Verdrag inzake de bescherming en ontwikkeling van het mariene milieu in het Caraïbisch gebied

Type Verdrag
Publication 1986-10-11
State In force
Source BWB
artikelen 40
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Verdragsluitende Partijen,

Zich ten volle bewust van de economische en sociale waarde van het mariene milieu, met inbegrip van de kustgebieden, van het Caraïbisch gebied,

In het besef van hun verantwoordelijkheid tot bescherming van het mariene milieu van het Caraïbisch gebied ten bate van en ten gebruike door de huidige en de komende generaties,

Erkennend de bijzondere hydrografische en ecologische kenmerken van het gebied en zijn kwetsbaarheid voor verontreiniging,

Voorts erkennend de bedreiging van het mariene milieu, van zijn ecologisch evenwicht, van zijn rijkdommen en van de rechtmatige vormen van gebruik, door verontreiniging en door het ontbreken van voldoende integratie van milieu-aspecten in het ontwikkelingsproces,

Overwegend dat de bescherming van de ecosystemen van het mariene milieu van het Caraïbisch gebied een van hun hoofddoelstellingen is,

Ten volle de noodzaak beseffend tot samenwerking, zowel onderling als met bevoegde internationale organisaties, ten einde een gecoördineerde en alomvattende ontwikkeling, zonder schade voor het milieu, te waarborgen,

Erkennend de wenselijkheid van een ruimere aanvaarding van reeds bestaande internationale overeenkomsten inzake verontreiniging van het mariene milieu,

Gelet echter op het feit dat deze overeenkomsten, ondanks de reeds bereikte vooruitgang, niet alle aspecten van de aantasting van het milieu bestrijken en niet geheel voorzien in de bijzondere behoeften van het Caraïbisch gebied,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1. Verdragsgebied

1.

Dit Verdrag is van toepassing op het Caraïbisch gebied, hierna te noemen „het Verdragsgebied", zoals omschreven in artikel 2, eerste lid.

2.

Behalve zoals anders bepaald in een protocol bij dit Verdrag, omvat het Verdragsgebied niet de binnenwateren van de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 3. Algemene bepalingen

1.

De Verdragsluitende Partijen streven naar het sluiten van bilaterale of multilaterale overeenkomsten, met inbegrip van regionale of subregionale overeenkomsten, ter bescherming van het mariene milieu van het Verdragsgebied. Zulke overeenkomsten dienen verenigbaar te zijn met dit Verdrag en in overeenstemming te zijn met het internationale recht. Afschriften van zulke overeenkomsten worden ter kennis gebracht van de Organisatie en, via de Organisatie, van alle ondertekenaars van en Verdragsluitende Partijen bij dit Verdrag.

2.

Dit Verdrag en de protocollen daarbij worden uitgelegd overeenkomstig het op hun onderwerp betrekking hebbende internationale recht. Niets in dit Verdrag of in de protocollen daarbij wordt geacht afbreuk te doen aan door de Verdragsluitende Partijen krachtens eerder gesloten overeenkomsten op zich genomen verplichtingen.

3.

Dit Verdrag of de protocollen daarbij laten geheel onverlet de huidige of toekomstige aanspraken of de juridische opvattingen van enige Verdragsluitende Partij betreffende de aard en de omvang van de rechtsmacht ter zee.

Artikel 4. Algemene verplichtingen

1.

De Verdragsluitende Partijen nemen afzonderlijk of gezamenlijk alle passende maatregelen in overeenstemming met het internationale recht en overeenkomstig dit Verdrag en de van kracht zijnde protocollen daarbij, waarbij zij partij zijn, ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging van het Verdragsgebied en ter verzekering van een goed milieubeheer, waarbij zij te dien einde de meest geschikte middelen gebruiken die te hunner beschikking staan, zulks overeenkomstig hun vermogen.

2.

De Verdragsluitende Partijen verzekeren, bij het nemen van de in het eerste lid bedoelde maatregelen, dat de tenuitvoerlegging van deze maatregelen geen verontreiniging van het mariene milieu buiten het Verdragsgebied veroorzaakt.

3.

De Verdragsluitende Partijen werken samen bij het opstellen en aannemen van protocollen of andere overeenkomsten ter vergemakkelijking van de doeltreffende tenuitvoerlegging van dit Verdrag.

4.

De Verdragsluitende Partijen nemen alle passende maatregelen, in overeenstemming met het internationale recht, opdat zij zich doeltreffend kunnen kwijten van de in dit Verdrag en de protocollen daarbij voorgeschreven verplichtingen, en streven ernaar, hun beleid in dit opzicht te harmoniseren.

5.

De Verdragsluitende Partijen werken samen met de bevoegde internationale, regionale en subregionale organisaties met het oog op de doeltreffende tenuitvoerlegging van dit Verdrag en de protocollen daarbij. Zij helpen elkander bij de vervulling van hun verplichtingen krachtens dit Verdrag en de protocollen daarbij.

Artikel 5. Verontreiniging door schepen

De Verdragsluitende Partijen nemen alle passende maatregelen ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging van het Verdragsgebied, veroorzaakt door lozingen uit schepen en ter verzekering te dien einde van de doeltreffende tenuitvoerlegging van de toepasselijke internationale regels en normen, vastgesteld door de bevoegde internationale organisatie.

Artikel 6. Verontreiniging veroorzaakt door storting

De Verdragsluitende Partijen nemen alle passende maatregelen ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging van het Verdragsgebied, veroorzaakt door storting van afval en andere stoffen op zee vanuit schepen, luchtvaartuigen of bouwwerken in zee, en ter verzekering van de doeltreffende tenuitvoerlegging van de toepasselijke internationale regels en normen.

Artikel 7. Verontreiniging vanaf het land

De Verdragsluitende Partijen nemen alle passende maatregelen ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging van het Verdragsgebied, veroorzaakt door het zich ontdoen van afval en andere stoffen vanaf de kust of door lozingen afkomstig uit rivieren, riviermondingen, inrichtingen op de kust, rioolafvoeren, of door andere bronnen op hun grondgebied.

Artikel 8. Verontreiniging door werkzaamheden op de zeebodem

De Verdragsluitende Partijen nemen alle passende maatregelen ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging van het Verdragsgebied, direct of indirect voortvloeiend uit de exploratie en de exploitatie van de zeebodem en de ondergrond daarvan.

Artikel 9. Door de lucht overgebrachte verontreiniging

De Verdragsluitende Partijen nemen alle passende maatregelen ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging van het Verdragsgebied, voortvloeiend uit uitworp in de atmosfeer ten gevolge van werkzaamheden onder hun rechtsmacht.

Artikel 10. Speciaal beschermde gebieden

De Verdragsluitende Partijen nemen, afzonderlijk of gezamenlijk, alle passende maatregelen tot bescherming en behoud van zeldzame of broze ecosystemen, alsook van het leefmilieu van sterk in aantal teruggelopen, met uitsterving bedreigde of in gevaar zijnde soorten in het Verdragsgebied. Met het oog hierop streven de Verdragsluitende Partijen naar het instellen van beschermde gebieden. De instelling van zulke gebieden laat de rechten van andere Verdragsluitende Partijen en derde Staten onverlet. Daarnaast wisselen de Verdragsluitende Partijen informatie uit omtrent het bestuur en het beheer van zodanige gebieden.

Artikel 11. Samenwerking in noodsituaties

1.

De Verdragsluitende Partijen werken samen bij het nemen van alle noodzakelijke maatregelen voor het optreden in noodsituaties betreffende verontreiniging in het Verdragsgebied, ongeacht de oorzaak van zodanige noodsituaties, en voor het bestrijden, verminderen of wegnemen van de daaruit voortvloeiende verontreiniging of de dreiging van verontreiniging. Hiertoe zullen de Verdragsluitende Partijen afzonderlijk en gezamenlijk rampenplannen opstellen en deze bevorderen ten einde te kunnen optreden bij voorvallen die verontreiniging of de dreiging daarvan in het Verdragsgebied met zich brengen.

2.

Wanneer een Verdragsluitende Partij gevallen ter kennis komen waarin het Verdragsgebied in onmiddellijk gevaar van verontreiniging verkeert of is verontreinigd, stelt zij onmiddellijk andere Staten die naar alle waarschijnlijkheid door zodanige verontreiniging zullen worden getroffen, alsook de bevoegde internationale organisaties, daarvan in kennis. Voorts stelt zij zo spoedig mogelijk, deze andere Staten en bevoegde internationale organisaties in kennis van de maatregelen die zij heeft genomen om de verontreiniging of de dreiging daarvan te verminderen of tot een minimum te beperken.

Artikel 12. Milieu-effect-evaluatie

1.

Als onderdeel van hun beleid inzake milieubeheer verbinden de Verdragsluitende Partijen zich ertoe technische en andere richtlijnen uit te werken, zodat de planning van hun grote ontwikkelingsprojecten op zodanige wijze geschiedt dat nadelige gevolgen voor het Verdragsgebied worden voorkomen of tot een minimum beperkt.

2.

Elke Verdragsluitende Partij evalueert naar haar vermogen, of verzekert de evaluatie van, de potentiële gevolgen van zodanige projecten voor het mariene milieu, vooral in kustgebieden, opdat passende maatregelen kunnen worden genomen ter voorkoming van aanzienlijke verontreiniging van of aanmerkelijke en schadelijke veranderingen in het Verdragsgebied.

3.

Met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde evaluaties werkt elke Verdragsluitende Partij, op haar verzoek met steun van de Organisatie, procedures uit voor de verspreiding van informatie en kan zij, waar passend, andere Verdragsluitende Partijen die zulks eventueel raakt, uitnodigen met haar te overleggen en commentaar te leveren.

Artikel 13. Wetenschappelijke en technische samenwerking

1.

De Verdragsluitende Partijen verbinden zich ertoe, rechtstreeks en waar passend via de bevoegde internationale en regionale organisaties, samen te werken op het gebied van wetenschappelijk onderzoek, bewaking en de uitwisseling van gegevens en andere wetenschappelijke informatie die betrekking hebben op de doeleinden van dit Verdrag.

2.

Te dien einde verbinden de Verdragsluitende Partijen zich ertoe hun programma's voor onderzoek en bewaking met betrekking tot het Verdragsgebied verder te ontwikkelen en te coördineren en, in samenwerking met de bevoegde internationale en regionale organisaties, voor de nodige verbindingen zorg te dragen tussen hun onderzoekscentra en -instellingen ten einde tot vergelijkbare resultaten te komen. Met de verdere bescherming van het Verdragsgebied als doel, trachten de Verdragsluitende Partijen deel te nemen aan internationale regelingen voor onderzoek en bewaking van de verontreiniging.

3.

De Verdragsluitende Partijen verbinden zich ertoe, rechtstreeks en waar passend via de bevoegde internationale en regionale organisaties, mede te werken aan het verschaffen aan andere Verdragsluitende Partijen van technische en andere hulp op terreinen die verband houden met verontreiniging en een verantwoord milieubeheer in het Verdragsgebied, daarbij rekening houdend met de bijzondere behoeften van de kleinere landen en territoria die uit eilanden bestaan en zich in ontwikkeling bevinden.

Artikel 14. Aansprakelijkheid en schadevergoeding

De Verdragsluitende Partijen werken samen ten einde passende regels en procedures aan te nemen, die verenigbaar zijn met het internationale recht, op het gebied van aansprakelijkheid voor en vergoeding van schade, voortvloeiend uit verontreiniging van het Verdragsgebied.

Artikel 15. Institutionele regelingen

1.

De Verdragsluitende Partijen wijzen het Milieuprogramma van de Verenigde Naties aan ter vervulling van de onderstaande secretariaatswerkzaamheden:

2.

Iedere Verdragsluitende Partij wijst een bevoegde autoriteit aan om te dienen als communicatiekanaal met de Organisatie voor de doelstellingen van dit Verdrag en de protocollen daarbij.

Artikel 16. Vergaderingen van de Verdragsluitende Partijen

1.

De Verdragsluitende Partijen komen eenmaal per twee jaar in gewone vergadering bijeen en, op verzoek van de Organisatie of van een Verdragsluitende Partij, op elk ander noodzakelijk geacht tijdstip in buitengewone vergadering, mits zodanige verzoeken door de meerderheid van de Verdragsluitende Partijen worden gesteund.

2.

De vergaderingen van de Verdragsluitende Partijen hebben tot taak de tenuitvoerlegging van dit Verdrag en de protocollen daarbij voortdurend te toetsen en in het bijzonder:

Artikel 17. Aanneming van protocollen

1.

Op een conferentie van gevolmachtigden kunnen de Verdragsluitende Partijen ingevolge artikel 4, derde lid, aanvullende protocollen bij dit Verdrag aannemen.

2.

Indien een meerderheid van de Verdragsluitende Partijen zulks verzoekt, roept de Organisatie een conferentie van gevolmachtigden bijeen ter aanneming van aanvullende protocollen bij dit Verdrag.

Artikel 18. Wijziging van het Verdrag en van de protocollen daarbij

1.

Iedere Verdragsluitende Partij kan wijzigingen op dit Verdrag voorstellen. Wijzigingen worden aangenomen door een conferentie van gevolmachtigden, die door de Organisatie wordt bijeengeroepen op verzoek van een meerderheid van de Verdragsluitende Partijen.

2.

Iedere Verdragsluitende Partij bij dit Verdrag kan wijzigingen voorstellen op ieder protocol. Zodanige wijzigingen worden aangenomen door een conferentie van gevolmachtigden, die door de Organisatie wordt bijeengeroepen op verzoek van een meerderheid van de Verdragsluitende Partijen bij het desbetreffende protocol.

3.

De tekst van voorgestelde wijzigingen wordt door de Organisatie aan alle Verdragsluitende Partijen medegedeeld ten minste 90 dagen voor de opening van de conferentie van gevolmachtigden.

4.

Wijzigingen op dit Verdrag worden aangenomen met een drievierde meerderheid van stemmen van de Partijen bij het Verdrag die op de conferentie van gevolmachtigden vertegenwoordigd zijn, en worden door de Depositaris voorgelegd voor aanvaarding door alle Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag. Wijzigingen op een protocol worden aangenomen met drievierde meerderheid van stemmen van de Verdragsluitende Partijen bij het protocol die op een conferentie van gevolmachtigden vertegenwoordigd zijn, en worden door de Depositaris voorgelegd ter aanvaarding door alle Verdragsluitende Partijen bij het protocol.

5.

Akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van wijzigingen worden nedergelegd bij de Depositaris. Wijzigingen, aangenomen overeenkomstig het derde lid treden in werking tussen de Verdragsluitende Partijen die zodanige wijzigingen hebben aanvaard op de dertigste dag, volgend op de datum van ontvangst door de Depositaris van de akten van ten minste drievierde van de Verdragsluitende Partijen bij dit Verdrag of bij het desbetreffende protocol, al naar gelang het geval. Daarna treden de wijzigingen voor iedere andere Verdragsluitende Partij in werking op de dertigste dag na de datum waarop die Partij haar akte heeft nedergelegd.

6.

Na de inwerkingtreding van een wijziging op dit Verdrag of op een protocol wordt een nieuwe Verdragsluitende Partij bij het Verdrag of bij zulk een protocol Partij bij het Verdrag of het protocol, zoals gewijzigd.

Artikel 19. Bijlagen en wijzigingen op Bijlagen

1.

Bijlagen bij dit Verdrag of bij een protocol maken een integrerend onderdeel uit van het Verdrag of van zulk een protocol, al naar gelang het geval.

2.

Behalve zoals anders in een protocol bepaald met betrekking tot de bijlagen daarbij, geldt de volgende procedure voor de aanneming en inwerkingtreding van wijzigingen op bijlagen bij dit Verdrag of op bijlagen bij een protocol:

3.

De aanneming en inwerkingtreding van een nieuwe bijlage is onderworpen aan dezelfde procedure als die voor de aanneming en inwerkingtreding van een wijziging op een bijlage, met dien verstande dat, indien deze een wijziging op het Verdrag of op een van de protocollen daarbij inhoudt, de nieuwe bijlage niet in werking treedt tot het tijdstip waarop die wijziging in werking treedt.

4.

Wijzigingen op de Bijlage inzake arbitrage worden voorgesteld en aangenomen en treden in werking overeenkomstig de procedures, neergelegd in artikel 18.

Artikel 20. Procedureregels en financiële voorschriften

1.

De Verdragsluitende Partijen nemen met eenparigheid van stemmen de procedureregels voor hun vergaderingen aan.

2.

De Verdragsluitende Partijen nemen met eenparigheid van stemmen financiële voorschriften aan, die zijn opgesteld in overleg met de Organisatie ten einde, inzonderheid, hun financiële bijdragen krachtens dit Verdrag en krachtens protocollen waarbij zij partij zijn, te bepalen.

Artikel 21. Bijzondere uitoefening van het stemrecht

De organisaties voor regionale economische integratie bedoeld in artikel 25 oefenen op het terrein waarop zij bevoegd zijn, hun stemrecht uit met een aantal stemmen gelijk aan het aantal van hun Lid-Staten die Verdragsluitende Partij bij dit Verdrag en bij een of meer protocollen zijn. Zulke organisaties oefenen hun stemrecht niet uit, indien de betrokken Lid-Staten hun stemrecht uitoefenen, en omgekeerd.

Artikel 22. Toezending van informatie

De Verdragsluitende Partijen zenden de Organisatie informatie toe omtrent de door hen genomen maatregelen voor de tenuitvoerlegging van dit Verdrag en van de protocollen waarbij zij partij zijn, en wel in de vorm en met de tussenpozen die door de vergaderingen van de Verdragsluitende Partijen worden bepaald.

Artikel 23. Regeling van geschillen

1.

In geval van een geschil tussen Verdragsluitende Partijen omtrent de uitlegging of toepassing van dit Verdrag of de protocollen daarbij, pogen zij door middel van onderhandelingen of op een andere door hen gekozen vreedzame wijze het geschil te regelen.

2.

Indien de betrokken Verdragsluitende Partijen hun geschil niet op in het voorgaande lid vermelde wijzen kunnen regelen, wordt het geschil in onderlinge overeenstemming, behalve zoals in een protocol bij dit Verdrag anderszins bepaald, onderworpen aan arbitrage op de voorwaarden, neergelegd in de Bijlage inzake arbitrage. Het niet bereiken van onderlinge overeenstemming inzake onderwerping van het geschil aan arbitrage ontslaat de Verdragsluitende Partijen echter niet van de verantwoordelijkheid te blijven streven naar oplossing van het geschil op de in het eerste lid bedoelde wijzen.

3.

Een Verdragsluitende Partij kan te allen tijde verklaren dat zij ipso facto en zonder bijzondere overeenkomst, ten aanzien van andere Verdragsluitende Partijen die dezelfde verplichting aanvaarden, de toepassing van de scheidsrechterlijke procedure, neergelegd in de Bijlage inzake arbitrage, als verplicht erkent. Een zodanige verklaring wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de Depositaris, die daarvan mededeling doet aan de andere Verdragsluitende Partijen.

Artikel 24. Betrekkingen tussen het Verdrag en de protocollen daarbij

1.

Een Staat of organisatie voor regionale economische integratie kan geen Verdragsluitende Partij bij dit Verdrag worden, tenzij deze tegelijkertijd Verdragsluitende Partij bij ten minste één protocol bij het Verdrag wordt. Een Staat of organisatie voor regionale economische integratie kan geen Verdragsluitende Partij bij een protocol worden, tenzij deze Verdragsluitende Partij bij het Verdrag is of tegelijkertijd wordt.

2.

Besluiten betreffende een protocol worden alleen genomen door de Verdragsluitende Partijen bij het desbetreffende protocol.

Artikel 25. Ondertekening

Dit Verdragen het Protocol betreffende samenwerking bij de bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied staan open voor ondertekening te Cartagena de Indias op 24 maart 1983 en te Bogota van 25 maart 1983 tot en met 23 maart 1984 door de Staten die waren uitgenodigd tot deelneming aan de Conferentie van gevolmachtigden inzake de bescherming en ontwikkeling van het mariene milieu in het Caraïbisch gebied, van 21 tot 24 maart 1983 te Cartagena de Indias gehouden. Zij staan op dezelfde data eveneens open voor ondertekening door iedere organisatie voor regionale economische integratie die bevoegdheden heeft op de door het Verdrag en dat Protocol bestreken terreinen en die ten minste één Lid-Staat heeft die tot het Caraïbisch gebied behoort, mits een zodanige regionale organisatie werd uitgenodigd tot deelneming aan de Conferentie van gevolmachtigden.

Artikel 26. Bekrachtiging, aanvaarding en goedkeuring

1.

Dit Verdrag en de protocollen daarbij dienen te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de Staten. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Regering van de Republiek Colombia, die de taak van Depositaris op zich zal nemen.

2.

Dit Verdrag en de protocollen daarbij dienen eveneens te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de in artikel 25 bedoelde organisaties die ten minste één Lid-Staat hebben die Partij is bij het Verdrag. In hun akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring geven zulke organisaties aan welke bevoegdheden zij bezitten met betrekking tot de bij het Verdrag en het desbetreffende protocol geregelde aangelegenheden. Daarna stellen deze organisaties de Depositaris in kennis van elke belangrijke wijziging van hun bevoegdheden.

Artikel 27. Toetreding

1.

Dit Verdrag en de protocollen daarbij staan open voor toetreding door de Staten en organisaties, bedoeld in artikel 25 met ingang van de dag, volgend op de datum waarop het Verdrag of het desbetreffende protocol niet langer openstaat voor ondertrekening.

2.

Na de inwerkingtreding van dit Verdrag en van een protocol, kan iedere Staat of organisatie voor regionale economische integratie, niet bedoeld in artikel 25 toetreden tot het Verdrag en tot ieder protocol, onder voorbehoud van voorafgaande goedkeuring door drievierde van de Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag of het desbetreffende protocol, mits een zodanige organisatie voor regionale economische integratie bevoegdheden bezit op door het Verdrag en het desbetreffende protocol bestreken terreinen en ten minste één Lid-Staat heeft, die behoort tot het Caraïbisch gebied, die Partij is bij het Verdrag en het desbetreffende protocol.

3.

In hun akten van toetreding geven de in het eerste en het tweede lid bedoelde organisaties aan welke bevoegdheden zij bezitten met betrekking tot de bij het Verdrag en het desbetreffende protocol geregelde aangelegenheden. Deze organisaties stellen ook de Depositaris in kennis van elke belangrijke wijziging van hun bevoegdheden.

4.

De akten van toetreding worden nedergelegd bij de Depositaris.

Artikel 28. Inwerkingtreding

1.

Dit Verdrag en het Protocol betreffende samenwerking bij de bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied treden in werking op de dertigste dag, volgend op de datum van nederlegging van de negende akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van, of van toetreding tot deze overeenkomsten door de in artikel 25 bedoelde Staten.

2.

Ieder aanvullend protocol bij dit Verdrag treedt in werking, behalve zoals in zulk een protocol anderszins bepaald, op de dertigste dag, volgend op de datum van nederlegging van de negende akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van, of van toetreding tot, een zodanig protocol.

3.

Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid telt een akte, nedergelegd door een in artikel 25 bedoelde organisatie niet mee naast de akte, nedergelegd door een Lid-Staat van een zodanige organisatie.

4.

Daarna treden dit Verdrag en ieder protocol in werking ten aanzien van iedere Staat of organisatie, bedoeld in artikel 25 of artikel 27 op de dertigste dag volgend op de datum van nederlegging van zijn of haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

Artikel 29. Opzegging

1.

Na het verstrijken van twee jaar van de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag ten aanzien van een Verdragsluitende Partij kan die Verdragsluitende Partij te allen tijde dit Verdrag opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Depositaris.

2.

Behalve zoals in een protocol bij dit Verdrag anderszins bepaald, kan iedere Verdragsluitende Partij na het verstrijken van twee jaar van de datum van inwerkingtreding van een zodanig protocol ten aanzien van die Verdragsluitende Partij, te allen tijde het protocol opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Depositaris.

3.

De opzegging treedt in werking op de negentigste dag na de datum waarop de kennisgeving door de Depositaris wordt ontvangen.

4.

Een Verdragsluitende Partij die dit Verdrag opzegt, wordt geacht tevens ieder protocol waarbij zij Verdragsluitende Partij was, te hebben opgezegd.

5.

Iedere Verdragsluitende Partij die, ten gevolge van haar opzegging van een protocol, bij geen enkel bij dit Verdrag behorend protocol meer Verdragsluitende Partij is, wordt geacht tevens het Verdrag zelf te hebben opgezegd.

Artikel 30. Depositaris

1.

De Depositaris stelt de ondertekenaars en de Verdragsluitende Partijen alsmede de Organisatie in kennis van:

2.

Het origineel van dit Verdrag en van de protocollen wordt nedergelegd bij de Depositaris, de Regering van de Republiek Colombia, die gewaarmerkte afschriften daarvan toezendt aan de ondertekenaars, de Verdragsluitende Partijen, en de Organisatie.

3.

Zodra het Verdrag en de protocollen daarbij in werking treden, zendt de Depositaris een gewaarmerkt afschrift van de desbetreffende akte toe aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter registratie en publikatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.

Artikel 1

Tenzij de overeenkomst, bedoeld in artikel 23 van het Verdrag anders bepaalt, wordt de scheidsrechterlijke procedure gevoerd overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 10 hieronder.

Artikel 2

De eisende partij stelt de Organisatie ervan in kennis dat de partijen overeengekomen zijn het geschil te onderwerpen aan arbitrage krachtens het tweede of het derde lid van artikel 23 van het Verdrag. De kennisgeving vermeldt het onderwerp van de arbitrage en omvat in het bijzonder de artikelen van het Verdrag of van het protocol waarvan de uitlegging of toepassing het geschilpunt vormt. De Organisatie zendt de aldus ontvangen informatie door aan alle Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag of bij het desbetreffende protocol.

Artikel 3

Het scheidsgerecht bestaat uit drie leden. Elk der partijen bij het geschil benoemt een scheidsman en de twee aldus benoemde scheidsmannen wijzen in gemeen overleg de derde scheidsman aan, die de voorzitter van het scheidsgerecht is. Deze laatste mag geen onderdaan zijn van een van de partijen bij het geschil, of zijn normale woonplaats in het grondgebied van een van deze partijen hebben, of in dienst staan van een van beide, of zich uit anderen hoofde reeds met de zaak hebben beziggehouden.

Artikel 4

1.

Indien binnen twee maanden na de aanwijzing van de tweede scheidsman de voorzitter van het scheidsgerecht niet is benoemd, gaat de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties op verzoek van de meest gerede partij binnen een volgende periode van twee maanden over tot de benoeming.

2.

Indien binnen twee maanden na de ontvangst van het verzoek een van de partijen bij het geschil niet overgaat tot aanwijzing van een scheidsman, kan de andere partij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties hiervan in kennis stellen. Deze wijst binnen een volgende termijn van twee maanden de voorzitter van het scheidsgerecht aan. Na te zijn aangewezen verzoekt de voorzitter van het scheidsgerecht de partij die geen scheidsman heeft benoemd dit te doen binnen een termijn van twee maanden. Na het verstrijken van deze termijn licht hij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in, die binnen een volgende termijn van twee maanden overgaat tot de benoeming.

Artikel 5

1.

Het scheidsgerecht spreekt zijn vonnis uit overeenkomstig het internationale recht en overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en van het desbetreffende protocol of de desbetreffende protocollen.

2.

Een ingevolge de bepalingen van deze Bijlage ingesteld scheidsgerecht stelt zelf zijn procedureregels vast.

Artikel 6

1.

Het scheidsgerecht beslist, zowel ten aanzien van de procedure als van de zaak zelf, met meerderheid van stemmen.

2.

Het scheidsgerecht kan alle passende maatregelen nemen om de feiten vast te stellen. Het kan, op verzoek van een van beide partijen de onmisbare conservatoire maatregelen aanbevelen.

3.

De partijen bij het geschil dienen alle faciliteiten te verlenen die nodig zijn voor de doeltreffende afhandeling van de procedure.

4.

Afwezigheid of in gebreke blijven van een partij bij het geschil belemmert de voortgang van de procedure niet.

Artikel 7

Het scheidsgerecht kan tegeneisen die rechtstreeks voortvloeien uit het onderwerp van het geschil horen en daarover beslissen.

Artikel 8

Tenzij het scheidsgerecht anders bepaalt wegens de bijzondere omstandigheden van de zaak, worden de kosten van het scheidsgerecht met inbegrip van de bezoldiging van zijn leden, gelijkelijk gedragen door de partijen bij het geschil. Het scheidsgerecht houdt een register bij van al zijn uitgaven en verstrekt de partijen een eindoverzicht daarvan.

Artikel 9

Iedere Verdragsluitende Partij die een juridisch belang heeft bij het onderwerp van het geschil, dat door de uitspraak in de zaak kan worden getroffen, kan zich met toestemming van het scheidsgerecht in de procedure voegen.

Artikel 10

1.

Het scheidsgerecht doet uitspraak binnen vijf maanden na de datum waarop het is ingesteld, tenzij dit het noodzakelijk acht, de termijn te verlengen met een tijdvak van niet langer dan vijf maanden.

2.

De uitspraak van het scheidsgerecht is met redenen omkleed. Zij is definitief en bindend voor de partijen bij het geschil.

3.

Een geschil dat zich tussen de partijen kan voordoen betreffende de uitlegging of toepassing van de uitspraak, kan door één van beide partijen worden voorgelegd aan het scheidsgerecht dat de uitspraak heeft gedaan of, indien het niet daaraan kan worden voorgelegd, aan een ander voor dit doel ingesteld scheidsgerecht dat is ingesteld op dezelfde wijze als het eerste scheidsgerecht.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized by their respective Governments, have signed this Convention.

DONE at Cartagena de Indias this twenty-fourth day of March one thousand nine hundred and eighty-three in a single copy in the English, French and Spanish languages, the three texts being equally authentic.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)