Administratief Akkoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Tunesië inzake sociale zekerheid
Ter uitvoering van de artikelen 18, tweede lid, 25, zesde lid, 30, 36, 39, eerste lid, en 40 van het op 22 september 1978 te Tunis ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Tunesië inzake sociale zekerheid (hierna aangeduid met de term „Verdrag"), hebben de bevoegde Nederlandse en Tunesische autoriteiten in gemeen overleg de volgende bepalingen vastgesteld:
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Akkoord hebben de in artikel 1 van het Verdrag omschreven termen de hun in genoemd artikel toegekende betekenis.
Artikel 2
Voor de toepassing van dit Akkoord worden als verbindingsorganen aangewezen:
- -. Van Nederlandse zijde:
- a. Voor verstrekkingen in geval van ziekte en moederschap: De Ziekenfondsraad te Amstelveen;
- b. Voor ouderdoms- en overlevingspensioenen alsmede voor kinderbijslag: De Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen;
- c. In alle overige gevallen: het Gemeenschappelijk Administratiekantoor te Amsterdam.
- -. Van Tunesische zijde:
- a. Het Nationale Fonds voor Sociale Zekerheid (Caisse Nationale de Sécurité Sociale (CNSS)) voor de takken van verzekering ziekte, moederschap en overlijden, gezinsuitkeringen, arbeidsongevallen en beroepsziekten;
- b. Het Fonds Verzekering Ouderdom, Invaliditeit en Overleving (Caisse d'Assurance Vieillesse, Invalidité et Survie (CAVIS)) voor de takken van verzekering invaliditeit, ouderdom en overlijden (pensioenen voor nabestaanden) alsmede de verstrekkingen en de gezinsuitkeringen verleend aan de pensioengerechtigden.
Artikel 3
In het in artikel 8, letter a), van het Verdrag bedoelde geval reikt de hierna genoemde instelling van het land, waarvan de wetgeving van toepassing blijft, de werknemer op verzoek een detacheringsbewijs uit waarin wordt verklaard dat op hem de wetgeving van dit land van toepassing blijft.
Dit bewijsstuk wordt opgemaakt:
- -. in Nederland: door de Sociale Verzekeringsraad te Zoetermeer.
- -. in Tunesië: door de „Caisse Nationale de Sécurité Sociale" te Tunis.
Het bewijsstuk moet, zo nodig, door de vertegenwoordiger van de werknemer in het andere land, indien er een zodanige vertegenwoordiger is, of anders door de werknemer zelf worden overgelegd.
Indien de werkzaamheden langer dan 12 maanden duren, richt de werkgever voor het einde van deze periode een verzoek om verlenging van detachering aan de instelling welke het eerste bewijsstuk heeft uitgereikt, laatstbedoelde instelling vraagt de goedkeuring van de bevoegde autoriteit van het land waar de tijdelijke werkzaamheden worden verricht en reikt, nadat de goedkeuring is verkregen, een tweede bewijsstuk uit.
Artikel 4
De werknemer die overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van het Verdrag zijn keuzerecht uitoefent, deelt dit, door tussenkomst van zijn werkgever, mede aan de in artikel 3, tweede lid, aangewezen instelling van het land voor de wetgeving waarvan hij heeft gekozen. Deze instelling stelt de instelling van het andere land hiervan in kennis.
De keuze wordt van kracht op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag of op de datum waarop de werknemer door de diplomatieke zending of consulaire post, onderscheidenlijk de ambtenaar van deze zending of post wordt aangesteld.
TITEL II. BIJZONDERE BEPALINGEN
HOOFDSTUK 1. Prestaties bij ziekte en moederschap
Artikel 5
Voor de toepassing van dit Hoofdstuk wordt onder „orgaan van de woonplaats" en „orgaan van de verblijfplaats" verstaan:
- A. - In Nederland:
- -. Wat de verstrekkingen betreft: het voor de woonplaats bevoegde ziekenfonds en de ANOZ, GOOI, APELDOORN GROEP, bij tijdelijk verblijf.
- B. - In Tunesië:
-
- De Caisse Nationale de Sécurité Sociale (CNSS) te Tunis.
-
- De Caisse d'Assurance Vieillesse, Invalidité et Survie (CAVIS).
Artikel 6
Om in aanmerking te komen voor samentelling van tijdvakken van verzekering als bedoeld in artikel 12 van het Verdrag, dient de werknemer die zich van het ene land naar het andere heeft begeven, aan het bevoegde orgaan van het land waarheen hij zich heeft begeven, een verklaring over te leggen waarin de tijdvakken van verzekering zijn vermeld die zijn vervuld krachtens de wetgeving van het eerstbedoelde land.
De verklaring wordt op verzoek van de werknemer verstrekt:
- a. wat de in Nederland vervulde tijdvakken van verzekering betreft, door de bedrijfsvereniging waarbij zijn laatste werkgever in Nederland is aangesloten. Indien de werknemer echter alleen ter zake van verstrekkingen was verzekerd, wordt de verklaring verstrekt door het ziekenfonds waarbij hij laatstelijk verzekerd was;
- b. wat de in Tunesië vervulde tijdvakken van verzekering betreft, door het CNSS te Tunis.
Indien de werknemer geen verklaring overlegt, verzoekt het bevoegde orgaan van het land waarheen hij zich heeft begeven, het bovengenoemd orgaan van het andere land daarom.
Indien aan de in artikel 13, eerste lid, van het Verdrag bedoelde werknemer voor hemzelf of voor één van zijn gezinsleden het recht is toegekend op een prothese, een hulpmiddel van grotere omvang of andere belangrijke verstrekkingen door het bevoegde orgaan van het land waar de werknemer laatstelijk vóór zijn aankomst in het andere land was verzekerd, komen deze verstrekkingen voor rekening van dit orgaan, zelfs indien zij in feite na zijn vertrek worden verleend.
Verstrekkingen
Artikel 7
Om in aanmerking te komen voor verstrekkingen, richt de in artikel 13, tweede lid, van het Verdrag bedoelde werknemer een verzoek tot het orgaan van de woonplaats. Dit orgaan verzoekt het bevoegde orgaan om toezending van een verklaring waaruit blijkt dat hij recht op verstrekkingen heeft en dat de kosten van deze verstrekkingen voor rekening van het laatstbedoelde orgaan komen. Deze verklaring vermeldt de maximumduur gedurende welke de verstrekkingen mogen worden verleend.
Artikel 8
Om gedurende een verblijf in het andere dan het bevoegde land in aanmerking te komen voor verstrekkingen, legt de in artikel 14, eerste lid, van het Verdrag bedoelde werknemer, zo mogelijk voordat hij het bevoegde land verlaat, aan het orgaan van de verblijfplaats een door het bevoegde orgaan afgegeven verklaring over waaruit blijkt dat hij recht heeft op deze verstrekkingen. In deze verklaring wordt met name vermeld hoelang deze verstrekkingen mogen worden verleend. Indien de werknemer deze verklaring niet overlegt, verzoekt het orgaan van de verblijfplaats het bevoegde orgaan daarom.
Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van de werknemer.
De voorgaande leden zijn eveneens van toepassing in de in artikel 8, letters a en b, eerste zin, van het Verdrag bedoelde gevallen.
Indien de in het eerste lid van dit artikel bedoelde formaliteiten niet tijdens het verblijf konden worden vervuld, worden de gemaakte kosten op verzoek van de werknemer vergoed door het bevoegde orgaan tegen de door het orgaan van de verblijfplaats toegepaste tarieven.
Het orgaan van de verblijfplaats dient aan het bevoegde orgaan dat daarom vraagt, de nodige gegevens over deze tarieven te verstrekken.
Artikel 9
Om in het land van zijn nieuwe woonplaats recht op verstrekkingen te behouden, legt de in artikel 14, tweede lid, van het Verdrag bedoelde werknemer aan het orgaan van zijn nieuwe woonplaats een verklaring over waarin het bevoegde orgaan hem toestaat, na de overbrenging van zijn woonplaats, het recht op verstrekkingen te behouden. Bedoeld orgaan geeft in deze verklaring eventueel de maximumduur aan gedurende welke, volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving, verstrekkingen mogen worden verleend. Het bevoegde orgaan kan op verzoek van de werknemer of van het orgaan van zijn nieuwe woonplaats, de verklaring ook na de overbrenging van de woonplaats van de werknemer uitreiken, wanneer deze niet eerder kon worden opgesteld.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van de werknemer bedoeld in artikel 14, zesde lid, van het Verdrag.
Artikel 10
Ter verkrijging van de machtiging waarvan het verlenen van de in artikel 14, vierde lid, van het Verdrag bedoelde verstrekkingen afhankelijk is, richt het orgaan van de woon- of verblijfplaats een verzoek aan het bevoegde orgaan. Laatstbedoeld orgaan kan hiertegen, onder opgave van redenen, binnen dertig dagen, gerekend vanaf de verzending van dit verzoek, eventueel verzet aantekenen; indien na afloop van deze termijn bij het orgaan van de woon- of verblijfplaats geen verzet is aangetekend, kent het de verstrekkingen toe.
Wanneer de in artikel 14, vierde lid, van het Verdrag bedoelde verstrekkingen in onmiskenbare spoedgevallen zonder machtiging van het bevoegde orgaan moeten worden verleend, stelt het orgaan van de woon- of verblijfplaats bedoeld orgaan hiervan onmiddellijk op de hoogte.
De gevallen van onmiskenbare spoedgevallen in de zin van artikel 14, vierde lid, van het Verdrag zijn die waarin de verlening van de verstrekking niet kan worden uitgesteld zonder het leven of de gezondheid van de belanghebbende ernstig in gevaar te brengen. Indien een prothese of een hulpmiddel per ongeluk is gebroken of beschadigd, is er sprake van onmiskenbare spoed wanneer door het achterwege blijven van reparatie of vervanging van het desbetreffende artikel het leven of de gezondheid van de belanghebbende ernstig in gevaar kan worden gebracht.
Artikel 11
Om in aanmerking te komen voor verstrekkingen krachtens artikel 15, eerste lid, van het Verdrag, laat de werknemer zichzelf zowel als zijn gezinsleden inschrijven bij het orgaan van de woonplaats waarbij hij een verklaring overlegt waaruit blijkt dat hij voor zichzelf en voor zijn gezinsleden recht heeft op deze verstrekkingen. Deze verklaring wordt afgegeven door het bevoegde orgaan op grond van de gegevens die, eventueel door de werkgever, zijn verstrekt. Indien de werknemer of zijn gezinsleden bedoelde verklaring niet overleggen, verzoekt het orgaan van de woonplaats het bevoegde orgaan daarom.
De in het vorige lid bedoelde verklaring blijft geldig zolang het orgaan van de woonplaats geen kennisgeving heeft ontvangen dat deze verklaring is ingetrokken. De geldigheid van deze verklaring eindigt uiterlijk de dertigste dag na de datum van verzending van de kennisgeving van intrekking door het bevoegde orgaan aan het orgaan van de woonplaats.
Wanneer de werknemer echter onderworpen is aan de wetgeving van het land waar hij woont, eindigt de geldigheid van deze verklaring op de eerste dag waarop de werknemer aan de wetgeving van dat land is onderworpen.
Het orgaan van de woonplaats stelt het bevoegde orgaan in kennis van iedere inschrijving die het heeft verricht overeenkomstig het eerste lid van dit artikel.
Bij iedere aanvraag van verstrekkingen dient de aanvrager de bewijsstukken in die gewoonlijk vereist zijn voor het verlenen van verstrekkingen krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont.
Het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de in artikel 15, tweede lid, en artikel 15a van dit Verdrag bedoelde gezinsleden van de werknemer.
De werknemer of diens gezinsleden dienen het orgaan van de woonplaats in kennis te stellen van iedere verandering in hun omstandigheden waardoor het recht op verstrekkingen kan worden gewijzigd, in het bijzonder van iedere beëindiging of verandering van dienstbetrekking of beroepswerkzaamheden van de werknemer of iedere overbrenging van de woon- of verblijfplaats van hemzelf of van een gezinslid. Het bevoegde orgaan stelt het orgaan van de woonplaats eveneens op de hoogte van de beëindiging van de aansluiting bij het orgaan of van de beëindiging van het recht op verstrekkingen van de werknemer. Het orgaan van de woonplaats kan te allen tijde het bevoegde orgaan vragen om alle inlichtingen betreffende de aansluiting of de rechten op verstrekkingen van de werknemer.
Het orgaan van de woonplaats verleent zijn goede diensten aan het bevoegde orgaan dat voornemens is verhaal uit te oefenen op degene die ten onrechte verstrekkingen heeft genoten.
Artikel 12
Voor de toepassing van artikel 16 van het Verdrag bij verblijf op het grondgebied van het bevoegde land van de gezinsleden bedoeld in artikel 15a van het Verdrag, zijn de artikelen 8 en 10 van overeenkomstige toepassing. In dat geval wordt het orgaan van de woonplaats beschouwd als het bevoegde orgaan.
Artikel 13
Om in het land van zijn woonplaats in aanmerking te komen voor verstrekkingen laat de in artikel 17, tweede lid, van het Verdrag bedoelde pensioengerechtigde zichzelf alsmede zijn gezinsleden inschrijven bij het orgaan van zijn woonplaats, waarbij hij de volgende stukken overlegt:
- (i). Een verklaring waaruit blijkt dat hij voor zichzelf en zijn gezinsleden recht op deze verstrekkingen heeft. Deze verklaring wordt afgegeven door het bevoegde orgaan, dat hiervan een afschrift zendt aan het verbindingsorgaan van de andere Verdragsluitende Partij. Indien de pensioengerechtigde de verklaring niet overlegt, verzoekt het orgaan van de woonplaats het bevoegde orgaan daarom. Deze verklaring blijft geldig zolang het verbindingsorgaan van de andere Verdragsluitende Partij geen kennisgeving heeft ontvangen van de intrekking daarvan door het orgaan dat de verklaring heeft afgegeven. De geldigheid van deze verklaring eindigt uiterlijk de dertigste dag na de datum van verzending van de kennisgeving van intrekking door het bevoegde orgaan aan het orgaan van de woonplaats.
- (ii). De bewijsstukken die gewoonlijk worden vereist door de wetgeving van het land van de woonplaats voor het verlenen van de verstrekkingen.
Het orgaan van de woonplaats stelt het bevoegde orgaan in kennis van iedere inschrijving die het heeft verricht overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid.
De pensioengerechtigde dient het orgaan van zijn woonplaats in kennis te stellen van iedere verandering in zijn omstandigheden waardoor zijn recht op verstrekkingen kan worden gewijzigd, in het bijzonder van iedere schorsing of intrekking van zijn pensioen en van iedere overbrenging van zijn woonplaats of van die van zijn gezinsleden.
Het orgaan van de woonplaats deelt, zodra het hiervan kennis heeft gekregen, aan het bevoegde orgaan iedere verandering mede waardoor het recht op verstrekkingen voor de pensioengerechtigde of zijn gezinsleden kan vervallen.
Het orgaan van de woonplaats verleent zijn goede diensten aan het bevoegde orgaan dat voornemens is verhaal uit te oefenen op degene die ten onrechte verstrekkingen heeft genoten.
Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden bedoeld in artikel 17, derde lid, van het Verdrag.
Wat betreft de verlening van verstrekkingen aan pensioengerechtigden alsmede aan hun gezinsleden tijdens een verblijf bedoeld in artikel 17, vijfde lid, van het Verdrag, zijn de artikelen 8 en 10 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 14
In de gevallen bedoeld in de artikelen 16 en 17, vierde lid, van het Verdrag, verzoekt het bevoegde orgaan, zo nodig, het orgaan van de laatste woonplaats inlichtingen te verstrekken over het tijdvak gedurende hetwelk verstrekkingen zijn verleend en dat onmiddellijk voorafgaat aan het verblijf of de overbrenging van de woonplaats naar het grondgebied van het bevoegde land.
Uitkeringen
Artikel 16
Om in Tunesië in aanmerking te komen voor uitkeringen krachtens de Nederlandse wetgeving, dient de werknemer die tijdens een tijdelijk verblijf in Tunesië arbeidsongeschikt wordt -onverminderd zijn verplichting zijn werkgever onmiddellijk op de hoogte te stellen van zijn arbeidsongeschiktheid- persoonlijk een aanvraag in te dienen of, in geval van overmacht, te doen indienen bij de regionale afdeling van het CNSS die bevoegd is voor zijn woon- of verblijfplaats, te zamen met een medische verklaring afgegeven door zijn behandelend arts. In zijn aanvraag vermeldt de werknemer de naam en het adres van zijn werkgever of van zijn gewezen werkgever alsmede, zo mogelijk, de naam en het adres van de bevoegde bedrijsfvereniging.
De regionale afdeling van het CNSS laat onverwijld een rapport over de gezondheidstoestand van de werknemer opstellen door haar eigen controlerend arts. Dit rapport alsmede de aanvraag bedoeld in het eerste lid worden door bedoelde afdeling gestuurd naar de bevoegde bedrijfsvereniging, of indien dit orgaan niet bekend is, naar het Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK) te Amsterdam. In dat geval zendt het GAK de ontvangen documenten onmiddellijk door aan de bedrijfsvereniging waarbij de opgegeven werkgever is aangesloten.
Alleen het desbetreffende Nederlandse orgaan is bevoegd het besluit te nemen omtrent de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en het recht op uitkeringen, behoudens de bevoegdheid van de desbetreffende Nederlandse gerechtelijke instanties in geval van geschil.
Daartoe kan de Nederlandse bedrijfsvereniging de werknemer oproepen om hem in Nederland een medisch onderzoek te doen ondergaan door haar eigen verzekeringsarts binnen een redelijke termijn, eventueel rekening houdend met de reis- en vervoersformaliteiten; een afschrift van deze oproep wordt gezonden naar de regionale afdeling van het CNSS.
De bedrijfsvereniging kan de werknemer echter ook opdragen zich binnen een door die bedrijfsvereniging vast te stellen termijn opnieuw te melden bij de regionale afdeling van het CNSS die bevoegd is voor zijn woon- of verblijfplaats, en bij die regionale afdeling een medische verklaring in te dienen die is afgegeven door zijn behandelend arts. Wat de indiening van deze medische verklaring betreft, gaat bedoelde regionale afdeling te werk op de in het tweede lid bepaalde wijze.
De aanvullende reiskosten die in verband met zijn gezondheidstoestand nodig zijn om gevolg te geven aan bovenvermelde oproep, worden betaald of vergoed aan de belanghebbende door de bedrijfsvereniging op vertoon van de bewijsstukken.
Indien de werknemer zich niet in staat acht gevolg te geven aan de oproep van de bedrijfsvereniging om in Nederland te verschijnen op het spreekuur van de verzekeringsarts, dient hij zich onverwijld te wenden tot de regionale afdeling van het CNSS die bevoegd is voor zijn woon- of verblijfplaats, en bij die regionale afdeling een medische verklaring in te dienen die is afgegeven door zijn behandelend arts, alsmede de oproep van de bevoegde bedrijfsvereniging. De regionale afdeling van het CNSS laat dan de werknemer onverwijld onderzoeken door haar eigen controlerend arts.
De arts van het CNSS bepaalt of de werknemer om medische redenen verhinderd is gevolg te geven aan de oproep van de bedrijfsvereniging.
Indien volgens het oordeel van de arts van het CNSS de werknemer niet in staat was zich naar Nederland te begeven, vermeldt die arts in het rapport de redenen van die verhindering alsmede de datum waarop deze verhindering vermoedelijk zal zijn opgeheven en stelt de werknemer hiervan onmiddellijk in kennis. Behoudens door de controlerend arts van het CNSS naar behoren vastgestelde voortduring van de verhindering, dient de werknemer zich naar Nederland te begeven op de door de arts aangegeven datum en, zodra hij in Nederland is aangekomen, zich te melden bij de door de bevoegde bedrijfsvereniging opgegeven verzekeringsarts.
De regionale afdeling van het CNSS stuurt het rapport van de controlerend arts onverwijld naar de bevoegde bedrijfsvereniging.
Bij voortduring van de arbeidsongeschiktheid, dient de werknemer aan wie de bevoegde bedrijfsvereniging nog geen in het derde lid bedoelde oproep heeft gezonden, zich te wenden tot de regionale afdeling van het CNSS die bevoegd is voor zijn woon- of verblijfplaats, waarbij hij een nieuwe aanvraag moet indienen, te zamen met een medidsche verklaring afgegeven door zijn behandelend arts, telkens vóór het einde van de rustperiode die eerder door de controlerend arts van het CNSS is voorgeschreven. In dergelijke gevallen handelt de regionale afdeling van het CNSS op de in het tweede lid bepaalde wijze.
Artikel 17
De werknemer die uitkeringen geniet krachtens de Nederlandse wetgeving en die van de bevoegde bedrijfsvereniging toestemming heeft verkregen tijdelijk te verblijven in Tunesië, blijft onderworpen aan de controle van de bevoegde bedrijfsvereniging. Voor de uitoefening van deze controle kan de bedrijfsvereniging hetzij de controlerend arts van het CNSS verzoeken de werknemer te onderzoeken, hetzij de werknemer oproepen om in Nederland te worden onderzocht door haar eigen verzekeringsarts. De werknemer dient aan een dergelijke oproep gevolg te geven binnen een redelijke termijn, eventueel rekening houdend met de reis- en vervoersformaliteiten. De extra reiskosten die in verband met zijn gezondheidstoestand nodig zijn om gevolg te geven aan bovenvermelde oproep, worden aan de belanghebbende vergoed op vertoon van de bewijsstukken.
Indien de werknemer zich niet in staat acht gevolg te geven aan een dergelijke oproep, zijn het vierde en het vijfde lid van artikel 16 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17a
De werknemer die uitkeringen geniet krachtens de Nederlandse wetgeving en die van de bevoegde bedrijfsvereniging toestemming heeft verkregen deze uitkeringen te behouden na overbrenging van zijn woonplaats naar het grondgebied van Tunesië, dient zich vóór de door de bedrijfsvereniging opgegeven datum te wenden tot de regionale afdeling van het CNSS die bevoegd is voor zijn nieuwe woonplaats, waarbij hij de bevestiging moet indienen van de toestemming van de bedrijfsvereniging alsmede een medische verklaring afgegeven door zijn behandelend arts. Een afschrift van deze toestemming, vergezeld van een overzicht van de medische gegevens, wordt gezonden naar de regionale afdeling van het CNSS.
De regionale afdeling van het CNSS onderwerpt de werknemer aan de medische en administratieve controle volgens de regels die dit orgaan toepast en zendt het medisch rapport aan de bedrijfsvereniging.
Alleen de desbetreffende bedrijfsvereniging is bevoegd het besluit te nemen omtrent de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en het recht op uitkeringen, behoudens de bevoegdheid van de desbetreffende gerechtelijke instanties bij geschillen. Indien de desbetreffende bedrijfsvereniging heeft besloten dat de werknemer niet langer arbeidsongeschikt is, stelt zij de werknemer hiervan onmiddellijk in kennis door een afschrift aan de regionale afdeling van het CNSS te sturen.
Artikel 18
Om in Nederland in aanmerking te komen voor uitkeringen krachtens de Tunesische wetgeving, dient de werknemer die arbeidsongeschikt wordt tijdens een tijdelijk verblijf in Nederland -onverminderd zijn verplichting zijn werkgever onmiddellijk op de hoogte te stellen van zijn arbeidsongeschiktheid- een aanvraag in te dienen bij de bevoegde regionale afdeling van de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging (NAB). In zijn aanvraag vermeldt de werknemer de naam en het adres van zijn werkgever of van zijn gewezen werkgever alsmede het adres van het CNSS te Tunis.
Het districtskantoor van de NAB laat over de gezondheidstoestand van de werknemer onverwijld een rapport opstellen door haar verzekeringsarts. Dit rapport alsmede de in het eerste lid bedoelde aanvraag worden door die afdeling gestuurd naar het CNSS.
Alleen het CNSS is bevoegd het besluit te nemen omtrent de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en het recht op uitkeringen, behoudens de bevoegdheid van de desbetreffende Tunesische gerechtelijke instanties bij geschillen.
Daartoe kan het CNSS de werknemer oproepen om hem in Tunesië te laten onderzoeken door zijn eigen controlerend arts; een afschrift van deze oproep wordt gezonden aan het districtskantoor van de NAB. De werknemer dient gevolg te geven aan die oproep binnen een redelijke termijn, eventueel rekening houdend met de reis- of vervoersformaliteiten.
Het CNSS kan de werknemer echter ook opdragen zich binnen een door het CNSS vast te stellen termijn opnieuw te melden bij de regionale afdeling van de NAB die bevoegd is voor zijn woon- of verblijfplaats, en bij die regionale afdeling een medische verklaring in te dienen die is afgegeven door zijn behandelend arts. Wat de indiening van deze medische verklaring betreft, handelt de regionale afdeling op de in het tweede lid bepaalde wijze.
Indien de werknemer zich niet in staat acht gevolg te geven aan de oproep van het CNSS om in Tunesië te verschijnen voor een medische controle, dient hij zich onverwijld te wenden tot het bevoegde districtskantoor van de NAB. Het districtskantoor van de NAB laat de werknemer onverwijld onderzoeken door haar verzekeringsarts.
De arts van de NAB bepaalt of de werknemer om medische redenen verhinderd is gevolg te geven aan de oproep van het CNSS.
Indien volgens het oordeel van de arts van de NAB de werknemer niet in staat was zich naar Tunesië te begeven, vermeldt die arts in zijn rapport de redenen van deze verhindering, alsmede de datum waarop deze verhindering zal zijn opgeheven en stelt de werknemer hiervan onmiddellijk in kennis.
Het districtskantoor van de NAB zendt het rapport van de verzekeringsarts onverwijld naar het CNSS.
De werknemer dient zich naar Tunesië te begeven op de door de arts van de NAB aangegeven datum en, zodra hij in Tunesië is aangekomen, zich te melden bij de door het CNSS opgegeven controlerend arts.
Bij voortduring van de arbeidsongeschiktheid dient de werknemer aan wie het CNSS nog geen in het derde lid bedoelde oproep heeft gezonden, te verschijnen op het spreekuur van de verzekeringsarts op de door het districtskantoor van de NAB vermelde datum. In dat geval wordt het rapport van de verzekeringsarts onverwijld naar de bevoegde regionale afdeling van het CNSS gestuurd.
Artikel 18a
De werknemer die uitkeringen geniet krachtens de Tunesische wetgeving en die van het CNSS toestemming heeft verkregen tijdelijk te verblijven in Nederland, blijft onderworpen aan de controle van het CNSS. Voor de uitoefening van deze controle kan het CNSS hetzij de verzekeringsarts van de NAB verzoeken de werknemer te onderzoeken, hetzij de werknemer oproepen om in Tunesië te worden onderzocht door zijn eigen controlerend arts. De werknemer dient aan een dergelijke oproep gevolg te geven binnen een redelijk termijn, eventueel rekening houdend met de reis- en vervoersformaliteiten. De extra reiskosten die in verband met zijn gezondheidstoestand nodig zijn om gevolg te geven aan bovenvermelde oproep, worden aan belanghebbende vergoed op vertoon van de bewijsstukken.
Indien de werknemer zich niet in staat acht gevolg te geven aan een dergelijke oproep, zijn het vierde en het vijfde lid van artikel 18 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18b
De werknemer die uitkeringen geniet krachtens de Tunesische wetgeving en die van de regionale afdeling van het CNSS toestemming heeft verkregen deze uitkeringen te behouden na de overbrenging van zijn woonplaats naar het grondgebied van Nederland, dient zich vóór de door de regionale afdeling opgegeven datum te wenden tot het bevoegde districtskantoor van de NAB, waarbij hij de bevestiging moet indienen van de toestemming van de regionale afdeling. Een afschrift van deze toestemming, vergezeld van een overzicht van de medische gegevens, wordt naar het districtskantoor van de NAB gestuurd.
Het districtskantoor van de NAB onderwerpt de werknemer aan de medische en administratieve controle volgens de regels die dit orgaan toepast en zendt de medische rapporten aan de regionale afdeling van het CNSS.
Alleen het CNSS is bevoegd het besluit te nemen omtrent de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en het recht op uitkeringen, behoudens de bevoegdheid van de desbetreffende gerechtelijke instanties bij geschillen.
Indien het CNSS heeft besloten dat de werknemer niet langer arbeidsongeschikt is, stelt het de werknemer hiervan onmiddellijk in kennis door een afschrift aan het districtskantoor van de NAB te sturen.
Artikel 19
Het bevoegde orgaan stelt de uitkeringen met behulp van alle daartoe aangewezen middelen betaalbaar, met name per internationale postwissel. Deze uitkeringen kunnen echter, indien het orgaan van de verblijfplaats hiermede instemt, door dit orgaan voor rekening van het bevoegde orgaan worden verleend. In dit geval stelt het bevoegde orgaan het orgaan van de verblijfplaats op de hoogte van het bedrag van de uitkeringen, de data van betaalbaarstelling en de maximale uitkeringsduur.
Financiële bepalingen
Artikel 20
De werkelijke bedragen van de uitgaven ter zake van de krachtens artikel 13, tweede lid, artikel 14, eerste, tweede en zesde lid, artikel 15, artikel 16 (bij verblijf) en artikel 17, vijfde lid, van het Verdrag verleende verstrekkingen worden door de bevoegde organen of, naar gelang van het geval, de organen van de woonplaats vergoed aan de organen die deze verstrekkingen hebben verleend, en wel zoals deze blijken uit de boekhouding van de laatstbedoelde organen.
Voor de vergoeding kunnen geen hogere tarieven in rekening worden gebracht dan die welke gelden voor de verstrekkingen, verleend aan werknemers die zijn onderworpen aan de wetgeving welke wordt toegepast door het orgaan dat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde verstrekkingen heeft verleend.
Artikel 21
De uitgaven voor de verstrekkingen verleend krachtens artikel 15a aan gezinsleden die niet wonen op het grondgebied van dezelfde Verdragsluitende Partij als de werknemer en krachtens artikel 17, derde lid, van het Verdrag, worden voor ieder kalenderjaar op vaste bedragen gewaardeerd.
Het door de Nederlandse organen verschuldigde vaste bedrag wordt verkregen door de gemiddelde jaarlijkse kosten per werknemersgezin te vermenigvuldigen met het gemiddelde jaarlijkse aantal gezinnen waarmee rekening moet worden gehouden. De gemiddelde jaarlijkse kosten per gezin worden verkregen door de gemiddelde kosten per verzekerde te vermenigvuldigen met het gemiddelde aantal gezinsleden. De gemiddelde kosten per verzekerde zijn gelijk aan het totaal van de uitgaven zoals aangegeven in het eerste lid, met inbegrip van de aflossingen en de uitgaven voor de gezondheidszorg van het CNSS en het CAVIS, gedeeld door het vastgestelde aantal personen dat in Tunesië toegang heeft tot de gezondheidszorg.
Het door de Tunesische organen verschuldigde vaste bedrag wordt verkregen door de gemiddelde jaarlijkse kosten per gezinslid te vermenigvuldigen met het gemiddelde jaarlijkse aantal gezinsleden waarmee rekening moet worden gehouden. De gemiddelde jaarlijkse kosten per gezinslid zijn gelijk aan het gemiddelde van de uitgaven voor het totaal van de door de Nederlandse organen verleende verstrekkingen aan alle verzekerden onder de 65 jaar die aan de Nederlandse wetgeving zijn onderworpen.
Artikel 22
De uitgaven voor de krachtens artikel 17, tweede lid, van het Verdrag verleende verstrekkingen worden voor ieder kalenderjaar op vaste bedragen gewaardeerd.
Voor Tunesië wordt het door de Nederlandse organen verschuldigde vaste bedrag verkregen door de gemiddelde jaarlijkse kosten per gezin, zoals deze voortvloeien uit het bepaalde in artikel 21, tweede lid, te vermenigvuldigen met het gemiddelde jaarlijkse aantal pensioengerechtigden dat in aanmerking moet worden genomen. De gemiddelde kosten per pensioengerechtigde worden gecorrigeerd aan de hand van een in onderling overleg tussen de verbindingsorganen vast te stellen coëfficiënt.
Voor Nederland wordt het door de Tunesische organen verschuldigde vaste bedrag verkregen door de gemiddelde jaarlijkse kosten per pensioengerechtigde en zijn gezinsleden te vermenigvuldigen met het gemiddelde jaarlijkse aantal pensioengerechtigden en hun gezinsleden dat in aanmerking moet worden genomen.
De gemiddelde kosten per pensioengerechtigde, c.q. lid van diens gezin, zijn gelijk aan het gemiddelde per pensioengerechtigde, c.q. lid van diens gezin, van de uitgaven voor het totaal van de door de Nederlandse organen verleende verstrekkingen aan alle verzekerden onder of boven de 65 jaar, naar gelang van het geval, die aan de Nederlandse wetgeving onderworpen zijn.
Artikel 23
De in artikel 18a van het Verdrag bedoelde vergoedingen worden betaald door tussenkomst van de verbindingsorganen.
De in het vorige lid bedoelde organen kunnen overeenkomen dat de in de artikelen 20, 21 en 22 bedoelde bedragen met een percentage worden verhoogd in verband met administratiekosten.
Voor de toepassing van de artikelen 20 tot en met 22 kunnen de verbindingsorganen overeenkomsten sluiten inzake het verlenen van voorschotten.
De verbindingsorganen kunnen, met instemming van de bevoegde autoriteiten, voor alle verstrekkingen of een gedeelte daarvan andere wijzen van vergoeding overeenkomen dan die welke zijn bepaald in de artikelen 20, 21 en 22.
HOOFDSTUK 2. Uitkeringen bij invaliditeit
Artikel 24
In het in artikel 21 van het Verdrag bedoelde geval, moet de aanvraag om uitkeringen bij invaliditeit door de belanghebbende worden ingediend bij het orgaan van zijn woonplaats, dat de aanvraag aan het bevoegde orgaan van het andere land doorzendt, onder bijvoeging van de volgende gegevens en inlichtingen:
- a). gronden, waarop de belanghebbende met toepassing van artikel 20 van het Verdrag geen recht op uitkering heeft;
- b). medisch rapport inzake de aanvang, de oorzaak en de mate van invaliditeit, alsmede inzake de maatregelen welke met het oog op het herkrijgen van de verdiencapaciteit kunnen worden genomen;
- c). bewijsstuk inzake de tijdvakken van verzekering, welke door de aanvrager krachtens zijn wetgeving zijn vervuld;
- d). gegevens betreffende de maximale duur waarover aan de belanghebbende uitkeringen kunnen worden verleend wegens de ziekte of het ongeval waardoor de invaliditeit is ontstaan;
- e). datum van ontvangst van de aanvraag.
Artikel 25
De uitkeringen worden rechtstreeks betaalbaar gesteld door het orgaan dat deze verschuldigd is, ongeacht de woonplaats van de rechthebbende in een van beide landen. Periodieke uitkeringen kunnen per bank, per post of in contanten worden betaald op de vervaldagen welke in de door dit orgaan toegepaste wetgeving worden voorzien. De bevoegde organen zenden elkaar jaarlijks een borderel van de verrichte betalingen.
Indien het orgaan dat de uitkeringen verschuldigd is, deze niet rechtstreeks aan de rechthebbenden in het andere land betaalt, kan de betaling op verzoek van dit orgaan geschieden door het orgaan van de woonplaats van de rechthebbende of, nadat zij zulks zijn overeengekomen, door het verbindingsorgaan.
HOOFDSTUK 3. Uitkeringen bij ouderdom en overlijden
Indienen en behandelen van aanvragen
Artikel 26
De in Tunesië of in Nederland wonende werknemer of nagelaten betrekking van een werknemer die in aanmerking wenst te komen voor een uitkering krachtens de wetgeving van het andere land of van beide landen, richt zijn aanvraag tot het bevoegde orgaan va.n het land waarin hij woont.
Wanneer de belanghebbende op het grondgebied van een derde Staat woont, dient hij zijn aanvraag te richten tot het bevoegde orgaan van het land krachtens de wetgeving waarvan de werknemer laatstelijk verzekerd is geweest.
De aanvragen worden ingediend op formulieren welke zijn voorzien bij de wetgeving van het land waar de aanvraag volgens de vorige leden van dit artikel moet worden ingediend.
De aanvrager vermeldt, voorzover mogelijk, het orgaan of de organen van beide landen, waarbij de werknemer is aangesloten geweest. Bovendien verstrekt hij alle overige inlichtingen welke het bevoegde orgaan verlangt, op daartoe ontworpen bijzondere formulieren.
Wanneer een ander dan het in het eerste of tweede lid van dit artikel bedoelde orgaan een aanvraag ontvangen heeft, moet het deze aanvraag onverwijld aan het in het eerste of tweede lid van dit artikel bedoelde orgaan doorzenden onder vermelding van de datum waarop de aanvraag is ingediend. Deze datum wordt beschouwd als datum van indiening bij laatstbedoeld orgaan.
Artikel 27
Voor de behandeling van de aanvragen om uitkeringen maken de bevoegde organen van beide landen gebruik van een contactformulier. Dit formulier bevat met name een opsomming en een samenvatting van de door de verzekerde krachtens de wetgevingen waaraan hij onderworpen is geweest vervulde tijdvakken van verzekering.
De toezending van dit formulier aan het bevoegde orgaan van het andere land komt in de plaats van het toezenden van bewijsstukken.
Artikel 28
Het bevoegde orgaan van het land van de woonplaats vermeldt op het in het vorige artikel bedoelde formulier de tijdvakken van verzekering, welke ingevolge door dit orgaan toegepaste wetgeving zijn vervuld en zendt twee exemplaren van dit formulier aan het bevoegde orgaan van het andere land.
Dit orgaan vult het formulier aan door het vermelden van:
- a). de tijdvakken van verzekering welke ingevolge de door dit orgaan toegepaste wetgeving zijn vervuld;
- b). het bedrag van de rechten ontstaan op grond van de door dit orgaan toegepaste wetgeving, rekening houdende met de bepalingen van hoofdstuk III van Titel III van het Verdrag;
- c). het bedrag van de uitkering waarop de aanvrager aanspraak zou kunnen maken zonder toepassing van de artikelen 24 en 25 van het Verdrag, op grond van de door dit orgaan toegepaste wetgeving.
Het in het vorige lid bedoelde orgaan zendt het orgaan van het land van de woonplaats een exemplaar van het aldus aangevulde formulier terug en voegt twee exemplaren van de definitieve beslissing bij, onder vermelding van de rechtsmiddelen en de beroepstermijnen.
Artikel 29
In gevallen waarin vertraging kan optreden, betaalt het bevoegde orgaan van het land van de woonplaats belanghebbende een terugvorderbaar voorschot, dat zo dicht mogelijk het bedrag benadert dat vermoedelijk zal worden vastgesteld, rekening houdende met de bepalingen van het Verdrag.
Artikel 30
Indien het bevoegde orgaan van het land van de woonplaats vaststelt dat de aanvrager rechten kan ontlenen aan artikel 28 van het Verdrag, stelt het de aanvulling vast waarop de aanvrager op grond van laatstbedoeld artikel recht heeft.
Voor de toepassing van artikel 28 van het Verdrag geschiedt de omrekening van de in verschillende nationale muntsoorten luidende bedragen tegen de wisselkoers welke geldig is op de eerste dag van de maand waarin de laatste vaststellingshandeling plaatsvond.
Artikel 31
Het bevoegde orgaan van het land van de woonplaats stelt de aanvrager in kennis van de genomen beslissingen door middel van een samenvatting, waarbij de door de desbetreffende organen genomen beslissingen zijn gevoegd. Deze samenvatting bevat eveneens de rechtsmiddelen en beroepstermijnen, welke in de wetgevingen van de beide landen zijn voorzien. De beroepstermijnen gaan eerst in na de dag waarop de aanvrager de samenvatting heeft ontvangen.
Vervolgens deelt het bevoegde orgaan van het land van de woonplaats het bevoegde orgaan van het andere land de datum mede waarop het beide beslissingen ter kennis van de aanvrager heeft gebracht, onder bijvoeging van een afschrift van zijn eigen beslissing en van de samenvatting.
Artikel 32
Wanneer twee of meer personen recht hebben op een weduwenpensioen uit hoofde van het overlijden van eenzelfde verzekerde, geschiedt de in artikel 30 van het Verdrag bedoelde verdeling van het pensioen dat krachtens de Nederlandse wetgeving of met toepassing van Hoofdstuk III van Titel III van het Verdrag door het Nederlandse orgaan verschuldigd is, als volgt:
elk van de weduwen heeft, naar evenredigheid van het aantal rechthebbenden, recht op een gedeelte van het verhoogde pensioen zolang zij een of meer ongehuwde kinderen heeft die jonger zijn dan 18 jaar, dan wel van het normale pensioen wanneer zij niet zulke kinderen heeft.
Betaalbaarstelling van de uitkeringen
Artikel 34
Indien het bevoegde orgaan vaststelt dat de aanvrager krachtens de door dit orgaan toegepaste wetgeving recht heeft op uitkeringen zonder dat er een beroep behoeft te worden gedaan op artikel 24 van het Verdrag, betaalt het deze onmiddellijk als voorlopige uitkering. Bij de definitieve afdoening van de aanvraag om uitkeringen vereffenen de betrokken organen hun rekeningen met toepassing van artikel 45 van het Verdrag.
In het geval dat de organen van beide landen het vorige lid kunnen toepassen, worden de voorlopige uitkeringen alleen betaald door het orgaan van de woonplaats. Dit orgaan stelt het orgaan van het andere land hiervan zo spoedig mogelijk in kennis.
In het geval dat ingevolge het eerste en tweede lid voorlopige uitkeringen worden betaald is artikel 29 niet van toepassing.
Artikel 35
De door een orgaan van het ene land verschuldigde uitkeringen aan rechthebbenden die in het andere land wonen, worden rechtstreeks en op de in de door dit orgaan toegepaste wetgeving voorziene vervaldagen uitbetaald. Daarentegen worden de achterstallige betalingen aan het bevoegde orgaan van het land van de woonplaats overgemaakt.
De bevoegde organen van beide landen zenden elkaar jaarlijks borderellen van de verrichte betalingen.
HOOFDSTUK 4. Gezinsbijslagen
Artikel 36
Om in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 34 van het Verdrag dient de belanghebbende aan het bevoegde orgaan een verklaring over te leggen met betrekking tot de in aanmerking te nemen tijdvakken, voorzover het noodzakelijk is daarop een beroep te doen ter aanvulling van de tijdvakken, welke op grond van de door bedoeld orgaan toegepaste wetgeving zijn vervuld.
De verklaring wordt op verzoek van de belanghebbende uitgereikt door het orgaan waarbij hij tevoren en laatstelijk in het andere land aangesloten is geweest. Indien de belanghebbende de verklaring niet overlegt, verzoekt het bevoegde orgaan het betrokken orgaan daarom.
Artikel 37
De belanghebbende die een aanvraag om gezinsbijslagen indient ten behoeve van de kinderen die in het andere dan het bevoegde land wonen of worden opgevoed, legt een verklaring omtrent de gezinssamenstelling over welke door de bevoegde autoriteiten van de burgerlijke stand van dit land is verstrekt.
Artikel 38
De gezinsbijslagen worden overeenkomstig de voorschriften van de toepasselijke wetgeving en op de in deze wetgeving voorziene vervaldagen uitbetaald aan de werknemer of aan de natuurlijke of de rechtspersoon te wiens laste de kinderen in feite komen.
Indien degene aan wie de gezinsbijslagen moeten worden verleend, deze niet voor het onderhoud van de kinderen besteedt, betaalt het bevoegde orgaan, op verzoek en door tussenkomst van het verbindingsorgaan, deze bijslagen uit aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon te wiens laste de kinderen in feite komen, hetgeen volledige kwijting inhoudt.
Artikel 39
Indien in de loop van eenzelfde tijdvak gezinsbijslagen verschuldigd zijn voor eenzelfde kind ingevolge de wetgevingen van beide landen, worden de gezinsbijslagen, verschuldigd ingevolge de wetgeving van het land op het grondgebied waarvan het kind woont, dan wel wordt opgevoed, uitbetaald door het bevoegde orgaan van dit laatste land en voor rekening van dit orgaan.
Indien dit bedrag echter lager is dan het bedrag dat krachtens de wetgeving van het andere land zonder toepassing van het Verdrag voor ditzelfde kind zou zijn verleend, dient het bevoegde orgaan van dit laatste land ten aanzien van ditzelfde kind een aanvulling te verlenen welke gelijk is aan het verschil tussen die beide bedragen.
Deze aanvulling komt volledig voor rekening van laatstbedoeld orgaan.
HOOFDSTUK 5. Werkloosheid
Artikel 40
Om in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 37 van het Verdrag, dient de belanghebbende aan het Nederlandse bevoegde orgaan een verklaring over te leggen waarin de tijdvakken van dienstbetrekking in Tunesië worden vermeld.
Deze verklaring wordt op verzoek van de belanghebbende uitgereikt door het „Office des Travailleurs Tunisiens a l'Etranger de l'Emploi et de la Formation Professionnelle" - O.T.T.E.E.F.P. -(Bureau voor tewerkstelling en beroepsopleiding van Tunesische werknemers in het buitenland) te Tunis.
Indien de belanghebbende de verklaring niet overlegt, richt het bevoegde orgaan zich tot het „Office des Travailleurs Tunisiens a l'Etranger de l'Emploi et de la Formation Professionnelle" (O.T.T.E.E.F.P. ) te Tunis.
TITEL III. DIVERSE BEPALINGEN
Artikel 41
Voor de in het Verdrag voorziene samenstelling van tijdvakken van verzekering, welke krachtens de wetgevingen van beide landen zijn vervuld, passen de bevoegde organen de volgende regels toe:
- a). indien een tijdvak van verzekering, vervuld op grond van een verplichte verzekering krachtens de wetgeving van het ene land, samenvalt met een tijdvak van verzekering, vervuld op grond van een vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering krachtens de wetgeving van het andere land, wordt alleen het eerste tijdvak in aanmerking genomen;
- b). indien een krachtens de wetgeving van het ene land vervuld tijdvak van verzekering dat geen gelijkgesteld tijdvak is, samenvalt met een krachtens de wetgeving van het andere land gelijkgesteld tijdvak, wordt alleen het eerste tijdvak in aanmerking genomen;
- c). elk krachtens de wetgevingen van beide landen tegelijk gelijkgesteld tijdvak wordt slechts in aanmerking genomen door het orgaan van het land aan de wetgeving waarvan de verzekerde laatstelijk vóór het bedoelde tijdvak verplicht onderworpen is geweest; indien de verzekerde vóór bedoeld tijdvak niet verplicht onderworpen is geweest aan een wetgeving van een land, wordt dit tijdvak in aanmerking genomen door het bevoegde orgaan van het land aan de wetgeving waarvan hij na dit tijdvak voor de eerste maal verplicht onderworpen is geweest;
- d). ingeval de periode, waarin bepaalde tijdvakken van verzekering krachtens de wetgeving van het ene land zijn vervuld, niet nauwkeurig kan worden bepaald, wordt aangenomen dat deze tijdvakken de krachtens de wetgeving van het andere land vervulde tijdvakken niet overlappen en wordt hiermede rekening gehouden, voorzover de tijdvakken hiervoor in aanmerking kunnen worden genomen.
Indien krachtens het eerste lid, letter a), van dit artikel voor de samentelling geen rekening wordt gehouden met tijdvakken van verzekering, vervuld op grond van een vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering krachtens de wetgeving inzake ouderdom of overlijden (pensioenen) van een land, worden de premies welke voor deze tijdvakken zijn betaald geacht bestemd te zijn ter verhoging van de krachtens genoemde wetgeving verschuldigde uitkeringen. Indien deze wetgeving een aanvullende verzekering kent, worden bedoelde premies in aanmerking genomen voor de berekening van op grond van een dergelijke verzekering verschuldigde uitkeringen.
Artikel 42
- a. Wanneer de bedrijfsvereniging waarbij een in Tunesië wonende werknemer aanspraak kan maken op uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid krachtens de Nederlandse wetgeving, niet zelf de controle uitvoert, kan dit orgaan of de Gemeenschappelijke Medische Dienst het CNSS verzoeken een medisch rapport te doen opstellen over de gezondheidstoestand van de werknemer en over te gaan tot de administratieve controle. In dit verzoek van het Nederlandse orgaan wordt vermeld of het gaat om een medische dan wel administratieve controle.
- b. Indien de bedrijfsvereniging of de Gemeenschappelijke Medische Dienst zelf de controle uitvoert, kan dit orgaan de werknemer oproepen om in Nederland de nodige medische onderzoeken te ondergaan. De kosten van de onderzoeken, de reis- en verblijfskosten komen ten laste van het Nederlandse orgaan.
- c. Indien de rechthebbende meent dat hij om medische redenen niet in staat is zich naar Nederland te begeven, doet hij het betrokken Nederlandse orgaan hiervan onmiddellijk mededeling. Hij dient dan een door de controlerend arts van het CNSS bekrachtigde medische verklaring over te leggen. In deze verklaring wordt met name vermeld de medische reden waarom de werknemer niet in staat is zich naar Nederland te begeven en vanaf wanneer daartoe geen reden meer bestaat.
- a. De administratieve en medische controle van in Nederland wonende rechthebbenden op uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid krachtens de Tunesische wetgeving wordt op verzoek van het bevoegde orgaan uitgevoerd door tussenkomst van de NAB. In het hiertoe strekkende verzoek van het Tunesische orgaan wordt vermeld of het hierbij gaat om medische dan wel administratieve controle.
- b. Indien het Tunesische orgaan zelf de controle uitvoert, kan het de werknemer oproepen om in Tunesië de nodige medische onderzoeken te ondergaan. De kosten van de onderzoeken, de reis- en verblijfskosten komen ten laste van het Tunesische orgaan.
- c. Indien de rechthebbende meent dat hij om medische redenen niet in staat is zich naar Tunesië te begeven, doet hij het betrokken Tunesische orgaan hiervan onmiddellijk mededeling. Hij dient zich dan te vervoegen bij het orgaan van zijn woonplaats. Dit orgaan onderwerpt de rechthebbende aan een medisch onderzoek en zendt aan het CNSS de verklaring waarin met name wordt vermeld de medische reden waarom de werknemer niet in staat is zich naar Tunesië te begeven en vanaf wanneer daartoe geen reden meer bestaat.
Ieder bevoegd orgaan behoudt evenwel het recht om, voor eigen rekening, de rechthebbende te laten onderzoeken door een arts van zijn keuze alsmede maatregelen voor te schrijven gericht op het behoud, het herstel en de verbetering van de gezondheid van de rechthebbende alsmede zijn arbeidsgeschiktheid.
Artikel 43
Indien uit de in het voorgaande artikel bedoelde controle blijkt dat de rechthebbende op prestaties werkzaamheden verricht of dat hij inkomsten geniet welke de voorgeschreven grens overschrijden of dat hij het werk heeft hervat, dient het orgaan van de woon- of verblijfplaats een rapport toe te zenden aan het bevoegde orgaan dat om controle heeft verzocht. Dit rapport maakt melding van de door het bevoegde orgaan gevraagde inlichtingen en vermeldt in het bijzonder de aard van de verrichte werkzaamheden, het bedrag van de verdiensten of inkomsten, welke de belanghebbende gedurende het laatstelijk verstreken kwartaal genoot, de normale beloning, welke in hetzelfde gebied werd genoten door een werknemer van de beroepsgroep waartoe de belanghebbende behoorde in het beroep dat hij uitoefende voor hij invalide werd, alsmede in voorkomend geval het oordeel van een medisch deskundige omtrent de gezondheidstoestand van de belanghebbende.
Artikel 44
De bevoegde organen van beide landen kunnen elkaar te allen tijde verzoeken over te gaan tot verificatie of controle van feiten en handelingen waardoor volgens hun eigen wetgeving het door hen erkende recht op prestaties kan worden gewijzigd, geschorst of ingetrokken.
Artikel 45
De kosten die voortvloeien uit administratieve controle en geneeskundig onderzoek, observaties, reizen en allerlei verificaties, nodig voor de verlening van prestaties of voor de herziening daarvan, worden aan het met deze controle of verificaties belaste orgaan, op basis van het door dit orgaan toegepaste tarief, vergoed.
Artikel 46
Andere dan de in het voorgaande artikel bedoelde kosten, welke voortvloeien uit de toepassing van het Verdrag, kunnen worden vergoed onder voorwaarden welke in onderlinge overeenstemming tussen de bevoegde verbindingsorganen van beide landen worden vastgesteld.
Artikel 47
De instellingen welke uitkeringen verschuldigd zijn aan rechthebbenden die op het grondgebied van de andere Staat wonen, kunnen het verschuldigde rechtens voldoen in de munt van hun Staat, tegen de wisselkoers welke geldig is op de dag van afrekening.
Bedragen van vergoedingen berekend op basis van de werkelijke kosten of op basis van vaste bedragen worden uitgedrukt in de munt van de Staat van het orgaan dat de prestaties heeft verleend; het orgaan dat de vergoedingen verschuldigd is voldoet het verschuldigde rechtens op basis van de wisselkoers welke geldig is op de dag van afrekening.
Artikel 48
Wanneer de belanghebbende na schorsing van de uitkeringen welke hij genoot, opnieuw recht op uitkeringen verkrijgt, terwijl hij op het grondgebied van het andere land woont, wisselen de betrokken organen alle nodig geachte inlichtingen uit met het oog op de hervatting van de betaling van deze uitkeringen.
Artikel 49
Alle uitkeringen worden aan de rechthebbenden uitbetaald zonder aftrek van porti of bankkosten.
Artikel 50
De bevoegde organen van beide landen kunnen het bewijs van in leven zijn, het bewijs van de burgerlijke stand en alle andere, voor het vaststellen van het recht op uitkeringen of het voortzetten daarvan noodzakelijke documenten opvragen, hetzij rechtstreeks bij de rechthebbende, hetzij door bemiddeling van het orgaan van de woonplaats.
Artikel 51
Bij de aan de bevoegde organen gezonden inlichtingen en met name bij de medische rapporten wordt een vertaling in de Franse taal gevoegd.
Artikel 52
Voor de toepassing van artikel 43 van het Verdrag vermeldt de autoriteit, het orgaan of de rechterlijke instantie welke de aanvraag, de verklaring of het beroepschrift heeft ontvangen, dat had moeten worden ingediend bij een autoriteit, orgaan of rechterlijke instantie van het andere land, de datum waarop de aanvraag, de verklaring of het beroepschrift is ontvangen.
Artikel 53
Alle geschillen met betrekking tot de toepassing van dit Akkoord zullen worden opgelost door een commissie, samengesteld uit op het terrein van de sociale zekerheid bevoegde vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten, die zich kunnen laten bijstaan door deskundigen. De commissie komt beurtelings bijeen in het ene en in het andere land.
Artikel 54
De verbindingsorganen kunnen, in gemeen overleg, noodzakelijke formulieren voor verklaringen, aanvragen en andere documenten, benodigd voor de toepassing van het Verdrag en dit Akkoord, vaststellen.
Artikel 55
Dit Akkoord treedt op dezelfde dag in werking als het Verdrag en heeft dezelfde werkingsduur.
FAIT en double exemplaire en langue française à Leidschendam, le 25 avril 1979.
Pour les autorités compétentes néerlandaises,
(s.) L. DE GRAAF
L. de Graaf
Secrétaire d'Etat des Affaires Sociales
(s.) E. VEDER-SMIT
E Veder-Smit
Secrétaire d'Etat de la Santé Publique et de la Protection de l'Environnement
Pour l'autorité compétente tunisienne,
(s.) MONCEF KAAK
Moncef Kaak
Président-Directeur Général de la Caisse Nationale de Sécurité Sociale
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)