Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oezbekistan tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en het voorkomen van het ontgaan en ontwijken van belasting

Type Verdrag
Publication 2017-12-31
State In force
Source BWB
artikelen 35
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

V. Ad artikel 7

Met betrekking tot artikel 7, eerste en tweede lid, geldt dat, indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat goederen of koopwaar verkoopt of een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, de voordelen van die vaste inrichting niet worden bepaald op basis van het totale door de onderneming ontvangen bedrag, doch slechts op basis van dat deel van de inkomsten van de onderneming dat aan de werkelijke werkzaamheden van de vaste inrichting voor die verkopen of die bedrijfsuitoefening is toe te rekenen. Met name bij overeenkomsten betreffende het toezicht op, de levering, installatie of constructie van nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of gebouwen alsmede bij openbare werken, worden, indien de onderneming een vaste inrichting heeft, de voordelen van die vaste inrichting niet bepaald op basis van het totale door de onderneming ontvangen bedrag, doch slechts op basis van dat deel van de overeenkomst dat werkelijk wordt uitgevoerd door de vaste inrichting in de Verdragsluitende Staat waar de vaste inrichting is gevestigd. De voordelen die betrekking hebben op dat deel van de overeenkomst dat wordt uitgevoerd door het hoofdkantoor van de onderneming, zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de onderneming inwoner is.

VI. Ad artikelen 7 en 14

Vergoedingen voor technische diensten, waaronder begrepen studies of onderzoeken van wetenschappelijke, geologische of technische aard,of voor diensten van raadgevende of toezichthoudende aard, worden aangemerkt als vergoedingen waarop de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing zijn.

VII. Ad artikel 10

Niettegenstaande de bepalingen van artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van het Verdrag, zal zolang ingevolge de bepalingen van de Nederlandse Wet op de vennootschapsbelasting en de toekomstige wijzigingen daarvan, van een lichaam dat inwoner is van Nederland geen Nederlandse vennootschapsbelasting wordt geheven ter zake van dividenden die dat lichaam ontvangt van een lichaam dat inwoner is van Oezbekistan, het percentage voorzien in dat onderdeel worden verminderd tot nul percent.

VIII. Ad artikelen 10, 11 en 12

Indien aan de bron een belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van artikel 10, 11 of 12 mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van drie jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

IX. Ad artikelen 10 en 13

Het is wel te verstaan dat inkomsten die worden ontvangen in verband met de (gedeeltelijke) liquidatie van een lichaam of een inkoop van eigen aandelen door een lichaam worden behandeld als inkomsten uit aandelen en niet als vermogenswinsten.

X. Ad artikelen 11 en 12

1.

Niettegenstaande de bepalingen van artikel 11, tweede lid en artikel 12, tweede lid, van het Verdrag, zal indien en zolang Nederland ingevolge zijn nationale wetgeving geen bronbelasting heft op interest of royalty's die zijn betaald aan een inwoner van Oezbekistan, het percentage voorzien in artikel 11, tweede lid en artikel 12, tweede lid, van het Verdrag, naar gelang van het geval, worden verminderd tot nul percent.

2.

Vervallen.

XI. Ad artikel 16

Het is wel te verstaan dat „bestuurder of commissaris” van een Nederlands lichaam betrekking heeft op personen die als zodanig zijn benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders of door enig ander bevoegd orgaan van dat lichaam, en die zijn belast met de algemene leiding van het lichaam, onderscheidenlijk met het toezicht daarop.

XII. Ad artikel 18

Niettegenstaande de bepalingen van artikel 18, eerste lid, van het Verdrag, mag Nederland met betrekking tot de daarin bedoelde uitkeringen zijn nationale wetgeving toepassen, totdat de bevoegde autoriteit van Oezbekistan de bevoegde autoriteit van Nederland bericht dat Oezbekistan, ingevolge de Oezbeekse wetgeving, deze uitkeringen kan belasten.

XIII. Ad artikel 24

Het is wel te verstaan dat voor de berekening van de vermindering vermeld in artikel 24, derde lid, de waarde van de in artikel 23, eerste lid, bedoelde vermogensbestanddelen wordt verminderd met de waarde van de schulden verzekerd door hypotheek op dat vermogen en dat de waarde van de in artikel 23, tweede lid, bedoelde vermogensbestanddelen wordt verminderd met de waarde van de tot de vaste inrichting of het vaste middelpunt behorende schulden.

XIV. Ad artikelen 1 en 24A

1.

De voordelen van dit Verdrag zijn niet van toepassing op Nederlandse vrijgestelde beleggingsinstellingen.

2.

Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid, besluiten de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten in onderling overleg in welke mate een inwoner van een van de Verdragsluitende Staten die onder een bijzondere regeling valt geen aanspraak kan maken op de voordelen van dit Verdrag.

IN WITNESS whereof the undersigned, duly authorized thereto, have signed this Convention.

DONE at The Hague this 18th day of October 2001, in duplicate, in the Netherlands, Uzbek and English languages, the three texts being equally authentic. In case there is any divergence of interpretation between the Netherlands and Uzbek texts, the English text shall prevail.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) W. BOS

For the Government of the Republic of Uzbekistan

(sd.) A. SHAYHOV

Artikel 24A. Recht Op Voordelen

1.

Niettegenstaande de overige bepalingen van dit Verdrag, wordt een voordeel uit hoofde van dit Verdrag niet toegekend met betrekking tot een bestanddeel van het inkomen of het vermogen indien, alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, redelijkerwijs kan worden geconcludeerd dat het verkrijgen van dit voordeel een van de voornaamste redenen was voor een constructie of transactie die direct of indirect tot dat voordeel heeft geleid, tenzij wordt vastgesteld dat toekenning van dit voordeel onder deze omstandigheden in overeenstemming zou zijn met het voorwerp en doel van de relevante bepalingen van dit Verdrag.

2.

Indien een persoon een voordeel uit hoofde van dit Verdrag wordt geweigerd ingevolge het eerste lid, dient de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Staat die het voordeel anderszins zou hebben toegekend deze persoon desalniettemin te behandelen alsof deze recht heeft op dit voordeel of op andere voordelen ter zake van een specifiek bestanddeel van het inkomen of het vermogen, indien deze bevoegde autoriteit, op verzoek van deze persoon en na bestudering van de relevante feiten en omstandigheden, vaststelt dat deze voordelen zouden zijn verleend bij het ontbreken van de transactie of constructie bedoeld in het eerste lid.

3.

De bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat raadpleegt de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat alvorens een voordeel uit hoofde van het eerste of tweede lid te weigeren.

HOOFDSTUK VI. BIJZONDERE BEPALINGEN

HOOFDSTUK VII. SLOTBEPALINGEN

Ter zake van het Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en het voorkomen van het ontgaan en ontwijken van belasting, gesloten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oezbekistan, zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van het Verdrag vormen.

XV. Ad artikel 25

Het is wel te verstaan dat de bepalingen van artikel 25 uitsluitend van kracht zijn indien de status van het Aralmeer als een „zee” krachtens het internationale recht internationaal erkend is.

XVI. Ad artikelen 28 en 29

Voor de toepassing van de bepalingen van de artikelen 28 en 29, worden de uit hoofde van de Nederlandse inkomensgerelateerde voorschriften geheven bijdragen en toegekende voordelen aangemerkt als belastingen.

IN WITNESS whereof the undersigned, duly authorized thereto, have signed this Convention.

DONE at The Hague this 18th day of October 2001, in duplicate, in the Netherlands, Uzbek and English languages, the three texts being equally authentic. In case there is any divergence of interpretation between the Netherlands and Uzbek texts, the English text shall prevail.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) W. BOS

For the Government of the Republic of Uzbekistan

(sd.) A. SHAYHOV

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)