Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tadzjikistan, anderzijds
De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan het gezamenlijk beheer van de migratiestromen tussen hun grondgebieden. Om de samenwerking te versterken, zetten de partijen een brede dialoog op over alle kwesties in verband met migratie, waaronder illegale migratie, mensensmokkel en -handel, en nemen zij de migratievraagstukken op in de nationale sociaal-economische ontwikkelingsstrategieën van de landen van oorsprong van de migranten.
De samenwerking zal berusten op een door de partijen in onderling overleg verrichte evaluatie van de specifieke behoeften, en wordt overeenkomstig de geldende communautaire en nationale wetgeving uitgevoerd. De samenwerking zal zich met name richten op:
- a. de belangrijkste oorzaken van migratie;
- b. de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving en praktijken met betrekking tot internationale bescherming, teneinde te voldoen aan de bepalingen van het verdrag van Genève van 1951 inzake de status van vluchtelingen, het protocol van 1967, en andere relevante regionale en internationale instrumenten die ervoor zorgen dat het beginsel van non-refoulement gerespecteerd wordt;
- c. de toelatingsregels, alsmede de rechten en de status van toegelaten personen, de billijke behandeling en de integratie van legale migranten in de maatschappij, onderwijs en opleiding van legale migranten en maatregelen ter bestrijding van racisme en xenofobie;
- d. de uitwerking van een doeltreffend preventiebeleid tegen illegale immigratie en mensensmokkel en -handel, met inbegrip van onderzoek naar middelen om tegen criminele netwerken en organisaties van handelaars en smokkelaars op te treden en om de slachtoffers van dit soort handel te beschermen;
- e. de humane en waardige terugkeer van illegale personen en het bevorderen van hun vrijwillige terugkeer, en hun overname overeenkomstig lid 3;
- f. het visabeleid, ten aanzien van onderwerpen van wederzijds belang;
- g. de controle aan de grenzen, met name wat betreft de organisatie, de opleiding, de beste praktijken, mogelijke andere concrete maatregelen en, eventueel, het leveren van apparatuur, rekening houdend met de mogelijkheid van dubbel gebruik van die apparatuur.
In het kader van de samenwerking ter voorkoming en controle van illegale migratie komen de partijen eveneens overeen elkaars illegale migranten over te nemen. Daartoe:
- –. zal de Republiek Tadzjikistan haar onderdanen die illegaal aanwezig zijn op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie op verzoek van deze lidstaat en zonder verdere formaliteiten overnemen; en
- –. zullen alle lidstaten van de Europese Unie hun onderdanen die illegaal aanwezig zijn op het grondgebied van de Republiek Tadzjikistan op verzoek van laatstgenoemd land en zonder verdere formaliteiten overnemen.
De partijen komen overeen dat op verzoek van een der partijen zo snel mogelijk een overeenkomst wordt gesloten waarin de specifieke verplichtingen worden geregeld die de Republiek Tadzjikistan en de lidstaten van de Europese Gemeenschap hebben ten aanzien van de overname en die een verplichting tot overname van de onderdanen van andere landen en statenloze personen bevat.
Voor de doeleinden van deze overeenkomst wordt onder „de partijen" verstaan: de Europese Gemeenschap, haar lidstaten en de Republiek Tadzjikistan.
Artikel 71. Bestrijding van terrorisme
De partijen herbevestigen het belang van de bestrijding van het terrorisme en werken overeenkomstig de internationale overeenkomsten en hun respectieve wet- en regelgeving samen om terroristische acties te voorkomen en te verijdelen. Zij zullen dat voornamelijk doen:
- –. in het kader van de volledige uitvoering van resolutie 1373 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en andere relevante resoluties van de Verenigde Naties, internationale afspraken en instrumenten;
- –. door uitwisseling van informatie over terroristische groeperingen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig de internationale en nationale wetgeving;
- –. door uitwisseling van inzichten over middelen en methoden om het terrorisme te bestrijden, onder meer op technisch gebied en ten aanzien van opleiding, en door uitwisseling van ervaringen met betrekking tot het voorkomen van terrorisme.
TITEL IX. CULTURELE SAMENWERKING
Artikel 72
Partijen verbinden zich ertoe culturele samenwerking te bevorderen en te vergemakkelijken. In voorkomend geval kunnen de culturele samenwerkingsprogramma's van de Gemeenschap of de programma's van een of meer lidstaten het voorwerp van samenwerking vormen en kunnen verdere activiteiten van wederzijds belang worden ontwikkeld.
TITEL X. FINANCIËLE SAMENWERKING
Artikel 73
Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 74, 75 en 76 komt de Republiek Tadzjikistan in aanmerking voor tijdelijke financiële steun van de Gemeenschap via technische bijstand in de vorm van subsidies.
Artikel 74
Deze financiële steun wordt geleverd in het kader van TACIS, zoals in de desbetreffende communautaire verordening van de Raad is bepaald. De Republiek Tadzjikistan komt ook in aanmerking voor andere soorten communautaire bijstand, naar gelang van de behoeften. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de concentratie van de steun, aan de coördinatie van de bijstandsinstrumenten en aan het verband tussen de verschillende soorten communautaire humanitaire steun, saneringssteun en ontwikkelingssteun. De armoedebestrijding zal in de communautaire programma's worden opgenomen.
Artikel 75
De doelstellingen en terreinen van de financiële steun van de Gemeenschap worden vastgesteld in een indicatief programma dat een afspiegeling vormt van de door de Gemeenschap en de Republiek Tadzjikistan vast te stellen prioriteiten, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van de Republiek Tadzjikistan, de opnamecapaciteit van de verschillende sectoren en de met de hervorming geboekte voortgang. Partijen stellen de Samenwerkingsraad hiervan in kennis.
Artikel 76
Om optimaal profijt te kunnen trekken van de beschikbare middelen zorgen partijen ervoor dat de bijstandsbijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met bijdragen die uit andere financieringsbronnen, zoals de lidstaten, andere landen en internationale organisaties, zoals de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.
TITEL XI. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 77
Er wordt een Samenwerkingsraad opgericht, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst. De Samenwerkingsraad komt met een door hemzelf vast te stellen regelmaat op ministerieel niveau bijeen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang om de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken. De Samenwerkingsraad kan, in onderlinge overeenstemming tussen de partijen, tevens passende aanbevelingen doen.
Artikel 78
De Samenwerkingsraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit leden van de regering van de Republiek Tadzjikistan, anderzijds.
De Samenwerkingsraad stelt zijn reglement van orde vast.
De Samenwerkingsraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Gemeenschap en een lid van de regering van de Republiek Tadzjikistan.
Artikel 79
De Samenwerkingsraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een samenwerkingscomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en vertegenwoordigers van de regering van de Republiek Tadzjikistan, anderzijds, gewoonlijk op het niveau van hooggeplaatste ambtenaren. Het samenwerkingscomité wordt beurtelings voorgezeten door de Gemeenschap en door de Republiek Tadzjikistan.
In zijn reglement van orde bepaalt de Samenwerkingsraad de taken van de Samenwerkingsraad, die met name bestaan uit de voorbereiding van de vergaderingen van de Samenwerkingsraad en de vaststelling van de werkwijze van het Comité.
De Samenwerkingsraad mag zijn bevoegdheden geheel of gedeeltelijk delegeren aan het Samenwerkingscomité, dat tussen de vergaderingen van de Samenwerkingsraad voor continuïteit zal zorgen.
Artikel 80
De Samenwerkingsraad mag besluiten ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn taken kan helpen, op te richten, en bepaalt de samenstelling, de taken en het functioneren van dergelijke comités of lichamen.
Artikel 81
Bij het onderzoek van problemen die zich in het kader van de Overeenkomst voordoen met betrekking tot een bepaling betreffende een artikel van een van de overeenkomsten van de WTO houdt de Samenwerkingsraad zoveel mogelijk rekening met de algemeen gebruikelijke interpretatie van het artikel in kwestie door de partijen bij de WTO.
Artikel 82
Er wordt een Parlementair Samenwerkingscomité opgericht. Dit zal als forum dienen, waar leden van het Tadzjiekse Parlement en het Europees Parlement elkaar kunnen ontmoeten en met elkaar van gedachten kunnen wisselen, ook over kwesties aangaande de politieke dialoog op parlementair niveau. Het Comité komt met een door hemzelf vast te stellen regelmaat bijeen.
Artikel 83
Het Parlementaire Samenwerkingscomité bestaat uit leden van het Europees Parlement enerzijds, en leden van het Tadzjiekse Parlement anderzijds.
Het Parlementaire Samenwerkingscomité stelt zijn reglement van orde vast.
Het Parlementaire Samenwerkingscomité wordt bij toerbeurt door het Europees Parlement en door het Tadzjiekse Parlement voorgezeten, volgens de in zijn reglement van orde op te nemen bepalingen.
Artikel 84
Het Parlementaire Samenwerkingscomité mag bij de Samenwerkingsraad ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst inwinnen; de Samenwerkingsraad verstrekt het Samenwerkingscomité de verlangde informatie.
Het Parlementaire Samenwerkingscomité wordt ingelicht over de aanbevelingen van de Samenwerkingsraad.
Het Parlementaire Samenwerkingscomité mag aanbevelingen doen aan de Samenwerkingsraad.
Artikel 85
Binnen het toepassingsgebied van de Overeenkomst beijvert elk van de partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtshoven en administratieve instanties van beide partijen, ter bescherming van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten, waaronder ook die betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendom.
Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zetten beide partijen zich in om:
- –. arbitrage aan te moedigen bij geschillen die voortkomen uit handels- en samenwerkingstransacties tussen economische subjecten van de Gemeenschap en de Republiek Tadzjikistan;
- –. overeen te komen dat wanneer een geschil ter arbitrage wordt voorgelegd, elke partij bij het geschil, behalve wanneer de regels van de arbitrage-instantie die door beide partijen is gekozen anders bepalen, haar eigen arbiter kiest, ongeacht diens nationaliteit, en dat de derde arbiter of de enige arbiter een ingezetene van een derde staat mag zijn;
- –. hun economische subjecten aan te bevelen in onderling overleg de wetgeving te kiezen die van toepassing is op hun contracten;
- –. aan te moedigen dat een beroep wordt gedaan op de arbitragevoorschriften die zijn uitgewerkt door de Commissie van de Verenigde Naties inzake Internationaal Handelsrecht (UNCITRAL) en arbitrage door een andere instantie van een staat die het verdrag heeft ondertekend over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale uitspraken dat op 10 juni 1958 in New York is gesloten.
Artikel 86
Niets in de Overeenkomst belet een partij binnen de grenzen van haar respectieve bevoegdheden maatregelen te nemen:
- a. die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;
- b. die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist zijn voor verdedigingsdoeleinden, mits dergelijke maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
- c. die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse beroeringen die de handhaving van recht en orde in gevaar brengen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de instandhouding van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan;
- d. die zij nodig acht om haar internationale verplichtingen en verbintenissen na te komen met betrekking tot de controle op het tweeërlei gebruik van industriële goederen en technologieën.
Artikel 87
Op de door deze overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende:
- –. de regelingen die de Republiek Tadzjikistan ten opzichte van de Gemeenschap toepast, mogen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de lidstaten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen;
- –. de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van de Republiek Tadzjikistan toepast mogen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen onderdanen van de Republiek Tadzjikistan dan wel vennootschappen uit dat land.
Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om de ter zake doende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen, die niet in dezelfde situatie verkeren ten aanzien van hun vaste woonplaats.
Artikel 88
Elk van beide partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van de Overeenkomst aan de Samenwerkingsraad voorleggen.
De Samenwerkingsraad kan het geschil bij aanbeveling beslechten.
Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, mag elk van beide partijen de andere van de benoeming van een bemiddelaar in kennis stellen; de andere partij moet dan binnen twee maanden een tweede bemiddelaar benoemen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en de lidstaten geacht één partij bij het geschil te zijn.
De Samenwerkingsraad benoemt een derde bemiddelaar.
De aanbevelingen van de bemiddelaars worden met meerderheid van stemmen genomen. Dergelijke aanbevelingen zijn niet bindend voor de partijen.
Artikel 89
De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.
De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan en gelden onverminderd de artikelen 12, 88 en 94.
De Samenwerkingsraad kan procedureregels opstellen voor geschillenbeslechting.
Artikel 90
De behandeling van de Republiek Tadzjikistan zal niet gunstiger zijn dan die welke de lidstaten onderling toepassen.
Artikel 91
In de Overeenkomst wordt onder de term „partijen" verstaan de Republiek Tadzjikistan enerzijds en de Gemeenschap, of de lidstaten, of de Gemeenschap en de lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, anderzijds.
Artikel 92
Voor zover aangelegenheden die onder deze overeenkomst vallen, onder het Verdrag inzake het Europees Energiehandvest en de protocollen daarbij vallen, zijn genoemd Verdrag en de protocollen daarbij meteen vanaf de inwerkingtreding van toepassing op die aangelegenheden, maar alleen voorzover daarin in een dergelijke toepassing is voorzien.
Artikel 93
De Overeenkomst wordt gesloten voor een aanvankelijke periode van tien jaar, waarna de Overeenkomst automatisch telkens met een jaar wordt verlengd, tenzij een van beide partijen de andere partij zes maanden voor het verstrijken ervan schriftelijk meedeelt deze op te zeggen.
Artikel 94
De partijen treffen alle algemene of bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens de Overeenkomst te voldoen. Zij zullen erop toezien dat de in de Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.
Indien een van beide partijen van mening is dat de andere partij een verplichting krachtens de Overeenkomst niet is nagekomen, mag zij passende maatregelen treffen. Alvorens zulks te doen, verstrekt deze partij, behalve in bijzonder dringende gevallen, de Samenwerkingsraad alle ter zake doende gegevens die nodig zijn voor een grondig onderzoek van de situatie om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij de keuze van deze maatregelen moet voorrang worden gegeven aan die welke de goede werking van de Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Samenwerkingsraad gebracht, die daaromtrent overleg moet plegen indien de andere partij dit verlangt.
Artikel 95
De bijlagen I, II, III en IV en het protocol zijn een integrerend onderdeel van deze Overeenkomst.
Artikel 96
Totdat er onder de onderhavige Overeenkomst gelijkwaardige rechten zijn verworven voor zowel individuen als ondernemers, zal de Overeenkomst geen afbreuk doen aan rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten, welke bindend zijn voor één of meer lidstaten enerzijds, en voor de Republiek Tadzjikistan anderzijds, met uitzondering van gebieden die tot de bevoegdheid van de Gemeenschap behoren, en zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen van de lidstaten die voortvloeien uit deze Overeenkomst op gebieden die tot hun bevoegdheid behoren.
Artikel 97
Deze overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn, overeenkomstig de bepalingen van genoemde Verdragen, enerzijds, en op het grondgebied van de Republiek Tadzjikistan, anderzijds.
Artikel 98
Deze Overeenkomst wordt neergelegd bij de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie.
Artikel 99
De overeenkomst is opgesteld in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Tadzjiekse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, en zal worden neergelegd bij de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie.
Artikel 100
De Overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.
De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie kennisgeven van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.
Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst, wat de betrekkingen tussen de Republiek Tadzjikistan en de Gemeenschap betreft, de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking die op 18 december 1989 in Brussel werd ondertekend.
Artikel 101
Indien de bepalingen van sommige onderdelen van deze Overeenkomst in afwachting van de voltooiing van de procedures die noodzakelijk zijn voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in werking treden door middel van een Interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en de Republiek Tadzjikistan, komen de partijen overeen dat de term „datum van inwerkingtreding" in dat geval betekent de datum van inwerkingtreding van de Interimovereenkomst.
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:
- a. „douanewetgeving": de op het grondgebied van de partijen geldende voorschriften betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van de door partijen ingestelde verboden, beperkingen en controlemaatregelen;
- b. „verzoekende autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken indient;
- c. „aangezochte autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die door een partij is aangewezen om verzoeken om administratieve bijstand in douanezaken te ontvangen;
- d. „persoonsgegevens": alle inlichtingen over een bepaalde of te bepalen natuurlijke persoon;
- e. „met de douanewetgeving strijdige handeling": elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.
Artikel 2. Toepassingsgebied
De partijen verlenen elkaar op de onder hun bevoegdheid vallende gebieden bijstand, op de wijze en op de voorwaarden als bij dit protocol vastgesteld, met het oog op correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder bij het voorkomen, onderzoeken en vervolgen van handelingen in strijd met deze wetgeving.
De bijstand in douanezaken waarin dit protocol voorziet, geldt voor alle administratieve autoriteiten van de partijen die voor de toepassing van dit protocol bevoegd zijn. De bijstand in douanezaken doet geen afbreuk aan de regels betreffende de wederzijdse bijstand in strafzaken. Deze geldt ook niet voor informatie die is verkregen krachtens bevoegdheden die op verzoek van de rechterlijke autoriteiten worden uitgeoefend, tenzij deze autoriteiten hiermee instemmen.
Artikel 3. Bijstand op verzoek
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verschaft de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft om ervoor te zorgen dat de douanewetgeving wordt nageleefd, met name van informatie betreffende vastgestelde of voorgenomen transacties die met deze wetgeving strijdig zijn of zouden kunnen zijn.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede:
- a. of goederen die uit het grondgebied van een der partijen zijn uitgevoerd op correcte wijze op het grondgebied van de andere partij zijn ingevoerd, in voorkomend geval met vermelding van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst;
- b. of goederen die op het grondgebied van een der partijen zijn ingevoerd op correcte wijze uit het grondgebied van de andere partij zijn uitgevoerd, in voorkomend geval met vermelding van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar wet- en regelgeving, de nodige maatregelen met het oog op bijzonder toezicht op:
- a. natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij de douanewetgeving overtreden of overtreden hebben;
- b. plaatsen waar goederen op zodanige wijze zijn of zouden kunnen zijn opgeslagen dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bedoeld zijn om te worden gebruikt bij handelingen die in strijd zijn met de douanewetgeving;
- c. goederen die op zodanige wijze worden of zouden kunnen worden vervoerd dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bestemd zijn om in strijd met de douanewetgeving te worden gebruikt;
- d. vervoermiddelen ten aanzien waarvan een gegrond vermoeden bestaat dat zij voor het plegen van handelingen in strijd met de douanewetgeving zijn gebruikt, worden gebruikt of kunnen worden gebruikt.
Artikel 4. Bijstand op eigen initiatief
Partijen verlenen elkaar op eigen initiatief en overeenkomstig hun wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten bijstand indien zij zulks noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder wanneer zij informatie krijgen over:
- –. transacties die een inbreuk vormen of lijken te vormen op deze wetgeving en die van belang kunnen zijn voor een andere partij;
- –. nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt bij overtredingen van de douanewetgeving;
- –. goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van transacties in strijd met de douanewetgeving;
- –. natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn;
- –. vervoermiddelen ten aanzien waarvan een gegrond vermoeden bestaat dat zij voor het plegen van handelingen in strijd met de douanewetgeving zijn gebruikt, worden gebruikt of kunnen worden gebruikt.
Artikel 5. Afgifte van documenten/Kennisgeving van besluiten
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit overeenkomstig haar wet- en regelgeving alle maatregelen die nodig zijn voor:
- –. de afgifte van alle documenten,
- –. de kennisgeving van alle besluiten,
die van de verzoekende autoriteit uitgaan en onder het toepassingsgebied van dit protocol vallen, aan een geadresseerde die op het zijn grondgebied verblijft of gevestigd is. In dat geval is artikel 6, lid 3, van toepassing, wat de verzoeken om mededeling van informatie of kennisgeving betreft.
Artikel 6. Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand
De verzoeken in het kader van dit protocol worden schriftelijk ingediend. Zij gaan vergezeld van de documenten die voor de behandeling ervan noodzakelijk zijn. In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.
De overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ingediende verzoeken bevatten de hierna volgende gegevens:
- a. de naam van de verzoekende autoriteit;
- b. de gevraagde maatregel;
- c. het onderwerp en de reden van het verzoek;
- d. de relevante wetten, regels en andere rechtsvoorschriften;
- e. zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie betreffende de natuurlijke personen of rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft;
- f. een overzicht van de relevante feiten en van het onderzoek dat reeds is uitgevoerd.
De verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze aanvaardbare taal.
Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling worden verzocht. Er kunnen echter reeds voorzorgsmaatregelen worden genomen.
Artikel 7. Behandeling van verzoeken
De aangezochte autoriteit behandelt verzoeken om bijstand, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en de haar beschikbare middelen, alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde partij handelde, door reeds beschikbare informatie te verstrekken en het nodige onderzoek te verrichten of te doen verrichten. Deze bepaling is tevens van toepassing op instanties aan welke de aangezochte autoriteit het verzoek op grond van dit protocol doorzendt, indien deze autoriteit niet zelfstandig kan handelen.
Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten van de aangezochte overeenkomstsluitende partij.
Gemachtigde ambtenaren van een partij kunnen met instemming van de andere betrokken partij en onder de voorwaarden die laatstgenoemde stelt, van de diensten van de aangezochte autoriteit of van een andere autoriteit die onder de aangezochte autoriteit ressorteert, informatie inwinnen over transacties waarbij de douanewetgeving wordt of zou kunnen worden overtreden, indien de verzoekende autoriteit deze informatie nodig heeft ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol.
Ambtenaren van een partij kunnen, met instemming van de andere betrokken overeenkomstsluitende partij, en onder de voorwaarden die laatstgenoemde stelt, aanwezig zijn bij onderzoek dat op het grondgebied van laatstgenoemde wordt verricht.
Artikel 8. Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt
De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het onderzoek aan de verzoekende autoriteit mee in de vorm van bescheiden, voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden, rapporten en dergelijke.
De in lid 1 bedoelde bescheiden kunnen worden vervangen door informatie die, in ongeacht welke vorm, met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking voor hetzelfde doel wordt verstrekt.
Originele dossiers en documenten worden alleen opgevraagd wanneer niet kan worden volstaan met gewaarmerkte kopieën. Toegezonden originelen worden zo spoedig mogelijk teruggezonden.
Artikel 9. Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend
De partijen kunnen de in dit protocol bedoelde bijstand weigeren wanneer het verlenen daarvan:
- a. de soevereiniteit van de Republiek Tadzjikistan of die van een lidstaat van de Europese Unie die uit hoofde van dit protocol om bijstand is gevraagd, zou kunnen aantasten; of
- b. de openbare orde, veiligheid of andere wezenlijke belangen, met name in de in artikel 10, lid 2, genoemde gevallen, zou kunnen aantasten; of
- c. tot schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim zou leiden.
De aangezochte autoriteit kan de bijstand uitstellen indien deze een lopend onderzoek, een lopende strafvervolging of procedure zou verstoren. In dat geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om na te gaan of de bijstand kan worden verleend op door de aangezochte autoriteit te stellen voorwaarden.
Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek. De aangezochte autoriteit is vrij te bepalen hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.
Indien bijstand wordt geweigerd, dienen dit besluit en de redenen ervan terstond aan de verzoekende autoriteit te worden meegedeeld.
Artikel 10. Het uitwisselen van gegevens en geheimhouding
Alle informatie, in welke vorm dan ook, die ter uitvoering van dit protocol is verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter, of is voor beperkte verspreiding bestemd, afhankelijk van de van toepassing zijnde voorschriften van elk van de partijen, en valt onder de geheimhoudingsplicht. Op deze informatie is de wetgeving van toepassing die op soortgelijke informatie van de ontvangende partij van toepassing is, alsmede de ter zake geldende bepalingen waaraan de communautaire instellingen zijn onderworpen.
Persoonlijke gegevens mogen alleen worden verstrekt wanneer de ontvangende partij zich ertoe verbindt deze gegevens een op zijn minst equivalente bescherming te geven als die welke in dat specifieke geval wordt toegepast door de partij die de gegevens verstrekt.
De verkregen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de in dit protocol omschreven doeleinden. Een partij mag deze informatie slechts voor andere doeleinden gebruiken na schriftelijke toestemming van de administratieve autoriteit die ze heeft verstrekt. Dergelijke informatie mag uitsluitend op de door deze autoriteit vastgestelde voorwaarden worden gebruikt.
Het bepaalde in lid 3 vormt geen beletsel voor het gebruik van informatie in gerechtelijke of administratieve procedures die achteraf worden ingesteld wegens niet-naleving van de douanewetgeving. De bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt, wordt van een dergelijk gebruik onmiddellijk in kennis gesteld.
De partijen kunnen de overeenkomstig het bepaalde in dit Protocol verkregen informatie en geraadpleegde bescheiden in hun rapporten, getuigenissen en gerechtelijke procedures als bewijsmateriaal gebruiken.
Artikel 11. Deskundigen en getuigen
Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de beperkingen van de hem verleende machtiging, in het rechtsgebied van de andere partij als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welk onderwerp en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.
Die ambtenaar geniet op het grondgebied van de verzoekende autoriteit dezelfde rechtsbescherming als de eigen ambtenaren van die autoriteit.
Artikel 12. Kosten van de bijstand
De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.
Artikel 13. Uitvoering
De centrale douaneautoriteiten van de Republiek Tadzjikistan, enerzijds, en de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie, anderzijds, zijn belast met de uitvoering van dit Protocol. Deze instanties stellen alle praktische maatregelen en bepalingen voor de toepassing van dit protocol vast, rekening houdend met de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming. Zij kunnen de bevoegde instanties aanbevelingen doen voor wijzigingen die huns inziens in dit Protocol dienen te worden aangebracht.
De partijen plegen overleg over en stellen elkaar in kennis van alle uitvoeringsbepalingen die op grond van dit protocol worden vastgesteld.
Artikel 14. Andere overeenkomsten
Rekening houdend met de specifieke bevoegdheden van de Europese Gemeenschap en de lidstaten geldt het volgende:
- –. het Protocol doet geen afbreuk aan de verplichtingen van de verdragsluitende partijen krachtens andere internationale overeenkomsten of verdragen;
- –. het Protocol wordt beschouwd als een aanvulling op overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die tussen individuele lidstaten van de Europese Unie en de Republiek Tadzjikistan zijn of kunnen worden gesloten; en
- –. het Protocol doet geen afbreuk aan de voorschriften betreffende de uitwisseling tussen de bevoegde diensten van de Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten van informatie verkregen op onder deze overeenkomst vallende gebieden die voor de Gemeenschap van belang kan zijn.
Niettegenstaande de bepalingen van lid 1 prevaleren de bepalingen van deze overeenkomst boven de bepalingen van bilaterale overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die tussen individuele lidstaten van de Europese Unie en de Republiek Tadzjikistan zijn of eventueel worden gesloten, voor zover de bepalingen van laatstgenoemde onverenigbaar zijn met de bepalingen van dit protocol.
Over kwesties betreffende de toepasselijkheid van dit protocol voeren de verdragsluitende partijen overleg teneinde een oplossing te vinden in het kader van het krachtens artikel 79 van deze overeenkomst ingestelde Samenwerkingscomité.
GEDAAN te Luxemburg, de elfde oktober tweeduizendvier.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)