toegestaan is uitsluitend op grond van het feit dat hij geen nationaal belang heeft bij dergelijke informatie te weigeren informatie te verstrekken.

5.

De bepalingen van het derde lid mogen in geen geval zodanig worden uitgelegd dat het een Verdragsluitende Staat toegestaan is het verstrekken van informatie te weigeren uitsluitend op grond van het feit dat de betreffende informatie berust bij een bank, een andere financiële instelling, een gevolmachtigde of een persoon die bij wijze van vertegenwoordiging of als vertrouwenspersoon optreedt, dan wel omdat deze betrekking heeft op eigendomsbelangen in een persoon.

Artikel 28. Leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten

De bepalingen van dit Verdrag tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die leden van diplomatieke vertegenwoordigingen of consulaire posten ontlenen aan de algemene regels van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.

Artikel 29. Recht op voordelen

Niettegenstaande de overige bepalingen van dit Verdrag, wordt een voordeel uit hoofde van dit Verdrag niet toegekend met betrekking tot een inkomensbestanddeel indien, alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, redelijkerwijs kan worden geconcludeerd dat het verkrijgen van dit voordeel een van de voornaamste doelen was van een constructie of transactie die direct of indirect tot dat voordeel heeft geleid, tenzij wordt vastgesteld dat toekenning van dit voordeel onder deze omstandigheden in overeenstemming zou zijn met het voorwerp en doel van de relevante bepalingen van dit Verdrag. De bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat raadpleegt de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat voordat een voordeel onder toepassing van dit artikel wordt geweigerd.

HOOFDSTUK VII. SLOTBEPALINGEN

Artikel 30. Uitbreiding tot andere gebieden

1.

Dit Verdrag kan, hetzij in zijn geheel, hetzij met de noodzakelijke wijzigingen, worden uitgebreid tot elk van de landen of beide landen van de Nederlandse Antillen of Aruba, indien het desbetreffende land belastingen heft die in wezen gelijksoortig zijn aan de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is. Zulk een uitbreiding wordt van kracht met ingang van een datum en met inachtneming van wijzigingen en voorwaarden, daaronder begrepen voorwaarden ten aanzien van de beëindiging, nader vast te stellen en overeen te komen bij diplomatieke notawisseling.

2.

Tenzij anders overeengekomen, brengt de beëindiging van het Verdrag niet met zich mede, dat tevens de uitbreiding van het Verdrag tot enig land waartoe het ingevolge dit artikel is uitgebreid, wordt beëindigd.

Artikel 31. Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking dertig dagen na de laatste der beide data van de mededelingen, langs diplomatieke weg, dat de door de wet vereiste procedures voor het van kracht laten worden van dit Verdrag zijn vervuld, en zijn bepalingen zijn van toepassing:

  • a. met betrekking tot belastingen die aan de bron zijn ingehouden, op inkomsten die op of na 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin het Verdrag in werking treedt, ontvangen zijn;
  • b. met betrekking tot andere belastingen naar het inkomen en belastingen naar het vermogen, op belastingen die worden geheven over enig belastingjaar of -tijdvak dat begint op of na 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin het Verdrag in werking treedt.

Bij de ondertekening van het Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, heden tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië gesloten, zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van het Verdrag vormen.

I. Ad Artikel 2

Het is wel te verstaan dat in het geval van Moldavië, de uitdrukking „vermogen" goederen betekent.

II. Ad Artikel 3 en 8

Het is wel te verstaan dat bij de bepaling van de „plaats van de werkelijke leiding" bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel g, en in artikel 8, eerste lid, omstandigheden die onder andere in aanmerking kunnen worden genomen zijn de plaats waar het lichaam daadwerkelijk wordt geleid en beheerst, de plaats waar de besluitvorming op het hoogste niveau plaatsvindt inzake de belangrijkste beleidsbeslissingen die essentieel zijn voor de leiding van het lichaam, de plaats die een hoofdrol speelt bij de leiding van het lichaam vanuit economisch en functioneel oogpunt en de plaats waar de belangrijkste boekhouding wordt gehouden.

III. Ad Artikel 4

1.

Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Verdragsluitende Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarin het schip zijn thuishaven heeft.

2.

Het is wel te verstaan dat een pensioenfonds, dat als zodanig is erkend in een Verdragsluitende Staat en waarvan het inkomen in het algemeen is vrijgesteld van belasting in die Staat, wordt beschouwd als inwoner van die Staat. Als een erkend pensioenfonds van een Verdragsluitende Staat wordt beschouwd elk pensioenfonds dat volgens wettelijke bepalingen van die Staat erkend is en onder toezicht staat.

IV. Ad Artikelen 5, 6, 7, 13 en 24

Het is wel te verstaan dat rechten tot exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen worden beschouwd als onroerende zaken die zijn gelegen in de Verdragsluitende Staat op wiens zeebodem en ondergrond daarvan deze rechten betrekking hebben, alsmede dat deze rechten geacht worden te behoren tot de activa van een vaste inrichting in die Staat. Voorts is het wel te verstaan dat de hiervoor genoemde rechten ook omvatten rechten op belangen bij, of voordelen uit vermogensbestanddelen die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie.

V. Ad Artikel 7

Met betrekking tot artikel 7, eerste en tweede lid, geldt dat, indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat goederen of koopwaar verkoopt of een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, de voordelen van die vaste inrichting niet worden bepaald op basis van het totale door de onderneming ontvangen bedrag, doch slechts op basis van dat deel van de inkomsten van de onderneming dat aan de werkelijke werkzaamheden van de vaste inrichting voor die verkopen of die bedrijfsuitoefening is toe te rekenen. Met name bij overeenkomsten betreffende het toezicht op, de levering, installatie of constructie van nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of gebouwen alsmede bij openbare werken, worden, indien de onderneming een vaste inrichting heeft, de voordelen van die vaste inrichting niet bepaald op basis van het totale door de onderneming ontvangen bedrag, doch slechts op basis van dat deel van de overeenkomst dat werkelijk wordt uitgevoerd door de vaste inrichting in de Verdragsluitende Staat waar de vaste inrichting is gevestigd. De voordelen die betrekking hebben op dat deel van de overeenkomst dat wordt uitgevoerd door het hoofdkantoor van de onderneming, zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de onderneming inwoner is.

VI. Ad Artikelen 7 en 14

Vergoedingen voor technische diensten, waaronder begrepen studies of onderzoeken van wetenschappelijke, geologische of technische aard, of voor diensten van raadgevende of toezichthoudende aard, worden aangemerkt als vergoedingen waarop de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van het Verdrag van toepassing zijn.

VII. Ad Artikel 10

Het is wel te verstaan dat in het geval van Nederland de uitdrukking „dividenden" mede inkomsten uit winstdelende obligaties omvat.

VIII. Ad Artikelen 10, 11 en 12

Indien aan de bron belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van artikel 10, 11 of 12 mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van drie jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

IX. Ad Artikelen 10 en 13

Het is wel te verstaan dat inkomsten die worden ontvangen in verband met de (gedeeltelijke) liquidatie van een lichaam of een inkoop van eigen aandelen door een lichaam worden behandeld als inkomsten uit aandelen en niet als vermogenswinsten.

X. Ad Artikel 11

Niettegenstaande de bepalingen van artikel 11, tweede lid, is interest die is betaald ter zake van een financieringsovereenkomst of uit hoofde van uitstel van betaling verband houdende met de verkoop op afbetaling van koopwaar of nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of met de constructie van installaties voor nijverheids- en handelsdoeleinden of wetenschappelijke doeleinden dan wel met openbare werken slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de uiteindelijk gerechtigde daartoe inwoner is.

XI. Ad Artikel 16

Het is wel te verstaan dat de uitdrukking „lid van de raad van beheer" in het geval van Nederland betekent een „bestuurder" of „commissaris". Verder is het wel te verstaan dat „bestuurder" of „commissaris" van een Nederlands lichaam betrekking heeft op personen die als zodanig zijn benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders of door enig ander bevoegd orgaan van dat lichaam, en die zijn belast met de algemene leiding van het lichaam, onderscheidenlijk met het toezicht daarop.

XII. Ad Artikel 18

Niettegenstaande de bepalingen van artikel 18, eerste lid, mag Nederland met betrekking tot de daarin bedoelde uitkeringen zijn nationale wetgeving toepassen, totdat de bevoegde autoriteit van Moldavië de bevoegde autoriteit van Nederland bericht dat Moldavië ingevolge de Moldavische wetgeving deze uitkeringen kan belasten.

XIII. Ad Artikel 23

Het is wel te verstaan dat voor de berekening van de aftrek vermeld in artikel 23, derde lid, de waarde van de in artikel 22, eerste lid, bedoelde vermogensbestanddelen wordt verminderd met de waarde van de schulden verzekerd door hypotheek op dat vermogen en dat de waarde van de in artikel 22, tweede lid, bedoelde vermogensbestanddelen wordt verminderd met de waarde van de tot de vaste inrichting of het vaste middelpunt behorende schulden.

XIV. Ad Artikel 27

De bepalingen van artikel 27 zijn van overeenkomstige toepassing op de inkomensgerelateerde regelingen van beide Verdragsluitende Staten.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorized thereto, have signed this Convention.

DONE at Chisinau this 3rd day of July 2000, in duplicate, in the Netherlands, Moldovan and English languages, the three texts being equally authentic. In case there is any divergence of interpretation between the Netherlands and Moldovan texts, the English text shall prevail.

For the Kingdom of the Netherlands

(sd.) J. J. VAN AARTSEN

For the Republic of Moldova

(sd.) TABACARU

HOOFDSTUK VII. SLOTBEPALINGEN

Artikel 32. Beëindiging

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een van de Verdragsluitende Staten wordt beëindigd. Elk van de Verdragsluitende Staten kan het Verdrag langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar dat volgt op de periode van vijf jaar na de datum waarop het Verdrag in werking treedt, kennis te geven van de beëindiging.

In dat geval houdt dit Verdrag op van toepassing te zijn:

  • a. met betrekking tot belastingen die aan de bron zijn ingehouden, op inkomsten die op of na 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de kennisgeving is gedaan;
  • b. met betrekking tot andere belastingen naar het inkomen en het vermogen, op belastingen die worden geheven over enig belastingjaar of -tijdvak dat begint op of na 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de kennisgeving is gedaan.

Bij de ondertekening van het Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, heden tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië gesloten, zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van het Verdrag vormen.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorized thereto, have signed this Convention.

DONE at Chisinau this 3rd day of July 2000, in duplicate, in the Netherlands, Moldovan and English languages, the three texts being equally authentic. In case there is any divergence of interpretation between the Netherlands and Moldovan texts, the English text shall prevail.

For the Kingdom of the Netherlands

(sd.) J. J. VAN AARTSEN

For the Republic of Moldova

(sd.) TABACARU

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)