Multilaterale Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, de Republiek Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Republiek Bulgarije, de Republiek Kroatië, de Republiek IJsland, de Republiek Montenegro, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Servië, Roemenië en de Missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo (UNMIK) betreffende de totstandbrenging van een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte
Tegen het einde van de tweede overgangsperiode moet Kroatië deze Overeenkomst toepassen, met inbegrip van alle in bijlage I genoemde wetgeving.
Artikel 3. Overgangsbepalingen
In afwijking van artikel 1, lid 1, van de hoofdovereenkomst wordt het volgende bepaald:
- a. Tijdens de eerste en de tweede overgangsperiode mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in Kroatië onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen elke plaats in Kroatië en elke plaats in een EG-lidstaat.
- b. Tijdens de tweede overgangsperiode:
- i. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in Kroatië de in lid 1, onder a), bedoelde verkeersrechten uitoefenen;
- ii. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in Kroatië en andere geassocieerde partijen en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in een EG-lidstaat aandoet;
- iii. mogen luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in Kroatië onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in verschillende EG-lidstaten en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in Kroatië aandoet.
- c. Tot het einde van de tweede overgangsperiode is het Kroatië of onderdanen van Kroatië niet toegestaan een meerderheidsbelang te hebben in of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over communautaire luchtvaartmaatschappijen, en is het EG-lidstaten of hun onderdanen evenmin toegestaan een meerderheidsbelang te hebben in of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in Kroatië.
In de zin van dit artikel wordt onder „communautaire luchtvaartmaatschappij’’ verstaan een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in een EG-lidstaat, Noorwegen of IJsland.
De artikelen 7 en 8 van de hoofdovereenkomst zijn niet van toepassing tot het einde van de tweede overgangsperiode, onverminderd de verplichting van Kroatië en de Gemeenschap om, vanaf het einde van de eerste overgangsperiode, overeenkomstig de in bijlage I genoemde besluiten exploitatievergunningen te verlenen aan luchtvaartmaatschappijen waarin EG-lidstaten of hun onderdanen een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen, respectievelijk aan luchtvaartmaatschappijen waarin Kroatië of onderdanen van Kroatië een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen.
Artikel 4. Veiligheid van de luchtvaart
Bij het begin van de eerste overgangsperiode wordt Kroatië als waarnemer bij de werkzaamheden van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart betrokken.
Bij het einde van de tweede overgangsperiode bepaalt het bij artikel 18 van de hoofdovereenkomst ingestelde gemengd comité de precieze status van en voorwaarden voor Kroatië met het oog op deelname aan het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart.
Tot het einde van de tweede overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in Kroatië om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke veiligheidsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de veiligheid worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.
Artikel 5. Beveiliging van de luchtvaart
Bij het begin van de tweede overgangsperiode wordt het vertrouwelijke gedeelte van de in bijlage I genoemde wetgeving inzake beveiliging ter beschikking van de bevoegde instantie in Kroatië gesteld.
Tot het einde van de tweede overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in Kroatië om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke beveiligingsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de beveiliging worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.
Artikel 1. Overgangsperiodes
De eerste overgangsperiode loopt van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst totdat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië alle in artikel 2, lid 1, van dit protocol gestelde voorwaarden heeft vervuld en zulks is bevestigd na een door de Europese Gemeenschap uitgevoerde beoordeling.
De tweede overgangsperiode loopt van het einde van de eerste overgangsperiode totdat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië alle in artikel 2, lid 2, van dit protocol gestelde voorwaarden heeft vervuld en zulks is bevestigd na een door de Europese Gemeenschap uitgevoerde beoordeling.
Artikel 2. Voorwaarden voor de overgangsperiodes
Tegen het einde van de eerste overgangsperiode moet de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië
- i. volwaardig lid zijn van de gezamenlijke luchtvaartautoriteiten (Joint Aviation Authorities – JAA) en ernaar streven alle in bijlage I genoemde wetgeving inzake veiligheid van de luchtvaart toe te passen;
- ii. ECAC-document 30 toepassen en ernaar streven alle in bijlage I genoemde wetgeving inzake beveiliging van de luchtvaart toe te passen;
- iii. Verordening (EEG) nr. 3925/91 (betreffende de afschaffing van de controles die van toepassing zijn op handbagage en ruimbagage), Verordening (EEG) nr. 2409/92 (inzake tarieven voor luchtdiensten), Richtlijn 94/56/EEG (inzake het onderzoek van ongevallen), Verordening (EG) nr. 96/67 (betreffende grondafhandeling), Richtlijn 2003/42/EEG (inzake de melding van voorvallen in de burgerluchtvaart), Richtlijn 2000/79/EEG (betreffende de arbeidstijd in de burgerluchtvaart) en Richtlijn 2003/88/EEG (betreffende de arbeidstijd), zoals vermeld in bijlage I, toepassen;
- iv. de verlener van luchtverkeersdiensten scheiden van de nationale regelgevende instantie, een nationale controle-instantie voor luchtverkeersdiensten instellen, een begin maken met de herindeling van zijn luchtruim in een of meer functionele blokken, en een flexibel luchtruimgebruik toepassen;
- v. het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (Verdrag van Montreal) bekrachtigen;
- vi. voldoende voortgang hebben gemaakt met de toepassing van de regels inzake staatssteun en mededinging die zijn opgenomen in een in artikel 14, lid 1, van de hoofdovereenkomst bedoelde overeenkomst, dan wel in bijlage III van deze overeenkomst, afhankelijk van welke van toepassing is.
Tegen het einde van de tweede overgangsperiode moet de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië deze Overeenkomst toepassen, met inbegrip van alle in bijlage I genoemde wetgeving.
Artikel 3. Overgangsbepalingen
In afwijking van artikel 1, lid 1, van deze Overeenkomst wordt het volgende bepaald:
- a. Tijdens de eerste overgangsperiode:
- i. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen elke plaats in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en elke plaats in een EG-lidstaat;
- ii. is het de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië niet toegestaan een meerderheidsbelang te hebben of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over communautaire luchtvaartmaatschappijen, en is het EG-lidstaten of hun onderdanen evenmin toegestaan een meerderheidsbelang te hebben of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.
- b. Tijdens de tweede overgangsperiode:
- i. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de in lid 1, onder a), punt i, bedoelde verkeersrechten uitoefenen;
- ii. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en andere geassocieerde partijen en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in een EG-lidstaat aandoet;
- iii. mogen luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in verschillende EG-lidstaten en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aandoet.
In de zin van dit artikel wordt onder „communautaire luchtvaartmaatschappij’’ verstaan een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in een EG-lidstaat, Noorwegen of IJsland.
De artikelen 7 en 8 van de hoofdovereenkomst zijn niet van toepassing tot het einde van de tweede overgangsperiode, onverminderd de verplichting van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de Gemeenschap om, vanaf het einde van de eerste overgangsperiode, overeenkomstig de in bijlage I genoemde besluiten, exploitatievergunningen te verlenen aan luchtvaartmaatschappijen waarin EG-lidstaten of hun onderdanen een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen, respectievelijk aan luchtvaartmaatschappijen waarin de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen.
Artikel 4. Toepassing van bepaalde wetgeving door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië
In afwijking van artikel 2 van dit protocol moet de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst
- i. het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (Verdrag van Montreal) in de praktijk toepassen;
- ii. erop toezien dat luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in de praktijk voldoen aan Verordening (EG) nr. 261/2004;
- iii. het contract tussen de regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Macedonian Airlines (MAT) beëindigen of in overeenstemming brengen met het Gemeenschapsrecht.
Artikel 5. Veiligheid van de luchtvaart
Bij het begin van de eerste overgangsperiode wordt de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als waarnemer bij de werkzaamheden van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart betrokken.
Bij het einde van de tweede overgangsperiode bepaalt het bij artikel 18 van de hoofdovereenkomst ingestelde gemengd comité de precieze status van en voorwaarden voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië met het oog op deelname aan het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart.
Tot het einde van de tweede overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke veiligheidsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de veiligheid worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.
Artikel 6. Beveiliging van de luchtvaart
Bij het begin van de tweede overgangsperiode wordt het vertrouwelijke gedeelte van de in bijlage I genoemde wetgeving inzake beveiliging ter beschikking van de bevoegde instantie in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gesteld.
Tot het einde van de tweede overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke beveiligingsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de beveiliging worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.
Artikel 1. Overgangsperiodes
De eerste overgangsperiode loopt van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst totdat de Republiek Servië alle in artikel 2, lid 1, van dit protocol gestelde voorwaarden heeft vervuld en zulks is bevestigd na een door de Europese Gemeenschap uitgevoerde beoordeling.
De tweede overgangsperiode loopt van het eind van de eerste overgangsperiode totdat de Republiek Servië alle in artikel 2, lid 2, van dit protocol gestelde voorwaarden heeft vervuld en zulks is bevestigd na een door de Europese Gemeenschap uitgevoerde beoordeling.
Artikel 2. Voorwaarden voor de overgangsperiodes
Tegen het einde van de eerste overgangsperiode moet de Republiek Servië
- i. volwaardig lid zijn van de gezamenlijke luchtvaartautoriteiten (Joint Aviation Authorities – JAA) en ernaar streven alle in bijlage I genoemde wetgeving inzake veiligheid van de luchtvaart toe te passen;
- ii. ECAC-document 30 toepassen en ernaar streven alle in bijlage I genoemde wetgeving inzake beveiliging van de luchtvaart toe te passen;
- iii. Verordening (EEG) nr. 3925/91 (betreffende de afschaffing van de controles die van toepassing zijn op handbagage en ruimbagage), Verordening (EEG) nr. 2409/92 (inzake tarieven voor luchtdiensten), Richtlijn 94/56/EG (inzake het onderzoek van ongevallen), Richtlijn 96/67/EG (betreffende grondafhandeling), Verordening (EG) 2027/97 (betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen), Richtlijn 2003/42/EEG (inzake de melding van voorvallen in de burgerluchtvaart), Verordening 261/2004/EG (inzake instapweigering), Richtlijn 2000/79/EEG (betreffende de arbeidstijd in de burgerluchtvaart) en Richtlijn 2003/88/EEG (betreffende de arbeidstijd), zoals vermeld in bijlage I, toepassen;
- iv. de verlener van luchtverkeersdiensten scheiden van de regelgevende instantie van de Republiek Servië, een nationale controle-instantie voor de Republiek Servië voor luchtverkeersdiensten instellen, een begin maken met de herindeling van het luchtruim van de Republiek Servië in een of meer functionele blokken, en een flexibel luchtruimgebruik toepassen;
- v. het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (Verdrag van Montreal) bekrachtigen;
- vi. voldoende voortgang hebben gemaakt met de toepassing van de regels inzake staatssteun en mededinging die zijn opgenomen in een in artikel 14, lid 1, van de hoofdovereenkomst bedoelde overeenkomst, dan wel in bijlage III van deze overeenkomst, afhankelijk van welke van toepassing is.
Tegen het einde van de tweede overgangsperiode moet de Republiek Servië deze Overeenkomst toepassen, met inbegrip van alle in bijlage I genoemde wetgeving.
Artikel 3. Overgangsbepalingen
In afwijking van artikel 1, lid 1, van de hoofdovereenkomst wordt het volgende bepaald:
- a. Tijdens de eerste overgangsperiode:
- i. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in de Republiek Servië onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen elke plaats in de Republiek Servië en elke plaats in een EG-lidstaat;
- ii. is het de Republiek Servië of onderdanen van de Republiek Servië niet toegestaan een meerderheidsbelang te hebben in of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over communautaire luchtvaartmaatschappijen, en is het EG-lidstaten of hun onderdanen evenmin toegestaan een meerderheidsbelang te hebben in of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in Servië en Montenegro.
- b. Tijdens de tweede overgangsperiode:
- i. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in de Republiek Servië de in lid 1, onder a), punt i, bedoelde verkeersrechten uitoefenen;
- ii. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in de Republiek Servië en andere geassocieerde partijen en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in een EG-lidstaat aandoet;
- iii. mogen luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in de Republiek Servië onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in verschillende EG-lidstaten en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in Servië aandoet.
In de zin van dit artikel wordt onder „communautaire luchtvaartmaatschappij’’ verstaan een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in een EG-lidstaat, Noorwegen of IJsland.
De artikelen 7 en 8 van de hoofdovereenkomst zijn niet van toepassing tot het einde van de tweede overgangsperiode, onverminderd de verplichting van de Republiek Servië en de Gemeenschap om, vanaf het eind van de eerste overgangsperiode, overeenkomstig de in bijlage I genoemde besluiten exploitatievergunningen te verlenen aan luchtvaartmaatschappijen waarin EG-lidstaten of hun onderdanen een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen, respectievelijk aan luchtvaartmaatschappijen waarin de Republiek Servië of haar onderdanen een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen.
Artikel 4. Veiligheid van de luchtvaart
Bij het begin van de eerste overgangsperiode wordt de Republiek Servië als waarnemer bij de werkzaamheden van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart betrokken.
Bij het einde van de tweede overgangsperiode bepaalt het bij artikel 18 van de hoofdovereenkomst ingestelde gemengd comité de precieze status van en voorwaarden voor de Republiek Servië met het oog op deelname aan het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart.
Tot het einde van de tweede overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in Servië en Montenegro om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke veiligheidsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de veiligheid worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.
Artikel 5. Beveiliging van de luchtvaart
Bij het begin van de tweede overgangsperiode wordt het vertrouwelijke gedeelte van de in bijlage I genoemde wetgeving inzake beveiliging ter beschikking van de bevoegde instantie in de Republiek Servië gesteld.
Tot het einde van de tweede overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in de Republiek Servië om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke beveiligingsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de beveiliging worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.
Artikel 1. Overgangsperiodes
De eerste overgangsperiode loopt van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst totdat de Republiek Montenegro alle in artikel 2, lid 1, van dit protocol gestelde voorwaarden heeft vervuld en zulks is bevestigd na een door de Europese Gemeenschap uitgevoerde beoordeling.
De tweede overgangsperiode loopt van het eind van de eerste overgangsperiode totdat de Republiek Montenegro alle in artikel 2, lid 2, van dit protocol gestelde voorwaarden heeft vervuld en zulks is bevestigd na een door de Europese Gemeenschap uitgevoerde beoordeling.
Artikel 2. Voorwaarden voor de overgangsperiodes
Tegen het einde van de eerste overgangsperiode moet de Republiek Montenegro
- i. volwaardig lid zijn van de gezamenlijke luchtvaartautoriteiten (Joint Aviation Authorities – JAA) en ernaar streven alle in bijlage I genoemde wetgeving inzake veiligheid van de luchtvaart toe te passen;
- ii. ECAC-document 30 toepassen en ernaar streven alle in bijlage I genoemde wetgeving inzake beveiliging van de luchtvaart toe te passen;
- iii. Verordening (EEG) nr. 3925/91 (betreffende de afschaffing van de controles die van toepassing zijn op handbagage en ruimbagage), Verordening (EEG) nr. 2409/92 (inzake tarieven voor luchtdiensten), Richtlijn 94/56/EG (inzake het onderzoek van ongevallen), Richtlijn 96/67/EG (betreffende grondafhandeling), Verordening (EG) 2027/97 (betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen), Richtlijn 2003/42/EEG (inzake de melding van voorvallen in de burgerluchtvaart), Verordening 261/2004/EG (inzake instapweigering), Richtlijn 2000/79/EEG (betreffende de arbeidstijd in de burgerluchtvaart) en Richtlijn 2003/88/EEG (betreffende de arbeidstijd), zoals vermeld in bijlage I, toepassen;
- iv. de verlener van luchtverkeersdiensten scheiden van de regelgevende instantie van de Republiek Montenegro, een nationale controle-instantie voor de Republiek Montenegro voor luchtverkeersdiensten instellen, een begin maken met de herindeling van het luchtruim van de Republiek Montenegro in een of meer functionele blokken, en een flexibel luchtruimgebruik toepassen;
- v. het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (Verdrag van Montreal) bekrachtigen;
- vi. voldoende voortgang hebben gemaakt met de toepassing van de regels inzake staatssteun en mededinging die zijn opgenomen in een in artikel 14, lid 1, van de hoofdovereenkomst bedoelde overeenkomst, dan wel in bijlage III van deze overeenkomst, afhankelijk van welke van toepassing is.
Tegen het einde van de tweede overgangsperiode moet de Republiek Montenegro deze Overeenkomst toepassen, met inbegrip van alle in bijlage I genoemde wetgeving.
Artikel 3. Overgangsbepalingen
In afwijking van artikel 1, lid 1, van de hoofdovereenkomst wordt het volgende bepaald:
- a. Tijdens de eerste overgangsperiode:
- i. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in de Republiek Montenegro onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen elke plaats in de Republiek Montenegro en elke plaats in een EG-lidstaat;
- ii. is het de Republiek Montenegro of onderdanen van de Republiek Montenegro niet toegestaan een meerderheidsbelang te hebben in of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over communautaire luchtvaartmaatschappijen, en is het EG-lidstaten of hun onderdanen evenmin toegestaan een meerderheidsbelang te hebben in of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in Montenegro.
- b. Tijdens de tweede overgangsperiode:
- i. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in de Republiek Montenegro de in lid 1, onder a), punt i, bedoelde verkeersrechten uitoefenen;
- ii. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in de Republiek Montenegro en andere geassocieerde partijen en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in een EG-lidstaat aandoet;
- iii. mogen luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in de Republiek Montenegro onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in verschillende EG-lidstaten en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in Montenegro aandoet.
In de zin van dit artikel wordt onder „communautaire luchtvaartmaatschappij” verstaan een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in een EG-lidstaat, Noorwegen of IJsland.
De artikelen 7 en 8 van de hoofdovereenkomst zijn niet van toepassing tot het einde van de tweede overgangsperiode, onverminderd de verplichting van de Republiek Montenegro en de Gemeenschap om, vanaf het eind van de eerste overgangsperiode, overeenkomstig de in bijlage I genoemde besluiten exploitatievergunningen te verlenen aan luchtvaartmaatschappijen waarin EG-lidstaten of hun onderdanen een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen, respectievelijk aan luchtvaartmaatschappijen waarin de Republiek Montenegro of haar onderdanen een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen.
Artikel 4. Veiligheid van de luchtvaart
Bij het begin van de eerste overgangsperiode wordt de Republiek Montenegro als waarnemer bij de werkzaamheden van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart betrokken.
Bij het einde van de tweede overgangsperiode bepaalt het bij artikel 18 van de hoofdovereenkomst ingestelde gemengd comité de precieze status van en voorwaarden voor de Republiek Montenegro met het oog op deelname aan het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart.
Tot het einde van de tweede overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in Montenegro en Montenegro om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke veiligheidsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de veiligheid worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.
Artikel 5. Beveiliging van de luchtvaart
Bij het begin van de tweede overgangsperiode wordt het vertrouwelijke gedeelte van de in bijlage I genoemde wetgeving inzake beveiliging ter beschikking van de bevoegde instantie in de Republiek Montenegro gesteld.
Tot het einde van de tweede overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in de Republiek Montenegro om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke beveiligingsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de beveiliging worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.
Artikel 1. Overgangsperiode
De overgangsperiode loopt van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst totdat Roemenië alle in artikel 2 van dit protocol gestelde voorwaarden heeft vervuld en zulks is bevestigd na een door de Europese Gemeenschap uitgevoerde beoordeling.
Met de „tweede overgangsperiode’’ wordt in deze Overeenkomst of in de bijlagen daarbij in het geval van Roemenië bedoeld de in lid 1 bedoelde overgangsperiode.
Artikel 2. Voorwaarden voor de overgangsperiodes
Tegen het einde van de overgangsperiode moet Roemenië deze Overeenkomst toepassen, met inbegrip van alle in bijlage I genoemde wetgeving.
Artikel 3. Overgangsbepalingen
In afwijking van artikel 1, lid 1, van de hoofdovereenkomst wordt het volgende bepaald:
tijdens de overgangsperiode:
- i. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in Roemenië onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen elke plaats in Roemenië en elke plaats in een EG-lidstaat;
- ii. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in Roemenië en andere geassocieerde partijen en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in een EG-lidstaat aandoet;
- iii. mogen luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in Roemenië onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in verschillende EG-lidstaten en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in Roemenië aandoet.
In de zin van dit artikel wordt onder „communautaire luchtvaartmaatschappij’’ verstaan een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in een EG-lidstaat, Noorwegen of IJsland.
De artikelen 7 en 8 van de hoofdovereenkomst zijn niet van toepassing tot het einde van de overgangsperiode, onverminderd de verplichting van Roemenië en de Gemeenschap om, vanaf het begin van de overgangsperiode, overeenkomstig de in bijlage I genoemde besluiten exploitatievergunningen te verlenen aan luchtvaartmaatschappijen waarin EG-lidstaten of hun onderdanen een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen, respectievelijk aan luchtvaartmaatschappijen waarin Roemenië of onderdanen van Roemenië een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen.
Artikel 4. Veiligheid van de luchtvaart
Bij het einde van de overgangsperiode bepaalt het bij artikel 18 van de hoofdovereenkomst ingestelde gemengd comité de precieze status van en voorwaarden voor Roemenië met het oog op deelname aan het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart.
Tot het einde van de overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in Roemenië om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke veiligheidsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de veiligheid worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.
Artikel 5. Beveiliging van de luchtvaart
Tot het einde van de overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in Roemenië om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke beveiligingsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de beveiliging worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.
Artikel 1. Bevoegdheden van UNMIK
De bepalingen van dit protocol laten de uit Resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad van 10 juni 1999 afgeleide bevoegdheden van de Missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo, hierna „UNMIK’’ genoemd, onverlet.
Artikel 2. Overgangsperiodes
De eerste overgangsperiode loopt van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst totdat UNMIK alle in artikel 3, lid 1, van dit protocol gestelde voorwaarden heeft vervuld en zulks is bevestigd na een door de Europese Gemeenschap uitgevoerde beoordeling.
De tweede overgangsperiode loopt van het einde van de eerste overgangsperiode totdat UNMIK alle in artikel 3, lid 2, van dit protocol gestelde voorwaarden heeft vervuld en zulks is bevestigd na een door de Europese Gemeenschap uitgevoerde beoordeling.
Artikel 3. Voorwaarden voor de overgangsperiodes
Tegen het einde van de eerste overgangsperiode moet UNMIK
- i. onverminderd haar speciale status krachtens het internationale recht, de door de gezamenlijke luchtvaartautoriteiten (Joint Aviation Authorities – JAA) vastgestelde gezamenlijke luchtvaartvoorschriften (JAR’s) toepassen en ernaar streven alle in bijlage I genoemde wetgeving inzake veiligheid van de luchtvaart toe te passen;
- ii. ECAC-document 30 toepassen en ernaar streven alle in bijlage I genoemde wetgeving inzake beveiliging van de luchtvaart toe te passen;
- iii. Verordening (EEG) nr. 3925/91 (betreffende de afschaffing van de controles die van toepassing zijn op handbagage en ruimbagage), Verordening (EEG) nr. 2409/92 (inzake tarieven voor luchtdiensten), Richtlijn 94/56/EEG (inzake het onderzoek van ongevallen), Verordening (EG) nr. 2027/97 (betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen), Richtlijn 2003/42/EEG (inzake de melding van voorvallen in de burgerluchtvaart), Verordening (EG) nr. 261/2004 (inzake instapweigering), Richtlijn 2000/79/EEG (betreffende de arbeidstijd in de burgerluchtvaart) en Richtlijn 2003/88/EEG (betreffende de arbeidstijd), zoals vermeld in bijlage I toepassen;
- iv. de verlener van luchtverkeersdiensten scheiden van de regelgevende instantie, en een controle-instantie voor luchtverkeersdiensten instellen of aanwijzen;
- v. het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (Verdrag van Montreal) in de praktijk toepassen;
- vi. voldoende voortgang hebben gemaakt met de toepassing van de regels inzake staatssteun en mededinging die zijn opgenomen in een in artikel 14, lid 1, van de hoofdovereenkomst bedoelde overeenkomst, dan wel in bijlage III, afhankelijk van welke van toepassing is.
Tegen het einde van de tweede overgangsperiode moet UNMIK deze Overeenkomst toepassen, met inbegrip van alle in bijlage I genoemde wetgeving.
Artikel 4. Overgangsbepalingen
In afwijking van artikel 1, lid 1, van de hoofdovereenkomst wordt het volgende bepaald:
- a. Tijdens de eerste overgangsperiode:
- i. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen van UNMIK onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen elke plaats in Kosovo en elke plaats in een EG-lidstaat;
- ii. is het UNMIK of ingezetenen van Kosovo niet toegestaan een meerderheidsbelang te hebben in of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over communautaire luchtvaartmaatschappijen, en is het EG-lidstaten of hun onderdanen evenmin toegestaan een meerderheidsbelang te hebben in of feitelijke zeggenschap uit te oefenen over luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen van UNMIK.
- b. Tijdens de tweede overgangsperiode:
- i. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen van UNMIK de in lid 1, onder a), punt i, bedoelde verkeersrechten uitoefenen;
- ii. mogen communautaire luchtvaartmaatschappijen onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in Kosovo en andere geassocieerde partijen en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in een EG-lidstaat aandoet;
- iii. mogen luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen van UNMIK onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen plaatsen in verschillende EG-lidstaten en mogen zij op elke plaats van vliegtuig wisselen, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een plaats in Kosovo aandoet.
In de zin van dit artikel wordt onder „communautaire luchtvaartmaatschappij’’ verstaan een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in een EG-lidstaat, Noorwegen of IJsland.
De artikelen 7 en 8 van de hoofdovereenkomst zijn niet van toepassing tot het einde van de tweede overgangsperiode, onverminderd de verplichting van UNMIK en de Gemeenschap om, vanaf het einde van de eerste overgangsperiode, overeenkomstig de in bijlage I genoemde besluiten exploitatievergunningen te verlenen aan luchtvaartmaatschappijen waarin EG-lidstaten of hun onderdanen een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen, respectievelijk aan luchtvaartmaatschappijen waarin UNMIK of ingezetenen van Kosovo een meerderheidsbelang hebben of de feitelijke zeggenschap uitoefenen.
Artikel 5. Internationale verdragen en overeenkomsten
Wanneer de in bijlage I genoemde wetgeving voorziet in de verplichting partij te worden bij internationale verdragen of overeenkomsten, wordt rekening gehouden met de speciale status van UNMIK krachtens het internationale recht.
Artikel 6. Veiligheid van de luchtvaart
Bij het begin van de eerste overgangsperiode wordt UNMIK als waarnemer bij de werkzaamheden van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart betrokken.
Bij het einde van de tweede overgangsperiode bepaalt het bij artikel 18 van de hoofdovereenkomst ingestelde gemengd comité de precieze status van en voorwaarden voor UNMIK met het oog op deelname aan het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart.
Tot het einde van de tweede overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen van UNMIK om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke veiligheidsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de veiligheid worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.
Artikel 7. Beveiliging van de luchtvaart
Bij het begin van de tweede overgangsperiode wordt het vertrouwelijke gedeelte van de in bijlage I genoemde wetgeving inzake beveiliging ter beschikking van de bevoegde instantie van UNMIK gesteld.
Tot het einde van de tweede overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen van UNMIK om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke beveiligingsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de beveiliging worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)