Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart

Type Verdrag
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 58
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn of Richtlijn (EU) 2016/16291)Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG..

5.

Het in het derde lid genoemde verbod geldt niet voor passagiersschepen die beschikken over toegelaten boordzuiveringsinstallaties die voldoen aan de grens- en controlewaarden zoals opgenomen in Aanhangsel V.

6.

Het in het derde lid genoemde verbod geldt niet voor zeeschepen in zeehavens aan zeetoegangswegen die moeten voldoen aan de bepalingen van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee door schepen (Marpol).

Artikel 9.02. Afwijkingen van het lozingsverbod voor huishoudelijk afvalwater

De Verdragsluitende Staten kunnen voor schepen als bedoeld in artikel 9.01, derde lid, voor welke de nakoming van het lozingsverbod voor huishoudelijk afvalwater praktisch moeilijk uitvoerbaar is of onredelijk hoge kosten met zich meebrengt, een passend regime voor uitzonderingsmogelijkheden overeenkomen en de voorwaarden vastleggen waaronder deze uitzonderingen als gelijkwaardig kunnen worden aangemerkt.

Artikel 9.03. Verzameling en behandeling aan boord, afgifte aan ontvangstinrichtingen

1.

De schipper dient zeker te stellen dat het in artikel 9.01, eerste lid, genoemde afval gescheiden wordt verzameld en afgegeven. Huisvuil dient, indien mogelijk, gescheiden naar de categorieën papier, glas, harde (plastic) kunststoffen, verpakkingsafval (plastic, metaal en drankkartons), restafval en overig afval te worden afgegeven.

2.

Het is verboden het in artikel 9.01, eerste lid, genoemde afval aan boord te verbranden.

3.

De exploitanten van passagiersschepen die over boordzuiveringsinstallaties beschikken welke voldoen aan Aanhangsel V, dienen zelf op passende wijze te zorgen voor de correcte afgifte van het zuiveringsslib tegen ontvangstbewijs volgens de nationale voorschriften.

4.

De schipper van een passagiersschip dat krachtens artikel 9.01, derde lid, onder het lozingsverbod voor huishoudelijk afvalwater valt, dient zeker te stellen dat het huishoudelijk afvalwater op een passende wijze aan boord van het schip wordt verzameld en overeenkomstig artikel 8.02, derde lid, bij een installatie of inzamelstation wordt afgegeven, voor zover het passagiersschip niet over een boordzuiveringsinstallatie overeenkomstig artikel 9.01, vijfde lid, beschikt.

5.

De in het eerste lid bedoelde ingezamelde afvalstoffen dienen aan boord opgeslagen te worden in daarvoor geschikte verzamelreservoirs die voorzien zijn van geëigende pictogrammen.

HOOFDSTUK X. VERPLICHTINGEN VAN DE EXPLOITANT VAN DE ONTVANGSTINRICHTING

Artikel 10.01. Inname door de ontvangstinrichtingen

1.

De exploitant van de ontvangstinrichting dient zeker te stellen dat het in artikel 9.01, eerste lid, genoemde afval gescheiden afgegeven kan worden.

2.

De exploitant van de ontvangstinrichting geeft de schipper overeenkomstig de nationale voorschriften een verklaring inzake de afgifte van slops.

TEN BLIJKE waarvan de hiertoe naar behoren gemachtigde ondertekenaars dit Verdrag hebben ondertekend,

GEDAAN te Straatsburg, op 9 september 1996.

Artikel 3.04. Controle van de heffing van de verwijderingsbijdrage en van de kosten van inname en verwijdering

1.

Bij iedere afname van gasolie dient door het bunkerbedrijf een bunkerverklaring te worden opgemaakt. Deze verklaring moet ten minste de volgende gegevens bevatten: de naam van het schip, het uniek Europese scheepsidentificatienummer of een andere vermelding ter identificatie van het schip, naam van de exploitant van het schip of van de schipper, betrokken/geleverde hoeveelheid gasolie (in liter bij 15°C, naar beneden of naar boven afgerond op de hele liter), plaats en datum, handtekeningen van de schipper en het bunkerbedrijf.

2.

Het transactiebewijs met betrekking tot de verwijderingsbijdrage wordt door het SPE-CDNI elektronisch opgesteld. De schipper ontvangt een afschrift van de bunkerverklaring en een elektronisch transactiebewijs als bedoeld in de eerste zin. De schipper moet zowel de bunkerverklaring als het transactiebewijs te allen tijden kunnen tonen en deze moeten twaalf maanden aan boord worden bewaard. Het bunkerbedrijf moet een afschrift van de bunkerverklaring en het elektronisch transactiebewijs te allen tijden kunnen tonen en deze twaalf maanden in zijn administratie bewaren.

3.

In het geval de schriftelijke procedure conform artikel 3.03, lid 6 wordt toegepast, vermeldt het bunkerbedrijf op de desbetreffende bunkerverklaring dat de exploitant van het schip de verwijderingsbijdrage niet heeft voldaan.

4.

De overeenstemming tussen de door de schepen betrokken hoeveelheden gasolie en de hoogte van de betaalde verwijderingsbijdragen wordt door het nationale instituut of de bevoegde autoriteit gecontroleerd aan de hand van de door de bunkerbedrijven te overleggen afschriften van de bunkerverklaringen.

5.

De bevoegde autoriteit kan aan boord van de schepen of op afstand via inzage in het elektronische betalingssysteem de betaling van de verwijderingsbijdrage, alsmede de hoeveelheden afgegeven olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval controleren, in het bijzonder door de aantekeningen over de afgelegde reizen in de daartoe vereiste boorddocumenten met de op de bunkerverklaring vermelde gegevens te vergelijken.

6.

Het nationale instituut of de bevoegde autoriteit kan bij de ontvangstinrichtingen de gegevens over de verwijderde hoeveelheden, alsmede de kosten van de verwijdering aan de hand van daartoe geschikte documenten controleren.

7.

Het nationale instituut of de bevoegde autoriteit kan bij het bunkerbedrijf de opgave controleren van de hoeveelheid gasolie die geleverd is aan schepen die verplicht zijn de verwijderingsbijdrage te voldoen.

8.

De bijzonderheden van de in dit artikel genoemde procedures worden na afstemming in het internationale verevenings- en coördinatieorgaan op nationaal niveau vastgesteld.

HOOFDSTUK IV. INTERNATIONALE FINANCIËLE VEREVENING

DEEL B. VERZAMELING, AFGIFTE EN INNAME VAN AFVAL VAN DE LADING

HOOFDSTUK V. ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK VI. VERPLICHTINGEN VAN DE SCHIPPER

HOOFDSTUK VII. VERPLICHTINGEN VAN DE VERVOERDER, DE VERLADER, DE LADINGONTVANGER EN DE EXPLOITANT VAN DE OVERSLAGINSTALLATIE

DEEL C. VERZAMELING, AFGIFTE EN INNAME VAN OVERIG SCHEEPSBEDRIJFSAFVAL

HOOFDSTUK VIII. ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK IX. VERPLICHTINGEN VAN DE SCHIPPER

HOOFDSTUK X. VERPLICHTINGEN VAN DE EXPLOITANT VAN DE ONTVANGSTINRICHTING

TEN BLIJKE waarvan de hiertoe naar behoren gemachtigde ondertekenaars dit Verdrag hebben ondertekend,

GEDAAN te Straatsburg, op 9 september 1996.

Artikel 5.04. Toepassing van Deel B op dampen

Ingevoegt door Besluit CDNI 2017-I-4

1.

Deel B geldt onverminderd

  • b. de gewijzigde Richtlijn 94/63/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende de beheersing van de uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) als gevolg van de opslag van benzine en de distributie van benzine vanaf terminals naar benzinestations,

in de laatst geldende versie.

2.

De bepalingen van Aanhangsel IIIa gelden in aanvulling op de bepalingen van de in het eerste lid, onderdeel b, genoemde richtlijn.

Schepen waarvoor schriftelijk aangetoond kan worden dat zij overeenkomstig de voorschriften buiten het toepassingsgebied van het CDNI hebben ontgast, gelden als ontgaste schepen in de zin van deze regeling voor zover de waarden van Aanhangsel IIIa in acht worden genomen. De Conferentie der Verdragsluitende Partijen wijst, naast Richtlijn 94/63/EG en het ADN, de voorschriften aan die door haar als gelijkwaardig worden erkend met betrekking tot de ontgassingsbepalingen.

HOOFDSTUK VI. VERPLICHTINGEN VAN DE SCHIPPER

HOOFDSTUK VII. VERPLICHTINGEN VAN DE VERVOERDER, DE VERLADER, DE LADINGONTVANGER EN DE EXPLOITANT VAN DE OVERSLAGINSTALLATIE

DEEL C. VERZAMELING, AFGIFTE EN INNAME VAN OVERIG SCHEEPSBEDRIJFSAFVAL

HOOFDSTUK VIII. ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK IX. VERPLICHTINGEN VAN DE SCHIPPER

HOOFDSTUK X. VERPLICHTINGEN VAN DE EXPLOITANT VAN DE ONTVANGSTINRICHTING

DEEL D. OVERGANGSBEPALINGEN EN AFWIJKINGEN

HOOFDSTUK XI. OVERGANGSBEPALINGEN EN AFWIJKINGEN

Artikel 11.01. Overgangsbepalingen

Voor de toepassing van de bepalingen van deze bijlage die het gevolg zijn van de wijziging van het Verdrag om er het verbod tot het uitstoten van dampen in de atmosfeer in op te nemen gelden volgende overgangsbepalingen:

  • b). voor de dampen van de goederen vermeld in de tabel II in Aanhangsel IIIa geldt het verbod na een periode van twee jaar na de in onderdeel a vermelde datum;
  • c). voor de dampen van de goederen vermeld in de tabel III in Aanhangsel IIIa geldt het verbod na een periode van drie jaar na de in onderdeel a vermelde datum1)Mits uit een evaluatie uitgevoerd vanaf de in onderdeel a vermelde datum kan worden geconcludeerd dat dit geen problemen oplevert. In het tegengestelde geval geldt het verbod na een periode van vier jaar na de in onderdeel a vermelde datum..

Artikel 11.02. Afwijkingen

De Verdragsluitende Partijen kunnen in individuele gevallen afwijkingen van de bepalingen van deze bijlage overeenkomen mits deze als gelijkwaardig kunnen worden beschouwd. De afwijkingen moeten door de Conferentie van Verdragsluitende Partijen worden goedgekeurd en kunnen voor het vastgelegde toepassingsgebied en onder de vastgestelde voorwaarden door de bevoegde autoriteiten met onmiddellijke ingang worden toegestaan.

TEN BLIJKE waarvan de hiertoe naar behoren gemachtigde ondertekenaars dit Verdrag hebben ondertekend,

GEDAAN te Straatsburg, op 9 september 1996.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)