Statuut en Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie

Type Verdrag
Publication 2013-07-19
State In force
Source BWB
artikelen 147
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

187 PP-98 a. zij bestudeert de door de studiegroepen overeenkomstig nummer 194 van dit Verdrag opgestelde rapporten en wijzigt of verwerkt de in die rapporten vervatte ontwerpaanbevelingen of keurt deze goed, en bestudeert de rapporten van de telecommunicatiestandaardisatie-adviesgroep in overeenstemming met de nummers 197H en 197I van dit Verdrag;

188 b) zij keurt, rekening houdend met de noodzaak de vraag naar de middelen van de Unie tot een minimum te beperken, het werkprogramma goed dat voortvloeit uit de beoordeling van bestaande vraagstukken en nieuwe vraagstukken en bepaalt de prioriteit, het spoedeisende karakter, de geschatte financiële gevolgen en het tijdschema voor de voltooiing van de bestudering hiervan;

189 c) zij beslist, in het kader van het in nummer 188 bedoelde goedgekeurde werkprogramma, of studiegroepen moeten worden gehandhaafd of ontbonden of dat nieuwe studiegroepen moeten worden opgericht en wijst elk van hen de te bestuderen vraagstukken toe;

190 PP-98 d) zij bundelt, voor zover praktisch uitvoerbaar, vraagstukken die van belang zijn voor ontwikkelingslanden teneinde hun deelname aan deze studies te vergemakkelijken;

191 e) zij bestudeert het rapport van de directeur inzake de activiteiten van de Sector sinds de laatste conferentie, en keurt dit goed.

191bis* *f. zij neemt besluiten over de behoefte tot handhaving, ontbinding of instelling van andere groepen en zij benoemt de voorzitters en vice-voorzitters hiervan;

191ter* *g. zij stelt het mandaat van de in nummer 191bis bedoelde groepen vast; deze groepen mogen geen vraagstukken of aanbevelingen aannemen.

191A PP-98 4. Een mondiale telecommunicatiestandaardisatie-assemblee kan specifieke aangelegenheden binnen haar bevoegdheid toewijzen aan de telecommunicatiestandaardisatie-adviesgroep, waarbij zij vermeldt welke actie terzake wordt verlangd.

191B PP-98 5 Een mondiale telecommunicatiestandaardisatie-assemblee wordt voorgezeten door een voorzitter benoemd door de regering van het land waar de vergadering wordt gehouden, of in het geval dat een vergadering wordt gehouden op de zetel van de Unie, door een door de assemblee zelf gekozen persoon. De voorzitter wordt bijgestaan door vice-voorzitters die door de assemblee worden gekozen.

Artikel 14. Telecommunicatiestandaardisatie-studiegroepen

192 PP-98 1. 1) Telecommunicatiestandaardisatie-studiegroepen bestuderen vraagstukken die zijn aangenomen in overeenstemming met een door de mondiale telecommunicatiestandaardisatie-assemblee vastgestelde procedure en stellen ontwerpaanbevelingen op die moeten worden aangenomen in overeenstemming met de in de nummers 246A tot en met 247 van dit Verdrag bedoelde procedure.

193 2) Onverminderd nummer 195, bestuderen de studiegroepen technische, operationele en tarifaire vraagstukken en stellen hieromtrent aanbevelingen op ten behoeve van de mondiale standaardisatie van de telecommunicatie, met inbegrip van aanbevelingen inzake de interconnectie van radiosystemen in openbare telecommunicatienetwerken en inzake de vereiste wijze van functioneren van deze interconnecties. Technische of operationele vraagstukken die specifiek verband houden met radiocommunicatie als bedoeld in de nummers 151 tot en met 154 van dit Verdrag, vallen onder de Radiocommunicatiesector.

194 PP-98 3) Elke studiegroep stelt ten behoeve van de mondiale telecommunicatiestandaardisatie-assemblee een rapport op inzake de voortgang van de werkzaamheden, de in overeenstemming met de in nummer 192 vervatte overlegprocedure aangenomen aanbevelingen, alsmede de ontwerpen van nieuwe of herziene door de assemblee te bestuderen aanbevelingen.

195 2. Met inachtneming van nummer 105 van het Statuut worden de in nummer 193 en de in de nummers 151 tot en met 154 van dit Verdrag bedoelde taken met betrekking tot de Radiocommunicatiesector voortdurend door de Telecommunicatiestandaardisatiesector en de Radiocommunicatiesector getoetst teneinde algemene overeenstemming te verkrijgen over wijzigingen van de verdeling van de te bestuderen vraagstukken. Beide sectoren werken nauw samen en nemen procedures aan die het mogelijk maken deze toetsing tijdig en doeltreffend te realiseren en tot overeenstemming te komen. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, kan de zaak via de Raad aan de Plenipotentiaire Conferentie ter beslissing worden voorgelegd.

196 3. Bij de uitvoering van hun studies besteden de telecommunicatie-standaardisatie-studiegroepen naar behoren aandacht aan de bestudering van vraagstukken en de formulering van aanbevelingen die rechtstreeks verband houden met de instelling, ontwikkeling en verbetering van telecommunicatie in ontwikkelingslanden, op zowel regionaal als internationaal niveau. Bij de uitvoering van hun werkzaamheden houden zij naar behoren rekening met de werkzaamheden van nationale en regionale organisaties en van andere internationale standaardisatie-organisaties en werken met deze samen, daarbij rekening houdend met de noodzaak voor de Unie haar vooraanstaande positie op het gebied van de mondiale standaardisatie van telecommunicatie te behouden.

197 PP-98 4. Ten behoeve van de vergemakkelijking van de beoordeling van de activiteiten in de Telecommunicatiestandaardisatiesector moeten maatregelen worden genomen ter bevordering van de samenwerking en coördinatie met andere organisaties die zich met telecommunicatiestandaardisatie bezighouden, en met de Radiocommunicatiesector en Telecommunicatie-ontwikkelingssector. Een mondiale telecommunicatiestandaardisatie-assemblee stelt de specifieke taken, voorwaarden voor deelname en procedures voor deze maatregelen vast.

Artikel 15. Telecommunicatiestandaardisatiebureau

198 1. De directeur van het Telecommunicatiestandaardisatiebureau organiseert en coördineert de werkzaamheden van de Telecommunicatiestandaardisatiesector.

199 2. De taken van de directeur omvatten, in het bijzonder:

200 PP-98 a. het jaarlijks actualiseren van het door de mondiale telecommunicatiestandaardisatie-assemblee goedgekeurde werkprogramma, in overleg met de voorzitters van de telecommunicatiestandaardisatiestudiegroepen en andere groepen;

201 PP-98 b. het van rechtswege, doch in de hoedanigheid van adviseur, deelnemen aan de beraadslagingen van de mondiale telecommunicatiestandaardisatie-assemblees en van de telecommunicatiestandaardisatiestudiegroepen en andere groepen. De directeur treft alle noodzakelijke voorbereidingen voor assemblees en vergaderingen van de Telecommunicatiestandaardisatiesector in overleg met het Algemeen Secretariaat, in overeenstemming met nummer 94 van dit Verdrag en, indien relevant, met de overige Sectoren van de Unie, en met een behoorlijke inachtneming van de richtlijnen van de Raad ter zake van deze voorbereidingen;

202 PP-98 c) het verwerken van informatie ontvangen van administraties in toepassing van de desbetreffende bepalingen van het Internationale Telecommunicatiereglement of van de besluiten van de mondiale telecommunicatiestandaardisatie-assemblee, en deze, in voorkomend geval, in een voor publicatie geschikte vorm opstellen;

203 PP-98 d)het uitwisselen met Lidstaten en Sectorleden van in automatische of andere vorm leesbare gegevens, het opstellen en zo nodig actualiseren van documenten en gegevensbestanden van de Telecommunicatiestandaardisatiesector en het zorgdragen, samen met de Secretaris-Generaal, voor de eventuele publicatie hiervan in de talen van de Unie in overeenstemming met nummer 172 van het Statuut;

204 PP-98 e) het aan de mondiale telecommunicatiestandaardisatie-assemblee voorleggen van een rapport inzake de activiteiten van de Sector sinds de laatste conferentie; tenzij een tweede assemblee bijeen wordt geroepen, legt de directeur eveneens aan de Raad en aan de Lidstaten en Sectorleden een dergelijk rapport voor, dat betrekking heeft op de tweejarige periode sinds de laatste assemblee;

205 f) het opstellen van een ontwerpbegroting op basis van de kosten die gemoeid zijn met de behoeften van de Telecommunicatiestandaardisatiesector en deze doorzenden aan de Secretaris-Generaal, ter beoordeling door het Coördinatiecomité en ter opneming in de begroting van de Unie;

205A PP-98 g. het jaarlijks opstellen van een operationeel vierjarenplan voor het volgende jaar en het daarop volgende tijdvak van drie jaren, inclusief de financiële gevolgen van de activiteiten die door het Bureau ter ondersteuning van de Sector als geheel worden ondernomen; dit operationele vierjarenplan wordt door de Telecommunicatiestandaardisatie-adviesgroep in overeenstemming met artikel 14A van dit Verdrag beoordeeld, en wordt jaarlijks door de Raad beoordeeld en goedgekeurd;

205B PP-98 h) het verlenen van de nodige ondersteuning aan de telecommunicatiestandaardisatie-adviesgroep en het jaarlijks aan de Lidstaten, de Sectorleden en de Raad uitbrengen van verslag over de resultaten van de werkzaamheden van de adviesgroep;

205C PP-98 i) het verlenen van bijstand aan ontwikkelingslanden bij de voorbereidende werkzaamheden voor mondiale standaardisatie-assemblees, in het bijzonder ten aanzien van aangelegenheden die voor die landen prioriteit hebben.

206 3. De directeur kiest het technisch en administratief personeel van het Telecommunicatiestandaardisatiebureau binnen het kader van de door de Raad goedgekeurde begroting. De benoeming van het technisch en administratief personeel wordt door de Secretaris-Generaal, in overleg met de directeur, verricht. De uiteindelijke beslissing omtrent aanstelling of ontslag berust bij de Secretaris-Generaal.

207 4. De directeur verleent de Telecommunicatie-ontwikkelingssector, binnen het kader van het Statuut en dit Verdrag, de nodige technische ondersteuning.

AFDELING 7. TELECOMMUNICATIE-ONTWIKKELINGSSECTOR

Artikel 16. Telecommunicatie-ontwikkelingsconferenties

207A De mondiale telecommunicatie-ontwikkelingsconferentie is in overeenstemming met nummer 145A van het Statuut bevoegd de werkmethoden en procedures voor het beheer van de activiteiten van de Sector aan te nemen.

208 1. In overeenstemming met nummer 118 van het Statuut, zijn de taken van de telecommunicatie-ontwikkelingsconferenties als volgt:

209 a. mondiale telecommunicatie-ontwikkelingsconferenties stellen werkprogramma’s en richtlijnen op voor het omschrijven van vraagstukken en prioriteiten op het gebied van telecommunicatie-ontwikkeling en sturen en begeleiden het werkprogramma van de Telecommunicatie-ontwikkelingssector. Zij beslissen, rekening houdend met de bovengenoemde werkprogramma’s, over de noodzaak studiegroepen op te richten, in stand te houden of te beëindigen en aan elk te bestuderen kwesties toe te wijzen;

209A abis) zij nemen besluiten over de behoefte tot handhaving, ontbinding of instelling van andere groepen en zij benoemen de voorzitters en vice-voorzitters hiervan;

209B ater) zij stellen het mandaat van de in nummer 209A bedoelde groepen vast; deze groepen mogen geen vraagstukken of aanbevelingen aannemen.

210 b. regionale telecommunicatie-ontwikkelingsconferenties behandelen vraagstukken en prioriteiten met betrekking tot de ontwikkeling van de telecommunicatie, met inachtneming van de behoeften en kenmerken van de betrokken regio, en kunnen tevens aanbevelingen voorleggen aan de mondiale telecommunicatie-ontwikkelingsconferenties;

211 c) de telecommunicatie-ontwikkelingsconferenties moeten de streefdoelen en strategieën voor de evenwichtige mondiale en regionale ontwikkeling van telecommunicatie vaststellen, waarbij bijzondere aandacht dient te worden geschonken aan de uitbreiding en modernisering van de netwerken en diensten van de ontwikkelingslanden alsmede aan de mobilisatie van de hiertoe benodigde middelen. Zij fungeren tevens als forum voor de bestudering van beleid en vraagstukken van organisatorische, operationele, regelgevende, technische en financiële aard en aanverwante aspecten, met inbegrip van het zoeken naar en implementeren van nieuwe financieringsmiddelen;

212 d) mondiale en regionale telecommunicatie-ontwikkelingsconferenties bestuderen – binnen hun respectieve bevoegdheidsgebied – de aan hen voorgelegde rapporten en evalueren de activiteiten van de Sector, zij kunnen tevens aspecten bestuderen die met de ontwikkeling van telecommunicatie samenhangen en verband houden met de activiteiten van de overige sectoren van de Unie.

213 PP-98 2. De ontwerpagenda van telecommunicatie-ontwikkelingsconferenties wordt door de directeur van het Telecommunicatie-ontwikkelingsbureau opgesteld en door de Secretaris-Generaal ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd, met de instemming van een meerderheid van de Lidstaten in geval van een mondiale conferentie, of van een meerderheid van de Lidstaten van de betrokken regio in geval van een regionale conferentie, onverminderd de bepalingen van nummer 47 van dit Verdrag.

213A 3. Een mondiale telecommunicatie-ontwikkelingsconferentie kan specifieke aangelegenheden binnen haar bevoegdheid bij de telecommunicatie-ontwikkelingsadviesgroep neerleggen, met een aanbeveling omtrent de te ondernemen actie ter zake van die aangelegenheden.

Artikel 17. Telecommunicatie-ontwikkelingsstudiegroepen

214 1. Telecommunicatie-ontwikkelingsstudiegroepen behandelen specifieke telecommunicatievraagstukken die van algemeen belang zijn voor ontwikkelingslanden, met inbegrip van de in nummer 211 genoemde aangelegenheden. Deze studiegroepen zijn beperkt in aantal en worden – afhankelijk van de beschikbare middelen – voor een bepaalde tijdsduur opgericht, hebben specifieke terms of reference ten aanzien van vraagstukken en aangelegenheden die voor ontwikkelingslanden prioriteit hebben en zijn taakgericht.

215 2. Met inachtneming van nummer 119 van het Statuut beoordelen de Radiocommunicatiesector, de Telecommunicatiestandaardisatiesector en de Telecommunicatie-ontwikkelingssector voortdurend de in behandeling zijnde aangelegenheden teneinde overeenstemming te bereiken over de werkverdeling, dubbel werk te voorkomen en de coördinatie te verbeteren. De sectoren nemen procedures aan om deze beoordelingen en overeenstemming tijdig en op doeltreffende wijze uit te voeren respectievelijk te bereiken.

215A PP-98 3. Elke telecommunicatie-ontwikkelingsstudiegroep stelt voor de mondiale communicatie-ontwikkelingsconferentie een rapport op betreffende de voortgang van de werkzaamheden en betreffende alle ontwerpen van nieuwe of herziene aanbevelingen die door de conferentie moeten worden bestudeerd.

215B PP-98 4. Telecommunicatie-ontwikkelingsstudiegroepen bestuderen vraagstukken en stellen ontwerpaanbevelingen op die moeten worden aangenomen in overeenstemming met de in de nummers 246A tot en met 247 van dit Verdrag vervatte procedures.

Artikel 18. Telecommunicatie-ontwikkelingsbureau

216 1. De directeur van het Telecommunicatie-ontwikkelingsbureau organiseert en coördineert de werkzaamheden van de Telecommunicatie-ontwikkelingssector.

217 2. De taken van de directeur omvatten, in het bijzonder:

218 a.het van rechtswege, doch in de hoedanigheid van adviseur, deelnemen aan de beraadslagingen van telecommunicatie-ontwikkelingsconferenties en van de telecommunicatie-ontwikkelingsstudiegroepen en andere groepen. De directeur treft alle noodzakelijke voorbereidingen voor de conferenties en vergaderingen van de Telecommunicatie-ontwikkelingssector in overleg met het Algemeen Secretariaat, in overeenstemming met nummer 94 van dit Verdrag en, indien relevant, met de overige Sectoren van de Unie, en met een behoorlijke inachtneming van de richtlijnen van de Raad bij de uitvoering van deze voorbereidingen;

219 b) het verwerken van de informatie ontvangen van administraties bij de toepassing van de desbetreffende resoluties en besluiten van de Plenipotentiaire Conferentie en telecommunicatie-ontwikkelingsconferenties en deze, in voorkomend geval, in een voor publicatie geschikte vorm opstellen;

220 c)het uitwisselen met leden van in automatische en in andere vorm leesbare gegevens, het opstellen en zo nodig actualiseren van documenten en gegevensbestanden van de Telecommunicatie-ontwikkelingssector en het zorgdragen, samen met de Secretaris-Generaal, voor de eventuele publicatie hiervan in de talen van de Unie in overeenstemming met nummer 172 van het Statuut;

221 d) het, in samenwerking met het Algemeen Secretariaat en de overige sectoren van de Unie, verzamelen en voor publicatie gereed maken van zowel technische als administratieve informatie die in het bijzonder nuttig kan zijn voor ontwikkelingslanden teneinde deze te helpen hun telecommunicatienetwerken te verbeteren. Deze landen worden ook gewezen op de mogelijkheden die worden geboden door de internationale programma's onder auspiciën van de Verenigde Naties.

222 PP-98 e) het aan de mondiale telecommunicatie-ontwikkelingsconferentie voorleggen van een rapport inzake de activiteiten van de Sector sinds de laatste conferentie; de directeur legt eveneens aan de Raad en aan de Lidstaten en Sectorleden een dergelijk rapport voor, dat betrekking heeft op de tweejarige periode sinds de laatste conferentie;

223 PP-98 f) het opstellen van een ontwerpbegroting op basis van de kosten die gemoeid zijn met de behoeften van de Telecommunicatie-ontwikkelingssector en deze doorzenden aan de Secretaris-Generaal ter beoordeling door het Coördinatiecomité en opneming in de begroting van de Unie;

223A PP-98 g. het jaarlijks opstellen van een operationeel vierjarenplan voor het volgende jaar en het daarop volgende tijdvak van drie jaren, inclusief de financiële gevolgen van de activiteiten die door het Bureau ter ondersteuning van de Sector als geheel worden ondernomen; dit operationele vierjarenplan wordt door de Telecommunicatie-ontwikkelingsadviesgroep in overeenstemming met artikel 17A van dit Verdrag beoordeeld, en wordt jaarlijks door de Raad beoordeeld en goedgekeurd;

223B PP-98 h) het verschaffen van de nodige ondersteuning aan de telecommunicatie-ontwikkelingsadviesgroep en het jaarlijks aan de Lidstaten, de Sectorleden en de Raad uitbrengen van verslag over de resultaten van de werkzaamheden van de adviesgroep.

224 PP-98 3. De directeur werkt samen met de andere gekozen functionarissen teneinde ervoor zorg te dragen dat de catalyserende rol die de Unie vervult bij het stimuleren van de ontwikkeling van telecommunicatie wordt versterkt, en treft de nodige regelingen met de directeur van het desbetreffende Bureau voor het nemen van passende maatregelen, waaronder het bijeenroepen van voorlichtingsbijeenkomsten over de activiteiten van de desbetreffende Sector.

225 PP-98 4. Op verzoek van de betrokken Lidstaten bestudeert de directeur, met behulp van de directeuren van de overige bureaus en, indien aangewezen, van de Secretaris-Generaal, hun nationale telecommunicatieproblemen en brengt hij hieromtrent advies uit; wanneer sprake is van een vergelijking van technische alternatieven, kunnen hierbij economische factoren worden meegewogen.

226 5. De directeur kiest het technisch en administratief personeel van het Telecommunicatie-ontwikkelingsbureau binnen het kader van de door de Raad goedgekeurde begroting. De benoeming van het personeel wordt door de Secretaris-Generaal, in overleg met de directeur, verricht. De uiteindelijke beslissing omtrent aanstelling of ontslag berust bij de Secretaris-Generaal.

227 PP-98 (SUP)

AFDELING 8. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR DE DRIE SECTOREN

Artikel 19. Participatie in de activiteiten van de Unie door entiteiten en organisaties anders dan administraties

228 1. De Secretaris-Generaal en de directeuren van de bureaus bevorderen een grotere participatie in de activiteiten van de Unie door de volgende entiteiten en organisaties:

229 PP-98 a. erkende exploitatiemaatschappijen, wetenschappelijke of industriële organisaties en financiële instellingen of ontwikkelingsorganisaties die door de betrokken Lidstaat zijn goedgekeurd;

230 PP-98 b. andere entiteiten die zich bezighouden met telecommunicatie-aangelegenheden die door de betrokken Lidstaat zijn goedgekeurd;

231 PP-98 c. regionale en andere internationale telecommunicatie-, standaardisatie-, financiële of ontwikkelingsorganisaties.

232 2. De directeuren van de Bureaus onderhouden nauwe werkrelaties met deze entiteiten en organisaties die bevoegd zijn deel te nemen aan de activiteiten van een of meerdere Sectoren van de Unie.

233 PP-98 3. Elk verzoek van een in nummer 229 genoemde entiteit om deelname aan de werkzaamheden van een Sector, gedaan in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van het Statuut en dit Verdrag, dat door de desbetreffende Lidstaat wordt goedgekeurd, wordt door deze laatste aan de Secretaris-Generaal doorgezonden.

234 PP-98 4. Elk verzoek van een in nummer 230 bedoelde entiteit dat door de desbetreffende Lidstaat wordt ingediend, wordt behandeld in overeenstemming met een door de Raad ingestelde procedure. Een dergelijk verzoek wordt door de Raad beoordeeld op conformiteit met de bovengenoemde procedure.

234A PP-98 4bis Als alternatief kan een verzoek van een in nummer 229 of 230 genoemde entiteit om Sectorlid te worden, rechtstreeks aan de Secretaris-Generaal worden gericht. De Lidstaten die dergelijke entiteiten toestaan rechtstreeks een verzoek aan de Secretaris-Generaal te richten, brengen deze laatste hiervan op de hoogte. De entiteiten wier Lidstaat deze mededeling niet aan de Secretaris-Generaal heeft verstrekt, kunnen geen rechtstreeks verzoek indienen. De Secretaris-Generaal zorgt voor een regelmatige actualisering en publicatie van een lijst van de Lidstaten die entiteiten onder hun rechtsmacht of soevereiniteit hebben toegestaan rechtstreeks verzoeken in te dienen.

234B PP-98 4ter Bij de rechtstreekse ontvangst van een verzoek van een entiteit ingevolge nummer 234A, ziet de Secretaris-Generaal op basis van door de Raad vastgestelde criteria op toe dat de functie en het doel van de kandidaat in overeenstemming zijn met het doel van de Unie. Vervolgens brengt de Secretaris-Generaal de Lidstaat van de aanvrager onverwijld op de hoogte en verzoekt deze om goedkeuring van het verzoek. Indien de Secretaris-Generaal binnen vier maanden geen bezwaar van de Lidstaat ontvangt, wordt een herinneringstelegram verzonden. Indien de Secretaris-Generaal binnen vier maanden na de datum van verzending van een herinneringstelegram geen bezwaar ontvangt, wordt de aanvraag geacht te zijn goedgekeurd. Indien door de Secretaris-Generaal een bezwaar van de Lidstaat wordt ontvangen, wordt de aanvrager door de Secretaris-Generaal verzocht contact op te nemen met de betrokken Lidstaat.

234C PP-98 4quater Bij het toestaan van rechtstreekse verzoeken kan een Lidstaat de Secretaris-Generaal ervan in kennis stellen dat hij de Secretaris-Generaal bevoegd verklaart elke aanvraag door een entiteit onder zijn rechtsbevoegdheid of soevereiniteit goed te keuren.

2355 Elk verzoek van een in nummer 231 hierboven bedoelde entiteit of organisatie (anders dan die welke worden bedoeld in de nummers 269B en 269C van dit Verdrag) om deelname aan de werkzaamheden van een Sector wordt aan de Secretaris-Generaal gezonden en behandeld in overeenstemming met door de Raad opgestelde procedures.

236 6 Elk verzoek van een in de nummers 269B tot en met 269D van dit Verdrag bedoelde organisatie om deelname aan de werkzaamheden van een Sector wordt aan de Secretaris-Generaal gezonden en de betrokken organisatie wordt in de in nummer 237 hieronder bedoelde lijsten opgenomen.

237 PP-98 7 De Secretaris-Generaal stelt lijsten op, en actualiseert deze, van alle in de nummers 229 tot en met 231 en de nummers 269B tot en met 269D van dit Verdrag bedoelde entiteiten en organisaties die bevoegd zijn deel te nemen aan de werkzaamheden van elke Sector, en publiceert en verzendt deze lijsten met een passende frequentie aan alle betrokken Lidstaten en Sectorleden alsmede aan de directeur van het betrokken Bureau. Die directeur brengt deze entiteiten en organisaties op de hoogte van de maatregelen die naar aanleiding van hun verzoeken zijn genomen, en brengt de desbetreffende Lidstaten op de hoogte.

238 PP-98 8. De voorwaarden voor deelname in de Sectoren door de op de in nummer 237 bedoelde lijsten vermelde entiteiten en organisaties worden genoemd in dit artikel, in artikel 33 en in andere relevante bepalingen van dit Verdrag. De bepalingen van de nummers 25 tot en met 28 van het Statuut zijn niet op hen van toepassing.

239 PP-94 PP-98 9. Een Sectorlid kan optreden namens de Lidstaat die het heeft goedgekeurd, mits de Lidstaat de directeur van het desbetreffende Bureau ervan op de hoogte brengt dat het daartoe bevoegd is.

240 PP-98 10 Elk Sectorlid heeft het recht een dergelijke deelname op te zeggen door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal. Een dergelijke deelname kan, in voorkomend geval, eveneens worden opgezegd door de betrokken Lidstaat of, in geval van een ingevolge nummer 234C hierboven goedgekeurde Lidstaat, in overeenstemming met de door de Raad vastgestelde criteria en procedures. Een dergelijke opzegging wordt van kracht na afloop van zes maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de kennisgeving door de Secretaris-Generaal is ontvangen.

241 11. De Secretaris-Generaal verwijdert entiteiten of organisaties die niet langer bevoegd zijn aan de werkzaamheden van een Sector deel te nemen, van de lijst van entiteiten en organisaties, in overeenstemming met de door de Raad vastgestelde criteria en procedures.

241A PP-98 12. De assemblee of conferentie van een Sector kan besluiten entiteiten of organisaties toe te staan als geassocieerd lid deel te nemen aan de werkzaamheden van een bepaalde studiegroep of van subgroepen daarvan, op basis van de hieronder vermelde beginselen:

241B PP-98 1) Een in de nummers 229 tot en met 231 bedoelde entiteit of organisatie kan een aanvraag indienen tot deelname als geassocieerd lid aan de werkzaamheden van een bepaalde studiegroep.

241C PP-98 2) In geval een Sector heeft besloten geassocieerde leden toe te laten, past de Secretaris-Generaal de desbetreffende bepalingen van dit artikel toe op de aanvragers, met inachtneming van de omvang van de entiteit of organisatie en alle overige relevante criteria.

241D PP-98 3) Geassocieerde leden die zijn toegelaten voor deelname in een bepaalde studiegroep worden niet op de in nummer 237 genoemde lijst vermeld.

241E PP-98 4) De voorwaarden die van toepassing zijn op deelname aan de werkzaamheden van een studiegroep zijn vermeld in de nummers 248B en 483A van dit Verdrag.

Artikel 20. Werkwijze van studiegroepen

242 PP-98 1. De radiocommunicatie-assemblee, de mondiale telecommunicatiestandaardisatie-assemblee en de mondiale telecommunicatie-ontwikkelingsconferentie benoemen de voorzitter en een of meer vice-voorzitters voor elke studiegroep. Bij de benoeming van voorzitters en vice-voorzitters wordt bijzondere aandacht geschonken aan de eisen van competentie en billijke geografische spreiding, en de noodzaak van de bevordering van doeltreffender deelname door ontwikkelingslanden.

243 PP-98 2. Indien de werklast van een studiegroep zulks vereist, benoemt de assemblee of conferentie zoveel extra vice-voorzitters als zij nodig acht.

244 3. Indien, in het tijdvak tussen twee assemblees of conferenties van de desbetreffende Sector, een voorzitter van een studiegroep niet in staat is zijn taken te verrichten en slechts een vice-voorzitter is benoemd, neemt die vice-voorzitter de plaats van de voorzitter in. Wanneer voor een studiegroep meer dan een vice-voorzitter is benoemd, kiest de studiegroep tijdens de volgende vergadering een nieuwe voorzitter uit die vice-voorzitters en, indien nodig, een nieuwe vice-voorzitter uit de leden van de studiegroep. Op dezelfde wijze wordt een nieuwe vice-voorzitter gekozen indien een van de vice-voorzitters niet in staat is zijn taken gedurende dat tijdvak uit te oefenen.

245 4. De studiegroepen verrichten hun werkzaamheden zoveel mogelijk door middel van correspondentie, met gebruikmaking van moderne communicatiemiddelen.

246 5. De directeur van het Bureau van elke Sector stelt, op basis van beslissingen van de bevoegde conferentie of assemblee, na overleg met de Secretaris-Generaal en de ingevolge het Statuut en het Verdrag vereiste coördinatie, het algemene plan van werkgroepvergaderingen op.

246A PP-98 5bis 1) Lidstaten en Sectorleden nemen vraagstukken ter bestudering aan in overeenstemming met de door de desbetreffende conferentie of assemblee, naargelang van toepassing, opgestelde procedures met de vermelding of een daaruit voortvloeiende aanbeveling al dan niet aanleiding is voor formeel overleg tussen de Lidstaten.

246B PP-98 2) De uit de bestudering van bovengenoemde vraagstukken voortvloeiende aanbevelingen worden door een studiegroep aangenomen in overeenstemming met de door de desbetreffende conferentie of assemblee, naargelang het geval is, vastgestelde procedures. Aanbevelingen waarvoor geen formeel overleg met de Lidstaten vereist is ten behoeve van goedkeuring, worden geacht te zijn goedgekeurd.

246C PP-98 3) Een aanbeveling waarvoor formeel overleg tussen de Lidstaten vereist is, wordt, afhankelijk van het geval, hetzij behandeld in overeenstemming met nummer 247, hetzij doorgestuurd aan de desbetreffende conferentie of assemblee.

246D PP-98 4) De nummers 246A en 246B worden niet gebruikt voor vraagstukken en aanbevelingen die gevolgen hebben voor het beleid of de regelgeving, zoals:

246E PP-98 a) door de Radiocommunicatiesector goedgekeurde vraagstukken en aanbevelingen die betrekking hebben op de werkzaamheden van radiocommunicatieconferenties en andere door de radiocommunicatie-assemblee te bepalen categorieën van vraagstukken en aanbevelingen;

246F PP-98 b) door de Telecommunicatiestandaardisatiesector goedgekeurde vraagstukken en aanbevelingen die betrekking hebben op tarifaire en boekhoudkundige onderwerpen, en relevante nummer- en adresseringsplannen;

246G PP-98 c) door de Telecommunicatie-ontwikkelingssector goedgekeurde vraagstukken en aanbevelingen die betrekking hebben op onderwerpen van regelgevende, beleidsmatige en financiële aard;

246H PP-98 d) vraagstukken en aanbevelingen waarvan de reikwijdte onduidelijk is.

247 PP-98 6. Studiegroepen kunnen actie ondernemen voor het verkrijgen van goedkeuring van Lidstaten voor aanbevelingen die zijn opgesteld tussen twee assemblees of conferenties. De procedures die moeten worden toegepast voor de verkrijging van een dergelijke goedkeuring zijn die welke door de bevoegde assemblee of conferentie, naargelang van het geval, zijn goedgekeurd.

247A PP-98 6bis Aanbevelingen goedgekeurd bij toepassing van nummer 246B of 247 hebben dezelfde status als die welke door de conferentie of assemblee zelf worden goedgekeurd.

248 7. Indien nodig kunnen gemeenschappelijke werkgroepen worden ingesteld voor de bestudering van vraagstukken waarvoor de deelname van deskundigen van meerdere studiegroepen vereist is.

248A PP-98 7bis Op basis van een door de desbetreffende Sector opgestelde procedure, kan de directeur van een Bureau, in overleg met de voorzitter van de desbetreffende studiegroep, een organisatie die niet in de Sector deelneemt, uitnodigen vertegenwoordigers te sturen teneinde deel te nemen aan de bestudering van een specifieke aangelegenheid binnen de desbetreffende studiegroep of subgroepen hiervan.

248B PP-98 7ter Het is een Partner, zoals bedoeld in nummer 241A van dit Verdrag, toegestaan deel te nemen aan de werkzaamheden van de gekozen studiegroep zonder betrokken te zijn bij de besluitvormingsprocedure of liaison-activiteiten van die studiegroep.

249 8. De directeur van het desbetreffende Bureau stuurt de uiteindelijke rapporten van de studiegroepen naar de administraties, organisaties en entiteiten die in de Sector deelnemen. Deze rapporten omvatten een lijst van de in overeenstemming met nummer 247 goedgekeurde aanbevelingen. Deze rapporten worden zo snel mogelijk verzonden en, in elk geval, tijdig genoeg om ten minste een maand voor de datum van de volgende zitting van de desbetreffende conferentie te kunnen worden ontvangen.

Artikel 21. Aanbevelingen van de ene conferentie aan de andere

250 1. Elke conferentie kan aan een andere conferentie van de Unie aanbevelingen voorleggen die onder haar competentie vallen.

251 2 Deze aanbevelingen worden tijdig aan de Secretaris-Generaal verzonden ten behoeve van verzameling, coördinatie en mededeling, zoals bepaald in nummer 44 van de Algemene Regels voor conferenties, assemblees en vergaderingen van de Unie.

Artikel 22. Betrekkingen tussen de Sectoren onderling en met internationale organisaties

252 1. De directeuren van de Bureaus kunnen, na voldoende overleg en coördinatie zoals vereist door het Statuut, het Verdrag en de besluiten van de bevoegde conferenties of assemblees, overeenkomen gezamenlijke vergaderingen van studiegroepen van twee of drie Sectoren te organiseren voor bestudering en opstelling van ontwerpaanbevelingen inzake vraagstukken van gemeenschappelijk belang. Deze ontwerpaanbevelingen worden aan de bevoegde conferenties of assemblees van de desbetreffende Sectoren voorgelegd.

253 2. De Secretaris-Generaal, de plaatsvervangend Secretaris-Generaal, de directeuren van de Bureaus van de andere Sectoren of hun vertegenwoordigers alsmede leden van de Radioreguleringsraad kunnen Conferenties of vergaderingen van een Sector in de hoedanigheid van adviseur bijwonen. Indien nodig kunnen zij vertegenwoordigers van het Algemeen Secretariaat of van elke andere Sector die het niet nodig heeft geacht te worden vertegenwoordigd, uitnodigen in de hoedanigheid van adviseur.

254 3. Wanneer een Sector wordt uitgenodigd deel te nemen aan een vergadering van een internationale organisatie, is de directeur van deze Sector bevoegd, met inachtneming van de bepalingen van nummer 107 van dit Verdrag, regelingen te treffen voor zijn vertegenwoordiging in de hoedanigheid van adviseur.

HOOFDSTUK II. SPECIFIEKE BEPALINGEN INZAKE CONFERENTIES EN ASSEMBLEES

Artikel 23. PP-02 Toelating tot Plenipotentiaire Conferenties

255 Vervallen.

256 PP-98 Vervallen.

257 Vervallen.

258 PP-94 Vervallen:

259 vervallen;

260 vervallen;

261 vervallen;

262 vervallen;

262A PP-94 PP-98 vervallen.

263 PP-98 Vervallen.

264 Vervallen.

265 PP-98 Vervallen.

266 Vervallen.

267 1. Tot Plenipotentiaire Conferenties worden toegelaten:

268 a) delegaties;

268A b.de gekozen functionarissen, in de hoedanigheid van adviseur;

268B c.de Radioreguleringsraad, in overeenstemming met nummer 141A van dit Verdrag, in de hoedanigheid van adviseur;

269 PP-94 PP-02 d) waarnemers van de volgende organisaties, agentschappen en entiteiten, in de hoedanigheid van adviseur:

269A i. de Verenigde Naties;

269B ii. regionale telecommunicatie-organisaties bedoeld in artikel 43 van het Statuut;

269C iii. intergouvernementele organisaties die satellietsystemen exploiteren;

269D iv. de gespecialiseerde organisaties van de Verenigde Naties en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie;

269E PP-02 e) waarnemers van de in de nummers 229 en 231 van dit Verdrag bedoelde Sectorleden.

269F 2. Het Algemeen Secretariaat en de drie Bureaus van de Unie worden bij de conferentie vertegenwoordigd in de hoedanigheid van adviseur.

Artikel 24. PP-02 Toelating tot Radiocommunicatieconferenties

270 Vervallen.

271 PP-94 PP-98 Vervallen.

272 PP-98 Vervallen.

273 Vervallen.

274 Vervallen.

275 Vervallen.

276 1. Tot radiocommunicatieconferenties worden toegelaten:

277 a) delegaties;

278 PP-02 b)waarnemers van de in de nummers 269A tot en met 269D van dit Verdrag genoemde organisaties en agentschappen, in de hoedanigheid van adviseur;

279 PP-02 c)waarnemers van andere internationale organisaties die zijn uitgenodigd in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van Hoofdstuk I van de Algemene Regels voor conferenties, assemblees en vergaderingen van de Unie, in de hoedanigheid van adviseur;

280 PP-98 d)waarnemers van Sectorleden van de Radiocommunicatiesector;

281 vervallen;

282 PP-98 e. waarnemers van Lidstaten die zonder stemrecht deelnemen aan een regionale radiocommunicatieconferentie van een andere regio dan die welke waartoe de genoemde Lidstaten behoren;

282A f. in de hoedanigheid van adviseur, de gekozen functionarissen, wanneer de conferentie aangelegenheden binnen hun bevoegdheid behandelt, en de leden van de Radioreguleringsraad.

Artikel 25. PP-98 Toelating tot radiocommunicatie-assemblees, mondiale PP-02 telecommunicatiestandaardisatie-assemblees en telecommunicatieontwikkelingsconferenties

283 Vervallen.

284 Vervallen:

285 PP-98 vervallen;

286 PP-98 vervallen;

287 vervallen;

288 vervallen;

289 vervallen;

290 Vervallen:

291 vervallen;

292 vervallen.

293 Vervallen.

294 Vervallen.

295 1. tot de assemblee of conferentie worden toegelaten:

296 a) delegaties;

296 bis b) vertegenwoordigers van de betrokken Sectorleden;

297 PP-02 c)waarnemers, in de hoedanigheid van adviseur, van:

297 bis i)de in de nummers 269A tot en met 269D van dit Verdrag genoemde organisaties en agentschappen;

298 PP-98 vervallen.

298A vervallen;

298B vervallen;

298C PP-02 ii)overige regionale organisaties of internationale organisaties die bemoeienis hebben met aangelegenheden die van belang zijn voor de assemblee of conferentie.

298D vervallen;

298E vervallen;

298F vervallen.

298G 2. De gekozen functionarissen, het Algemeen Secretariaat en de Bureaus van de Unie worden, in voorkomend geval, bij de assemblee of conferentie vertegenwoordigd in de hoedanigheid van adviseur. Twee door de Reguleringsraad aangewezen leden van de Radioreguleringsraad nemen, in de hoedanigheid van adviseur, deel aan radiocommunicatieassemblees.

Artikel 26. PP-98 Procedure voor de bijeenroeping of annulering van mondiale conferenties of assemblees op verzoek van Lidstaten of op voorstel van de Raad

Vervallen

Artikel 27. PP-98Procedure voor de bijeenroeping van regionale conferenties op verzoek van Lidstaten of op voorstel van de Raad

Vervallen

Artikel 28. PP-98 Bepalingen inzake conferenties en assemblees die vergaderen zonder uitnodigende regering

Vervallen

Artikel 29. PP-98 Wijziging van de plaats of data van een conferentie of assemblee

Vervallen

Artikel 30. Tijdslimieten en voorwaarden voor indiening van voorstellen en rapporten aan conferenties

Vervallen

Artikel 31. Geloofsbrieven voor conferenties

324 PP-98 1. De door een Lidstaat naar een Plenipotentiaire Conferentie, een radiocommunicatieconferentie of een wereldconferentie voor internationale telecommunicatie gezonden delegatie moet naar behoren geaccrediteerd zijn, in overeenstemming met de bepalingen van de nummers 325 tot en met 331.

325 2. 1) De accreditatie van delegaties voor Plenipotentiaire Conferenties geschiedt door middel van akten ondertekend door het staatshoofd, de regeringsleider of door de minister van buitenlandse zaken.

326 2) De accreditatie van delegaties voor de overige in nummer 324 bedoelde conferenties geschiedt door middel van akten ondertekend door het staatshoofd, de regeringsleider, de minister van buitenlandse zaken of door de minister die verantwoordelijk is voor vraagstukken die tijdens de conferentie worden behandeld.

327 PP-98 3) Onder voorbehoud van bevestiging, vóór de ondertekening van de Slotakten, door een van de in de nummers 325 of 326 bedoelde autoriteiten, kan een delegatie voorlopig worden geaccrediteerd door het hoofd van de diplomatieke missie van de betrokken Lidstaat bij de ontvangende regering. Ingeval een conferentie wordt gehouden in de Zwitserse Bondsstaat, kan een delegatie eveneens voorlopig worden geaccrediteerd door het hoofd van de permanente delegatie van de betrokken Lidstaat bij het kantoor van de Verenigde Naties te Genève.

328 3. De geloofsbrieven worden aanvaard indien deze zijn ondertekend door een van de in de nummers 325 tot en met 327 bedoelde bevoegde autoriteiten en aan een van de volgende criteria beantwoorden:

329 – zij geven de delegatie volledige bevoegdheid;

330 – zij machtigen de delegatie haar regering zonder beperkingen te vertegenwoordigen;

331 – zij geven de delegatie, of bepaalde leden daarvan, het recht de Slotakten te ondertekenen.

332 PP-98 4. 1) Een delegatie waarvan de geloofsbrieven door de plenaire vergadering in orde worden bevonden, is bevoegd het stemrecht van de desbetreffende Lidstaat uit te oefenen, onverminderd de bepalingen van de nummers 169 en 210 van het Statuut, en de Slotakten te ondertekenen.

333 2) Een delegatie waarvan de geloofsbrieven door de plenaire vergadering niet in orde worden bevonden, is, zolang de situatie niet is hersteld, niet bevoegd het stemrecht uit te oefenen of de Slotakten te ondertekenen.

334 PP-98 5. De geloofsbrieven moeten zo vroeg mogelijk bij het secretariaat van de conferentie worden nedergelegd; hiertoe behoren de Lidstaten hun geloofsbrieven, voorafgaand aan de openingsdatum van de conferentie, naar de Secretaris-Generaal te verzenden, die deze doorzendt naar het secretariaat van de conferentie, zodra dit is ingesteld. Het in nummer 68 van de Algemene Regels voor conferenties, assemblees en vergaderingen van de Unie bedoelde comité wordt belast met de verificatie daarvan en brengt van zijn conclusies verslag uit aan de plenaire vergadering, binnen de door deze laatste aangegeven tijdslimiet. Hangende het besluit van de plenaire vergadering terzake, is elke delegatie bevoegd aan de conferentie deel te nemen en het kiesrecht van de betrokken Lidstaat uit te oefenen.

335 PP-98 6. Als algemene regel moeten de Lidstaten ernaar streven hun eigen delegaties naar conferenties van de Unie te zenden. Indien een Lidstaat evenwel op grond van uitzonderlijke redenen niet in staat is zijn eigen delegatie te zenden, kan hij de delegatie van een andere Lidstaat machtigen namens hem te stemmen en te ondertekenen. Een dergelijke machtiging moet worden gegeven door middel van een door een van de in de nummers 325 of 326 bedoelde autoriteiten ondertekende akte.

336 7. Een delegatie met stemrecht kan een andere delegatie met stemrecht een machtiging geven voor het uitbrengen van haar stem tijdens een of meerdere vergaderingen waaraan zij niet kan deelnemen. In een dergelijk geval stelt zij de voorzitter van de conferentie hiervan tijdig schriftelijk in kennis.

337 8. Een delegatie kan ten hoogste één stem bij volmacht uitbrengen.

338 9. Door middel van een telegram verzonden geloofsbrieven of de overdracht van bevoegdheden worden niet geaccepteerd. Telegrafische antwoorden op verzoeken van de voorzitter of van het secretariaat van de conferentie om opheldering betreffende de geloofsbrieven worden daarentegen wel geaccepteerd.

339 PP-98 10. Een Lidstaat of een bevoegde entiteit of organisatie die van plan is een delegatie of vertegenwoordigers naar een telecommunicatiestandaardisatie-assemblee, een telecommunicatie-ontwikkelingsconferentie of een radiocommunicatie-assemblee te zenden, brengt de directeur van het Bureau van de betrokken Sector hiervan op de hoogte, onder vermelding van de naam en functie van de delegatieleden of van de vertegenwoordigers.

HOOFDSTUK III. REGLEMENT VAN ORDE

Artikel 32. Algemene Regels voor conferenties, assemblees en vergaderingen van de Unie

339A PP-98 1. De Algemene Regels voor conferenties, assemblees en vergaderingen van de Unie worden door de Plenipotentiaire Conferentie aangenomen. De bepalingen die van toepassing zijn op de procedure voor de wijziging van deze Regels en de inwerkingtreding van wijzigingen zijn vervat in de Regels zelf.

340 PP-98 2. De Algemene Regels voor conferenties, assemblees en vergaderingen van de Unie zijn van toepassing onverminderd de in artikel 55 van het Statuut en in artikel 42 van dit Verdrag vervatte bepalingen inzake wijziging.

HOOFDSTUK IV. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 33. Financiën

468 PP-98 PP-061 1) De schaal waaruit elke Lidstaat, onverminderd de bepalingen van nummer 468A hieronder, en elk Sectorlid, onverminderd de bepalingen van nummer 468B hieronder, zijn contributieklasse kiest, in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van artikel 28 van het Statuut, is de volgende:

Van de klasse van 40 eenheden tot de klasse van 2 eenheden:

in stappen van één eenheid

Onder de klasse van 2 eenheden als volgt:

klasse van 1 1/2 eenheid

klasse van 1 eenheid

klasse van 1/2 eenheid

klasse van 1/4 eenheid

klasse van 1/8 eenheid

klasse van 1/16 eenheid

468A PP-98 1bis) Uitsluitend Lidstaten die door de Verenigde Naties worden aangemerkt als minstontwikkelde landen en die welke door de Raad worden bepaald, mogen de contributieklasse van een 1/8 eenheid of 1/16 eenheid kiezen.

468B PP-98 1ter) Sectorleden mogen geen contributieklasse kiezen van lager dan 1/2 eenheid, met uitzondering van Sectorleden van de Telecommunicatie-ontwikkelingssector, die de contributieklasse van 1/4, 1/8 en 1/16 eenheid kunnen kiezen. De contributieklasse van 1/16 eenheid is evenwel voorbehouden aan de Sectorleden van ontwikkelingslanden zoals vastgesteld op grond van de door het VN-ontwikkelingsprogramma (UNDP) opgestelde lijst, die dient te worden beoordeeld door de ITU-Raad.

469 PP-98 2) In aanvulling op de in nummer 468 genoemde contributieklassen kan elke Lidstaat of elk Sectorlid een aantal contributie-eenheden van meer dan 40 kiezen.

470 PP-98 3) De Secretaris-Generaal deelt elke Lidstaat die niet vertegenwoordigd is bij de Plenipotentiaire Conferentie het besluit van elke Lidstaat mede omtrent de door hem te betalen contributieklasse.

471 PP-98 (SUP)

472 PP-98 2. 1) Elke nieuwe Lidstaat en elk nieuw Sectorlid betaalt voor het jaar van zijn toetreding of toelating, een contributie berekend vanaf de eerste dag van de maand van toetreding of toelating, naar gelang van hetgeen het geval is.

473 PP-98 2) Indien een Lidstaat het Statuut en dit Verdrag opzegt of indien een Sectorlid zijn deelname in een Sector opzegt, moet zijn contributie worden betaald tot en met de laatste dag van de maand waarin zijn opzegging overeenkomstig, respectievelijk nummer 237 van het Statuut dan wel nummer 240 van dit Verdrag van kracht wordt.

474 PP-98 3. De verschillende bedragen dragen rente vanaf het begin van de vierde maand van elk financieel jaar van de Unie: 3% (drie procent) op jaarbasis gedurende de volgende drie maanden en 6% (zes procent) op jaarbasis vanaf het begin van de zevende maand.

475 PP-98 (SUP)

476 PP-94 PP-98 PP-02 4 1)De in de nummers 269A tot en met 269E van dit Verdrag bedoelde organisaties en andere organisaties die eveneens in Hoofdstuk II daarvan worden genoemd (tenzij zij door de Raad zijn vrijgesteld, onder voorbehoud van wederkerigheid) en de Sectorleden bedoeld in nummer 230 van dit Verdrag die, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, deelnemen aan een plenipotentiaire conferentie, aan een conferentie, assemblee of vergadering van een Sector van de Unie, of aan een wereldconferentie voor internationale telecommunicatie, dragen – op basis van de kosten van deze conferenties en vergaderingen en in overeenstemming met het Financieel Reglement – bij aan het dekken van de kosten van de conferenties, assemblees en vergaderingen waaraan zij deelnemen. Niettemin wordt de Sectorleden geen aparte bijdrage in rekening gebracht voor hun aanwezigheid bij een conferentie, assemblee of vergadering van hun respectieve Sectoren, behoudens in het geval van regionale radiocommunicatieconferenties.

477 PP-98 2) Elk Sectorlid dat vermeld staat op de in nummer 237 van dit Verdrag bedoelde lijsten, draagt bij aan de dekking van de kosten van de Sector in overeenstemming met de nummers 480 en 480A.

478 en 479 (SUP) PP-98

480 PP-94 PP-98 5) Het bedrag van de bijdrage per eenheid voor de kosten van elke betrokken Sector, wordt vastgesteld op 1/5 van de contributie-eenheid van de Lidstaten. Deze bijdragen worden aangemerkt als inkomsten van de Unie. Zij dragen rente overeenkomstig de bepalingen van nummer 474.

480A PP-98 5 bis)Wanneer een Sectorlid uit hoofde van nummer 159A van het Statuut bijdraagt aan het dekken van de kosten van de Unie, dient de Sector ten behoeve waarvan de bijdrage is gedaan te worden geïdentificeerd.

480B 5ter) In uitzonderlijke omstandigheden kan de Raad een vermindering van het aantal contributie-eenheden toestaan wanneer daartoe een verzoek wordt ingediend door een Sectorlid dat heeft aangetoond dat het niet langer de contributie in de door hem oorspronkelijk gekozen klasse kan bijdragen.

481 tot en met 483 (SUP) PP-98

483A PP-98 4bis Geassocieerde leden zoals omschreven in nummer 241A van dit Verdrag dragen bij aan de dekking van de kosten van de Sector en de studiegroep en subgroepen waaraan zij deelnemen, zoals vastgesteld door Raad.

484 PP-94 PP-98 5. De Raad stelt criteria vast voor de toepassing van een kostendekkingsysteem voor sommige producten en diensten van de Unie.

485 PP-94 6. De Unie houdt een reserverekening aan teneinde werkkapitaal te verschaffen ter dekking van de noodzakelijke uitgaven en voor het handhaven van voldoende reserves in contanten om, voor zover mogelijk, te voorkomen dat leningen moeten worden gesloten. Het bedrag van de reserverekening wordt jaarlijks door de Raad vastgesteld op basis van de verwachte behoefte. Aan het einde van elke tweejaarlijkse begrotingsperiode worden alle begrotingsoverschotten die niet zijn uitgegeven of gereserveerd, in het reservefonds gestort. De overige details van deze rekening worden omschreven in het Financieel Reglement.

486 PP-94 7. 1) De Secretaris-Generaal kan, in overeenstemming met het Coördinatiecomité, vrijwillige contributies in contanten of in natura accepteren, mits de voorwaarden die aan dergelijke vrijwillige contributies zijn verbonden, in voorkomend geval, stroken met de doelstellingen en programma' s van de Unie en met de door een conferentie aangenomen programma's, en in overeenstemming zijn met het Financieel Reglement, dat bijzondere bepalingen bevat voor de acceptatie en het gebruik van dergelijke vrijwillige contributies.

487 PP-94 2) Van deze vrijwillige contributies wordt door de Secretaris-Generaal in het financieel rapport verslag uitgebracht aan de Raad, alsmede in een beknopt overzicht waarin van elke vrijwillige contributie de herkomst, het beoogde gebruik en het gevolg dat hieraan is gegeven, worden vermeld.

Artikel 34. Financiële verantwoordelijkheden van de conferenties

488 1. Voordat zij voorstellen aannemen of besluiten nemen met financiële gevolgen, nemen de conferenties van de Unie nota van de begroting van de Unie teneinde ervoor zorg te dragen dat deze niet leiden tot uitgaven die hoger zijn dan de creditsaldi tot het toestaan waarvan de Raad bevoegd is.

489 2. Aan een besluit van een conferentie wordt geen gevolg gegeven indien een besluit rechtstreeks of onrechtstreeks leidt tot een verhoging van de uitgaven boven de creditsaldi tot het toestaan waarvan de Raad bevoegd is.

Artikel 35. Talen

490 PP-98 1. 1) Andere talen dan die welke zijn genoemd in de desbetreffende bepalingen van artikel 29 van het Statuut kunnen worden gebruikt:

491 PP-98 a) indien een aanvraag is gedaan bij de Secretaris-Generaal strekkende tot het permanent of ad-hoc, mondeling of schriftelijk, gebruik van een aanvullende taal of aanvullende talen, mits de extra kosten die hiermee gemoeid zijn, worden gedragen door de Lidstaten die de aanvraag hebben gedaan of ondersteund;

492 PP-98 b) indien een delegatie bij conferenties en vergaderingen van de Unie, na de Secretaris-Generaal of de directeur van het betrokken Bureau hiervan op de hoogte te hebben gebracht, zelf op eigen kosten regelingen treft voor mondelinge vertaling uit haar eigen taal in een van de talen bedoeld in de desbetreffende bepalingen van artikel 29 van het Statuut.

493 PP-98 2) In het in nummer 491 bedoelde geval, geeft de Secretaris-Generaal voor zover praktisch uitvoerbaar gehoor aan de aanvraag, nadat de betrokken Lidstaten zich ertoe hebben verplicht de gemaakte kosten naar behoren aan de Unie terug te betalen.

494 3) In het in nummer 492 bedoelde geval kan de delegatie bovendien, indien zij dit wenst, op eigen kosten zorgdragen voor mondelinge vertaling in haar eigen taal uit een van de talen bedoeld in de desbetreffende bepalingen van artikel 29 van het Statuut.

495 PP-98 2. Alle documenten waarvan sprake is in de desbetreffende bepalingen van artikel 29 van het Statuut, kunnen worden gepubliceerd in andere talen dan die welke daarin zijn vermeld, mits de Lidstaten die om een dergelijke publicatie verzoeken, zich ertoe verplichten de volledige kosten van de vertaling en publicatie die hiermee gemoeid zijn, te dragen.

HOOFDSTUK V. DIVERSE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE EXPLOITATIE VAN TELECOMMUNICATIEDIENSTEN

Artikel 36. Heffingen en gratis diensten

496 De bepalingen inzake heffingen voor telecommunicatie en de diverse gevallen waarin gratis diensten worden verleend, zijn vervat in de Administratieve Reglementen.

Artikel 37. Opstelling en vereffening van rekeningen

497 PP-98 1. Het vereffenen van internationale rekeningen wordt beschouwd als een lopende transactie en wordt uitgevoerd in overeenstemming met de lopende internationale verplichtingen van de betrokken Lidstaten en Sectorleden, wanneer hun regeringen hieromtrent regelingen hebben getroffen. Wanneer dergelijke regelingen niet zijn getroffen, en bij gebreke van bijzondere regelingen ingevolge artikel 42 van het Statuut, vindt vereffening plaats overeenkomstig de Administratieve Reglementen.

498 PP-98 2. Administraties van Lidstaten en Sectorleden die internationale telecommunicatiediensten exploiteren, dienen overeenstemming te bereiken over het bedrag van hun debet- en creditsaldi.

499 3. Het rekeningoverzicht inzake de in nummer 498 bedoelde debet- en creditsaldi wordt opgemaakt in overeenstemming met de bepalingen van de Administratieve Reglementen, tenzij tussen de betrokken partijen bijzondere regelingen zijn getroffen.

Artikel 38. Monetaire eenheid

500 PP-98 Bij gebreke van bijzondere regelingen tussen Lidstaten worden voor de samenstelling van de verrekentarieven voor internationale telecommunicatiediensten en voor de opstelling van internationale rekeningen, de volgende monetaire eenheden gehanteerd:

  • –. hetzij de monetaire eenheid van het Internationaal Monetair Fonds,
  • –. of de goudfrank,

beide zoals omschreven in de Administratieve Reglementen. De bepalingen inzake toepassing zijn vervat in Aanhangsel 1 bij het Internationale Telecommunicatiereglement.

Artikel 39. Onderlinge communicatie

501 1. Stations die radiocommunicatie verzorgen ten behoeve van mobiele communicatiediensten zijn verplicht, binnen de grenzen van hun normale gebruik, wederzijds radiocommunicatie uit te wisselen zonder onderscheid naar het door hen gebruikte radiosysteem.

502 2. Niettemin, teneinde de vooruitgang van de wetenschap niet in de weg staan, verhinderen de bepalingen van nummer 501 niet het gebruik van een radiosysteem dat niet in staat is met andere systemen te communiceren, mits dit onvermogen wordt veroorzaakt door de specifieke aard van een dergelijk systeem en niet het gevolg is van apparatuur die uitsluitend wordt gebruikt met het oogmerk onderlinge communicatie te verhinderen.

503 3. Onverminderd de bepalingen van nummer 501 kan een station worden ingezet voor een beperkte internationale telecommunicatiedienst, bepaald door het doel van deze dienst of door andere omstandigheden die geen verband houden met het gebruikte systeem.

Artikel 40. Geheimtaal

504 1. Regeringstelegrammen en diensttelegrammen kunnen in alle betrekkingen in geheimtaal worden opgesteld.

505 PP-98 2. Privételegrammen in geheimtaal kunnen worden toegelaten tussen alle Lidstaten, met uitzondering van die welke, door tussenkomst van de Secretaris-Generaal van tevoren kennis hebben gegeven dat zij deze taal niet voor die categorie van correspondentie toestaan.

506 PP-98 3. De Lidstaten die geen privételegrammen in geheimtaal afkomstig van of bestemd voor hun eigen grondgebied toestaan, moeten deze ter doorverzending aanvaarden, behoudens in geval van opschorting van de dienst zoals bedoeld in artikel 35 van het Statuut.

HOOFDSTUK VI. ARBITRAGE EN WIJZIGING

Artikel 41. Arbitrage: procedure (zie artikel 56 van het Statuut)

507 1. De partij die een beroep doet op arbitrage, initieert de arbitrageprocedure door middel van verzending aan de andere partij bij het geschil van de kennisgeving van de voorlegging van het geschil voor arbitrage.

508 2. De partijen besluiten in onderling overleg of de arbitrage moet worden toevertrouwd aan individuele personen, administraties of regeringen. Indien, binnen een maand na de kennisgeving van voorlegging van het geschil voor arbitrage, de partijen hieromtrent geen overeenstemming hebben bereikt, wordt de arbitrage toevertrouwd aan regeringen.

509 3. Indien de arbitrage wordt toevertrouwd aan individuele personen, mogen de arbiters noch ingezetenen zijn van een Staat die partij is bij het geschil, noch hun woonplaats hebben in de Staten die partij zijn bij het geschil, noch bij hen in dienst zijn.

510 PP-98 4. Indien de arbitrage wordt toevertrouwd aan regeringen of aan administraties daarvan, moeten deze worden gekozen uit de Lidstaten die niet bij het geschil betrokken zijn, maar die partij zijn bij de overeenkomst waarvan de toepassing aanleiding tot het geschil heeft gegeven.

511 5. Binnen drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving van de voorlegging van het geschil ter arbitrage, benoemt elk van beide partijen bij het geschil een arbiter.

512 6. Indien meer dan twee partijen bij het geschil betrokken zijn, wordt door elk van beide groepen van partijen met gemeenschappelijke belangen in het geschil een arbiter benoemd in overeenstemming met de in de nummers 510 en 511 genoemde procedure.

513 7. De twee aldus benoemde arbiters kiezen een derde arbiter die, indien de eerste twee arbiters individuele personen zijn en niet regeringen of administraties, moet voldoen aan de in nummer 509 bedoelde voorwaarden en daarnaast niet dezelfde nationaliteit mag hebben als de twee andere arbiters. Bij gebreke van overeenstemming tussen de twee arbiters ten aanzien van de keuze van een derde arbiter, draagt elk van deze twee arbiters een derde arbiter voor die op geen enkele wijze bij het geschil betrokken is. De Secretaris-Generaal gaat vervolgens over tot loting om de derde arbiter aan te wijzen.

514 8. De partijen bij het geschil kunnen overeenkomen dat hun geschil wordt geregeld door een enkele in onderlinge overeenstemming benoemde arbiter; ook kunnen zij beide een arbiter benoemen en de Secretaris-Generaal verzoeken tot loting over te gaan om te bepalen welke van de aldus voorgedragen personen als enkele arbiter optreedt.

515 9. Het staat de arbiter of arbiters vrij een keuze te maken met betrekking tot de plaats van de arbitrage en de hierbij toe te passen procedureregels.

516 10. De beslissing van de enkele arbiter is definitief en bindend voor de partijen bij het geschil. Indien de arbitrage wordt toevertrouwd aan meer dan een arbiter, is het besluit dat met de meerderheid van de stemmen van de arbiters is genomen, definitief en bindend voor de partijen.

517 11. Elke partij draagt de kosten die zij heeft gemaakt ten behoeve van de arbitrage. De arbitragekosten die niet door de partijen zelf worden gedragen, worden gelijkelijk door de partijen bij het geschil gedeeld.

518 12. De Unie verstrekt alle informatie met betrekking tot het geschil die de arbiter of arbiters nodig zouden kunnen hebben. Indien de partijen bij het geschil dit overeenkomen, wordt de beslissing van de arbiter of arbiters aan de Secretaris-Generaal medegedeeld voor toekomstig gebruik.

Artikel 42. Bepalingen voor de wijziging van dit Verdrag

519 PP-98 1. Elke Lidstaat kan wijzigingen van dit Verdrag voorstellen. Teneinde de tijdige verzending aan en bestudering door alle Lidstaten van een voorstel te waarborgen, moet dit door de Secretaris-Generaal uiterlijk acht maanden voor de vastgestelde openingsdatum van de Plenipotentiaire Conferentie zijn ontvangen. De Secretaris-Generaal zendt alle voorstellen zo snel mogelijk, doch uiterlijk zes maanden voor laatstgenoemde datum, door aan alle Lidstaten.

520 PP-98 2. Elke voorgestelde aanpassing van een in overeenstemming met nummer 519 ingediende wijziging kan evenwel te allen tijde door een Lidstaat of door zijn delegatie aan de Plenipotentiaire Conferentie worden voorgelegd.

521 3. Het tijdens een plenaire vergadering van de Plenipotentiaire Conferentie vereiste quorum voor de behandeling van een voorstel tot wijziging van dit Verdrag of de aanpassing van een dergelijk voorstel, bestaat uit meer dan de helft van de bij de Plenipotentiaire Conferentie geaccrediteerde delegaties.

522 4. Om te worden aangenomen, moet een voorstel tot aanpassing van een voorgestelde wijziging alsmede het voorstel in zijn geheel, al dan niet aangepast, tijdens een plenaire vergadering worden goedgekeurd door meer dan de helft van de bij de Plenipotentiaire Conferentie geaccrediteerde delegaties die stemrecht hebben.

523 PP-98 5. Tenzij in de voorgaande leden van dit artikel, die doorslaggevend zijn, anders is vermeld, zijn de Algemene Regels voor conferenties, assemblees en vergaderingen van de Unie van toepassing.

524 PP-98 6. De door een Plenipotentiaire Conferentie aangenomen wijzigingen van dit Verdrag worden, in hun geheel en in de vorm van een enkele akte van wijziging, op een door de conferentie vastgestelde datum van kracht tussen de Lidstaten die voor die datum hun akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van, of toetreding tot zowel dit Verdrag als de akte van wijziging hebben nedergelegd. De bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van, of toetreding tot slechts een gedeelte van deze akte van wijziging is uitgesloten.

525 7. Onverminderd nummer 524 kan de Plenipotentiaire Conferentie beslissen dat een wijziging van dit Verdrag noodzakelijk is voor de juiste uitvoering van een wijziging van het Statuut. In dat geval wordt de wijziging van dit Verdrag niet van kracht vóór het van kracht worden van de wijziging van het Statuut.

526 PP-98 8. De Secretaris-Generaal stelt alle Lidstaten in kennis van de nederlegging van elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

527 9. Na het van kracht worden van een akte van wijziging is de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding in overeenstemming met de artikelen 52 en 53 van het Statuut, van toepassing op dit Verdrag zoals gewijzigd.

528 10. Na het van kracht worden van een akte van wijziging registreert de Secretaris-Generaal deze bij het Secretariaat van de Verenigde Naties, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties. Nummer 241 van het Statuut is eveneens op de akten van wijziging van toepassing.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)