Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Octrooiorganisatie betreffende het onderdeel van het Europees Octrooibureau in ’s-Gravenhage, inclusief Afzonderlijke overeenkomst

Type Verdrag
Publication 2006-06-27
State In force
Source BWB
artikelen 23
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

De Europese Octrooiorganisatie,

Gelet op het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien van 5 oktober 1973,

Gelet op artikel 25 van het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Octrooiorganisatie,

Overwegende dat ingevolge artikel 6 van genoemd Verdrag het Europees Octrooibureau een onderdeel heeft in ’s-Gravenhage,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze Overeenkomst:

Artikel 2. Onschendbaarheid van het archief

De in artikel 2 van het Protocol bedoelde onschendbaarheid geldt voor het gehele archief, de correspondentie, documenten, manuscripten, foto’s, films, geluidsopnamen, computer- en mediagegevens, gegevensdragers en alle overige, soortgelijke materialen die aan de Organisatie toebehoren of die zij onder zich houdt, ongeacht waar deze zich bevinden en bij wie zij berusten, en voor alle daarin vervatte informatie.

Artikel 3. Afstand van immuniteit

In geval van beslaglegging door een derde, ingevolge een beslissing van de administratieve of gerechtelijke autoriteiten, op de salarissen en emolumenten die de Organisatie aan een personeelslid verschuldigd is, doet de Organisatie afstand van de immuniteit die zij ingevolge artikel 3, eerste lid, van het Protocol geniet, tenzij zij de bevoegde autoriteiten binnen veertien dagen na de datum van kennisgeving van de beslissing mededeelt, dat zij geen afstand doet van haar immuniteit.

Artikel 4. Vrijstelling van belasting

1.

Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van het Protocol omvat „directe belastingen’’ alle directe rijksbelastingen en alle directe belastingen, rechten en heffingen opgelegd door een provincie, gemeente of waterschap, zulks onverminderd het bepaalde in het derde lid van genoemd artikel.

2.

De Organisatie wordt op verzoek vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting voor haar motorrijtuigen die voor officiële doeleinden worden gebruikt.

Artikel 5. Terugbetaling van belastingen en rechten

1.

De onderstaande belastingen en rechten worden met name geacht te vallen onder artikel 4, tweede lid, van het Protocol:

2.

De in verband met geleverde goederen of verrichte diensten betaalde omzetbelasting wordt op verzoek aan de Organisatie terugbetaald.

De belasting op minerale oliën zoals huisbrandolie en brandstoffen voor motorrijtuigen die de Organisatie voor officiële doeleinden nodig heeft, wordt op verzoek aan de Organisatie terugbetaald.

Accijnzen betaald op voor officiële doeleinden geleverde en benodigde goederen worden op verzoek aan de Organisatie terugbetaald.

De Organisatie dient de verzoeken voor terugbetaling in binnen drie maanden na het kwartaal gedurende hetwelk betaling werd verricht voor geleverde goederen of verrichte diensten en voegt de desbetreffende documenten bij de verzoeken.

De Organisatie verbindt zich ertoe de verificatie door de bevoegde autoriteiten van de feiten waarop de vrijstelling of terugbetaling van belasting kan worden gebaseerd, te vergemakkelijken.

Er wordt geen terugbetaling verleend, indien de prijs van de geleverde goederen of de verrichte diensten niet hoger is dan 225 euro per transactie.

Artikel 6. Vervreemding van goederen

1.

Door de Organisatie op de voorwaarden vervat in artikel 4, tweede lid, van het Protocol verworven goederen mogen niet worden verkocht, weggegeven, verhuurd of op andere wijze vervreemd, tenzij de bevoegde autoriteiten vooraf daarvan in kennis zijn gesteld en de desbetreffende omzetbelasting is betaald. De te betalen belasting wordt berekend op basis van de alsdan geldende waarde van de goederen.

2.

Indien de Organisatie goederen ingevoerd op de voorwaarden vervat in artikel 5 van het Protocol verkoopt, weggeeft, verhuurt of op andere wijze vervreemdt, dient zij de goederen aan te geven ten invoer en de belastingen, rechten en heffingen met betrekking tot zodanige goederen te betalen.

3.

De op de aangifte ten invoer aangegeven waarde dient te zijn de waarde van de goederen op de dag van aangifte; het op de datum van aangifte van kracht zijnde tarief is van toepassing.

Artikel 7. Tewerkstellingsvergunning, verblijfsvergunning, verplichte registratie

1.

Personeelsleden van het Bureau die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen:

2.

Inwonende gezinsleden van een personeelslid van het Bureau zoals omschreven in het eerste lid van de Afzonderlijke overeenkomst behoeven voor de duur van het dienstverband van het personeelslid bij het Bureau geen tewerkstellingsvergunning te hebben.

3.

De aan personeelsleden van het Bureau tijdens de periode van hun dienstverband en aan hun inwonende gezinsleden verleende rechten vervallen bij het definitieve vertrek van het personeelslid of bij het verstrijken van een redelijke termijn als bedoeld in artikel 39, tweede en derde lid, van het Verdrag van Wenen, welke termijn wordt geteld vanaf de datum waarop het personeelslid zijn taak beëindigt of het gezinslid niet langer inwonend is.

4.

Onverminderd het bepaalde in het derde lid, hebben voormalige personeelsleden van het Bureau en hun inwonende gezinsleden of voormalige inwonende gezinsleden aanspraak op verblijfsrecht in Nederland conform de Nederlandse vreemdelingenwetgeving. Voor de verkrijging van het verblijfsrecht ingevolge de Nederlandse vreemdelingenwetgeving wordt elke periode van legitiem verblijf in Nederland, als geprivilegieerd persoon of ingevolge de vreemdelingenwetgeving, opgebouwd vóór of tijdens het dienstverband van het betrokken personeelslid bij het onderdeel, in aanmerking genomen en meegeteld.

Artikel 8. Identiteitskaarten

1.

De Organisatie zal de Regering onverwijld in kennis stellen van:

2.

De Regering zal aan de volgende personen identiteitskaarten verstrekken:

3.

De door de Regering verstrekte identiteitskaarten vermelden slechts de naam, het geslacht, de geboortedatum en -plaats en de nationaliteit van de houder en zijn voorzien van een pasfoto van de houder. De kaart heeft ten doel de houder voor de Regering en haar autoriteiten te identificeren en dient de status van de houder ingevolge het Protocol en deze Overeenkomst weer te geven.

4.

De Organisatie zal de op de identiteitskaart te vermelden persoonsgegevens aan de Regering ter hand stellen. De ontvangende Regeringsinstantie zal de gegevens slechts voor de toepassing van het Protocol en deze Overeenkomst aan andere Regeringsinstanties ter hand stellen. De gegevens zijn onderworpen aan de Nederlandse wetgeving inzake gegevensbescherming.

5.

Elektronisch toegankelijke gegevens op de identiteitskaarten zijn beperkt tot de in het derde lid vermelde gegevens. De Regering kan evenwel nadere elektronisch toegankelijke gegevens toevoegen indien zij daartoe om redenen van openbare veiligheid een internationale verplichting heeft, voor zover dit geen afbreuk doet aan rechten ingevolge het Protocol en deze Overeenkomst. De Regering zal de Organisatie zo vroeg mogelijk voorafgaand aan de uitvoering van de beoogde wijzigingen daarvan in kennis stellen.

6.

De Organisatie zal de identiteitskaarten van de in het tweede lid genoemde personen onmiddellijk na beëindiging van de tewerkstelling van de betrokken personen terugzenden, met inachtneming van de in artikel 7, derde lid, gestelde redelijke termijn.

Artikel 9. Voorrechten en immuniteiten van de Voorzitter en het hoofd van het onderdeel

1.

De Voorzitter van het Bureau geniet bij bezoeken aan Nederland dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door Nederland worden verleend aan hoofden van diplomatieke vertegenwoordigingen in Nederland overeenkomstig het Verdrag van Wenen.

2.

Het hoofd van het onderdeel geniet dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door Nederland worden verleend aan hoofden van diplomatieke vertegenwoordigingen in Nederland overeenkomstig het Verdrag van Wenen.

3.

Dezelfde regelingen gelden voor hun inwonende gezinsleden.

4.

Dit artikel doet geen afbreuk aan regelingen in deze Overeenkomst of het Protocol.

5.

Dit artikel is niet van toepassing op personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten of duurzaam verblijf houden in Nederland.

Artikel 10. Voorrechten en immuniteiten van de personeelsleden van het Bureau

1.

Personeelsleden van het Bureau die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen,

genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door Nederland worden verleend aan diplomatieke ambtenaren van de diplomatieke vertegenwoordigingen die in Nederland zijn gevestigd overeenkomstig het Verdrag van Wenen, met dien verstande dat immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken en persoonlijke onschendbaarheid zich niet uitstrekken tot handelingen verricht buiten hun officiële taken.

2.

Personeelsleden van het Bureau die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen, die geen bedienend personeel zijn en die niet onder het bepaalde in het eerste lid vallen, genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door Nederland worden verleend aan administratief en technisch personeel van de diplomatieke vertegenwoordigingen die in Nederland zijn gevestigd overeenkomstig het Verdrag van Wenen, met dien verstande dat immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken en persoonlijke onschendbaarheid zich niet uitstrekken tot handelingen verricht buiten hun officiële taken.

3.

Dezelfde regelingen gelden voor hun inwonende gezinsleden.

4.

De vrijstelling van rechtsvordering geldt niet in geval van een door derden ingediende civiele rechtsvordering ter zake van schade die voortvloeit uit een verkeersovertreding.

5.

Dit artikel doet geen afbreuk aan regelingen in deze Overeenkomst of het Protocol.

6.

Dit artikel is niet van toepassing op personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten of duurzaam verblijf houden in Nederland.

Artikel 11. Bedienden

1.

Voor de tijdsduur van hun verblijf in Nederland is het personeelsleden van het Bureau die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen toegestaan om huisbedienden of, waar van toepassing, particuliere bedienden in dienst te hebben.

2.

De in het eerste lid bedoelde huis- of particuliere bedienden behoeven geen tewerkstellingsvergunning en geen verblijfsvergunning te hebben.

Artikel 12. Progressie

Bij de berekening van de belasting die verschuldigd is over inkomsten uit andere bronnen zal Nederland geen door de Organisatie verrichte betalingen in aanmerking nemen die ingevolge het Protocol zijn vrijgesteld van nationale inkomstenbelasting.

Artikel 13. Rijbewijs

Voor de tijdsduur van hun tewerkstelling is het personeelsleden van het Bureau, hun inwonende gezinsleden en hun huis- of particuliere bedienden toegestaan een Nederlands rijbewijs te verkrijgen onder overlegging van hun geldige buitenlandse rijbewijs dan wel met hun eigen, geldige buitenlandse rijbewijs te blijven rijden, mits de houder in het bezit is van een door de Regering afgegeven identiteitskaart.

Artikel 14. Binnenkomst, verblijf en vertrek

1.

De Regering vergemakkelijkt het binnenkomen, het verblijf en het vertrek van de hierna vermelde personen:

2.

Visa of, indien van toepassing, meervoudige inreisvisa die de in het eerste lid bedoelde personen nodig hebben, worden kosteloos en zo spoedig mogelijk afgegeven.

3.

Deze regeling laat de mogelijkheid onverlet om te verlangen dat redelijk bewijs wordt geleverd waaruit blijkt dat personen die zich beroepen op de behandeling waarin deze regeling voorziet, tot de in het eerste lid omschreven categorieën behoren.

Artikel 15. Onderdanen en personen die duurzaam verblijf houden

1.

Personen van Nederlandse nationaliteit en personen zoals bedoeld in artikel 22, letter (b), van het Protocol die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen, genieten niet de voorrechten en immuniteiten vervat in artikel 12, eerste lid, letters (a), (e) en (f), artikel 13, artikel 14, letters (b), (e) en (g), en artikel 15, letter (c) van het Protocol, en artikel 7, eerste lid, letter (c), van deze Overeenkomst.

2.

Personeelsleden van het Bureau die de Nederlandse nationaliteit bezitten of de personeelsleden bedoeld in artikel 22, letter (b), van het Protocol, die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen, wier namen, uit hoofde van hun taak, zijn opgenomen op een door de Organisatie opgestelde en door de Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden goedgekeurde lijst, zijn vrijgesteld van militaire dienstplicht. Ingeval andere personen van Nederlandse nationaliteit en andere personen duurzaam verblijf houden in Nederland, worden opgeroepen voor militaire dienst, verleent de Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden hun op verzoek van de Organisatie zodanig uitstel als vereist is om onderbreking van noodzakelijk werk te vermijden.

Artikel 16. Bureaufaciliteiten

De Regering erkent dat bepaalde diensten, voorzieningen en ondersteuning nodig zijn voor het naar behoren en efficiënte functioneren van het Bureau en zal zich inspannen om het Bureau bij te staan bij het bewerkstelligen en in stand houden van het naar behoren functioneren van de faciliteiten van het Bureau in Nederland.

Artikel 17. Kantoorruimten van het onderdeel

De kantoorruimten van het onderdeel in de zin van artikel 1 van het Protocol omvatten gebouwen, delen van gebouwen en daarbij behorende grond of voorzieningen, daaronder begrepen installaties en voorzieningen die aan de Organisatie in Nederland ter beschikking zijn gesteld of door haar worden onderhouden, ingenomen of gebruikt voor de uitoefening van haar officiële werkzaamheden. De Voorzitter van het Bureau doet de Regering een plattegrond hiervan toekomen.

Artikel 18. Gezamenlijke overlegcommissie

1.

Een Gezamenlijke overlegcommissie vergemakkelijkt de uitvoering van deze Overeenkomst en kan zich via overleg tussen de desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie ook over andere administratieve vraagstukken buigen. De Commissie vergadert ten minste eenmaal per jaar en kan op verzoek van de Regering of de Organisatie op elk ander tijdstip bijeenkomen.

2.

De Voorzitter van de Commissie wordt benoemd bij wederzijdse overeenkomst tussen de Regering en de Organisatie.

Artikel 19. Geschillen

Geschillen voortvloeiend uit de uitleg of toepassing van deze Overeenkomst die niet rechtstreeks tussen de partijen kunnen worden beslecht, kunnen door een der partijen worden voorgelegd aan een scheidsgerecht. Artikel 23, vierde lid, en artikel 24 van het Protocol zijn van toepassing.

Artikel 20. Wijzigingen

Op verzoek van de Regering of van de Organisatie vindt overleg plaats omtrent de uitvoering of wijziging van deze Overeenkomst.

Artikel 21. Gunstigste behandeling

Indien en voor zover de Regering in de toekomst een overeenkomst aangaat met, of haar beleid wijzigt ten aanzien van, een intergouvernementele organisatie met in deze overeenkomst of dit beleid voorwaarden die voor die organisatie gunstiger zijn dan vergelijkbare voorwaarden in deze Overeenkomst, zal op verzoek van de Organisatie overleg worden aangegaan met als doel te bespreken of dezelfde behandeling aan de Organisatie kan worden verleend.

Artikel 22. Status van de Afzonderlijke overeenkomst

De gelijktijdig met deze Overeenkomst gesloten Afzonderlijke overeenkomst is een integrerend onderdeel van deze Overeenkomst. Iedere verwijzing naar deze Overeenkomst omvat mede de Afzonderlijke overeenkomst.

Artikel 23. Inwerkingtreding en duur

1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag van ondertekening. Zij blijft van kracht zolang het Verdrag en het Protocol van kracht blijven voor het Koninkrijk der Nederlanden.

2.

Bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn de Overeenkomst tussen de Europese Octrooiorganisatie en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende het onderdeel van het Europees Octrooibureau in ’s-Gravenhage van 19 oktober 1977, de bij Notawisseling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Octrooiorganisatie gesloten overeenkomst inzake de tewerkstelling van gezinsleden van 6 april 2005 alsmede de in het licht van het Beleidskader werving en opvang van internationale organisaties van de Nederlandse Regering bij Notawisseling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Octrooiorganisatie gesloten overeenkomst van 28 november 2005 en 13 december 2005, niet langer van kracht.

3.

Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het Koninkrijk in Europa.

Gedaan te Den Haag op 27 juni in het jaar 2006 in twee exemplaren in de Nederlandse, Duitse, Engelse en Franse taal, zijnde de vier teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

B. R. BOT

Voor de Europese Octrooiorganisatie,

A. POMPIDOU

1.

Voor de toepassing van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Octrooiorganisatie betreffende het onderdeel van het Europees Octrooibureau in ’s-Gravenhage worden de volgende personen aangemerkt als inwonend gezinslid van een personeelslid:

2.

Kinderen tussen 18 en 24 jaar van een personeelslid van het Bureau, van diens echtgenoot of van diens geregistreerd partner worden, ook indien zij niet aan de voorwaarde in het eerste lid, letter (c), punt (iii) voldoen, als inwonend gezinslid aangemerkt, zolang zij voldoen aan de overige, onder die letter genoemde voorwaarden.

3.

Bij wederzijdse overeenkomst tussen de Regering en het Bureau kunnen anderen dan de in het eerste en tweede lid bedoelde personen:

4.

Voor de toepassing van het derde lid zal de Regering in welwillende overweging nemen:

5.

Personen die krachtens deze Afzonderlijke overeenkomst als inwonend gezinslid worden aangemerkt, kunnen bij aankomst van het personeelslid in Nederland bij het personeelslid gaan inwonen of zich op enig later tijdstip bij de huishouding van het personeelslid voegen.

Done at The Hague this 27th day of June in the year 2006 in two originals in the Netherlands, English, French and German languages, the four texts being equally authentic.

For the Kingdom of the Netherlands

B. R. BOT

For the European Patent Organisation

A. POMPIDOU

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)