Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarctica
Preambule
De Staten die Partij zijn bij dit Protocol bij het Verdrag inzake Antarctica, hierna te noemen de Partijen,
Overtuigd van de noodzaak het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen beter te beschermen ;
Overtuigd van de noodzaak het Antarctisch Verdragssysteem te verstevigen om te verzekeren dat Antarctica ook in de toekomst uitsluitend voor vreedzame doeleinden wordt gebruikt en niet het toneel wordt van strijd, noch het voorwerp van internationale geschillen;
Indachtig de speciale wettelijke en politieke status van Antarctica en de speciale verantwoordelijkheid van de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica om ervoor zorg te dragen dat alle activiteiten in Antarctica in overeenstemming zijn met de doelstellingen en beginselen van het Verdrag inzake Antarctica;
Eraan herinnerend dat Antarctica is aangewezen als Speciaal Beschermd Gebied en verwijzend naar de andere krachtens het Antarctisch Verdragssysteem genomen maatregelen om het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen te beschermen;
Voorts erkennend de unieke mogelijkheden die Antarctica biedt voor wetenschappelijke waarneming en onderzoek van processen van zowel mondiale als regionale betekenis;
Opnieuw de instandhoudingsbeginselen bevestigend van hetVerdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren;
Ervan overtuigd dat de ontwikkeling van een alomvattend stelsel ter bescherming van het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen in het belang is van de gehele mensheid;
Geleid door de wens het Verdrag inzake Antarctica hiertoe aan te vullen;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:
- a. „Het Verdrag inzake Antarctica": het Verdrag inzake Antarctica gedaan te Washington op 1 december 1959;
- b. „gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is": het gebied waarop de bepalingen van het Verdrag inzake Antarctica overeenkomstig artikel VI van dat Verdrag van toepassing zijn;
- c. „Consultatieve Vergaderingen van het Verdrag inzake Antarctica": de vergaderingen zoals bedoeld in artikel IX van het Verdrag inzake Antarctica;
- d. „Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica": de Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica die het recht hebben vertegenwoordigers te benoemen die kunnen deelnemen aan de in artikel IX van dat Verdrag bedoelde vergaderingen;
- e. „Antarctisch Verdragssysteem": het Verdrag inzake Antarctica, de krachtens dat Verdrag van kracht zijnde maatregelen, de daarmee samenhangende afzonderlijke internationale van kracht zijnde juridische instrumenten en de op grond van deze juridische instrumenten van kracht zijnde maatregelen;
- f. „scheidsgerecht": het scheidsgerecht ingesteld overeenkomstig het aanhangsel bij dit Protocol, dat hiervan een integrerend deel uitmaakt;
- g. „Commissie": de overeenkomstig artikel 11 ingestelde Commissie voor Milieubescherming.
Artikel 2. Doelstelling en aanwijzing
De Partijen verplichten zich ertoe het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen op alomvattende wijze te beschermen en wijzen hierbij Antarctica aan als natuurreservaat, ten dienste van vrede en wetenschap.
Artikel 3. Milieubeginselen
De bescherming van het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen alsmede de intrinsieke waarde van Antarctica, met inbegrip van de wildernis van Antarctica, de esthetische waarden en de waarde van Antarctica als gebied voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, in het bijzonder onderzoek dat essentieel is voor inzicht in het milieu van de gehele aarde, vormen fundamentele uitgangspunten bij het plannen en uitvoeren van alle activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is.
Hiertoe:
- a. worden activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, zo gepland en uitgevoerd dat nadelige gevolgen voor het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen beperkt worden;
- b. worden activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is zo gepland en uitgevoerd dat het volgende vermeden wordt:
- i. nadelige gevolgen voor klimaat of weerpatronen;
- ii. belangrijke nadelige gevolgen voor de kwaliteit van lucht of water;
- iii. belangrijke veranderingen in de milieuomstandigheden van de atmosfeer, het land (met inbegrip van de binnenwateren), het ijs en de zee;
- iv. veranderingen die schadelijk zijn voor de verspreiding, rijkdom of produktiviteit van dier- en plantesoorten en dier- en plante populaties; v. verder in gevaar brengen van bedreigde of uitstervende soorten of populaties daarvan; of
- vi. aantasting van, of wezenlijk gevaar voor, gebieden van biologisch, wetenschappelijk, historisch, of esthetisch belang, of van belang als wildernis;
- c. wordt het uitgangspunt voor de planning en uitvoering van activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, gevormd door informatie die toereikend is om vooraf de eventuele effecten van deze activiteiten voor het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen en voor de waarde van Antarctica voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek te kunnen beoordelen en een gefundeerde mening hierover te vormen; bij deze beoordeling wordt ten volle rekening gehouden met:
- i. de omvang van de activiteit, met inbegrip van de duur en de intensiteit hiervan en het gebied waarin deze plaatsvindt;
- ii. de cumulatieve effecten van de activiteit, zowel ten gevolge van de activiteit zelf als de combinatie hiervan met andere activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is;
- iii. de vraag of de activiteit een andere activiteit in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, nadelig beïnvloedt;
- iv. de vraag of er technologie en procedures beschikbaar zijn voor milieuveilige werkzaamheden;
- v. de vraag of het vermogen aanwezig is om sleutelelementen van het milieu en onderdelen van het ecosysteem te observeren ten einde nadelige gevolgen van een activiteit te onderkennen en hieromtrent vroegtijdig te waarschuwen en de veranderingen in de uitvoeringsprocedures aan te brengen die op grond van de uit observatie of toegenomen kennis van het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen verkregen resultaten, nodig kunnen zijn; en
- vi. de vraag of het vermogen aanwezig is om snel en doeltreffend ongevallen te bestrijden, met name ongevallen die gevolgen voor het milieu kunnen hebben.
- d. er vindt regelmatig en doeltreffend waarneming plaats om de gevolgen van aan de gang zijnde activiteiten te beoordelen, met inbegrip van de verificatie van voorspelde effecten;
- e. er vindt regelmatig doeltreffende observatie plaats om vroegtijdige ontdekking van eventuele onvoorziene gevolgen voor het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen, voortvloeiend uit activiteiten binnen en buiten het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, te vergemakkelijken.
Bij de planning en uitvoering van activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, wordt voorrang verleend aan wetenschappelijk onderzoek en staat het behoud van de waarde van Antarctica als gebied voor het verrichten van dergelijk onderzoek, met inbegrip van onderzoek dat essentieel is voor inzicht in het milieu van de gehele aarde, voorop.
Activiteiten voortvloeiende uit programma's voor wetenschappelijk onderzoek en toeristische activiteiten die worden ondernomen in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, alsmede alle andere gouvernementele en niet-gouvernementele activiteiten ondernomen in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is en waarvan overeenkomstig artikel VII, vijfde lid, van het Verdrag inzake Antarctica, vooraf kennisgeving dient te worden gedaan, met inbegrip van logistieke ondersteuning,
- a. vinden plaats op een met de beginselen in dit artikel verenigbare wijze; en
- b. worden gewijzigd, geschorst of afgelast indien deze leiden of dreigen te leiden tot effecten voor het Antarctisch milieu of de daarvan afhankelijke of daarmee samenhangende ecosystemen die niet verenigbaar zijn met deze beginselen.
Artikel 4. Samenhang met de andere onderdelen van het Antarctisch Verdragssysteem
Dit Protocol is een aanvulling op het Verdrag inzake Antarctica en verandert of wijzigt dit Verdrag niet.
Geen enkele bepaling van dit Protocol doet afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de Partijen bij dit Protocol krachtens andere binnen het Antarctisch Verdragssysteem van kracht zijnde internationale juridische instrumenten.
Artikel 5. Verenigbaarheid met de andere onderdelen van het Antarctisch Verdragssysteem
De Partijen treden in overleg en werken samen met de Verdragsluitende Partijen bij de andere binnen het Antarctisch Verdragssysteem van kracht zijnde internationale juridische instrumenten en hun onderscheiden instellingen ten einde te verzekeren dat de doelstellingen van dit Protocol worden bereikt en zijn beginselen gehandhaafd en ten einde te vermijden dat het bereiken van de doelstellingen en het handhaven van de beginselen van die juridische instrumenten worden belemmerd of dat de toepassing van die juridische instrumenten en dit Protocol niet met elkaar verenigbaar zijn.
Artikel 6. Samenwerking
De Partijen werken samen bij het plannen en uitvoeren van activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is. Hiertoe streeft elke Partij ernaar:
- a. samenwerkingsprogramma's van wetenschappelijke, technische en educatieve waarde, betreffende de bescherming van het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen, te bevorderen;
- b. andere Partijen gepaste bijstand te verlenen bij het opstellen van milieu-effectrapportages;
- c. andere Partijen op verzoek informatie te verstrekken inzake een mogelijk risico voor het milieu en bijstand te verlenen om de eventueel schadelijke gevolgen van ongevallen voor het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen, tot een minimum te beperken;
- d. in overleg te treden met andere Partijen inzake de keuze van plaatsen voor toekomstige stations en andere faciliteiten ten einde cumulatieve eifecten ten gevolge van een uitzonderlijk hoge concentratie hiervan op één plaats te vermijden;
- e. eventueel gezamenlijk expedities te ondernemen en het gebruik van stations en andere faciliteiten te delen; en
- f. de stappen te ondernemen die worden overeengekomen in de Consultatieve Vergaderingen van het Verdrag inzake Antarctica.
Elke Partij verbindt zich, voor zover mogelijk, tot het delen van informatie die nuttig kan zijn voor andere Partijen bij het plannen en uitvoeren van hun activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, om het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen te beschermen.
De Partijen werken samen met de Partijen die jurisdictie uitoefenen in de aan het gebied waarop het Verdrag inzake Antarcticavan toepassing is grenzende gebieden, ten einde te verzekeren dat activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, geen nadelige effecten hebben voor het milieu in die gebieden.
Artikel 7. Verbod van activiteiten betreffende minerale rijkdommen
Met uitzondering van wetenschappelijk onderzoek is elke activiteit betreffende minerale rijkdommen verboden.
Artikel 8. Milieu-effectrapportage
Op voorgenomen activiteiten zoals bedoeld in het tweede lid hieronder zijn de in Bijlage I beschreven procedures voor het vooraf beoordelen van de effecten van deze activiteiten voor het Antarctisch milieu of de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen van toepassing al naar gelang de effecten van deze activiteiten! worden gekenschetst als:
- a. minder dan een gering of tijdelijk effect;
- b. een gering of tijdelijk effect; of
- c. meer dan een gering of tijdelijk effect.
Alle Partijen zien erop toe dat de in Bijlage I beschreven milieurapportage- en beoordelingsprocedures worden toegepast bij de planning voorafgaande aan beslissingen inzake activiteiten voortvloeiende uit programma's voor wetenschappelijk onderzoek en toeristische activiteiten die worden ondernomen in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, alsmede alle andere gouvernementele en niet-gouvernementele activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is en waarvan krachtens artikel VI, vijfde lid, van het Verdrag inzake Antarctica, vooraf kennisgeving dient te worden gedaan, met inbegrip van daarmee samenhangende logistieke ondersteuning.
De in Bijlage I beschreven milieurapportage- en beoordelingsprocedures zijn van toepassing op elke verandering in een activiteit, ongeacht of deze verandering voortvloeit uit een toename of afname van de intensiteit van een bestaande activiteit, uit het toevoegen van een activiteit, het buiten dienst stellen van een faciliteit, of anderszins.
Wanneer activiteiten gezamenlijk door meer Partijen worden gepland, benoemen de betrokken Partijen uit hun midden één persoon die de toepassing van de in Bijlage I beschreven milieu-effectrapportageprocedures coördineert.
Artikel 9. Bijlagen
De Bijlagen bij dit Protocol maken een integrerend deel hiervan uit.
Naast de Bijlagen I-IV kunnen bijlagen worden aangenomen en van kracht worden overeenkomstig artikel IX van het Verdrag inzake Antarctica.
Veranderingen en wijzigingen van Bijlagen kunnen worden aangenomen en van kracht worden overeenkomstig artikel IX van het Verdrag inzake Antarctica, met dien verstande dat elke Bijlage een bepaling kan bevatten om veranderingen en wijzigingen op versnelde wijze van kracht te doen worden.
Bijlagen en alle veranderingen en wijzigingen hiervan die overeenkomstig het tweede en derde lid hierboven van kracht zijn geworden, treden in werking voor een Verdragsluitende Partij bij het Verdrag inzake Antarctica die geen Consultatieve Partij bij het Verdrag inzake Antarctica is, of geen Consultatieve Partij bij het Verdrag inzake Antarctica was op het tijdstip waarop deze werden aangenomen, wanneer de Depositaris mededeling van goedkeuring heeft ontvangen van die Verdragsluitende Partij, tenzij in een dergelijke Bijlage ten aanzien van de inwerkingtreding van een verandering of wijziging hiervan anders wordt bepaald.
Tenzij in een bijlage anders wordt bepaald, zijn de in de artikelen 18 tot en met 20 beschreven procedures voor de beslechting van geschillen van toepassing op de bijlagen.
Artikel 10. Consultatieve Vergaderingen van het Verdrag inzake Antarctica
De Consultatieve Vergaderingen van het Verdrag inzake Antarctica stellen, met gebruikmaking van de beste ter beschikking staande wetenschappelijke en technische adviezen, het volgende vast:
- a. het beleid voor de alomvattende bescherming van het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen, overeenkomstig de bepalingen van dit Protocol; en
- b. maatregelen voor de toepassing van dit Protocol, krachtens artikel IX van het Verdrag inzake Antarctica.
De Consultatieve Vergaderingen van het Verdrag inzake Antarctica bezien het werk van de Commissie en maken ten volle gebruik van haar adviezen en aanbevelingen voor het uitvoeren van de in het eerste lid hierboven bedoelde taken alsmede van de adviezen van de Wetenschappelijke Commissie voor Onderzoek op Antarctica.
Artikel 11. Commissie voor milieubescherming
Hierbij wordt de Commissie voor Milieubescherming ingesteld.
Elke Partij heeft het recht lid te zijn van de Commissie en een vertegenwoordiger te benoemen, die kan worden vergezeld door deskundigen en adviseurs.
Iedere Partij bij het Verdrag inzake Antarctica die geen Partij is bij dit Protocol kan de status van waarnemer in de Commissie hebben.
De Commissie nodigt de President van de Wetenschappelijke Commissie voor Onderzoek op Antarctica en de Voorzitter van de Wetenschappelijke Commissie voor de Instandhouding van de Levende Rijkdommen in de Antarctische Wateren, uit als waarnemer aan de bijeenkomsten deel te nemen. Met goedkeuring van de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica, kan de Commissie ook andere ter zake gespecialiseerde wetenschappelijke en technische organisaties en milieuorganisaties die een bijdrage kunnen leveren aan haar werk, uitnodigen als waarnemer aan haar bijeenkomsten deel te nemen.
De Commissie dient op elke bijeenkomst een rapport in bij de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica. Dit rapport bevat alle op de bijeenkomst behandelde aangelegenheden en geeft de tot uitdrukking gebrachte meningen weer. Het rapport wordt toegezonden aan alle Partijen en waarnemers die de bijeenkomst bijwonen en wordt vervolgens ter beschikking van het publiek gesteld.
De Commissie stelt haar reglement van orde vast; dit dient te worden goedgekeurd door de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica.
Artikel 12. Taken van de Commissie
De Commissie heeft tot taak de Partijen te adviseren en voor de Partijen aanbevelingen te formuleren in verband met de toepassing van dit Protocol, met inbegrip van de werking van de Bijlagen, ter bestudering op de Consultatieve Vergaderingen van het Verdrag inzake Antarctica, en verricht de andere taken die haar kunnen worden opgedragen door de Consultatieve Vergaderingen van het Verdrag inzake Antarctica. In het bijzonder dient de Commissie advies te geven inzake:
- a. de doeltreffendheid van de ingevolge dit Protocol getroffen maatregelen;
- b. de noodzaak deze maatregelen bij te stellen, te versterken of anderszins te verbeteren;
- c. eventuele behoefte aan aanvullende maatregelen, met inbegrip van de behoefte aan aanvullende bijlagen;
- d. de toepassing en uitvoering van de in artikel 8 en Bijlage I beschreven milieu-effectrapportageprocedures;
- e. middelen om de milieu-effecten van activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is tot een minimum te beperken ofte verminderen;
- f. procedures voor situaties die dringend optreden vereisen, met inbegrip van optreden in het geval van milieubedreigende noodsituaties;
- g. de werking en verdere ontwikkeling van het Antarctisch Systeem van Beschermde Gebieden;
- h. inspectieprocedures, met inbegrip van modellen voor de inspectierapporten en controlelijsten voor het uitvoeren van inspecties;
- i. het verzamelen, archiveren, uitwisselen en evalueren van informatie met betrekking tot milieubescherming;
- j. de staat waarin het Antarctisch milieu verkeert; en
- k. de noodzaak om wetenschappelijk onderzoek te verrichten, met inbegrip van observatie van het milieu, in verband met de toepassing van dit Protocol.
Bij de uitvoering van haar taken treedt de Commissie eventueel in overleg met de Wetenschappelijke Commissie voor Onderzoek op Antarctica, de Wetenschappelijke Commissie voor de Instandhouding van de Levende Rijkdommen in de Antarctische Wateren en andere ter zake gespecialiseerde wetenschappelijke en technische organisaties en milieuorganisaties.
13. Naleving van dit Protocol
Elke Partij neemt de binnen haar bevoegdheid vallende passende maatregelen, met inbegrip van het aannemen van wetten en regelingen, bestuursmaatregelen en handhavingsmaatregelen, om naleving van dit Protocol te verzekeren.
In overeenstemming met het Handvest der Verenigde Naties doet elke Partij passende inspanningen om te voorkomen dat activiteiten worden ontplooid die in strijd zijn met dit Protocol.
Elke Partij stelt alle andere Partijen in kennis van de maatregelen die zij ingevolge het eerste en tweede lid hierboven treft.
Elke Partij vestigt de aandacht van alle andere Partijen op activiteiten die naar haar mening de uitvoering van de doelstellingen en de handhaving van de beginselen van dit Protocol raken.
De Consultatieve Vergaderingen van het Verdrag inzake Antarctica vestigen de aandacht van elke Staat die geen Partij is bij dit Protocol op activiteiten die worden ondernomen door die Staat, diens instanties, organen, natuurlijke personen of rechtspersonen, schepen, luchtvaartuigen of andere transportmiddelen die de uitvoering van de doelstellingen en de handhaving van de beginselen van dit Protocol raken.
Artikel 14. Inspectie
Ten einde de bescherming van het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen te bevorderen, en de naleving van dit Verdrag te verzekeren, organiseren de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica, individueel of gezamenlijk, inspecties door waarnemers, overeenkomstig artikel VII van het Verdrag inzake Antarctica.
Waarnemers zijn:
- a. waarnemers aangewezen door een Consultatieve Partij bij het Verdrag inzake Antarctica die onderdaan zijn van die Partij; en
- b. waarnemers aangewezen door de Consultatieve Vergaderingen van het Verdrag inzake Antarctica om inspecties uit te voeren krachtens door een Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica vast te stellen procedures.
De Partijen werken ten volle samen met waarnemers die inspecties uitvoeren, en dragen er zorg voor dat de waarnemers gedurende de inspecties toegang krijgen tot alle delen van stations, installaties, materieel, schepen en luchtvaartuigen waar zij krachtens artikel VII, derde lid, van het Verdrag inzake Antarctica inspecties mogen uitvoeren, alsmede tot alle registers die hierover worden bijgehouden en die ingevolge dit Protocol zijn vereist.
Inspectierapporten worden toegezonden aan de Partijen over wier stations, installaties, materieel, schepen of luchtvaartuigen rapporten zijn opgemaakt. Nadat deze Partijen in staat zijn gesteld commentaar te geven, worden de rapporten en het commentaar daarop toegezonden aan alle Partijen en de Commissie, bestudeerd op de eerstvolgende Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica, en vervolgens ter beschikking van het publiek gesteld.
Artikel 15. Bestrijdingsacties in noodsituaties
Ten einde milieubedreigende noodsituaties in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, te bestrijden, stemt elke Partij ermee in:
- a. snel doeltreffende bestrijdingsacties te ondernemen in noodsituaties die zich kunnen voordoen bij het uitvoeren van wetenschappelijke onderzoeksprogramma's, toeristische activiteiten en alle andere gouvernementele en niet-gouvernementele activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, en waarvan vooraf krachtens artikel VII, vijfde lid, van het Verdrag inzake Antarctica, kennisgeving dient te worden gedaan, met inbegrip van daarmee samenhangende logistieke ondersteuning; en
- b. rampenplannen op te stellen om ongevallen met mogelijke nadelige gevolgen voor het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen te bestrijden.
Hiertoe:
- a. werken de Partijen samen bij het formuleren en uitvoeren van deze rampenplannen; en
- b. stellen de Partijen procedures op voor een onmiddellijke kennisgeving van milieubedreigende noodsituaties en een gezamenlijke bestrijding hiervan.
Voor de toepassing van dit artikel maken de Partijen gebruik van de adviezen van de ten dienste staande internationale organisaties.
Artikel 16. Aansprakelijkheid
Overeenkomstig de doelstellingen van dit Protocol voor de alom\vattende bescherming van het Antarctisch milieu en de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen, verbinden de Partijen zich ertoe regels en procedures uit te werken ten aanzien van de aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van activiteiten die plaatsvinden in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is en die onder dit Protocol vallen. Deze regels en procedures worden opgenomen in een of meerdere bijlagen die worden aangenomen overeenkomstig artikel 9, tweede lid.
Artikel 17. Jaarlijks verslag van de Partijen
Elke Partij brengt jaarlijks verslag uit over de stappen die zijn ondernomen om dit Protocol toe te passen. Deze verslagen bevatten de overeenkomstig artikel 13, derde lid, gedane kennisgevingen, de overeenkomstig artikel 15 opgestelde rampenplannen en alle andere ingevolge dit Protocol vereiste kennisgevingen en informatie ten aanzien waarvan geen andere bepaling bestaat omtrent toezending en uitwisseling.
De overeenkomstig het eerste lid hierboven opgestelde verslagen worden toegezonden aan alle Partijen en aan de Commissie, bestu\deerd op de eerstvolgende Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica en ter beschikking van het publiek gesteld.
Artikel 18. Beslechting van geschillen
Indien een geschil ontstaat over de uitlegging of de toepassing van dit Protocol, treden de Partijen bij dit geschil, op verzoek van een van hen, zo spoedig mogelijk met elkaar in overleg om het geschil te regelen via onderhandelingen, onderzoek, bemiddeling, conciliatie, arbitrage, gerechtelijke beslissing of andere vreedzame methoden die de partijen bij het geschil overeenkomen.
Artikel 19. Keuze van procedure voor de beslechting van geschillen
Elke Partij kan, bij ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van, of toetreding tot dit Protocol, of te allen tijde daarna, door middel van een schriftelijke verklaring een of beide volgende middelen kiezen voor de beslechting van geschillen inzake de uitlegging of toepassing van de artikelen 7, 8 en 15, en van de bepalingen van een Bijlage, tenzij in een Bijlage anders wordt bepaald, en van artikel 13, voor zover verband houdend met deze artikelen en bepalingen:
- a. het Internationale Gerechtshof;
- b. het scheidsgerecht.
Een ingevolge het eerste lid hierboven afgelegde verklaring laat de werking van artikel 18 en artikel 20, tweede lid, onverlet.
Een Partij die geen verklaring heeft afgelegd ingevolge het eerste lid hierboven of ten aanzien waarvan een verklaring niet langer van kracht is, wordt geacht de bevoegdheid van het scheidsgerecht te hebben aanvaard.
Indien de partijen bij een geschil dezelfde middelen hebben aanvaard om een geschil te beslechten, kan het geschil uitsluitend via deze procedure worden beslecht, tenzij de partijen anders overeenkomen.
Indien de partijen niet hetzelfde middel hebben aanvaard om een geschil te beslechten, of indien zij beide methoden hebben aanvaard, kan het geschil uitsluitend worden voorgelegd aan het scheidsgerecht, tenzij de partijen anders overeenkomen.
Een ingevolge het eerste lid hierboven afgelegde verklaring blijft van kracht tot aan het verstrijken van de geldigheidsduur hiervan overeenkomstig de erin vervatte voorwaarden of tot drie maanden nadat een schriftelijke kennisgeving van herroeping is nedergelegd bij de Depositaris.
Een nieuwe verklaring, een kennisgeving van herroeping of het verstrijken van de geldigheidsduur van een verklaring hebben geen enkele invloed op de procedures die aanhangig zijn bij het Internationale Gerechtshof of het scheidsgerecht, tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen.
Verklaringen en kennisgevingen zoals bedoeld in dit artikel worden nedergelegd bij de Depositaris, die afschriften hiervan doet toekomen aan alle Partijen.
Artikel 20. Procedure voor de beslechting van geschillen
Indien de partijen bij een geschil inzake de uitlegging of toepassing van de artikelen 7,8 en 15, of inzake de bepalingen van een Bijlage, tenzij in de Bijlage anders is bepaald, of inzake artikel 13, voor zover verband houdend met deze artikelen en bepalingen, niet binnen 12 maanden na verzoek om overleg ingevolge artikel 18, overeenstemming hebben bereikt over een middel om het geschil te regelen, wordt het geschil op verzoek van een partij hierbij ter beslechting voorgelegd overeenkomstig de in artikel 19, vierde en vijfde lid, vastgestelde procedure.
Het scheidsgerecht is niet bevoegd te beslissen in of een uitspraak te doen over een aangelegenheid die onder artikel IV van het Verdrag inzake Antarctica valt. Bovendien kan geen bepaling in dit Protocol zodanig worden uitgelegd dat hiermee bevoegdheid of jurisdictie wordt toegekend aan het Internationale Gerechtshof of een ander voor de beslechting van geschillen tussen Partijen ingesteld gerecht om in een onder artikel IV van het Verdrag inzake Antarctica vallende aangelegenheid te beslissen of anderszins een uitspraak hierover te doen.
Artikel 21. Ondertekening
Dit Protocol wordt op 4 oktober 1991 te Madrid en daarna tot 3 oktober 1992 te Washington opengesteld voor ondertekening door alle Staten die Partij zijn bij het Verdrag inzake Antarctica.
Artikel 22. Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding
Dit Protocol dient door de ondertekenende Staten te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd.
Na 3 oktober 1992 staat dit Protocol open voor toetreding door elke Staat die Partij is bij het Verdrag inzake Antarctica.
De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding worden nedergelegd bij de Regering van de Verenigde Staten, die hierbij wordt aangewezen als de Depositaris.
Na de datum waarop dit Protocol in werking is getreden ondernemen de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica niets naar aanleiding van een kennisgeving betreffende het recht van een Verdragsluitende Partij om vertegenwoordigers te benoemen die overeenkomstig artikel IX, tweede lid, van het Verdrag inzake Antarctica kunnen deelnemen aan Consultatieve Vergaderingen van het Verdrag inzake Antarctica, voordat die Partij dit Protocol heeft bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd, of tot dit Protocol is toegetreden.
Artikel 23. Inwerkingtreding
Dit Protocol treedt in werking op de dertigste dag volgende op de datum van nederlegging van de akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding door alle Staten die Consultatieve Partij bij het Verdrag inzake Antarctica zijn op de datum waarop dit Protocol is aangenomen.
Voor elke Partij bij het Verdrag inzake Antarctica die, na de datum van inwerkingtreding van dit Protocol, een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nederlegt, treedt dit Protocol in werking op de dertigste dag volgende op deze nederlegging.
Artikel 24. Voorbehouden
Voorbehouden ten aanzien van dit Protocol zijn niet toegestaan.
Artikel 25. Wijziging of amendering
Onverminderd het bepaalde in artikel 9 kan dit Protocol te allen tijde worden gewijzigd of geamendeerd overeenkomstig de in artikel XII, eerste lid, letters a en b, van het Verdrag inzake Antarctica beschreven procedures.
Indien na verloop van vijftig jaar te rekenen van de datum van inwerkingtreding van dit Protocol een Consultatieve Partij bij het Verdrag inzake Antarctica zulks door middel van een aan de Depositaris gerichte kennisgeving verzoekt, wordt zo spoedig mogelijk een conferentie belegd om de werking van dit Protocol te toetsen.
Een op een dergelijke, ingevolge het tweede lid hierboven, bijeengeroepen Toetsingsconferentie voorgestelde wijziging of amendering wordt aangenomen met een meerderheid van de Partijen, met inbegrip van 3/4 van de Staten die Consultatieve Partij bij het Verdrag inzake Antarctica waren op het tijdstip waarop dit Protocol werd aangenomen.
Een wijziging of amendering die ingevolge het derde lid van dit artikel is aangenomen, treedt in werking na bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding door 3/4 van de Consultatieve Partijen, met inbegrip van de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding van alle Staten die Consultatieve Partij bij het Verdrag inzake Antarctica zijn op het tijdstip waarop dit Protocol werd aangenomen.
- a. Wat betreft artikel 7, het hierin vervatte verbod op activiteiten betreffende minerale rijkdommen van Antarctica blijft geldig tenzij een bindend rechtsregime van kracht is inzake activiteiten betreffende minerale rijkdommen van Antarctica dat een overeengekomen methode bevat om vast te stellen of dergelijke activiteiten aanvaardbaar zijn, en zo ja, onder welke voorwaarden. Dit regime stelt ten volle de belangen veilig van alle Staten bedoeld in artikel IV van het Verdrag inzake Antarctica en past de beginselen daarvan toe. Derhalve dient een op een in het tweede lid hierboven bedoelde Conferentie voorgestelde wijziging of amendering van artikel 7 een dergelijk bindend rechtsregime te bevatten.
- b. Indien een dergelijke wijziging of amendering niet binnen drie jaar te rekenen van de datum van aanneming hiervan in werking is getreden, kan iedere Partij op elk tijdstip daarna de Depositaris ervan in kennis stellen dat zij zich terugtrekt uit dit Protocol; deze terugtrekking wordt twee jaar nadat de Depositaris kennisgeving hiervan heeft ontvangen van kracht.
Artikel 26. Kennisgevingen door de Depositaris
De Depositaris stelt alle Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica in kennis van het volgende:
- a. ondertekeningen van dit Protocol en de nederlegging van de akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;
- b. de datum van inwerkingtreding van dit Protocol en eventuele aanvullende bijlagen;
- c. de datum van inwerkingtreding van eventuele amenderingen of wijzigingen van dit Protocol;
- d. de nederlegging van verklaringen en kennisgevingen ingevolge artikel 19; en
- e. iedere kennisgeving ontvangen ingevolge artikel 25, vijfde lid, letter b.
Artikel 27. Authentieke teksten en registratie bij de Verenigde Naties
Dit Protocol, opgesteld in de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in het archief van de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften hiervan toezendt aan alle Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica.
Dit Protocol wordt door de Depositaris geregistreerd overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.
Artikel 1
Het scheidsgerecht wordt ingesteld en functioneert overeenkomstig dit Protocol, met inbegrip van dit Aanhangsel.
De in dit Aanhangsel bedoelde Secretaris is de Secretaris-Generaal van het Permanente Hof van Arbitrage.
Artikel 2
Elke Partij heeft het recht maximaal drie arbiters aan te wijzen, van wie ten minste een wordt aangewezen binnen drie maanden nadat dit Protocol voor die Partij in werking treedt. Elke arbiter dient ervaring te hebben met Antarctische aangelegenheden, te beschikken over grondige kennis van het internationale recht en in hoog aanzien te staan wat rechtvaardigheid, bekwaamheid en integriteit aangaat. De namen van de aldus aangewezen personen vormen de lijst van arbiters. Elke Partij handhaaft te allen tijde de naam van ten minste een arbiter op de lijst.
Behoudens het derde lid hieronder blijft een door een Partij aangewezen arbiter voor een tijdvak van vijfjaar op de lijst en kan opnieuw door die Partij worden aangewezen voor verdere tijdvakken van vijfjaar.
Een Partij die een arbiter heeft aangewezen kan de naam van die arbiter van de lijst verwijderen. Indien een arbiter overlijdt of indien om enige reden een Partij de naam van een door haar aangewezen arbiter van de lijst verwijdert, stelt deze Partij de Secretaris hiervan onverwijld in kennis. Een arbiter wiens naam van de lijst is verwijderd, blijft zitting hebben in elk scheidsgerecht waarin hij is benoemd, tot de beëindiging van de procedures voor het scheidsgerecht.
De Secretaris draagt er zorg voor dat een bijgewerkte lijst van de ingevolge dit artikel aangewezen arbiters wordt aangehouden.
Artikel 3
Het scheidsgerecht is samengesteld uit drie arbiters, die als volgt worden benoemd:
- a. De partij bij het geschil die de procedure begint, benoemt een arbiter, die haar onderdaan mag zijn, uit de in artikel 2 bedoelde lijst. Deze benoeming wordt opgenomen in de kennisgeving bedoeld in artikel 4.
- b. Binnen veertig dagen na ontvangst van deze kennisgeving benoemt de andere partij bij het geschil de tweede arbiter, die haar onderdaan mag zijn, door een keuze uit de in artikel 2 bedoelde lijst.
- c. Binnen zestig dagen na de benoeming van de tweede arbiter, benoemen de partijen bij het geschil in onderlinge overeenstemming de derde arbiter door een keuze uit de lijst bedoeld in artikel 2. De derde arbiter mag geen onderdaan zijn van en niet voor de in artikel 2 bedoelde lijst zijn aangewezen door een partij bij het geschil, en mag niet dezelfde nationaliteit hebben als een van de eerste twee arbiters. De derde arbiter is voorzitter van het scheidsgerecht.
- d. Indien de tweede arbiter niet binnen het voorgeschreven tijdvak is benoemd, of indien de partijen bij het geschil niet binnen het voorgeschreven tijdvak overeenstemming hebben bereikt over de benoeming van de derde arbiter, wordt, op verzoek van een der partijen bij het geschil, de benoeming van de arbiter of de arbiters verricht door de President van het Internationale Gerechtshof, door een keuze uit de in artikel 2 bedoelde lijst, met inachtneming van de voorwaarden gesteld in de letters b en c hierboven, binnen dertig dagen nadat de President dit verzoek heeft ontvangen. Bij het uitvoeren van de in deze letter aan hem of haar toebedeelde taken, treedt de President van het Hof in overleg met de partijen bij het geschil.
- e. Indien de President van het Internationale Gerechtshof niet in staat is de taken die hem of haar in letter d hierboven zijn toebedeeld, uit te voeren of indien deze een onderdaan is van een partij bij het geschil, worden de taken uitgevoerd door de Vice-President van het Hof, behalve indien de Vice-President niet in staat is deze taken uit te voeren dan wel een onderdaan is van een partij bij het geschil, in welk geval de taken worden uitgevoerd door het lid van het Hof dat het hoogste is in anciënniteit en dat beschikbaar is en geen onderdaan is van een partij bij het geschil.
Elke vacature wordt vervuld op de voor de oorspronkelijke benoeming voorgeschreven wijze.
Bij elk geschil waarbij meer dan twee partijen zijn betrokken, benoemen de partijen die hetzelfde belang hebben in onderlinge overeenstemming een arbiter, binnen het in het eerste lid, letter b, hierboven aangegeven tijdvak.
Artikel 4
De partij bij het geschil die de procedure begint, stelt de andere partij of partijen bij het geschil en de Secretaris schriftelijk hiervan in kennis. Deze kennisgeving bevat een uiteenzetting van de eis en de gronden waarop deze is gebaseerd. De kennisgeving wordt door de Secretaris aan alle Partijen toegezonden.
Artikel 5
Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, vindt de arbitrage plaats te 's-Gravenhage, waar de registers van het scheidsgerecht worden bewaard. Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedureregels vast. Deze regels verzekeren dat elke partij bij het geschil ten volle de gelegenheid heeft te worden gehoord en haar zaak uiteen te zetten en tevens dat de procedure een vlot verloop heeft.
Het scheidsgerecht kan tegeneisen die voortkomen uit het geschil horen en erover beslissen.
Artikel 6
Indien het scheidsgerecht van mening is dat het prima facie krachtens dit Protocol jurisdictie heeft, kan het:
- a. op verzoek van een der partijen bij het geschil, de voorlopige voorzieningen aangeven die het nodig acht om de onderscheiden rechten van de partijen bij het geschil te beschermen;
- b. alle voorlopige voorzieningen voorschrijven die het gezien de omstandigheden gepast acht om ernstige schade aan het Antarctisch milieu of de daarvan afhankelijke en daarmee samenhangende ecosystemen te voorkomen.
De partijen bij het geschil houden zich onverwijld aan alle krachtens het eerste lid, letter b, hierboven voorgeschreven voorlopige maatregelen, in afwachting van een uitspraak krachtens artikel 10.
Niettegenstaande het in artikel 20, van het Protocol genoemde tijdvak, kan een partij bij het geschil te allen tijde door middel van kennisgeving aan de andere partij of partijen bij het geschil en aan de Secretaris, overeenkomstig artikel 4, verzoeken buitengewone spoed te betrachten bij het instellen van het scheidsgerecht om voorlopige noodvoorzieningen overeenkomstig dit artikel aan te geven of voor te schrijven. In een dergelijk geval wordt het scheidsgerecht zo spoedig mogelijk samengesteld overeenkomstig artikel 3, behalve dat de tijdvakken in artikel 3, eerste lid, letters b, c, en d, voor elk van deze gevallen worden teruggebracht tot 14 dagen. Het scheidsgerecht beslist over het verzoek om voorlopige noodvoorzieningen binnen twee maanden na benoeming van zijn voorzitter.
Na een beslissing van het scheidsgerecht inzake een verzoek om voorlopige noodvoorzieningen overeenkomstig het derde lid hierboven, vindt de beslechting van het geschil plaats overeenkomstig de artikelen 18, 19 en 20 van het Protocol.
Artikel 7
Een Partij die van mening is dat zij een algemeen dan wel individueel rechtsbelang heeft dat wezenlijk kan worden geraakt door de uitspraak van een scheidsgerecht, kan interveniëren in de procedure, tenzij het scheidsgerecht anders bepaalt.
Artikel 8
De partijen bij het geschil vergemakkelijken het werk van het scheidsgerecht en voorzien het met name, in overeenstemming met hun wetgeving en met gebruikmaking van alle ten dienste staande middelen, van alle relevante documenten en informatie en stellen het in staat, waar nodig, getuigen of deskundigen op te roepen en verklaringen van hen te verkrijgen.
Artikel 9
Indien een van de partijen bij het geschil niet voor het scheidsgerecht verschijnt of haar zaak niet verdedigt, kan elke andere partij bij het geschil het scheidsgerecht verzoeken de procedure voort te zetten en een uitspraak te doen.
Artikel 10
Het scheidsgerecht doet een uitspraak in de aan het scheidsgerecht voorgelegde geschillen op basis van de bepalingen in het Protocol en andere van toepassing zijnde rechtsregels die niet strijdig zijn met deze bepalingen.
Het scheidsgerecht kan ex aequo et bono in een aan het scheidsgerecht voorgelegd geschil beslissen, indien de partijen bij het geschil dit overeenkomen.
Artikel 11
Voordat het scheidsgerecht een uitspraak doet, overtuigt het zich ervan dat het bevoegd is ten aanzien van het geschil en dat de eis en de tegeneis ten aanzien van de feiten en het recht gegrond zijn.
De uitspraak dient vergezeld te gaan van een uiteenzetting van de gronden waarop de beslissing is genomen en wordt medegedeeld aan de Secretaris, die deze aan alle Partijen doet toekomen.
De uitspraak is onherroepelijk en bindend voor de partijen bij het geschil en voor elke Partij die heeft geïntervenieerd en wordt onverwijld nageleefd. Het scheidsgerecht licht op verzoek van een partij bij het geschil of een interveniërende partij de uitspraak toe.
De uitspraak heeft geen bindende kracht behalve ten aanzien van die bepaalde zaak.
Tenzij het scheidsgerecht anders bepaalt, komen de kosten van het scheidsgerecht, met inbegrip van de honorering van zijn arbiters, gelijkelijk ten laste van de partijen bij het geschil.
Artikel 12
Alle beslissingen van het scheidsgerecht, met inbegrip van de beslissingen bedoeld in de artikelen 5,6 en 11, worden genomen met een meerderheid van de arbiters, die zich niet van stemming mogen onthouden.
Artikel 13
Dit Aanhangsel kan worden geamendeerd of gewijzigd door middel van een overeenkomstig artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica aangenomen maatregel. Tenzij in de maatregel anders wordt aangegeven, wordt de amendering of wijziging geacht te zijn goedgekeurd en treedt zij in werking één jaar na sluiting van de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica tijdens welke zij werd aangenomen, tenzij een of meer van de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica de Depositaris binnen deze termijn ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
Alle amenderingen of wijzigingen van dit Aanhangsel die in werking treden overeenkomstig het eerste lid hierboven, treden daarna in werking ten aanzien van elke andere Partij wanneer kennisgeving van haar goedkeuring door de Depositaris is ontvangen.
Artikel 1. Voorbereidingsstadium
De milieu-effecten van de in artikel 8 van het Protocol bedoelde voorgenomen activiteiten worden voor aanvang bestudeerd overeenkomstig de passende nationale procedures.
Indien van een activiteit wordt vastgesteld dat deze een minder dan gering of tijdelijk effect heeft, kan de activiteit onmiddellijk doorgang vinden.
Artikel 2. Eerste Milieu-evaluatie
Tenzij is vastgesteld dat een activiteit minder dan een gering of tijdelijk effect heeft, of tenzij een Uitgebreide Milieu-evaluatie wordt opgesteld overeenkomstig artikel 3, wordt een Eerste Milieu-evaluatie opgesteld. Deze bevat voldoende details om te beoordelen of een voorgenomen activiteit meer dan een gering of tijdelijk effect heeft en bevat:
- a. een beschrijving van de voorgenomen activiteit, met inbegrip van doel, plaats, duur en intensiteit; en
- b. een beschouwing van de alternatieven voor de voorgenomen activiteit en alle mogelijke effecten van de activiteit, met inbegrip van een beschouwing van de cumulatieve effecten in het licht van bestaande activiteiten en activiteiten waarvan bekend is dat zij zijn gepland.
Indien uit een Eerste Milieu-evaluatie blijkt dat een voorgenomen activiteit waarschijnlijk niet meer dan een gering of tijdelijk effect heeft, kan de activiteit doorgang vinden op voorwaarde dat passende procedures, eventueel met inbegrip van toezicht, worden ingesteld om het effect van de activiteit te beoordelen en te verifiëren.
Artikel 3. Uitgebreide Milieu-evaluatie
Indien uit een Eerste Milieu-evaluatie blijkt of indien anderszins wordt vastgesteld dat een voorgenomen activiteit waarschijnlijk meer dan een gering of tijdelijk effect heeft, wordt een Uitgebreide Milieuevaluatie opgesteld.
Een Uitgebreide Milieu-evaluatie bevat:
- a. een beschrijving van de voorgenomen activiteit, met inbegrip van doel, plaats, duur en intensiteit, en mogelijke alternatieven voor de activiteit, met inbegrip van het alternatief om de activiteit geen doorgang te doen vinden, en de gevolgen van deze alternatieven;
- b. een beschrijving van de bestaande toestand van het milieu waarmee voorspelde veranderingen dienen te worden vergeleken en een voorspelling van de toekomstige toestand van het milieu indien de voorgenomen activiteit niet plaatsvindt;
- c. een beschrijving van de methoden en gegevens die worden gebruikt om de effecten van de voorgenomen activiteit te voorspellen;
- d. een schatting van de aard, omvang, duur en intensiteit van de mogelijke directe effecten van de voorgenomen activiteit;
- e. een beschouwing van de mogelijke indirecte of minder belangrijke effecten van de voorgenomen activiteit;
- f. een beschouwing van de cumulatieve effecten van de voorgenomen activiteit in het licht van bestaande activiteiten en andere activiteiten waarvan bekend is dat zij zijn gepland;
- g. een kenschetsing van de maatregelen, met inbegrip van programma's voor toezicht, die genomen kunnen worden om de effecten van de voorgenomen activiteit te verminderen of tot een minimum te beperken, om onvoorziene effecten op te sporen en om vroegtijdig te waarschuwen omtrent nadelige gevolgen van de activiteit alsmede om onverwijld en doeltreffend op te treden bij ongevallen.
- h. een kenschetsing van de onvermijdelijke effecten van de voorgenomen activiteit;
- i. een beschouwing van de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en voor andere bestaande waarden en vormen van gebruik;
- j. een kenschetsing van de leemtes in de kennis en van de onzekerheden waarop men is gestuit bij het verzamelen van krachtens dit lid vereiste informatie;
- k. een niet-technische samenvatting van de krachtens dit lid verstrekte informatie; en
- l. naam en adres van de persoon of organisatie die de Uitgebreide Milieu-evaluatie heeft opgesteld en het adres waarnaar commentaren hierop dienen te worden gezonden.
Het ontwerp van de Uitgebreide Milieu-evaluatie wordt ter beschikking van het publiek gesteld en wordt toegezonden aan alle Partijen, die het eveneens ter beschikking van het publiek stellen voor commentaar. Er wordt een tijdvak van 90 dagen aangehouden voor het ontvangen van commentaren.
Het ontwerp van de Uitgebreide Milieu-evaluatie wordt aan de Commissie voorgelegd op hetzelfde tijdstip als waarop het wordt toegezonden aan de Partijen, en ten minste 120 dagen voor de eerstvolgende Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica, om op passende wijze te worden bestudeerd.
Er kan geen definitieve beslissing worden genomen om de voorgenomen activiteit doorgang te doen vinden in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, tenzij de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica gelegenheid heeft gehad het ontwerp van de Uitgebreide Milieu-evaluatie op advies van de Commissie te bestuderen, met dien verstande dat een beslissing om de voorgenomen activiteit doorgang te doen vinden door de werking van dit lid niet langer wordt uitgesteld dan 15 maanden te rekenen van de datum van toezending van het ontwerp van de Uitgebreide Milieu-evaluatie.
Een definitieve Uitgebreide Milieu-evaluatie behandelt en bevat de op het ontwerp van de Uitgebreide Milieu-evaluatie ontvangen commentaren of een samenvatting hiervan. De definitieve Uitgebreide Milieu-evaluatie, kennisgeving van beslissingen in verband hiermee, en evaluaties van de betekenis van de voorspelde effecten in verhouding tot de voordelen van de voorgenomen activiteit, worden ten minste 60 dagen voor aanvang van de voorgenomen activiteit in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, toegezonden aan alle Partijen, die deze eveneens ter beschikking van het publiek stellen.
Artikel 4. Beslissingen die gebaseerd dienen te worden op Uitgebreide Milieu-evaluaties
Iedere beslissing over de vraag of een voorgenomen activiteit, waarop artikel 3 van toepassing is, doorgang dient te vinden, en zo ja, of dit dient te geschieden in de oorspronkelijke of in een gewijzigde vorm, dient te worden gebaseerd op de Uitgebreide Milieu-evaluatie en op andere ter zake doende overwegingen.
Artikel 5. Toezicht
Procedures dienen te worden ingesteld, met inbegrip van passende observatie van essentiële milieu-indicatoren, om het effect van een activiteit die doorgang vindt na de voltooiing van een Uitgebreide Milieu-evaluatie, te rapporteren en te verifiëren.
Met de in het eerste lid hierboven en in artikel 2',tweede lid, bedoelde procedures wordt beoogd een regelmatige en controleerbare registratie van de effecten van de activiteit te verkrijgen, onder andere om:
- a. het mogelijk te maken te beoordelen in hoeverre dergelijke effecten verenigbaar zijn met dit Protocol; en
- b. informatie te verstrekken die nuttig is om effecten te verminderen of tot een minimum te beperken, en eventueel informatie te verstrekken over de noodzaak de activiteit te schorsen, af te gelasten of te wijzigen.
Artikel 6. Toezending van informatie
De volgende informatie wordt toegezonden aan de Partijen, voorgelegd aan de Commissie en ter beschikking van het publiek gesteld:
- a. een beschrijving van de in artikel 1 bedoelde procedures;
- b. een jaarlijkse lijst van overeenkomstig artikel 2 opgestelde Eerste Milieu-evaluaties en de naar aanleiding daarvan genomen beslissingen;
- c. belangrijke informatie verkregen door middel van overeenkomstig artikel 2, tweede lid, en artikel 5, ingestelde procedures, en elk optreden naar aanleiding daarvan; en
- d. informatie zoals bedoeld in artikel 3, zesde lid.
Eerste Milieu-evaluaties opgesteld overeenkomstig artikel 2 worden op verzoek ter beschikking gesteld.
Artikel 7. Noodgevallen
Deze Bijlage is niet van toepassing in noodgevallen verband houdend met de veiligheid van mensenlevens of van schepen, luchtvaartuigen, of materieel en faciliteiten van grote waarde, of de bescherming van het milieu, waarvoor een activiteit is vereist zonder dat de in deze Bijlage beschreven procedures zijn voltooid.
Kennisgeving van in noodgevallen ondernomen activiteiten, waarvoor anders een Uitgebreid Milieu-evaluatie dient te worden opgesteld, wordt onmiddellijk toegezonden aan de Partijen en voorgelegd aan de Commissie en een volledige toelichting op de verrichte activiteiten wordt verstrekt binnen 90 dagen na deze activiteiten.
Artikel 8. Amendering of wijziging
Deze Bijlage kan worden geamendeerd of gewijzigd door een maatregel aangenomen in overeenstemming met artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica. Tenzij in de maatregel anders wordt aangegeven, wordt de amendering of de wijziging geacht te zijn aanvaard en treedt zij in werking één jaar na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica tijdens welke zij werd aangenomen, tenzij een of meer van de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica de Depositaris binnen die termijn ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
Amenderingen of wijzigingen van deze Bijlage die in werking treden overeenkomstig het eerste lid hierboven, treden daarna in werking ten aanzien van iedere andere Partij, wanneer kennisgeving van haar goedkeuring door de Depositaris is ontvangen.
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:
- a. „inheems zoogdier”: ieder lid van een soort die behoort tot de klasse Mammalia en die thuishoort in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is of daar door natuurlijke migratie voorkomt;
- b. „inheemse vogel”: ieder lid, in elke fase van zijn levenscyclus (met inbegrip van eieren), van een soort die behoort tot de klasse Aves en die thuishoort in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is of daar door natuurlijke migratie voorkomt;
- c. „inheemse plant”: ieder lid van op land of in zoet water levende vegetatiesoorten, met inbegrip van bryofyten, korstmossen, schimmels en algen, in elke fase van zijn levenscyclus (met inbegrip van zaden en andere voortplantingscellen), dat thuishoort in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is;
- d. „inheems ongewerveld dier”: ieder lid van op land of in zoet water levende ongewervelde soorten, in elke fase van zijn levenscyclus, dat thuishoort in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is;
- e. „bevoegde autoriteit”: iedere persoon of instantie die door een Partij gemachtigd is om vergunningen af te geven krachtens deze Bijlage;
- f. „vergunning”: een officiële schriftelijke vergunning afgegeven door een bevoegde autoriteit;
- g. „het onttrekken van dieren of planten aan hun populatie”: inheemse zoogdieren of vogels doden, verwonden, gevangennemen, vastpakken of moedwillig beschadigen, dan wel inheemse planten of ongewervelde dieren in zulke hoeveelheden verwijderen of beschadigen dat hun plaatselijke verspreiding of rijkdom aanmerkelijk wordt aangetast;
- h. „schadelijk optreden”:
- i. het vliegen in of het doen landen van helikopters of andere luchtvaartuigen zodanig dat concentraties inheemse vogels of zeehonden worden verstoord;
- ii. het gebruiken van voertuigen of vaartuigen, met inbegrip van luchtkussenvaartuigen en kleine boten, zodanig dat concentraties inheemse vogels of zeehonden worden verstoord;
- iii. het gebruiken van explosieven of vuurwapens zodanig dat concentraties inheemse vogels of zeehonden worden verstoord;
- iv. het opzettelijk verstoren van broedende of ruiende inheemse vogels of concentraties inheemse vogels of zeehonden door personen te voet;
- v. het aanmerkelijk beschadigen van concentraties op land voorkomende inheemse planten door het doen landen van luchtvaartuigen of het rijden in voertuigen, dan wel door erop te lopen, of op een andere wijze; en
- vi. activiteiten die een belangrijke nadelige wijziging van de leefmilieus van een soort of een populatie van inheemse zoogdieren, vogels, planten of ongewervelde dieren tot gevolg hebben.
- i. „Verdrag tot regeling van de walvisvangst”: het verdrag gedaan te Washington op 2 december 1946;
- j. „Verdrag inzake de instandhouding van albatrossen en stormvogels”: het verdrag gedaan te Canberra op 19 juni 2001.
Artikel 2. Noodgevallen
De bepalingen van deze Bijlage zijn niet van toepassing in noodgevallen betreffende de veiligheid van mensenlevens of van schepen, luchtvaartuigen of materieel en faciliteiten van grote waarde, of de bescherming van het milieu.
Van activiteiten ondernomen in noodgevallen die leiden tot onttrekking van planten of dieren aan hun populatie of schadelijk optreden wordt onverwijld kennisgeving gedaan aan alle Partijen en aan de Commissie.
Artikel 3. Bescherming van de inheemse flora en fauna
Het onttrekken van planten en dieren aan hun populatie of schadelijk optreden is verboden, behalve overeenkomstig een vergunning.
Deze vergunningen vermelden de toegestane activiteit, met inbegrip van wanneer, waar en door wie deze zal worden uitgevoerd en worden uitsluitend in de volgende omstandigheden afgegeven:
- a. voor het leveren van specimina ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of wetenschappelijke informatie;
- b. voor het leveren van specimina voor musea, herbaria en botanische tuinen of andere educatieve instellingen of toepassingen;
- c. voor het leveren van exemplaren voor dierentuinen; in het geval van inheemse zoogdieren of vogels is zulks evenwel uitsluitend toegestaan indien dergelijke exemplaren niet kunnen worden verkregen uit populaties in gevangenschap elders of in het geval van dringende noodzaak tot instandhouding; en
- d. voor het regelen van de onvermijdelijke gevolgen van wetenschappelijke activiteiten die anderszins niet zijn toegestaan krachtens de letters a, b of c hierboven, of van de bouw en exploitatie van faciliteiten voor wetenschappelijke ondersteuning.
De afgifte van dergelijke vergunningen wordt beperkt teneinde te verzekeren dat:
- a. niet meer inheemse zoogdieren, vogels, planten of ongewervelde dieren aan hun populatie worden onttrokken dan strikt noodzakelijk is om de doelstellingen beschreven in het tweede lid van dit artikel te verwezenlijken;
- b. uitsluitend kleine aantallen inheemse zoogdieren of vogels worden gedood en dat er in geen geval meer inheemse zoogdieren of vogels van plaatselijke populaties worden gedood dan er, gevoegd bij de aantallen inheemse zoogdieren of vogels die anderszins aan hun populatie mogen worden onttrokken, normaal door natuurlijke voortplanting in het volgende seizoen kunnen worden vervangen; en
- c. de verscheidenheid aan soorten alsmede de voor hun bestaan essentiële leefmilieus, en het evenwicht van de ecosystemen binnen het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, worden gehandhaafd.
Alle soorten inheemse zoogdieren, vogels, planten en ongewervelde dieren genoemd in Aanhangsel A bij deze Bijlage worden aangewezen als „Speciaal Beschermde Soorten” en genieten speciale bescherming door de Partijen.
Aanwijzing van een soort als Speciaal Beschermde Soort geschiedt overeenkomstig de overeengekomen procedures en criteria aangenomen door de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica.
De Commissie toetst de criteria voor het voordragen van inheemse zoogdieren, vogels, planten of ongewervelde dieren voor aanwijzing als Speciaal Beschermde Soort en brengt daarover advies uit.
Elke Partij, de Commissie, de Wetenschappelijke commissie voor onderzoek op Antarctica of de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren kunnen soorten voordragen voor aanwijzing als Speciaal Beschermde Soort door een met redenen omkleed voorstel in te dienen bij de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica.
Er wordt geen vergunning afgegeven voor het onttrekken van een Speciaal Beschermde Soort aan haar populatie, tenzij:
- a. dat een dwingend wetenschappelijk doel dient; en
- b. hiermee niet het voortbestaan of het herstel van die soort of plaatselijke populatie in gevaar wordt gebracht.
Het gebruik van letale technieken op Speciaal Beschermde Soorten is uitsluitend toegestaan indien er geen geschikte alternatieve techniek voor bestaat.
Voorstellen voor de aanwijzing van een soort als Speciaal Beschermde Soort worden toegezonden aan de Commissie, aan de Wetenschappelijke commissie voor onderzoek op Antarctica en, voor inheemse zoogdieren en vogels, aan de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren en, indien van toepassing, de Vergadering van de Partijen bij het Verdrag inzake de instandhouding van albatrossen en stormvogels en andere organisaties. Bij het opstellen van haar advies aan de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica omtrent de vraag of een soort als Speciaal Beschermde Soort moet worden aangewezen, houdt de Commissie rekening met het commentaar van de Wetenschappelijke commissie voor onderzoek op Antarctica en, voor inheemse zoogdieren en vogels, van de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren alsmede, indien van toepassing, van de Vergadering van de Partijen bij het Verdrag inzake de instandhouding van albatrossen en stormvogels en andere organisaties.
Het onttrekken van inheemse zoogdieren en vogels aan hun populatie vindt zodanig plaats dat dit zo min mogelijk pijn en lijden met zich meebrengt.
Artikel 4. Het in het gebied brengen van niet-inheemse soorten en ziekten
Er worden geen soorten van levende organismen die niet inheems zijn in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is binnengebracht op het land, op ijsplaten of in het water waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, behalve overeenkomstig een vergunning.
Er worden geen honden binnengebracht op het land, op ijsplaten of op zee-ijs.
Vergunningen krachtens het eerste lid hierboven:
- a. worden uitsluitend afgegeven om de invoer van gecultiveerde planten en hun voortplantingscellen voor gecontroleerd gebruik of soorten van levende organismen voor gecontroleerd experimenteel gebruik mogelijk te maken; en
- b. vermelden de soorten, aantallen en waar van toepassing de leeftijd en het geslacht van de binnen te brengen soorten alsmede de redenen voor het binnenbrengen en de te nemen voorzorgen ter voorkoming van ontsnapping of contact met flora en fauna.
Alle soorten waarvoor overeenkomstig het eerste en derde lid hierboven een vergunning is afgegeven, worden voor het verlopen van de vergunning verwijderd uit het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is of worden vernietigd door verbranding dan wel met behulp van even doeltreffende middelen waardoor risico voor de inheemse flora en fauna uitgesloten wordt. De vergunning vermeldt deze verplichting.
Alle soorten die niet inheems zijn in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, met inbegrip van daaruit voortgekomen nageslacht, die zonder een overeenkomstig het eerste en derde lid hierboven afgegeven vergunning in dat gebied zijn binnengebracht worden, waar mogelijk, verwijderd of vernietigd, tenzij verwijdering of vernietiging grotere schadelijke gevolgen zou hebben voor het milieu. De verwijdering of vernietiging kan geschieden door verbranding of met behulp van even doeltreffende middelen die de soorten steriel doen worden, tenzij is vastgesteld dat zij geen risico vormen voor de inheemse flora en fauna. Daarnaast dienen alle redelijke maatregelen te worden genomen om de gevolgen van het binnenbrengen te beheersen en schade aan de inheemse flora en fauna te voorkomen.
Geen enkele bepaling in dit artikel is van toepassing op de invoer van voedsel in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, mits hiertoe geen levende dieren worden ingevoerd en alle delen en producten van planten en dieren onder zorgvuldig gecontroleerde omstandigheden worden bewaard en verwijderd overeenkomstig Bijlage III bij het Protocol.
Elke Partij vereist dat voorzorgen worden getroffen om te voorkomen dat micro-organismen (zoals virussen, bacteriën, gisten, schimmels) die er niet van nature thuishoren onbedoeld worden binnengebracht in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is.
Geen levend pluimvee of andere levende vogels mogen worden binnengebracht in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is. Alles dient in het werk te worden gesteld om te verzekeren dat pluimvee- of gevogelteproducten die Antarctica worden binnengebracht vrij zijn van ziekten (zoals de ziekte van Newcastle, tuberculose en gistinfecties) die schadelijk kunnen zijn voor de inheemse flora en fauna. Alle niet-geconsumeerde pluimvee- of gevogelteproducten worden uit het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is verwijderd of verbrand of op daarmee vergelijkbare wijze vernietigd teneinde de risico's uit te bannen van het binnenbrengen van micro-organismen (zoals virussen, bacteriën, gisten, schimmels) voor de inheemse flora en fauna.
De opzettelijke invoer van niet-steriele aarde in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, is verboden. De Partijen zouden alles in het werk moeten stellen om te verzekeren dat niet-steriele aarde onbedoeld het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is wordt binnengebracht.
Artikel 5. Informatie
Elke Partij maakt voor alle aanwezigen in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is alsmede voor personen die voornemens zijn er naartoe te gaan, informatie openbaar over verboden activiteiten en Speciaal Beschermde Soorten teneinde te verzekeren dat zij de bepalingen van deze Bijlage begrijpen en in acht nemen.
Artikel 6. Uitwisseling van informatie
De Partijen treffen regelingen voor:
- a. het verzamelen en jaarlijks uitwisselen van registers (met inbegrip van registers van vergunningen) en statistieken inzake de aantallen of hoeveelheden van alle soorten inheemse zoogdieren, vogels, planten of ongewervelde dieren die in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is aan hun populatie worden onttrokken; en
- b. het verkrijgen en uitwisselen van informatie over de stand van de inheemse zoogdieren, vogels, planten en ongewervelde dieren in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, en de mate waarin elke soort of populatie bescherming behoeft.
Zo snel mogelijk na het eind van het zomerseizoen op het zuidelijk halfrond en in elk geval vóór 1 oktober van elk jaar lichten de Partijen elkaar en de Commissie in over ingevolge het eerste lid hierboven genomen actie en over het aantal en de aard van de vergunningen die in de daaraan voorafgaande periode tussen 1 april en 31 maart uit hoofde van deze Bijlage zijn afgegeven.
Artikel 7. Verhouding tot andere overeenkomsten buiten het antarctisch verdragssysteem
De bepalingen in deze Bijlage laten de rechten en verplichtingen van de Partijen uit hoofde van het Verdrag tot regeling van de walvisvangst onverlet.
Artikel 8. Toetsing
De Partijen toetsen voortdurend de maatregelen voor de instandhouding van de flora en fauna van Antarctica, daarbij rekening houdend met eventuele aanbevelingen van de Commissie.
Artikel 9. Amendering of wijziging
Deze Bijlage kan worden geamendeerd of gewijzigd bij een maatregel aangenomen in overeenstemming met artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica. Tenzij in de maatregel anders wordt aangegeven, wordt de amendering of wijziging geacht te zijn aanvaard en treedt zij in werking één jaar na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica tijdens welke zij werd aangenomen, tenzij een of meer van de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica de Depositaris binnen die termijn ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.
Amenderingen of wijzigingen van deze Bijlage die in werking treden overeenkomstig het eerste lid hierboven treden daarna in werking ten aanzien van iedere andere Partij wanneer de kennisgeving van haar goedkeuring door de Depositaris is ontvangen.
Artikel 1. Algemene verplichtingen
Deze Bijlage is van toepassing op activiteiten die worden ondernomen in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is en die voortvloeien uit programma's voor wetenschappelijk onderzoek, toeristische activiteiten en alle andere gouvernementele en niet-gouvernementele activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is en waarvan vooraf, krachtens artikel VII, vijfde lid, van het Verdrag inzake Antarctica kennisgeving dient te worden gedaan, met inbegrip van daarmee samenhangende logistieke ondersteuning.
De hoeveelheid afval geproduceerd of gestort of verbrand in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, wordt zoveel mogelijk beperkt om het effect op het Antarctisch milieu tot een minimum te beperken, alsmede om verstoring van de natuurlijke waarden van Antarctica, van wetenschappelijk onderzoek en van andere vormen van gebruik van Antarctica die verenigbaar zijn met het Verdrag inzake Antarctica, tot een minimum te beperken.
Opslag, storten en verbranden, en afvoer van afval uit het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is alsmede hergebruik en reductie aan de bron vormen essentiële overwegingen bij het plannen en uitvoeren van activiteiten in het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is.
Afval afgevoerd uit het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is, wordt zoveel mogelijk geretourneerd naar het land dat de activiteiten heeft georganiseerd waardoor het afval is ontstaan, of ieder ander land waar regelingen zijn getroffen voor het storten of verbranden van dit afval overeenkomstig relevante internationale overeenkomsten.
Vroegere en huidige afvalstort- en verbrandingsplaatsen op land en verlaten werkplaatsen waar activiteiten op Antarctica hebben plaatsgevonden, worden schoongemaakt door de veroorzaker van dat afval en de gebruiker van die plaatsen. Deze verplichting wordt niet uitgelegd als zou vereist zijn:
- a. dat een object dat is aangewezen als een historische plaats of historisch monument wordt afgevoerd; of
- b. dat een object of afvalmateriaal in omstandigheden waar de afvoer door middel van ongeacht welke uitvoerbare methode zou leiden tot grotere nadelige milieu-effecten dan wanneer het object of het afvalmateriaal op dezelfde plaats blijft, wordt afgevoerd.
Artikel 2. Afvoer van afval uit het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica va toepassing is
Indien de volgende soorten afval zijn ontstaan na de inwerkingtreding van deze Bijlage, worden deze door de veroorzaker hiervan afgevoerd uit het gebied waarop het Verdrag inzake Antarctica van toepassing is:
- a. radioactieve materialen;
- b. elektrische batterijen;
- c. brandstof, zowel in vloeibare als in vaste vorm;
- d. afval dat een schadelijk gehalte aan zware metalen of acuut toxische of schadelijke, moeilijk afbreekbare, verbindingen bevat;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)