Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Togolese Republiek betreffende de luchtvaart
Het Koninkrijk der Nederlanden enerzijds,
de Togolese Republiek anderzijds,
Hierna te noemen: de „Overeenkomstsluitende Partijen”
Geleid door de wens de ontwikkeling van het luchtvervoer tussen hun grondgebieden te bevorderen en zoveel mogelijk te streven naar internationale samenwerking op dit gebied;
Geleid door de wens met betrekking tot dit vervoer de beginselen en bepalingen toe te passen van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, voor ondertekening opengesteld te Chicago op 7 december 1944;
Overwegend dat de ontwikkeling van het luchtvervoer kan bijdragen aan de instandhouding van de vriendschap en het onderlinge begrip tussen de Overeenkomstsluitende Partijen;
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Overeenkomst en de Bijlagen daarbij hebben, tenzij het tegendeel is bepaald, de volgende uitdrukkingen de daarachter vermelde betekenis:
- a. „Het Verdrag”, het op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening opengestelde Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart; dit omvat alle volgens artikel 90 van dat Verdrag aanvaarde Bijlagen en alle overeenkomstig de artikelen 90 en 94 tot stand gebrachte wijzigingen van de Bijlagen of het Verdrag, die zijn goedgekeurd door de Overeenkomstsluitende Partijen;
- b. „Luchtvaartautoriteiten”, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de Minister belast met de burgerluchtvaart, alsmede iedere persoon of instelling, bevoegd tot het vervullen van de functies die thans door genoemde Minister worden uitgeoefend, of van overeenkomstige functies, en, wat de Togolese Republiek betreft, de Minister belast met de burgerluchtvaart, alsmede iedere persoon of instelling, bevoegd tot het vervullen van de functies die thans door genoemde Minister worden uitgeoefend, of van overeenkomstige functies;
- c. „Aangewezen maatschappij”, een luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en aanvaard overeenkomstig artikel 9 van deze Overeenkomst;
- d. „Grondgebied”, de betekenis als vermeld in artikel 2 van het Verdrag;
- e. „Luchtdiensten”, „internationale luchtdienst” „luchtvervoerdienst", en „landing anders dan voor verkeersdoeleinden”, de betekenis die daaraan onderscheidenlijk is gegeven in artikel 96 van het Verdrag;
- f. „Boorduitrusting”, „boordproviand” en „reserveonderdelen” de betekenis als vermeld in Bijlage 9 bij het Verdrag; en
- g. „Tarief”, de prijzen die dienen te worden betaald voor het vervoer van passagiers, bagage en goederen, en de voorwaarden welke daarbij van toepassing zijn, met inbegrip van de commissies en andere bijkomende vergoedingen voor de afgifte of de verkoop van vervoerbiljetten, maar met uitzondering van de vergoedingen en voorwaarden betreffende het vervoer van post.
Artikel 2
De luchtvaartuigen die in internationaal verkeer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij worden gebruikt, alsmede hun normale uitrusting, hun reserves aan motorbrandstoffen en smeermiddelen en hun boordvoorraden (met inbegrip van proviand, dranken en tabak) zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke rechten of heffingen, op voorwaarde dat deze uitrustingsstukken en voorraden aan boord blijven van de luchtvaartuigen totdat zij weer worden uitgevoerd.
Van deze rechten of heffingen zijn eveneens vrijgesteld, met uitzondering van rechten of heffingen voor bewezen luchtdiensten:
- a. alle soorten boordproviand, opgenomen op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij binnen de grenzen als vastgesteld door de autoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij en aan boord genomen van luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij die een internationale dienst verzorgen;
- b. de reserveonderdelen ingevoerd op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen voor het onderhoud of het herstellen van de luchtvaartuigen gebruikt in het internationale luchtverkeer van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij;
- c. de motorbrandstoffen en smeermiddelen bestemd voor de bevoorrading van de door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij in het internationale verkeer gebruikte luchtvaartuigen, zelfs indien deze voorraden moeten worden gebruikt op het traject uitgevoerd boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waarop deze voorraden aan boord zijn genomen;
- d. het reclamemateriaal en drukwerk dat gratis wordt verspreid door de aangewezen maatschappijen.
De normale boorduitrusting, alsmede de materialen en voorraden die zich aan boord van de luchtvaartuigen van een Overeenkomstsluitende Partij bevinden, mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet worden uitgeladen dan met toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied. In dit geval kunnen zij onder toezicht van de genoemde autoriteiten worden geplaatst totdat ze weer worden uitgevoerd of totdat daarvan aangifte bij de douane is gedaan.
Artikel 3
De bewijzen van luchtwaardigheid en van bevoegdheid en vergunningen die zijn verleend of geldig verklaard door een der Overeenkomstsluitende Partijen en niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend ten dienste van de exploitatie van de luchtroutes vermeld in de Bijlage bij deze Overeenkomst.
Niettemin behoudt elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voor om, wat betreft het vliegen boven haar eigen grondgebied, de aan haar eigen onderdanen door de andere Overeenkomstsluitende Partij verleende bewijzen van bevoegdheid en vergunningen niet als geldig te erkennen.
Artikel 4
De wetten en voorschriften van elke Overeenkomstsluitende Partij betrekking hebbend op de binnenkomst in en het vertrek uit haar grondgebied van de luchtvaartuigen, gebruikt in het internationale luchtverkeer of betrekking hebbend op de exploitatie van en het vliegen met deze luchtvaartuigen gedurende hun aanwezigheid binnen de grenzen van haar grondgebied, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
De passagiers, de bemanningsleden en de verladers van goederen dienen, hetzij persoonlijk hetzij door tussenkomst van een derde handelende in hun naam en voor hun rekening, zich te houden aan de wetten en voorschriften die op het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij de binnenkomst, het verblijf en het vertrek regelen van de passagiers, bemanningsleden, goederen en postzendingen, zoals die welke van toepassing zijn op de binnenkomst, op de uitreisformaliteiten, op de immigratie, op de douane en op de uit de gezondheidsvoorschriften voortvloeiende maatregelen.
De passagiers op doorreis door het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij zijn slechts onderworpen aan een zeer eenvoudige controle, met uitzondering van veiligheidsmaatregelen tegen daden van geweld en van luchtpiraterij. Bagage en goederen in rechtstreeks doorgaand verkeer zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.
Artikel 5
De rechten die op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen voor het gebruik van luchthavens en andere luchtvaartvoorzieningen door de luchtvaartuigen van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden opgelegd, mogen niet hoger zijn dan die opgelegd aan luchtvaartuigen van een nationale luchtvaartmaatschappij die soortgelijke internationale luchtdiensten uitvoert.
Geen der Overeenkomstsluitende Partijen mag haar eigen of enige andere luchtvaartmaatschappij begunstigen ten opzichte van een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij bij de toepassing van haar voorschriften inzake douane, immigratie, quarantaine en soortgelijke aangelegenheden of bij het gebruik van luchthavens, luchtwegen en luchtverkeersdiensten en aanverwante voorzieningen waarop zij toezicht uitoefent.
Artikel 6
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde om overleg tussen de bevoegde autoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen verzoeken inzake de uitlegging, de toepassing of wijzigingen van deze Overeenkomst.
Dit overleg vangt aan uiterlijk zestig (60) dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek.
De wijzigingen van deze Overeenkomst waartoe wordt besloten, worden van kracht na te zijn bevestigd door een diplomatieke notawisseling.
Artikel 7
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de wens te kennen geven deze Overeenkomst op te zeggen. Een zodanige kennisgeving wordt tegelijkertijd gedaan aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. De opzegging treedt in werking een jaar na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij deze kennisgeving voor het einde van deze periode in gemeen overleg wordt ingetrokken. Ingeval de Overeenkomstsluitende Partij welke een dergelijke kennisgeving ontvangt, de ontvangst daarvan niet zou bevestigen, wordt die kennisgeving geacht te zijn ontvangen vijftien (15) dagen na ontvangst daarvan bij de zetel van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
Artikel 8
Ingeval een regeling van een geschil betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 niet mogelijk is gebleken hetzij tussen de luchtvaartautoriteiten hetzij tussen de Regeringen van de Overeenkomstsluitende Partijen, wordt het geschil op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen aan een scheidsgerecht voorgelegd.
Dit scheidsgerecht zal uit drie leden zijn samengesteld. Elke Overeenkomstsluitende Partij wijst een scheidsman aan en beide scheidsmannen dienen tot overeenstemming te komen omtrent de aanwijzing van een onderdaan van een derde Staat als voorzitter.
Indien binnen zestig dagen na de datum waarop een van beide Regeringen de scheidsrechterlijke regeling van het geschil heeft voorgesteld, de beide scheidsmannen niet zijn aangewezen of indien in de loop van de daaropvolgende maand de scheidsmannen niet tot overeenstemming zijn gekomen omtrent de aanwijzing van een voorzitter, kan elke Overeenkomstsluitende Partij de voorzitter van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie verzoeken over te gaan tot de nodige aanwijzingen.
Het scheidsgerecht neemt, indien het er niet in slaagt het geschil in der minne te schikken, een beslissing bij meerderheid van stemmen. Voor zover de Overeenkomstsluitende Partijen niet anders overeenkomen, stelt het zelf zijn procedureregels vast en bepaalt het zelf zijn zetel.
De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich, zich te houden aan de voorlopige maatregelen die tijdens het proces kunnen worden voorgeschreven, alsook aan de scheidsrechterlijke uitspraak welke in alle gevallen als definitief wordt beschouwd.
Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen zich niet houdt aan de scheidsrechterlijke beslissingen, kan de andere Overeenkomstsluitende Partij, zolang deze nalatigheid duurt, de rechten of voorrechten welke zij krachtens deze Overeenkomst aan de in gebreke zijnde Overeenkomstsluitende Partij had verleend, beperken, opschorten of intrekken.
Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt de vergoeding voor haar scheidsman op zich, alsook de helft van de vergoeding voor de aangewezen voorzitter.
TITEL II. Overeengekomen diensten
Artikel 9
Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten met het oog op het instellen van luchtdiensten op de routes die zijn omschreven in de aan deze Overeenkomst gehechte bijlage, opgesteld ter uitvoering van deze Overeenkomst (hierna te noemen de omschreven routes).
Artikel 10
De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar het recht om door de aangewezen maatschappij van ieder van hen de luchtdiensten te doen exploiteren welke zijn omschreven in deze Overeenkomst. Deze diensten zullen verder worden aangeduid met de uitdrukking „overeengekomen diensten”.
Behoudens de bepalingen van deze Overeenkomst geniet de door elke Overeenkomstsluitende Partij aangewezen maatschappij bij het exploiteren van een overeengekomen dienst op een omschreven route de volgende rechten:
- a). zij mag over het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vliegen zonder te landen;
- b). zij mag op dat grondgebied landen anders dan voor commerciële doeleinden;
- c). zij mag op dat grondgebied landen voor het afzetten en opnemen in internationaal verkeer van passagiers, goederen en post.
Artikel 11
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht om door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.
Na ontvangst van deze aanwijzing dient de andere Overeenkomstsluitende Partij, onverminderd de bepalingen van deze Overeenkomst, onverwijld aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij de passende exploitatievergunningen te verlenen.
De luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen kunnen verlangen dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij het bewijs levert, dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden welke op het gebied van de exploitatie van de internationale luchtdiensten worden voorgeschreven door de wetten en voorschriften die gewoonlijk en redelijkerwijze, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag, door de genoemde autoriteiten worden toegepast.
Artikel 12
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunningen bedoeld in het tweede lid van artikel 11 niet te verlenen, indien bedoelde Overeenkomstsluitende Partij er niet van overtuigd is dat een aanzienlijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de maatschappij heeft aangewezen of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij.
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij van de rechten, omschreven in artikel 10 van deze Overeenkomst, te schorsen indien:
- a. zij er niet van overtuigd is dat een aanzienlijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de maatschappij heeft aangewezen of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij, of indien
- b. deze maatschappij zich niet heeft gehouden aan de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die deze rechten heeft verleend, of indien
- c. deze maatschappij de exploitatie niet uitvoert overeenkomstig de voorwaarden gesteld in deze Overeenkomst.
Tenzij de intrekking of de schorsing noodzakelijk is om nieuwe inbreuken op de bedoelde wetten en voorschriften te voorkomen, kan een zodanig recht niet worden uitgeoefend dan na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, zoals voorzien in artikel 6. Ingeval dit overleg faalt, wordt overgegaan tot een scheidsrechterlijke uitspraak overeenkomstig artikel 8.
Artikel 13
Met toepassing van de artikelen 77 en 79 van het Verdrag, die voorzien in het instellen door twee of meer Staten van gemeenschappelijke exploitatieorganisaties of van internationale exploitatieorganen, geldt het volgende:
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aanvaardt dat de Regering van de Togolese Republiek, overeenkomstig de artikelen 2 en 4 en de bijlagen bij het Verdrag inzake Luchtvervoer in Afrika, dat op 28 maart 1961 te Yaoundé is ondertekend en waartoe Togo is toegetreden, zich het recht voorbehoudt de maatschappij Air-Afrique aan te wijzen als de door de Togolese Republiek gekozen organisatie voor het exploiteren van de overeengekomen diensten.
Van haar zijde aanvaardt de Regering van de Togolese Republiek dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zich het recht voorbehoudt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 hierboven een door haar te kiezen organisatie aan te wijzen voor het exploiteren van de overeengekomen diensten.
Artikel 14
De exploitatie van de overeengekomen diensten tussen hun onderscheiden grondgebieden vormt voor de beide Overeenkomstsluitende Partijen een fundamenteel en primair recht.
Beide Overeenkomstsluitende Partijen zijn het eens om het beginsel van gelijkheid en wederkerigheid van toepassing te doen zijn op alle terreinen die betrekking hebben op de uitoefening van de rechten voortvloeiende uit deze Overeenkomst.
De door beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen maatschappijen zijn verzekerd van een billijke en rechtvaardige behandeling en zij dienen gelijke mogelijkheden en gelijke rechten te genieten bij de exploitatie van de overeengekomen diensten.
De luchtvaartautoriteiten dragen zorg dat de aan iedere aangewezen maatschappij toegewezen capaciteit in acht wordt genomen. Deze capaciteit wordt, indien nodig, herzien.
De door beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen maatschappijen dienen op de gemeenschappelijke trajecten rekening te houden met hun wederzijdse belangen ten einde hun onderscheiden diensten niet onredelijk te treffen.
Artikel 15
Op elk van de routes, voorkomende in de Bijlage bij deze Overeenkomst, hebben de overeengekomen diensten als primair doel, bij een redelijkste achten beladingsgraad, te voorzien in een vervoerscapaciteit welke aangepast is aan de normale en redelijkerwijze te voorziene behoeften van het internationale luchtverkeer afkomstig van of bestemd voor het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de maatschappij welke de genoemde diensten exploiteert, heeft aangewezen.
De door een der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen maatschappij of maatschappijen kunnen binnen de grenzen van de globale vervoerscapaciteit als voorzien in het eerste lid van dit artikel, voldoen aan de verkeersbehoeften tussen de grondgebieden van derde Staten gelegen op de overeengekomen routes en het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, daarbij rekening houdende met de plaatselijke en regionale diensten.
Ten einde te kunnen voldoen aan onvoorziene of tijdelijke vraag naar verkeer op dezelfde routes, dienen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen onderling te beslissen over passende maatregelen om aan deze tijdelijke toeneming van het verkeer tegemoet te komen. Zij brengen hiervan onmiddellijk verslag uit aan de luchtvaartautoriteiten van hun onderscheiden landen, die met elkaar overleg kunnen plegen indien zij zulks nuttig achten.
Ingeval de door een der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen maatschappij op een of meer routes, hetzij een gedeelte, hetzij het totaal van de vervoerscapaciteit welke zij, rekening houdende met haar rechten mag aanbieden, niet wenst te gebruiken, kan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen maatschappij het geheel of een gedeelte van de betrokken vervoerscapaciteit voor een bepaalde tijd gebruiken.
De aangewezen maatschappij die alle of een gedeelte van haar rechten heeft overgedragen, kan deze aan het einde van de genoemde periode hernemen.
Artikel 16
De aangewezen luchtvaartmaatschappijen geven ten minste dertig (30) dagen voordat zij een begin maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen kennis van de aard van het vervoer, van het type te gebruiken vliegtuigen en van het tijdschema. Hetzelfde geldt voor latere wijzigingen.
De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij verschaffen, op verzoek, aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, alle gangbare statistieken en andere statistische gegevens van de aangewezen maatschappij, welke redelijkerwijze kunnen worden verlangd voor de controle van de door de aangewezen maatschappij van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij aangeboden vervoerscapaciteit. Die statistieken omvatten alle gegevens welke benodigd zijn om de omvang, de herkomst en de bestemming van het verkeer op de overeengekomen diensten vast te stellen.
Artikel 17
Elke door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen maatschappij kan haar eigen technisch en administratief personeel in dienst hebben dat nodig is op de luchthavens en in de steden van de andere Overeenkomstsluitende Partij, waar zij voornemens is haar eigen vertegenwoordiging te hebben.
Voor zover een aangewezen maatschappij ervan afziet een eigen organisatie op de luchthavens van de andere Overeenkomstsluitende Partij te hebben, draagt zij de eventuele werkzaamheden zo veel mogelijk op aan het personeel van de luchthavens of dat van een aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 18
Beide Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen elkaar telkens wanneer daartoe behoefte bestaat, te raadplegen ten einde hun onderscheiden luchtdiensten te coördineren.
Artikel 19
De vaststelling van de tarieven, toe te passen op de overeengekomen diensten die zullen worden geëxploiteerd op de in deze Overeenkomst vermelde routes, geschiedt zo veel mogelijk in onderlinge overeenstemming tussen de aangewezen maatschappijen.
Deze maatschappijen voeren rechtstreeks overleg met elkaar, na raadpleging, indien hiertoe reden is, van de luchtvaartmaatschappijen van derde landen die het geheel of een gedeelte van dezelfde trajecten exploiteren.
De aldus vastgestelde tarieven dienen ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen, ten minste zestig (60) dagen voor de voorziene datum van inwerkingtreding. Deze termijn kan in bijzondere gevallen, worden verkort op voorwaarde dat die autoriteiten beiden ermee instemmen.
Indien de aangewezen luchtvaartmaatschappijen er niet in slagen overeenstemming te bereiken over de vaststelling van een tarief overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid hierboven, of indien een van beide Overeenkomstsluitende Partijen te kennen geeft niet in te stemmen met het tarief dat haar overeenkomstig het bepaalde in het voorgaande tweede lid is voorgelegd, trachten de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen tot een bevredigende regeling te komen.
In laatste instantie wordt overgegaan tot arbitrage, als voorzien in artikel 8 van deze Overeenkomst.
Zolang het scheidsgerecht geen uitspraak heeft gedaan, heeft de Overeenkomstsluitende Partij die te kennen heeft gegeven niet in te stemmen met het voorgestelde tarief, het recht van de andere Overeenkomstsluitende Partij te eisen dat deze de voordien van kracht zijnde tarieven handhaaft.
Artikel 20
Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich, onder voorwaarde van wederkerigheid, de andere Overeenkomstsluitende Partij te verzekeren tot vrije overmaking, tegen de officiële koers, zonder heffingen of belastingen, van het overschot van inkomsten na aftrek van kosten die op haar grondgebied zijn verworven uit het vervoer van passagiers, bagage, postzendingen en goederen door de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde overschot van inkomsten na aftrek van kosten verworven door de aangewezen maatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen, is vrijgesteld van inkomsten- en/of vennootschapsbelasting geheven door de andere Overeenkomstsluitende Partij.
TITEL III. Slotbepalingen
Artikel 21
Elke Overeenkomstsluitende Partij stelt de andere in kennis van de voltooiing der grondwettelijke procedures, vereist voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, welke van kracht zal worden op de dag der laatste kennisgeving.
Artikel 22
Niettegenstaande het bepaalde in artikel 21 van deze Overeenkomst komen de Overeenkomstsluitende Partijen overeen, dat de exploitatie van de omschreven routes door de aangewezen maatschappijen kan plaatsvinden met ingang van de datum van ondertekening van deze Overeenkomst.
Artikel 23
Deze Overeenkomst wordt gewijzigd door middel van een diplomatieke notawisseling ten einde haar in overeenstemming te brengen met eventuele multilaterale overeenkomsten die de twee Overeenkomstsluitende Partijen zullen binden.
Artikel 24
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst slechts van toepassing op het grondgebied in Europa.
Artikel 25
Deze Overeenkomst, haar Bijlage alsmede alle notawisseling overeenkomstig artikel 6 worden ter registratie aangeboden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
FAIT à Lomé, le 17 Mars 1981 en deux exemplaires originaux en langue française.
Pour le Royaume des Pays-Bas
(s). A. E. MOSES
Albert E. Moses
Premier Secrétaire d'Ambassade
Pour la République Togolaise
(s.) A. K. AKAKPO-AHIANYO
Anani Kuma Akakpo
Ahianyo
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)