Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds
- ii. die producten van oorsprong zijn uit Ceuta en Melilla of uit de Gemeenschap, en be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer omvatten dan de in artikel 7 bedoelde be- of verwerkingen.
Ceuta en Melilla worden als één enkel grondgebied beschouwd.
De exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger vermeldt „Kroatië” en „Ceuta en Melilla” in vak 2 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of op de factuurverklaring. Voor producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla wordt dit bovendien vermeld in vak 4 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of op de factuurverklaring.
De Spaanse douaneautoriteiten zijn belast met de toepassing van dit protocol in Ceuta en Melilla.
TITEL VIII. SLOTBEPALINGEN
Artikel 39. Wijzigingen van het protocol
De Stabilisatie- en Associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:
- a. „douanewetgeving": de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;
- b. „verzoekende autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;
- c. „aangezochte autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;
- d. „persoonsgegevens": alle informatie betreffende een natuurlijke persoon wiens identiteit bekend is of kan worden vastgesteld;
- e. „met de douanewetgeving strijdige handeling": elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.
Artikel 2. Toepassingsgebied
De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar bijstand, op de onder hun bevoegdheid vallende gebieden, en op de wijze en op de voorwaarden als bij dit protocol vastgesteld, om ervoor te zorgen dat de douanewetgeving correct wordt toegepast, in het bijzonder bij de preventie, de opsporing en het onderzoek van handelingen in strijd met deze wetgeving.
De bijstand in douanezaken waarin dit protocol voorziet, geldt voor elke administratieve autoriteit van de overeenkomstsluitende partijen die bevoegd is voor de toepassing van dit protocol. Deze bijstand doet geen afbreuk aan de regels betreffende de wederzijdse bijstand in strafzaken en geldt niet voor informatie die is verkregen krachtens bevoegdheden die op verzoek van de rechterlijke autoriteiten worden uitgeoefend, tenzij deze autoriteiten hiermee instemmen.
Bijstand bij de invordering van rechten, heffingen en boetes valt niet onder dit protocol.
Artikel 3. Bijstand op verzoek
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verschaft de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft om erop toe te zien dat de douanewetgeving correct wordt toegepast, met inbegrip van informatie betreffende voorgenomen of vastgestelde handelingen die met deze wetgeving in strijd zijn of zouden kunnen zijn.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede:
- a. of goederen die uit het gebied van een overeenkomstsluitende partij zijn uitgevoerd op regelmatige wijze in de andere overeenkomstsluitende partij zijn ingevoerd, onder vermelding, in voorkomend geval, van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst.
- b. of goederen die in het gebied van een overeenkomstsluitende partij zijn ingevoerd op regelmatige wijze uit de andere overeenkomstsluitende partij zijn uitgevoerd, onder vermelding, in voorkomend geval, van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar wet- en regelgeving, de nodige maatregelen met het oog op bijzonder toezicht op:
- a. natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn;
- b. plaatsen waar goederen op zodanige wijze worden opgeslagen dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bedoeld zijn om bij handelingen in strijd met de douanewetgeving te worden gebruikt;
- c. goederen die op zodanige wijze worden of kunnen worden vervoerd dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bestemd zijn om in strijd met de douanewetgeving te worden gebruikt;
- d. vervoermiddelen die op zodanige wijze worden of zouden kunnen worden gebruikt dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bestemd zijn om in strijd met de douanewetgeving te worden gebruikt.
Artikel 4. Ongevraagde bijstand
De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar ongevraagd bijstand overeenkomstig hun wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten indien zij dit noodzakelijk achten voor de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over:
- –. handelingen die met deze wetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere overeenkomstsluitende partij;
- –. nieuwe middelen of methoden die bij overtredingen van de douanewetgeving worden gebruikt;
- –. goederen die het voorwerp vormen van handelingen in strijd met de douanewetgeving;
- –. natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn;
- –. middelen van vervoer waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij gebruikt zijn of kunnen worden om handelingen te verrichten die met de douanewetgeving in strijd zijn.
Artikel 5. Afgifte van documenten en kennisgeving van besluiten
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit overeenkomstig haar wet- en regelgeving alle maatregelen die nodig zijn voor:
- –. de afgifte van documenten
- –. de kennisgeving van besluiten
die van de verzoekende autoriteit uitgaan en verband houden met de toepassing van dit protocol, aan een geadresseerde die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijft of gevestigd is.
Verzoeken om verstrekking van documenten of kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.
Artikel 6. Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand
Verzoeken op grond van dit protocol worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de bescheiden die voor de behandeling ervan noodzakelijk zijn. In spoedeisende gevallen kunnen mondelinge verzoeken worden aanvaard, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.
Overeenkomstig lid 1 ingediende verzoeken moeten de volgende gegevens bevatten:
- a. de naam van de verzoekende autoriteit;
- b. de gevraagde maatregel;
- c. het voorwerp en de reden van het verzoek;
- d. de toepasselijke wet- en regelgeving en andere rechtselementen;
- e. zo nauwkeurige en volledig mogelijke gegevens betreffende de natuurlijke personen of rechtspersonen op wie het onderzoek betrekking heeft;
- f. een overzicht van de relevante feiten en van het onderzoek dat reeds is uitgevoerd.
De verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal. Deze eis is niet van toepassing op documenten die bij het in lid 1 bedoelde verzoek zijn gevoegd.
Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling worden verzocht. Er kunnen echter reeds voorzorgsmaatregelen worden genomen.
Artikel 7. Behandeling van verzoeken
Om aan een verzoek om bijstand te voldoen, handelt de aangezochte autoriteit, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en met de middelen waarover zij beschikt, alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde overeenkomstsluitende partij handelt, door reeds beschikbare informatie te verstrekken en het nodige onderzoek te verrichten of te laten verrichten. Deze bepaling is tevens van toepassing op instanties aan welke de aangezochte autoriteit het verzoek doorzendt, indien deze autoriteit niet zelfstandig kan handelen.
Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wetten, regels, bepalingen en andere rechtsinstrumenten van de aangezochte overeenkomstsluitende partij.
Daartoe gemachtigde ambtenaren van een overeenkomstsluitende partij kunnen met instemming van de andere overeenkomstsluitende partij en op de door deze gestelde voorwaarden, in de kantoren van de aangezochte autoriteit of van een andere betrokken instantie als bedoeld in lid 1, gegevens verzamelen over handelingen die met de douanewetgeving in strijd zijn of kunnen zijn en die de verzoekende autoriteit voor de toepassing van dit protocol nodig heeft.
Ambtenaren van een overeenkomstsluitende partij kunnen, met instemming van de andere overeenkomstsluitende partij en op de door deze gestelde voorwaarden, aanwezig zijn bij onderzoek dat op het grondgebied van laatstgenoemde wordt verricht.
Artikel 8. Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt
De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek aan de verzoekende autoriteit mede in de vorm van documenten, gewaarmerkte kopieën van documenten, rapporten en dergelijke.
Deze informatie kan met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking worden verstrekt.
De originelen van dossiers en documenten worden uitsluitend op verzoek toegezonden wanneer gewaarmerkte afschriften ontoereikend zijn. Deze originelen worden ten spoedigste geretourneerd.
Artikel 9. Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend
Bijstand kan worden geweigerd of van voorwaarden of eisen afhankelijk worden gesteld wanneer een partij van oordeel is dat bijstand op grond van dit protocol:
- a. de soevereiniteit van Kroatië of van de lidstaat die om bijstand is verzocht, zou kunnen aantasten; of
- b. de openbare orde, de veiligheid of andere wezenlijke belangen in gevaar zou kunnen brengen, in het bijzonder in de in artikel 10, lid 2, bedoelde gevallen; of
- c. tot schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim zou leiden.
De aangezochte autoriteit kan de bijstand uitstellen indien deze een lopend onderzoek, een lopende strafvervolging of procedure zou verstoren. In dat geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om na te gaan of de bijstand kan worden verleend op door de aangezochte autoriteit te stellen voorwaarden.
Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek. De aangezochte autoriteit is vrij te bepalen hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.
Indien bijstand wordt geweigerd, dient het besluit daartoe en de redenen daarvoor terstond aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld.
Artikel 10. Uitwisseling van informatie en geheimhouding
Alle informatie die ter uitvoering van dit protocol in welke vorm dan ook wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter. Zij valt onder de geheimhoudingsplicht en geniet de bescherming van de wetgeving ter zake van de overeenkomstsluitende partij die ze heeft ontvangen en van de desbetreffende bepalingen die op de instellingen van de Gemeenschap van toepassing zijn.
Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden doorgegeven indien de overeenkomstsluitende partij die deze ontvangt zich ertoe verbindt deze op een wijze te beschermen die ten minste gelijkwaardig is aan de wijze waarop de overeenkomstsluitende partij die deze gegevens verstrekt deze beschermt. Te dien einde stellen de overeenkomstsluitende partijen elkaar in kennis van hun terzake geldende voorschriften, met inbegrip van, in voorkomend geval, de rechtsvoorschriften van de lidstaten van de Gemeenschap.
Het gebruik van op grond van dit protocol verkregen informatie in gerechtelijke en administratieve procedures in verband met overtredingen van de douanewetgeving wordt geacht voor de doeleinden van dit protocol te geschieden. De overeenkomstsluitende partijen kunnen derhalve in hun bewijsvoeringen, verslagen en getuigenissen en bij procedures die bij rechtbanken aanhangig worden gemaakt, gebruik maken van krachtens dit protocol verkregen informatie en geraadpleegde documenten. De bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt of inzage heeft gegeven in deze documenten, wordt van dergelijk gebruik in kennis gesteld.
De verkregen informatie wordt uitsluitend voor de toepassing van dit protocol gebruikt. Indien een van de overeenkomstsluitende partijen dergelijke informatie voor andere doeleinden wenst te gebruiken, dient zij vooraf om de schriftelijke toestemming te verzoeken van de autoriteit die de informatie heeft verstrekt. Dergelijke informatie mag uitsluitend op de door deze autoriteit vastgestelde voorwaarden worden gebruikt.
Artikel 11. Deskundigen en getuigen
Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is, en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of gewaarmerkte kopieën over te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.
Artikel 12. Kosten van de bijstand
De overeenkomstsluitende partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.
Artikel 13. Tenuitvoerlegging
Met de tenuitvoerlegging van dit protocol zijn enerzijds de douaneautoriteiten van Kroatië en anderzijds de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de lidstaten belast. Zij stellen alle praktische maatregelen en regelingen voor de toepassing van dit protocol vast, daarbij de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming in aanmerking nemend. Zij kunnen de bevoegde autoriteiten aanbevelingen doen over wijzigingen die naar hun oordeel in dit protocol moeten worden aangebracht.
De overeenkomstsluitende partijen raadplegen elkaar en stellen elkaar in kennis van alle uitvoeringsbepalingen die op grond van dit protocol worden vastgesteld.
Artikel 14. Andere overeenkomsten
Rekening houdend met de respectieve bevoegdheden van de Europese Gemeenschap en van haar lidstaten, geldt voor de bepalingen van dit protocol het volgende:
- –. zij hebben geen gevolgen voor de verplichtingen van de overeenkomstsluitende partijen op grond van andere internationale overeenkomsten of verdragen;
- –. zij worden geacht een aanvulling te vormen op overeenkomsten betreffende wederzijdse bijstand die zijn gesloten of kunnen worden gesloten tussen afzonderlijke lidstaten en Kroatië;
- –. zij hebben geen gevolgen voor de communautaire bepalingen betreffende de uitwisseling tussen de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de douaneautoriteiten van de lidstaten van gegevens die op grond van dit protocol zijn verkregen en die van belang kunnen zijn voor de Gemeenschap.
Onverminderd het bepaalde in lid 1 hebben de bepalingen van dit protocol voorrang op de bepalingen van bilaterale overeenkomsten betreffende wederzijdse bijstand die tussen afzonderlijke lidstaten en Kroatië zijn of kunnen worden gesloten, indien de bepalingen van laatstgenoemde overeenkomsten met die van dit protocol strijdig zijn.
Ten aanzien van vraagstukken in verband met de toepassing van dit protocol plegen de overeenkomstsluitende partijen onderling overleg om deze op te lossen in het kader van het bij artikel 114 van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst ingestelde Stabilisatie- en Associatiecomité.
Artikel 1. Doel
Het doel van dit protocol is de samenwerking tussen de partijen inzake het vervoer over land, in het bijzonder het transitoverkeer, te bevorderen en in dat verband toe te zien op gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer door en via de grondgebieden van de partijen, door middel van de volledige en coherente toepassing van alle bepalingen van dit protocol.
Artikel 2. Toepassingsgebied
De samenwerking heeft betrekking op het vervoer over land, met name het wegvervoer, het spoorvervoer en het gecombineerde vervoer, alsmede de desbetreffende infrastructuur.
In dit verband omvat het toepassingsgebied van dit protocol in het bijzonder:
- –. de vervoersinfrastructuur op het grondgebied van elk der beide partijen, voor zover dit noodzakelijk is om de doelstellingen van het protocol te verwezenlijken;
- –. de toegang, op basis van wederkerigheid, tot de markt voor het wegvervoer;
- –. wezenlijke juridische en administratieve ondersteunende maatregelen, waaronder maatregelen van commerciële, fiscale, sociale en technische aard;
- –. samenwerking bij het ontwikkelen van een vervoerssysteem dat aan milieueisen voldoet;
- –. regelmatige uitwisseling van informatie over de ontwikkeling van het vervoersbeleid van de partijen, met bijzondere aandacht voor de vervoersinfrastructuur.
Op het vervoer over de binnenwateren zijn de bijzondere bepalingen van de verklaring in bijlage II van toepassing.
Artikel 3. Definities
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:
- a. „communautair transitoverkeer": de doorvoer van goederen over het grondgebied van Kroatië door een in de Gemeenschap gevestigde transporteur vanuit of naar een lidstaat van de Gemeenschap;
- b. „Kroatisch transitoverkeer": de doorvoer van goederen over het grondgebied van de Gemeenschap door een in Kroatië gevestigde transporteur, van Kroatië naar een derde land of van een derde land naar Kroatië;
- c. „gecombineerd vervoer": het goederenvervoer waarbij de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet en meer gebruik maken van de weg voor het eerste of het laatste gedeelte in het traject, en voor het andere gedeelte van het spoor of de binnenwateren, of van een zeetraject wanneer dat traject meer bedraagt dan 100 km hemelsbreed gemeten, en het begin- of het eindvervoer over de weg verrichten:
- –. hetzij tussen de laadplaats van de goederen en het dichtstbij gelegen geschikte station van inlading, voor wat het beginvervoer betreft, en tussen het dichtstbij gelegen geschikte station van uitlading en de losplaats van de goederen, voor wat het eindvervoer betreft;
- –. hetzij binnen een afstand van ten hoogste 150 km hemelsbreed gemeten, vanaf de rivier- of zeehaven van in- of van uitlading.
Infrastructuur
Artikel 4. Algemeen
De partijen komen overeen maatregelen voor de ontwikkeling van de vervoersinfrastructuur te nemen en op elkaar af te stemmen, als een wezenlijk middel om de problemen op te lossen die zich voordoen in het goederenvervoer door Kroatië, met name op de pan-Europese corridors V, VII en X en het Adriatisch/Ionisch pan-Europees vervoersgebied met aansluiting op corridor VIII.
Artikel 5. Planning
De ontwikkeling van een multimodaal regionaal vervoersnetwerk op het grondgebied van Kroatië dat aan de behoeften van Kroatië en van Zuidoost-Europa voldoet en de belangrijkste weg- en spoorwegverbindingen, binnenwateren, binnenhavens, havens, luchthavens en andere relevante knooppunten van het netwerk omvat, is voor de Gemeenschap en voor Kroatië van bijzonder belang. Dit netwerk moet worden gekoppeld aan de regionale, trans-Europese of pan-Europese netwerken van de buurlanden, en verenigbaar zijn met het Trans-Europese vervoersnetwerk van de Gemeenschap. De projecten en prioriteiten in dit verband zullen worden beoordeeld aan de hand van de methoden van de beoordeling van de behoeften inzake de vervoersinfrastructuur (TINA), met inachtneming van de TINA-resultaten van de buurlanden. Deze beoordeling moet ertoe leiden dat de vervoersprioriteiten kunnen worden vastgesteld bij de toewijzing van de eigen middelen van Kroatië en eventuele financiering door de Gemeenschap van projecten in dit netwerk.
Artikel 6. Financiële aspecten
De Gemeenschap draagt, in het kader van artikel 107 van de overeenkomst, financieel bij tot de uitvoering van de noodzakelijke in artikel 5 bedoelde infrastructuurwerken. Zij zal deze bijdrage verstrekken in de vorm van kredieten van de Europese Investeringsbank, en op elke andere wijze waarop zij nog meer middelen kan vrijmaken.
Om de werkzaamheden te bespoedigen zal de Commissie in de mate van het mogelijke trachten het gebruik van andere aanvullende middelen te bevorderen, zoals investeringen door lidstaten van de Gemeenschap op bilaterale basis of met behulp van openbare of particuliere gelden.
Vervoer per spoor en gecombineerd vervoer
Artikel 7. Algemeen
De partijen nemen de nodige maatregelen voor de ontwikkeling en de bevordering van het vervoer per spoor en van het gecombineerde vervoer en stemmen deze op elkaar af, met het doel een groot deel van het bilaterale verkeer met en het transitoverkeer door Kroatië in de toekomst op milieuvriendelijker wijze te doen plaatsvinden.
Artikel 8. Bijzondere aspecten met betrekking tot de infrastructuur
In het kader van de modernisering van de Kroatische spoorwegen zal het nodige worden gedaan om deze aan het gecombineerde vervoer aan te passen, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling of aanleg van terminals, de afmetingen van de tunnels en de capaciteit, waarvoor aanzienlijke investeringen vereist zijn.
Artikel 9. Begeleidende maatregelen
De partijen nemen alle nodige maatregelen ter bevordering van het gecombineerde vervoer.
Deze maatregelen hebben ten doel:
- –. gebruikers en expediteurs aan te moedigen van het gecombineerde vervoer gebruik te maken;
- –. het gecombineerde vervoer concurrerend te maken ten opzichte van het wegvervoer, met name door middel van financiële steun van de Gemeenschap of Kroatië in het kader van hun respectieve wetgevingen;
- –. het gebruik van het gecombineerde vervoer over lange afstanden te bevorderen en met name het gebruik van wissellaadbakken, containers en vervoer zonder begeleiding in het algemeen te bevorderen;
- –. de snelheid en betrouwbaarheid van het gecombineerde vervoer te verbeteren, in het bijzonder door:
- –. de frequentie van konvooien te verhogen en aan de behoeften van de expediteurs en gebruikers aan te passen;
- –. de wachttijden bij terminals te bekorten en de productiviteit ervan op te voeren;
- –. het gecombineerde vervoer toegankelijker te maken door belemmeringen op toegangswegen op gepaste wijze weg te nemen;
- –. de gewichten, maten en technische kenmerken van het gespecialiseerde materiaal indien nodig te harmoniseren, en met name te zorgen voor de nodige compatibiliteit van de afmetingen, en overleg te plegen bij de bestelling en het in bedrijf nemen van het als gevolg van de ontwikkeling van het verkeer vereiste materieel;
- –. en in het algemeen alle andere passende maatregelen te nemen.
Artikel 10. Rol van de spoorwegen
In het licht van de verdeling van de bevoegdheden tussen de staat en de spoorwegen doen de partijen hun spoorwegmaatschappijen de aanbeveling om zowel voor het personen- als het goederenvervoer:
- –. de bilaterale en multilaterale samenwerking en de samenwerking in het kader van internationale spoorwegorganisaties op alle gebieden te versterken, in het bijzonder ten aanzien van de verbetering van de kwaliteit en de veiligheid van de vervoersdiensten;
- –. gezamenlijk te streven naar een organisatie van de spoorwegen die expediteurs ertoe aanmoedigt hun goederen per spoor in plaats van over de weg te vervoeren, met name voor transitodoeleinden, op basis van eerlijke concurrentie en met behoud van de vrije keuze van de gebruiker;
- –. de deelname van Kroatië aan het Trans-Europese netwerk voor vrachtvervoer voor te bereiden, zoals dit is gedefinieerd in het acquis van de Gemeenschap inzake de ontwikkeling van de spoorwegen.
Vervoer over de weg
Artikel 11. Algemene bepalingen
Wat de toegang tot elkaars vervoersmarkt betreft, komen de partijen overeen in het beginstadium en onverminderd lid 2 de regeling te handhaven die voortvloeit uit bilaterale overeenkomsten of andere internationale bilaterale verdragen die tussen de lidstaten van de Gemeenschap en Kroatië zijn gesloten of, bij het ontbreken van dergelijke overeenkomsten of verdragen, uit de feitelijke situatie in 1991.
In afwachting van de sluiting van een overeenkomst tussen de Gemeenschap en Kroatië over de toegang tot de markt van het wegvervoer, zoals in artikel 12 bepaald, en over wegenbelasting, zoals in artikel 13, lid 2, bepaald, werkt Kroatië samen met de lidstaten van de Gemeenschap om deze bilaterale overeenkomsten aan te passen aan dit protocol.
De partijen komen overeen met ingang van de datum waarop de overeenkomst in werking treedt, het communautaire transitoverkeer onbeperkt toegang te verlenen tot Kroatië en het Kroatische transitoverkeer onbeperkt toegang te verlenen tot de Gemeenschap.
In afwijking van het bepaalde in lid 2 gelden voor het Kroatische transitoverkeer door Oostenrijk de volgende bepalingen:
- a. een regeling voor het Kroatische transitoverkeer die overeenstemt met die welke wordt toegepast op grond van de bilaterale overeenkomst tussen Oostenrijk en Kroatië, wordt gehandhaafd tot en met 31 december 2002. Uiterlijk op 30 juni 2002 evalueren de partijen het functioneren van de regeling die tussen Oostenrijk en Kroatië wordt toegepast, in het licht van het beginsel van non-discriminatie dat ten aanzien van het transitoverkeer door Oostenrijk dient te gelden voor vrachtwagens uit de Europese Gemeenschap en vrachtwagens uit Kroatië. Passende maatregelen zullen worden genomen om waar nodig discriminatie tegen te gaan;
- b. van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 geldt een ecopuntensysteem, vergelijkbaar met het systeem dat is ingesteld bij artikel 11 van Protocol nr. 9 bij de Akte van Toetreding van de Republiek Oostenrijk tot de Europese Unie. De wijze van berekening en de gedetailleerde voorschriften en procedures voor beheer en controle van de ecopunten worden te zijner tijd vastgesteld bij een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de partijen, en komen overeen met de bepalingen van de artikelen 11 en 14 van genoemd Protocol nr. 9.
Indien als gevolg van de krachtens lid 2 verleende rechten het communautaire transitoverkeer over de weg in zodanige mate toeneemt dat aan de wegeninfrastructuur en/of de doorstroming van het verkeer op de in artikel 5 bedoelde verbindingen daardoor ernstige schade wordt toegebracht of dreigt te worden toegebracht, en zich onder deze zelfde omstandigheden problemen voordoen op het grondgebied van de Gemeenschap in de nabijheid van de grenzen met Kroatië, wordt de kwestie voorgelegd aan de Stabilisatie- en Associatieraad overeenkomstig artikel 113 van de overeenkomst. De partijen kunnen voorstellen doen voor uitzonderlijke tijdelijke, niet-discriminerende maatregelen die noodzakelijk zijn om deze schade te verminderen of te beperken.
Indien de Europese Gemeenschap voorschriften vaststelt om de verontreiniging door in de Europese Unie geregistreerde vrachtwagens te verminderen, zijn gelijkwaardige voorschriften van toepassing op in Kroatië geregistreerde vrachtwagens die op het grondgebied van de Gemeenschap aan het verkeer wensen deel te nemen. De Stabilisatie- en Associatieraad beslist over de noodzakelijke modaliteiten.
De partijen onthouden zich van alle eenzijdige maatregelen of handelwijzen die tot discriminatie tussen vervoerders of voertuigen van de Gemeenschap en van Kroatië zouden kunnen leiden. Iedere partij neemt alle dienstige maatregelen om het wegvervoer naar of in transito over het grondgebied van de andere partij te vergemakkelijken.
Artikel 12. Toegang tot de markt
De partijen verbinden zich bij voorrang ertoe samen te werken om, afhankelijk van hun interne voorschriften, te zoeken naar:
- –. regelingen ter bevordering van een vervoersstelsel dat beantwoordt aan de behoeften van beide partijen en dat enerzijds verenigbaar is met de voltooiing van de interne markt van de Gemeenschap en het gemeenschappelijke vervoersbeleid, en anderzijds met de economische politiek en het vervoersbeleid van Kroatië;
- –. een definitieve regeling voor de toegang tot elkaars markt voor vervoer over de weg op basis van wederkerigheid.
Artikel 13. Belastingen, tol en andere heffingen
De partijen erkennen dat belastingen, tol en andere heffingen ten laste van de wegvoertuigen van beide partijen vrij moeten zijn van discriminatie.
De partijen openen zo snel mogelijk onderhandelingen over een overeenkomst inzake wegenbelasting, op basis van de regels die de Gemeenschap op dit gebied heeft vastgesteld. Deze overeenkomst is met name gericht op vrije doorstroming van het grensoverschrijdende verkeer, geleidelijke opheffing van de verschillen tussen de wegenbelastingstelsels van de partijen en het voorkomen van concurrentievervalsing ten gevolge van deze verschillen.
In afwachting van de resultaten van de in lid 2 bedoelde onderhandelingen nemen de partijen de discriminatie weg tussen vrachtvervoerders uit de Gemeenschap en uit Kroatië bij de toepassing van belastingen en heffingen op het verkeer en/of het bezit van vrachtwagens en van alle speciale belastingen en heffingen op het vervoer over het grondgebied van de partijen. Kroatië verbindt zich ertoe de Commissie van de Europese Gemeenschappen op verzoek het bedrag aan belastingen, tol en andere heffingen die het toepast mede te delen, alsmede de methode die voor de berekening daarvan wordt toegepast.
Tot de in lid 2 en artikel 12 bedoelde overeenkomsten zijn gesloten, kunnen na de inwerkingtreding van de overeenkomst voorgestelde wijzigingen van fiscale heffingen, tolheffing en andere heffingen op het communautaire transitoverkeer door Kroatië, alsmede van de systemen voor de inning ervan, niet eerder worden ingevoerd dan na overleg.
Artikel 14. Afmetingen en gewichten
Kroatië aanvaardt dat wegvoertuigen die beantwoorden aan de communautaire normen voor afmetingen en gewichten vrij en zonder beperking terzake aan het verkeer op de in artikel 5 bedoelde wegen mogen deelnemen. Tot zes maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst wordt op wegvoertuigen die niet aan de bestaande normen van Kroatië voldoen een speciale niet-discriminerende heffing toegepast, die evenredig is met de schade die door de hogere asdruk wordt veroorzaakt.
Kroatië streeft ernaar haar huidige regelgeving en normen voor wegenaanleg uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst te harmoniseren met de wetgeving die in de Gemeenschap geldt, en neemt vergaande maatregelen ter verbetering van de in artikel 5 bedoelde wegen, zodat deze binnen de voorgestelde termijn voldoen aan deze nieuwe regelgeving en normen, een en ander in overeenstemming met zijn financiële mogelijkheden.
Artikel 15. Milieu
Met het oog op de bescherming van het milieu streven de partijen ernaar normen voor de uitstoot van gassen en deeltjes en voor het geluidsniveau van vrachtwagens in te voeren die een hoog niveau van bescherming bieden.
Teneinde de industrie duidelijke aanwijzingen te verschaffen en ter bevordering van coördinatie bij onderzoek, planning en productie, dienen afwijkende nationale normen op dit gebied te worden vermeden.
Voertuigen die voldoen aan de normen die zijn vastgesteld bij internationale overeenkomsten die tevens betrekking hebben op het milieu, mogen zonder verdere beperkingen aan het verkeer op het grondgebied van de partijen deelnemen.
Bij de invoering van nieuwe normen plegen de partijen overleg teneinde bovengenoemde doelstellingen te bereiken.
Artikel 16. Sociale aspecten
Kroatië harmoniseert zijn wetgeving inzake de scholing van vrachtwagenbestuurders, met name wat het vervoer van gevaarlijke stoffen betreft, met de normen van de Europese Gemeenschap.
Kroatië, dat partij is bij de Europese overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanning van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (ERTA), en de Gemeenschap coördineren zo nauw mogelijk hun beleid inzake rijtijden, onderbrekingen en rustperioden van de bestuurders en de samenstelling van de bemanning, in overeenstemming met de toekomstige ontwikkeling van de sociale wetgeving op dit gebied.
De partijen werken samen bij de tenuitvoerlegging en handhaving van de sociale wetgeving op het gebied van het wegvervoer.
De overeenkomstsluitende partijen zien toe op de gelijkwaardigheid van hun respectieve voorschriften met betrekking tot de toegang tot het beroep van wegvervoerder met het oog op wederzijdse erkenning.
Artikel 17. Bepalingen betreffende het verkeer
De overeenkomstsluitende partijen wisselen hun ervaringen uit en streven ernaar hun wetgeving te harmoniseren teneinde een betere doorstroming van het verkeer te bewerkstelligen tijdens de spitsperioden (weekeinden, feestdagen en het vakantieseizoen).
In het algemeen bevorderen de partijen de invoering, ontwikkeling en coördinatie van een informatiesysteem voor het wegverkeer.
Zij streven naar harmonisatie van hun wetgeving betreffende het vervoer van aan bederf onderhevige goederen, levende dieren en gevaarlijke stoffen.
De partijen streven tevens naar harmonisatie van de technische hulpverlening aan bestuurders, de verspreiding van belangrijke verkeersinformatie en andere voor het toerisme nuttige gegevens, en eerste hulp bij ongelukken, inclusief ambulancediensten.
Vereenvoudiging van formaliteiten
Artikel 18. Vereenvoudiging van formaliteiten
De partijen komen overeen het goederenvervoer per spoor en over de weg, zowel bilateraal als in transito, te vereenvoudigen.
De overeenkomstsluitende partijen komen overeen onderhandelingen te openen met het oog op sluiting van een overeenkomst betreffende vereenvoudiging van de controles en formaliteiten in het goederenvervoer.
De partijen komen overeen waar nodig gezamenlijk actie te ondernemen om de formaliteiten verder te vereenvoudigen en de invoering van verdere vereenvoudigingsmaatregelen te bevorderen.
Slotbepalingen
Artikel 19. Verruiming van het toepassingsgebied
Indien één van de partijen bij de toepassing van dit protocol tot de conclusie komt dat andere maatregelen, die niet onder het toepassingsgebied van dit protocol vallen, in het belang van een gecoördineerd Europees vervoersbeleid zijn en met name het probleem van het transitoverkeer kunnen helpen oplossen, dan legt zij de andere partij voorstellen voor zulke maatregelen voor.
Artikel 20. Tenuitvoerlegging
De samenwerking tussen de partijen vindt plaats in het kader van een speciaal subcomité, dat overeenkomstig artikel 115 van de overeenkomst zal worden opgericht.
De taken van dit subcomité zijn in het bijzonder:
- a. het formuleren van plannen voor samenwerking op het gebied van het vervoer per spoor, het gecombineerde vervoer, onderzoek op vervoersgebied en het milieu;
- b. het analyseren van de toepassing van de bepalingen van dit protocol en het doen van aanbevelingen aan het Stabilisatie- en Associatiecomité voor passende oplossingen voor problemen die zich mochten voordoen;
- c. het evalueren, twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst, van de stand van zaken wat de verbetering van de infrastructuur en de gevolgen van het vrije transitoverkeer betreft;
- d. het coördineren van de activiteiten op het gebied van controle, prognoses en ander statistisch werk op het gebied van het internationale vervoer, met name het transitoverkeer.
Artikel 21. Bijlagen
De bijlagen vormen een integrerend onderdeel van dit protocol.
De gevolmachtigden van:
het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Portugese Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie,
hierna „de lidstaten" genoemd, en van
de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
hierna „de Gemeenschap" genoemd,
enerzijds, en
de gevolmachtigde van de Republiek Kroatië,
anderzijds,
bijeengekomen te Luxemburg op 29/10/2001 voor de ondertekening van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds, hierna de „overeenkomst" genoemd,
hebben bij de ondertekening de volgende teksten goedgekeurd:
TITEL I. ALGEMENE BEGINSELEN
TITEL II. POLITIEKE DIALOOG
TITEL III. REGIONALE SAMENWERKING
TITEL IV. VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN
Hoofdstuk I. INDUSTRIEPRODUCTEN
Hoofdstuk II
Hoofdstuk III. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
TITEL V. VERKEER VAN WERKNEMERS, VESTIGING, VERRICHTEN VAN DIENSTEN, KAPITAAL
Hoofdstuk I. VERKEER VAN WERKNEMERS
Hoofdstuk II. VESTIGING
Hoofdstuk III. VERLENEN VAN DIENSTEN
Hoofdstuk IV. BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER
Hoofdstuk V. ALGEMENE BEPALINGEN
TITEL VI. HARMONISATIE VAN WETGEVING, RECHTSHANDHAVING EN MEDEDINGINGSREGELS
Titel VII. JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN
INLEIDING
SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET VERKEER VAN PERSONEN
SAMENWERKING INZAKE DE BESTRIJDING VAN HET WITWASSEN VAN GELD EN DE BESTRIJDING VAN DRUGS
SAMENWERKING OP STRAFRECHTELIJK GEBIED
TITEL VIII. SAMENWERKINGSBELEID
TITEL IX. FINANCIËLE SAMENWERKING
TITEL X. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 1
Vervallen
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Artikel 1
Vervallen
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Artikel 1
Vervallen
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Definities
Vervallen
TITEL II. DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”
Artikel 2. Algemene voorwaarden
Vervallen
Artikel 3. Bilaterale cumulatie in de Gemeenschap
Vervallen
Artikel 4. Bilaterale cumulatie in Kroatië
Vervallen
Artikel 5. Geheel en al verkregen producten
Vervallen
Artikel 6. Toereikende bewerking of verwerking
Vervallen
Artikel 7. Ontoereikende bewerking of verwerking
Vervallen
Artikel 8. Determinerende eenheid
Vervallen
Artikel 9. Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen
Vervallen
Artikel 10. Stellen en assortimenten
Vervallen
Artikel 11. Neutrale elementen
Vervallen
TITEL III. TERRITORIALE VOORWAARDEN
Artikel 12. Territorialiteitsbeginsel
Vervallen
Artikel 13. Rechtstreeks vervoer
Vervallen
Artikel 14. Tentoonstellingen
Vervallen
TITEL IV. TERUGGAVE EN VRIJSTELLING VAN RECHTEN
Artikel 15. Verbod op de teruggave of vrijstelling van douanerechten
Vervallen
TITEL V. BEWIJS VAN OORSPRONG
Artikel 16. Algemene voorwaarden
Vervallen
Artikel 17. Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
Vervallen
Artikel 18. Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
Vervallen
Artikel 19. Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
Vervallen
Artikel 20. Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong
Vervallen
Artikel 21. Gescheiden boekhouding
Vervallen
Artikel 22. Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring
Vervallen
Artikel 23. Toegelaten exporteurs
Vervallen
Artikel 24. Geldigheid van bewijzen van oorsprong
Vervallen
Artikel 25. Overlegging van bewijzen van oorsprong
Vervallen
Artikel 26. Invoer in deelzendingen
Vervallen
Artikel 27. Vrijstelling van bewijs van oorsprong
Vervallen
Artikel 28. Bewijsstukken
Vervallen
Artikel 29. Bewaring van bewijzen van oorsprong en andere bewijsstukken
Vervallen
Artikel 30. Verschillen en vormfouten
Vervallen
Artikel 31. Bedragen in euro
Vervallen
Artikel 32. Wederzijdse bijstand
Vervallen
Artikel 33. Controle van bewijzen van oorsprong
Vervallen
Artikel 34. Beslechting van geschillen
Vervallen
Artikel 35. Sancties
Vervallen
Artikel 36. Vrije zones
Vervallen
Artikel 37. Toepassing van het protocol
Vervallen
Artikel 38. Bijzondere voorwaarden
Vervallen
Artikel 39. Wijzigingen van het protocol
Vervallen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)