Protocol tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad

Type Verdrag
Publication 2005-07-03
Laatst bijgewerkt 2001-05-31
State In force
Source BWB
artikelen 21
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Staten die Partij zijn bij dit Protocol,

Bewust van de dringende noodzaak van het voorkomen, bestrijden en uitbannen van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, aangezien deze activiteiten schadelijke gevolgen hebben voor de veiligheid van elke Staat, elke regio en de wereld in haar geheel, en een bedreiging vormen voor het welzijn van volkeren, voor hun sociale en economische ontwikkeling en hun recht in vrede te leven,

Derhalve overtuigd van de noodzaak voor alle Staten hiertoe alle passende maatregelen te nemen, met inbegrip van internationale samenwerking en andere maatregelen op regionaal en mondiaal niveau,

In herinnering roepend resolutie 53/111 van de Algemene Vergadering van 9 december 1998, waarin de Vergadering heeft besloten ad hoc een speciaal open intergouvernementeel comité in te stellen teneinde een allesomvattend internationaal verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad op te stellen en, het opstellen van, onder meer, een internationaal instrument te bespreken ter bestrijding van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie,

Indachtig het beginsel van gelijke rechten en zelfbeschikking van volkeren, zoals vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties en de Verklaring inzake de beginselen van internationaal recht inzake vriendschappelijke betrekkingen en samenwerking tussen Staten in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties,

Ervan overtuigd dat aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen transnationale georganiseerde misdaad met een internationaal instrument tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie nuttig zal zijn bij de preventie en bestrijding van deze vorm van misdaad,

Zijn het volgende overeengekomen:

Algemene bepalingen I

Artikel 1. Relatie tot het Verdrag van de Verenigde Naties tegen transnationale georganiseerde misdaad

1.

Dit Protocol vormt een aanvulling op het Verdrag van de Verenigde Naties tegen transnationale georganiseerde misdaad. Het Protocol wordt tezamen met het Verdrag uitgelegd.

2.

De bepalingen van het Verdrag zijn, mutatis mutandis, van toepassing op dit Protocol, tenzij in dit Protocol anders wordt bepaald.

3.

De in overeenstemming met artikel 5 van dit Protocol strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als in overeenstemming met het Verdrag strafbaar gestelde feiten.

Artikel 2. Doel

Het doel van het Protocol is de samenwerking tussen de Staten die Partij zijn te bevorderen, te vergemakkelijken en te intensiveren ten behoeve van de preventie, bestrijding en uitbanning van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie.

Artikel 3. Gebruikte termen

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

  • a. „vuurwapen", een draagbaar, van een loop voorzien wapen waarmee door middel van een explosieve lading hagel, een kogel of projectiel kan worden afgeschoten, dat daartoe is ontworpen of eenvoudig daartoe kan worden aangepast, met uitsluiting van antieke vuurwapens of replica's hiervan. Antieke vuurwapens en de replica's hiervan worden gedefinieerd overeenkomstig het nationale recht. In geen geval omvatten antieke vuurwapens vuurwapens vervaardigd na 1899;
  • b. „onderdelen en componenten", elk voorwerp of vervangend voorwerp dat speciaal is ontworpen voor een vuurwapen en essentieel is voor de werking daarvan, met inbegrip van een loop, kast of magazijn, slede of cilinder, grendel of afsluiter, en elke voorziening die is ontworpen of aangepast om het geluid dat door het afvuren van een vuurwapen wordt veroorzaakt, te dempen;
  • c. „munitie", de volledige patroon of de onderdelen daarvan, met inbegrip van patroonhulzen, slaghoedjes, voortdrijvende lading, kogels of projectielen die in een vuurwapen worden gebruikt, mits voor die onderdelen zelf een autorisatie vereist is in de desbetreffende Staat die Partij is;
  • d. „illegale vervaardiging", de vervaardiging of assemblage van vuurwapens, hun onderdelen en componenten of munitie: Het verlenen van een vergunning of autorisatie voor de vervaardiging van onderdelen en componenten geschiedt in overeenstemming met het nationale recht;
  • i. uit illegaal verhandelde onderdelen en componenten;
  • ii. zonder vergunning of autorisatie van een bevoegde autoriteit van de Staat die Partij is waar de vervaardiging of assemblage plaatsvindt; of
  • iii. zonder de vuurwapens op het tijdstip van vervaardiging overeenkomstig artikel 8 van dit Protocol te markeren;
  • e. „illegale handel", de invoer, uitvoer, verkrijging, verkoop, aflevering, verplaatsing of overdracht van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie van of via het grondgebied van een Staat die Partij is naar het grondgebied van een andere Staat die Partij is, indien een van de betrokken Staten die Partij is zulks overeenkomstig de bepalingen van dit Protocol niet toestaat of indien de vuurwapens niet overeenkomstig artikel 8 van dit Protocol zijn gemarkeerd;
  • f. „traceren", het systematisch volgen van vuurwapens en, indien mogelijk, van hun onderdelen, componenten en munitie, vanaf de fabrikant tot aan de koper, met het oogmerk de bevoegde autoriteiten van de Staten die Partij zijn te assisteren bij het opsporen, onderzoeken en analyseren van de illegale vervaardiging en illegale handel.

Artikel 4. Reikwijdte

1.

Behoudens waar in dit Protocol anders wordt bepaald, is dit Protocol van toepassing op de voorkoming van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en op de opsporing en de vervolging van de overeenkomstig artikel 5 van dit Protocol strafbaar gestelde feiten, wanneer deze strafbaar gestelde feiten transnationaal van aard zijn en een georganiseerde criminele groep daarbij betrokken is.

2.

Dit Protocol is niet van toepassing op transacties tussen Staten onderling of op de overdracht tussen Staten in de gevallen waarin de toepassing van het Protocol het recht zou aantasten van een Staat die Partij is om, in het belang van de nationale veiligheid, met het Handvest van de Verenigde Naties verenigbare maatregelen te nemen.

Artikel 5. Strafbaarstelling

1.

Elke Staat die Partij is, neemt de wettelijke en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om het navolgende gedrag als strafbare feiten aan te merken, indien zij opzettelijk zijn gepleegd:

  • a. het illegaal vervaardigen van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie;
  • b. het illegaal verhandelen van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie;
  • c. het vervalsen of onrechtmatig uitwissen, verwijderen of wijzigen van de uit hoofde van artikel 8 van dit Protocol vereiste markering(en) op vuurwapens.
2.

Elke Staat die Partij is, neemt de wettelijke en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om het navolgende gedrag als strafbare feiten aan te merken:

  • a. afhankelijk van de grondbeginselen van zijn rechtsstelsel, pogingen om een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel strafbaar gesteld feit te plegen of daaraan als medeplichtige deel te nemen; en
  • b. het organiseren van, leiding geven aan, assistentie verlenen bij, uitlokken van, mogelijk maken van of adviseren bij het plegen van een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel strafbaar gesteld feit.

Artikel 6. Confiscatie, inbeslagneming en vervreemding

1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 12 van het Verdrag nemen de Staten die Partij zijn in de ruimst mogelijke mate binnen hun nationale rechtsstelsels de maatregelen die nodig kunnen zijn om de confiscatie mogelijk te maken van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie die illegaal zijn vervaardigd of verhandeld.

2.

De Staten die Partij zijn, nemen, binnen hun nationale rechtsstelsels, de maatregelen die nodig kunnen zijn om te voorkomen dat illegaal vervaardigde en verhandelde vuurwapens, onderdelen, componenten en munitie in handen van onbevoegden vallen, door deze vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie in beslag te nemen en te vernietigen, tenzij officieel toestemming is gegeven voor een andere wijze van vervreemding ervan, mits de vuurwapens zijn gemarkeerd en de methoden voor de vervreemding van deze vuurwapens en munitie zijn vastgelegd.

Preventie II

Artikel 7. Documentbeheer

Elke Staat die Partij is, ziet erop toe op dat informatie met betrekking tot vuurwapens en, waar passend en praktisch uitvoerbaar, hun onderdelen, componenten en munitie, benodigd voor het traceren en identificeren van die vuurwapens en, waar passend en praktisch haalbaar, hun onderdelen, componenten en munitie die illegaal zijn vervaardigd of verhandeld en ten behoeve van het voorkomen en opsporen van deze activiteiten gedurende ten minste tien jaar bewaard wordt. Deze informatie omvat in ieder geval:

  • a. de toepasselijke, uit hoofde van artikel 8 van dit Protocol vereiste markeringen;
  • b. wanneer sprake is van internationale transacties van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, de afgifte- en vervaldata van de toepasselijke vergunningen of autorisaties, het land van uitvoer, het land van invoer, de landen van doorvoer, indien van toepassing, en de uiteindelijke ontvanger alsmede het aantal artikelen en een omschrijving hiervan.

Artikel 8. Markering van vuurwapens

1.

Ten behoeve van de identificatie en tracering van elk vuurwapen:

  • a. vereisen de Staten die Partij zijn, op het tijdstip van vervaardiging van elk vuurwapen, een unieke markering met de naam van de fabrikant, het land of de plaats van vervaardiging en het serienummer, of hanteren zij een andere unieke gebruikersvriendelijke markering met eenvoudige geometrische symbolen gecombineerd met een numerieke en/of alfanumerieke code, waarmee het land van vervaardiging door alle Staten eenvoudig kan worden geïdentificeerd;
  • b. vereisen de Staten die Partij zijn een passende, eenvoudige markering op elk ingevoerd vuurwapen, waarmee het land van invoer kan worden geïdentificeerd en, indien mogelijk, het jaar van invoer, en waardoor de bevoegde autoriteiten van dat land in staat zijn het vuurwapen te traceren, alsmede een unieke markering, indien het vuurwapen niet van een dergelijke markering is voorzien. De in dit onderdeel genoemde eisen behoeven niet te worden toegepast op de tijdelijke invoer van vuurwapens voor verifieerbare legale doeleinden;
  • c. zien de Staten die Partij zijn, op het moment van de overgang van een vuurwapen vanuit de staatsvoorraden naar een permanent civiel gebruiksdoeleind, toe op een passende unieke markering waarmee het land dat de overdracht doet, kan worden geïdentificeerd door alle Staten die Partij zijn.
2.

De Staten die Partij zijn, stimuleren de vuurwapenvervaardigende industrie maatregelen te ontwikkelen tegen de verwijdering of wijziging van markeringen.

Artikel 9. Voor gebruik ongeschikt maken van vuurwapens

Een Staat die Partij is die een voor gebruik ongeschikt gemaakt vuurwapen overeenkomstig zijn nationale recht niet aanmerkt als een vuurwapen, neemt de nodige maatregelen, indien van toepassing met inbegrip van de instelling van specifieke strafbare feiten, om het illegaal opnieuw gebruiksklaar maken van voor gebruik ongeschikt gemaakte vuurwapens te voorkomen, overeenkomstig de volgende algemene beginselen voor het voor gebruik ongeschikt maken:

  • a. Alle essentiële onderdelen van een voor gebruik ongeschikt gemaakt vuurwapen moeten permanent onbruikbaar worden gemaakt en mogen niet zodanig verwijderd, vervangen of gewijzigd kunnen worden dat het mogelijk zou worden het vuurwapen op enigerlei wijze opnieuw gebruiksklaar te maken;
  • b. Er moeten maatregelen worden getroffen voor verificatie door een bevoegde autoriteit, waar opportuun, van de onbruikbaarmakingsvoorschriften om te garanderen dat de aan een vuurwapen aangebrachte wijzigingen het wapen permanent voor gebruik ongeschikt maken;
  • c. Ten blijke van de verificatie door een bevoegde autoriteit moet een certificaat of document worden afgegeven waarin wordt verklaard dat het vuurwapen voor gebruik ongeschikt is gemaakt, of moet een duidelijk zichtbare markering op het vuurwapen worden aangebracht waaruit dit blijkt.

Artikel 10. Algemene vereisten voor vergunning- of autorisatiestelsels met betrekking tot uitvoer, invoer en doorvoer

1.

Elke Staat die Partij is, creëert of handhaaft een effectief vergunning- of autorisatiestelsel voor uitvoer en invoer, alsmede voor maatregelen betreffende de internationale doorvoer, voor de overdracht van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie.

2.

Voordat wordt overgegaan tot de afgifte van uitvoervergunningen of autorisaties voor zendingen vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, verifieert elke Staat die Partij is:

  • a. dat de Staten van invoer invoervergunningen of autorisaties hebben afgegeven, en
  • b. dat de Staten van doorvoer, zonder afbreuk te doen aan bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen ter begunstiging van Staten zonder zeegrens, voorafgaand aan de verzending ten minste schriftelijk kennis hebben gegeven van het feit dat zij geen bezwaar tegen de doorvoer hebben.
3.

De invoer- en uitvoervergunning of autorisatie en de begeleidende documentatie omvatten tezamen ten minste gegevens met betrekking tot de plaats en datum van afgifte, de vervaldatum, het land van uitvoer, het land van invoer, de uiteindelijke ontvanger, een omschrijving van en de hoeveelheid vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en, wanneer sprake is van doorvoer, de landen van doorvoer. De in de invoervergunning vervatte gegevens moeten van tevoren aan de Staten van doorvoer worden verstrekt.

4.

De invoerende Staat die Partij is, stelt de uitvoerende Staat die Partij is, op diens verzoek, op de hoogte van de ontvangst van de verzonden zending vuurwapens, hun onderdelen, componenten of munitie.

5.

Elke Staat die Partij is neemt, binnen de beschikbare middelen, de maatregelen die nodig kunnen zijn om te garanderen dat de procedures voor vergunningverlening en autorisatie veilig zijn en dat de echtheid van vergunnings- of autorisatiedocumenten kan worden geverifieerd of bevestigd.

6.

De Staten die Partij zijn, kunnen vereenvoudigde procedures aannemen voor de tijdelijke invoer, uitvoer en doorvoer van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, ten behoeve van verifieerbaar legale doeleinden zoals de jacht, schietsport, onderzoek, tentoonstellingen of reparaties.

Artikel 11. Beveiligingsmaatregelen en preventieve maatregelen

Teneinde diefstal, verlies of verduistering van, alsmede de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie op te sporen, te voorkomen en uit te bannen, neemt elke Staat die Partij is passende maatregelen:

  • a. om beveiliging van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie verplicht te stellen tijdens de vervaardiging en in- en uitvoer ervan, alsmede tijdens de doorvoer via zijn grondgebied; en
  • b. om de doeltreffendheid van de controles bij invoer, uitvoer en doorvoer te vergroten, waar passend met inbegrip van grenscontroles en transnationale politie- en douanesamenwerking.

Artikel 12. Informatie

1.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 27 en 28 van het Verdrag wisselen de Staten die Partij zijn, in overeenstemming met hun respectieve nationale rechtsstelsels en administratieve systemen, per individueel geval onderling relevante informatie uit betreffende geautoriseerde fabrikanten, handelaren, importeurs, exporteurs en, telkens wanneer dat mogelijk is, vervoerders van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie.

2.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 27 en 28 van het Verdrag wisselen de Staten die Partij zijn, in overeenstemming met hun respectieve nationale rechtsstelsels en administratieve systemen, onderling relevante informatie uit betreffende:

  • a. georganiseerde criminele groepen waarvan bekend is of vermoed wordt dat zij deelnemen aan de illegale vervaardiging van of handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie;
  • b. de middelen die bij de illegale vervaardiging van of handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie worden gebruikt om deze te verbergen en de manieren om ze op te sporen;
  • c. de methoden en middelen, plaatsen van verzending en bestemming alsmede de routes die doorgaans worden gebruikt door georganiseerde criminele groepen die zich bezighouden met de illegale handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie; en
  • d. ervaringen op het gebied van wetgeving en praktijken en maatregelen ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie.
3.

De Staten die Partij zijn, verstrekken elkaar, waar opportuun, de relevante wetenschappelijke en technologische informatie die nuttig is voor de autoriteiten die belast zijn met rechtshandhaving en wisselen deze informatie met elkaar uit teneinde elkaars preventie-, opsporings- en onderzoeksvaardigheden op het gebied van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie te vergroten en de bij deze illegale activiteiten betrokken personen te vervolgen.

4.

De Staten die Partij zijn, werken samen bij de tracering van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie die mogelijk illegaal zijn vervaardigd of verhandeld. Deze samenwerking omvat snelle reacties op verzoeken om bijstand bij de tracering van deze vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, binnen de grenzen van de hun ter beschikking staande middelen.

5.

Onder voorbehoud van de grondbeginselen van zijn rechtsstelsel of van internationale overeenkomsten waarborgt elke Staat die Partij is op verzoek van de informatie verstrekkende Staat die Partij is de vertrouwelijkheid van en beperkingen ten aanzien van het gebruik van de informatie die hij van een andere Staat die Partij is ontvangt uit hoofde van dit artikel, met inbegrip van eigendomsinformatie met betrekking tot handelstransacties. Indien deze vertrouwelijkheid niet kan worden gewaarborgd, wordt de Staat die Partij is die de informatie verstrekt in kennis gesteld voordat deze informatie bekend wordt gemaakt.

Artikel 13. Samenwerking

1.

De Staten die Partij zijn, werken op bilateraal, regionaal en internationaal niveau met elkaar samen teneinde de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie te voorkomen, te bestrijden en uit te bannen.

2.

Zonder afbreuk te doen aan artikel 18, dertiende lid, van het Verdrag, wijst elke Staat die Partij is een nationaal orgaan of centraal aanspreekpunt aan dat de verbindingen onderhoudt tussen deze Staat die Partij is en de andere Staten die Partij zijn voor aangelegenheden met betrekking tot dit Protocol.

3.

De Staten die Partij zijn, zoeken de steun en samenwerking van fabrikanten, handelaren, importeurs, exporteurs, tussenpersonen en beroepsvervoerders van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, teneinde de in het eerste lid van dit artikel bedoelde illegale activiteiten te voorkomen en op te sporen.

Artikel 14. Opleiding en technische bijstand

De Staten die Partij zijn, werken, waar passend, met elkaar en met de betrokken internationale organisaties samen, zodat de Staten die Partij zijn op verzoek de nodige opleiding en technische bijstand kunnen verkrijgen ter vergroting van hun vaardigheid om de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie te voorkomen, te bestrijden en uit te bannen, met inbegrip van technische, financiële en materiële bijstand bij de in de artikelen 29 en 30 van het Verdrag genoemde aangelegenheden.

Artikel 15. Tussenpersonen en makelaarsactiviteiten

1.

Met het oog op de voorkoming en bestrijding van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, bestuderen de Staten die Partij zijn die dit nog niet hebben gedaan, de instelling van een stelsel ter regulering van de activiteiten van degenen die zich bezighouden met makelaarsactiviteiten. Een dergelijk stelsel kan een of meerdere van de volgende maatregelen omvatten:

  • a. het verplicht stellen van registratie van tussenpersonen die binnen hun grondgebied actief zijn;
  • b. het verplicht stellen van een vergunning of autorisatie voor makelaarsactiviteiten; of
  • c. het verplicht stellen van vermelding op de invoer- en uitvoervergunningen, of op begeleidende documenten, van de namen en vestigingsplaatsen van de bij de transactie betrokken tussenpersonen.
2.

De Staten die Partij zijn die een stelsel ter regulering van makelaarsactiviteiten als bedoeld in het eerste lid van dit artikel hebben ingesteld, worden gestimuleerd informatie over tussenpersonen en makelaarsactiviteiten te melden bij de uitwisseling van informatie uit hoofde van artikel 12 van dit Protocol en in overeenstemming met artikel 7 van dit Protocol dossiers bij te houden met betrekking tot tussenpersonen en makelaarsactiviteiten.

Slotbepalingen III

Artikel 16. Beslechting van geschillen

1.

De Staten die Partij zijn, spannen zich in geschillen betreffende de interpretatie of toepassing van dit Protocol te beslechten door onderhandeling.

2.

Elk geschil tussen twee of meer Staten die Partij zijn betreffende de interpretatie of toepassing van dit Protocol dat niet binnen een redelijke termijn door onderhandelingen kan worden beslecht, wordt op verzoek van een van die Staten die Partij zijn onderworpen aan arbitrage. Indien deze Staten die Partij zijn er binnen zes maanden na de datum van het verzoek om arbitrage niet in slagen overeenstemming te bereiken over de regeling van de arbitrage, kan elk van deze Staten die Partij zijn het geschil voorleggen aan het Internationale Gerechtshof door middel van een verzoek in overeenstemming met het Statuut van het Hof.

3.

Elke Staat die Partij is, kan, bij de ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot dit Protocol, verklaren zich niet gebonden te achten door het tweede lid van dit artikel. De andere Staten die Partij zijn, zijn niet gebonden door het tweede lid van dit artikel ten aanzien van iedere Staat die Partij is die een dergelijk voorbehoud heeft gemaakt.

4.

Een Staat die Partij is die een voorbehoud heeft gemaakt in overeenstemming met het derde lid van dit artikel, kan dit voorbehoud te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 17. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding

1.

Dit Protocol is dertig dagen nadat het door de Algemene Vergadering is aangenomen tot en met 12 december 2002 voor alle Staten opengesteld voor ondertekening op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties te New York.

2.

Dit Protocol is tevens opengesteld voor ondertekening door regionale organisaties voor economische integratie, mits ten minste een lidstaat van een dergelijke organisatie dit Protocol heeft ondertekend in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel.

3.

Dit Protocol dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Een regionale organisatie voor economische integratie kan haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring nederleggen indien ten minste een van haar lidstaten dit eveneens heeft gedaan. In die akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring vermeldt deze regionale organisatie voor economische integratie de omvang van haar bevoegdheid ter zake van door dit Protocol geregelde aangelegenheden. Een dergelijke organisatie stelt de depositaris ook in kennis van elke relevante wijziging in de omvang van haar bevoegdheden.

4.

Dit Protocol staat open voor toetreding door elke Staat of elke regionale organisatie voor economische integratie waarvan ten minste een lidstaat Partij is bij dit Protocol. De akten van toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Bij haar toetreding geeft een regionale organisatie voor economische integratie de omvang van haar bevoegdheden ter zake van in dit Protocol geregelde aangelegenheden aan. Een dergelijke organisatie stelt de depositaris ook in kennis van elke relevante wijziging in de omvang van haar bevoegdheden.

Artikel 18. Inwerkingtreding

1.

Dit Protocol treedt in werking negentig dagen na de datum van de nederlegging van de veertigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, met dien verstande dat het niet in werking treedt voor de inwerkingtreding van het Verdrag. Voor de toepassing van dit lid wordt een door een regionale organisatie voor economische integratie nedergelegde akte niet meegeteld naast de door de lidstaten van deze organisatie reeds nedergelegde akten.

2.

Voor elke Staat of regionale organisatie voor economische integratie die dit Protocol bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt na de nederlegging van de desbetreffende veertigste akte, treedt dit Protocol in werking dertig dagen na de datum van nederlegging door een dergelijke Staat of organisatie van de desbetreffende akte, of op de datum waarop dit Protocol in werking treedt ingevolge het eerste lid van dit artikel, al naargelang welke datum later valt.

Artikel 19. Wijziging

1.

Na het verstrijken van een termijn van vijf jaar na de inwerkingtreding van dit Protocol kan een Staat die Partij is bij het Protocol een wijziging voorstellen en indienen bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die de voorgestelde wijziging vervolgens overbrengt aan de Staten die Partij zijn en aan de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag, teneinde het voorstel te bestuderen en erover te beslissen. De Staten die Partij zijn die bijeenkomen in het kader van de Conferentie van de Partijen stellen alles in het werk om consensus te bereiken over iedere wijziging. Indien alle pogingen om consensus te bereiken zijn mislukt en er geen overeenstemming wordt bereikt, wordt de wijziging in laatste instantie aangenomen met een tweederde meerderheid van de Staten die Partij zijn bij dit Protocol die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen tijdens de Conferentie van de Partijen.

2.

Regionale organisaties voor economische integratie oefenen ter zake van binnen hun bevoegdheid vallende aangelegenheden hun stemrecht ingevolge dit artikel uit met een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal van hun lidstaten die Partij zijn bij dit Protocol. Deze organisaties oefenen hun stemrecht niet uit indien hun lidstaten hun stemrecht uitoefenen en vice versa.

3.

Een wijziging aangenomen in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de Staten die Partij zijn.

4.

Een wijziging aangenomen in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel wordt ten aanzien van een Staat die Partij is van kracht negentig dagen na de datum van de nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van die wijziging bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

5.

Wanneer een wijziging van kracht wordt, is zij bindend voor de Staten die Partij zijn en die het feit dat zij ermee instemmen erdoor gebonden te worden tot uitdrukking hebben gebracht. De andere Staten die Partij zijn, blijven gebonden door de bepalingen van dit Protocol en alle eerdere wijzigingen die zij hebben bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd.

Artikel 20. Opzegging

1.

Iedere Staat die Partij is, kan dit Protocol opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

2.

Een regionale organisatie voor economische integratie houdt op partij te zijn bij dit Protocol wanneer al haar lidstaten het hebben opgezegd.

Artikel 21. Depositaris en talen

1.

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties wordt aangewezen als depositaris van dit Protocol.

2.

Het oorspronkelijke exemplaar van dit Protocol, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned plenipotentiaries, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Protocol.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)