Internationale overeenkomst voor veilige containers (CSC)

Type Verdrag
Publication 2014-07-01
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Overeenkomstsluitende Partijen,

De noodzaak erkennende tot het handhaven van een hoge graad van veiligheid voor mensen bij het hanteren, stapelen en vervoeren van containers,

Zich bewust van de noodzaak tot het vergemakkelijken van het internationale containervervoer,

In verband hiermee de voordelen erkennende van het vorm geven aan gemeenschappelijke internationale veiligheidseisen,

Overwegende dat dit doel het best kan worden bereikt door het sluiten van een overeenkomst,

Hebben besloten tot het formaliseren van aan de constructie te stellen eisen ter waarborging van de veiligheid bij het hanteren, stapelen en vervoeren van containers tijdens normale werkzaamheden en zijn te dien einde

Overeengekomen als volgt:

Artikel I. Algemene verplichting krachtens deze Overeenkomst

De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich tot het geven van uitvoering aan de bepalingen van deze Overeenkomst en van de daaraan gehechte Bijlagen, die een integrerend deel uitmaken van deze Overeenkomst.

Artikel II. Definities

Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent, tenzij nadrukkelijk anders is vermeld:

    1. „Container”: een hulpmiddel bij het vervoer:
  • a). van duurzame aard en dienovereenkomstig stevig genoeg voor herhaald gebruik;
  • b). dat speciaal is ontworpen ter vergemakkelijking van het vervoer van goederen door een of meer vervoermiddelen, zonder tussentijdse in- en uitlading van die goederen;
  • c). dat is ontworpen om te kunnen worden vastgezet en/of gemakkelijk hanteerbaar te zijn, en te dien einde is voorzien van hoekstukken;
  • d). van zodanige afmetingen, dat de oppervlakte, begrensd door de vier onderste hoekstukken, hetzij: onder de benaming „container” vallen niet voertuigen of verpakkingsmateriaal; containers op een verrijdbaar onderstel zijn echter wel hieronder begrepen.
  • i). ten minste 14 m2 is,
  • ii). hetzij ten minste 7 m2 is, indien het is uitgerust met bovenhoekstukken;
    1. „Hoekstukken”: een samenstel van openingen en platen aan de boven- en/of onderzijde van een container ten dienste van het hanteren, stapelen en/of vastzetten.
    1. „Administratie”: de Regering van een Overeenkomstsluitende Partij, onder wier gezag containers worden goedgekeurd.
    1. „Goedgekeurd”: goedgekeurd door de Administratie.
    1. „Goedkeuring”: het besluit van een Administratie, inhoudende dat een ontwerp-type of een container veilig is volgens de bepalingen van deze Overeenkomst.
    1. „Internationaal vervoer”: vervoer tussen punten van vertrek en bestemming, gelegen op het grondgebied van twee landen, waarvan op ten minste één deze Overeenkomst van toepassing is. Deze Overeenkomst is ook van toepassing, indien een deel van het vervoer tussen twee landen plaatsvindt over het grondgebied van een land, waarop deze Overeenkomst van toepassing is.
    1. „Lading”: alle goederen, waren, koopmansgoederen en artikelen van welke aard ook, die in containers worden vervoerd.
    1. „Nieuwe container”: een container, waarvan de constructie is begonnen op of na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
    1. „Bestaande container”: een container die geen nieuwe container is.
    1. „Eigenaar”: de eigenaar als voorzien in de nationale wet van de Overeenkomstsluitende Partij of de huurder of bewaarnemer, indien een overeenkomst tussen partijen voorziet in de uitoefening van de verantwoordelijkheid van de eigenaar voor het onderhoud en de controle van de container door een zodanige huurder of bewaarnemer.
    1. „Type container”: het door de Administratie goedgekeurde ontwerp-type.
    1. „Serie-model van een type container”: een container die vervaardigd is overeenkomstig het goedgekeurde ontwerp-type.
    1. „Prototype”: een container die representatief is voor die containers, die in serie worden of zullen worden vervaardigd volgens een ontwerp-type.
    1. „Maximaal brutogewicht tijdens vervoer of toegestaan gewicht” of „R”: het maximaal toegestane gewicht van de container tezamen met zijn lading.
    1. „Tarragewicht”: het gewicht van de lege container, met inbegrip van de daaraan vast aangebrachte voorzieningen.
    1. „Maximaal toegestaan ladinggewicht” of „P”: het verschil tussen het maximaal brutogewicht tijdens het vervoer of „R” en het tarragewicht.

Artikel III. Toepassing

1.

Deze Overeenkomst is van toepassing op nieuwe en bestaande containers, gebruikt in internationaal vervoer, met uitzondering van speciaal voor luchtvervoer ontworpen containers.

2.

Elke nieuwe container dient te worden goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen voor het beproeven van typen of voor het stuksgewijze beproeven, zoals omschreven in Bijlage I.

3.

Elke bestaande container dient binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst te worden goedgekeurd overeenkomstig de desbetreffende bepalingen voor goedkeuring van bestaande containers, vermeld in Bijlage I.

Artikel IV. Beproeving, inspectie, goedkeuring en onderhoud

1.

Voor het doen naleven van de bepalingen van Bijlage I dient elke Administratie een doeltreffende procedure vast te stellen voor het beproeven, inspecteren en goedkeuren van containers overeenkomstig de in deze Overeenkomst vastgelegde normen, met dien verstande evenwel dat een Administratie dit beproeven, inspecteren en goedkeuren mag toevertrouwen aan daartoe naar behoren gemachtigde organisaties.

2.

Een Administratie die dit beproeven, inspecteren en goedkeuren toevertrouwt aan een organisatie, geeft hiervan kennis aan de Secretaris-Generaal van de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie ter mededeling aan de Overeenkomstsluitende Partijen.

3.

Aanvragen voor goedkeuring kunnen worden gericht tot de Administratie van elke Overeenkomstsluitende Partij.

4.

Elke container dient in een veilige staat te worden gehouden overeenkomstig de bepalingen van Bijlage I.

5.

Indien een goedgekeurde container in feite niet voldoet aan de voorschriften van de Bijlagen I en II, dient de betrokken Administratie de door haar noodzakelijk geachte maatregelen te nemen opdat de container alsnog gaat voldoen aan die voorschriften, of de goedkeuring in te trekken.

Artikel V. Aanvaarding van goedkeuring

1.

Goedkeuring onder het gezag van een Overeenkomstsluitende Partij, verleend krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst, wordt door de andere Overeenkomstsluitende Partijen aanvaard voor alle in deze Overeenkomst vermelde doeleinden. Deze goedkeuring wordt door de andere Overeenkomstsluitende Partijen beschouwd dezelfde kracht te hebben als een door hen verleende goedkeuring.

2.

Een Overeenkomstsluitende Partij mag geen andere veiligheidseisen betreffende de constructie of beproevingen van containers voorschrijven dan die waarin door deze Overeenkomst wordt voorzien, met dien verstande evenwel dat niets in deze Overeenkomst de toepassing uitsluit van bepalingen van nationale voorschriften of wetten of van internationale overeenkomsten, die aanvullende veiligheidseisen betreffende de constructie of beproevingen voorschrijven van containers, die speciaal zijn ontworpen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of van voorzieningen die uitsluitend gelden voor containers voor vervoer van vloeistoffen in bulk of voor containers gebruikt voor luchtvervoer. De term „gevaarlijke stoffen” heeft hier de betekenis die daaraan in internationale overeenkomsten wordt gegeven.

Artikel VI. Controle

1.

Elke container die is goedgekeurd op grond van artikel III is op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen onderworpen aan controle door ambtenaren die daartoe naar behoren zijn gemachtigd door de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen. Deze controle is beperkt tot het nagaan of de container voorzien is van een geldig veiligheidskeurmerk, zoals dat op grond van deze Overeenkomst is vereist, tenzij er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat de toestand van de container zodanig is dat een kennelijk veiligheidsrisico ontstaat. In dat geval moet de met de controle belaste ambtenaar deze controle slechts uitvoeren voor zover noodzakelijk om zeker te stellen dat de container weer in een veilige staat wordt gebracht alvorens hij verder wordt gebruikt.

2.

Wanneer een container onveilig blijkt te zijn geworden als gevolg van een gebrek, dat kan hebben bestaan toen de container werd goedgekeurd, dient de voor die goedkeuring verantwoordelijke Administratie te worden ingelicht door de Overeenkomstsluitende Partij die het gebrek ontdekte.

Artikel VII. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding

1.

Deze Overeenkomst staat tot 15 januari 1973 ten kantore van de Verenigde Naties te Genève en daarna van 1 februari 1973 tot en met 31 december 1973 ten hoofdkantore van de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie te Londen (hierna te noemen de „Organisatie”) open voor ondertekening door alle Lid-Staten van de Verenigde Naties of Leden van de Gespecialiseerde Organisaties of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie of door Partijen bij het Statuut van het Internationale Gerechtshof en door alle andere Staten die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties worden uitgenodigd Partij te worden bij deze Overeenkomst.

2.

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de Staten die haar hebben ondertekend.

3.

Deze Overeenkomst blijft openstaan voor toetreding door de in het eerste lid bedoelde Staten.

4.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding dienen te worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie (hierna te noemen de „Secretaris-Generaal”).

Artikel VIII. Inwerkingtreding

1.

Deze Overeenkomst treedt in werking twaalf maanden na de datum van de nederlegging van de tiende akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

2.

Voor elke Staat die deze Overeenkomst bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of daartoe toetreedt na de nederlegging van de tiende akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding treedt deze Overeenkomst in werking twaalf maanden na de nederlegging door die Staat van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

3.

Een Staat die Partij wordt bij deze Overeenkomst na het van kracht worden van een wijziging wordt, indien die Staat geen ander voornemen te kennen geeft,

  • a). geacht Partij te zijn bij de Overeenkomst, zoals gewijzigd; en
  • b). geacht Partij te zijn bij de ongewijzigde Overeenkomst ten aanzien van een Partij bij de Overeenkomst die niet gebonden is door de wijziging.

Artikel IX. Procedure voor het wijzigen van een deel of van delen van deze Overeenkomst

1.

Deze Overeenkomst kan worden gewijzigd op voorstel van een Overeenkomstsluitende Partij door middel van een der in dit artikel aangegeven procedures.

2.

Wijziging na overweging in de Organisatie:

  • a). Op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij wordt een door haar voorgestelde wijziging in overweging genomen door de Organisatie. Een zodanige wijziging wordt, indien zij wordt aanvaard met een meerderheid van twee derde van hun stem uitbrengende aanwezigen in de Maritieme Veiligheidscommissie van de Organisatie, waarvoor alle Overeenkomstsluitende Partijen zijn uitgenodigd deel te nemen en hun stem uit te brengen, medegedeeld aan alle leden van de Organisatie en alle Overeenkomstsluitende Partijen, ten minste zes maanden voorafgaande aan de overweging van de wijziging door de Algemene Vergadering van de Organisatie. Een Overeenkomstsluitende Partij die geen lid is van de Organisatie is gerechtigd deel te nemen en haar stem uit te brengen wanneer de wijziging door de Algemene Vergadering in overweging wordt genomen.
  • b). Indien de wijziging wordt aangenomen door een twee derde meerderheid van de hun stem uitbrengende aanwezigen in de Algemene Vergadering en indien tot een zodanige meerderheid een twee derde meerderheid behoort van de aanwezige en hun stem uitbrengende Overeenkomstsluitende Partijen, wordt zij door de Secretaris-Generaal medegedeeld aan alle Overeenkomstsluitende Partijen ter fine van aanvaarding.
  • c). Een zodanige wijziging wordt van kracht twaalf maanden na de datum waarop zij door twee derde van de Overeenkomstsluitende Partijen is aanvaard. De wijziging wordt van kracht ten aanzien van alle Overeenkomstsluitende Partijen, met uitzondering van die, welke voor haar van kracht worden hebben verklaard dat zij de wijziging niet aanvaarden.
3.

Wijziging door een Conferentie:

Op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij, waarmee wordt ingestemd door ten minste een derde van de Overeenkomstsluitende Partijen, wordt door de Secretaris-Generaal een Conferentie bijeengeroepen, waarvoor de in artikel VII bedoelde Staten worden uitgenodigd.

Artikel X. Bijzondere procedure voor het wijzigen van de Bijlagen

1.

Een door een Overeenkomstsluitende Partij voorgestelde wijziging van de Bijlagen wordt op verzoek van die Partij door de Organisatie in overweging genomen.

2.

Een zodanige wijziging wordt, indien zij is aangenomen met een twee derde meerderheid van de hun stem uitbrengende aanwezigen in de Maritieme Veiligheidscommissie van de Organisatie, waarvoor alle Overeenkomstsluitende Partijen zijn uitgenodigd deel te nemen en hun stem uit te brengen, en indien tot een zodanige meerderheid een twee derde meerderheid behoort van de aanwezige en hun stem uitbrengende Overeenkomstsluitende Partijen, door de Secretaris-Generaal medegedeeld aan alle Overeenkomstsluitende Partijen ter fine van aanvaarding.

3.

Een zodanige wijziging wordt van kracht op een door de Maritieme Veiligheidscommissie ten tijde van haar aanvaarding vast te stellen datum, tenzij op een door de Maritieme Veiligheidscommissie te bepalen eerdere datum tezelfdertijd een vijfde of vijf van de Overeenkomstsluitende Partijen, welk van de beide aantallen geringer is, de Secretaris-Generaal kennis geeft of geven van hun bezwaar tegen de wijziging. Het bepalen door de Maritieme Veiligheidscommissie van de in dit lid bedoelde data geschiedt bij een twee derde meerderheid van de hun stem uitbrengende aanwezigen, tot welke meerderheid een twee derde meerderheid behoort van de aanwezige en hun stem uitbrengende Overeenkomstsluitende Partijen.

4.

Bij het van kracht worden van een wijziging vervangt zij en treedt zij voor alle Overeenkomstsluitende Partijen die geen bezwaar hebben gemaakt tegen die wijziging, in de plaats van de voorafgaande bepaling, waarnaar deze wijziging verwijst; een door een Overeenkomstsluitende Partij gemaakt bezwaar is niet bindend voor andere Overeenkomstsluitende Partijen ten aanzien van de aanvaarding van containers waarop deze Overeenkomst van toepassing is.

5.

De Secretaris-Generaal geeft alle Overeenkomstsluitende Partijen en Leden van de Organisatie kennis van verzoeken en mededelingen op grond van dit artikel en van de datum waarop een wijziging van kracht wordt.

6.

Indien een voorgestelde wijziging van de Bijlagen door de Maritieme Veiligheidscommissie in overweging is genomen, maar niet is aanvaard, kan een Overeenkomstsluitende Partij de bijeenroeping verzoeken van een Conferentie, waartoe de in artikel VII bedoelde Staten worden uitgenodigd. Na ontvangst van een kennisgeving van instemming van ten minste een derde van de overige Overeenkomstsluitende Partijen wordt een zodanige Conferentie door de Secretaris-Generaal bijeengeroepen ter overweging van wijzigingen van de Bijlagen.

Artikel XI. Opzegging

1.

Een Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst opzeggen door het nederleggen van een akte bij de Secretaris-Generaal. De opzegging wordt van kracht een jaar na de nederlegging van een zodanige kennisgeving bij de Secretaris-Generaal.

2.

Een Overeenkomstsluitende Partij die mededeling heeft gedaan van een bezwaar tegen een wijziging van de Bijlagen, kan deze Overeenkomst opzeggen en een dergelijke opzegging wordt van kracht op de datum van het van kracht worden van een zodanige wijziging.

Artikel XII. Beëindiging

Deze Overeenkomst houdt op van kracht te zijn als het aantal Overeenkomstsluitende Partijen gedurende een tijdvak van twaalf achtereenvolgende maanden minder is dan vijf.

Artikel XIII. Beslechting van geschillen

1.

Een geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst, dat niet kan worden beslecht door onderhandeling of door enige andere wijze van beslechting, wordt op verzoek van een van hen voorgelegd aan een scheidsgerecht dat als volgt is samengesteld: Elke partij bij het geschil wijst een scheidsman aan en deze beide scheidsmannen wijzen een derde scheidsman aan, die als voorzitter optreedt. Indien drie maanden na de ontvangst van een verzoek een van de partijen in gebreke is gebleven een scheidsman aan te wijzen of indien de scheidsmannen in gebreke zijn gebleven een Voorzitter aan te wijzen, kan elk van de partijen de Secretaris-Generaal verzoeken een scheidsman of de Voorzitter van het scheidsgerecht aan te wijzen.

2.

De uitspraak van het krachtens het bepaalde in het eerste lid aangewezen scheidsgerecht is bindend voor de partijen bij het geschil.

3.

Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedureregels vast.

4.

Beslissingen van het scheidsgerecht, zowel ten aanzien van zijn procedure en zijn plaats van samenkomst als ten aanzien van een aan hem voorgelegd geschil, worden met meerderheid van stemmen genomen.

5.

Een tussen de partijen bij het geschil gerezen meningsverschil ten aanzien van de uitlegging en de tenuitvoerlegging van de uitspraak kan door elke partij ter beoordeling worden voorgelegd aan het scheidsgerecht dat de uitspraak heeft gedaan.

Artikel XIV. Voorbehouden

1.

Voorbehouden ten aanzien, van deze Overeenkomst zijn toegestaan, met uitzondering van die, welke betrekking hebben op de artikelen I-VI, XIII en het onderhavige artikel en ten aanzien van de bepalingen van de Bijlagen, mits zulke voorbehouden schriftelijk worden medegedeeld en, indien zij worden medegedeeld voor de nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, in die akte worden bevestigd. De Secretaris-Generaal deelt zodanige voorbehouden mede aan alle in artikel VII bedoelde Staten.

2.

Een overeenkomstig het eerste lid gemaakt voorbehoud:

  • a). wijzigt ten aanzien van de Overeenkomstsluitende Partij die het voorbehoud heeft gemaakt, de bepalingen van deze Overeenkomst waarop het voorbehoud betrekking heeft, en wel naar de mate van het voorbehoud; en
  • b). wijzigt die bepalingen naar gelijke mate voor de andere Overeenkomstsluitende Partijen in hun betrekkingen met de Overeenkomstsluitende Partij die het voorbehoud heeft gemaakt.
3.

Een Overeenkomstsluitende Partij die een voorbehoud heeft gemaakt krachtens het eerste lid, kan het te allen tijde intrekken door een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal.

Artikel XV. Kennisgeving

Naast de in de artikelen IX, X en XIV bedoelde kennisgevingen en mededelingen geeft de Secretaris-Generaal alle in artikel VII bedoelde Staten kennis van het volgende:

  • a). ondertekeningen, bekrachtigingen, aanvaardingen, goedkeuringen en toetredingen krachtens artikel VII;
  • b). de data van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in overeenstemming met artikel VIII;
  • c). de datum van het kracht worden van wijzigingen van deze Overeenkomst in overeenstemming met de artikelen IX en X;
  • d). opzeggingen krachtens artikel XI;
  • e). de beëindiging van deze Overeenkomst krachtens artikel XII.

Artikel XVI. Authentieke teksten

Het origineel van deze Overeenkomst, waarvan de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal die daarvan voor eensluidend gewaarmerkte afschriften doet toekomen aan alle in artikel VII bedoelde Staten.

HOOFDSTUK I. BEPALINGEN DIE ALLE GOEDKEURINGSSYSTEMEN GEMEEN HEBBEN

Bepaling 1. Veiligheidskeurplaat

  • (a). Op elke goedgekeurde container dient op een gemakkelijk zichtbare plaats blijvend een veiligheidskeurplaat overeenkomstig de omschrijving in het aanhangsel bij deze Bijlage te zijn aangebracht, nabij eventuele andere goedkeuringsmerken voor officiële doeleinden en daar waar deze niet gemakkelijk kan worden beschadigd.
  • (b). Op elke container dienen alle aanduidingen van de maximale brutomassa tijdens vervoer overeen te stemmen met de gegevens inzake de maximale brutomassa tijdens vervoer op de veiligheidskeurplaat.
  • (c). De eigenaar van de container dient de veiligheidskeurplaat op de container te verwijderen indien:
  • -. de container zodanig is gewijzigd dat daardoor de oorspronkelijke goedkeuring en de gegevens op de veiligheidskeurplaat nietig worden, of
  • -. de container buiten gebruik is gesteld en niet wordt onderhouden in overeenstemming met de Overeenkomst, of
  • -. de goedkeuring door de Administratie is ingetrokken.
  • a). De plaat bevat de volgende gegevens in ten minste de Engelse of de Franse taal: „CSC VEILIGHEIDSKEUR” Land waar de goedkeuring is verkregen en goedkeuringsnummer Datum (maand en jaar) van fabricage Door de fabrikant van de container toegewezen identificatienummer of, in het geval van bestaande containers waarvan dat nummer onbekend is, het door de Administratie toegewezen nummer, Maximale brutomassa tijdens vervoer (in kg en lb) Toelaatbare stapelbelasting bij 1,8 g (in kg en lb) Kracht bij de torsiebeproeving (in newton)
  • b). Op de plaat dient een ruimte te worden opengelaten voor het noteren van de waarden (factoren) die sterkte van kop- en/of zijwanden aangeven overeenkomstig paragraaf 3 van deze Bepaling en Bijlage II, beproevingen 6 en 7. Op de plaat dient ook een ruimte te worden opengelaten voor de data (maand en jaar) van de eerste en de daarop volgende controles van het onderhoud wanneer de containers in gebruik zijn.
3.

Wanneer de Administratie van oordeel is dat een nieuwe container voldoet aan de voorschriften van deze Overeenkomst inzake veiligheid en indien voor zulk een container de ontwerpwaardefactor van de sterkte van kop- en/of zijwanden groter of kleiner is dan die bepaald in Bijlage II, dan dient deze waarde te worden aangegeven op de veiligheidskeurplaat. Wanneer het toelaatbaar stapelgewicht of de belastingswaarde bij torsiebeproeving lager is dan 192.000 kg respectievelijk 150 kN, wordt de container geacht een verminderd stapelvermogen of verminderde bestendigheid bij torsiebelasting te hebben en wordt de container op een in het oog springende plaats gemarkeerd, zoals vereist uit hoofde van de relevante normen op het moment van of voor de volgende geplande controle of voor een andere datum, goedgekeurd door de Administratie, mits dat uiterlijk 1 juli 2015 is.

4.

De aanwezigheid van de veiligheidskeurplaat betekent geen ontheffing van de verplichting de containers te voorzien van labels of andere gegevens die door eventueel van kracht zijnde andere voorschriften worden vereist.

5.

Een container waarvan de constructie voltooid was vóór 1 juli 2014, kan de veiligheidskeurplaat die vóór die datum op grond van de Overeenkomst was toegestaan, behouden, zo lang er geen structurele wijzigingen aan die container plaatsvinden.

Bepaling 2. Onderhoud en controle

1.

De eigenaar van de container is verantwoordelijk voor het in veilige staat houden daarvan.

  • (a). De eigenaar van een goedgekeurde container controleert de container, of laat zulks doen, overeenkomstig de door de betrokken Overeenkomstsluitende Partij voorgeschreven of goedgekeurde procedure, met voor de gebruiksomstandigheden passende tussenpozen.
  • (b). De datum (maand en jaar) waarvóór een nieuwe container aan de eerste controle moet worden onderworpen, dient te zijn aangegeven op de veiligheidskeurplaat.
  • (c). De datum (maand en jaar) voor welke de container opnieuw dient te worden gecontroleerd dient duidelijk te zijn aangegeven op de container op of zo dicht mogelijk bij de veiligheidskeurplaat en op een wijze aanvaardbaar voor de Overeenkomstsluitende Partij die de desbetreffende controleprocedure heeft voorgeschreven of goedgekeurd.
  • (d). Het tijdsverloop van de datum van fabricage tot de datum van de eerste controle mag niet langer zijn dan vijf jaar. Daaropvolgende controles van nieuwe containers en hercontroles van bestaande containers dienen te geschieden met tussenpozen van niet meer dan 30 maanden. Bij alle controles dient te worden nagegaan of de container gebreken heeft die iemand in gevaar zouden kunnen brengen.
  • (a). In plaats van het bepaalde in paragraaf 2 kan de betrokken Overeenkomstsluitende Partij een doorlopend controleprogramma goedkeuren, indien zij, op grond van door de eigenaar geleverd bewijs, ervan overtuigd is dat zulk een programma een veiligheidsnorm biedt die niet minder is dan die vervat in paragraaf 2 hierboven.
  • (b). Ten einde aan te geven dat de container wordt gebruikt ingevolge een goedgekeurd doorlopend controleprogramma, dient een aanduiding met de letters „ACEP” en het teken van de Overeenkomstsluitende Partij die de goedkeuring van het programma heeft verleend, op de container te worden geplaatst op of zo dicht mogelijk bij de veiligheidskeurplaat.
  • (c). Bij alle ingevolge zulk een programma verrichte controles dient te worden vastgesteld of een container gebreken heeft die gevaar voor mensen zouden kunnen opleveren. Deze controles worden verricht in samenhang met omvangrijke herstelwerkzaamheden, opknapbeurten of bij verhuur of na retournering na verhuur en in elk geval ten minste eens in de 30 maanden.
4.

Goedgekeurde programma’s dienen ten minste eenmaal per 10 jaar te worden getoetst teneinde te waarborgen dat zij nog steeds actueel zijn. Teneinde uniformiteit te waarborgen bij iedereen die betrokken is bij de inspectie van de containers en hun blijvende operationele veiligheid, waarborgt de betrokken Overeenkomstsluitende Partij dat de volgende elementen worden meegenomen bij elk voorgeschreven programma voor periodieke controle of goedgekeurd programma voor voortdurende controle:

  • .1. methoden, reikwijdte en criteria die bij controles moeten worden gehanteerd;
  • .2. frequentie van de controles;
  • .3. kwalificaties van de medewerkers die de controles uitvoeren;
  • .4. systeem voor het bijhouden van bestanden en documenten waarin het volgende staat vermeld:
  • .1. het door de eigenaar toegewezen unieke serienummer van de container;
  • .2. de datum waarop de controle is uitgevoerd;
  • .3. identificatie van de bevoegde persoon die de controle heeft uitgevoerd;
  • .4. de naam en de locatie van de organisatie waar de controle is uitgevoerd;
  • .5. de resultaten van de controle; en
  • .6. in geval van een schema voor periodieke controles (PES) de datum van de eerstvolgende controle (NED);
  • .5. een systeem voor het vastleggen en actualiseren van de identificatienummers van alle containers die onder het toepasselijke controleschema vallen;
  • .6. methodes en systemen voor onderhoudscriteria die rekening houden met de ontwerpkenmerken van de specifieke containers;
  • .7. bepalingen voor het onderhouden van geleasede containers indien deze afwijken van die voor containers in eigendom; en
  • .8. voorwaarden en procedures voor het toevoegen van containers aan een reeds goedgekeurd programma.
5.

De Overeenkomstsluitende Partij voert periodieke audits uit van de goedgekeurde programma’s om te waarborgen dat zij voldoen aan de door de Overeenkomstsluitende Partij goedgekeurde bepalingen. De Overeenkomstsluitende Partij trekt haar goedkeuring in wanneer niet langer aan de voorwaarden voor goedkeuring wordt voldaan.

6.

Voor de toepassing van deze Bepaling wordt onder „de betrokken Overeenkomstsluitende Partij” verstaan de Overeenkomstsluitende Partij van het grondgebied waar de eigenaar is gevestigd of waar hij zijn hoofdkantoor heeft.

Ingeval evenwel de eigenaar is gevestigd of zijn hoofdkantoor heeft in een land waarvan de Regering nog geen regelingen heeft getroffen voor het voorschrijven of goedkeuren van een controleprocedure, kan de eigenaar zolang zulke regelingen nog niet zijn getroffen, gebruik maken van de procedure die is voorgeschreven of goedgekeurd door de Administratie van een Overeenkomstsluitende Partij die bereid is op te treden als „de betrokken Overeenkomstsluitende Partij”. De eigenaar dient te voldoen aan de door de desbetreffende Administratie gestelde voorwaarden voor gebruikmaking van zodanige procedures.

7.

Administraties maken de informatie over goedgekeurde programma’s voor voortdurende controles openbaar.

HOOFDSTUK II. – BEPALINGEN VOOR GOEDKEURING VAN NIEUWE CONTAINERS NAAR ONTWERP-TYPE

Bepaling 3. Goedkeuring van nieuwe containers

Om in aanmerking te komen voor goedkeuring voor veiligheidsdoeleinden krachtens deze Overeenkomst dienen alle nieuwe containers te voldoen aan de vereisten neergelegd in Bijlage II.

Bepaling 4. Goedkeuring van ontwerp-type

In het geval van containers waarvoor een aanvrage om goedkeuring is ingediend zal de Administratie de ontwerpen bestuderen en de beproeving van een containerprototype bijwonen, ten einde te verzekeren dat de containers zullen voldoen aan de vereisten neergelegd in Bijlage II. Indien ten genoegen van de Administratie is aangetoond dat de container voldoet aan de vereisten van deze Overeenkomst stelt zij de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis en deze kennisgeving geeft de fabrikant het recht de veiligheidskeurplaat aan te brengen op elke container van de serie van dit ontwerp-type.

Bepaling 5. Bepaling voor goedkeuring naar ontwerp-type

1.

Wanneer de containers in serie volgens ontwerp-type zullen worden vervaardigd, dient de bij een Administratie ingediende aanvrage om goedkeuring volgens ontwerp-type vergezeld te gaan van tekeningen, een ontwerpbeschrijving van het goed te keuren type container en de eventuele andere gegevens die de Administratie kan verlangen.

2.

De aanvrager dient de identificatiesymbolen aan te geven die door de fabrikant zullen worden toegekend aan het type container waarop de aanvraag om goedkeuring betrekking heeft.

3.

De aanvrage dient ook vergezeld te gaan van een bevestiging van de fabrikant dat hij:

  • a). de Administratie die containers van het desbetreffende ontwerp-type zal leveren die de Administratie wenst te controleren;
  • b). de Administratie elke verandering in het ontwerp of de beschrijving zal mededelen en haar goedkeuring zal afwachten alvorens de veiligheidskeurplaat op de container aan te brengen;
  • c). de veiligheidskeurplaat aan te brengen op elke container van de serie van het ontwerp-type en niet op andere containers;
  • d). een register zal bijhouden van de volgens het goedgekeurde ontwerp-type vervaardigde containers. Dit register dient ten minste te omvatten de identificatienummers van de fabrikant, de data van levering en de namen en adressen van klanten aan wie de containers zijn geleverd.
4.

De Administratie kan containers vervaardigd als een gewijzigd model van het goedgekeurde ontwerp-type goedkeuren, indien ten genoegen van de Administratie is aangetoond dat de wijzigingen geen afbreuk doen aan de geldigheid van de proeven verricht ter goedkeuring van het ontwerp-type.

5.

De Administratie mag een fabrikant geen machtiging verlenen veiligheidskeurplaten aan te brengen op basis van de goedkeuring van het ontwerp-type tenzij te haren genoegen is aangetoond dat de fabrikant een regeling voor produktiecontrole binnen het bedrijf heeft getroffen ten einde te verzekeren dat de geproduceerde containers overeenstemmen met het goedgekeurde prototype.

Bepaling 6. Onderzoek tijdens de produktie

Ten einde te verzekeren dat containers van hetzelfde ontwerpseriemodel volgens het goedgekeurde ontwerp worden vervaardigd, controleert of beproeft de Administratie in elk produktiestadium van de betrokken ontwerpmodelserie zoveel eenheden als zij noodzakelijk acht.

Bepaling 7. Kennisgeving aan de Administratie

Voor de aanvang van de produktie van elke nieuwe serie containers die zal worden vervaardigd overeenkomstig een goedgekeurd ontwerp-type dient de fabrikant de Administratie daarvan kennis te geven.

HOOFDSTUK III. – BEPALINGEN VOOR DE GOEDKEURING VAN NIEUWE CONTAINERS DOOR STUKSGEWIJZE GOEDKEURING

Bepaling 8. Goedkeuring van afzonderlijke containers

Er kan goedkeuring van afzonderlijke containers worden verleend wanneer na controle en het bijwonen van proeven, ten genoegen van de Administratie is aangetoond dat de container voldoet aan de vereisten van deze Overeenkomst; indien zulks het geval is, stelt de Administratie de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis en deze kennisgeving geeft hem het recht de veiligheidskeurplaat op een zodanige container aan te brengen.

HOOFDSTUK IV. BEPALINGEN VOOR DE GOEDKEURING VAN BESTAANDE CONTAINERS EN VAN NIEUW VERVAARDIGDE MAAR NOG NIET GOEDGEKEURDE CONTAINERS

Bepaling 9. Goedkeuring van bestaande containers

1.

Indien binnen vijf jaar na de datum van van kracht wording van deze Overeenkomst de eigenaar van een bestaande container de volgende gegevens aan een Administratie voorlegt:

  • a). datum en plaats van fabricage;
  • b). door de fabrikant van de container toegewezen identificatienummer indien voorhanden;
  • c). maximale brutomassa tijdens vervoer;
  • d).
  • (i). het bewijs dat een container van dit type gedurende een vak van ten minste twee jaar veilig is gebruikt bij vervoer over zee of over land, of
  • (ii). het bewijs, ten genoegen van de Administratie, dat de container was vervaardigd volgens een ontwerptype dat was beproefd en bevonden te voldoen aan de technische voorwaarden neergelegd in Bijlage II, met uitzondering van de technische voorwaarden betreffende de proeven inzake de sterkte van kop- en zijwanden, of
  • (iii). het bewijs dat de container was gebouwd volgens normen die naar de mening van de Administratie gelijkwaardig waren aan de technische voorwaarden neergelegd in Bijlage II, met uitzondering van de technische voorwaarden betreffende de proeven inzake de sterkte van kop- en zijwanden;
  • e). toelaatbare stapelbelasting bij 1,8 g (in kg en lb); en
  • f). de eventuele andere gegevens vereist voor de veiligheidskeurplaat, dan geeft de Administratie, na onderzoek, de eigenaar schriftelijk ervan kennis of de goedkeuring is verleend; en indien zulks het geval is, geeft deze kennisgeving de eigenaar het recht de veiligheidskeurplaat aan te brengen nadat controle van de betrokken container is verricht overeenkomstig Bepaling 2.

De controle van de betrokken container en het aanbrengen van de veiligheidskeurplaat dienen uiterlijk 1 januari 1985 te zijn geschied.

2.

Bestaande containers die niet in aanmerking komen voor goedkeuring krachtens paragraaf 1 van deze Bepaling kunnen ter goedkeuring worden voorgelegd krachtens de bepalingen van Hoofdstuk II of Hoofdstuk III van deze Bijlage. Voor zodanige containers zijn de vereisten van Bijlage II betreffende de proeven inzake de sterkte van kop- en/of zijwanden niet van toepassing. Indien ten genoegen van de Administratie is aangetoond dat de betrokken containers gebruikt zijn, kan zij, naar het haar passend voorkomt, de vereisten van voorlegging van tekeningen en de beproeving, behalve de hijsen vloersterkteproeven, terzijde stellen.

Bepaling 10. Goedkeuring van nieuw vervaardigde maar nog niet goedgekeurde containers

Indien op of voor 6 september 1982 de eigenaar van een nieuw vervaardigde maar nog niet onderzochte container, de volgende gegevens aan een Administratie voorlegt:

  • (a). datum en plaats van fabricage;
  • (b). het door de fabrikant van de container toegewezen identificatienummer, indien voorhanden;
  • (c). maximale brutomassa tijdens vervoer;
  • (d). het bewijs, ten genoegen van de Administratie, dat de container was vervaardigd volgens een ontwerptype dat was beproefd en bevonden te voldoen aan de technische voorwaarden neergelegd in Bijlage II;
  • (e). toelaatbare stapelbelasting bij 1,8 g (in kg en lb); en
  • (f). de eventuele andere gegevens, vereist voor de veiligheidskeurplaat,

kan de Administratie, na onderzoek, de container goedkeuren, niettegenstaande de bepalingen van Hoofdstuk II. Wanneer de goedkeuring is verleend, wordt de eigenaar schriftelijk ervan in kennis gesteld, en deze kennisgeving geeft de eigenaar het recht de veiligheidskeurplaat aan te brengen, nadat controle van de betrokken container is verricht overeenkomstig Bepaling 2. De controle van de betrokken container en het aanbrengen van de veiligheidskeurplaat dienen uiterlijk 1 januari 1985 te zijn geschied.

HOOFDSTUK V. - BEPALINGEN VOOR DE GOEDKEURING VAN GEWIJZIGDE CONTAINERS

Bepaling 11. Goedkeuring van gewijzigde containers

De eigenaar van een goedgekeurde container die zodanig is gewijzigd dat daardoor structurele veranderingen zijn ontstaan, dient de Administratie of een daartoe naar behoren gemachtigde organisatie van deze wijzigingen in kennis te stellen. De Administratie of de gemachtigde organisatie kan een passende hernieuwde beproeving van de gewijzigde container verlangen voordat een nieuw certificaat wordt afgegeven.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned Plenipotentiaries, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed the present Convention.

DONE at Geneva this second day of December, one thousand nine hundred and seventy-two.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)