Verdrag tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap inzake de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvonnissen

Type Verdrag
Publication 1997-12-09
State In force
Source BWB
artikelen 22
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Lid-Staten,

Gelet op de nauwe banden tussen hun volken;

In overweging nemende het belang van een versterking van de justitiële samenwerking met het oog op het tot stand brengen van een Europese ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van personen is gewaarborgd overeenkomstig de bepalingen van de Europese Akte;

Overtuigd dat de bestaande vormen van onderlinge internationale samenwerking in strafzaken dienen te worden aangevuld met bepalingen inzake de overdracht van de tenuitvoerlegging van strafvonnissen, in het bijzonder vonnissen waarbij vrijheidsbenemende en geldelijke sancties zijn opgelegd;

Zich bewust van de noodzaak om bij de overdracht van de tenuitvoerlegging van strafvonnissen met de belangen van alle daarbij betrokken personen rekening te houden;

Indachtig de Verdragen van de Raad van Europa inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gesloten te 's-Gravenhage op 28 mei 1970, en inzake de overbrenging van gevonniste personen, gesloten te Straatsburg op 21 maart 1983,

Zijn als volgt overeengekomen:

Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 2009/38.

In de verhouding tussen het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland) en Duitsland.

Artikel 1. Definities

1.

Ten behoeve van dit Verdrag betekent:

2.

Bij de ondertekening van dit Verdrag of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, kan elke Lid-Staat in een verklaring de strafbare feiten aangeven die hij van de toepassing van dit Verdrag beoogt uit te sluiten. De andere Lid-Staten kunnen de regel van wederkerigheid toepassen.

Artikel 2. Algemene beginselen

1.

Lid-Staten verbinden zich ertoe elkaar in zo ruim mogelijke mate samenwerking te verlenen met betrekking tot de overdracht van de tenuitvoerlegging van veroordelingen in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

2.

De overdracht van de tenuitvoerlegging kan worden verzocht door hetzij de Staat van veroordeling, hetzij de Staat van tenuitvoerlegging.

Artikel 3. Tenuitvoerlegging van een veroordeling waarbij een vrijheidsstraf is opgelegd

De overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling waarbij een vrijheidsstraf is opgelegd, kan worden verzocht indien:

Artikel 4. Tenuitvoerlegging van een veroordeling waarbij een geldelijke straf of sanctie is opgelegd

De overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling waarbij een geldelijke straf of sanctie is opgelegd, kan worden verzocht indien:

Artikel 5. Voorwaarden voor de overdracht van de tenuitvoerlegging

De overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling behoeft de overeenstemming tussen de Staat van veroordeling en de Staat van tenuitvoerlegging. De overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling is aan de volgende voorwaarden onderworpen:

Artikel 6. Wijzen van overdracht

1.

De verzoeken om overdracht worden schriftelijk gedaan en dienen door het Ministerie van Justitie van de verzoekende Staat aan het Ministerie van Justitie van de aangezochte Staat te worden gericht.

2.

De aangezochte Staat dient op dezelfde wijze en op de kortst mogelijke termijn aan de verzoekende Staat zijn beslissing kenbaar te maken het verzoek in te willigen of af te wijzen.

3.

Krachtens bijzondere overeenkomsten of, zelfs zonder dergelijke overeenkomsten in geval van spoed, kunnen verzoeken om tenuitvoerlegging en de daarop betrekking hebbende stukken, evenals de antwoorden van de aangezochte Staat rechtstreeks tussen de rechterlijke autoriteiten van de verzoekende en van de aangezochte Staat worden uitgewisseld.

4.

Evenzo kunnen in geval van spoed en krachtens bijzondere overeenkomsten verzoeken om tenuitvoerlegging, de daarop betrekking hebbende stukken en de antwoorden van de aangezochte Staat langs elke geschikte weg welke een schriftelijk stuk oplevert, worden gedaan, met inbegrip van de telefax.

5.

In de gevallen voorzien in de leden 3 en 4 van dit artikel wordt onverwijld een afschrift van de daarin genoemde stukken toegezonden aan het Ministerie van Justitie van de aangezochte Staat, tenzij deze heeft verklaard een dergelijke toezending niet nodig te achten.

6.

De in de voorgaande leden genoemde wijzen van toezending sluiten de diplomatieke weg niet uit.

Artikel 7. Documentatie

1.

Indien de tenuitvoerlegging wordt verzocht door de Staat van veroordeling, dient het verzoek vergezeld te gaan van:

2.

In alle gevallen dient het verzoek vergezeld te gaan van inlichtingen die de aangezochte Staat in staat stellen een beslissing te nemen over het al of niet aanvaarden van de overdracht van de tenuitvoerlegging van de veroordeling.

3.

De Staat van tenuitvoerlegging kan, met het oog op het doen van een verzoek om tenuitvoerlegging, verzoeken een of meer van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde stukken toe te zenden.

4.

Indien de aangezochte Staat van oordeel is dat de door de verzoekende Staat verstrekte inlichtingen onvoldoende zijn om hem in staat te stellen aan dit Verdrag toepassing te geven, verzoekt deze om de noodzakelijke aanvullende inlichtingen.

Artikel 8. Bepaling van de vrijheidsstraf

1.

Indien de overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot een vrijheidsstraf is aanvaard, dienen de bevoegde autoriteiten van de Staat van tenuitvoerlegging:

2.

De Staat van tenuitvoerlegging deelt desgevraagd de Staat van veroordeling mede welke van deze procedures door hem zal worden gevolgd.

3.

Elke Lid-Staat kan bij de ondertekening van dit Verdrag of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding door middel van een verklaring aangeven dat hij voornemens is de toepassing van een der in lid 1, onder a) en b), van dit artikel voorziene procedures in zijn betrekkingen met de andere Partijen uit te sluiten.

4.

Indien de Staat van tenuitvoerlegging de in lid 1, onder a), van dit artikel voorziene procedure toepast, is hij gebonden aan het rechtskarakter en de duur van de in de Staat van veroordeling uitgesproken straf. Indien deze straf evenwel naar aard en duur onverenigbaar is met de wet van de Staat van tenuitvoerlegging, of indien de wet van die Staat zulks vereist, kan die Staat, door middel van een rechterlijke of administratieve beschikking, de straf aanpassen aan de straf die door zijn eigen wet voor een soortgelijk strafbaar feit is voorgeschreven. Wat de aard betreft, zal de straf zoveel mogelijk overeenstemmen met die welke door de ten uitvoer te leggen veroordeling is opgelegd. De door de Staat van veroordeling opgelegde straf zal hierdoor naar aard en duur niet worden verzwaard en evenmin zal het door de wet van de Staat van tenuitvoerlegging voor hetzelfde feit voorgeschreven maximum hierdoor worden overschreden.

5.

Indien de Staat van tenuitvoerlegging de procedure voorzien in lid 1, onder b), van dit artikel toepast:

6.

Elke Lid-Staat kan bij gelegenheid van de ondertekening van dit Verdrag of van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding in een verklaring aangeven, dat hij de toepassing van de procedure van omzetting, bedoeld in lid 5, onder b), van dit artikel, aanvaardt voor vrijheidsstraffen van een nadere bepaalde duur, welke minder bedraagt dan zes maanden.

De andere Lid-Staten kunnen de regel van wederkerigheid toepassen.

Artikel 9. Bepalingen van de geleidelijke straf of sanctie

1.

Indien de overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot een geldelijke straf of sanctie is aanvaard, dienen de bevoegde autoriteiten van de Staat van tenuitvoerlegging, eventueel krachtens een rechterlijke of administratieve beschikking, het bedrag van de straf of sanctie uit te drukken in de valuta van die Staat met toepassing van de op het ogenblik waarop de beslissing wordt genomen geldende wisselkoers. In het geval waarin in de Staat van tenuitvoerlegging voor hetzelfde feit een straf of sanctie van een andere, zwaardere aard is voorzien, handhaven de bevoegde autoriteiten van die Staat; het bedrag van de geldelijke straf of sanctie die in de Staat van veroordeling is uitgesproken.

2.

Krachtens bilaterale afspraken kan de Staat van tenuitvoerlegging, die niet in staat is om aan het verzoek om. tenuitvoerlegging gevolg te geven omdat het betrekking heeft op een rechtspersoon, zich bereid verklaren om met toepassing van zijn bepalingen van burgerlijk procesrecht inzake de tenuitvoerlegging, over te gaan tot invordering en verhaal van het bedrag van de geldelijke straf of sanctie uitgesproken in de Staat van veroordeling.

Artikel 10. Voorlopige maatregelen

Zodra de Staat van veroordeling de overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot een vrijheidsstraf heeft gevraagd of aanvaard, kan de Staat van tenuitvoerlegging de veroordeelde aanhouden of andere voorlopige maatregelen nemen, indien:

Artikel 11. De op de tenuitvoerlegging toepasselijke wet

1.

De tenuitvoerlegging van de veroordeling na de overdracht wordt beheerst door de wet van de Staat van tenuitvoerlegging en deze Staat is bij uitsluiting bevoegd de procedures betreffende de tenuitvoerlegging en alle daarop betrekking hebbende maatregelen te bepalen.

2.

Delen van de straf of sanctie die op enigerlei wijze reeds in de Staat van veroordeling zijn tenuitvoergelegd worden ten behoeve van de tenuitvoerlegging in de Staat van tenuitvoerlegging in mindering gebracht.

Artikel 12. Vervangende hechtenis

Indien een geldelijke straf of sanctie geheel of gedeeltelijk niet kan worden tenuitvoergelegd, kan een vervangende vrijheidssanctie worden toegepast door de bevoegde autoriteiten van de Staat van tenuitvoerlegging indien de wetten van beide Staten daarin voor dergelijke gevallen voorzien, tenzij de Staat van veroordeling zulks uitdrukkelijk heeft uitgesloten.

Artikel 13. Amnestie, gratie, strafvermindering, herziening

1.

Elk van beide betrokken Lid-Staten kan amnestie, gratie of vermindering van de straf of sanctie verlenen.

2.

Slechts de Staat van veroordeling heeft het recht te beslissen op een verzoek tot herziening van de rechterlijke beslissing.

Artikel 14. Beëindiging van de tenuitvoerlegging

De Staat van tenuitvoerlegging dient de tenuitvoerlegging van de veroordeling te beëindigen, zodra hij door de Staat van veroordeling in kennis is gesteld van enige beslissing of maatregel ten gevolge waarvan de veroordeling niet meer voor tenuitvoerlegging vatbaar is.

Artikel 15. Bestemming van de gelden afkomstig van de tenuitvoerlegging van geldelijke straffen en sancties

De gelden verkregen uit de tenuitvoerlegging van geldelijke straffen en sancties vallen toe aan de Staat van tenuitvoerlegging, tenzij anders overeengekomen tussen die Staat en de Staat van veroordeling.

Artikel 16. Inlichtingen

De Staat van tenuitvoerlegging geeft bericht aan de Staat van veroordeling:

Artikel 17. Gevolgen van de overdracht voor de Staat van veroordeling

1.

De Staat van veroordeling mag niet verder gaan met de tenuitvoerlegging van de veroordeling zodra hij met de Staat van tenuitvoerlegging tot overeenstemming is gekomen over de overdracht van de tenuitvoerlegging. Indien de veroordeelde evenwel ontvlucht, komt het recht tot tenuitvoerlegging weer aan de Staat van veroordeling toe, tenzij anders is overeengekomen tussen die Staat en de Staat van tenuitvoerlegging.

2.

In geval van de overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot een geldelijke straf of sanctie komt het recht tot tenuitvoerlegging van de veroordeling, ook ten behoeve van de omzetting van de geldelijke straf of sanctie in een vrijheidsbenemende sanctie, weer aan de Staat van veroordeling toe, zodra deze van de Staat van tenuitvoerlegging bericht ontvangt dat de geldelijke straf geheel of gedeeltelijk niet is tenuitvoergelegd en dat hij niet in staat is een vervangende sanctie als bedoeld in artikel 12 toe te passen.

Artikel 18. Taal

De over te leggen stukken worden opgesteld in de officiële taal of één der officiële talen van de Staat van veroordeling. Elke Lid-Staat kan bij de ondertekening van dit Verdrag of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, door middel van een verklaring zich het recht voorbehouden te verlangen dat de in artikel 7 genoemde relevante stukken worden vertaald in zijn officiële taal of in één van zijn officiële talen. De andere Lid-Staten kunnen de regel van wederkerigheid toepassen.

Artikel 19. Kosten

De Lid-Staten zien over en weer af van de terugvordering van kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit Verdrag.

Artikel 20. Verhouding tot het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gesloten te 's-Gravenhage op 28 mei 1970

In de verhoudingen tussen Lid-Staten die Partij zijn bij het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gesloten te 's-Gravenhage op 28 mei 1970, is het onderhavige Verdrag slechts van toepassing voor zover dit de bepalingen van dat Verdrag aanvult of de toepassing van de daarin vervatte beginselen vergemakkelijkt.

Artikel 21. Ondertekening en inwerkingtreding

1.

Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de Lid-Staten. Het is onderworpen aan bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring. Akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden.

2.

Dit Verdrag treedt in werking negentig dagen na de datum van nederlegging van de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door alle Staten die lid zijn van de Europese Gemeenschappen op het tijdstip waarop het voor ondertekening is opengesteld.

3.

Hangende de inwerkingtreding van dit Verdrag kan iedere Lid-Staat, bij gelegenheid van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring of op enig tijdstip nadien het Verdrag toepasselijk verklaren in zijn verhoudingen tot andere Lid-Staten die een soortgelijke verklaring hebben afgelegd, negentig dagen na de datum van nederlegging van eerstbedoelde verklaring.

4.

Een Lid-Staat die geen verklaring heeft afgelegd kan het Verdrag toepassen met andere verdragsluitende Lid-Staten op de grondslag van bilaterale overeenkomsten.

5.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden stelt alle Lid-Staten van iedere ondertekening, nederlegging van akten of verklaringen schriftelijk in kennis.

Artikel 22. Toetreding

Dit Verdrag staat open voor toetreding door elke Staat die lid wordt van de Europese Gemeenschappen. De akten van toetreding worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden. Dit Verdrag treedt in werking ten opzichte van elke toetredende Staat negentig dagen na de datum van nederlegging van zijn akte van toetreding. In geval dit Verdrag nog niet in werking is getreden op het tijdstip van nederlegging van de akte van toetreding, zijn de bepalingen van artikel 21, leden 3 en 4, van toepassing op toetredende Lid-Staten; dit Verdrag treedt te hunnen aanzien in werking op het tijdstip van inwerkingtreding voorzien in lid 2 van artikel 21.

GEDAAN te Brussel op dertien november negentienhonderd een-en-negentig in de Deense, de Nederlandse, de Engelse, de Franse, de Duitse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde alle talen gelijkelijk authentiek, in één enkel exemplaar dat zal worden nedergelegd in de archieven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)