Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds
-
- Op het gebied van internationaal zeevervoer verbinden de partijen zich ertoe het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markt en het verkeer op commerciële basis toe te passen en de internationale en Europese verplichtingen op het gebied van veiligheid, beveiliging en milieunormen na te komen. De partijen bevestigen een omgeving van vrije concurrentie na te streven als een essentieel aspect van internationaal zeevervoer.
-
- De partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 2:
- a. in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen;
- b. bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verlenen van diensten in het internationaal maritiem vervoer;
- c. aan schepen die door onderdanen en vennootschappen van de andere partij worden geëxploiteerd, onder meer geen minder gunstige behandeling te verlenen dan aan haar eigen schepen ten aanzien van de toegang tot havens die opengesteld zijn voor de internationale handel, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van deze havens, alsmede de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, de douanefaciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen.
-
- Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en geleidelijke liberalisering van het vervoer tussen de partijen, in overeenstemming met hun respectieve handelsbehoeften, worden de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het luchtvervoer geregeld in de ECAA.
-
- Alvorens de ECAA te sluiten, nemen de partijen geen maatregelen die meer beperkingen of discriminatie tot gevolg hebben dan het geval was op de dag die voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
-
- Bosnië en Herzegovina past zijn wetgeving, met inbegrip van zijn administratieve, technische en andere voorschriften, geleidelijk aan aan de communautaire wetgeving op het gebied van het vervoer door de lucht, over zee, via de binnenwateren en over land, zoals die op enig ogenblik van kracht is, voor zover dit dienstig is voor de liberalisering en wederzijdse toegang tot de markten van de partijen, en het verkeer van reizigers en goederen vergemakkelijkt.
-
- De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt, met inachtneming van de stand van zaken betreffende de gezamenlijke verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk, hoe de noodzakelijke voorwaarden voor het vergroten van de vrijheid van dienstverlening in het vervoer door de lucht en over land tot stand kunnen worden gebracht.
HOOFDSTUK IV. BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER
Artikel 60
De partijen verbinden zich ertoe, overeenkomstig artikel VIII van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, machtiging te verlenen tot alle betalingen en overboekingen in vrij convertibele valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina.
Artikel 61
Met betrekking tot verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans waarborgen de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal dat verband houdt met directe investeringen in ondernemingen die volgens het recht van het gastland zijn opgericht, en investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel V, alsmede de liquidatie en repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan.
Met betrekking tot verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans waarborgen de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot kredieten die verband houden met handelstransacties of het verlenen van diensten waarbij een ingezetene van een der partijen betrokken is, alsmede met financiële leningen en kredieten met een looptijd van meer dan een jaar.
Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst staat Bosnië en Herzegovina, door volledige en snelle gebruikmaking van zijn bestaande voorschriften en procedures, de verwerving van onroerend goed in Bosnië en Herzegovina door onderdanen van de lidstaten toe.
Binnen zes jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst past Bosnië en Herzegovina zijn wetgeving inzake de verwerving van onroerend goed in Bosnië en Herzegovina door onderdanen van de lidstaten geleidelijk aan, zodat deze onderdanen dezelfde behandeling genieten als onderdanen van Bosnië en Herzegovina.
De partijen waarborgen voorts vanaf het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal in verband met beleggingen en financiële leningen en kredieten met een looptijd van minder dan een jaar.
Onverminderd het bepaalde in lid 1 stellen de partijen geen nieuwe beperkingen in op het kapitaalverkeer en de lopende betalingen tussen ingezetenen van de Gemeenschap en van Bosnië en Herzegovina en brengen zij in de bestaande regelingen geen verdere restricties aan.
Onverminderd het bepaalde in artikel 60 en in dit artikel mogen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina in uitzonderlijke gevallen, wanneer het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor de werking van het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid in de Gemeenschap of Bosnië en Herzegovina, vrijwaringsmaatregelen nemen ten aanzien van het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina voor een periode van ten hoogste zes maanden, indien dergelijke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn.
Geen van bovenstaande bepalingen mag worden uitgelegd als een beperking van het recht van de economische subjecten van de partijen op een gunstiger behandeling, waarin kan zijn voorzien in bestaande bilaterale of multilaterale overeenkomsten waarbij de partijen bij deze overeenkomst betrokken zijn.
De partijen plegen overleg teneinde het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.
Artikel 62
Gedurende de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst nemen de partijen maatregelen om de voorwaarden tot stand te brengen voor verdere geleidelijke toepassing van de communautaire regelgeving betreffende het vrije verkeer van kapitaal.
Aan het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de Stabilisatie- en associatieraad de uitvoeringsvoorschriften voor de volledige toepassing van de communautaire regelgeving betreffende het kapitaalverkeer vast.
HOOFDSTUK V. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 63
De bepalingen van deze titel zijn van toepassing onder voorbehoud van beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid.
Zij zijn niet van toepassing op werkzaamheden die, al dan niet incidenteel, verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag op het grondgebied van de partijen.
Artikel 64
Voor de toepassing van deze titel belet geen van de bepalingen van deze overeenkomst de partijen hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden, vestiging van natuurlijke personen en het verlenen van diensten toe te passen, met name wat betreft het toekennen, verlengen of weigeren van verblijfsvergunningen, mits zij ze niet toepassen op een manier die de voor een partij uit een specifieke bepaling van deze overeenkomst voortvloeiende voordelen tenietdoet of beperkt. Deze bepaling laat de toepassing van artikel 63 onverlet.
Artikel 65
Deze titel is eveneens van toepassing op vennootschappen die gezamenlijk door vennootschappen of onderdanen van Bosnië en Herzegovina en van de Gemeenschap worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn.
Artikel 66
De overeenkomstig deze titel toegekende meestbegunstigingsbehandeling is niet van toepassing op belastingvoordelen die de partijen verlenen of in de toekomst zullen verlenen uit hoofde van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing of andere fiscale regelingen.
Niets in deze titel mag worden uitgelegd als een beletsel voor de vaststelling of tenuitvoerlegging door de partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvlucht of belastingontduiking overeenkomstig de belastingvoorschriften van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing en andere fiscale regelingen of de nationale fiscale wetgeving.
Niets in deze titel mag worden uitgelegd als een beletsel voor de lidstaten of voor Bosnië en Herzegovina om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, in het bijzonder met betrekking tot hun woonplaats.
Artikel 67
De partijen spannen zich waar mogelijk in om het opleggen van beperkende maatregelen te vermijden, waaronder maatregelen met betrekking tot de invoer, om met de betalingsbalans verband houdende redenen. Als een partij dergelijke maatregelen neemt, verstrekt zij de andere partij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing ervan.
Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van een of meer lidstaten of van Bosnië en Herzegovina ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor onmiddellijk gevaar bestaat, kan de Gemeenschap respectievelijk Bosnië en Herzegovina in overeenstemming met de in de WTO Overeenkomst bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot de invoer, die van beperkte duur moeten zijn en niet verder mogen reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans recht te trekken. De Gemeenschap respectievelijk Bosnië en Herzegovina stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis.
De beperkende maatregelen mogen geen betrekking hebben op overmakingen in verband met investeringen, met name de repatriëring van geïnvesteerde of geherinvesteerde bedragen en van daaruit voortvloeiende inkomsten van ongeacht welke aard.
Artikel 68
De bepalingen van deze titel worden geleidelijk aangepast, met name in het licht van de eisen die voortvloeien uit artikel V van de GATS.
Artikel 69
De bepalingen van deze overeenkomst doen geen afbreuk aan de toepassing door een partij van alle maatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat de door haar getroffen maatregelen ten aanzien van toegang van derde landen tot haar markt worden ontdoken via de bepalingen van deze overeenkomst.
TITEL VI. AANPASSING VAN WETGEVING, RECHTSHANDHAVING EN MEDEDINGINGSREGELS
Artikel 70
De partijen erkennen het belang van de aanpassing van de bestaande wetgeving van Bosnië en Herzegovina aan die van de Gemeenschap en van de doeltreffende toepassing daarvan. Bosnië en Herzegovina streeft ernaar zijn huidige en toekomstige wetgeving geleidelijk in overeenstemming te brengen met het acquis van de Gemeenschap. Bosnië en Herzegovina ziet erop toe dat de bestaande en toekomstige wetgeving naar behoren ten uitvoer wordt gelegd en gehandhaafd.
Deze aanpassing begint bij de ondertekening van deze overeenkomst en wordt in de loop van de overgangsperiode die is vastgesteld in artikel 8 van deze overeenkomst geleidelijk uitgebreid tot alle in deze overeenkomst genoemde onderdelen van het acquis van de Gemeenschap.
In eerste instantie richt deze aanpassing zich op fundamentele elementen van het acquis betreffende de interne markt en andere handelsgerelateerde vraagstukken. In een later stadium richt Bosnië en Herzegovina zich op de resterende delen van het acquis.
De aanpassing vindt plaats op basis van een programma waarover de Europese Commissie en Bosnië en Herzegovina overeenstemming moeten bereiken.
Bosnië en Herzegovina stelt tevens, in overeenstemming met de Europese Commissie, de uitvoeringsvoorschriften vast voor het toezicht op de tenuitvoerlegging van de aanpassing van de wetgeving en de te treffen rechtshandhavingsmaatregelen.
Artikel 71
Bepalingen betreffende de concurrentie en andere economische aspecten
-
- Onverenigbaar met de goede werking van deze overeenkomst zijn, voor zover de handel tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina daardoor ongunstig kan worden beïnvloed:
- a. alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
- b. misbruik door een of meer ondernemingen van een machtspositie op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Bosnië en Herzegovina of op een wezenlijk deel daarvan;
- c. alle steunmaatregelen van de staten die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde goederen vervalsen of dreigen te vervalsen.
-
- Alle handelwijzen die met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld aan de hand van de criteria die voortvloeien uit de toepassing van de mededingingsregels die van toepassing zijn in de Gemeenschap, met name de artikelen 81, 82, 86 en 87 van het EG-Verdrag en de besluiten die ter interpretatie hiervan door de instellingen van de Gemeenschap zijn vastgesteld.
-
- De partijen zien erop toe dat een overheidsinstantie die onafhankelijk kan optreden, de nodige bevoegdheden krijgt voor de volledige toepassing van lid 1, onder a) en b), ten aanzien van particuliere en overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere rechten zijn verleend.
-
- Binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt Bosnië en Herzegovina een overheidsinstantie in die onafhankelijk kan optreden en die de bevoegdheden krijgt die noodzakelijk zijn voor de volledige toepassing van lid 1, onder c). Deze instantie krijgt onder meer de bevoegdheid toestemming te verlenen voor steunregelingen van de overheid en individuele steunmaatregelen, overeenkomstig lid 2, alsmede de bevoegdheid terugbetaling van onwettig verleende overheidssteun te vorderen.
-
- Elke partij draagt zorg voor transparantie ten aanzien van de overheidssteun, onder andere door de andere partij een jaarverslag of een gelijkwaardig rapport te doen toekomen, waarbij de methodologie en de presentatie worden gevolgd van het overzicht van de overheidssteun dat door de Gemeenschap wordt opgesteld. Op verzoek van een van de partijen verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.
-
- Bosnië en Herzegovina stelt een volledig overzicht op van de steunregelingen die voor de oprichting van de instantie bedoeld in lid 4 zijn ingesteld, en past deze steunregelingen binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan volgens de criteria bedoeld in lid 2.
- 7.
- a. Voor de toepassing van lid 1, onder c), komen de partijen overeen dat gedurende de eerste zes jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle door Bosnië en Herzegovina toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Bosnië en Herzegovina wordt beschouwd als een regio zoals bedoeld in artikel 87, lid 3, onder a), van het EG-Verdrag.
- b. Uiterlijk aan het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst verstrekt Bosnië en Herzegovina de Europese Commissie de BBP-cijfers per hoofd van de bevolking, geharmoniseerd op NUTS II-niveau. De in lid 4 bedoelde instantie en de Europese Commissie zullen dan gezamenlijk evalueren welke regio’s van Bosnië en Herzegovina voor overheidssteun in aanmerking komen, alsmede hoeveel de maximale steunintensiteit voor die regio’s mag bedragen, teneinde op basis van de desbetreffende communautaire richtsnoeren de regionalesteunkaart op te stellen.
-
- In protocol 4 worden bijzondere regels voor staatssteun vastgesteld die van toepassing zijn op de herstructurering van de staalindustrie.
-
- Met betrekking tot de producten vermeld in hoofdstuk II van titel IV:
- a. is het bepaalde in lid 1, onder c), niet van toepassing;
- b. dienen alle praktijken die in strijd zijn met het bepaalde in lid 1, onder a), te worden beoordeeld aan de hand van de criteria die door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 36 en 37 van het EG-Verdrag en specifieke communautaire instrumenten die op deze basis zijn vastgesteld.
-
- Als een van de partijen van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1, kan zij, na overleg in de Stabilisatie- en associatieraad, of 30 werkdagen na het verzoek om dergelijk overleg, passende maatregelen nemen.
Niets in dit artikel vormt een beletsel of een hindernis voor het nemen van antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen door de partijen overeenkomstig de desbetreffende artikelen van de GATT 1994 en de WTO-Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen en hun interne wetgeving op dit gebied.
Artikel 72. Overheidsondernemingen
Uiterlijk aan het einde van het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst past Bosnië en Herzegovina op overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend, de beginselen van het EG-Verdrag toe, en met name artikel 86.
De bijzondere rechten van overheidsondernemingen tijdens de overgangsperiode omvatten niet de mogelijkheid tot instelling van kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking op de invoer in Bosnië en Herzegovina van goederen van oorsprong uit de Gemeenschap.
Artikel 73. Intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten
Overeenkomstig dit artikel en bijlage VII bevestigen de partijen het belang dat zij hechten aan een adequate en efficiënte bescherming van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten.
Ten aanzien van de erkenning en bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom kennen de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan elkaars ondernemingen en onderdanen een behandeling toe die niet minder gunstig is dan de behandeling die zij op grond van bilaterale overeenkomsten aan derde landen verlenen.
Bosnië en Herzegovina treft alle nodige maatregelen om te garanderen dat uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de bescherming van de intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten op een niveau is dat overeenkomt met het niveau in de Gemeenschap, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten af te dwingen.
Bosnië en Herzegovina verbindt zich ertoe binnen bovengenoemde periode toe te treden tot de in bijlage VII bedoelde multilaterale overeenkomsten inzake intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten. De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de beginselen van de TRIPs-overeenkomst. De Stabilisatie- en associatieraad kan besluiten Bosnië en Herzegovina te verplichten toe te treden tot specifieke multilaterale overeenkomsten op dit terrein.
Indien zich op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendom problemen voordoen die de handelsvoorwaarden ongunstig beïnvloeden, dan worden zij, op verzoek van een der partijen, onverwijld aan de Stabilisatie- en associatieraad voorgelegd om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.
Artikel 74. Overheidsopdrachten
De Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina beschouwen het openstellen van de aanbesteding van overheidsopdrachten op basis van non-discriminatie en wederkerigheid, vooral in het kader van de WTO, als een na te streven doel.
Vennootschappen uit Bosnië en Herzegovina krijgen, ongeacht of zij in de Gemeenschap zijn gevestigd, vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures in de Gemeenschap overeenkomstig de daarvoor in de Gemeenschap geldende regelingen en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die aan vennootschappen uit de Gemeenschap wordt verleend.
Zodra de regering van Bosnië en Herzegovina de wetgeving heeft goedgekeurd waarbij de communautaire regels op dit terrein worden ingevoerd, zijn bovenstaande bepalingen ook van toepassing op contracten in de nutssector. De Gemeenschap onderzoekt op gezette tijden of Bosnië en Herzegovina deze wetgeving daadwerkelijk heeft ingevoerd.
Vennootschappen uit de Gemeenschap die overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van titel V in Bosnië en Herzegovina zijn gevestigd, krijgen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures in Bosnië en Herzegovina en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die aan vennootschappen uit Bosnië en Herzegovina wordt verleend.
Vennootschappen uit de Gemeenschap die niet in Bosnië en Herzegovina zijn gevestigd, krijgen uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures in Bosnië en Herzegovina en krijgen daarbij dan een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die aan vennootschappen uit Bosnië en Herzegovina wordt verleend. Gedurende deze overgangsperiode van vijf jaar ziet Bosnië en Herzegovina toe op stapsgewijze verlaging van de bestaande preferenties, en wel zodanig dat het preferentiële tarief gedurende het eerste en het tweede jaar vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten hoogste 15% bedraagt, gedurende het derde en het vierde jaar ten hoogste 10% en gedurende het vijfde jaar ten hoogste 5%.
De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt op gezette tijden de mogelijkheid voor Bosnië en Herzegovina om alle vennootschappen van de Gemeenschap toegang te verlenen tot aanbestedingsprocedures in Bosnië en Herzegovina. Bosnië en Herzegovina brengt jaarlijks verslag uit aan de Stabilisatie- en associatieraad over de maatregelen die zijn genomen om de transparantie te vergroten en ervoor te zorgen dat besluiten met betrekking tot overheidsopdrachten effectief juridisch worden getoetst.
Op de vestiging, de activiteiten en de verlening van diensten tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina, alsmede de werkgelegenheid en het verkeer van werknemers in verband met de uitvoering van overheidsopdrachten zijn de artikelen 47 tot en met 69 van toepassing.
Artikel 75. Normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling
Bosnië en Herzegovina neemt de nodige maatregelen om de wetgeving geleidelijk in overeenstemming te brengen met de technische regelgeving van de Gemeenschap en de Europese procedures voor normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling.
In dit verband streven de partijen naar:
- a. het bevorderen van het gebruik van communautaire technische regelgeving en Europese normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
- b. het verlenen van bijstand bij het bevorderen van de ontwikkeling van een kwaliteitsinfrastructuur: normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling;
- c. het stimuleren van de betrokkenheid van Bosnië en Herzegovina bij de activiteiten van gespecialiseerde organisaties op het gebied van normen, conformiteitsbeoordeling, metrologie en dergelijke gebieden (bijvoorbeeld CEN, CENELEC, ETSI, EA, WELMEC, EUROMET6)Europese Commissie voor Normalisatie, Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie, Europees Instituut voor telecommunicatienormen, Europese Samenwerking voor Accreditatie, Europees Samenwerkingsverband voor wettelijke metrologie, Europese Organisatie voor metrologie. ;
- d. indien mogelijk, het sluiten van een overeenkomst inzake conformiteitsbeoordeling en aanvaarding van industrieproducten zodra Bosnië en Herzegovina zijn wetgeving en procedures voldoende heeft aangepast aan die van de Gemeenschap en voldoende deskundigheid beschikbaar is.
Artikel 76. Consumentenbescherming
De partijen werken samen om de normen voor de bescherming van de consument in Bosnië en Herzegovina aan te passen aan die in de Gemeenschap. Een effectieve consumentenbescherming is noodzakelijk voor een goed functionerende markteconomie, en deze bescherming is afhankelijk van de ontwikkeling van administratieve infrastructuren voor markttoezicht en rechtshandhaving. Daartoe en ter behartiging van hun gemeenschappelijke belangen stimuleren de partijen:
- a. een beleid gericht op actieve bescherming van de consument overeenkomstig de wetgeving van de Gemeenschap, waaronder betere voorlichting en het opzetten van onafhankelijke organisaties;
- b. harmonisatie van de wetgeving inzake de bescherming van de consument in Bosnië en Herzegovina met die in de Gemeenschap;
- c. efficiënte wettelijke bescherming van de consument teneinde de kwaliteit van verbruiksgoederen te verbeteren en passende veiligheidsnormen in stand te houden;
- d. toezicht door bevoegde autoriteiten op de naleving van de regels en toegang tot juridische procedures in geval van geschillen.
Artikel 77. Arbeidsomstandigheden en gelijke kansen
Bosnië en Herzegovina moet zijn wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden geleidelijk aanpassen aan die van de Gemeenschap, met name op de gebieden gezondheid en veiligheid op het werk en gelijke kansen.
TITEL VII. JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID
Artikel 78. Institutionele versterking en de rechtsstaat
Bij de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken schenken de partijen bijzondere aandacht aan de consolidering van de rechtsstaat en institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij politie en justitie in het bijzonder. De samenwerking is met name gericht op versterking van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en verbetering van de doeltreffendheid en de institutionele capaciteit daarvan, verbetering van de toegankelijkheid van justitie, ontwikkeling van passende structuren voor de politie, de douane en andere rechtshandhavingsinstanties, verstrekking van adequate opleiding en bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad.
Artikel 79. Bescherming van persoonsgegevens
Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst past Bosnië en Herzegovina zijn wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens aan de wetgeving van de Gemeenschap en andere Europese en internationale wetgeving op het gebied van privacy aan. Bosnië en Herzegovina richt onafhankelijke toezichthoudende organen op die over voldoende financiële en personele middelen beschikken om efficiënt te kunnen toezien op de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens. De partijen werken samen om dit doel te bereiken.
Artikel 80. Visa, grensbeheer, asiel en migratie
De partijen werken samen op het gebied van visa, grensbewaking, asiel en migratie en zetten een kader op voor deze samenwerking, ook op regionaal niveau, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met en optimaal geprofiteerd wordt van bestaande initiatieven op dit vlak.
De samenwerking op deze gebieden is gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe coördinatie van de activiteiten van de partijen en omvat tevens technische en administratieve bijstand bij:
- a. de uitwisseling van informatie over wetgeving en praktijken;
- b. het opstellen van wetgeving;
- c. de verbetering van de efficiëntie van de instellingen;
- d. de opleiding van personeel;
- e. de beveiliging van reisdocumenten en de herkenning van valse documenten;
- f. grensbeheer.
De samenwerking is vooral gericht op:
- a. wat asiel betreft: de tenuitvoerlegging van nationale wetgeving die voldoet aan de normen van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Geneve op 28 juli 1951, en het Protocol betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te New York op 31 januari 1967, bij dat verdrag, teneinde te waarborgen dat het beginsel van non-refoulement en andere rechten van asielzoekers en vluchtelingen gerespecteerd worden;
- b. wat legale migratie betreft: toelatingsregels en de rechten en de status van de toegelaten personen. Ten aanzien van migratie komen de partijen overeen onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven een billijke behandeling te geven, en een integratiebeleid te bevorderen dat deze onderdanen rechten en plichten geeft die vergelijkbaar zijn met die van hun staatsburgers.
Artikel 81. Preventie en controle van illegale immigratie; overname
De partijen werken samen met oog op de preventie en controle van illegale immigratie. Daartoe verbinden Bosnië en Herzegovina en de lidstaten zich ertoe hun onderdanen die illegaal op het grondgebied van de andere partij verblijven over te nemen en een overnameovereenkomst te sluiten en volledig ten uitvoer te leggen, met inbegrip van een verplichting tot overname van onderdanen van andere landen en stateloze personen.
De lidstaten en Bosnië en Herzegovina verstrekken hun onderdanen passende identiteitsdocumenten en verlenen hun toegang tot de administratieve faciliteiten die daartoe vereist zijn.
Specifieke procedures in verband met de overname van de eigen onderdanen, onderdanen van derde landen en stateloze personen worden vastgesteld in het kader van de overeenkomst inzake overname.
Bosnië en Herzegovina zegt toe overnameovereenkomsten te sluiten met de andere landen die bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken zijn en alle noodzakelijke maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat alle in dit artikel genoemde overnameovereenkomsten flexibel en snel worden uitgevoerd.
De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen kunnen worden geleverd met het oog op de preventie en controle van illegale immigratie, met inbegrip van mensenhandel en illegale migratienetwerken.
Artikel 82. Witwassen van geld en financiering van terrorisme
De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder, of voor de financiering van terrorisme.
De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de tenuitvoerlegging van voorschriften en het efficiënt functioneren van passende normen en mechanismen ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn aangenomen door de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied, in het bijzonder de Financial Action Task Force (FATF).
Artikel 83. Samenwerking op het gebied van drugs
Binnen hun respectieve bevoegdheden werken de partijen samen met het oog op een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van drugsvraagstukken. Het beleid en de maatregelen met betrekking tot drugs zijn gericht op het versterken van de structuren om illegale drugs te bestrijden, waaronder het beperken van het aanbod van, de handel in en de vraag naar illegale drugs, waarbij de gevolgen voor de gezondheid en de maatschappelijke consequenties van drugsgebruik worden aangepakt en precursoren beter gecontroleerd worden.
De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. De activiteiten worden gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen principes in overeenstemming met het drugsbeheersingsbeleid van de EU.
Artikel 84. Voorkoming en bestrijding van georganiseerde misdaad en andere illegale activiteiten
De partijen werken samen aan de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, zoals:
- a. mensensmokkel en mensenhandel;
- b. illegale economische activiteiten, met name valsemunterij, illegale transacties met producten als industrieel afval en radioactief materiaal, en transacties met illegale, vervalste of nagemaakte producten;
- c. corruptie, zowel in de publieke als in de particuliere sector, met name in verband met niet-transparante administratieve praktijken;
- d. belastingfraude;
- e. productie van en illegale handel in drugs en psychotrope stoffen;
- f. smokkelarij;
- g. illegale wapenhandel;
- h. het vervalsen van documenten;
- i. illegale autohandel;
- j. computercriminaliteit.
Regionale samenwerking en de naleving van internationaal erkende normen op het gebied van de bestrijding van georganiseerde misdaad worden bevorderd.
Artikel 85. Bestrijding van terrorisme
Overeenkomstig de internationale verdragen waarbij zij partij zijn en hun eigen wet- en regelgeving komen de partijen overeen samen te werken aan de voorkoming en bestrijding van terroristische daden en de financiering daarvan:
- a. in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van Resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad (2001) en andere relevante VN-resoluties, internationale verdragen en instrumenten;
- b. door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht;
- c. door ervaringen uit te wisselen over manieren om terrorisme te bestrijden, op technisch gebied en op het gebied van opleiding, en door ervaringen uit te wisselen over het voorkomen van terrorisme.
TITEL VIII. SAMENWERKINGSBELEID
Artikel 86
De Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina werken nauw samen om de ontwikkeling en het groeipotentieel van Bosnië en Herzegovina te bevorderen. Die samenwerking versterkt de bestaande economische banden op een zo breed mogelijke basis, ten voordele van beide partijen.
Bij het opzetten van beleid en andere maatregelen wordt gestreefd naar de duurzame economische en sociale ontwikkeling van Bosnië en Herzegovina. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat de milieuaspecten vanaf het begin volledig in het beleid worden geïntegreerd, en wordt rekening gehouden met de eis van harmonieuze sociale ontwikkeling.
Het samenwerkingsbeleid wordt in een regionaal samenwerkingskader geïntegreerd. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan maatregelen die de samenwerking tussen Bosnië en Herzegovina en zijn buurlanden, waaronder lidstaten, bevorderen en aldus bijdragen tot de regionale stabiliteit. De Stabilisatie- en associatieraad bepaalt welke van de hierna omschreven samenwerkingsterreinen prioriteit hebben, en wat prioriteit heeft binnen de verschillende terreinen, overeenkomstig het Europees partnerschap.
Artikel 87. Economisch beleid en handelspolitiek
De Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina vergemakkelijken het proces van economische hervorming door middel van samenwerking die beoogt het inzicht in de basiselementen van elkaars economieën en het formuleren en uitvoeren van economisch beleid in een markteconomie te verbeteren.
Op verzoek van de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina kan de Gemeenschap het land bijstand verlenen ter ondersteuning van zijn inspanningen om een goed functionerende markteconomie tot stand te brengen en zijn beleid geleidelijk aan te passen aan het op stabiliteit gerichte beleid in het kader van de Europese Economische en Monetaire Unie.
De samenwerking is tevens gericht op de versterking van de rechtsstaat op zakelijk gebied door middel van een stabiel en niet-discriminerend wetgevingskader voor de handel.
Samenwerking op dit gebied omvat ook informele uitwisseling van informatie over de beginselen en de werking van de Europese Economische en Monetaire Unie.
Artikel 88. Statistische samenwerking
De samenwerking tussen de partijen is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het acquis van de Gemeenschap op het gebied van de statistiek. De statistische samenwerking is met name gericht op de ontwikkeling van efficiënte en duurzame statistische stelsels die in staat zijn de vergelijkbare, betrouwbare, objectieve en nauwkeurige gegevens te leveren die nodig zijn om het overgangs- en hervormingsproces in Bosnië en Herzegovina te plannen en te controleren. Ook moet de samenwerking op dit gebied de staatsinstanties en de bureaus van de entiteiten voor de statistiek in staat stellen beter te voldoen aan de behoeften van hun nationale en internationale afnemers (zowel de overheid als de particuliere sector). Het statistisch stelsel moet de fundamentele beginselen van de statistiek die door de VN zijn uitgevaardigd, de Europese praktijkcode voor statistieken en de bepalingen van de Europese statistiekwetgeving eerbiedigen en zich ontwikkelen in de richting van het acquis van de Gemeenschap.
Artikel 89. Bank- en verzekeringswezen en andere financiële diensten
De samenwerking tussen Bosnië en Herzegovina en de Gemeenschap is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis voor het bank- en verzekeringswezen en financiële diensten. De partijen werken samen om een passend kader tot stand te brengen en verder te ontwikkelen voor het stimuleren van het bank- en verzekeringswezen en andere financiële diensten in Bosnië en Herzegovina.
Artikel 90. Samenwerking op het gebied van audit en financiële controle
De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van interne controle van de overheidsfinanciën (PIFC) en externe boekhoudkundige controle. De partijen werken, door het uitwerken en goedkeuren van relevante regelgeving, met name samen aan de ontwikkeling van efficiënte systemen voor PIFC (waaronder financieel beheer en financiële controle en functioneel onafhankelijke interne boekhoudkundige controle) en onafhankelijke externe boekhoudkundige controle in Bosnië en Herzegovina, overeenkomstig internationaal erkende normen en methoden en de op EU-niveau overeengekomen beste praktijken. De samenwerking richt zich ook op de opbouw van capaciteit en de verstrekking van opleidingen voor de betrokken instellingen, met als doel de ontwikkeling van PIFC en externe boekhoudkundige controle (Supreme Audit Institutions) in Bosnië en Herzegovina; dit omvat ook de oprichting en versterking van centrale harmonisatie-eenheden voor financieel beheer en financiële controle en voor systemen voor interne boekhoudkundige controle.
Artikel 91. Stimulering en bescherming van investeringen
Binnen hun respectieve bevoegdheden is de samenwerking tussen de partijen op het gebied van de bevordering en bescherming van investeringen erop gericht een gunstig klimaat te creëren voor binnenlandse en buitenlandse particuliere investeringen, die essentieel zijn voor de economische en industriële revitalisering van Bosnië en Herzegovina.
Artikel 92. Industriële samenwerking
De samenwerking richt zich op stimulering van de modernisering en herstructurering van de industrie van Bosnië en Herzegovina en van individuele sectoren. Hieronder valt ook industriële samenwerking tussen het bedrijfsleven aan beide zijden om de particuliere sector te versterken, waarbij de bescherming van het milieu gewaarborgd moet zijn.
Samenwerkingsinitiatieven op het gebied van de industrie dienen een afspiegeling te zijn van de prioriteiten die door de partijen zijn vastgesteld. Daarbij wordt rekening gehouden met de regionale aspecten van industriële ontwikkeling en worden waar nodig transnationale partnerschappen gestimuleerd. De initiatieven dienen in het bijzonder te zijn gericht op het creëren van een passend kader voor het bedrijfsleven, beter management, stimulering van markten, transparantie van de markt en het ondernemingsklimaat.
In het kader van de samenwerking wordt ook op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op het gebied van industriebeleid.
Artikel 93. Midden- en kleinbedrijf
De samenwerking tussen de partijen is gericht op ontwikkeling en versterking van het particuliere midden- en kleinbedrijf, waarbij rekening wordt gehouden met prioritaire gebieden in verband met het communautair acquis op het gebied van het midden- en kleinbedrijf en met de tien richtsnoeren die zijn vastgelegd in het Europees Handvest voor kleine ondernemingen.
Artikel 94. Toerisme
De samenwerking tussen de partijen op het gebied van toerisme is voornamelijk gericht op intensivering van de informatiestroom over toerisme (via internationale netwerken, databanken, enz.), versterking van de samenwerking tussen ondernemingen, deskundigen, overheden en overheidsinstellingen op het gebied van toerisme en overdracht van kennis (door middel van opleiding, uitwisseling en seminars). In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis in verband met deze sector.
De samenwerking kan in een regionaal samenwerkingskader worden geïntegreerd.
Artikel 95. De landbouw en de agro-industriële sector
De samenwerking tussen de partijen is primair gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op landbouwgebied en op veterinair en fytosanitair gebied. De samenwerking is met name gericht op modernisering en herstructurering van de landbouw en de levensmiddelensector in Bosnië en Herzegovina, in het bijzonder om aan de veterinaire en fytosanitaire vereisten van de Gemeenschap te voldoen, en op ondersteuning van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving en praktijk in Bosnië en Herzegovina aan de communautaire regels en normen.
Artikel 96. Visserij
De partijen onderzoeken de mogelijkheid om in de visserijsector gebieden van wederzijds belang aan te wijzen waarop samenwerking voor elk van hen voordeel zou opleveren. In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op visserijgebied, waaronder de naleving van internationale verplichtingen betreffende regels van de internationale en de regionale visserijorganisaties inzake het beheer en de instandhouding van de visbestanden.
Artikel 97. Douane
De samenwerking tussen de partijen op dit gebied is erop gericht de naleving te waarborgen van de op handelsgebied in te voeren bepalingen en het douanesysteem van Bosnië en Herzegovina aan te passen aan dat van de Gemeenschap, teneinde zo de weg vrij te maken voor de in het kader van deze overeenkomst geplande liberaliseringsmaatregelen en de geleidelijke aanpassing van de douanewetgeving van Bosnië en Herzegovina aan het acquis.
In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op douanegebied.
In protocol 5 worden de regels vastgesteld inzake wederzijdse administratieve bijstand tussen partijen op het gebied van douane.
Artikel 98. Belastingen
De door de partijen tot stand te brengen samenwerking op belastinggebied omvat maatregelen die gericht zijn op de verdere hervorming van het belastingstelsel van Bosnië en Herzegovina en de herstructurering van de belastingdienst, teneinde de efficiëntie van de belastinginning te verbeteren en belastingfraude beter te kunnen bestrijden.
In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met de prioritaire gebieden met betrekking tot het communautair acquis op fiscaal gebied en de bestrijding van schadelijke belastingconcurrentie. Schadelijke belastingconcurrentie moet worden tegengegaan op basis van de beginselen van de gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen, die de Raad op 1 december 1997 heeft goedgekeurd.
De samenwerking richt zich ook op het vergroten van de transparantie en het bestrijden van corruptie, alsmede het uitwisselen van informatie met de lidstaten, teneinde de handhaving van maatregelen ter voorkoming van belastingfraude, -ontwijking of -ontduiking te vergemakkelijken.
Bosnië en Herzegovina dient ook het netwerk van bilaterale overeenkomsten met de lidstaten te voltooien, overeenkomstig de laatste versie van het OESO-modelverdrag inzake belasting op inkomen en vermogen en de OESO-modelovereenkomst betreffende de uitwisseling van belastinggegevens, voor zover de verzoekende lidstaat hierbij aangesloten is.
Artikel 99. Samenwerking op sociaal gebied
De samenwerking tussen de partijen moet bijdragen tot de ontwikkeling van het werkgelegenheidsbeleid van Bosnië en Herzegovina in het kader van versterkte economische hervorming en integratie. De samenwerking is ook gericht op ondersteuning van de aanpassing van het socialezekerheidsstelsel van Bosnië en Herzegovina aan de nieuwe economische en sociale vereisten, teneinde te waarborgen dat alle kwetsbare personen rechtmatige toegang ertoe krijgen en dat hun effectieve ondersteuning wordt geboden, en kan tevens aanpassing inhouden van de wetgeving van Bosnië en Herzegovina inzake arbeidsvoorwaarden en gelijke kansen voor vrouwen en mannen, mensen met een handicap en alle kwetsbare personen, waaronder mensen die behoren tot een minderheid, alsmede verbetering van de bescherming van de gezondheid en veiligheid van werknemers, waarbij het beschermingsniveau in de Gemeenschap maatstaf is.
In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op dit gebied.
Artikel 100. Onderwijs en opleiding
De partijen werken samen om het peil van het algemene onderwijs en van beroepsonderwijs en beroepsopleiding, alsmede van het jongerenbeleid en jongerenwerk, waaronder niet-formeel onderwijs, in Bosnië en Herzegovina te verhogen. De verwezenlijking van de doelstellingen van de Verklaring van Bologna (die in het kader van het intergouvernementele proces van Bologna is aangenomen) is een prioriteit voor het hoger onderwijs.
De partijen streven er ook naar dat iedereen in Bosnië en Herzegovina gelijke toegang heeft tot alle onderwijsniveaus, zonder onderscheid naar sekse, huidskleur, etnische afkomst of religie. Als prioriteit dient Bosnië en Herzegovina te voldoen aan de verbintenissen die het is aangegaan in het kader van internationale verdragen op deze gebieden.
De relevante communautaire programma’s en instrumenten dragen bij tot verbetering van de onderwijs- en opleidingsstructuren en -activiteiten in Bosnië en Herzegovina.
In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op dit gebied.
Artikel 101. Samenwerking op cultureel gebied
De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op cultureel gebied te bevorderen. Deze samenwerking beoogt onder meer het wederzijds begrip en het wederzijds respect voor personen, gemeenschappen en volkeren te doen toenemen. De partijen verbinden zich er tevens toe samen te werken om de culturele diversiteit te bevorderen, met name in het kader van het UNESCO-verdrag inzake de bescherming en bevordering van de diversiteit van culturele uitingen.
Artikel 102. Samenwerking op audiovisueel gebied
De partijen werken samen ter bevordering van de audiovisuele industrie in Europa en stimuleren coproducties voor film en televisie.
De samenwerking kan programma’s en faciliteiten omvatten voor de opleiding van journalisten en andere mensen die werkzaam zijn in de media, alsmede technische bijstand voor publieke en particuliere media, zodat hun onafhankelijkheid, hun professionaliteit en hun contacten met Europese media worden versterkt.
Bosnië en Herzegovina stemt zijn beleid inzake de regulering van de inhoudelijke aspecten van grensoverschrijdende televisie af op dat van de EG en past zijn wetgeving aan het acquis communautaire op dit gebied aan. Bosnië en Herzegovina besteedt daarbij bijzondere aandacht aan vraagstukken in verband met de verwerving van intellectuele-eigendomsrechten voor programma’s die worden uitgezonden via satelliet, etherfrequenties en kabel.
Artikel 103. Informatiemaatschappij
De samenwerking tussen de partijen is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van de informatiemaatschappij. Er wordt voornamelijk steun verleend voor de geleidelijke aanpassing van het beleid en de wetgeving van Bosnië en Herzegovina in deze sector aan het beleid en de wetgeving van de Gemeenschap.
De partijen werken tevens samen met het oog op de verdere ontwikkeling van de informatiemaatschappij in Bosnië en Herzegovina. Algemene doelstellingen zijn de voorbereiding van de maatschappij als geheel op het digitale tijdperk, het aantrekken van investeringen en het zorgen voor de interoperabiliteit van netwerken en diensten.
Artikel 104. Netwerken en diensten voor elektronische communicatie
De samenwerking is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op dit gebied.
De partijen versterken met name de samenwerking op het gebied van netwerken en diensten voor elektronische communicatie, waarbij het uiteindelijke doel is dat Bosnië en Herzegovina het communautair acquis op deze gebieden een jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst overneemt.
Artikel 105. Informatie en communicatie
De Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina nemen de nodige maatregelen om de onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Prioriteit krijgen programma’s die basisinformatie over de Gemeenschap verstrekken aan het algemene publiek en meer gespecialiseerde informatie aan professionele doelgroepen in Bosnië en Herzegovina.
Artikel 106. Vervoer
De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van vervoer.
De samenwerking kan met name worden gericht op herstructurering en modernisering van de vervoerssystemen van Bosnië en Herzegovina, verbetering van het vrije verkeer van reizigers en goederen, verbetering van de toegang tot de vervoersmarkt en vervoersvoorzieningen, met inbegrip van havens en luchthavens, ondersteuning van de ontwikkeling van multimodale infrastructuurvoorzieningen in verband met de voornaamste trans-Europese netwerken, met name ter versterking van regionale verbindingen in Zuidoost-Europa overeenkomstig het memorandum van overeenstemming inzake het kernnetwerk voor regionaal vervoer, totstandbrenging van exploitatienormen die vergelijkbaar zijn met die in de Gemeenschap, ontwikkeling in Bosnië en Herzegovina van een vervoerssysteem dat compatibel is met dat in de Gemeenschap en daarop aansluit, en een betere bescherming van het milieu in de context van het vervoer.
Artikel 107. Energie
De samenwerking is voornamelijk gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van energie, waar van toepassing met inbegrip van nucleaire veiligheid. De samenwerking wordt gebaseerd op het Verdrag tot oprichting van de energiegemeenschap en zal gericht zijn op de geleidelijke integratie van Bosnië en Herzegovina in de Europese energiemarkten.
Artikel 108. Milieu
De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op milieugebied, vooral om de achteruitgang van het milieu een halt toe te roepen en een begin te maken met de verbetering van het milieu met het oog op duurzame ontwikkeling.
De partijen werken met name samen met het oog op de versterking van de bestuurlijke structuren en procedures om strategische planning van milieuvraagstukken en coördinatie tussen de relevante actoren te waarborgen; de nadruk ligt daarbij op de aanpassing van de wetgeving van Bosnië en Herzegovina aan het acquis communautaire. De samenwerking kan ook worden toegespitst op de ontwikkeling van strategieën om plaatselijke, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging aanzienlijk te verminderen, ook wat betreft afvalstoffen en chemische stoffen, een kader voor efficiënte, duurzame en schone energieproductie en -gebruik tot stand te brengen en milieueffectrapportage en strategische milieueffectbeoordelingen uit te voeren. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan ratificatie en tenuitvoerlegging van het Kyoto-protocol.
Artikel 109. Samenwerking op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling
De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling (OTO), met wederzijds voordeel als uitgangspunt en rekening houdende met de beschikbaarheid van hulpmiddelen en adequate toegang tot elkaars programma’s, waarbij erop wordt toegezien dat intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten goed worden beschermd.
In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling.
Artikel 110. Regionale en plaatselijke ontwikkeling
De partijen zetten zich in voor versterking van de samenwerking op het gebied van regionale en plaatselijke ontwikkeling, teneinde bij te dragen tot de economische ontwikkeling en de vermindering van regionale verschillen. Specifieke aandacht wordt geschonken aan grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking.
In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op het gebied van regionale ontwikkeling.
Artikel 111. Hervorming van het openbaar bestuur
De samenwerking richt zich op de ontwikkeling van efficiënt en verantwoordelijk openbaar bestuur in Bosnië en Herzegovina, waarbij wordt voortgebouwd op de hervormingen die tot dusver zijn uitgevoerd.
De samenwerking in dit verband is voornamelijk gericht op institutionele opbouw, overeenkomstig de vereisten van het Europees partnerschap, en omvat aspecten zoals de ontwikkeling en uitvoering van transparante en onpartijdige wervings- en selectieprocedures, personeelsbeheer en loopbaanontwikkeling voor ambtenaren, permanente educatie, de bevordering van ethisch openbaar bestuur en versterking van het beleidsvormingsproces. Bij de hervormingen wordt rekening gehouden met de doelstelling van fiscale duurzaamheid, waarbij aandacht wordt geschonken aan aspecten van fiscale architectuur. De samenwerking heeft betrekking op alle overheidsniveaus in Bosnië en Herzegovina.
TITEL IX. FINANCIËLE SAMENWERKING
Artikel 112
Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 5, 113 en 115 komt Bosnië en Herzegovina in aanmerking voor financiële steun van de Gemeenschap in de vorm van subsidies en leningen, waaronder leningen van de Europese Investeringsbank. De steun van de Gemeenschap is afhankelijk van de vorderingen met betrekking tot de politieke criteria van Kopenhagen, en met name de verwezenlijking van de specifieke prioriteiten van het Europees Partnerschap. Er wordt ook rekening gehouden met de beoordeling die in de jaarlijkse voortgangsverslagen over Bosnië en Herzegovina zal worden gegeven. De steun van de Gemeenschap is tevens afhankelijk van de naleving van de voorwaarden van het stabilisatie- en associatieproces, met name wat betreft de verbintenis van de begunstigden om democratische, economische en institutionele hervormingen door te voeren. De steun aan Bosnië en Herzegovina wordt afgestemd op de geconstateerde behoeften, de overeengekomen prioriteiten, het vermogen tot opneming en, waar van toepassing, terugbetaling en het vermogen maatregelen te treffen om de economie te hervormen en te herstructureren.
Artikel 113
De financiële bijstand in de vorm van subsidies kan worden verleend overeenkomstig de desbetreffende verordening van de Raad, binnen een door de Gemeenschap na overleg met Bosnië en Herzegovina vast te stellen indicatief meerjarenkader en op basis van jaarlijkse actieprogramma’s.
De financiële bijstand kan betrekking hebben op alle samenwerkingsterreinen, waarbij met name aandacht wordt besteed aan justitie en binnenlandse zaken, harmonisatie van wetgeving en economische ontwikkeling.
Artikel 114
Met het oog op optimale benutting van de beschikbare middelen zien de partijen erop toe dat de bijdragen van de Gemeenschap worden verstrekt in nauwe coördinatie met andere financieringsbronnen, zoals lidstaten, andere landen en internationale financiële instellingen. Daartoe wisselen de partijen regelmatig informatie uit over alle bronnen van bijstand.
TITEL X. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 115
Er wordt een Stabilisatie- en associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de toepassing en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst. De Stabilisatie- en associatieraad komt op passend niveau bijeen met regelmatige tussenpozen en wanneer de omstandigheden dat vereisen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
Artikel 116
De Stabilisatie- en associatieraad bestaat uit enerzijds leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Europese Commissie, en anderzijds leden van de Raad van Ministers van Bosnië en Herzegovina.
De Stabilisatie- en associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.
De leden van de Stabilisatie- en associatieraad mogen zich laten vertegenwoordigen overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde vast te leggen voorwaarden.
De Stabilisatie- en associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Gemeenschap en een vertegenwoordiger van Bosnië en Herzegovina, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te leggen bepalingen.
De Europese Investeringsbank neemt, voor aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen, als waarnemer deel aan de werkzaamheden van de Stabilisatie- en associatieraad.
Artikel 117
Om de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken, heeft de Stabilisatie- en associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in deze overeenkomst vermelde gevallen. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Stabilisatie- en associatieraad mag ook passende aanbevelingen doen. Hij stelt zijn besluiten en aanbevelingen vast in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.
Artikel 118
De Stabilisatie- en associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Stabilisatie- en associatiecomité, bestaande uit enerzijds vertegenwoordigers van de Raad van de Europese Unie en vertegenwoordigers van de Europese Commissie, en anderzijds vertegenwoordigers van de Raad van Ministers van Bosnië en Herzegovina.
In zijn reglement van orde bepaalt de Stabilisatie- en associatieraad de taken van het Stabilisatie- en associatiecomité, waaronder de voorbereiding van de vergaderingen van de Stabilisatie- en associatieraad, en stelt hij de werkwijze van dit comité vast.
De Stabilisatie- en associatieraad mag bevoegdheden aan het Stabilisatie- en associatiecomité delegeren. In dat geval neemt het Stabilisatie- en associatiecomité zijn besluiten volgens de voorwaarden van artikel 117.
Artikel 119
Het Stabilisatie- en associatiecomité kan subcomités oprichten.
Voor het einde van het eerste jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zet het Stabilisatie- en associatiecomité de nodige subcomités op voor de adequate uitvoering van deze overeenkomst.
Er wordt een subcomité ingesteld voor aangelegenheden met betrekking tot migratie.
Artikel 120
De Stabilisatie- en associatieraad kan tot de oprichting besluiten van andere speciale comités of lichamen die hem bij de uitvoering van zijn taken kunnen bijstaan. In zijn reglement van orde legt de Stabilisatie- en associatieraad de samenstelling van deze comités of lichamen vast en bepaalt hij hun taken en werkwijze.
Artikel 121
Er wordt een Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité opgericht. Dit dient als forum waar leden van de parlementaire vergadering van Bosnië en Herzegovina en het Europees Parlement elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Dit comité komt met door hemzelf te bepalen tussenpozen bijeen.
Het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité bestaat uit leden van het Europees Parlement en leden van de parlementaire vergadering van Bosnië en Herzegovina.
Het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.
Het voorzitterschap van het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité wordt beurtelings bekleed door een lid van het Europees Parlement en een lid van de parlementaire vergadering van Bosnië en Herzegovina, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te leggen bepalingen.
Artikel 122
Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst beijvert elk van beide partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtelijke instanties en administratieve lichamen van de partijen, ter verdediging van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten.
Artikel 123
Niets in deze overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:
- a. die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist;
- b. die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmaterieel of met onderzoek, ontwikkeling of productie, absoluut vereist voor defensiedoeleinden, mits de maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
- c. die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid, in geval van ernstige binnenlandse onlusten die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.
Artikel 124
Op de door deze overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen mogen:
- a. de regelingen die Bosnië en Herzegovina ten opzichte van de Gemeenschap toepast, geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van de lidstaten, hun onderdanen of hun vennootschappen;
- b. de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Bosnië en Herzegovina toepast, geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van onderdanen of vennootschappen van Bosnië en Herzegovina.
Lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om de desbetreffende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in een identieke situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.
Artikel 125
De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in deze overeenkomst beschreven doelstellingen worden bereikt.
De partijen komen overeen op verzoek van een partij onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.
De partijen leggen geschillen die verband houden met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst voor aan de Stabilisatie- en associatieraad. In dat geval geldt artikel 126, en eventueel protocol 6.
De Stabilisatie- en associatieraad kan een dergelijk geschil door middel van een bindend besluit beslechten.
Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting die uit deze overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Stabilisatie- en associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij de keuze van de maatregelen moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die het functioneren van deze overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Stabilisatie- en associatieraad gebracht en op verzoek van de andere partij besproken in de Stabilisatie- en associatieraad, het Stabilisatie- en associatiecomité of een ander op grond van artikel 119 of artikel 120 opgericht orgaan.
De leden 2, 3 en 4 hebben geen invloed op en gelden onverminderd de artikelen 30, 38, 39, 40 en 44 en protocol 2.
Artikel 126
Wanneer tussen de partijen een meningsverschil ontstaat over de interpretatie of de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, dient de ene partij bij de andere partij en bij de Stabilisatie- en associatieraad een formeel verzoek tot geschillenbeslechting in.
Wanneer een partij van mening is dat een maatregel van de andere partij of het niet-optreden van de andere partij een inbreuk vormt op haar verplichtingen in het kader van deze overeenkomst, moet in het formele verzoek tot geschillenbeslechting worden vermeld waarom de eerste partij deze mening is toegedaan en dat zij maatregelen kan nemen zoals bedoeld in artikel 125, lid 4.
De partijen streven ernaar geschillen op te lossen via overleg te goeder trouw binnen de Stabilisatie- en associatieraad en de andere in lid 3 bedoelde organen, teneinde zo snel mogelijk tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.
De partijen verstrekken de Stabilisatie- en associatieraad alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie.
Zolang het geschil niet is beslecht, wordt het tijdens elke vergadering van de Stabilisatie- en associatieraad besproken, tenzij de in protocol 6 beschreven arbitrageprocedure is ingeleid. Een geschil wordt geacht beslecht te zijn wanneer de Stabilisatie- en associatieraad een bindend besluit heeft genomen zoals bedoeld in artikel 125, lid 3, of wanneer hij heeft verklaard dat het geschil niet langer bestaat.
In overleg tussen de partijen of op verzoek van een van de partijen kan een geschil ook worden besproken tijdens een vergadering van het Stabilisatie- en associatiecomité of een ander relevant comité of orgaan dat is opgezet op grond van artikel 119 of 120. Overleg kan ook schriftelijk plaatsvinden.
Alle tijdens het overleg verstrekte informatie wordt vertrouwelijk behandeld.
Voor vraagstukken die onder protocol 6 vallen, kan een partij het geschil voor arbitrage voordragen overeenkomstig dat protocol, wanneer de partijen er niet in slagen binnen twee maanden na de inleiding van de in lid 1 bedoelde procedure voor geschillenbeslechting een oplossing te vinden.
Artikel 127
Zolang onder deze overeenkomst geen gelijkwaardige rechten zijn verworven voor personen en ondernemingen, doet deze overeenkomst geen afbreuk aan de rechten die hun worden verleend bij bestaande overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds.
Artikel 128
De bijlagen I tot en met VII en de protocollen 1 tot en met 7 vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.
De op 22 november 2004 ondertekende Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina inzake de algemene beginselen voor de deelname van Bosnië en Herzegovina aan communautaire programma’s7)PB L 192 van 22 juli 2005, blz. 9. en de bijlage daarbij vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst. De in artikel 8 van die kaderovereenkomst bedoelde evaluatie wordt door de Stabilisatie- en associatieraad uitgevoerd; deze heeft de bevoegdheid de kaderovereenkomst zo nodig te wijzigen.
Artikel 129
Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.
Elk van beide partijen kan deze overeenkomst opzeggen door de andere partij van deze opzegging in kennis te stellen. Deze overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van die kennisgeving. Elk van beide partijen kan deze overeenkomst met onmiddellijke ingang schorsen wanneer de andere partij een essentieel element van deze overeenkomst schendt.
Artikel 130
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan de Gemeenschap, of haar lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds.
Artikel 131
Deze overeenkomst is van toepassing op enerzijds het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn, onder de in die Verdragen neergelegde voorwaarden, en anderzijds het grondgebied van Bosnië en Herzegovina.
Artikel 132
De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.
Artikel 133
Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse, de Bosnische, de Kroatische en de Servische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Artikel 134
Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures geratificeerd of goedgekeurd.
De akten van ratificatie of goedkeuring worden neergelegd bij het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.
Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste akte van ratificatie of van goedkeuring is neergelegd.
Artikel 135. Interimovereenkomst
De partijen komen overeen dat, indien in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van sommige gedeelten van deze overeenkomst, met name die inzake het vrije verkeer van goederen, alsmede de relevante bepalingen inzake vervoer, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Bosnië en Herzegovina ten uitvoer worden gelegd, voor de toepassing van titel IV, van de artikelen 71 en 73 van deze overeenkomst en van de protocollen 1,2, 4,5, 6 en 7 alsmede de relevante bepalingen van protocol 3, onder de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt verstaan de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst, voor wat betreft de verplichtingen die in die artikelen en protocollen zijn opgenomen.
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:
- a. „vervaardiging”: elk type be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;
- b. „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen en dergelijke die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
- c. „product”: het verkregen product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
- d. „goederen”: zowel materialen als producten;
- e. „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);
- f. „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Bosnië en Herzegovina in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, mits in die prijs de waarde van alle gebruikte materialen is inbegrepen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
- g. „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste verifieerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of in Bosnië en Herzegovina is betaald;
- h. „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;
- i. „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen van oorsprong uit de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste verifieerbare prijs die in de Gemeenschap of in Bosnië en Herzegovina voor deze materialen werd betaald;
- j. „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerde systeem” of „GS” genoemd;
- k. „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
- l. „zending”: producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van een vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een factuur;
- m. „gebieden”: ook de territoriale wateren.
TITEL II. DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”
Artikel 2. Algemene voorwaarden
Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap:
- a. geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 5;
- b. in de Gemeenschap verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6.
Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina:
- a. geheel en al in Bosnië en Herzegovina verkregen producten in de zin van artikel 5;
- b. in Bosnië en Herzegovina verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Bosnië en Herzegovina een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6.
Artikel 3. Cumulatie in de Gemeenschap
Onverminderd artikel 2, lid 1, worden producten ook als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien zij aldaar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina, de Gemeenschap of een ander land of gebied dat deelneemt aan het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie2)Zoals vastgesteld in de conclusies van de Raad Algemene Zaken van april 1997 en de mededeling van de Commissie van mei 1999 over de instelling van het stabilisatie- en associatieproces met de landen van de westelijke Balkan. of door be- of verwerking van de materialen van oorsprong uit Turkije waarop Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG–Turkije van 22 december 19953)Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG–Turkije van 22 december 1995 is van toepassing op andere producten dan landbouwproducten, zoals omschreven in de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, en dan kolen- en staalproducten, zoals omschreven in de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Republiek Turkije inzake de handel in producten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing is. van toepassing is, mits de in de Gemeenschap uitgevoerde be- of verwerkingen ingrijpender zijn dan de behandelingen bedoeld in artikel 7. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
Indien de in de Gemeenschap verrichte be- of verwerkingen niet ingrijpender zijn dan de in artikel 7 bedoelde behandelingen, wordt het verkregen product alleen als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien de aldaar toegevoegde waarde groter is dan de waarde van de gebruikte materialen van oorsprong uit elk van de andere in lid 1 bedoelde landen of gebieden. Is dit niet het geval, dan wordt het verkregen product beschouwd als van oorsprong uit het land dat de hoogste waarde vertegenwoordigt van de bij de vervaardiging in de Gemeenschap gebruikte materialen van oorsprong.
Producten van oorsprong uit een van de in de lid 1 genoemde landen en gebieden die in de Gemeenschap geen enkele be- of verwerking ondergaan, behouden hun oorsprong wanneer zij naar een van deze landen worden uitgevoerd.
De cumulatie waarin dit artikel voorziet, kan slechts worden toegepast indien:
- a. tussen de landen of gebieden die betrokken zijn bij het verwerven van de oorsprong en het land van bestemming een preferentiële handelsovereenkomst overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT) van toepassing is;
- b. materialen en producten de oorsprong hebben verkregen door de toepassing van oorsprongsregels die identiek zijn met die in dit protocol; en
- c. in het Publicatieblad van de Europese Unie (C-reeks) en in Bosnië en Herzegovina, volgens de eigen procedures van dat land, berichten zijn gepubliceerd waarin wordt aangegeven dat aan de eisen voor de toepassing van cumulatie is voldaan.
De cumulatie waarin dit artikel voorziet, is van toepassing met ingang van de datum die is aangegeven in de kennisgeving in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.
De Gemeenschap verstrekt Bosnië en Herzegovina door tussenkomst van de Europese Commissie nadere gegevens over de overeenkomsten en de daarin opgenomen oorsprongsregels die met de andere in lid 1 genoemde landen en gebieden worden toegepast.
De in dit artikel bedoelde cumulatie geldt niet voor de in bijlage V vermelde producten.
Artikel 4. Cumulatie in Bosnië en Herzegovina
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)