Bilaterale Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Nigeria inzake luchtdiensten

Type Verdrag
Publication 1983-08-19
State In force
Source BWB
artikelen 19
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Nigeria (hierna te noemen de „Overeenkomstsluitende Partijen”),

Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Nigeria partij zijn bij het op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening opengestelde Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, en

Geleid door de wens een aanvullende Overeenkomst bij dit Verdrag te sluiten ten einde luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden in te stellen,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Uitlegging

Voor de toepassing van deze Overeenkomst en de ter uitvoering hiervan opgestelde Bijlage, hebben de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis, tenzij uit het zinsverband anders blijkt:

Artikel 2. Rechten en voorrechten van aangewezen luchtvaartmaatschappijen

1.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten met het doel geregelde internationale luchtdiensten in te stellen op de routes omschreven in de desbetreffende afdeling van de Bijlage bij deze Overeenkomst. Zodanige diensten en routes worden hierna onderscheidenlijk „de overeengekomen diensten” en „de omschreven routes” genoemd. De door elk der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft, bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route, de volgende rechten:

2.

Geen van de bepalingen in het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen het recht te geven tot het opnemen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij van passagiers, vracht en post, vervoerd tegen vergoeding of beloning en bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 3. Aanwijzing van luchtvaartmaatschappijen

1.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht in een schriftelijke mededeling, gericht aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, één luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor het exploiteren van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.

2.

Na ontvangst van deze aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, onverminderd het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel, onverwijld de vereiste exploitatievergunning aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij.

3.

De luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij kunnen verlangen dat een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij tot hun genoegen aantoont dat zij voldoet aan de eisen, gesteld bij de wetten en voorschriften die gewoonlijk en redelijkerwijze door deze autoriteiten worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag.

4.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning niet te verlenen of de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst bedoelde rechten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij, wanneer niet ten genoegen van genoemde Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het feitelijk toezicht op deze luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, of bij haar onderdanen.

5.

Wanneer een luchtvaartmaatschappij aldus is aangewezen en aan deze maatschappij aldus een vergunning is verleend, kan zij op elk gewenst tijdstip een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits met betrekking tot deze diensten de overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst vastgestelde tarieven van kracht zijn.

6.

Ten minste dertig (30) dagen vóór de aanvang van de exploitatie van een overeengekomen dienst verstrekt de aangewezen luchtvaartmaatschappij de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij gegevens over de frequentie, de dienstregeling en het type luchtvaartuig. Dit geldt eveneens voor latere wijzigingen.

Artikel 4. Intrekking en opschorting van rechten

1.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht een exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten door de luchtvaartmaatschappij die door de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangewezen, op te schorten of aan de uitoefening van deze rechten de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden in elk van de volgende gevallen:

2.

Dit recht wordt slechts uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij onmiddellijke intrekking, opschorting of oplegging van de in het eerste lid van dit artikel genoemde voorwaarden noodzakelijk is ter voorkoming van verdere inbreuk op wetten of voorschriften.

Artikel 5. Geldigheid van bewijzen

1.

Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een van beide Overeenkomstsluitende Partijen zijn uitgereikt of geldig verklaard en die nog van kracht zijn, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de in de Bijlage omschreven routes.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en van vergunningen die aan haar eigen onderdanen zijn uitgereikt door de andere Overeenkomstsluitende Partij, te weigeren voor de exploitatie van genoemde omschreven routes boven haar eigen grondgebied.

Artikel 6. Vrijstelling van douanerechten

1.

Luchtvaartuigen die door de door een der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen worden gebruikt op internationale luchtdiensten, alsmede de zich aan boord daarvan bevindende normale uitrustingsstukken, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen en proviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen), zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke heffingen, op voorwaarde dat deze uitrustingsstukken en voorraden aan boord van de luchtvaartuigen blijven totdat zij weer worden uitgevoerd of worden gebruikt tijdens dat deel van de reis dat boven dat grondgebied wordt afgelegd.

2.

Tevens zijn vrijgesteld van dezelfde rechten, kosten en heffingen, met uitzondering van heffingen over de verrichte diensten met betrekking tot:

3.

Met betrekking tot de onder de letters a, b en c van het tweede lid van dit artikel vermelde goederen, kan worden verlangd dat deze onder toezicht of controle van de douane worden gehouden.

4.

De normale boorduitrustingsstukken, alsmede de goederen en voorraden die zich aan boord van de luchtvaartuigen van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen bevinden, kunnen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij. In een zodanig geval kan worden verlangd dat zij onder toezicht van genoemde autoriteiten worden geplaatst tot het tijdstip waarop zij overeenkomstig de douanevoorschriften weer worden uitgevoerd of een andere bestemming hebben gekregen.

Artikel 7. Wijze van exploitatie

1.

De door elk der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij wordt op billijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld de overeengekomen diensten op de omschreven routes te exploiteren.

2.

De wijze van exploitatie op de overeengekomen diensten op de omschreven routes vindt plaats zoals vermeld in de Bijlage bij deze Overeenkomst.

Artikel 8. Commerciële exploitatie

De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen mogen:

Artikel 9. Tarieven

1.

De tarieven die door de luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij worden geheven voor het vervoer naar of van het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, worden op een redelijk niveau vastgesteld, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle daarvoor in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst, en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen.

2.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde tarieven worden, te zamen met de voor agentenprovisie geldende tarieven, indien mogelijk, overeengekomen door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen in overleg met andere luchtvaartmaatschappijen die de route of een deel daarvan exploiteren. Deze overeenstemming dient, indien mogelijk, te worden bereikt met behulp van de procedures voor het vaststellen van tarieven van de Internationale Luchtvervoersvereniging.

3.

De aldus overeengekomen tarieven worden aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen ter goedkeuring voorgelegd ten minste dertig (30) dagen vóór de voorgestelde datum van invoering. In bijzondere gevallen kan dit tijdvak worden verkort, indien de genoemde autoriteiten daarin toestemmen.

4.

Indien de aangewezen luchtvaartmaatschappijen niet tot overeenstemming kunnen komen over deze tarieven, of indien door enige andere oorzaak een tarief niet kan worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid van dit artikel, of indien in de loop van de eerste vijftien (15) dagen van het tijdvak van dertig (30) dagen, bedoeld in het derde lid van dit artikel, een der Overeenkomstsluitende Partijen aan de andere Overeenkomstsluitende Partij kennis geeft van haar bezwaar tegen enig tarief, overeengekomen overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid van dit artikel, trachten de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen in onderling overleg het tarief vast te stellen.

5.

Indien de luchtvaartautoriteiten niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent de goedkeuring van een tarief dat hun is voorgelegd overeenkomstig het derde lid van dit artikel, of omtrent de vaststelling van een tarief volgens het vierde lid, wordt het geschil opgelost overeenkomstig de bepalingen van artikel 13 van deze Overeenkomst.

6.

Behoudens de bepalingen van het vijfde lid van dit artikel, wordt een tarief niet van kracht indien het niet door de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen is goedgekeurd.

7.

De overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde tarieven blijven van kracht, totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.

Artikel 10. Opstelling van statistieken

1.

De luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij verschaffen de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, op verzoek van laatstgenoemde, periodieke of andere statistische gegevens die redelijkerwijze nodig zijn om de capaciteit te beoordelen, die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij op de overeengekomen diensten wordt aangeboden.

2.

Deze gegevens dienen tevens alle inlichtingen te bevatten die nodig zijn om de omvang van het vervoer te bepalen, vervoerd door de luchtvaartmaatschappij op de overeengekomen diensten, alsmede de herkomst en de bestemming van dat vervoer.

Artikel 11. Overmaking van netto-ontvangsten

1.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen verleent aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht tot het overmaken tegen de officiële wisselkoers, van het verschil tussen ontvangsten en uitgaven, geboekt door de luchtvaartmaatschappij op haar grondgebied ter zake van het vervoer van passagiers, post en vracht, zulks krachtens de op het grondgebied van iedere Overeenkomstsluitende Partij geldende voorschriften.

2.

Wanneer ten aanzien van het tussen de Overeenkomstsluitende Partijen gehanteerde betalingsstelsel een speciale overeenkomst geldt, is deze overeenkomst van toepassing in plaats van de bepalingen van dit artikel.

Artikel 12. Overleg

1.

In een geest van nauwe samenwerking plegen de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen van tijd tot tijd met elkaar overleg ten einde de uitvoering en bevredigende naleving van de bepalingen van deze Overeenkomst en de daaraan gehechte Bijlage te verzekeren; zij plegen eveneens, indien noodzakelijk, overleg omtrent wijziging daarvan.

2.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan het verzoek doen tot het plegen van overleg; dit overleg, hetwelk mondeling dan wel schriftelijk kan geschieden, moet een aanvang nemen binnen een tijdvak van zestig (60) dagen, te rekenen van de datum van het verzoek, tenzij beide Overeenkomstsluitende Partijen instemmen met verlenging van dit tijdvak.

Artikel 13. Regeling van geschillen

1.

Indien tussen de Overeenkomstsluitende Partijen een geschil mocht ontstaan omtrent de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst, trachten de Overeenkomstsluitende Partijen in de eerste plaats dit geschil te regelen door onderhandelingen.

2.

Indien de Overeenkomstsluitende Partijen er niet in slagen door middel van onderhandelingen een regeling te treffen, kunnen zij overeenkomen het geschil ter beslissing voor te leggen aan een bepaalde persoon of instantie; indien zij dit niet overeenkomen, wordt het geschil op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen ter beslissing voorgelegd aan een scheidsgerecht van drie scheidsmannen, van wie er een door elk der Overeenkomstsluitende Partijen wordt aangewezen en de derde door de twee aldus aangewezen scheidsmannen wordt benoemd. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen wijst binnen zestig (60) dagen na het tijdstip waarop de ene Overeenkomstsluitende Partij van de andere Overeenkomstsluitende Partij langs diplomatieke weg een kennisgeving heeft ontvangen, waarin om voorlegging van het geschil aan een dergelijk scheidsgerecht wordt verzocht, een scheidsman aan en de derde scheidsman wordt binnen een daaraan aansluitend tijdvak van eveneens zestig (60) dagen benoemd. Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen nalaat binnen het aangegeven tijdvak een scheidsman aan te wijzen, of indien de derde scheidsman niet binnen het aangegeven tijdvak wordt benoemd, kan door elk der Overeenkomstsluitende Partijen een verzoek worden gericht tot de President van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie om een scheidsman of eventueel scheidsmannen te benoemen. In beide gevallen dient de derde scheidsman een onderdaan te zijn van een derde Staat en dient hij op te treden als president van het scheidsgerecht.

3.

Het scheidsgerecht tracht allereerst de beide Overeenkomstsluitende Partijen met elkaar te verzoenen; slaagt het hierin niet, dan bestudeert dit het geschil en neemt een besluit bij meerderheid van stemmen. Tenzij anders tussen de Overeenkomstsluitende Partijen is overeengekomen, stelt het scheidsgerecht zelf zijn huishoudelijk reglement op, bepaalt het zelf de plaats van bijeenkomst en neemt een beslissing binnen negentig (90) dagen na het tijdstip waarop het werd samengesteld.

4.

De Overeenkomstsluitende Partijen houden zich aan iedere ingevolge het tweede of derde lid van dit artikel genomen beslissing.

5.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij is verantwoordelijk voor de kosten van zijn aangewezen scheidsman en zijn medewerkers en beide Overeenkomstsluitende Partijen delen gelijkelijk alle verdere kosten, voortvloeiend uit de werkzaamheden van het scheidsgerecht, waaronder begrepen die van de Voorzitter.

6.

Indien en zolang een van beide Overeenkomstsluitende Partijen nalaat zich te houden aan een ingevolge dit artikel genomen beslissing, kan de andere Overeenkomstsluitende Partij alle rechten of voorrechten die zij krachtens deze Overeenkomst aan de in gebreke blijvende Overeenkomstsluitende Partij of haar aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft verleend, beperken, opschorten of intrekken.

Artikel 14. Gevolgen van multilaterale overeenkomsten

Deze Overeenkomst en de Bijlage hierbij zullen worden gewijzigd ten einde deze in overeenstemming te brengen met eventuele multilaterale verdragen die voor beide Overeenkomstsluitende Partijen bindend kunnen worden.

Artikel 15. Wijzigingen

1.

Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht enige bepaling van deze Overeenkomst te wijzigen, kan zij, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 12 van deze Overeenkomst, verzoeken om overleg.

2.

Een wijziging van deze Overeenkomst waartoe gedurende het in het eerste lid van dit artikel bedoelde overleg is besloten, wordt schriftelijk tussen de Overeenkomstsluitende Partijen overeengekomen en wordt van kracht op een door de Overeenkomstsluitende Partijen vast te stellen datum, die daartoe langs diplomatieke weg nota's zullen wisselen, waarbij wordt bevestigd dat aan de in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste formaliteiten is voldaan.

3.

Een wijziging van de Bijlage bij deze Overeenkomst, die tijdens het in het eerste lid van dit artikel bedoelde overleg door de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen is overeengekomen, wordt van kracht op een door de Overeenkomstsluitende Partijen vast te stellen datum, die daartoe langs diplomatieke weg nota's zullen wisselen.

Artikel 16. Registratie van de Overeenkomst bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie

Deze Overeenkomst, te zamen met de Bijlage en alle daarin aangebrachte wijzigingen, worden bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie geregistreerd.

Artikel 17. Inwerkingtreding

Deze Overeenkomst wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van ondertekening. Zij treedt in werking op een in een notawisseling langs diplomatieke weg tussen de Overeenkomstsluitende Partijen te bepalen datum, waarbij wordt bevestigd dat aan de in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste formaliteiten is voldaan.

Artikel 18. Toepasselijkheid

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst uitsluitend van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa.

Artikel 19. Geldigheidsduur en beëindiging

1.

Deze Overeenkomst is van kracht voor onbepaalde tijd, behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel.

2.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde de andere Overeenkomstsluitende Partij mededelen dat zij het voornemen heeft deze Overeenkomst te beëindigen; een zodanige mededeling wordt tegelijkertijd gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. In een zodanig geval eindigt deze Overeenkomst twaalf (12) maanden na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de mededeling van opzegging in onderling overleg wordt ingetrokken vóór het einde van dit tijdvak. Indien van de andere Overeenkomstsluitende Partij geen bevestiging van ontvangst wordt ontvangen, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na ontvangst van de mededeling door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

1. Exploitatie van de overeengekomen diensten

a. Tenzij anders wordt overeengekomen tussen de beide aangewezen luchtvaartmaatschappijen en behoudens de bepalingen van letter c van dit artikel, wordt de capaciteit bij de exploitatie van de overeengekomen diensten gelijkelijk verdeeld tussen de genoemde luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen.

b. De totale capaciteit die op elk van de omschreven routes wordt geboden, dient in overeenstemming te zijn met een redelijkerwijze te verwachten vraag naar vervoer.

c. Ten einde te kunnen voldoen aan de eisen van een door het seizoen bepaalde of toekomstige groei van het vervoer op de in de Bijlage omschreven routes, maken de door beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen afspraken ter zake van de voorwaarden waaronder de luchtdiensten dienen te worden geëxploiteerd. In de aldus door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen gemaakte afspraken worden de frequentie van de diensten en de dienstregelingen vastgesteld. Deze afspraken, alsmede eventuele wijzigingen hiervan, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen.

d. Indien en zolang de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een van de Overeenkomstsluitende Partijen haar eigen aandeel van de capaciteit op een of meer routes geheel of gedeeltelijk niet wenst te benutten, kan deze de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij toestaan genoemd deel van de haar toekomende capaciteit gedurende een omschreven tijdvak te gebruiken.

2. Routetabellen

a. Door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de Bondsrepubliek Nigeria te exploiteren routes

Vertrekpunten Tussenliggende punten Punt in het Koninkrijk der Nederlanden Verder gelegen punten
Alle punten in Nigeria .. Met vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nederland.Londen Amsterdam .. Met vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nederland.Londen
. Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nederland. Frankfurt . Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nederland.Kopenhagen
. Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nederland.Zurich . Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nederland.Oslo
. Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nederland.Parijs . Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nederland.Stockholm
. Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nederland.Brussel
. Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nederland.Rome

b. Door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van het Koninkrijk derNederlanden te exploiteren routes

Vertrekpunten Tussenliggend punt Punt in de Bondsrepubliek Nigeria Verder gelegen punten
Ieder punt in het Koninkrijk der Nederlanden . Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nigeria. Tunis Lagos . Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nigeria.Accra
. Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nigeria. Lomé
. Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nigeria.Douala
. Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nigeria.Brazzaville
• Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nederland.Lusaka
. Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nigeria. Blantyre
. Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nigeria.Maputo
. Zonder vijfde-vrijheidsrechten naar en vanuit Nigeria. Salisbury

3. Opmerkingen bij hierboven vermelde tabellen 2(a) en 2(b)

a. Soort luchtvaartuig: De aangewezen luchtvaartmaatschappij van elk van beide Overeenkomstsluitende Partijen kan een DC 10 of een gelijkwaardig luchtvaartuig exploiteren.

b. Frequentie: De aangewezen luchtvaartmaatschappij van elk van beide Overeenkomstsluitende Partijen mag slechts vier (4) maal per week op de omschreven routes vliegen.

c. De punten kunnen in elke willekeurige volgorde worden aangedaan en kunnen op elke vlucht of op alle vluchten worden overgeslagen, zulks naar keuze van de aangewezen luchtvaartmaatschappij.

d. De aangewezen luchtvaartmaatschappij kan elke vlucht of alle vluchten beëindigen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised representatives of their respective Governments, have signed this Agreement.

DONE at The Hague this 26th day of January 1983 in two originals in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

(sd.) H. VAN DEN BROEK

For the Government of the Federal Republic of Nigeria,

( sd.) J. D. CHINADE

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)