Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (herzien)

Type Verdrag
Publication 2007-12-12
Laatst bijgewerkt 1992-01-16
State In force
Source BWB
artikelen 18
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Lidstaten van de Raad van Europa en de andere Staten die partij zijn bij het Europees Cultureel Verdrag en die dit Verdrag hebben ondertekend,

Overwegende dat het doel van.de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden, ten einde met name de idealen en beginselen die hun gemeenschappelijk erfgoed zijn te beschermen en te verwezenlijken;

Gelet op het Europees Cultureel Verdrag, ondertekend te Parijs op 19 december 1954, in het bijzonder de artikelen 1 en 5 daarvan;

Gelet op het Verdrag inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa, ondertekend te Granada op 3 oktober 1985;

Gelet op het Europees Verdrag inzake delicten met betrekking tot cultuurgoederen, ondertekend te Delphi op 23 juni 1985;

Gelet op de aanbevelingen van de Parlementaire Vergadering met betrekking tot de archeologie, in het bijzonder Aanbevelingen 848 (1978), 921 (1981) en 1072(1988);

Gelet op Aanbeveling nr. R (89) 5 inzake de bescherming en het beter tot zijn recht doen komen van het archeologische erfgoed in het kader van de stedebouw en de landinrichting;

Eraan herinnerend dat het archeologische erfgoed van wezenlijk belang is voor de kennis van de geschiedenis van de mensheid;

Erkennend dat het Europese archeologische erfgoed, dat getuigt van de oude geschiedenis, ernstig met aantasting wordt bedreigd door het toenemende aantal grote ruimtelijke-ordeningsprojecten, risico's van natuurlijke aard, clandestiene of onwetenschappelijke opgravingen en onvoldoende besef onder het publiek;

Bevestigend dat het van belang is, daar waar deze nog niet bestaan, passende bestuurlijke en wetenschappelijke toezichtsprocedures in te stellen, en dat de noodzaak het archeologische erfgoed te beschermen tot uitdrukking behoort te komen in het beleid inzake stedebouw en landinrichting en culturele ontwikkeling;

Onderstrepend dat de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed niet alleen dient te berusten bij de rechtstreeks betrokken Staat, maar bij alle landen in Europa, met het oog op het beperken van het risico van aantasting en het bevorderen van het behoud, door het stimuleren van uitwisseling van deskundigen en ervaring;

Vaststellend de noodzaak de beginselen vervat in het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologische erfgoed, ondertekend te Londen op 6 mei 1969, aan te vullen in verband met de evolutie van het ruimtelijke-ordeningsbeleid in de landen in Europa;

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1. Omschrijving van het archeologische erfgoed

1.

Dit (herziene) Verdrag heeft tot doel het archeologische erfgoed te beschermen als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie.

2.

Hiertoe worden als bestanddelen van het archeologische erfgoed beschouwd alle overblijfselen, voorwerpen en andere sporen van de mens uit het verleden:

3.

Tot het archeologische erfgoed behoren bouwwerken, gebouwen, complexen, aangelegde terreinen, roerende zaken, monumenten van andere aard, alsmede hun context, ongeacht of zij op het land of onder water zijn gelegen.

Artikel 2. Aanduiding van het erfgoed en beschermingsmaatregelen

Iedere Partij verplicht zich ertoe, op een wijze die eigen is aan de betrokken Staat, een rechtsstelsel in te stellen voor de bescherming van het archeologische erfgoed, dat voorziet in:

Artikel 3

Met het oog op het behoud van het archeologische erfgoed en het waarborgen van de wetenschappelijke betekenis van het archeologisch onderzoek, verplicht iedere Partij zich ertoe:

Artikel 4

Iedere Partij verplicht zich ertoe maatregelen te nemen voor de fysieke bescherming van het archeologische erfgoed door, naar gelang de omstandigheden, zorg te dragen voor:

Artikel 5. Geïntegreerd behoud van het archeologische erfgoed

Iedere Partij verplicht zich ertoe:

Artikel 6. De financiering van archeologisch onderzoek en behoud

Iedere Partij verplicht zich ertoe:

Artikel 7. Verzameling en verspreiding van wetenschappelijke informatie

Ter vergemakkelijking van de bestudering van, en de verspreiding van de kennis over, archeologische vondsten, verplicht iedere Partij zich ertoe:

Artikel 8

Iedere Partij verplicht zich ertoe:

Artikel 9. Bewustmaking van het publiek

Iedere Partij verplicht zich ertoe:

Artikel 10. Voorkoming van illegaal verkeer van bestanddelen van het archeologische erfgoed

Iedere Partij verplicht zich ertoe:

Artikel 11

Geen enkele bepaling van dit (herziene) Verdrag doet afbreuk aan bestaande of toekomstige bilaterale of multilaterale verdragen tussen Partijen inzake illegaal verkeer van bestanddelen van het archeologische erfgoed of teruggave daarvan aan de rechtmatige eigenaar.

Artikel 12. Wederzijdse technische en wetenschappelijke bijstand

De Partijen verplichten zich ertoe:

Artikel 13. Toetsing van de toepassing van dit (herziene) Verdrag

Ten behoeve van dit (herziene) Verdrag wordt een commissie van deskundigen, ingesteld door het Comité van ministers van de Raad van Europa ingevolge artikel 17 van het Statuut van de Raad van Europa, belast met toetsing van de toepassing van dit (herziene) Verdrag; zij doet in het bijzonder:

Artikel 14. Slotbepalingen

1.

Dit (herziene) Verdrag staat open voor ondertekening door de Lidstaten van de Raad van Europa en de andere Staten die partij zijn bij het Europees Cultureel Verdrag. Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard, of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Geen enkele Staat die partij is bij het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologische erfgoed, ondertekend te Londen op 6 mei 1969, kan zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring nederleggen indien die Staat niet eerst genoemd Verdrag heeft opgezegd of dit tegelijkertijd opzegt.

3.

Dit (herziene) Verdrag treedt in werking zes maanden na de datum waarop vier Staten, waaronder ten minste drie Lidstaten van de Raad van Europa, hun instemming door dit (herziene) Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht in overeenstemming met de bepalingen van de voorgaande leden.

4.

Wanneer ingevolge de twee voorgaande leden de opzegging van het Verdrag van 6 mei 1969 niet tegelijkertijd van kracht wordt met de inwerkingtreding van dit (herziene) Verdrag, kan een Verdragsluitende Staat bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring verklaren dat hij het Verdrag van 6 mei 1969 zal blijven toepassen tot de inwerkingtreding van dit (herziene) Verdrag.

5.

Ten aanzien van een Staat die dit (herziene) Verdrag heeft ondertekend en die zijn instemming hierdoor te worden gebonden later tot uitdrukking brengt, treedt het in werking zes maanden na de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Artikel 15

1.

Na de inwerkingtreding van dit (herziene) Verdrag kan het Comité van ministers van de Raad van Europa iedere andere Staat die geen lid is van de Raad van Europa, alsmede de Europese Economische Gemeenschap, uitnodigen tot dit (herziene) Verdrag toe te treden, zulks bij een besluit genomen met de meerderheid voorzien in artikel 20, letter d, van het Statuut van de Raad van Europa en met algemene stemmen van de vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Staten die het recht hebben in het Comité van ministers zitting te hebben.

2.

Ten aanzien van een toetredende Staat of de Europese Economische Gemeenschap, mocht deze toetreden, treedt dit (herziene) Verdrag in werking zes maanden na de datum van nederlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 16

1.

Iedere Staat kan op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding het gebied of de gebieden aangeven waarop dit (herziene) Verdrag van toepassing zal zijn.

2.

Iedere Staat kan te allen tijde daarna, door middel van een verklaring gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, de toepassing van dit (herziene) Verdrag uitbreiden tot een ander in die verklaring genoemd gebied. Ten aanzien van dat gebied treedt het (herziene) Verdrag in werking zes maanden na de datum van ontvangst van die verklaring door de Secretaris-Generaal.

3.

Een krachtens de twee voorgaande leden afgelegde verklaring kan, ten aanzien van een in die verklaring genoemd gebied, worden ingetrokken door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal. De intrekking wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel 17

1.

Een Partij kan dit (herziene) Verdrag te allen tijde opzeggen door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel 18

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de Lidstaten van de Raad van Europa, de andere Staten die partij zijn bij het Europese Culturele Verdrag en iedere Staat, of de Europese Economische Gemeenschap, die tot dit Verdrag is toegetreden of is uitgenodigd daartoe toe te treden in kennis van:

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this (revised) Convention.

DONE at Valletta, this 16th day of January 1992, in English and French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe, to the other States party to the European Cultural Convention, and to any non-member State or the European Economic Community invited to accede to this (revised) Convention.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)