Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen

Type Verdrag
Publication 2023-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 21
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Partijen bij dit Verdrag,

Gelet op het feit dat wetenschappelijke studies en onderzoeken door regeringen en bevoegde internationale organisaties hebben aangetoond dat bepaalde aangroeiwerende verfsystemen die op schepen worden gebruikt een aanmerkelijk risico van toxiciteit en andere blijvende gevolgen voor ecologisch en economisch belangrijke mariene organismen vormen en tevens dat de gezondheid van de mens kan worden geschaad als gevolg van de consumptie van besmette eetbare zeedieren,

In het bijzonder gelet op de ernstige bezorgdheid betreffende aangroeiwerende verfsystemen waarin organische tinverbindingen als biociden worden gebruikt en ervan overtuigd dat het in het milieu brengen van dergelijke organische tinverbindingen geleidelijk moet worden uitgebannen,

In herinnering roepend dat Hoofdstuk 17 van Agenda 21, aangenomen door de VN-Conferentie inzake Milieu en Ontwikkeling, 1992, een oproep doet aan Staten om maatregelen te nemen teneinde de verontreiniging door organische tinverbindingen die in aangroeiwerende verfsystemen worden gebruikt te verminderen,

Eveneens in herinnering roepend dat de door de Algemene Vergadering van de Internationale Maritieme Organisatie op 25 november 1999aangenomen resolutie A.895(21) de Mariene Milieu Commissie (MEPC) van de Organisatie aanspoort voortvarend de ontwikkeling ter hand te nemen van een mondiaal wettelijk bindend instrument teneinde de schadelijke gevolgen van aangroeiwerende verfsystemen met spoed aan te pakken,

Indachtig de in Beginsel 15 van de Verklaring van Rio inzake Milieu en Ontwikkeling bedoelde voorzorgsbenadering waarnaar eveneens in de door MEPC op 15 september 1995 aangenomen Resolutie MEPC.67(37) wordt verwezen,

Erkennend het belang van de bescherming van het mariene milieu en de gezondheid van de mens tegen de nadelige effecten van aangroeiwerende verfsystemen,

Eveneens erkennend dat het gebruik van aangroeiwerende verfsystemen ter voorkoming van de aanhechting van organismen op de huid van schepen van het hoogste belang is voor een doeltreffende handel en scheepvaart en ter voorkoming van de verspreiding van schadelijke aquatische organismen en pathogene stoffen,

Voorts erkennend de noodzaak de ontwikkeling van aangroeiwerende verfsystemen die doeltreffend en veilig voor het milieu zijn, voort te zetten en de vervanging van schadelijke systemen door minder schadelijke systemen of bij voorkeur onschadelijke systemen te bevorderen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Algemene verplichtingen

1.

Elke Partij bij dit Verdrag verplicht zich ertoe de bepalingen ervan volledig ten uitvoer te leggen teneinde de nadelige gevolgen voor het mariene milieu en de gezondheid van de mens, veroorzaakt door aangroeiwerende verfsystemen, te verminderen of uit te bannen.

2.

De Bijlagen vormen een integrerend deel van dit Verdrag. Tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald, behelst een verwijzing naar dit Verdrag tegelijkertijd een verwijzing naar de Bijlagen ervan.

3.

Geen enkele bepaling van dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat een Staat zou worden belet individueel of met andere Staten ingrijpender maatregelen te treffen ten aanzien van de vermindering of uitbanning van de nadelige gevolgen van aangroeiwerende verfsystemen voor het milieu, in overeenstemming met het internationale recht.

4.

De Partijen streven naar samenwerking ten behoeve van de doeltreffende uitvoering, naleving en handhaving van dit Verdrag.

5.

De Partijen verplichten zich ertoe de voortdurende ontwikkeling van doeltreffende en voor het milieu veilige aangroeiwerende verfsystemen aan te moedigen.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, verstaan onder:

Artikel 3. Toepassing

1.

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, is dit Verdrag van toepassing op:

2.

Dit Verdrag is niet van toepassing op oorlogsschepen, schepen in gebruik als marine-hulpschepen of andere schepen in eigendom van of in beheer bij een Partij ten tijde dat zij uitsluitend worden ingezet voor niet-commerciële overheidsdienst. Elke Partij waarborgt evenwel, door het nemen van passende maatregelen die de werkzaamheden of de operationele kwaliteiten van dergelijke schepen in haar eigendom of beheer niet aantasten, dat dergelijke schepen, voorzover redelijk en uitvoerbaar, opereren in overeenstemming met dit Verdrag.

3.

Ten aanzien van de schepen van niet-Partijen bij dit Verdrag, passen de Partijen de vereisten van dit Verdrag waar nodig toe teneinde te waarborgen dat dergelijke schepen geen meer begunstigde behandeling wordt gegeven.

Artikel 4. Beperkende maatregelen voor aangroeiwerende verfsystemen

1.

In overeenstemming met de in Bijlage 1 vervatte vereisten verbiedt en/of beperkt elke Partij:

en neemt zij doeltreffende maatregelen om te waarborgen dat deze schepen aan die vereisten voldoen.

2.

Schepen die zijn voorzien van een aangroeiwerend verfsysteem dat wordt gecontroleerd door middel van een wijziging van Bijlage 1 na de inwerkingtreding van dit Verdrag, mogen dat verfsysteem behouden tot de volgende geplande vernieuwing van dat verfsysteem, maar in geen geval gedurende een tijdvak van meer dan zestig maanden na de aanbrenging ervan, tenzij de Commissie besluit dat uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn die eerdere uitvoering van de beperkende maatregelen rechtvaardigen.

Artikel 5. Beperkende maatregelen voor de in Bijlage 1 genoemde afvalstoffen

Met inachtneming van de internationale regels, normen en vereisten treft een Partij alle passende maatregelen op haar grondgebied om te vereisen dat afvalstoffen afkomstig van de aanbrenging of verwijdering van een aangroeiwerend verfsysteem dat op grond van Bijlage 1 wordt gecontroleerd, worden ingezameld, vervoerd, behandeld en afgevoerd op een veilige en milieuvriendelijke wijze teneinde de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen.

Artikel 6. Procedure voor het voorstellen van wijzigingen van beperkende maatregelen voor aangroeiwerende verfsystemen

1.

Elke Partij kan overeenkomstig dit artikel een voorstel tot wijziging van Bijlage 1 indienen.

2.

Een voorlopig voorstel bevat de in Bijlage 2 verlangde informatie en wordt bij de Organisatie ingediend. Wanneer de Organisatie een voorstel ontvangt, brengt zij het voorstel onder de aandacht van de Partijen, de Leden van de Organisatie, de Verenigde Naties en de Gespecialiseerde Organisaties daarvan, de intergouvernementele organisaties die overeenkomsten met de Organisatie hebben en de niet-gouvernementele organisaties die in consultatieve verhouding tot de Organisatie staan, en stelt dit aan hen ter beschikking.

3.

De Commissie beslist of het desbetreffende aangroeiwerende verfsysteem aanleiding geeft tot een diepgaandere beoordeling gebaseerd op het voorlopig voorstel. Indien de Commissie besluit dat verdere beoordeling gerechtvaardigd is, verzoekt zij de Partij die het voorstel doet aan de Commissie een definitief voorstel te doen dat de in Bijlage 3 verlangde informatie bevat, behoudens wanneer het voorlopig voorstel eveneens alle in Bijlage 3 verlangde informatie bevat. Wanneer de Commissie van oordeel is dat aanzienlijke of onherstelbare schade dreigt, is een gebrek aan volledige wetenschappelijke zekerheid geen reden om een besluit tot de evaluatie van het voorstel over te gaan, te verhinderen. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 7 een technische werkgroep in.

4.

De technische werkgroep beoordeelt het definitief voorstel tezamen met eventuele aanvullende gegevens die worden ingediend door enige belanghebbende entiteit en beoordeelt en rapporteert aan de Commissie of het voorstel mogelijk onredelijke risico’s of nadelige gevolgen heeft aangetoond voor organismen die niet worden geweerd of voor de gezondheid van de mens, zodat de wijziging van Bijlage 1 is gerechtvaardigd. In dit verband geldt het volgende:

5.

Het rapport van de technische werkgroep wordt, voorafgaand aan de bestudering door de Commissie, verspreid onder de Partijen, de Leden van de Organisatie, de Verenigde Naties en de Gespecialiseerde Organisaties daarvan, de intergouvernementele organisaties die overeenkomsten met de Organisatie hebben en de niet-gouvernementele organisaties die in consultatieve verhouding tot de Organisatie staan. De Commissie besluit of zij een voorstel tot wijziging van Bijlage 1, en eventuele wijzigingen daarvan, goedkeurt, waar dienstig met inachtneming van het rapport van de technische werkgroep. Indien uit het rapport een gevaar van aanzienlijke of onherstelbare schade blijkt, is gebrek aan volledige wetenschappelijke zekerheid op zichzelf niet worden aangewend geen reden om een besluit tot het opnemen van een aangroeiwerend verfsysteem in Bijlage 1, te beletten. De voorgestelde wijzigingen van Bijlage 1 worden, indien deze worden goedgekeurd door de Commissie, in overeenstemming met artikel 16, tweede lid, letter a, verspreid. Een besluit om het voorstel niet goed te keuren vormt geen beletsel voor toekomstige indiening van een nieuw voorstel ten aanzien van een bepaald aangroeiwerend verfsysteem indien nieuwe informatie bekend wordt.

6.

Alleen Partijen kunnen deelnemen aan door de Commissie te nemen besluiten bedoeld in het derde en vijfde lid.

Artikel 7. Technische werkgroepen

1.

De Commissie stelt een technische werkgroep ingevolge artikel 6 in wanneer een definitief voorstel wordt ontvangen. In omstandigheden waarin meerdere voorstellen tegelijkertijd of na elkaar worden ontvangen, kan de Commissie naar behoefte een of meerdere technische werkgroepen instellen.

2.

Een Partij kan deelnemen aan de beraadslagingen van een technische werkgroep en zij dient de haar ter beschikking staande expertise in te brengen.

3.

De Commissie neemt een beslissing omtrent de randvoorwaarden, organisatie en het functioneren van de technische werkgroepen. Deze randvoorwaarden voorzien in de bescherming van vertrouwelijke informatie die eventueel wordt ingediend. De technische werkgroepen kunnen de benodigde vergaderingen houden, maar streven ernaar hun werkzaamheden te verrichten door middel van schriftelijke of elektronische correspondentie of andere geschikte media.

4.

Alleen de vertegenwoordigers van Partijen mogen deelnemen in de formulering van aanbevelingen aan de Commissie ingevolge artikel 6. Een technische werkgroep streeft ernaar unanimiteit te bereiken onder de vertegenwoordigers van de Partijen. Indien unanimiteit niet mogelijk is, deelt de technische werkgroep eventuele minderheidsstandpunten van deze vertegenwoordigers mede.

Artikel 8. Wetenschappelijk en technisch onderzoek en monitoring

1.

De Partijen nemen passende maatregelen om wetenschappelijk en technisch onderzoek naar de gevolgen van aangroeiwerende verfsystemen alsmede de monitoring van dergelijke gevolgen te bevorderen. Dergelijk onderzoek dient in het bijzonder betrekking te hebben op waarnemingen, metingen, monsternames, evaluatie en analyse van de gevolgen van aangroeiwerende verfsystemen.

2.

Elke Partij bevordert, ten behoeve van de doelstellingen van dit Verdrag, de beschikbaarheid van relevante informatie voor andere Partijen die daarom verzoeken met betrekking tot:

Artikel 9. Mededeling en uitwisseling van informatie

1.

Elke Partij verplicht zich ertoe aan de Organisatie het volgende mede te delen:

2.

De Organisatie stelt de ingevolge het eerste lid aan haar medegedeelde informatie door middel van daartoe geschikte middelen beschikbaar.

3.

Ten aanzien van de door een Partij goedgekeurde, geregistreerde aangroeiwerende verfsystemen of verfsystemen waarvoor een vergunning is afgegeven verstrekt deze Partij aan Partijen die daarom verzoeken, relevante informatie waarop het besluit is gebaseerd, met inbegrip van informatie bedoeld in Bijlage 3, of andere informatie die geschikt is voor het uitvoeren van een goede evaluatie van het aangroeiwerende verfsysteem of verlangt van de fabrikanten van dergelijke aangroeiwerende verfsystemen zulks te doen. Wettelijk beschermde informatie wordt niet verstrekt.

Artikel 10. Onderzoek en certificering

Een Partij draagt er zorg voor dat schepen die bevoegd zijn haar vlag te voeren of onder haar gezag worden geëxploiteerd overeenkomstig de voorschriften van Bijlage 4 worden onderzocht en gecertificeerd.

Artikel 11. Inspectie van schepen en ontdekking van overtredingen

1.

Een schip waarop dit Verdrag van toepassing is kan in elke haven, scheepswerf of offshore terminal van een Partij worden geïnspecteerd door functionarissen die door die Partij bevoegd zijn verklaard om vast te stellen of het schip aan dit Verdrag voldoet. Tenzij duidelijke redenen bestaan om aan te nemen dat een schip niet voldoet aan dit Verdrag, zijn deze inspecties beperkt tot:

2.

Indien duidelijke redenen bestaan om aan te nemen dat het schip niet voldoet aan dit Verdrag, kan, met inachtneming van de door de Organisatie ontwikkelde richtlijnen*Te ontwikkelen richtlijnen., een grondige inspectie worden uitgevoerd.

3.

Indien wordt aangetoond dat het schip niet voldoet aan dit Verdrag, kan de Partij die de inspectie uitvoert stappen nemen om een waarschuwing te geven, het schip vast te houden, heen te zenden of uit haar havens te weren. Een Partij die dergelijke maatregelen tegen een schip neemt op grond van het feit dat het schip niet aan dit Verdrag voldoet, brengt de Administratie van het desbetreffende schip onmiddellijk op de hoogte.

4.

De Partijen werken samen bij de ontdekking van overtredingen en bij de handhaving van dit Verdrag. Een Partij kan een schip tevens inspecteren wanneer het de havens, scheepswerven of offshore terminals onder haar rechtsmacht binnenkomt indien een verzoek om onderzoek van een van de andere Partijen wordt ontvangen, tezamen met afdoende bewijs dat de exploitatie van het schip in strijd is of in strijd is geweest met dit Verdrag. Het rapport van een dergelijk onderzoek wordt gezonden aan de Partij die erom heeft verzocht en aan de bevoegde autoriteit van de Administratie van het betrokken schip, zodat passende maatregelen ingevolge dit Verdrag kunnen worden genomen.

Artikel 12. Overtredingen

1.

Elke overtreding van dit Verdrag is verboden en strafbaar gesteld krachtens de wetgeving van de Administratie van het betrokken schip, ongeacht waar de overtreding plaatsvindt. Indien de Administratie van een dergelijke overtreding op de hoogte is gesteld, onderzoekt zij de zaak en kan de zij de rapporterende Partij verzoeken aanvullend bewijs van de gerapporteerde overtreding te verstrekken. Indien de Administratie ervan overtuigd is dat voldoende bewijsmateriaal voorhanden is om een rechtsvervolging in te stellen met betrekking tot de gerapporteerde overtreding, neemt zij daartoe ten spoedigste stappen overeenkomstig haar wetgeving. De Administratie brengt de Partij die de overtreding heeft gerapporteerd, alsmede de Organisatie, onverwijld op de hoogte van de genomen maatregelen. Indien de Administratie binnen een jaar na ontvangst van de informatie geen maatregelen heeft genomen, brengt zij de Partij die de overtreding heeft gerapporteerd, hiervan op de hoogte.

2.

Elke overtreding van dit Verdrag binnen de rechtsmacht van een Partij wordt verboden en strafbaar gesteld krachtens de wetgeving van die Partij. Wanneer een dergelijke overtreding plaatsvindt:

3.

De ingevolge dit artikel krachtens de wetgeving van een Partij vastgestelde straffen dienen streng genoeg te zijn om schending van dit Verdrag, ongeacht waar deze plaatsvindt, tegen te gaan.

Artikel 13. Onnodige vertraging of ophouding van schepen

1.

Al het mogelijke wordt gedaan om te vermijden dat een schip door de toepassing van artikel 11 of 12 onnodig wordt opgehouden of vertraagd.

2.

Indien, door de toepassing van artikel 11 of 12, een schip onnodig wordt opgehouden of vertraagd, is het gerechtigd aanspraak te maken op vergoeding van enig geleden verlies of schade.

Artikel 14. Beslechting van geschillen

De Partijen zijn verplicht hun geschillen betreffende de interpretatie of toepassing van dit Verdrag te beslechten via onderhandelingen, feitenonderzoek, bemiddeling, conciliatie, arbitrage, een rechterlijke beslissing, een beroep op regionale organen of akkoorden of andere vreedzame middelen naar hun eigen keuze.

Artikel 15. Verhouding tot het internationale recht van de zee

Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan de rechten en verplichtingen van een Staat uit hoofde van het internationaal gewoonterecht zoals neergelegd in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee.

Artikel 16. Wijzigingen

1.

Dit Verdrag kan worden gewijzigd door een van de in de volgende leden genoemde procedures.

2.

Wijziging na behandeling binnen de Organisatie:

3.

Wijziging door een Conferentie:

4.

Een Partij die heeft geweigerd een wijziging van een bijlage te aanvaarden wordt, uitsluitend ten behoeve van de toepassing van die wijziging, als niet-Partij beschouwd.

5.

Een toevoeging van een nieuwe bijlage wordt voorgesteld en aangenomen en wordt van kracht overeenkomstig de procedure die van toepassing is op een wijziging van een artikel van dit Verdrag.

6.

Elke kennisgeving of verklaring ingevolge dit artikel wordt schriftelijk aan de Secretaris-Generaal gedaan.

7.

De Secretaris-Generaal stelt de Partijen en Leden van de Organisatie in kennis van:

Artikel 17. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding

1.

Dit Verdrag staat van 1 februari 2002 tot en met 31 december 2002 op de zetel van de Organisatie open voor ondertekening door elke Staat en blijft daarna open voor toetreding door elke Staat.

2.

Staten kunnen partij bij dit Verdrag worden door:

3.

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

4.

Indien een Staat twee of meer territoriale eenheden omvat waarin verschillende rechtsstelsels van toepassing zijn inzake aangelegenheden waarop dit Verdrag betrekking heeft, kan hij op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat de werking van dit Verdrag zich uitstrekt tot al zijn territoriale eenheden of slechts tot een of meer daarvan en kan hij deze verklaring te allen tijde wijzigen door het indienen van een andere verklaring.

5.

Van deze verklaringen wordt kennisgegeven aan de Secretaris-Generaal en deze verklaringen vermelden uitdrukkelijk de territoriale eenheden waarop dit Verdrag van toepassing is.

Artikel 18. Inwerkingtreding

1.

Dit Verdrag treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop ten minste vijfentwintig Staten waarvan de koopvaardijvloten tezamen ten minste vijfentwintig procent vormen van het bruto tonnage van de wereldkoopvaardijvloot, het zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring hebben ondertekend of de vereiste akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd in overeenstemming met artikel 17.

2.

Voor Staten die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding met betrekking tot dit Verdrag hebben nedergelegd nadat is voldaan aan de vereisten voor inwerkingtreding daarvan doch vóór de datum van inwerkingtreding, wordt de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding van kracht op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag of drie maanden na de datum van de nederlegging van de akte, naar gelang van welke datum het laatst valt.

3.

Elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nedergelegd na de datum waarop dit Verdrag in werking treedt wordt van kracht drie maanden na de datum van nederlegging.

4.

Na de datum waarop een wijziging van dit Verdrag wordt geacht te zijn aanvaard ingevolge artikel 16, is elke nedergelegde akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding van toepassing op het Verdrag zoals gewijzigd.

Artikel 19. Opzegging

1.

Dit Verdrag kan te allen tijde door een Partij worden opgezegd na het verstrijken van twee jaar na de datum waarop dit Verdrag voor die Partij in werking treedt.

2.

Opzegging vindt plaats door de nederlegging van een schriftelijke kennisgeving bij de Secretaris-Generaal en wordt van kracht een jaar na de ontvangst ervan of na een in die kennisgeving aangegeven langer tijdvak.

Artikel 20. Depositaris

1.

Dit Verdrag wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan toezendt aan alle Staten die dit Verdrag hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden.

2.

Naast de elders in dit Verdrag vermelde taken is de Secretaris-Generaal verantwoordelijk voor:

Artikel 21. Talen

Dit Verdrag is opgesteld in een enkel exemplaar in de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Voorschrift 1. Onderzoeken

1.

Schepen met een brutotonnage van 400 ton en meer, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, op een internationale reis, met uitzondering van vaste of drijvende platforms, drijvende inrichtingen voor opslag en drijvende inrichtingen voor productie, opslag en lossen dienen de hieronder aangegeven onderzoeken te ondergaan:

2.

Het onderzoek moet zodanig zijn dat het aangroeiwerende verfsysteem van het schip volledig conform dit Verdrag is.

3.

De Administratie stelt passende maatregelen vast voor schepen die niet onderworpen zijn aan de bepalingen van het eerste lid van dit Voorschrift teneinde erop toe te zien dat aan de bepalingen van dit Verdrag wordt voldaan.

Voorschrift 2. Afgifte van of aantekening op een Internationaal Certificaat betreffende het Aangroeiwerend Verfsysteem

1.

De Administratie verlangt dat voor een schip waarop Voorschrift 1 van toepassing is na de succesvolle afronding van een onderzoek overeenkomstig Voorschrift 1, een Certificaat wordt afgegeven. Een onder het gezag van een Partij afgegeven Certificaat wordt door de andere Partijen aanvaard en voor alle doeleinden waarop dit Verdrag van toepassing is, beschouwd als hebbende dezelfde geldigheid als een door henzelf afgegeven Certificaat.

2.

Certificaten worden afgegeven of aangetekend hetzij door de Administratie, hetzij door daartoe door haar naar behoren gemachtigde personen of organisaties. In alle gevallen neemt de Administratie de volle verantwoordelijkheid voor het Certificaat op zich.

3.

Ten aanzien van schepen die van een ingevolge Bijlage 1 gecontroleerd aangroeiwerend verfsysteem zijn voorzien dat is aangebracht vóór de datum van inwerkingtreding van een beperkende maatregel voor een dergelijk systeem, geeft de Administratie uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van die controlemaatregel een certificaat af overeenkomstig het eerste en tweede lid van dit Voorschrift. Dit lid doet geen afbreuk aan de vereisten voor schepen om aan de bepalingen van Bijlage 1 te voldoen.

4.

Het Certificaat wordt opgesteld in de vorm die overeenkomt met het model vermeld in Aanhangsel 1 bij deze Bijlage en wordt ten minste opgesteld in de Engelse, de Franse of de Spaanse taal. Indien tevens een officiële taal van de afgevende Staat wordt gebruikt, is deze doorslaggevend in geval van geschillen of verschillen.

Voorschrift 3. Afgifte van of aantekening op een Internationaal Certificaat betreffende het Aangroeiwerend Verfsysteem door een andere Partij

1.

Op verzoek van de Administratie kan een andere Partij een schip aan een onderzoek doen onderwerpen en, indien deze ervan overtuigd is dat aan de bepalingen van dit Verdrag wordt voldaan, een Certificaat voor het schip afgeven of hiertoe een machtiging geven en, indien van toepassing, het Certificaat voor het schip aantekenen of hiertoe een machtiging geven, overeenkomstig dit Verdrag.

2.

Een afschrift van het Certificaat en een afschrift van het onderzoeksrapport worden zo spoedig mogelijk toegezonden aan de verzoekende Administratie.

3.

Een aldus afgegeven Certificaat moet een verklaring bevatten dat het is afgegeven op verzoek van de in het eerste lid bedoelde Administratie; het heeft dezelfde waarde en wordt op dezelfde wijze erkend als een door de Administratie afgegeven Certificaat.

4.

Er wordt geen Certificaat afgegeven aan een schip dat gerechtigd is de vlag te voeren van een Staat die geen Partij is.

Voorschrift 4. Geldigheid van een Internationaal Certificaat betreffende het Aangroeiwerend Verfsysteem

1.

Een ingevolge Voorschrift 2 of 3 afgegeven Certificaat verliest zijn geldigheid in elk van de volgende gevallen:

2.

De afgifte door een Partij van een nieuw Certificaat aan een schip dat van een andere Partij is overgegaan kan worden gebaseerd op een nieuw onderzoek of op een geldig Certificaat afgegeven door de vorige Partij wier vlag het schip gerechtigd was te voeren.

Voorschrift 5. Verklaring inzake het Aangroeiwerend Verfsysteem

1.

De Administratie verlangt dat op een schip van een lengte van 24 meter of meer, doch met een brutotonnage van minder dan 400 ton, dat internationale reizen maakt, waarop artikel 3, eerste lid, letter a, van toepassing is (met uitzondering van vaste of drijvende platforms, drijvende inrichtingen voor opslag en drijvende inrichtingen voor productie, opslag en lossen) een door de eigenaar of diens bevoegde agent ondertekende verklaring aanwezig is. Een dergelijke Verklaring gaat vergezeld van relevante documentatie (zoals een verfnota of een factuur van een aannemer) of is naar behoren voorzien van een aantekening.

2.

De Verklaring wordt opgesteld in de vorm die overeenkomt met het model vermeld in Aanhangsel 2 bij deze Bijlage en wordt ten minste opgesteld in de Engelse, de Franse of de Spaanse taal. Indien tevens een officiële taal van de Staat waarvan het schip gerechtigd is de vlag te voeren wordt gebruikt, is deze doorslaggevend in geval van geschillen of verschillen.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned being duly authorized by their respective Governments for that purpose have signed this Convention.

DONE at London, this fifth day of October, two thousand and one.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)