Verdrag inzake de vertegenwoordiging bij de internationale koop van roerende zaken
De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag,
Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen betreffende de vertegenwoordiging bij de internationale koop van roerende zaken,
Indachtig de doelstellingen van het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken,
Overwegend dat de ontwikkeling van de internationale handel op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel een belangrijke rol speelt bij het bevorderen van vriendschappelijke betrekkingen tussen Staten, indachtig de Nieuwe Internationale Economische Orde,
Van oordeel zijnd dat de aanneming van eenvormige regels die van toepassing zijn op de vertegenwoordiging bij de internationale koop van roerende zaken en waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende sociale, economische en juridische stelsels, zou bijdragen tot het wegnemen van juridische belemmeringen in de internationale handel en de ontwikkeling van de internationale handel zou bevorderen,
Zijn overeengekomen als volgt:
HOOFDSTUK I. TOEPASSINGSGEBIED EN ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Dit Verdrag is van toepassing wanneer een persoon, de vertegenwoordiger, bevoegdheid heeft of voorgeeft bevoegdheid te hebben voor rekening van een andere persoon, de vertegenwoordigde, met een derde een overeenkomst te sluiten voor de koop van roerende zaken.
Dit Verdrag betreft niet alleen de totstandkoming van een zodanige overeenkomst door de vertegenwoordiger, maar ook alle door hem verrichte handelingen met het oog op de totstandkoming van die overeenkomst of in verband met de uitvoering ervan.
Dit Verdrag betreft alleen de betrekkingen tussen de vertegenwoordigde of de vertegenwoordiger enerzijds en de derde anderzijds.
Het is van toepassing ongeacht of de vertegenwoordiger handelt in eigen naam of in die van de vertegenwoordigde.
Artikel 2
Dit Verdrag is alleen van toepassing wanneer de vertegenwoordigde en de derde hun vestiging in verschillende Staten hebben en:
- a. de vertegenwoordiger zijn vestiging in een Verdragsluitende Staat heeft, of
- b. volgens de regels van internationaal privaatrecht het recht van een Verdragsluitende Staat van toepassing is.
Wanneer, op het tijdstip van de totstandkoming van de overeenkomst, de derde niet wist noch had behoren te weten dat de vertegenwoordiger als vertegenwoordiger handelde, is het Verdrag alleen van toepassing indien de vertegenwoordiger en de derde hun vestiging hadden in verschillende Staten en indien aan de voorwaarden van het eerste lid is voldaan.
Voor de toepasselijkheid van dit Verdrag is zonder belang welke nationaliteit de partijen hebben, of zij kooplieden zijn en of de koopovereenkomst burgerrechtelijk dan wel handelsrechtelijk van aard is.
Artikel 3
Dit Verdrag is niet van toepassing op:
- a. de vertegenwoordiging door een handelaar op een effectenbeurs, een grondstoffenbeurs of een andere beurs;
- b. de vertegenwoordiging door een veilingmeester;
- c. de wettelijke vertegenwoordiging in het familierecht, het huwelijksgoederenrecht of het erfrecht;
- d. de vertegenwoordiging van een handelingsonbekwame krachtens wetsbepaling of rechterlijke beslissing;
- e. de vertegenwoordiging ingevolge de beslissing van een rechterlijke of bestuurlijke instantie of onder rechtstreeks toezicht van een dergelijke instantie.
Dit Verdrag doet geen afbreuk aan de rechtsregels ter bescherming van consumenten.
Artikel 4
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- a. wordt een orgaan of een functionaris van, of een deelnemer in een vennootschap, vereniging of ander lichaam, al dan niet rechtspersoonlijkheid bezittend, niet beschouwd als de vertegenwoordiger van dat lichaam voorzover hij, in de uitoefening van zijn functie, handelt op grond van bevoegdheden toegekend door de wet of de statuten van dat lichaam;
- b. wordt de trustee niet beschouwd als een vertegenwoordiger handelend ten behoeve van de trust, de oprichter van de trust of de begunstigde.
Artikel 5
De vertegenwoordigde, of een vertegenwoordiger handelend in overeenstemming met de uitdrukkelijke of stilzwijgende opdracht van de vertegenwoordigde, kan met de derde overeenkomen de toepassing van dit Verdrag uit te sluiten of, onverminderd het bij artikel 11 bepaalde, af te wijken van elk van de bepalingen hiervan, dan wel het gevolg daarvan te wijzigen.
Artikel 6
Bij de uitleg van dit Verdrag dient rekening te worden gehouden met het internationale karakter ervan en met de noodzaak eenvormigheid in de toepassing ervan en naleving van de goede trouw in de internationale handel te bevorderen.
Vragen betreffende de door dit Verdrag geregelde onderwerpen die hierin niet uitdrukkelijk zijn beslist, worden opgelost aan de hand van de algemene beginselen waarop dit Verdrag berust, of bij ontstentenis van zodanige beginselen, in overeenstemming met het krachtens de regels van internationaal privaatrecht toepasselijke recht.
Artikel 7
De vertegenwoordigde of de vertegenwoordiger enerzijds en de derde anderzijds zijn gebonden door elke gewoonte waarmede zij hebben ingestemd en door alle handelwijzen die tussen hen gebruikelijk zijn.
Tenzij anders is overeengekomen, worden zij geacht op hun betrekkingen stilzwijgend toepasselijk te hebben verklaard iedere gewoonte waarmee zij bekend waren of behoorden te zijn en die in de internationale handel op grote schaal bekend is aan, en regelmatig wordt nageleefd door partijen bij betrekkingen waarbij sprake is van vertegenwoordiging van dezelfde soort in de desbetreffende handelsbranche.
Artikel 8
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- a. is de vestiging, indien een partij meer dan één vestiging heeft, die welke het nauwst is betrokken bij de koopovereenkomst, gelet op de op het tijdstip van de totstandkoming van de overeenkomst aan partijen bekende of door hen in aanmerking genomen omstandigheden;
- b. wordt, indien een partij geen vestiging heeft, zijn gewone verblijfplaats als zodanig aangemerkt.
HOOFDSTUK II. TOTSTANDKOMING EN REIKWIJDTE VAN DE VERTEGENWOORDIGINGSBEVOEGDHEID VAN DE VERTEGENWOORDIGER
Artikel 9
De verlening van de vertegenwoordigingsbevoegdheid door de vertegenwoordigde aan de vertegenwoordiger kan uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden.
De vertegenwoordiger heeft de bevoegdheid alle onder de omstandigheden noodzakelijke handelingen te verrichten ter uitvoering van zijn taak waarvoor de vertegenwoordigingsbevoegdheid werd verleend.
Artikel 10
De vertegenwoordigingsbevoegdheid behoeft niet schriftelijk te worden verleend of bewezen en is aan geen enkel ander vormvereiste onderworpen. Zij kan worden bewezen met alle middelen, waaronder getuigen.
Artikel 11
Enigerlei bepaling van artikel 10, artikel 15 of Hoofdstuk IV krachtens welke het is toegestaan op andere wijze dan door middel van een geschrift een verlening, een bekrachtiging of een beëindiging van een vertegenwoordigingsbevoegdheid te verrichten, is niet van toepassing wanneer de vertegenwoordigde of de vertegenwoordiger zijn vestiging heeft in een Verdragsluitende Staat die een verklaring ingevolge artikel 27 heeft afgelegd. Partijen mogen niet afwijken van dit artikel of de gevolgen daarvan wijzigen.
HOOFDSTUK III. RECHTSGEVOLGEN VAN DOOR DE VERTEGENWOORDIGER VERRICHTE HANDELINGEN
Artikel 12
Wanneer een vertegenwoordiger handelt voor rekening van een vertegenwoordigde binnen zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid en de derde wist of had behoren te weten dat de vertegenwoordiger handelde als vertegenwoordiger, binden de handelingen van de vertegenwoordiger de vertegenwoordigde en de derde rechtstreeks jegens elkaar, tenzij uit de omstandigheden van het geval, bijvoorbeeld door een verwijzing naar een commissie-overeenkomst, blijkt dat de vertegenwoordiger de bedoeling had alleen zichzelf te binden.
Artikel 13
Wanneer de vertegenwoordiger handelt voor rekening van een vertegenwoordigde binnen zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid, binden zijn handelingen de vertegenwoordiger en de derde alleen indien:
- a. de derde niet wist of had behoren te weten dat de vertegenwoordiger handelde als vertegenwoordiger, of
- b. uit de omstandigheden van het geval, bijvoorbeeld door verwijzing naar een commissie-overeenkomst, blijkt dat de vertegenwoordiger de bedoeling heeft alleen zichzelf te binden.
Niettemin:
- a. kan de vertegenwoordigde, wanneer de vertegenwoordiger wegens het in gebreke blijven van de derde of om een andere reden, zijn verplichtingen jegens de vertegenwoordigde niet nakomt of niet in staat is deze na te komen, jegens de derde de rechten uitoefenen die door de vertegenwoordiger namens de vertegenwoordigde zijn verworven, zulks onder voorbehoud van alle verweermiddelen die de derde de vertegenwoordiger kan tegenwerpen;
- b. kan de derde, wanneer de vertegenwoordiger zijn verplichtingen jegens de derde niet nakomt of niet in staat is deze na te komen, jegens de vertegenwoordigde de rechten uitoefenen die de derde jegens de vertegenwoordiger heeft, zulks onder voorbehoud van alle verweermiddelen die de vertegenwoordiger de derde kan tegenwerpen en die de vertegenwoordigde de vertegenwoordiger kan tegenwerpen.
De rechten ingevolge het tweede lid kunnen alleen worden uitgeoefend indien kennisgeving van het voornemen daartoe is gedaan aan de vertegenwoordiger en de derde of de vertegenwoordigde, al naargelang het geval. Zodra de derde of de vertegenwoordigde een zodanige kennisgeving heeft ontvangen, kan hij zich niet langer bevrijden van zijn verplichtingen door met de vertegenwoordiger te handelen.
Wanneer de vertegenwoordiger zijn verplichtingen jegens de derde niet nakomt of niet in staat is deze na te komen omdat de vertegenwoordigde de zijne niet nakomt, deelt de vertegenwoordiger de naam van de vertegenwoordigde mede aan de derde.
Wanneer de derde zijn verplichtingen ingevolge de overeenkomst jegens de vertegenwoordiger niet nakomt, deelt de vertegenwoordiger de naam van de derde mede aan de vertegenwoordigde.
De vertegenwoordigde mag de namens hem door de vertegenwoordiger verworven rechten niet jegens de derde uitoefenen, indien uit de omstandigheden van het geval blijkt dat de derde, als hij de identiteit van de vertegenwoordigde had geweten, de overeenkomst niet zou zijn aangegaan.
Een vertegenwoordiger kan, in overeenstemming met de uitdrukkelijke of stilzwijgende opdracht van de vertegenwoordigde, met de derde overeenkomen af te wijken van het bepaalde in het tweede lid of de gevolgen daarvan te wijzigen.
Artikel 14
Wanneer een vertegenwoordiger zonder bevoegdheid of buiten zijn bevoegdheid handelt, binden zijn handelingen de vertegenwoordigde en de derde niet jegens elkaar.
Niettemin kan de vertegenwoordigde, wanneer het gedrag van de vertegenwoordigde de derde ertoe leidt redelijkerwijze en te goeder trouw te geloven dat de vertegenwoordiger de bevoegdheid heeft om namens de vertegenwoordigde te handelen en dat de vertegenwoordiger handelt binnen zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid, niet jegens de derde het ontbreken van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de vertegenwoordiger inroepen.
Artikel 15
Een handeling van een vertegenwoordiger die zonder bevoegdheid of buiten zijn bevoegdheid handelt, kan door de vertegenwoordigde worden bekrachtigd. Bij bekrachtiging van de handeling heeft deze dezelfde gevolgen als wanneer zij oorspronkelijk met vertegenwoordigingsbevoegdheid was verricht.
Wanneer de derde, ten tijde van de handeling van de vertegenwoordiger, het ontbreken van een vertegenwoordigingsbevoegdheid niet kende of had behoren te kennen, is hij jegens de vertegenwoordigde niet aansprakelijk indien hij te eniger tijd voor de bekrachtiging kennisgeving doet van zijn weigering door een bekrachtiging te worden gebonden. Wanneer de vertegenwoordigde de handeling bekrachtigt, maar zulks niet binnen een redelijke tijd doet, kan de derde weigeren door de bekrachtiging te worden gebonden, indien hij de vertegenwoordigde onverwijld daarvan kennisgeving doet.
Wanneer evenwel de derde het ontbreken van de bevoegdheid van de vertegenwoordiger wist of had behoren te weten, kan de derde niet weigeren door een bekrachtiging te worden gebonden voor het verstrijken van een voor bekrachtiging overeengekomen termijn of, bij gebreke van overeenstemming, van een door de derde te bepalen redelijke termijn.
De derde kan weigeren een gedeeltelijke bekrachtiging te aanvaarden.
De bekrachtiging wordt rechtsgeldig wanneer de kennisgeving daarvan de derde bereikt of deze er anderszins kennis van neemt. Als zij eenmaal rechtsgeldig is, kan zij niet worden herroepen.
De bekrachtiging geldt ook indien de handeling zelf niet daadwerkelijk zou kunnen zijn verricht op het tijdstip van bekrachtiging.
Wanneer de handeling is verricht namens een onderneming of andere rechtspersoon voordat deze is opgericht, geldt de bekrachtiging slechts indien zij is toegestaan bij de wet van de Staat die van toepassing is op de oprichting.
De bekrachtiging behoeft niet aan enig vormvereiste te voldoen. Zij kan uitdrukkelijk geschieden of worden afgeleid uit het gedrag van de vertegenwoordigde.
Artikel 16
Een vertegenwoordiger die zonder bevoegdheid of buiten zijn bevoegdheid handelt, is bij gebreke van bekrachtiging aansprakelijk voor betaling aan de derde van een zodanige schadevergoeding, dat de derde zich in dezelfde positie bevindt als hij zou zijn geweest indien de vertegenwoordiger met vertegenwoordigingsbevoegdheid en binnen de reikwijdte daarvan zou hebben gehandeld.
De vertegenwoordiger is evenwel niet aansprakelijk, indien de derde wist of had behoren te weten dat de vertegenwoordiger geen vertegenwoordigingsbevoegdheid had of handelde buiten de reikwijdte van zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid.
HOOFDSTUK IV. EINDE VAN DE VERTEGENWOORDIGINGSBEVOEGDHEID VAN DE VERTEGENWOORDIGER
Artikel 17
De vertegenwoordigingsbevoegdheid van de vertegenwoordiger eindigt:
- a. wanneer zulks voortvloeit uit een overeenkomst tussen de vertegenwoordigde en de vertegenwoordiger;
- b. bij voltooiing van de transactie of transacties waarvoor de vertegenwoordigingsbevoegdheid was verleend;
- c. bij herroeping door de vertegenwoordigde of opzegging door de vertegenwoordiger, ongeacht of zulks in overeenstemming is met de voorwaarden van hun overeenkomst.
Artikel 18
De vertegenwoordigingsbevoegdheid van de vertegenwoordiger eindigt eveneens wanneer de toepasselijke wet zulks bepaalt.
Artikel 19
Het einde van de vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft geen gevolgen voor de derde, tenzij hij wist of had behoren te weten van het einde of van de feiten die daar aan ten grondslag liggen.
Artikel 20
Niettegenstaande het einde van zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid blijft de vertegenwoordiger gemachtigd namens de vertegenwoordigde of diens rechtsopvolgers de handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn om te voorkomen dat hun belangen worden geschaad.
HOOFDSTUK V. SLOTBEPALINGEN
Artikel 21
De Regering van Zwitserland wordt hierbij aangewezen als depositaris van dit Verdrag.
Artikel 22
Dit Verdrag staat open voor ondertekening op de slotzitting van de Diplomatieke Conferentie inzake de vertegenwoordiging bij internationale koop van roerende zaken en blijft tot 31 december 1984 te Bern openstaan voor ondertekening door alle Staten.
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de ondertekenende Staten.
Dit Verdrag staat vanaf de datum waarop het open staat voor ondertekening open voor toetreding door alle Staten die geen ondertekenende Staten zijn.
De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding dienen te worden nedergelegd bij de Regering van Zwitserland.
Artikel 23
Dit Verdrag prevaleert niet boven internationale overeenkomsten die reeds zijn of kunnen worden gesloten en die bepalingen van materieel recht bevatten met betrekking tot aangelegenheden waarop dit Verdrag van toepassing is, mits de vertegenwoordigde en de derde of, in het geval bedoeld in artikel 2 tweede lid, de vertegenwoordiger en de derde, hun vestiging hebben in Staten die partij zijn bij een zodanige overeenkomst.
Artikel 24
Indien een Verdragsluitende Staat twee of meer gebiedsdelen heeft, waarin verschillende rechtsstelsels gelden met betrekking tot de in dit Verdrag behandelde aangelegenheden, kan hij op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat dit Verdrag zal gelden voor al zijn gebiedsdelen, of slechts voor één of meer hiervan en kan hij te allen tijde zijn verklaring wijzigen door een andere verklaring in te dienen.
Deze verklaringen dienen ter kennis te worden gebracht van de depositaris en hierin dient uitdrukkelijk te worden aangegeven op welke gebiedsdelen het Verdrag van toepassing is.
Indien dit Verdrag krachtens een ingevolge dit artikel afgelegde verklaring van toepassing is op één of meer, maar niet op alle gebiedsdelen van een Verdragsluitende Staat en indien de vestiging van een partij zich in die Staat bevindt, wordt deze vestiging voor de toepassing van dit Verdrag geacht zich niet in een Verdragsluitende Staat te bevinden, tenzij deze zich bevindt in een gebiedsdeel waarop het Verdrag van toepassing is.
Indien een Verdragsluitende Staat geen verklaring ingevolge het eerste lid van dit artikel aflegt, is het Verdrag van toepassing op alle gebiedsdelen van die Staat.
Artikel 25
Wanneer een Verdragsluitende Staat een regeringsstelsel heeft, op grond waarvan de uitvoerende, rechterlijke en wetgevende bevoegdheden verdeeld zijn tussen de centrale overheid en andere overheden binnen die Staat, heeft de ondertekening of bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag door die Staat of het afleggen door die Staat van een verklaring ingevolge artikel 24 geen gevolgen voor de interne verdeling van bevoegdheden binnen die Staat.
Artikel 26
Twee of meer Verdragsluitende Staten die dezelfde of nauw verwante rechtsregels hebben met betrekking tot onder dit Verdrag vallende aangelegenheden, kunnen te allen tijde verklaren dat het Verdrag niet van toepassing zal zijn wanneer de vertegenwoordigde en de derde, of, in het geval bedoeld in artikel 2, tweede lid, de vertegenwoordiger en de derde, hun vestiging in die Staten hebben. Dergelijke verklaringen kunnen gezamenlijk of door middel van wederkerige eenzijdige verklaringen worden afgelegd.
Een Verdragsluitende Staat die dezelfde of nauw verwante rechtsregels heeft met betrekking tot onder dit Verdrag vallende aangelegenheden als één of meer niet-Verdragsluitende Staten kan te allen tijde verklaren dat het Verdrag niet van toepassing zal zijn wanneer de vertegenwoordigde en de derde of, in het geval bedoeld in artikel 2, tweede lid, de vertegenwoordiger en de derde, hun vestiging in die Staten hebben.
Indien een Staat ten aanzien waarvan ingevolge het voorgaande lid een verklaring is afgelegd, vervolgens een Verdragsluitende Staat wordt, zal de verklaring, met ingang van de datum waarop het Verdrag ten aanzien van de nieuwe Verdragsluitende Staat in werking treedt, de werking hebben van een ingevolge het eerste lid afgelegde verklaring, mits de nieuwe Verdragsluitende Staat die verklaring onderschrijft of een wederkerige eenzijdige verklaring aflegt.
Artikel 27
Een Verdragsluitende Staat wiens wetgeving vereist dat de verlening, de bekrachtiging of het einde van een vertegenwoordigingsbevoegdheid in alle gevallen waarop dit Verdrag van toepassing is schriftelijk wordt bewezen, kan te allen tijde een verklaring afleggen overeenkomstig artikel 11, dat bepalingen van artikel 10, artikel 15 of Hoofdstuk IV die toestaan dat de verlening, de bekrachtiging of het einde van een vertegenwoordigingsbevoegdheid anders dan schriftelijk geschiedt, niet van toepassing zijn wanneer de vertegenwoordigde of de vertegenwoordiger zijn vestiging in die Staat heeft.
Artikel 28
Een Verdragsluitende Staat kan op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat hij niet gebonden zal zijn door artikel 2, eerste lid, letter b.
Artikel 29
Een Verdragsluitende Staat waarvan de handel met het buitenland geheel of gedeeltelijk uitsluitend wordt gevoerd door speciaal daartoe bevoegd verklaarde organisaties, kan te allen tijde verklaren dat, in gevallen waarin zulke organisaties handelen als kopers of verkopers in de handel met het buitenland geen van deze organisaties, of de in de verklaring aangegeven organisaties, voor de toepassing van artikel 13, tweede lid, letter b, en vierde lid worden beschouwd als vertegenwoordiger in hun betrekkingen met andere organisaties die hun vestiging in dezelfde Staat hebben.
Artikel 30
Een Verdragsluitende Staat kan te allen tijde verklaren dat hij de bepalingen van dit Verdrag zal toepassen op nader aangegeven gevallen die buiten het toepassingsgebied van het Verdrag vallen.
Die verklaring kan bijvoorbeeld bepalen dat het Verdrag van toepassing is op:
- a. andere overeenkomsten dan koopovereenkomsten betreffende roerende zaken;
- b. gevallen waarin de in artikel 2, eerste lid, genoemde vestigingen niet in Verdragsluitende Staten zijn gelegen.
Artikel 31
Krachtens dit Verdrag op het tijdstip van ondertekening afgelegde verklaringen dienen te worden bevestigd bij bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
Verklaringen en bevestigingen van verklaringen dienen schriftelijk te geschieden en officieel ter kennis van de depositaris te worden gebracht.
Een verklaring wordt van kracht tegelijk met de inwerkingtreding van dit Verdrag ten aanzien van de betrokken Staat. Een verklaring waarvan de depositaris na deze inwerkingtreding een officiële kennisgeving ontvangt, wordt echter van kracht op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van zes maanden na de datum van ontvangst daarvan door de depositaris. Wederkerige eenzijdige verklaringen ingevolge artikel 26 worden van kracht op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van zes maanden na ontvangst van de laatste verklaring door de depositaris.
Iedere Staat die uit hoofde van dit Verdrag een verklaring aflegt, kan deze te allen tijde intrekken door middel van een officiële, schriftelijke kennisgeving gericht aan de depositaris. Deze intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de depositaris.
Een intrekking van een krachtens artikel 26 afgelegde verklaring maakt vanaf de datum waarop de intrekking van kracht wordt, iedere wederkerige verklaring, door een andere Staat uit hoofde van dat artikel afgelegd, ongeldig.
Artikel 32
Voorbehouden zijn niet toegestaan, behoudens die welke uitdrukkelijk in dit Verdrag zijn toegestaan.
Artikel 33
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van twaalf maanden na de datum van nederlegging van de tiende akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
Wanneer een Staat dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of daartoe toetreedt na de nederlegging van de tiende akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, treedt dit Verdrag ten aanzien van die Staat in werking op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van twaalf maanden na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
Artikel 34
Dit Verdrag is van toepassing wanneer de vertegenwoordiger aanbiedt te verkopen of te kopen of een verkoop- of koopaanbod aanvaardt op of na de datum waarop het Verdrag in werking treedt ten aanzien van de Verdragsluitende Staat bedoeld in artikel 2, eerste lid.
Artikel 35
Een Verdragsluitende Staat kan dit Verdrag opzeggen door middel van een officiële schriftelijke kennisgeving aan de depositaris.
De opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van twaalf maanden na ontvangst van de kennisgeving door de depositaris. Wanneer in de kennisgeving een langere opzegtermijn wordt vermeld, wordt de opzegging van kracht na het verstrijken van die langere termijn na ontvangst van de kennisgeving door de depositaris.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned plenipotentiaries, being duly authorised by their respective Governments, have signed this Convention.
DONE at Geneva this seventheenth day of February, one thousand nine hundred and eighty-three, in a single original, of which the English and French texts are equally authentic.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)