Verdrag inzake internationale zakelijke rechten op mobiel materieel

Type Verdrag
Publication 2010-09-01
State In force
Source BWB
artikelen 63
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Partijen bij dit Verdrag,

Zich bewust van de behoefte mobiel materieel met een hoge waarde of van bijzonder economisch belang te verwerven en te gebruiken en de financiering van de verwerving en het gebruik van dit materieel op doelmatige wijze te bevorderen,

Erkennend de voordelen van financiering en leasing tegen onderpand van activa voor dit doel en verlangend dit soort transacties te bevorderen door duidelijke regels vast te stellen waardoor deze transacties worden beheerst,

Indachtig de behoefte te waarborgen dat de zakelijke rechten op dit materieel wereldwijd worden erkend en beschermd,

Verlangend brede wederzijdse economische voordelen voor alle betrokken partijen te verschaffen,

Van mening dat dergelijke regels een weerspiegeling moeten zijn van de grondbeginselen van financiering en leasing tegen onderpand van activa en de voor dit soort transacties benodigde autonomie van partijen moeten bevorderen,

Zich bewust van de behoefte een juridisch kader te scheppen voor internationale zakelijke rechten op dit materieel en te dien einde een internationaal inschrijvingsstelsel in het leven te roepen voor de bescherming van deze zakelijke rechten,

In aanmerking nemend de doeleinden en beginselen vervat in bestaande verdragen met betrekking tot dit materieel,

Zijn de volgende bepalingen overeengekomen:

HOOFDSTUK I. TOEPASSINGSBEREIK EN ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In dit Verdrag worden, behoudens wanneer de context anders vereist, de volgende termen gebruikt met de hieronder omschreven betekenis:

  • a. „overeenkomst”: een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht, een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom of een lease-overeenkomst;
  • b. „cessie”: een contract waarbij, al dan niet tot zekerheid, de cessionaris geassocieerde rechten verwerft met of zonder een overdracht van het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht;
  • c. „geassocieerde rechten”: alle rechten op betaling of andere prestatie door een schuldenaar uit hoofde van een overeenkomst, die worden gedekt door of geassocieerd zijn met de zaak;
  • d. „aanvang van de insolventieprocedure”: het tijdstip waarop de insolventieprocedure krachtens het op de insolventie toepasselijke recht wordt geacht aan te vangen;
  • e. „voorwaardelijke koper”: een koper uit hoofde van een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom;
  • f. „voorwaardelijke verkoper”: een verkoper uit hoofde van een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom;
  • g. „verkoopcontract”: een contract voor de verkoop van een zaak door een verkoper aan een koper dat geen overeenkomst is als omschreven in onderdeel a hierboven;
  • h. „gerecht”: een door een Verdragsluitende Staat ingesteld rechtscollege, administratief rechtscollege of arbitraal scheidsgerecht;
  • i. „schuldeiser”: een nemer van een zakelijk recht uit hoofde van een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht, een voorwaardelijke verkoper uit hoofde van een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom of een verhuurder (lessor) uit hoofde van een lease-overeenkomst;
  • j. „schuldenaar”: een gever van een zakelijk recht uit hoofde van een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht, een voorwaardelijke koper uit hoofde van een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom of een huurder (lessee) uit hoofde van een lease-overeenkomst of een persoon wiens recht op een zaak is belast met een inschrijfbaar buitencontractueel recht of zakelijk recht;
  • k. „curator”: een persoon die bevoegd is een sanering of liquidatie te leiden, met inbegrip van een tijdelijk bevoegde persoon; een curator omvat mede een schuldenaar die niet uit het beheer van zijn goederen is ontzet, indien het op de insolventie toepasselijke recht zulks toestaat;
  • l. „insolventieprocedure”: faillissement, liquidatie of een andere collectieve gerechtelijke of administratieve procedure, met inbegrip van een voorlopige procedure, waarbij de activa en activiteiten van de schuldenaar worden onderworpen aan beheer of toezicht door een gerecht ten behoeve van sanering of liquidatie;
  • m. „belanghebbenden”:
  • i. de schuldenaar;
  • ii. iedere persoon die, tot zekerheid van de nakoming van ieder van de verplichtingen jegens de schuldeiser een borgstelling of betalingsgarantie of een standby letter of credit of andere vorm van kredietverzekering geeft of afgeeft;
  • iii. iedere andere persoon die ten aanzien van de zaak rechten heeft;
  • n. „interne transactie”: een soort transactie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met c waarbij het centrum van de primaire zakelijke rechten van alle partijen bij een dergelijke transactie alsmede de betrokken zaak (zoals nader omschreven in het Protocol) op het tijdstip van het sluiten van het contract zijn gelegen in dezelfde Verdragsluitende Staat en waarbij het door de transactie gevestigde zakelijk recht is ingeschreven in een nationaal register in die Verdragsluitende Staat en deze een verklaring overeenkomstig artikel 50, eerste lid, heeft afgelegd;
  • o. „internationaal zakelijk recht”: een zakelijk recht van een schuldeiser waarop artikel 2 van toepassing is;
  • p. „Internationaal Register”: de internationale inschrijvingsfaciliteiten die zijn ingesteld ten behoeve van dit Verdrag of het Protocol;
  • q. „lease-overeenkomst”: een overeenkomst waarbij een persoon (de verhuurder/lessor) een recht van bezit van of zeggenschap over een zaak (met of zonder koopoptie) verleent aan een andere persoon (de huurder/lessee) tegen betaling van huur of een andere vergoeding;
  • r. „nationaal zakelijk recht”: een zakelijk recht van een schuldeiser ten aanzien van een zaak, gevestigd door middel van een interne transactie waarop een verklaring uit hoofde van artikel 50, eerste lid, van toepassing is;
  • s. „buitencontractueel recht of zakelijk recht”: een recht of zakelijk recht, toegekend ingevolge het recht van een Verdragsluitende Staat die een verklaring uit hoofde van artikel 39 heeft afgelegd, om de nakoming van een verplichting, met inbegrip van een verplichting tegenover een Staat, een orgaan daarvan of een intergouvernementele of private organisatie, te waarborgen;
  • t. „kennisgeving van een nationaal zakelijk recht”: een in het Internationaal Register ingeschreven of nog in te schrijven kennisgeving dat een nationaal zakelijk recht is gevestigd;
  • u. „zaak”: een zaak van een categorie waarop artikel 2 van toepassing is;
  • v. „reeds bestaand recht of zakelijk recht”: elk recht of zakelijk recht ten aanzien van een zaak gevestigd of ontstaan voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag zoals omschreven in artikel 60, tweede lid, onderdeel a;
  • w. „opbrengsten”: geldelijke of andere opbrengsten van een zaak voortvloeiende uit de volledige of gedeeltelijke teloorgang of fysieke vernietiging van de zaak of de volledige of gedeeltelijke inbeslagname, verbeurdverklaring of opeising ervan;
  • x. „toekomstige cessie”: een cessie die men beoogt tot stand te brengen in de toekomst, wanneer zich een bepaalde gebeurtenis voordoet, ongeacht of de gebeurtenis zich met zekerheid zal voordoen;
  • y. „toekomstig internationaal zakelijk recht”: een zakelijk recht dat men als een internationaal zakelijk recht op een zaak beoogt te vestigen of te voorzien in de toekomst, wanneer zich een bepaalde gebeurtenis voordoet (waaronder begrepen de verwerving van een recht op de zaak door de schuldenaar), ongeacht of de gebeurtenis zich met zekerheid zal voordoen;
  • z. „toekomstige verkoop”: een verkoop die men beoogt tot stand te brengen in de toekomst, wanneer zich een bepaalde gebeurtenis voordoet, ongeacht of de gebeurtenis zich met zekerheid zal voordoen;
  • aa. „Protocol”: ten aanzien van alle categorieën zaken en geassocieerde rechten waarop dit Verdrag van toepassing is, het Protocol ten aanzien van een van die categorieën zaken en geassocieerde rechten;
  • bb. „ingeschreven”: ingeschreven in het Internationaal Register overeenkomstig Hoofdstuk V;
  • cc. „ingeschreven zakelijk recht”: een internationaal zakelijk recht, een inschrijfbaar buitencontractueel recht of zakelijk recht of een nationaal zakelijk recht omschreven in een kennisgeving van een nationaal zakelijk recht dat overeenkomstig Hoofdstuk V is ingeschreven;
  • dd. „inschrijfbaar buitencontractueel recht of zakelijk recht”: een buitencontractueel recht of zakelijk recht dat inschrijfbaar is ingevolge een overeenkomstig artikel 40 neergelegde verklaring;
  • ff. „reglement”: krachtens het Protocol door de Toezichthoudende Autoriteit gegeven of goedgekeurd reglement;
  • gg. „verkoop”: een overdracht van de eigendom van een zaak uit hoofde van een verkoopcontract;
  • hh. „zekergestelde verplichting”: een verplichting die is gedekt door een zakelijk recht;
  • ii. „overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht”: een overeenkomst waarbij een gever van een zakelijk recht een nemer van een zakelijk recht een zakelijk recht (met inbegrip van een eigendomsrecht) ten aanzien van een zaak verleent of overeenkomt dit te verlenen, ter verzekering van de nakoming van een bestaande of toekomstige verplichting van de gever van een zakelijk recht of van een derde;
  • jj. „ zakelijk recht”: een zakelijk recht dat wordt gevestigd door een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht;
  • ll. „overeenkomst tot voorbehoud van eigendom”: een overeenkomst tot verkoop van een zaak op voorwaarde dat de eigendom niet overgaat voordat de in de overeenkomst vervatte vereisten zijn vervuld;
  • mm. „niet ingeschreven zakelijk recht”: een contractueel zakelijk recht of buitencontractueel recht of zakelijk recht (anders dan een zakelijk recht waarop artikel 39 van toepassing is) en dat niet is ingeschreven, ongeacht of het krachtens dit Verdrag inschrijfbaar is; en
  • nn. „schriftelijk”: een drager van informatie (met inbegrip van via telecommunicatie verstuurde informatie) in tastbare of andere vorm die bij een latere gelegenheid in tastbare vorm kan worden gereproduceerd en waarin met redelijke middelen de goedkeuring van de informatie door een persoon wordt vermeld.

Artikel 2. Het internationale zakelijk recht

1.

Dit Verdrag regelt de vestiging en rechtsgevolgen van een internationaal zakelijk recht op bepaalde categorieën mobiel materieel en geassocieerde rechten.

2.

Voor de toepassing van dit Verdrag is een internationaal zakelijk recht ten aanzien van mobiel materieel een zakelijk recht, gevestigd overeenkomstig artikel 7, op een voor individualisering vatbare zaak uit een categorie van dergelijke in het derde lid vermelde en in het Protocol aangewezen zaken:

  • a. door de gever van een zakelijk recht krachtens een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht verleend;
  • b. gehouden door een persoon die de voorwaardelijke verkoper is krachtens een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom; of
  • c. gehouden door een persoon die de verhuurder (lessor) is krachtens een lease-overeenkomst.

Een zakelijk recht dat valt onder onderdeel a valt niet eveneens onder de onderdelen b of c.

3.

De in de voorgaande leden bedoelde categorieën zijn:

  • a. vliegtuigcasco’s, vliegtuigmotoren en helikopters;
  • b. rijdend spoorwegmaterieel; en
  • c. ruimteobjecten.
4.

De toepasselijke wet bepaalt of een belang waarop het tweede lid van toepassing is, valt onder onderdeel a, b of c van dat lid.

5.

Een internationaal zakelijk recht ten aanzien van een zaak strekt zich uit tot de opbrengsten van die zaak.

Artikel 3. Toepassingsbereik

1.

Dit Verdrag is van toepassing wanneer, op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst waarbij het internationale zakelijk recht wordt gevestigd of voorzien, de schuldenaar zich in een Verdragsluitende Staat bevindt.

2.

Het feit dat de schuldeiser zich in een niet-Verdragsluitende Staat bevindt, laat de toepasselijkheid van dit Verdrag onverlet.

Artikel 4. Waar de schuldenaar zich bevindt

1.

Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, bevindt de schuldenaar zich in een Verdragsluitende Staat:

  • a. krachtens wiens recht hij is opgericht of gevormd;
  • b. waar hij zijn maatschappelijke of statutaire zetel heeft;
  • c. waar hij zijn bestuurlijk centrum heeft; of
  • d. waar hij zijn plaats van bedrijfsuitoefening heeft.
2.

Een verwijzing in het voorgaande lid, onderdeel d, naar de plaats van bedrijfsuitoefening van de schuldenaar betekent, indien hij meer dan een plaats van bedrijfsuitoefening heeft, zijn voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening of, indien hij geen plaats van bedrijfsuitoefening heeft, zijn gewone verblijfplaats.

Artikel 5. Uitleg en toepasselijk recht

1.

Bij de uitleg van dit Verdrag moeten de in de preambule vervatte doeleinden, de internationale aard en de noodzaak bij de toepassing ervan uniformiteit en voorspelbaarheid te bevorderen, in acht worden genomen.

2.

Vraagstukken met betrekking tot aangelegenheden die door dit Verdrag worden beheerst en die daarin niet uitdrukkelijk worden geregeld, moeten worden opgelost overeenkomstig de algemene beginselen waarop het Verdrag is gebaseerd of, bij gebreke van dergelijke beginselen, overeenkomstig het toepasselijke recht.

3.

Verwijzingen naar het toepasselijke recht zijn verwijzingen naar het interne recht dat toepasselijk is krachtens de regels van internationaal privaatrecht van de Staat van de geadieerde rechter.

4.

Indien een Staat meerdere territoriale eenheden omvat, waarvan elk zijn eigen recht heeft ten aanzien van de voorliggende kwestie, en geen relevante territoriale eenheid is aangewezen, bepaalt het recht van die Staat van welke territoriale eenheid het recht toepasselijk is. Bij gebreke van een dergelijke regel is het recht van de territoriale eenheid waarmee de kwestie het nauwst verband houdt, toepasselijk.

Artikel 6. Verhouding tussen het Verdrag en het Protocol

1.

Dit Verdrag en het Protocol worden gezamenlijk als één akte gelezen en uitgelegd.

2.

Voor zover verschillen bestaan tussen dit Verdrag en het Protocol, is het Protocol doorslaggevend.

HOOFDSTUK II. VESTIGING VAN EEN INTERNATIONAAL ZAKELIJK RECHT

Artikel 7. Vormvereisten

Een zakelijk recht wordt gevestigd als een internationaal zakelijk recht overeenkomstig dit Verdrag indien de overeenkomst waarbij het zakelijk recht wordt gevestigd of in zo’n zakelijk recht wordt voorzien:

  • a. schriftelijk is aangegaan;
  • b. betrekking heeft op een zaak ten aanzien waarvan de gever van het zakelijk recht, voorwaardelijke verkoper of verhuurder (lessor) beschikkingsbevoegd is;
  • c. het mogelijk maakt de zaak overeenkomstig het Protocol te identificeren; en
  • d. in het geval van een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht, het mogelijk maakt de zekergestelde verplichtingen te bepalen, maar zonder de noodzaak een zekergesteld bedrag of maximumbedrag te vermelden.

HOOFDSTUK III. RECHTSMIDDELEN BIJ VERZUIM

Artikel 8. Rechtsmiddelen van de nemer van een zakelijk recht

1.

In het geval van verzuim als bedoeld in artikel 11, kan de nemer van het zakelijk recht, voor zover de gever van het zakelijk recht daar op enig tijdstip mee heeft ingestemd en onder voorbehoud van een eventuele verklaring door een Verdragsluitende Staat ingevolge artikel 54, een of meer van de volgende rechtsmiddelen toepassen:

  • a. tot zekerheid dienende zaken in bezit nemen of zich hierover de zeggenschap toeëigenen;
  • b. zo’n zaak verkopen of in leasing geven;
  • c. het innen of ontvangen van inkomsten of winst voortvloeiend uit het beheer of het gebruik van zo’n zaak.
2.

Ook kan de nemer van het zakelijk recht een rechterlijke machtiging voor of een rechterlijk bevel tot een handeling als bedoeld in het vorige lid verzoeken.

3.

De in het eerste lid, onderdelen a, b en c, en in artikel 13 omschreven rechtsmiddelen worden op een in commercieel opzicht redelijke wijze toegepast. Een rechtsmiddel wordt geacht op een in commercieel opzicht redelijke wijze te zijn toegepast indien het is toegepast in overeenstemming met een bepaling van de overeenkomst tot vestiging van het zakelijk recht, behoudens indien een dergelijk beding kennelijk onredelijk is.

4.

Een nemer van een zakelijk recht die ingevolge het eerste lid voorstelt een zaak te verkopen of in leasing te geven, geeft een redelijke voorafgaande schriftelijke kennisgeving van de voorgestelde verkoop of leasing aan:

  • b. de in artikel 1, onderdeel m, onder iii bedoelde belanghebbenden die aan de nemer van het zakelijk recht binnen een redelijke termijn voorafgaand aan de verkoop of leasing kennisgeving van hun rechten hebben gedaan.
5.

Door de nemer van het zakelijk recht als gevolg van de toepassing van de in het eerste of tweede lid omschreven rechtsmiddelen geïnde of ontvangen bedragen worden in mindering gebracht op het bedrag van de zekergestelde verplichtingen.

6.

Indien de door de nemer van het zakelijk recht als gevolg van de toepassing van de in het eerste of tweede lid omschreven rechtsmiddelen geïnde of ontvangen bedragen het door het zakelijk recht gedekte bedrag alsmede de bij de toepassing van die rechtsmiddelen gemaakte redelijke kosten overschrijden, verdeelt de nemer van het zakelijk recht, tenzij het gerecht anders beveelt, het overschot overeenkomstig hun rang onder de houders van lager gerangschikte zakelijke rechten die zijn ingeschreven of waarvan de nemer van het zakelijk recht kennisgeving is gedaan, en betaalt hij het eventueel resterende saldo aan de gever van het zakelijk recht.

Artikel 9. Toekenning eigendomsrechten van zaak ter nakoming; aflossing

1.

Na het in artikel 11 bedoelde verzuim kunnen de nemer van het zakelijk recht en alle belanghebbenden te allen tijde overeenkomen dat de eigendom van (of elk ander recht van de gever van het zakelijk recht op) zaken die met het zakelijk recht zijn bezwaard, aan de nemer van het zakelijk recht wordt toegekend ter nakoming of ten behoeve van de nakoming van de zekergestelde verplichtingen.

2.

Het gerecht kan op verzoek van de nemer van het zakelijk recht bevelen dat de eigendom van (of elk ander recht van de gever van het zakelijk recht op) zaken die met het zakelijk recht zijn bezwaard, aan de nemer van het zakelijk recht wordt toegekend ter nakoming of ten behoeve van de nakoming van de zekergestelde verplichtingen.

3.

Het gerecht willigt een verzoek ingevolge het voorgaande lid uitsluitend in indien het bedrag van de zekergestelde verplichtingen die via een dergelijke toekenning moeten worden nagekomen, evenredig is met de waarde van de zaak, na verrekening van de eventueel door de nemer van het zakelijk recht aan de belanghebbenden te verrichten betalingen.

4.

Na het in artikel 11 bedoelde verzuim en voor de verkoop van de tot zekerheid dienende zaak of het uitvaardigen van een bevel overeenkomstig het tweede lid, kunnen de gever van het zakelijk recht en belanghebbenden het zakelijk recht te allen tijde opheffen door het volledige zekergestelde bedrag te betalen, onder voorbehoud van een eventuele door de nemer van het zakelijk recht krachtens artikel 8, eerste lid, onderdeel b, toegekende of krachtens artikel 8, tweede lid, toegestane of bevolen leasing. Indien, na een dergelijk verzuim, het zekergestelde bedrag volledig is betaald door een andere belanghebbende dan de schuldenaar, treedt die persoon in de rechten van de nemer van het zakelijk recht.

5.

De eigendom of enig ander recht van de gever van het zakelijk recht dat overgaat bij een verkoop overeenkomstig artikel 8, eerste lid, onderdeel b, of dat overgaat overeenkomstig het eerste of tweede lid van dit artikel, is vrij van elk ander recht waarboven het zakelijk recht van de nemer van het zakelijk recht ingevolge artikel 29 voorrang heeft.

Artikel 10. Rechtsmiddelen van voorwaardelijke verkoper of verhuurder (lessor)

In geval van verzuim bij een overeenkomst tot voorbehoud van eigendom of een lease-overeenkomst als bedoeld in artikel 11, kan de voorwaardelijke verkoper of de verhuurder (lessor), naargelang het geval is:

  • a. onverminderd een verklaring die ingevolge artikel 54 door een Verdragsluitende Staat kan worden afgelegd, de overeenkomst beëindigen en zaken waarop de overeenkomst betrekking heeft in bezit nemen of zich het beheer hierover toeëigenen; of
  • b. een rechterlijke machtiging voor of een rechterlijk bevel tot één van deze handelingen verzoeken.

Artikel 11. Betekenis van verzuim

1.

De schuldenaar en de schuldeiser kunnen te allen tijde schriftelijk overeenkomen welke gebeurtenissen verzuim opleveren of anderszins aanleiding geven tot de in de artikelen 8 tot en met 10 en artikel 13 omschreven rechten en rechtsmiddelen.

2.

Indien de schuldenaar en de schuldeiser daaromtrent niets zijn overeengekomen, wordt voor de toepassing van de artikelen 8 tot en met 10 en artikel 13 onder „verzuim” verstaan, een verzuim dat de schuldeiser wezenlijk onthoudt hetgeen hij op grond van de overeenkomst mag verwachten.

Artikel 12. Aanvullende rechtsmiddelen

Door het toepasselijke recht toegestane aanvullende rechtsmiddelen, met inbegrip van rechtsmiddelen die door de partijen zijn overeengekomen, mogen worden toegepast voor zover deze niet onverenigbaar zijn met de in artikel 15 genoemde dwingende bepalingen van dit Hoofdstuk.

Artikel 13. Redres hangende definitieve vaststelling

1.

Onverminderd verklaringen die hij kan afleggen krachtens artikel 55, draagt een Verdragsluitende Staat er zorg voor dat een schuldeiser die bewijs aanvoert van verzuim door de schuldenaar, in afwachting van de definitieve vaststelling van zijn vordering en voor zover de schuldenaar daar op enig tijdstip mee heeft ingestemd, van een gerecht spoedig redres kan verkrijgen in de vorm van een of meer van de volgende bevelen, naargelang de schuldeiser verzoekt:

  • a. behoud van de zaak en de waarde ervan;
  • b. bezit van, beheer over of bewaring van de zaak;
  • c. immobilisatie van de zaak; en
  • d. het in leasing geven of, behoudens wanneer de onderdelen a tot en met c van toepassing zijn, het beheer van de zaak en van de inkomsten daaruit.
2.

Bij het uitvaardigen van bevelen ingevolge het voorgaande lid kan het gerecht de door hem nodig geachte voorwaarden opleggen ter bescherming van de belanghebbenden voor het geval dat de schuldeiser:

  • a. bij de tenuitvoerlegging van een bevel waarbij redres wordt toegekend, verzuimt een van zijn verplichtingen jegens de schuldenaar krachtens dit Verdrag of het Protocol na te komen; of
  • b. bij de definitieve vaststelling van die vordering er niet in slaagt zijn vordering, geheel of gedeeltelijk, te bewijzen.
3.

Voor de uitvaardiging van een bevel ingevolge het eerste lid kan het gerecht verlangen dat van het verzoek kennisgeving wordt gedaan aan de belanghebbenden.

4.

Niets in dit artikel doet afbreuk aan de toepassing van artikel 8, derde lid, of beperkt de beschikbaarheid van andere dan de in het eerste lid bedoelde vormen van tussentijds redres.

Artikel 14. Procedurele vereisten

Onverminderd artikel 54, tweede lid, wordt een in dit Hoofdstuk voorzien rechtsmiddel toegepast in overeenstemming met de procedure voorgeschreven door het recht van de plaats waar het rechtsmiddel wordt toegepast.

Artikel 15. Derogatie

In hun betrekkingen met elkaar kunnen twee of meer van de in dit Hoofdstuk bedoelde partijen te allen tijde door middel van een schriftelijke overeenkomst van de voorgaande bepalingen van dit Hoofdstuk afwijken, of de rechtsgevolgen ervan wijzigen, met uitzondering van artikel 8, derde tot en met zesde lid, artikel 9, derde en vierde lid, artikel 13, tweede lid, en artikel 14.

HOOFDSTUK IV. HET INTERNATIONALE INSCHRIJVINGSSTELSEL

Artikel 16. Het Internationaal Register

1.

Een Internationaal Register wordt ingesteld voor de inschrijving van:

  • a. internationale zakelijke rechten, toekomstige internationale zakelijke rechten en inschrijfbare buitencontractuele rechten en zakelijke rechten;
  • b. cessies en toekomstige cessies van internationale zakelijke rechten;
  • c. verkrijgingen van internationale zakelijke rechten door middel van een wettelijke of contractuele subrogatie krachtens het toepasselijke recht;
  • d. kennisgevingen van nationale zakelijke rechten; en
  • e. achterstellingen van een van de in de voorgaande onderdelen bedoelde zakelijke rechten of rechten.
2.

Voor verschillende categorieën zaken en geassocieerde rechten kunnen verschillende internationale registers worden ingesteld.

3.

Voor de toepassing van dit Hoofdstuk en Hoofdstuk V omvat de term „inschrijving” mede een wijziging, uitbreiding of doorhaling van een inschrijving.

Artikel 17. De Toezichthoudende Autoriteit en de Bewaarder

1.

Er wordt een Toezichthoudende Autoriteit aangewezen overeenkomstig het Protocol.

2.

De Toezichthoudende Autoriteit:

  • a. stelt het Internationaal Register in of ziet toe op de instelling hiervan;
  • b. stelt de Bewaarder aan en ontheft deze uit zijn functie, behoudens waar in het Protocol anders wordt bepaald;
  • c. ziet erop toe dat de rechten vereist voor de voortgezette effectieve werking van het Internationaal Register in geval van een wisseling van Bewaarder bij de nieuwe Bewaarder berusten of aan hem kunnen worden toegekend;
  • d. draagt, na overleg met de Verdragsluitende Staten, zorg voor het maken of goedkeuren van en toezien op de publicatie van een reglement uit hoofde van het Protocol met betrekking tot de werking van het Internationaal Register;
  • e. stelt administratieve procedures in via welke klachten betreffende de werking van het Internationaal Register aan de Toezichthoudende Autoriteit kunnen worden gericht;
  • f. houdt toezicht op de Bewaarder en op de werking van het Internationaal Register;
  • g. geeft de Bewaarder op diens verzoek de door de Toezichthoudende Autoriteit nodig geachte aansturing;
  • h. bepaalt de structuur van de tarieven die moeten worden berekend voor de diensten en faciliteiten van het Internationaal Register en past deze periodiek aan;
  • i. doet al het nodige om ervoor te zorgen dat er een doelmatig op kennisgevingen gebaseerd elektronisch inschrijvingsstelsel bestaat voor de verwezenlijking van de doelen van dit Verdrag en het Protocol; en
  • j. brengt periodiek verslag uit aan de Verdragsluitende Staten betreffende de vervulling van haar verplichtingen krachtens dit Verdrag en het Protocol.
3.

De Toezichthoudende Autoriteit kan alle voor de uitoefening van haar taken benodigde overeenkomsten sluiten, met inbegrip van een overeenkomst als bedoeld in artikel 27, derde lid.

4.

Aan de Toezichthoudende Autoriteit behoren alle eigendomsrechten van de gegevensbestanden en archieven van het Internationaal Register toe.

5.

De Bewaarder ziet toe op de doelmatige werking van het Internationaal Register en verricht de door dit Verdrag, het Protocol en het reglement aan hem opgedragen taken.

HOOFDSTUK V. ANDERE AANGELEGENHEDEN MET BETREKKING TOT INSCHRIJVING

Artikel 18. Inschrijvingsvereisten

1.

Het Protocol en het reglement omschrijven de vereisten, met inbegrip van de criteria voor de identificatie van de zaak:

  • a. voor het doen van een inschrijving (met inbegrip van een voorziening voor voorafgaande elektronische verzending van de ingevolge artikel 20 vereiste instemming);
  • b. voor het uitvoeren van raadplegingen en het afgeven van de bijbehorende verklaringen, en, onverminderd het voorafgaande,
  • c. voor het waarborgen van de vertrouwelijkheid van informatie en documenten van het Internationaal Register, anders dan informatie en documenten met betrekking tot een inschrijving.
2.

De Bewaarder is niet verplicht na te gaan of een instemming tot inschrijving krachtens artikel 20 daadwerkelijk is gegeven of geldig is.

3.

Wanneer een als toekomstig internationaal zakelijk recht ingeschreven zakelijk recht een internationaal zakelijk recht wordt, is geen verdere inschrijving vereist, mits de informatie betreffende de inschrijving voldoende is voor inschrijving van een internationaal zakelijk recht.

4.

De Bewaarder zorgt ervoor dat inschrijvingen worden ingevoerd in het gegevensbestand van het Internationaal Register en dat deze in chronologische volgorde van ontvangst kunnen worden geraadpleegd; in het bestand wordt de datum en het tijdstip van ontvangst vermeld.

5.

Het Protocol kan erin voorzien dat een Verdragsluitende Staat een of meer organen op zijn grondgebied aanwijst als punt of punten van invoer via welke de voor inschrijving vereiste informatie naar het Internationaal Register moet of kan worden verzonden. Een Verdragsluitende Staat die een dergelijke aanwijzing doet, kan aangeven aan welke vereisten eventueel moet worden voldaan voordat deze informatie naar het Internationaal Register wordt verzonden.

Artikel 19. Geldigheid en tijdstip van inschrijving

1.

Een inschrijving is slechts geldig indien deze wordt gedaan in overeenstemming met artikel 20.

2.

Een inschrijving is, indien deze geldig is, volledig wanneer de vereiste informatie in het gegevensbestand van het Internationaal Register is ingevoerd zodat deze raadpleegbaar is.

3.

Een inschrijving is voor de toepassing van het vorige lid raadpleegbaar op het tijdstip dat:

  • a. het Internationaal Register daaraan een opeenvolgend geordend bestandsnummer heeft toegekend; en
  • b. de informatie betreffende de inschrijving, met inbegrip van het bestandsnummer, bij het Internationaal Register in duurzame vorm is opgeslagen en toegankelijk is.
4.

Indien een zakelijk recht dat eerst als toekomstig internationaal zakelijk recht is ingeschreven een internationaal zakelijk recht wordt, wordt dat internationaal zakelijk recht behandeld als zijnde ingeschreven vanaf het tijdstip van inschrijving van het toekomstig internationaal zakelijk recht, mits de inschrijving nog steeds bestond onmiddellijk voorafgaand aan de vestiging van het internationale zakelijk recht zoals bedoeld in artikel 7.

5.

Het voorgaande lid is, met de noodzakelijke aanpassingen, van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van een toekomstige cessie van een internationaal zakelijk recht.

6.

Een inschrijving is in het gegevensbestand van het Internationaal Register raadpleegbaar overeenkomstig de in het Protocol voorgeschreven criteria.

Artikel 20. Instemming met inschrijving

1.

Een internationaal zakelijk recht, een toekomstig internationaal zakelijk recht of een cessie of toekomstige cessie van een internationaal zakelijk recht kan worden ingeschreven, en deze inschrijving kan voor het verval ervan worden gewijzigd of verlengd, door elke partij met de schriftelijke instemming van de andere partij.

2.

De achterstelling van een internationaal zakelijk recht op een ander internationaal zakelijk recht kan worden ingeschreven door of met de op enig tijdstip te geven schriftelijke instemming van de persoon wiens zakelijk recht is achtergesteld.

3.

Een inschrijving kan worden doorgehaald door of met de schriftelijke instemming van de partij ten gunste waarvan de inschrijving was gedaan.

4.

De verwerving van een internationaal zakelijk recht door middel van wettelijke of contractuele subrogatie kan door de gesubrogeerde worden ingeschreven.

5.

Een inschrijfbaar buitencontractueel recht of zakelijk recht kan door de houder ervan worden ingeschreven.

6.

Een kennisgeving van een nationaal zakelijk recht kan door de houder ervan worden ingeschreven.

Artikel 21. Duur van de inschrijving

De inschrijving van een internationaal zakelijk recht behoudt haar werking totdat de inschrijving wordt doorgehaald of totdat het in de inschrijving vermelde tijdvak verstrijkt.

Artikel 22. Raadplegingen

1.

Iedereen kan, op de door het Protocol en het reglement voorgeschreven wijze, met elektronische middelen het Internationaal Register raadplegen of om raadpleging verzoeken met betrekking tot daarin ingeschreven zakelijke rechten of toekomstige internationale zakelijke rechten.

2.

Bij ontvangst van een verzoek daartoe geeft de Bewaarder, op de door het Protocol en het reglement voorgeschreven wijze, met elektronische middelen een verklaring omtrent raadpleging van het register af met betrekking tot elke zaak:

  • a. waarin alle ingeschreven informatie daaromtrent vermeld staat, tezamen met een aanduiding van de datum en tijd van inschrijving van deze informatie; of
  • b. waarin wordt vermeld dat er geen informatie daaromtrent in het Internationaal Register aanwezig is.
3.

In een ingevolge het voorgaande lid afgegeven verklaring wordt vermeld dat de in de informatie betreffende de inschrijving genoemde schuldeiser een internationaal zakelijk recht ten aanzien van de zaak heeft verworven of voornemens is te verwerven, maar wordt niet vermeld of hetgeen is ingeschreven een internationaal zakelijk recht of een toekomstig internationaal zakelijk recht is, zelfs al kan dit aan de hand van de relevante informatie betreffende de inschrijving worden vastgesteld.

Artikel 23. Lijst van verklaringen en van buitencontractuele rechten of zakelijke rechten

De Bewaarder houdt een lijst bij van verklaringen, intrekkingen van verklaringen en van de categorieën buitencontractuele rechten of zakelijke rechten waarvan de Depositaris aan de Bewaarder heeft medegedeeld dat deze door Verdragsluitende Staten in overeenstemming met artikel 39 en 40 zijn afgelegd respectievelijk gemeld, en van de datum van elke verklaring, of intrekking van een verklaring. Deze lijst wordt vastgelegd en kan worden geraadpleegd op de naam van de Staat die de verklaring heeft afgelegd en wordt, zoals in het Protocol en in het reglement bepaald, beschikbaar gesteld aan elke persoon die daarom verzoekt.

Artikel 24. Bewijskracht van getuigschriften

Een document in de door het reglement voorgeschreven vorm dat het voorkomen heeft van een door het Internationaal Register afgegeven getuigschrift, vormt een prima facie bewijs:

  • a. dat het aldus is afgegeven; en
  • b. van de daarin vermelde feiten, met inbegrip van de datum en het tijdstip van inschrijving.

Artikel 25. Doorhaling van een inschrijving

1.

Indien de door een ingeschreven zakelijk recht gedekte verplichtingen of de verplichtingen waarop een ingeschreven buitencontractueel recht of zakelijk recht betrekking heeft, zijn nagekomen, of indien de vereisten voor de eigendomsoverdracht op grond van een ingeschreven overeenkomst tot voorbehoud van eigendom zijn vervuld, draagt de nemer van het zakelijk recht, zonder onnodige vertraging, zorg voor de doorhaling van de inschrijving na een schriftelijk verzoek daartoe door de schuldenaar dat is bezorgd of ontvangen op het in de inschrijving genoemde adres van de nemer van het zakelijk recht.

2.

Indien een toekomstig internationaal zakelijk recht of een toekomstige cessie van een internationaal zakelijk recht is ingeschreven, draagt de toekomstige schuldeiser of toekomstige cessionaris, zonder onnodige vertraging, zorg voor de doorhaling van de inschrijving, na een schriftelijk verzoek daartoe door de toekomstige schuldenaar of cedent dat is bezorgd of ontvangen op het in de inschrijving genoemde adres van de toekomstige schuldeiser of cessionaris, voordat de toekomstige schuldeiser of cessionaris een prestatie heeft geleverd of een verplichting is aangegaan om een prestatie te leveren.

3.

Indien de door een nationaal zakelijk recht gedekte verplichtingen die in een ingeschreven kennisgeving van een nationaal zakelijk recht zijn vermeld, zijn nagekomen, draagt de nemer van het zakelijk recht, zonder onnodige vertraging, zorg voor de doorhaling van de inschrijving, na een schriftelijk verzoek daartoe door de schuldenaar dat is bezorgd of ontvangen op het in de inschrijving genoemde adres van de nemer van het zakelijk recht.

4.

Indien een inschrijving niet had moeten worden gedaan of onjuist is, draagt de persoon ten gunste van wie de inschrijving werd gedaan, zonder onnodige vertraging, zorg voor de doorhaling of wijziging ervan, na een schriftelijk verzoek daartoe door de schuldenaar dat is bezorgd of ontvangen op het in de inschrijving genoemde adres van de betrokken persoon.

Artikel 26. Toegang tot de internationale inschrijvingsfaciliteiten

Niemand wordt de toegang ontzegd tot de inschrijvings- en raadplegingsfaciliteiten van het Internationaal Register op andere gronden dan zijn verzuim de in dit Hoofdstuk voorgeschreven procedures na te leven.

HOOFDSTUK VI. VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN VAN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT EN DE BEWAARDER

Artikel 27. Rechtspersoonlijkheid; immuniteit

1.

De Toezichthoudende Autoriteit heeft internationale rechtspersoonlijkheid indien zij deze niet reeds bezit.

2.

De Toezichthoudende Autoriteit en haar leidinggevenden en medewerkers genieten de in het Protocol omschreven immuniteit van gerechtelijke of administratieve vervolging.

  • a. De Toezichthoudende Autoriteit geniet vrijstelling van belastingen en andere voorrechten zoals geregeld in een overeenkomst met de gastland.
  • b. Voor de toepassing van dit lid wordt verstaan onder „gastland”, de Staat waarin de Toezichthoudende Autoriteit is gelegen.
4.

De activa, documenten, gegevensbestanden en archieven van het Internationaal Register zijn onschendbaar en immuun voor beslaglegging of andere gerechtelijke of administratieve vervolging.

5.

Met het oog op vorderingen tegen de Bewaarder op grond van artikel 28, eerste lid, of artikel 44, is de eiser bevoegd toegang te krijgen tot de informatie en documenten die benodigd zijn om het hem mogelijk te maken zijn vordering in te stellen.

6.

De Toezichthoudende Autoriteit kan afstand doen van de uit hoofde van het vierde lid toegekende onschendbaarheid en immuniteit.

HOOFDSTUK VII. AANSPRAKELIJKHEID VAN DE BEWAARDER

Artikel 28. Aansprakelijkheid en financiële waarborgen

1.

De Bewaarder is verplicht tot vergoeding van de door een persoon geleden schade die rechtstreeks voortvloeit uit een fout of verzuim van de Bewaarder en van diens leidinggevenden en medewerkers of uit een gebrekkige werking van het internationale inschrijvingsstelsel, behoudens wanneer de gebrekkige werking is veroorzaakt door een onvermijdelijke en onbedwingbare gebeurtenis, die niet kon worden voorkomen door toepassing van de algemeen gehanteerde beste praktijken op het gebied van ontwerp en werking van elektronische registratiesystemen, met inbegrip van de praktijken met betrekking tot reservebestanden, systeembeveiliging en het werken met een netwerk.

2.

De Bewaarder is ingevolge het voorgaande lid niet aansprakelijk voor feitelijke onjuistheden van informatie betreffende de inschrijving die door de Bewaarder wordt ontvangen of door de Bewaarder wordt verzonden in de vorm waarin hij die informatie heeft ontvangen, noch voor feiten of omstandigheden waarvoor de Bewaarder en zijn leidinggevenden en medewerkers niet verantwoordelijk zijn en die zich voordoen voor de ontvangst van informatie betreffende de inschrijving bij het Internationaal Register.

3.

De schadevergoeding uit hoofde van het eerste lid kan worden verminderd voor zover de persoon die de schade heeft geleden deze schade heeft veroorzaakt of daartoe heeft bijgedragen.

4.

De Bewaarder draagt zorg voor een verzekering of financiële waarborg ter dekking van de in dit artikel bedoelde aansprakelijkheid in de mate die door de Toezichthoudende Autoriteit in overeenstemming met het Protocol wordt vastgesteld.

HOOFDSTUK VIII. RECHTSGEVOLGEN VAN EEN INTERNATIONAAL ZAKELIJK RECHT TEN AANZIEN VAN DERDEN

Artikel 29. Voorrang van concurrerende zakelijke rechten

1.

Een ingeschreven zakelijk recht heeft voorrang boven elke ander, later ingeschreven zakelijk recht en boven een niet ingeschreven zakelijk recht.

2.

De voorrang van het eerstgenoemde zakelijk recht uit hoofde van het vorige lid is van toepassing:

  • a. zelfs indien het eerstgenoemde zakelijk recht was verworven of ingeschreven met kennis van het andere zakelijk recht; en
  • b. zelfs ten aanzien van de door de houder van het eerstgenoemde zakelijk recht met die kennis geleverde prestatie.
3.

De koper van een zaak verwerft zijn zakelijk recht daarop:

  • a. bezwaard met een op het tijdstip van verwerving ingeschreven zakelijk recht; en
  • b. vrij van een op dat tijdstip niet ingeschreven zakelijk recht, zelfs indien hij dat zakelijk recht kende.
4.

De voorwaardelijke koper of huurder (lessee) verwerft zijn zakelijk recht in of recht op die zaak:

  • a. bezwaard met een zakelijk recht, dat is ingeschreven voorafgaand aan de inschrijving van het door zijn voorwaardelijke verkoper of verhuurder (lessor) gehouden internationale zakelijk recht; en
  • b. vrij van een op dat tijdstip niet aldus ingeschreven zakelijk recht, zelfs indien hij dat zakelijk recht kende.
5.

De voorrang van concurrerende zakelijke rechten of rechten ingevolge dit artikel kan bij overeenkomst tussen de houders van die zakelijke rechten worden gewijzigd, maar een verkrijger van een achtergesteld zakelijk recht is niet gebonden aan een overeenkomst tot achterstelling van dat zakelijk recht, tenzij op het tijdstip van de cessie met betrekking tot die overeenkomst een achterstelling was ingeschreven.

6.

De in dit artikel aan een zakelijk recht gegeven voorrang op een zaak strekt zich uit tot opbrengsten.

7.

Dit Verdrag:

  • a. doet geen afbreuk aan de rechten van een persoon op een onderdeel, anders dan een zaak, gehouden voorafgaand aan de installatie daarvan op een zaak indien die rechten krachtens het toepasselijke recht na de installatie blijven bestaan; en
  • b. belet niet de vestiging van rechten op een onderdeel, anders dan een zaak, dat eerder op een zaak geïnstalleerd is geweest, indien die rechten krachtens het toepasselijke recht zijn gevestigd.

Artikel 30. Rechtsgevolgen van insolventie

1.

Een internationaal zakelijk recht kan worden ingeroepen in een insolventieprocedure tegen de schuldenaar indien dat zakelijk recht voorafgaand aan de aanvang van de insolventieprocedure overeenkomstig dit Verdrag was ingeschreven.

2.

Niets in dit artikel doet afbreuk aan de inroepbaarheid van een internationaal zakelijk recht in de insolventieprocedure wanneer dat zakelijk recht kan worden ingeroepen krachtens het toepasselijke recht.

3.

Niets in dit artikel doet afbreuk aan:

  • a. op een insolventieprocedure toepasselijke rechtsregels met betrekking tot de vernietiging van een transactie die voorrang of een overdracht tot stand brengt met benadeling van schuldeisers; of
  • b. procedureregels met betrekking tot de uitoefening van de eigendomsrechten die onder het beheer of het toezicht van de curator staan.

HOOFDSTUK IX. CESSIE VAN GEASSOCIEERDE RECHTEN EN INTERNATIONALE ZAKELIJKE RECHTEN; RECHT VAN SUBROGATIE

Artikel 31. Rechtsgevolgen van cessie

1.

Behoudens wanneer anders door de partijen is overeengekomen, doet een in overeenstemming met artikel 32 verrichte cessie van geassocieerde rechten tevens aan de cessionaris overgaan:

  • a. het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht; en
  • b. alle zakelijke rechten van de cedent en zijn rang ingevolge dit Verdrag.
2.

Niets in dit Verdrag belet een gedeeltelijke cessie van de geassocieerde rechten van de cedent. In geval van een dergelijke gedeeltelijke cessie kunnen de cedent en cessionaris afspraken maken ten aanzien van hun respectieve rechten betreffende het internationale zakelijk recht dat ingevolge het voorgaande lid is overgegaan, maar niet zodanig dat de schuldenaar zonder zijn instemming wordt benadeeld.

3.

Onverminderd het bepaalde in het vierde lid, bepaalt het toepasselijke recht welke verweermiddelen en bevoegdheden tot verrekening de schuldenaar tegen de cessionaris kan inroepen.

4.

De schuldenaar kan te allen tijde door middel van een schriftelijke overeenkomst afstand doen van het geheel of een deel van de in het voorgaande lid bedoelde verweermiddelen en bevoegdheden tot verrekening, met uitzondering van verweermiddelen die betrekking hebben op frauduleuze handelingen van de cessionaris.

5.

In geval van een cessie tot zekerheid worden de gecedeerde geassocieerde rechten, voor zover deze nog bestaan, door de cedent herkregen wanneer de door de cessie zekergestelde verplichtingen zijn nagekomen.

Artikel 32. Vormvereisten voor cessie

1.

De cessie van geassocieerde rechten doet het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht uitsluitend overgaan indien de cessie:

  • a. schriftelijk is tot stand gekomen;
  • b. het mogelijk maakt de geassocieerde rechten volgens het contract waaruit zij voortvloeien, te identificeren; en
  • c. het, in geval van cessie tot zekerheid, mogelijk maakt de door de cessie zekergestelde verplichtingen te bepalen in overeenstemming met het Protocol, maar zonder de noodzaak een zekergesteld bedrag of maximumbedrag te vermelden.
2.

De cessie van een internationaal zakelijk recht dat is gevestigd door of dat is voorzien in een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht is niet geldig, tenzij sommige of alle daaraan gerelateerde geassocieerde rechten eveneens worden gecedeerd.

3.

Dit Verdrag is niet van toepassing op de cessie van geassocieerde rechten die niet de overgang van het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht tot gevolg heeft.

Artikel 33. Verplichtingen van de schuldenaar ten aanzien van de cessionaris

1.

Voor zover de geassocieerde rechten en het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht zijn overgegaan in overeenstemming met de artikelen 31 en 32, is de schuldenaar van die rechten en de door dat zakelijk recht gedekte verplichting door de cessie gebonden en is hij verplicht de cessionaris te betalen of een andere prestatie te leveren, uitsluitend indien:

  • a. aan de schuldenaar schriftelijk kennisgeving is gedaan van de cessie door of met toestemming van de cedent; en
  • b. in de kennisgeving de geassocieerde rechten worden geïdentificeerd.
2.

Betaling of prestatie door de schuldenaar in overeenstemming met het voorgaande lid bevrijdt deze ongeacht andere vormen van bevrijdende betaling of prestatie.

3.

Niets in dit artikel doet afbreuk aan de rang van concurrerende cessies.

Artikel 34. Rechtsmiddelen bij verzuim in geval van cessie tot zekerheid

Bij verzuim door de cedent in geval van cessie tot zekerheid van geassocieerde rechten en het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht, zijn de artikelen 8, 9 en 11 tot en met 14 van toepassing op de betrekkingen tussen de cedent en de cessionaris (en, met betrekking tot geassocieerde rechten, van toepassing voor zover die bepalingen op onlichamelijke goederen kunnen worden toegepast) alsof verwijzingen:

  • a. naar de zekergestelde verplichting en het zakelijk recht verwijzingen waren naar de verplichting die is zekergesteld door de cessie van de geassocieerde rechten en het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht en het door die cessie gevestigde zakelijk recht;
  • b. naar de nemer van het zakelijk recht of schuldeiser en gever van het zakelijk recht of schuldenaar verwijzingen waren naar de cessionaris en de cedent;
  • c. naar de houder van het internationale zakelijk recht verwijzingen waren naar de cessionaris; en
  • d. naar de zaak verwijzingen waren naar de gecedeerde geassocieerde rechten en het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht.

Artikel 35. Rang van concurrerende cessies

1.

Indien sprake is van concurrerende cessies van geassocieerde rechten en ten minste één van de cessies het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht omvat en ingeschreven is, zijn de bepalingen van artikel 29 van toepassing alsof de verwijzingen naar een ingeschreven zakelijk recht verwijzingen waren naar een cessie van de geassocieerde rechten en het daaraan gerelateerde ingeschreven zakelijk recht en alsof verwijzingen naar een ingeschreven of niet ingeschreven zakelijk recht verwijzingen waren naar een ingeschreven of niet ingeschreven cessie.

2.

Artikel 30 is van toepassing op een cessie van geassocieerde rechten alsof de verwijzingen naar een internationaal zakelijk recht verwijzingen waren naar een cessie van de geassocieerde rechten en het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht.

Artikel 36. Rang van de cessionaris ten aanzien van geassocieerde rechten

1.

De cessionaris van geassocieerde rechten en het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht, wiens cessie is ingeschreven, heeft uitsluitend voorrang ingevolge artikel 35, eerste lid, op een andere cessionaris van de geassocieerde rechten:

  • a. indien het contract uit hoofde waarvan de geassocieerde rechten ontstaan, vermeldt dat deze zijn zekergesteld door of zijn geassocieerd met de zaak; en
  • b. voor zover de geassocieerde rechten aan een zaak gerelateerd zijn.
2.

Voor de toepassing van onderdeel b van het voorgaande lid, zijn geassocieerde rechten uitsluitend aan een zaak gerelateerd voor zover zij bestaan uit rechten op betaling of prestatie die betrekking hebben op:

  • a. een som die is vooruitbetaald en gebruikt voor de koop van de zaak;
  • b. een som die is vooruitbetaald en gebruikt voor de koop van een andere zaak ten aanzien waarvan de cedent een ander internationaal zakelijk recht hield, indien de cedent dat zakelijk recht heeft overgedragen aan de cessionaris en de cessie is ingeschreven;
  • c. de voor de zaak te betalen prijs;
  • d. de ten aanzien van de zaak te betalen huursom; of
  • e. andere verplichtingen voortvloeiend uit een transactie als bedoeld in één van de voorgaande onderdelen.
3.

In alle andere gevallen wordt de rang van de concurrerende cessies van de geassocieerde rechten bepaald door het toepasselijke recht.

Artikel 37. Rechtsgevolgen van insolventie van de cedent

De bepalingen van artikel 30 zijn op een insolventieprocedure tegen de cedent van toepassing alsof verwijzingen naar de schuldenaar verwijzingen naar de cedent waren.

Artikel 38. Subrogatie

1.

Onverminderd het tweede lid, doet niets in dit Verdrag afbreuk aan de verwerving van geassocieerde rechten en het daaraan gerelateerde internationale zakelijk recht door wettelijke of contractuele subrogatie krachtens het toepasselijke recht.

2.

De rangorde tussen een zakelijk recht als bedoeld in het voorgaande lid en een concurrerend zakelijk recht kan door een schriftelijke overeenkomst tussen de houders van de respectieve zakelijke rechten worden gewijzigd, maar de cessionaris van een achtergesteld zakelijk recht is niet gebonden door een overeenkomst tot achterstelling van dat zakelijk recht tenzij op het tijdstip van de cessie een achterstelling voortvloeiend uit die overeenkomst was ingeschreven.

HOOFDSTUK X. RECHTEN OF ZAKELIJKE RECHTEN ONDERWORPEN AAN VERKLARINGEN DOOR DE VERDRAGSLUITENDE STATEN

Artikel 39. Rechten die voorrang hebben zonder inschrijving

1.

Een Verdragsluitende Staat kan te allen tijde in een bij de Depositaris van het Protocol neergelegde verklaring, in het algemeen of in het bijzonder, aangeven:

  • a. welke categorieën van buitencontractuele rechten of zakelijke rechten (anders dan de rechten of zakelijke rechten waarop artikel 40 van toepassing is) ingevolge het recht van die Staat voorrang hebben boven een zakelijk recht ten aanzien van een zaak die equivalent is aan die van de houder van een ingeschreven internationaal zakelijk recht en welke categorieën voorrang hebben boven een ingeschreven internationaal zakelijk recht, al dan niet in het kader van een insolventieprocedure; en
  • b. dat niets in dit Verdrag afbreuk doet aan het recht van een Staat, een entiteit van een Staat, intergouvernementele organisatie of andere private leverancier van openbare diensten een zaak krachtens het recht van die Staat in beslag te nemen of achter te houden voor betaling van aan een dergelijke entiteit, organisatie of leverancier verschuldigde bedragen, die rechtstreeks verband houden met die diensten ten aanzien van die zaak of een andere zaak.
2.

Een krachtens het voorgaande lid afgelegde verklaring kan betrekking hebben op categorieën die worden ingesteld na de nederlegging van die verklaring.

3.

Een buitencontractueel recht of buitencontractueel zakelijk recht heeft uitsluitend voorrang boven een internationaal zakelijk recht indien het buitencontractuele recht of het buitencontractuele zakelijk recht van een categorie is die gedekt wordt door een verklaring neergelegd voorafgaand aan de inschrijving van het internationale zakelijk recht.

4.

Niettegenstaande het voorgaande lid kan een Verdragsluitende Staat, op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van, of toetreding tot het Protocol verklaren dat een recht of zakelijk recht van een categorie gedekt door een verklaring afgelegd ingevolge het eerste lid, onderdeel a, voorrang heeft boven een internationaal zakelijk recht dat is ingeschreven voorafgaand aan de datum van een dergelijke bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

Artikel 40. Inschrijfbare buitencontractuele rechten of zakelijke rechten

Een Verdragsluitende Staat kan te allen tijde in een bij de Depositaris van het Protocol neergelegde verklaring de categorieën buitencontractuele rechten of zakelijke rechten vermelden die krachtens dit Verdrag inschrijfbaar zijn ten aanzien van alle categorieën zaken als ware het recht of het zakelijk recht een internationaal zakelijk recht, en die als zodanig zullen worden behandeld. Een dergelijke verklaring kan van tijd tot tijd worden gewijzigd.

HOOFDSTUK XI. TOEPASSING VAN HET VERDRAG OP VERKOPEN

Artikel 41. Verkoop en toekomstige verkoop

Dit Verdrag is van toepassing op de verkoop of toekomstige verkoop van zaken zoals geregeld in het Protocol en de eventuele wijzigingen daarin.

HOOFDSTUK XII. BEVOEGDHEID

Artikel 42. Keuze van de bevoegde rechter

1.

Onverminderd de artikelen 43 en 44 zijn de gerechten van een Verdragsluitende Staat die door de partijen bij een transactie zijn gekozen bevoegd ten aanzien van uit hoofde van dit Verdrag ingestelde vorderingen, ongeacht of er een connectie bestaat tussen de gekozen rechter en de partijen of de transactie. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.

2.

Een dergelijke overeenkomst is schriftelijk of anderszins gesloten in overeenstemming met de vormvereisten van het recht van de gekozen rechter.

Artikel 43. Jurisdictie ingevolge artikel 13

1.

De gerechten van een Verdragsluitende Staat die door de partijen zijn gekozen en de gerechten van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de zaak is gelegen, zijn bevoegd om ten aanzien van die zaak redres toe te kennen krachtens artikel 13, eerste lid, onderdeel a, b en c, en artikel 13, vierde lid.

2.

De bevoegdheid om redres krachtens artikel 13, eerste lid, onderdeel d, of ander voorlopig redres uit hoofde van artikel 13, vierde lid, toe te kennen, kan worden uitgeoefend door:

  • a. de door de partijen gekozen gerechten; of
  • b. de gerechten van een Verdragsluitende Staat op wiens grondgebied de schuldenaar zich bevindt, indien het redres ingevolge de bewoordingen van het bevel dat het redres toekent, uitsluitend uitvoerbaar is op het grondgebied van die Verdragsluitende Staat.
3.

Een gerecht is zelfs bevoegd uit hoofde van de voorgaande leden indien de definitieve vaststelling van de in artikel 13, eerste lid, bedoelde vordering door een gerecht van een andere Verdragsluitende Staat of door middel van arbitrage zal of kan plaatsvinden.

Artikel 44. Bevoegdheid om bevelen uit te vaardigen tegen de Bewaarder

1.

De gerechten van de plaats waar de Bewaarder zijn bestuurlijk centrum heeft, hebben exclusieve bevoegdheid om de Bewaarder tot schadevergoeding te veroordelen of bevelen tegen hem uit te vaardigen.

2.

Indien een persoon verzuimt te voldoen aan een krachtens artikel 25 gedaan verzoek en die persoon niet langer bestaat of niet kan worden gevonden met het oogmerk het mogelijk te maken een bevel tegen hem uit te vaardigen waarin van hem wordt verlangd zorg te dragen voor de doorhaling van de inschrijving, hebben de in het voorgaande lid bedoelde gerechten exclusieve bevoegdheid, op verzoek van de schuldenaar of toekomstige schuldenaar, een bevel tegen de Bewaarder uit te vaardigen waarin van hem wordt verlangd de inschrijving door te halen.

3.

Indien een persoon verzuimt gevolg te geven aan een bevel van een gerecht waaraan krachtens dit Verdrag bevoegdheid toekomt of, in het geval van een nationaal zakelijk recht, een bevel van een bevoegd gerecht dat verlangt dat die persoon zorg draagt voor de wijziging of doorhaling van een inschrijving, kunnen de in het eerste lid bedoelde gerechten de Bewaarder opdragen de nodige stappen te nemen om dat bevel ten uitvoer te brengen.

4.

Behoudens waar in de voorgaande leden anders is bepaald, kan geen enkel gerecht bevelen uitvaardigen of veroordelingen of uitspraken doen die tegen de Bewaarder gericht zijn of die tot strekking hebben hem een verplichting op te leggen.

Artikel 45. Bevoegdheid met betrekking tot insolventieprocedures

De bepalingen van dit Hoofdstuk zijn niet van toepassing op insolventieprocedures.

HOOFDSTUK XIII. VERHOUDING TOT ANDERE VERDRAGEN

Artikel 45-bis. Verhouding tot het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de cessie van vorderingen in de internationale handel

Dit Verdrag heeft voorrang boven het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de cessie van vorderingen in de internationale handel, opengesteld voor ondertekening te New York op 12 december 2001, voorzover dit betrekking heeft op de cessie van vorderingen die aan internationale zakelijke rechten op luchtvaartuigen, rijdend spoorwegmaterieel en ruimteobjecten gerelateerde geassocieerde rechten zijn.

Artikel 46. Verhouding tot het Unidroit-verdrag inzake internationale financiële leasing

In het Protocol kan de verhouding worden bepaald tussen dit Verdrag en het Unidroit-verdrag inzake internationale financiële leasing, ondertekend te Ottawa op 28 mei 1988.

HOOFDSTUK XIV. SLOTBEPALINGEN

Artikel 47. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding

1.

Dit Verdrag staat open voor ondertekening te Kaapstad op 16 november 2001 door Staten die deelnemen aan de Diplomatieke Conferentie voor de aanneming van een Verdrag inzake mobiel materieel en een luchtvaartuig-Protocol, gehouden te Kaapstad van 29 oktober tot en met 16 november 2001. Na 16 november 2001 staat het Verdrag voor alle Staten open voor ondertekening op de Zetel van het Internationaal Instituut voor de Eenmaking van het Privaatrecht (Unidroit) te Rome, totdat het in werking treedt in overeenstemming met artikel 49.

2.

Dit Verdrag is onderworpen aan bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door Staten voor welke het Verdrag is ondertekend.

3.

Staten die dit Verdrag niet ondertekenen kunnen er te allen tijde toe toetreden.

4.

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door de nederlegging van een formele akte daartoe bij de Depositaris.

Artikel 48. Regionale organisaties voor economische integratie

1.

Een regionale organisatie voor economische integratie die door soevereine Staten is ingesteld en bevoegdheid heeft over bepaalde door dit Verdrag beheerste kwesties, kan dit Verdrag eveneens ondertekenen, aanvaarden, goedkeuren of ertoe toetreden. De regionale organisatie voor economische integratie heeft in dat geval de rechten en verplichtingen van een Verdragsluitende Staat, voorzover die organisatie bevoegdheid heeft over zaken die door dit Verdrag worden beheerst. Indien het aantal Verdragsluitende Staten in dit Verdrag van belang is, telt de regionale organisatie voor economische integratie niet als een extra Verdragsluitende Staat naast haar lidstaten die Verdragsluitende Staat zijn.

2.

De regionale organisatie voor economische integratie doet, op het tijdstip van ondertekening, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, de Depositaris kennisgeving van de door dit Verdrag beheerste zaken ten aanzien waarvan haar lidstaten hun bevoegdheid aan die organisatie hebben overgedragen. De regionale organisatie voor economische integratie geeft de Depositaris onverwijld kennis van alle wijzigingen van de in overeenstemming met dit lid in de kennisgeving vermelde verdeling van bevoegdheden, met inbegrip van nieuwe overdrachten van bevoegdheden.

3.

Elke verwijzing in dit Verdrag naar „Verdragsluitende Staat” of „Verdragsluitende Staten” of „Staat die Partij is” of „Staten die Partij zijn” is, indien de context zulks vereist, eveneens van toepassing op een regionale organisatie voor economische integratie.

Artikel 49. Inwerkingtreding

1.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van drie maanden na de datum van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, maar uitsluitend met betrekking tot een categorie zaken waarop het Protocol van toepassing is:

  • b. onder voorbehoud van de in dat Protocol genoemde voorwaarden; en
  • c. tussen Staten die Partij zijn bij dit Verdrag en dat Protocol.
2.

Ten aanzien van andere Staten treedt dit Verdrag in werking op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van drie maanden na de datum van nederlegging van hun akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, maar uitsluitend met betrekking tot een categorie zaken waarop het Protocol van toepassing is en onder voorbehoud, met betrekking tot dat Protocol, van de vereisten van de onderdelen a, b en c van het voorgaande lid.

Artikel 50. Interne transacties

1.

Een Verdragsluitende Staat kan, op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van, of toetreding tot het Protocol, verklaren dat dit Verdrag niet van toepassing is op een interne transactie ten opzichte van die Staat ten aanzien van alle of sommige soorten zaken.

2.

Niettegenstaande het voorgaande lid zijn de bepalingen van artikel 8, vierde lid, artikel 9, eerste lid, artikel 16, hoofdstuk V, artikel 29, en alle bepalingen van dit Verdrag met betrekking tot ingeschreven zakelijke rechten van toepassing op een interne transactie.

3.

Indien een kennisgeving van een nationaal zakelijk recht in het Internationaal Register is ingeschreven, wordt de voorrang die de houder van dat zakelijk recht krachtens artikel 29 heeft niet aangetast door het feit dat een andere persoon een dergelijke zakelijk recht is gaan houden ingevolge cessie of subrogatie krachtens het toepasselijke recht.

Artikel 51. Toekomstige protocollen

1.

De Depositaris kan, in samenwerking met door hem daartoe geschikt geachte niet-gouvernementele organisaties, werkgroepen instellen om de haalbaarheid te beoordelen van uitbreiding van de toepassing van dit Verdrag door middel van een of meer protocollen tot zaken van ongeacht welke categorie mobiel materieel met een hoge waarde, anders dan een categorie als bedoeld in artikel 2, derde lid, waarvan elk exemplaar voor individualisering vatbaar is, en tot de aan deze zaken gerelateerde geassocieerde rechten.

2.

De Depositaris deelt de tekst van het voorontwerp van een Protocol met betrekking tot een categorie zaken dat door een dergelijke werkgroep is voorbereid mede aan alle Staten die Partij zijn bij dit Verdrag, aan alle lidstaten van de Depositaris, aan de lidstaten van de Verenigde Naties die geen lid zijn van de Depositaris en aan de betrokken intergouvernementele organisaties, en nodigt deze Staten en organisaties uit deel te nemen aan intergouvernementele onderhandelingen voor de voltooiing van een ontwerp-Protocol op basis van dat voorontwerp van een Protocol.

3.

De Depositaris deelt de tekst van het voorontwerp van een Protocol dat door een dergelijke werkgroep is voorbereid ook mede aan de door hem daartoe geschikt geachte niet-gouvernementele organisaties. Deze niet-gouvernementele organisaties worden onverwijld uitgenodigd commentaar op de tekst van het voorontwerp van een Protocol bij de Depositaris in te dienen en als waarnemers aan de voorbereiding van een ontwerp-Protocol deel te nemen.

4.

Indien de bevoegde organen van de Depositaris van oordeel zijn dat het ontwerp-Protocol gereed is voor aanneming, roept de Depositaris een diplomatieke conferentie bijeen voor de aanneming ervan.

5.

Zodra een Protocol is aangenomen is dit Verdrag, onder voorbehoud van het zesde lid, van toepassing op de categorie zaken die door het Protocol wordt bestreken.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)