Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek der Filippijnen tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen

Type Verdrag
Publication 1991-09-20
State In force
Source BWB
artikelen 29
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek der Filippijnen,

de wens koesterende een overeenkomst te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is

1.

Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten.

2.

Deze Overeenkomst mag niet zo worden uitgelegd dat de Filippijnen het recht wordt ontnomen zijn eigen staatsburgers, die inwoner zijn van Nederland, ter zake van inkomen dat is verkregen uit zelfstandige of niet-zelfstandige arbeid, verricht buiten de Filippijnen, overeenkomstig de Filippijnse wetgeving te belasten; Nederland zal hierdoor echter niet zijn gehouden voor zulk een belasting enige vrijstelling of verrekening te geven.

Artikel 2. Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is

1.

Deze Overeenkomst is van toepassing op belastingen naar het inkomen die, ongeacht de wijze van heffing, worden geheven ten behoeve van een van de Staten.

2.

Als belastingen naar het inkomen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen of naar bestanddelen van het inkomen, waaronder begrepen belastingen naar voordelen, verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende zaken, en belastingen naar het totale bedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen.

3.

De bestaande belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is, zijn met name:

4.

De Overeenkomst is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen naar het inkomen die na de datum van ondertekening van deze Overeenkomst naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de Staten doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die in hun onderscheiden belastingwetgevingen zijn aangebracht.

Artikel 3. Algemene begripsbepalingen

1.

In deze Overeenkomst, tenzij de context anders vereist:

2.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst door elk van de Staten heeft, tenzij de context anders vereist, elke niet anders omschreven uitdrukking de betekenis die deze uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen die het onderwerp van deze Overeenkomst uitmaken.

Artikel 4. Fiscale woonplaats

1.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking „inwoner van een van de Staten iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die Staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid.

2.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een van de Staten in de andere Staat of in een derde Staat en die onderdaan is van de zendstaat, geacht inwoner van de zendstaat te zijn.

3.

Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten is, gelden voor een zodanig geval de volgende regels:

3.

Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten is, stellen de bevoegde autoriteiten in onderling overleg vast van welke Staat die persoon geacht wordt inwoner te zijn.

Artikel 5. Vaste inrichting

1.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking „vaste inrichting” een vaste bedrijfsinrichting waarin de werkzaamheden van de onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend.

2.

De uitdrukking „vaste inrichting” omvat in het bijzonder:

3.

De uitdrukking „vaste inrichting” wordt geacht niet te omvatten:

4.

Een persoon die in een van de Staten namens een onderneming van de andere Staat werkzaam is - niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zesde lid van toepassing is - wordt als een in de eerstbedoelde Staat aanwezige vaste inrichting beschouwd, indien:

5.

Een verzekeringsonderneming van een van de Staten wordt, behoudens voor zover het herverzekering betreft, geacht een vaste inrichting in de andere Staat te bezitten, indien zij op het grondgebied van die Staat premies int of aldaar aanwezige risico's verzekert door middel van een werknemer of een vertegenwoordiger die geen onafhankelijke vertegenwoordiger in de zin van het zesde lid is.

6.

Een onderneming van een van de Staten wordt niet geacht een vaste inrichting in de andere Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die andere Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar, commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger, wanneer deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen.

7.

De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een van de Staten, een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Staat of dat in die andere Staat zaken doet (hetzij door middel van een vaste inrichting, hetzij op andere wijze), stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere.

Artikel 6. Inkomsten uit onroerende goederen

1.

Inkomsten uit onroerende goederen, waaronder begrepen voordelen uit landbouw- of bosbedrijven, mogen worden belast in de Staat waarin deze goederen zijn gelegen.

2.

De uitdrukking „onroerende goederen wordt gedefinieerd in overeenstemming met de wetgeving van de Staat waarin de desbetreffende goederen zijn gelegen. De uitdrukking omvat in ieder geval de goederen die bij de onroerende goederen behoren, levende en dode have van landbouw- en bosbedrijven, rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn, vruchtgebruik van onroerende goederen en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie, of het recht tot exploitatie, van minerale aardlagen, bronnen en andere natuurlijke rijkdommen; schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende goederen beschouwd.

3.

De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten, verkregen uit de rechtstreekse exploitatie, uit het verhuren of verpachten, of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende goederen.

4.

De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende goederen van een onderneming en op inkomsten uit onroerende goederen die worden gebruikt voor de uitoefening van een vrij beroep.

Artikel 7. Winst uit onderneming

1.

De voordelen van een onderneming van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar, tenzij de onderneming in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting. Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent, mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast, maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend.

2.

Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden, indien een onderneming van een van de Staten in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, in elk van de Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen, indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is.

3.

Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten - waaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten - die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt, hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd, hetzij elders.

4.

Bij de toepassing van het derde lid wordt, met uitzondering van bedragen wegens werkelijk gemaakte kosten, geen aftrek toegestaan ter zake van bedragen die door het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren aan de vaste inrichting in rekening worden gebracht als royalty's, vergoedingen of andere soortgelijke betalingen voor het gebruik van octrooien of andere rechten, of als commissieloon voor bepaalde diensten of voor het geven van leiding, dan wel, behalve in het geval van een onderneming die het bankbedrijf uitoefent, als interest op gelden die aan de vaste inrichting ter beschikking zijn gesteld. Evenmin zal bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting rekening worden gehouden met zodanige bedragen - met uitzondering van die wegens werkelijk gemaakte kosten - die door de vaste inrichting aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren in rekening worden gebracht.

5.

Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming.

6.

In het geval van voordelen uit toezicht, levering, installatie-, of constructiewerkzaamheden wordt alleen dat deel daarvan aan een vaste inrichting toegerekend, dat voortvloeit uit het werkelijk verrichten van deze werkzaamheden door middel van die vaste inrichting.

7.

Vergoedingen ontvangen door een onderneming van een van de Staten voor het in de andere Staat verrichten van technische diensten, waaronder begrepen studies of toezichthoudende werkzaamheden van wetenschappelijke, geologische of technische aard, of voor contracten inzake bouw- of constructiewerkzaamheden en de daarop betrekking hebbende blauwdrukken, of voor diensten van raadgevende of toezichthoudende aard, worden beschouwd als voordelen van een onderneming waarop de bepalingen van dit artikel van toepassing zijn.

8.

Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald, tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken.

9.

Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van deze Overeenkomst worden behandeld, worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel.

Artikel 8. Zeevaart en luchtvaart

1.

Voordelen verkregen door een onderneming van een van de Staten uit de exploitatie van schepen en luchtvaartuigen in internationaal verkeer, mogen in die Staat worden belast.

2.

Deze voordelen mogen echter ook in de andere Staat worden belast, maar slechts voorzover deze voordelen uit die andere Staat worden verkregen. De aldus geheven belasting mag het laagste van de volgende tarieven niet overschrijden:

3.

Voor de toepassing van dit artikel worden onder voordelen, verkregen uit de andere Staat, verstaan voordelen zoals die ingevolge de nationale wetgeving van die andere Staat worden vastgesteld en die worden behaald met het vervoer van passagiers, overbagage, post, levende have of goederen die in die andere Staat aan boord worden gebracht of geladen door een scheepvaartonderneming die in die andere Staat zaken doet, indien de vervoersdocumenten aldaar zijn verkocht, dan wel worden behaald met het aan boord brengen of laden, ongeacht waar ter wereld dit plaatsvindt, door een internationale luchtvaartonderneming die in die andere Staat zaken doet, indien de vervoersdocumenten aldaar zijn verkocht, mits in deze gevallen de post, levende have of goederen afkomstig zijn uit die andere Staat. Voordelen behaald met het vervoer van personen, overbagage, post, levende have of goederen die naar die andere Staat worden gebracht uitsluitend voor overscheping of voor overlading van het ene in het andere vliegtuig of van een vliegtuig in een schip of van een schip in een vliegtuig, worden daaronder niet begrepen. Voordelen uit gecharterde vluchten die afkomstig zijn uit die andere Staat worden geacht uit die Staat te zijn verkregen, ongeacht de plaats van verkoop van de vervoersdocumenten. Bij de vaststelling van de belastbaarheid van voordelen uit gecharterde vluchten worden onder de uitdrukking „die afkomstig zijn uit die andere Staat mede begrepen vluchten van passagiers die voorafgaand aan het aan boord gaan langer dan 48 uur in die andere Staat verblijven.

4.

De bepalingen van het eerste, het tweede en het derde lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een „pool, een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap.

Artikel 9. Gelieerde ondernemingen

Indien

en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald, maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast.

Artikel 10. Dividenden

1.

Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een van de Staten aan een inwoner van de andere Staat, mogen in die andere Staat worden belast.

2.

Deze dividenden mogen echter ook in de Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt, inwoner is, overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast, maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden is, mag de aldus geheven belasting niet overschrijden:

3.

De bevoegde autoriteiten van de Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid.

4.

De bepalingen van het tweede lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald.

5.

De uitdrukking „dividenden, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit aandelen, winstaandelen of winstbewijzen, mijnaandelen, oprichtersaandelen of andere rechten die aanspraak geven op een aandeel in de winst, alsmede inkomsten uit schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst en inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de belastingwetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet, inwoner is, op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen.

6.

De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de dividenden, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, of in die andere Staat een vrij beroep uitoefent vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naar gelang van het geval, de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing.

7.

Indien een inwoner van een van de Staten in de andere Staat een vaste inrichting heeft, mag deze vaste inrichting in overeenstemming met de wetgeving van de laatstbedoelde Staat worden onderworpen aan een additionele belasting over de door die vaste inrichting aan haar hoofdkantoor overgemaakte voordelen, maar deze aldus geheven additionele belasting mag 10 percent van het bedrag van de overgemaakte voordelen niet overschrijden. Deze bepaling is niet van toepassing op voordelen zoals genoemd in artikel 8.

8.

Indien een lichaam dat inwoner is van een van de Staten, voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Staat, mag die andere Staat geen belasting heffen over de dividenden die door het lichaam worden betaald, behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort, noch de niet-uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet-uitgedeelde winst van het lichaam, zelfs indien de betaalde dividenden of de niet-uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn.

Artikel 11. Interest

1.

Interest afkomstig uit een van de Staten en betaald aan een inwoner van de andere Staat, mag in die andere Staat worden belast.

2.

Deze interest mag echter ook in de Staat waaruit hij afkomstig is, overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast, maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de interest is, mag de aldus geheven belasting niet overschrijden:

3.

Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid:

4.

De bevoegde autoriteiten van de Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede en derde lid.

5.

De uitdrukking „interest”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit overheidsleningen, obligaties of schuldbewijzen, al dan niet verzekerd door hypotheek, doch niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst, en schuldvorderingen van welke aard ook, alsmede alle andere inkomsten die door de belastingwetgeving van de Staat waaruit de inkomsten afkomstig zijn, met inkomsten uit geldlening worden gelijkgesteld. In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt.

6.

De bepalingen van het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de genieter van de interest, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, of in die andere Staat een vrij beroep uitoefent vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naar gelang van het geval, de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing.

7.

Interest wordt geacht uit een van de Staten afkomstig te zijn, indien deze wordt betaald door die Staat zelf, door een staatkundig onderdeel, door een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of door een inwoner van die Staat. Indien evenwel de persoon die de interest betaalt, of hij inwoner van een van de Staten is of niet, in een van de Staten een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft, waarvoor de schuld terzake waarvan de interest wordt betaald, was aangegaan, en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt, wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waarin de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd.

8.

Indien, wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de genieter of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de betaalde interest, gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de genieter zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Staten, zulks met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst.

Artikel 12. Royalty's

1.

Royalty's afkomstig uit een van de Staten en betaald aan een inwoner van de andere Staat mogen in die andere Staat worden belast.

2.

Deze royalty's mogen echter ook in de Staat waaruit zij afkomstig zijn, overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast, maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot die royalty's is, mag de aldus geheven belasting niet overschrijden:

3.

De bevoegde autoriteiten van de Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid.

4.

De uitdrukking „royalty's”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap, waaronder begrepen bioscoopfilms of banden voor radio- of televisie-uitzendingen, van een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening of model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze, of voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting, of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap.

5.

De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien de genieter van de royalty's, die inwoner is van een van de Staten, in de andere Staat waaruit de royalty's afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, of in die andere Staat een vrij beroep uitoefent vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty's worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naar gelang van het geval, de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing.

6.

Royalty's worden geacht uit een van de Staten afkomstig te zijn, indien zij worden betaald door die Staat zelf, door een staatkundig onderdeel, door een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of door een inwoner van die Staat. Indien evenwel de persoon die de royalty's betaalt, of hij inwoner van een van de Staten is of niet, in een van de Staten een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft, waarvoor de verplichting tot het betalen van de royalty's was aangegaan, en deze royalty's ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt, worden deze royalty's geacht afkomstig te zijn uit de Staat waarin de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd.

7.

Indien, wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de genieter of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de betaalde royalty's, gelet op het gebruik, het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de genieter zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Staten, zulks met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst.

Artikel 13. Voordelen uit de vervreemding van zaken

1.

Voordelen verkregen uit de vervreemding van onroerende goederen, zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid, mogen worden belast in de Staat waarin deze goederen zijn gelegen.

2.

Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende zaken die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een van de Staten in de andere Staat heeft, of van roerende zaken die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een van de Staten in de andere Staat tot zijn beschikking heeft voor de uitoefening van een vrij beroep, waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting (alleen of tezamen met de gehele onderneming) of van het vaste middelpunt, mogen in die andere Staat worden belast.

3.

Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid, zijn voordelen verkregen door een onderneming van een van de Staten uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd en roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen, slechts belastbaar in die Staat.

4.

Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere zaken dan die welke zijn bedoeld in het eerste, tweede en derde lid zijn slechts belastbaar in de Staat waarvan de vervreemder inwoner is.

5.

De bepalingen van het vierde lid tasten niet aan het recht van elk van de Staten overeenkomstig zijn nationale wetgeving belasting te heffen op voordelen uit de vervreemding van zaken verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner van de andere Staat is en in de zes jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de vervreemding van de zaken, te eniger tijd inwoner van de eerstbedoelde Staat is geweest.

Artikel 14. Zelfstandige arbeid

1.

Voordelen verkregen door een inwoner van een van de Staten in de uitoefening van een vrij beroep of terzake van andere zelfstandige werkzaamheden van soortgelijke aard, zijn slechts in die Staat belastbaar, tenzij hij in de andere Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt. Indien hij over zulk een vast middelpunt beschikt, mogen de voordelen in de andere Staat worden belast, maar slechts in zoverre als zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend.

2.

De uitdrukking „vrij beroep omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap, letterkunde, kunst, opvoeding of onderwijs, alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen, advocaten, technici, architecten, tandartsen en accountants.

Artikel 15. Niet-zelfstandige arbeid

1.

Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 16, 18, 19 en 20 zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast.

2.

Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een in de andere Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar, indien:

3.

Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een van de Staten die deel uitmaakt van de vaste of voltallige bemanning van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd, slechts in die Staat belastbaar.

Artikel 16. Directeursbeloningen

1.

Directeursbeloningen (directors' fees) en andere beloningen verkregen door een inwoner van Nederland in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer van een lichaam dat inwoner is van de Filippijnen, mogen in de Filippijnen worden belast.

2.

Directeursbeloningen (directors' fees) en andere beloningen verkregen door een inwoner van de Filippijnen in zijn hoedanigheid van bestuurder of commissaris van een lichaam dat inwoner is van Nederland, mogen in Nederland worden belast.

3.

Indien de bovenbedoelde beloningen worden verkregen door personen die in een wezenlijke en vaste functie werkzaamheden verrichten in een vaste inrichting gevestigd in de andere Staat dan die waarvan het lichaam inwoner is, en als zodanig ten laste van die vaste inrichting komen, mogen die beloningen, niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid, worden belast in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd.

Artikel 17. Artiesten en sportbeoefenaars

1.

Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 5, 7, 14 en 15 mogen inkomsten verkregen door artiesten, zoals toneelspelers, film-, radio-, of televisieartiesten en musici, alsmede door sportbeoefenaars, uit hun persoonlijke werkzaamheden als zodanig, en inkomsten verkregen uit de terbeschikkingstelling door een onderneming van de diensten van zodanige artiesten of sportbeoefenaars, worden belast in de Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht.

2.

De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten verkregen uit werkzaamheden verricht in een van de Staten door artiesten en sportbeoefenaars indien het bezoek aan die Staat in hoofdzaak wordt bekostigd uit de openbare middelen van de andere Staat, waaronder begrepen een staatkundig onderdeel, plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of staatsrechtelijk orgaan daarvan, noch op door een instelling zonder winstoogmerk ter zake van zulke werkzaamheden verkregen inkomsten, mits die inkomsten in genen dele betaalbaar zijn aan, of anderszins ten goede komen aan een eigenaar, lid, of aandeelhouder van die instelling, en door de bevoegde autoriteit van de andere Staat wordt verklaard dat de organisatie voor toepassing van deze bepaling in aanmerking komt.

Artikel 18. Pensioenen en lijfrenten

1.

Onder voorbehoud van de bepalingen van het tweede lid van dit artikel en van artikel 19, eerste lid, zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald ter zake van een vroegere dienstbetrekking aan een inwoner van een van de Staten en elke lijfrente betaald aan zulk een inwoner, slechts in die Staat belastbaar.

2.

Deze inkomsten mogen echter ook in de andere Staat worden belast voor zover zij als zodanig ten laste komen van winst die in die andere Staat is behaald door een onderneming van die andere Staat of door een onderneming die aldaar een vaste inrichting heeft.

Artikel 19. Overheidsfuncties

1.

Beloningen, waaronder begrepen pensioenen, betaald door, of uit fondsen in het leven geroepen door, een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of aan dat onderdeel of dat plaatselijke publiekrechtelijke lichaam daarvan in de uitoefening van overheidsfuncties, mogen in die Staat worden belast.

2.

De bepalingen van de artikelen 15, 16 en 18 zijn evenwel van toepassing op beloningen of pensioenen ter zake van diensten, bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing voor zover aan een Staat diensten worden bewezen in de andere Staat door een inwoner van die andere Staat die geen staatsburger of onderdaan van de eerstbedoelde Staat is.

Artikel 20. Hoogleraren en andere docenten

1.

Vergoedingen die een hoogleraar of andere docent die inwoner is van een van de Staten en die in de andere Staat verblijft met het doel gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar onderwijs te geven of zich met wetenschappelijk onderzoek bezig te houden aan een universiteit, hogeschool of andere inrichting voor onderwijs of wetenschappelijk onderzoek in die andere Staat, voor dat onderwijs of dat onderzoek ontvangt, zijn slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op inkomsten uit het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, indien dit onderzoek niet wordt verricht in het algemeen belang, maar in de eerste plaats voor het persoonlijke nut van een bepaalde persoon of bepaalde personen.

Artikel 21. Studenten

1.

Een natuurlijke persoon, die onmiddellijk voorafgaande aan zijn bezoek aan een van de Staten inwoner is van de andere Staat en die tijdelijk in de eerstbedoelde Staat verblijf houdt in de eerste plaats met de bedoeling:

De voordelen ingevolge dit lid worden slechts verleend voor een tijdsduur die redelijk wordt geacht of gewoonlijk is vereist om het doel van het bezoek te bereiken.

2.

Een natuurlijke persoon, die onmiddellijk voorafgaande aan zijn bezoek aan een van de Staten inwoner is van de andere Staat en die tijdelijk in de eerstbedoelde Staat verblijf houdt gedurende een tijdvak van niet langer dan drie jaar met de bedoeling te studeren, wetenschappelijk onderzoek te verrichten of een opleiding te volgen, zulks uitsluitend als genieter van een beurs, toelage of prijs verleend door een organisatie op het gebied van wetenschap, onderwijs, godsdienst of liefdadigheid of op grond van een programma van technische hulpverlening waaraan een van de Staten, een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan heeft deelgenomen, is vrijgesteld van belasting in de eerstbedoelde Staat voor:

Artikel 22. Vermijden van dubbele belasting

1.

Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, de bestanddelen van het inkomen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst in de Filippijnen mogen worden belast.

2.

Indien een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens artikel 6, artikel 7, artikel 10, zesde lid, artikel 11, zesde lid, artikel 12, vijfde lid, artikel 13, eerste en tweede lid, artikel 14, artikel 15, eerste lid, artikel 16, eerste en derde lid, artikel 18, tweede lid, en artikel 19 van deze Overeenkomst in de Filippijnen mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, stelt Nederland deze inkomensbestanddelen vrij door een evenredige vermindering van zijn belasting toe te staan, onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen betreffende de verliescompensatie in de eenzijdige voorschriften tot het vermijden van dubbele belasting. Deze vermindering bedraagt echter niet meer dan het vóór de toekenning van de vermindering berekende deel van de Nederlandse belasting die anders over de genoemde inkomensbestanddelen zou zijn verschuldigd.

3.

Nederland verleent voorts een aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor die bestanddelen van het inkomen die volgens artikel 8, tweede lid, artikel 10, tweede lid, artikel 11, tweede lid, artikel 12, tweede lid, en artikel 17 van deze Overeenkomst in de Filippijnen mogen worden belast, in zoverre deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen. Het bedrag van deze aftrek is gelijk aan de in de Filippijnen over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting, maar overschrijdt niet dat deel van de Nederlandse belasting, dat anders over de genoemde bestanddelen van het inkomen zou zijn verschuldigd.

4.

Indien de in feite betaalde Filippijnse belasting op uit de Filippijnen afkomstige interest en royalty's lager is dan 15 percent, wordt de in de Filippijnen over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting voor de toepassing van het derde lid geacht 15 percent te bedragen.

5.

Met inachtneming van de bestaande bepalingen van de wetgeving van de Filippijnen inzake belasting die verschuldigd is buiten de Filippijnen en met inachtneming van toekomstige wijzigingen van die bepalingen - welke bepalingen de algemene beginselen daarvan niet mogen aantasten - wordt de belasting die ingevolge de Nederlandse wetgeving is verschuldigd over uit Nederland afkomstige voordelen of inkomsten, in vermindering gebracht op de Filippijnse belasting die ter zake van die voordelen of inkomsten is verschuldigd. Deze vermindering bedraagt echter niet meer dan het vóór de toekenning van de vermindering berekende deel van de Filippijnse inkomstenbelasting die anders zou zijn verschuldigd over de inkomsten die in Nederland mogen worden belast.

6.

Indien een inwoner van een van de Staten voordelen verkrijgt die ingevolge artikel 13, vijfde lid, in de andere Staat mogen worden belast, verleent die andere Staat een vermindering op zijn belasting over deze voordelen tot een bedrag dat gelijk is aan de belasting die in de eerstbedoelde Staat over die voordelen is geheven.

Artikel 23. Non-discriminatie

1.

Onderdanen van een van de Staten worden in de andere Staat niet aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen, waaraan onderdanen van die andere Staat onder dezelfde omstandigheden zijn of kunnen worden onderworpen.

2.

De belastingheffing van een vaste inrichting die een onderneming van een van de Staten in de andere Staat heeft, is in die andere Staat niet ongunstiger dan de belastingheffing van ondernemingen van die andere Staat die dezelfde werkzaamheden uitoefenen. Deze bepaling mag niet aldus worden uitgelegd, dat zij een van de Staten verplicht aan inwoners van de andere Staat bij de belastingheffing de persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen uit hoofde van de samenstelling van het gezin of de gezinslasten te verlenen, die eerstbedoelde Staat aan zijn eigen inwoners verleent.

3.

Behalve indien de bepalingen van artikel 9, artikel 11, achtste lid, of artikel 12, zevende lid, van toepassing zijn, zijn interest, royalty's en andere uitgaven, betaald door een onderneming van een van de Staten aan een inwoner van de andere Staat, bij de vaststelling van de belastbare winst van die onderneming onder dezelfde voorwaarden aftrekbaar als wanneer zij zouden zijn betaald aan een inwoner van de eerstbedoelde Staat.

4.

Ondernemingen van een van de Staten, waarvan het kapitaal geheel of ten dele, onmiddellijk of middellijk, in het bezit is van of wordt beheerst door een of meer inwoners van de andere Staat, worden in de eerstbedoelde Staat niet aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen, waaraan andere, soortgelijke ondernemingen van de eerstbedoelde Staat zijn of kunnen worden onderworpen.

5.

In dit artikel heeft de uitdrukking „belastingheffing” betrekking op belastingen van elke soort en benaming.

6.

Met betrekking tot de belastingen, zoals bedoeld in artikel 2, belet niets in dit artikel de Filippijnen om de investeringsfaciliteiten die worden verleend ingevolge artikel 44 van het Presidentieel Besluit (Presidential Decree) Nr. 1789, zoals gewijzigd bij B.P. Nr. 391, ook wel bekend als de Wet Investeringsbeleid (Investment Policy Act), te beperken tot hun onderdanen of ondernemingen.

Artikel 24. Regeling voor onderling overleg

1.

Indien een inwoner van een van de Staten van oordeel is dat de maatregelen van een van de Staten of van beide Staten voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met deze Overeenkomst, kan hij, onverminderd de rechtsmiddelen waarin de nationale wetgeving van die Staten voorziet, zijn geval voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de Staat waarvan hij inwoner is, of, indien zijn geval valt onder artikel 23, eerste lid, aan die van de Staat waarvan hij onderdaan is. Het geval moet worden voorgelegd binnen twee jaar nadat de maatregel die aanleiding geeft tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de Overeenkomst, voor het eerst te zijner kennis is gebracht.

2.

De bevoegde autoriteit tracht, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staat is tot een passende oplossing te komen, de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van de andere Staat te regelen ten einde een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de Overeenkomst, te vermijden. Een Staat is niet verplicht de bereikte overeenstemming uit te voeren na het verstrijken van een periode van vijf jaar na het einde van het desbetreffende belastingjaar.

3.

De bevoegde autoriteiten van de Staten trachten moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst in onderlinge overeenstemming op te lossen. Zij kunnen ook met elkaar overleg plegen ten einde dubbele belasting ongedaan te maken of het ontgaan van belasting te voorkomen in gevallen waarin de Overeenkomst niet voorziet.

4.

De bevoegde autoriteiten van de Staten kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen ten einde een overeenstemming, als bedoeld in de voorgaande leden, te bereiken.

Artikel 25. Uitwisseling van inlichtingen

1.

De bevoegde autoriteiten van de Staten wisselen die inlichtingen uit (zijnde inlichtingen die deze autoriteiten geordend voorhanden hebben) die nodig zijn voor de uitvoering van deze Overeenkomst, in het bijzonder om fraude te voorkomen en om uitvoering te geven aan wettelijke voorzieningen tegen wetsontduiking betreffende belastingen waarop deze Overeenkomst van toepassing is. Alle door de bevoegde autoriteit van een van de Staten ontvangen inlichtingen worden op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die volgens de nationale wetgeving van die Staat zijn verkregen en worden slechts ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (met inbegrip van rechterlijke instanties en administratiefrechtelijke lichamen) die zich bezig houden met de vaststelling of invordering van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de belastingen waarop deze Overeenkomst van toepassing is en worden uitsluitend voor deze doeleinden gebruikt.

2.

In geen geval worden de bepalingen van het eerste lid zo uitgelegd dat zij een van de Staten de verplichting opleggen:

Artikel 26. Diplomatieke en consulaire ambtenaren

De bepalingen van deze Overeenkomst tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die diplomatieke of consulaire ambtenaren ontlenen aan de algemene regels van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.

Artikel 27. Uitbreiding tot andere gebieden

1.

Deze Overeenkomst kan, hetzij in haar geheel, hetzij met de noodzakelijke wijzigingen, worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen en/of tot Aruba.

2.

Tenzij anders is overeengekomen, brengt de beëindiging van de Overeenkomst met zich mede dat tevens de toepasselijkheid van de Overeenkomst op de Nederlandse Antillen en/of op Aruba wordt beëindigd.

Artikel 28. Inwerkingtreding

1.

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging dienen zo spoedig mogelijk te worden uitgewisseld te Manilla.

2.

De Overeenkomst treedt in werking op het tijdstip van de uitwisseling van de akten van bekrachtiging en de bepalingen ervan vinden toepassing:

Artikel 29. Beëindiging

Deze Overeenkomst blijft voor onbepaalde tijd van kracht maar elk van de Staten kan, op of voor 30 juni van enig kalenderjaar na het verstrijken van een periode van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding, aan de andere Staat langs diplomatieke weg een kennisgeving van beëindiging doen en in dat geval houdt de Overeenkomst op van toepassing te zijn:

IN WITNESS whereof the undersigned, duly authorized thereto, have signed this Convention.

DONE at Manila, this 9th day of March, 1989, in duplicate, in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) P. F. CH. KOCH

For the Government of the Republic of the Philippines:

(sd.) VICENTE R. JAYME

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)