Verdrag van de Wereld Meteorologische Organisatie

Type Verdrag
Publication 2007-06-01
State In force
Source BWB
artikelen 35
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de noodzaak van duurzame ontwikkeling, terugdringing van het aantal dodelijke slachtoffers en de materiële schade ten gevolge van natuurrampen en andere catastrofale gebeurtenissen die verband houden met weer, klimaat en water, alsmede het veiligstellen van het milieu en het wereldomvattende klimaat voor de huidige en toekomstige generaties,

Het belang onderkennend van een geïntegreerd internationaal systeem voor het bestuderen, verzamelen, verwerken en verspreiden van meteorologische, hydrologische en daarmee verband houdende gegevens en producten,

Opnieuw het grote belang bevestigend van het doel van nationale meteorologische, hydrometeorologische en hydrologische diensten bij het waarnemen en doorgronden van weer en klimaat en bij het verlenen van meteorologische, hydrologische en daarmee verband houdende diensten ter ondersteuning van relevante nationale behoeften die de volgende terreinen zou moeten omvatten:

bescherming van leven, have en goed,

bescherming van het milieu,

bijdragen aan duurzame ontwikkeling,

bevorderen van het doen van langetermijnwaarnemingen en het verzamelen van meteorologische, hydrologische en klimatologische gegevens, met inbegrip van daarmee verband houdende milieugegevens,

bevorderen van nationale capaciteitsopbouw,

voldoen aan internationale verplichtingen,

bijdragen aan internationale samenwerking.

Voorts erkennend dat de Leden moeten samenwerken ten behoeve van de coördinatie, standaardisatie en de verbetering en de bevordering van de efficiëntie bij de onderlinge uitwisseling van meteorologische, klimatologische, hydrologische en daarmee verband houdende informatie ter ondersteuning van menselijke activiteiten,

Overwegend dat meteorologie het best op internationaal niveau door één verantwoordelijke internationale organisatie kan worden gecoördineerd,

Voorts gelet op de behoefte aan nauwe samenwerking met andere internationale organisaties die eveneens actief zijn op het gebied van hydrologie, klimaat en milieu,

Komen de Verdragsluitende Staten overeen omtrent het navolgende Verdrag:

De Engelse tekst van het Verdrag is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1951/236. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1951/236. Het Verdrag is in werking getreden op 12 oktober 1951, zie Trb. 1951/141. Het Verdrag is gewijzigd volgens Trb. 1961/51, Trb. 1964/110, Trb. 1967/193, Trb. 1975/129, Trb. 1980/120 en Trb. 1995/258.

Het Verdrag is oorspronkelijk door Trb. 1951/141 in werking getreden op 12 november 1951.

DEEL I. OPRICHTING

Artikel 1

De Wereld Meteorologische Organisatie (hierna te noemen „de Organisatie”) wordt hierbij opgericht.

DEEL II

Artikel 2. Doeleinden

De Organisatie stelt zich ten doel:

DEEL III. LIDMAATSCHAP

Artikel 3. Leden

Overeenkomstig de in dit Verdrag omschreven procedure kan Lid worden van de Organisatie:

Elk verzoek tot lidmaatschap van de Organisatie vermeldt overeenkomstig welke paragraaf van dit artikel het lidmaatschap wordt gevraagd.

DEEL IV. ORGANISATIE

Artikel 4

a. De Organisatie omvat:

b. De Organisatie heeft een Voorzitter en drie Vice-voorzitters, die tevens Voorzitter en Vice-voorzitters zijn van het Congres en van de Uitvoerende Raad.

Artikel 5

De Leden van de Organisatie beslissen over de werkzaamheden en de belangen van de Organisatie.

Schriftelijke stemmingen vinden plaats in overeenstemming met de artikelen 11 en 12 van het Verdrag en met het Algemeen Reglement (hierna te noemen „het Reglement”).

DEEL V. FUNCTIONARISSEN VAN DE ORGANISATIE EN LEDEN VAN DE UITVOERENDE RAAD

Artikel 6

a. De verkiesbaarheid tot de functies van Voorzitter en Vice-voorzitter van de Organisatie, van Voorzitter en Vice-voorzitter van de regionale verbanden en voor lidmaatschap van de Uitvoerende Raad, met inachtneming van artikel 13, c, onder ii, van het Verdrag, moet beperkt worden tot personen die door de Leden van de Organisatie voor de toepassing van dit Verdrag zijn benoemd als directeuren van hun meteorologische of hydrometeorologische diensten, zoals voorzien in het Reglement;

b. Bij de vervulling van hun taak treden de functionarissen van de Organisatie en de leden van de Uitvoerende Raad op als vertegenwoordiger van de Organisatie en niet als vertegenwoordiger van bepaalde Leden daarvan.

DEEL VI. HET CONGRES VAN DE WERELD METEOROLOGISCHE ORGANISATIE

Artikel 7. Samenstelling

a. Het Congres is de algemene vergadering van afgevaardigden die Leden vertegenwoordigen en is als zodanig het hoogste orgaan van de Organisatie;

b. Elk Lid zal een van zijn afgevaardigden, die directeur van zijn meteorologische of hydrometeorologische dienst behoort te zijn, aanwijzen als zijn eerste afgevaardigde bij het Congres;

c. Teneinde de ruimst mogelijke technische vertegenwoordiging te verzekeren, kan elke directeur van een meteorologische of hydrometeorologische dienst of elke andere persoon door de Voorzitter worden uitgenodigd om, in overeenstemming met de bepalingen van het Reglement, aanwezig te zijn bij en deel te nemen aan de besprekingen van het Congres.

Artikel 8. Functies

Naast de functies vervat in de overige artikelen van het Verdrag zijn de primaire functies van het Congres:

Het Congres kan ook alle andere passende maatregelen nemen ter zake van aangelegenheden die de Organisatie betreffen.

Artikel 9. Uitvoering van de beslissingen van het Congres

a. Alle Leden zullen al het mogelijke doen om de beslissingen van het Congres uit te voeren;

b. Indien echter enig Lid het ondoenlijk acht uitvoering te geven aan een vereiste van een door het Congres aangenomen technische resolutie, zal dit Lid aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie mededelen of deze onmogelijkheid tijdelijk dan wel definitief is en de redenen daarvan opgeven.

Artikel 10. Zittingen

a. Het Congres wordt gewoonlijk bijeengeroepen met tussenpozen van vier jaar, op een door de Uitvoerende Raad vast te stellen plaats en datum;

b. Een buitengewoon Congres kan bij beslissing van de Uitvoerende Raad bijeen worden geroepen;

c. Na ontvangst van verzoeken om een buitengewoon Congres van een derde van de Leden van de Organisatie organiseert de Secretaris-Generaal een schriftelijke stemming en indien een gewone meerderheid van de Leden vóór stemt wordt een buitengewoon Congres bijeengeroepen.

Artikel 11. Stemmen

a. Elk Lid heeft één stem tijdens een Congres. Alleen Leden van de Organisatie die Staten zijn (hierna te noemen „Leden die Staten zijn”) zijn gerechtigd te stemmen of mee te beslissen over de volgende onderwerpen:

b. Beslissingen worden genomen met een tweederde meerderheid van de vóór en tegen uitgebrachte stemmen, behoudens bij verkiezingen van personen om in de Organisatie een functie te bekleden, die met gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen plaatshebben. De bepalingen van deze paragraaf zijn echter niet van toepassing op beslissingen, genomen ingevolge de artikelen 3, 10 paragraaf c, 25, 26 en 28 van het Verdrag.

Artikel 12. Quorum

De aanwezigheid van een meerderheid van vertegenwoordigers van de Leden zal vereist zijn om een quorum te vormen voor vergaderingen van het Congres. Voor die vergaderingen van het Congres, waarin beslissingen worden genomen over de onderwerpen genoemd in paragraaf a van artikel 11, is een meerderheid van Leden die Staten zijn vereist om een quorum te vormen.

DEEL VII. DE UITVOERENDE RAAD

Artikel 13. Samenstelling

De Uitvoerende Raad bestaat uit:

Artikel 14. Functies

De Uitvoerende Raad is het uitvoerend orgaan van de Organisatie en legt aan het Congres verantwoording af over de afstemming van de programma’s van de Organisatie en voor de aanwending van de begrotingsmiddelen in overeenstemming met de beslissingen van het Congres.

Naast de functies vervat in de overige artikelen van het Verdrag zijn de primaire functies van de Uitvoerende Raad:

De Uitvoerende Raad kan ook andere functies verrichten die hem worden opgedragen door het Congres of door de Leden gezamenlijk.

Artikel 15. Vergaderingen

a. De Uitvoerende Raad zal ten minste eenmaal per jaar bijeenkomen op een door de Voorzitter van de Organisatie, na overleg met de andere leden van de Raad te bepalen plaats en datum.

b. Buitengewone vergaderingen van de Uitvoerende Raad worden bijeengeroepen volgens de procedures vervat in het Reglement na ontvangst door de Secretaris-Generaal van verzoeken van een meerderheid van de leden van de Uitvoerende Raad. Dergelijke vergaderingen kunnen ook bijeen worden geroepen bij gezamenlijk besluit van de Voorzitter en de drie Vice-voorzitters van de Organisatie.

Artikel 16. Stemmen

a. Beslissingen van de Uitvoerende Raad worden genomen bij tweederde meerderheid van de voor en tegen uitgebrachte stemmen. Elk lid van de Uitvoerende Raad heeft slechts één stem, ook indien hij lid mocht zijn in meer dan één hoedanigheid.

b. In de periode gelegen tussen de vergaderingen kan de Uitvoerende Raad schriftelijk stemmen. Deze stemmingen vinden plaats in overeenstemming met artikel 16, paragraaf a, en artikel 17 van het Verdrag.

Artikel 17. Quorum

De aanwezigheid van tweederde van het aantal leden zal zijn vereist om een quorum te vormen voor vergaderingen van de Uitvoerende Raad.

DEEL VIII. REGIONALE VERBANDEN

Artikel 18

a. De regionale verbanden bestaan uit de Leden van de Organisatie waarvan de netwerken liggen binnen of zich uitstrekken tot in de regio.

b. De Leden van de Organisatie hebben het recht de vergaderingen van de regionale verbanden waartoe zij niet behoren bij te wonen, deel te nemen aan de besprekingen en hun mening kenbaar te maken over kwesties die van invloed zijn op hun eigen meteorologische of hydrometeorologische diensten, maar zij hebben geen stemrecht.

c. De regionale verbanden komen zo vaak bijeen als nodig is. Tijd en plaats van de vergadering worden bepaald door de voorzitters van de regionale verbanden in overleg met de Voorzitter van de Organisatie.

d. De regionale verbanden hebben de volgende functies:

e. Elk regionaal verband kiest zijn eigen voorzitter en vice-voorzitter.

DEEL IX. TECHNISCHE COMMISSIES

Artikel 19

a. Commissies bestaande uit technische deskundigen kunnen door het Congres worden ingesteld om ieder onderwerp, vallende binnen de doelstellingen van de Organisatie, te bestuderen en daaromtrent aanbevelingen te doen aan het Congres en aan de Uitvoerende Raad;

b. Leden van de Organisatie hebben het recht zich te laten vertegenwoordigen in de technische commissies;

c. Elke technische commissie kiest haar eigen voorzitter en vice-voorzitter.

d. De voorzitters van technische commissies kunnen zonder stemrecht deelnemen aan de zittingen van het Congres en aan de vergaderingen van de Uitvoerende Raad.

DEEL X. HET SECRETARIAAT

Artikel 20

Het permanente Secretariaat van de Organisatie bestaat uit een Secretaris-Generaal en het technisch en administratief personeel dat nodig is voor de werkzaamheden van de Organisatie.

Artikel 21

a. De Secretaris-Generaal wordt benoemd door het Congres op door het Congres goed te keuren voorwaarden.

b. Het personeel van het Secretariaat wordt benoemd door de Secretaris-Generaal, met de goedkeuring van de Uitvoerende Raad en in overeenstemming met door het Congres vastgestelde regels.

Artikel 22

a. De Secretaris-Generaal legt verantwoording af aan de Voorzitter van de Organisatie over de technische en administratieve werkzaamheden van het Secretariaat;

b. Bij de vervulling van hun taken mogen de Secretaris-Generaal en het personeel geen instructies vragen of ontvangen van enige andere autoriteit buiten de Organisatie. Zij dienen zich te onthouden van elke handeling die hun status van internationale functionaris zou kunnen schaden. Elk Lid van de Organisatie respecteert het zuiver internationale karakter van de verantwoordelijkheden van de Secretaris-Generaal en het personeel en zal niet trachten hen te beïnvloeden bij de uitoefening van hun verantwoordelijkheden jegens de Organisatie.

DEEL XI. FINANCIEN

Artikel 23

a. Het Congres stelt de maximumuitgaven vast die door de Organisatie kunnen worden gedaan op basis van de begrotingen ingediend door de Secretaris-Generaal na voorafgaande toetsing door en met de aanbevelingen van de Uitvoerende Raad.

b. Het Congres draagt aan de Uitvoerende Raad de bevoegdheden over die nodig zijn om de jaarlijkse uitgaven van de Organisatie, binnen door het Congres vastgestelde grenzen, goed te keuren.

Artikel 24

De uitgaven van de Organisatie worden over de Leden van de Organisatie omgeslagen in door het Congres vastgestelde verhoudingen.

DEEL XII. BETREKKINGEN MET DE VERENIGDE NATIES

Artikel 25

De betrekkingen van de Organisatie met de Verenigde Naties zijn overeenkomstig artikel 57 van het Handvest van de Verenigde Naties. Elke overeenkomst inzake deze betrekkingen dient te worden goedgekeurd door tweederde van de Leden die Staten zijn.

DEEL XIII. BETREKKINGEN MET ANDERE ORGANISATIES

Artikel 26

a. De Organisatie gaat doeltreffende betrekkingen aan en werkt nauw samen met andere intergouvernementele organisaties waarmee dat gewenst is. De Uitvoerende Raad sluit formele overeenkomsten met dergelijke organisaties die door tweederde van de Leden die Staten zijn dienen te worden goedgekeurd, hetzij tijdens het Congres hetzij schriftelijk.

b. De Organisatie kan voor aangelegenheden die binnen haar doelstellingen vallen passende regelingen treffen voor overleg en samenwerking met non-gouvernementele internationale organisaties en, met toestemming van de desbetreffende regering, met gouvernementele en non-gouvernementele nationale organisaties.

c. Behoudens de goedkeuring van tweederde van de Leden die Staten zijn, kan de Organisatie van iedere andere internationale organisatie of instelling, waarvan de doelstelling en werkzaamheden binnen de doelstellingen van de Organisatie vallen, de taken, middelen en verplichtingen overnemen die aan haar kunnen worden overgedragen bij internationale overeenkomst of bij wederzijds aanvaardbare regelingen die zijn aangegaan tussen de bevoegde autoriteiten van de desbetreffende organisaties.

DEEL XIV. RECHTSPOSITIE, VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN

Artikel 27

a. De Organisatie bezit op het grondgebied van elk Lid de rechtsbevoegdheid die nodig is voor het verwezenlijken van haar doelstellingen en voor de uitoefening van haar functies.

c. Op het grondgebied van elk Lid dat Staat is en dat is toegetreden tot het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 21 november 1947, zijn deze rechtsbevoegdheid, voorrechten en immuniteiten zoals omschreven in dat Verdrag.

DEEL XV. WIJZIGINGEN

Artikel 28

a. De tekst van elke voorgestelde wijziging van dit Verdrag wordt door de Secretaris-Generaal tenminste zes maanden voordat deze door het Congres zal worden behandeld toegezonden aan de Leden van de Organisatie.

b. Wijzigingen van dit Verdrag die nieuwe verplichtingen voor de Leden met zich meebrengen dienen te worden goedgekeurd door het Congres in overeenstemming met de bepalingen van artikel 11 van dit Verdrag met een tweederde meerderheid van het aantal stemmen en worden na aanvaarding door tweederde van de Leden die Staten zijn van kracht voor de Leden die de wijziging aanvaarden en daarna voor elk ander Lid zodra het de wijziging heeft aanvaard. Deze wijzigingen worden van kracht voor elk Lid dat niet verantwoordelijk is voor zijn eigen internationale betrekkingen na aanvaarding namens dit Lid door het Lid dat verantwoordelijk is voor de behartiging van zijn internationale betrekkingen.

c. Andere wijzigingen worden van kracht na te zijn goedgekeurd door tweederde van de Leden die Staten zijn.

DEEL XVI. INTERPRETATIE EN GESCHILLEN

Artikel 29

Een kwestie of geschil betreffende de interpretatie of toepassing van dit Verdrag die of dat niet door onderhandelingen of het Congres kan worden beslecht, wordt voorgelegd aan een onafhankelijke arbiter die is benoemd door de Voorzitter van het Internationale Gerechtshof, tenzij de betrokken partijen een andere wijze van beslechting overeenkomen.

DEEL XVII. OPZEGGING

Artikel 30

a. Elk Lid kan zich met een opzegtermijn van 12 maanden uit de Organisatie terugtrekken door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie die onmiddellijk alle Leden van de Organisatie in kennis stelt van deze opzegging.

b. Elk Lid van de Organisatie dat niet verantwoordelijk is voor zijn eigen internationale betrekkingen kan met een opzegtermijn van 12 maanden uit de Organisatie worden teruggetrokken door middel van een schriftelijke kennisgeving door het Lid dat of een andere autoriteit die verantwoordelijk is voor zijn internationale betrekkingen aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie die onmiddellijk alle Leden van de Organisatie in kennis stelt van deze opzegging.

DEEL XVIII. OPSCHORTING

Artikel 31

Indien een Lid zijn financiële verplichtingen jegens de Organisatie of anderszins zijn verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag niet nakomt, kan het Congres bij resolutie de uit het lidmaatschap van de Organisatie voortvloeiende rechten en voorrechten van dat Lid opschorten totdat het aan zijn financiële of andere verplichtingen heeft voldaan.

DEEL XIX. BEKRACHTIGING EN TOETREDING

Artikel 32

Dit Verdrag wordt bekrachtigd door de ondertekenende Staten en de akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die elke ondertekenende en toetredende Staat in kennis stelt van de datum van de nederlegging daarvan.

Artikel 33

Met inachtneming van de bepalingen van artikel 3 van dit Verdrag geschiedt toetreding door de nederlegging van een akte van toetreding bij de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die elk Lid van de Organisatie daarvan in kennis stelt.

Artikel 34

Met inachtneming van de bepalingen van artikel 3 van dit Verdrag:

DEEL XX. INWERKINGTREDING

Artikel 35

Dit Verdrag treedt in werking dertig dagen na de nederlegging van de dertigste akte van bekrachtiging of toetreding. Dit Verdrag treedt voor elke Staat die het na die datum bekrachtigt of ertoe toetreedt in werking dertig dagen na de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding.

Dit Verdrag draagt de datum waarop het is opengesteld voor ondertekening en blijft openstaan voor ondertekening gedurende een tijdvak 120 dagen daarna.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized by their respective governments, have signed the present Convention.

DONE at Washington this eleventh day of October 1947, in the English and French languages, each equally authentic, the original of which shall be deposited in the archives of the Government of the United States of America. The Government of the United States of America shall transmit certified copies thereof to all the signatory and acceding States.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)