Verdrag inzake de Internationale Organisatie voor Mobiele Satellieten

Type Verdrag
Publication 2008-10-06
State In force
Source BWB
artikelen 58
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag,

Gelet op het in Resolutie 1721 (XVI) van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties neergelegde beginsel, volgens hetwelk de berichtgeving door middel van telecommunicatiesatellieten beschikbaar dient te zijn voor alle landen ter wereld, zonder onderscheid, zodra zulks uitvoerbaar is,

Tevens gelet op de relevante bepalingen van het op 27 januari 1967 gesloten Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, en met name artikel 1 daarvan waarin staat vermeld dat het gebruik van de kosmische ruimte plaatsvindt ten voordele en in het belang van alle landen,

Vastbesloten daartoe ten voordele van de telecommunicatiegebruikers van alle landen, met gebruikmaking van de nieuwste vindingen op het gebied van de ruimtetechniek, zo doeltreffend en economisch mogelijke voorzieningen in het leven te blijven roepen, verenigbaar zijnde met het doeltreffend en rechtvaardig gebruik van het radiofrequentiespectrum en van de satellietbanen,

Indachtig het feit dat de Internationale Organisatie voor Maritieme Satellieten (INMARSAT), overeenkomstig haar oorspronkelijke doelstelling, een wereldwijd mobiele-satellietcommunicatiesysteem voor maritieme communicatie heeft opgericht, met inbegrip van mogelijkheden voor de communicatie voor noodgevallen en veiligheid die worden gespecificeerd in het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, zoals van tijd tot tijd gewijzigd, en het Radioreglement als beschreven in het Statuut van en het Verdrag van de Internationale Telecommunicatie Unie, zoals van tijd tot tijd gewijzigd, en welke voldoen aan bepaalde radiocommunicatievereisten van het Wereldomvattend Maritieme Systeem voor Noodgevallen en Veiligheid (GMDSS),

In herinnering brengend dat INMARSAT haar oorspronkelijke doel heeft uitgebreid met het beschikbaar stellen van mobiele-satellietcommunicatie ten behoeve van het land- en luchtvaartverkeer, met inbegrip van satellietcommunicatie voor beheer van het luchtvaartverkeer en operationeel beheer van luchtvaartuigen (veiligheidsdiensten voor de luchtvaart), en tevens diensten verleent ten behoeve van radioplaatsbepaling,

Voorts in herinnering brengend dat de Assemblee in december 1994 heeft besloten de naam „Internationale Organisatie voor Maritieme Satellieten (INMARSAT)” te vervangen door „Internationale Organisatie voor Mobiele Satellieten (Inmarsat)” en dat, hoewel deze wijzigingen niet formeel in werking zijn getreden, sindsdien de naam Internationale Organisatie voor Mobiele Satellieten (Inmarsat) is gehanteerd, waaronder in de herstructureringsdocumentatie,

Erkennend dat, bij de herstructurering van de Internationale Organisatie voor Mobiele Satellieten, haar vermogensbestanddelen, commerciële operaties en belangen zonder beperkingen zijn overgedragen aan een nieuwe commerciële onderneming, Inmarsat Ltd., waarbij voortzetting van de levering van het GMDSS en steun voor andere publieke belangen door de onderneming worden gewaarborgd door een mechanisme voor intergouvernementeel toezicht door de Internationale Organisatie voor Mobiele Satellieten (IMSO),

Erkennend dat, door aanneming van Resolutie A.888(21) van de Assemblee van de IMO, „Criteria voor het leveren van mobiele-satellietcommunicatiesystemen voor het Wereldomvattend Maritieme Systeem voor Noodgevallen en Veiligheid (GMDSS)”, de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) de noodzaak heeft onderkend dat zijzelf criteria beschikbaar moet hebben aan de hand waarvan de mogelijkheden en prestaties kunnen worden getoetst van mobiele-satellietcommunicatiesystemen, die door regeringen kunnen worden aangemeld bij de IMO ten behoeve van mogelijke erkenning voor gebruik in het GMDSS,

Voorts erkennend dat de IMO een „Procedure voor het toetsen en mogelijk erkennen van mobiele-satellietsystemen aangemeld voor gebruik in het GMDSS” heeft ontwikkeld,

Voorts de wens van de partijen ERKENNEND de ontwikkeling van een concurrerende marktomgeving te stimuleren voor de huidige en toekomstige levering van diensten voor mobiele-satellietcommunicatiesystemen voor het GMDSS,

Bevestigend dat onder dergelijke omstandigheden de noodzaak bestaat de continuïteit van de levering van diensten voor het GMDSS door middel van intergouvernementeel toezicht te waarborgen,

Erkennend dat de IMO, tijdens de eenentachtigste zitting van haar Maritieme Veiligheidscommissie (MSC), wijzigingen van hoofdstuk V van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, met betrekking tot de langeafstandsidentificatie en -tracking van schepen (LRIT), alsmede prestatienormen en functionele vereisten voor LRIT en regelingen voor de tijdige invoering van het LRIT-systeem heeft aangenomen,

Bevestigend dat de partijen wensen dat IMSO de functies en taken van de LRIT-coördinator op zich neemt, zonder kosten voor de partijen, in overeenstemming met de besluiten van de IMO, met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag,

Erkennend dat de MSC, tijdens haar tweeënentachtigste zitting, heeft besloten IMSO tot de LRIT-coördinator te benoemen en IMSO heeft uitgenodigd alle mogelijke maatregelen te nemen om de tijdige invoering van het LRIT-systeem te waarborgen.

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 2. Oprichting van de Organisatie

De Internationale Organisatie voor Mobiele Satellieten (IMSO), hierna te noemen „de Organisatie”, wordt hierbij opgericht.

Artikel 3. Primaire doel

1.

Het primaire doel van de Organisatie is de levering door elke Leverancier te waarborgen van mobiele-satellietcommunicatiediensten op zee voor het GMDSS in overeenstemming met het juridisch kader ingesteld door de IMO.

2.

Bij de implementatie van het in het eerste lid vervatte primaire doel:

Artikel 4. Overige functies

1.

Met inachtneming van het besluit van de Assemblee kan de Organisatie functies en/of taken als LRIT-coördinator vervullen, zonder kosten voor de partijen, in overeenstemming met de besluiten van de IMO.

2.

De Organisatie blijft de functies en/of taken als LRIT-coördinator vervullen, op voorwaarde dat de Assemblee hiermee instemt. Bij het vervullen van dergelijke functies en/of taken handelt de Organisatie op eerlijke en consequente wijze.

Artikel 5. Toezicht op het GMDSS

1.

De Organisatie voert met elke Leverancier een Algemene-dienstenovereenkomst uit, en treft zo nodig andere regelingen om de Organisatie in staat te stellen haar toezichtsfuncties uit te oefenen, alsmede verslag te doen en aanbevelingen te doen, al naargelang van toepassing.

2.

Het toezicht op Leveranciers door de Organisatie is gebaseerd op:

3.

Elke Algemene-dienstenovereenkomst omvat onder andere algemene bepalingen, gemeenschappelijke beginselen en toepasselijke verplichtingen voor de Leverancier in overeenstemming met een referentiemodel van een Algemene-dienstenovereenkomst en richtlijnen die door de Assemblee zijn ontwikkeld, met inbegrip van regelingen voor het leveren van alle informatie die de Organisatie nodig heeft om, in overeenstemming met artikel 3, haar doel, functies en taken te vervullen.

4.

Alle Leveranciers voeren Algemene-dienstenovereenkomsten uit die tevens worden uitgevoerd door de Directeur-Generaal namens de Organisatie. Algemene-dienstenovereenkomsten dienen door de Assemblee te worden goedgekeurd. De Algemene-dienstenovereenkomsten worden door de Directeur-Generaal toegezonden aan alle partijen. Dergelijke overeenkomsten worden geacht door de Assemblee te zijn goedgekeurd tenzij binnen drie maanden na de datum van verzending meer dan een derde van de partijen een schriftelijk bezwaar heeft ingediend bij de Directeur-Generaal.

Artikel 6. Facilitatie

1.

De partijen treffen passende maatregelen in overeenstemming met hun nationale wetgeving om Leveranciers in staat te stellen diensten voor het GMDSS te leveren.

2.

De Organisatie dient ernaar te streven, met behulp van bestaande internationale en nationale mechanismen op het gebied van technische ondersteuning, Leveranciers te ondersteunen bij hun streven te waarborgen dat mobiele-satellietcommunicatiediensten worden geleverd aan alle gebieden waar hieraan behoefte bestaat, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met landelijke en afgelegen gebieden.

Artikel 7. LRIT-dienstenovereenkomsten

Om haar functies en taken als LRIT-coördinator te vervullen, met inbegrip van het verhalen van de gemaakte kosten, mag de Organisatie contractuele verbintenissen aangaan, met inbegrip van LRIT-dienstenovereenkomsten, met LRIT-datacentra, LRIT-data-uitwisselingssystemen, of andere relevante entiteiten, op de voorwaarden die de Directeur-Generaal in onderhandelingen kan overeenkomen, onder toezicht van de Assemblee.

Artikel 8. Structurele opzet

De Organisatie heeft de volgende organen:

Artikel 9. Assemblée: samenstelling en bijeenkomsten

1.

De Assemblée is samengesteld uit alle Partijen.

2.

Gewone zittingen van de Assemblee worden eenmaal in de twee jaar gehouden. Buitengewone zittingen worden belegd op verzoek van één derde van de partijen of op verzoek van de Directeur-Generaal, of op de tijdstippen waarin het Reglement van Orde voor de Assemblee eventueel voorziet.

3.

Alle Partijen zijn gerechtigd tot bijwoning van en deelneming aan bijeenkomsten van de Assemblée, ongeacht de plaats waar de bijeenkomst wordt gehouden. De regelingen die met een gastheerland worden getroffen, dienen verenigbaar te zijn met deze verplichtingen.

Artikel 10. Assemblée: procedure

1.

Elke Partij brengt één stem uit in de Assemblée.

2.

Beslissingen omtrent materiële zaken worden genomen met een twee derde meerderheid, en beslissingen in procedurele zaken met een gewone meerderheid, van de aanwezige en hun stem uitbrengende Partijen. De Partijen die zich van stemming onthouden, worden geacht niet aan de stemming te hebben deelgenomen.

3.

Over de vraag of een bepaalde zaak van procedurele of materiële aard is, wordt door de Voorzitter beslist. Deze beslissingen kunnen ongedaan worden gemaakt door een twee derde meerderheid van de aanwezige en hun stem uitbrengende Partijen.

4.

Het quorum voor een bijeenkomst van de Assemblee wordt gevormd door een gewone meerderheid van de partijen.

Artikel 11. Assemblée: Functies

De Assemblée heeft de volgende functies:

Artikel 12. Directoraat

1.

De Directeur-Generaal wordt benoemd voor vier jaar of voor zolang als de Assemblee besluit.

2.

De Directeur-Generaal wordt voor ten hoogste twee achtereenvolgende termijnen benoemd, tenzij de Assemblee anderszins besluit.

3.

De Directeur-Generaal is de wettelijk vertegenwoordiger van de Organisatie en de hoogste functionaris van het Directoraat en legt verantwoording af aan en handelt volgens de aanwijzingen van de Assemblee.

4.

Met inachtneming van de aanwijzingen en instructies van de Assemblee bepaalt de Directeur-Generaal de structuur, het aantal medewerkers, alsmede de standaardarbeidsvoorwaarden voor functionarissen en werknemers en voor deskundigen en andere adviseurs van het Directoraat en benoemt hij het personeel van het Directoraat.

5.

Bij de benoeming van de Directeur-Generaal en het overige personeel van het Directoraat dient vóór alles te worden gelet op de noodzaak van het waarborgen van de hoogste normen van integriteit, bekwaamheid en doelmatigheid.

6.

De Organisatie sluit met de partij op het grondgebied waarvan de Organisatie het Directoraat vestigt, een door de Assemblee goed te keuren overeenkomst inzake de faciliteiten, voorrechten en immuniteiten van de Organisatie, haar Directeur-Generaal, andere functionarissen en vertegenwoordigers van partijen, wanneer zij zich op het grondgebied van de regering van het gastland bevinden voor de uitoefening van hun functie. De overeenkomst eindigt indien het Directoraat wordt verplaatst buiten het grondgebied van de regering van het gastland.

7.

Alle partijen, met uitzondering van een partij die de in het zesde lid bedoelde overeenkomst heeft gesloten, sluiten een protocol ter regeling van de voorrechten en immuniteiten van de Organisatie, haar Directeur-Generaal, haar personeel, van deskundigen die opdrachten voor de Organisatie uitvoeren, en van vertegenwoordigers van partijen, die zich op het grondgebied van partijen bevinden voor de uitoefening van hun functie. Het protocol is onafhankelijk van dit Verdrag en legt de voorwaarden voor zijn beëindiging vast.

Artikel 13. Kosten

1.

De Organisatie houdt een afzonderlijke boekhouding bij van de kosten gemaakt voor toezicht op het GMDSS en dienstverlening als LRIT-coördinator. De Organisatie legt in de Algemene-dienstenovereenkomsten en in de LRIT-dienstenovereenkomsten en/of contracten, al naargelang van toepassing, een regeling vast voor de door de Leveranciers en de entiteiten waarmee de Organisatie een LRIT-dienstenovereenkomst en/of contract heeft gesloten te betalen kosten die verband houden met het volgende:

2.

De in het eerste lid omschreven kosten worden over alle Leveranciers en entiteiten waarmee de Organisatie een LRIT-dienstenovereenkomst en/of contracten is aangegaan, al naargelang van toepassing, omgeslagen in overeenstemming met de door de Assemblee ingestelde regels.

3.

Geen van de partijen is gehouden vanwege haar status als partij bij dit Verdrag kosten te betalen die verband houden met het uitvoeren door de Organisatie van de functies en taken van LRIT-coördinator.

4.

Elke partij draagt zelf de kosten van vertegenwoordiging bij zittingen van de Assemblee en bijeenkomsten van haar hulporganen.

Artikel 14. Aansprakelijkheid

Partijen zijn in die hoedanigheid niet aansprakelijk voor de handelingen en verplichtingen van de Organisatie of de Leveranciers, behalve met betrekking tot Staten die geen partij zijn, of door hen vertegenwoordigde natuurlijke personen of rechtspersonen, voor zover deze aansprakelijkheid voortvloeit uit van kracht zijnde verdragen tussen de partij en de betrokken Staat die geen partij is. Het bovenstaande vormt echter geen beletsel voor een partij die ingevolge een dergelijke verdrag schadevergoeding heeft moeten betalen aan een Staat die geen partij is, of aan een door deze Staat vertegenwoordigde natuurlijke persoon of rechtspersoon, zich jegens elke andere partij te beroepen op de rechten die zij krachtens dat verdrag heeft.

Artikel 15. Rechtspersoonlijkheid

De Organisatie bezit rechtspersoonlijkheid. Teneinde haar functies naar behoren te kunnen uitoefenen heeft zij in het bijzonder de bevoegdheid contracten aan te gaan, roerende en onroerende zaken te kopen, te huren, te bezitten of te verkopen, zich partij te stellen in een geding en overeenkomsten te sluiten met Staten of internationale organisaties.

Artikel 16. Betrekkingen met andere internationale organisaties

De Organisatie werkt samen met de Verenigde Naties en de daartoe behorende organen voor het vreedzaam gebruik van de ruimte en het oceaangebied, haar Gespecialiseerde Organisaties, alsmede met andere internationale organisaties, ter behartiging van zaken van gemeenschappelijk belang.

Artikel 17. Beslechting van geschillen

Geschillen die tussen Partijen of tussen Partijen en de Organisatie rijzen met betrekking tot een kwestie op grond van dit Verdrag, dienen door middel van onderhandelingen tussen de betrokken partijen te worden opgelost. Indien binnen een jaar na het tijdstip waarop een partij om regeling van een geschil heeft verzocht, geen overeenstemming is bereikt en indien de partijen bij het geschil er niet mee hebben ingestemd a) in geval van een geschil tussen Partijen het geschil voor te leggen aan het Internationaal Gerechtshof of b) in geval van andere geschillen te onderwerpen aan een andere procedure voor de beslechting van geschillen, kan, mits de partijen bij het geschil daarmee instemmen, het geschil aan arbitrage worden onderworpen overeenkomstig het bepaalde in de Bijlage bij dit Verdrag.

Artikel 18. Instemming gebonden te worden

1.

Dit Verdrag staat voor ondertekening open te Londen tot het tijdstip waarop het in werking treedt, en staat daarna open voor toetreding. Alle Staten kunnen Partij bij het Verdrag worden door:

2.

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door middel van nederlegging van de desbetreffende akte bij de Depositaris.

3.

Vervallen.

4.

Vervallen.

5.

Ten aanzien van dit Verdrag kan geen enkel voorbehoud worden gemaakt.

Artikel 19. Inwerkingtreding

1.

Dit Verdrag treedt in werking zestig dagen na de datum waarop Staten die gezamenlijk 95% van de aanvankelijke investeringsaandelen vertegenwoordigen partij bij het Verdrag zijn geworden.

2.

Niettegenstaande het bepaalde in lid 1 treedt het Verdrag niet in werking, indien het niet binnen zesendertig maanden na de datum waarop het Verdrag werd opengesteld voor ondertekening, in werking is getreden.

3.

Voor een Staat waarvan de akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding is nedergelegd na de datum waarop het Verdrag in werking is getreden, wordt de bekrachtiging, de aanvaarding, de goedkeuring of de toetreding van kracht op de datum van de nederlegging.

Artikel 1

Geschillen die vatbaar zijn voor regeling overeenkomstig artikel 15 van het Verdrag, worden door een uit drie leden bestaand scheidsgerecht behandeld.

Artikel 2

Een eiser, of een groep eisers, die een geschil aan arbitrage wenst te onderwerpen, doet iedere gedaagde alsmede het Secretariaat een document met de volgende gegevens toekomen:

Het Secretariaat zendt onverwijld een afschrift van het document aan iedere Partij.

Artikel 3

1.

Binnen zestig dagen na het tijdstip waarop kopieën van het in artikel 2 omschreven document door alle gedaagden zijn ontvangen, wijzen zij gezamenlijk iemand aan om als lid van het scheidsgerecht op te treden. Binnen deze termijn kunnen de gedaagden gezamenlijk, of ieder afzonderlijk, aan elke partij bij het geschil en aan het Secretariaat een document doen toekomen waarin hun gezamenlijk of afzonderlijk verweer op het in artikel 2 genoemde document wordt vermeld, met inbegrip van eventuele eisen in reconventie, die uit het onderwerp van het geschil kunnen voortvloeien.

2.

Binnen dertig dagen na de aanwijzing van de twee leden van het scheidsgerecht dienen beiden overeenstemming over de keuze van een derde lid te bereiken. Dit lid mag niet dezelfde nationaliteit hebben als, of ingezetene zijn van het grondgebied van, een der partijen bij het geschil, noch in haar dienst werkzaam zijn.

3.

Indien de partijen bij het geschil nalaten, binnen de voorgeschreven termijn een lid van het scheidsgerecht aan te wijzen, of indien het derde lid niet binnen de voorgeschreven termijn wordt benoemd, kan de President van het Internationaal Gerechtshof of, indien hij verhinderd is zulks te doen of dezelfde nationaliteit heeft als een der partijen bij het geschil, de Vice-President of, indien hij verhinderd is zulks te doen of dezelfde nationaliteit heeft als een der partijen bij het geschil, de rechter die de oudste in rang is en die niet dezelfde nationaliteit heeft als een der partijen bij het geschil, op verzoek van een der partijen een of meer leden van het scheidsgerecht benoemen, al naar gelang zulks noodzakelijk is.

4.

Het derde lid van het scheidsgerecht treedt op als voorzitter van het scheidsgerecht.

5.

Het scheidsgerecht is ingesteld zodra de voorzitter is gekozen.

Artikel 4

1.

Indien een vacature in het scheidsgerecht ontstaat door oorzaken die naar het oordeel van de voorzitter of de overblijvende leden van het scheidsgerecht buiten de macht van de partijen bij het geschil liggen of die niet strijdig zijn met de regels, voorgeschreven voor een geding ten overstaan van scheidsmannen, wordt de vacature vervuld overeenkomstig de volgende bepalingen:

2.

Indien een vacature ontstaat door andere oorzaken, of indien een vacature, ontstaan ingevolge het eerste lid, niet wordt vervuld, hebben de overblijvende leden van het scheidsgerecht de bevoegdheid, niettegenstaande het bepaalde in artikel 1, op verzoek van een der partijen het geding voort te zetten en de scheidsrechterlijke uitspraak te doen.

Artikel 5

1.

Het scheidsgerecht stelt tijd en plaats van zijn zittingen vast.

2.

Het geding wordt gehouden achter gesloten deuren en alle stukken die aan het scheidsgerecht worden voorgelegd, worden als vertrouwelijk behandeld. De Organisatie heeft echter het recht aanwezig te zijn en heeft toegang tot de overgelegde stukken. Indien de Organisatie partij is bij het geding, hebben alle Partijen het recht aanwezig te zijn en hebben zij toegang tot alle overgelegde stukken.

3.

In geval van een geschil over de bevoegdheid van het scheidsgerecht behandelt het scheidsgerecht allereerst deze zaak.

4.

Het proces wordt schriftelijk gevoerd en iedere partij heeft het recht schriftelijke bewijsstukken over te leggen ter staving van hetgeen zij ten aanzien van de feiten en van het recht aanvoert. Indien het scheidsgerecht dit gewenst acht, kunnen echter mondelinge argumenten worden aangevoerd en getuigenverklaringen worden afgelegd.

5.

Het proces begint met het uiteenzetten van het standpunt van de eiser in het geding, met vermelding van zijn argumenten, daarmee in verband staande feiten die steunen op bewijs, alsmede de rechtsbeginselen waarop een beroep wordt gedaan. Dit wordt gevolgd door het uiteenzetten van het standpunt van de gedaagde. De eiser kan hierop van repliek dienen en de gedaagde kan dupliek geven. Verdere pleidooien worden alleen gehouden, indien het scheidsgerecht zulks noodzakelijk oordeelt.

6.

Het scheidsgerecht kan eisen in reconventie die rechtstreeks uit het onderwerp van geschil voortvloeien, in behandeling nemen en daarover een beslissing nemen, mits deze eisen in reconventie binnen zijn bevoegdheid vallen, zoals deze is vastgesteld in artikel 15 van dit Verdrag.

7.

Indien de partijen bij het geschil tijdens het proces tot overeenstemming komen, wordt deze overeenstemming vastgelegd in de vorm van een beslissing van het scheidsgerecht, gegeven met toestemming van de partijen bij het geschil.

8.

Op elk tijdstip gedurende het proces kan het scheidsgerecht het proces beëindigen, indien het van oordeel is dat het geschil buiten zijn bevoegdheid valt, zoals deze is vastgesteld in artikel 15 van dit Verdrag.

9.

De beraadslagingen van het scheidsgerecht zijn geheim.

10.

De beslissingen van het scheidsgerecht worden schriftelijk gegeven, vergezeld van een schriftelijke motivering. Zijn uitspraken en beslissingen moeten door ten minste twee leden worden ondersteund. Ingeval een lid een van de beslissing afwijkend oordeel heeft, kan hij een afzonderlijke schriftelijke motivering overleggen.

11.

Het scheidsgerecht doet zijn beslissing aan het Secretariaat toekomen, dat haar aan alle Partijen toezendt.

12.

Het scheidsgerecht kan noodzakelijk geachte aanvullende regels inzake de procedure aanvaarden, die verenigbaar zijn met die welke in deze Bijlage zijn vastgesteld.

Artikel 6

Indien een der partijen nalaat haar standpunt in het geschil in het geding te brengen, kan de andere partij het scheidsgerecht verzoeken een uitspraak te haren gunste te doen. Alvorens uitspraak te doen, dient het scheidsgerecht zich ervan te overtuigen, dat de zaak binnen zijn bevoegdheid valt en op goede feitelijke en juridische gronden berust.

Artikel 7

Elke Partij of de Organisatie kan een verzoek tot het scheidsgerecht richten ter verkrijging van toestemming voor toelating als partij bij het geding. Indien het scheidsgerecht beslist dat verzoeker een aanmerkelijk belang bij de zaak heeft, willigt het het verzoek in.

Artikel 8

Het scheidsgerecht kan, op verzoek van een der partijen of op eigen initiatief, deskundigen aanwijzen om zich te laten bijstaan.

Artikel 9

Elke Partij en de Organisatie dienen alle inlichtingen te verschaffen die het scheidsgerecht, hetzij op verzoek van een der partijen bij het geding, hetzij op eigen initiatief, noodzakelijk oordeelt voor de behandeling en de regeling van het geschil.

Artikel 10

Het scheidsgerecht kan, hangende de uitspraak, voorlopige maatregelen aangeven die naar zijn mening noodzakelijk zijn om de onderscheiden rechten van de partijen bij het geschil te waarborgen.

Artikel 11

1.

De uitspraak van het scheidsgerecht dient in overeenstemming te zijn met internationaal recht en te zijn gegrond op:

2.

De uitspraak van het scheidsgerecht, met inbegrip van de eventueel door de partijen bij het geschil bereikte overeenstemming ingevolge artikel 5, zevende lid, is bindend voor alle partijen bij het geschil en wordt door hen te goeder trouw ten uitvoer gelegd. Indien de Organisatie partij is bij het geschil en het scheidsgerecht beslist dat een besluit van een van zijn organen geen rechtskracht heeft, aangezien daarin niet is voorzien bij, of dit niet in overeenstemming is met dit Verdrag, is de beslissing van het scheidsgerecht bindend voor alle Partijen.

3.

In geval van een geschil over de uitleg of draagwijdte van zijn uitspraak, wordt deze op verzoek van enige partij bij het geschil door het scheidsgerecht toegelicht.

Artikel 12

Tenzij het scheidsgerecht wegens de bijzondere omstandigheden van de zaak anders beslist, worden de kosten van het scheidsgerecht, met inbegrip van de vergoeding van de leden van het scheidsgerecht, voor gelijke delen door ieder der partijen gedragen. Indien aan één zijde meer dan één partij is, wordt het aandeel in de kosten voor deze zijde door het scheidsgerecht over die partijen aan deze zijde verdeeld. Indien de Organisatie partij is bij het geding, worden de met de arbitrage verband houdende kosten beschouwd als administratieve kosten van de Organisatie.

Artikel I. Begripsomschrijvingen

Vervallen

Artikel II. Rechten en verplichtingen van de Ondertekenaars

Vervallen

Artikel III. Kapitaalbijdragen

Vervallen

Artikel IV. Limiet van het kapitaal

Vervallen

Artikel V. Investeringsaandelen

Vervallen

Artikel VI. Financiële verrekeningen lussen Ondertekenaars

Vervallen

Artikel VII. Betaling van gebruiksheffingen

Vervallen

Artikel VIII. Inkomsten

Vervallen

Artikel IX. Vereffening van rekeningen

Vervallen

Artikel X. Financiering van tekorten

Vervallen

Artikel XI. Aansprakelijkheid

Vervallen

Artikel XII. Ontheffing van aansprakelijkheid, voortvloeiend uit het verlenen van telecommunicatiediensten

Vervallen

Artikel XIII. Vereffening bij terugtrekking of royement

Vervallen

Artikel XIV. Goedkeuring van grondstations

Vervallen

Artikel XV. Gebruik van de INMARSAT-ruimtesector

Vervallen

Artikel XVI. Beslechting van geschillen

Vervallen

Artikel XVII. Inwerkingtreding

Vervallen

Artikel XVIII. Wijzigingen

Vervallen

Artikel XIX. Depositaris

Vervallen

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorized by their respective Governments, have signed this Convention.

DONE at London this third day of September one thousand nine hundred and seventy-six in the English, French, Russian and Spanish languages, all the texts being equally authentic, in a single original which shall be deposited with the Depositary, who shall send a certified copy to the Government of each of the States which were invited to attend the International Conference on the Establishment of an International Maritime Satellite System and to the Government of any other State which signs or accedes to this Convention.

Artikel 20. Wijzigingen

1.

Een wijziging van dit Verdrag kan door elke partij worden voorgesteld. De voorgestelde wijziging wordt door de Directeur-Generaal aan alle partijen en aan waarnemers toegezonden. De Assemblee neemt de voorgestelde wijziging niet eerder in overweging dan zes maanden daarna. De Assemblee kan deze termijn in bijzondere gevallen met ten hoogste drie maanden verkorten door middel van een besluit overeenkomstig de vastgestelde procedure voor materiële zaken. Leveranciers en waarnemers hebben het recht de partijen te voorzien van hun commentaar en inbreng met betrekking tot de voorgestelde wijziging.

2.

Een door de Assemblée aangenomen wijziging wordt van kracht honderdtwintig dagen nadat de Depositaris kennisgevingen van aanvaarding heeft ontvangen van twee derde van de Staten die op het tijdstip van aanneming door de Assemblée Partij waren bij dit Verdrag. Zodra de wijziging van kracht wordt, wordt deze bindend voor alle Partijen die haar hebben aanvaard. Voor alle overige Staten die op het tijdstip van aanneming door de Assemblée Partij waren bij dit Verdrag wordt de wijziging bindend op de dag waarop de Depositaris hun kennisgeving van aanvaarding ontvangt.

Artikel 21. Terugtrekking

Een Partij kan zich op elk tijdstip vrijwillig uit de Organisatie terugtrekken door middel van een schriftelijke kennisgeving, welke terugtrekking van kracht wordt op de datum waarop de Depositaris de kennisgeving ontvangt.

Artikel 1

Geschillen die vatbaar zijn voor regeling overeenkomstig artikel 15 van het Verdrag, worden door een uit drie leden bestaand scheidsgerecht behandeld.

Artikel 2

Een eiser, of een groep eisers, die een geschil aan arbitrage wenst te onderwerpen, doet iedere gedaagde alsmede het Directoraat een document met de volgende gegevens toekomen:

Het Directoraat zendt onverwijld een afschrift van het document aan iedere Partij.

Artikel 3

1.

Binnen zestig dagen na het tijdstip waarop kopieën van het in artikel 2 omschreven document door alle gedaagden zijn ontvangen, wijzen zij gezamenlijk iemand aan om als lid van het scheidsgerecht op te treden. Binnen deze termijn kunnen de gedaagden gezamenlijk, of ieder afzonderlijk, aan elke partij bij het geschil en aan het Directoraat een document doen toekomen waarin hun gezamenlijk of afzonderlijk verweer op het in artikel 2 genoemde document wordt vermeld, met inbegrip van eventuele eisen in reconventie, die uit het onderwerp van het geschil kunnen voortvloeien.

2.

Binnen dertig dagen na de aanwijzing van de twee leden van het scheidsgerecht dienen beiden overeenstemming over de keuze van een derde lid te bereiken. Dit lid mag niet dezelfde nationaliteit hebben als, of ingezetene zijn van het grondgebied van, een der partijen bij het geschil, noch in haar dienst werkzaam zijn.

3.

Indien de partijen bij het geschil nalaten, binnen de voorgeschreven termijn een lid van het scheidsgerecht aan te wijzen, of indien het derde lid niet binnen de voorgeschreven termijn wordt benoemd, kan de President van het Internationaal Gerechtshof of, indien hij verhinderd is zulks te doen of dezelfde nationaliteit heeft als een der partijen bij het geschil, de Vice-President of, indien hij verhinderd is zulks te doen of dezelfde nationaliteit heeft als een der partijen bij het geschil, de rechter die de oudste in rang is en die niet dezelfde nationaliteit heeft als een der partijen bij het geschil, op verzoek van een der partijen een of meer leden van het scheidsgerecht benoemen, al naar gelang zulks noodzakelijk is.

4.

Het derde lid van het scheidsgerecht treedt op als voorzitter van het scheidsgerecht.

5.

Het scheidsgerecht is ingesteld zodra de voorzitter is gekozen.

Artikel 4

1.

Indien een vacature in het scheidsgerecht ontstaat door oorzaken die naar het oordeel van de voorzitter of de overblijvende leden van het scheidsgerecht buiten de macht van de partijen bij het geschil liggen of die niet strijdig zijn met de regels, voorgeschreven voor een geding ten overstaan van scheidsmannen, wordt de vacature vervuld overeenkomstig de volgende bepalingen:

2.

Indien een vacature ontstaat door andere oorzaken, of indien een vacature, ontstaan ingevolge het eerste lid, niet wordt vervuld, hebben de overblijvende leden van het scheidsgerecht de bevoegdheid, niettegenstaande het bepaalde in artikel 1, op verzoek van een der partijen het geding voort te zetten en de scheidsrechterlijke uitspraak te doen.

Artikel 5

1.

Het scheidsgerecht stelt tijd en plaats van zijn zittingen vast.

2.

Het geding wordt gehouden achter gesloten deuren en alle stukken die aan het scheidsgerecht worden voorgelegd, worden als vertrouwelijk behandeld. De Organisatie heeft echter het recht aanwezig te zijn en heeft toegang tot de overgelegde stukken. Indien de Organisatie partij is bij het geding, hebben alle Partijen het recht aanwezig te zijn en hebben zij toegang tot alle overgelegde stukken.

3.

In geval van een geschil over de bevoegdheid van het scheidsgerecht behandelt het scheidsgerecht allereerst deze zaak.

4.

Het proces wordt schriftelijk gevoerd en iedere partij heeft het recht schriftelijke bewijsstukken over te leggen ter staving van hetgeen zij ten aanzien van de feiten en van het recht aanvoert. Indien het scheidsgerecht dit gewenst acht, kunnen echter mondelinge argumenten worden aangevoerd en getuigenverklaringen worden afgelegd.

5.

Het proces begint met het uiteenzetten van het standpunt van de eiser in het geding, met vermelding van zijn argumenten, daarmee in verband staande feiten die steunen op bewijs, alsmede de rechtsbeginselen waarop een beroep wordt gedaan. Dit wordt gevolgd door het uiteenzetten van het standpunt van de gedaagde. De eiser kan hierop van repliek dienen en de gedaagde kan dupliek geven. Verdere pleidooien worden alleen gehouden, indien het scheidsgerecht zulks noodzakelijk oordeelt.

6.

Het scheidsgerecht kan eisen in reconventie die rechtstreeks uit het onderwerp van geschil voortvloeien, in behandeling nemen en daarover een beslissing nemen, mits deze eisen in reconventie binnen zijn bevoegdheid vallen, zoals deze is vastgesteld in artikel 15 van dit Verdrag.

7.

Indien de partijen bij het geschil tijdens het proces tot overeenstemming komen, wordt deze overeenstemming vastgelegd in de vorm van een beslissing van het scheidsgerecht, gegeven met toestemming van de partijen bij het geschil.

8.

Op elk tijdstip gedurende het proces kan het scheidsgerecht het proces beëindigen, indien het van oordeel is dat het geschil buiten zijn bevoegdheid valt, zoals deze is vastgesteld in artikel 15 van dit Verdrag.

9.

De beraadslagingen van het scheidsgerecht zijn geheim.

10.

De beslissingen van het scheidsgerecht worden schriftelijk gegeven, vergezeld van een schriftelijke motivering. Zijn uitspraken en beslissingen moeten door ten minste twee leden worden ondersteund. Ingeval een lid een van de beslissing afwijkend oordeel heeft, kan hij een afzonderlijke schriftelijke motivering overleggen.

11.

Het scheidsgerecht doet zijn beslissing aan het Directoraat toekomen, dat haar aan alle Partijen toezendt.

12.

Het scheidsgerecht kan noodzakelijk geachte aanvullende regels inzake de procedure aanvaarden, die verenigbaar zijn met die welke in deze Bijlage zijn vastgesteld.

Artikel 6

Indien een der partijen nalaat haar standpunt in het geschil in het geding te brengen, kan de andere partij het scheidsgerecht verzoeken een uitspraak te haren gunste te doen. Alvorens uitspraak te doen, dient het scheidsgerecht zich ervan te overtuigen, dat de zaak binnen zijn bevoegdheid valt en op goede feitelijke en juridische gronden berust.

Artikel 7

Elke Partij of de Organisatie kan een verzoek tot het scheidsgerecht richten ter verkrijging van toestemming voor toelating als partij bij het geding. Indien het scheidsgerecht beslist dat verzoeker een aanmerkelijk belang bij de zaak heeft, willigt het het verzoek in.

Artikel 8

Het scheidsgerecht kan, op verzoek van een der partijen of op eigen initiatief, deskundigen aanwijzen om zich te laten bijstaan.

Artikel 9

Elke Partij en de Organisatie dienen alle inlichtingen te verschaffen die het scheidsgerecht, hetzij op verzoek van een der partijen bij het geding, hetzij op eigen initiatief, noodzakelijk oordeelt voor de behandeling en de regeling van het geschil.

Artikel 10

Het scheidsgerecht kan, hangende de uitspraak, voorlopige maatregelen aangeven die naar zijn mening noodzakelijk zijn om de onderscheiden rechten van de partijen bij het geschil te waarborgen.

Artikel 11

1.

De uitspraak van het scheidsgerecht dient in overeenstemming te zijn met internationaal recht en te zijn gegrond op:

2.

De uitspraak van het scheidsgerecht, met inbegrip van de eventueel door de partijen bij het geschil bereikte overeenstemming ingevolge artikel 5, zevende lid, is bindend voor alle partijen bij het geschil en wordt door hen te goeder trouw ten uitvoer gelegd. Indien de Organisatie partij is bij het geschil en het scheidsgerecht beslist dat een besluit van een van zijn organen geen rechtskracht heeft, aangezien daarin niet is voorzien bij, of dit niet in overeenstemming is met dit Verdrag, is de beslissing van het scheidsgerecht bindend voor alle Partijen.

3.

In geval van een geschil over de uitleg of draagwijdte van zijn uitspraak, wordt deze op verzoek van enige partij bij het geschil door het scheidsgerecht toegelicht.

Artikel 12

Tenzij het scheidsgerecht wegens de bijzondere omstandigheden van de zaak anders beslist, worden de kosten van het scheidsgerecht, met inbegrip van de vergoeding van de leden van het scheidsgerecht, voor gelijke delen door ieder der partijen gedragen. Indien aan één zijde meer dan één partij is, wordt het aandeel in de kosten voor deze zijde door het scheidsgerecht over die partijen aan deze zijde verdeeld. Indien de Organisatie partij is bij het geding, worden de met de arbitrage verband houdende kosten beschouwd als administratieve kosten van de Organisatie.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorized by their respective Governments, have signed this Convention.

DONE at London this third day of September one thousand nine hundred and seventy-six in the English, French, Russian and Spanish languages, all the texts being equally authentic, in a single original which shall be deposited with the Depositary, who shall send a certified copy to the Government of each of the States which were invited to attend the International Conference on the Establishment of an International Maritime Satellite System and to the Government of any other State which signs or accedes to this Convention.

Artikel 22. Depositaris

1.

De Secretaris-Generaal van de IMO is de Depositaris van dit Verdrag.

2.

De Depositaris stelt alle Partijen onverwijld in kennis van:

3.

Op het tijdstip van inwerkingtreding van een wijziging van het Verdrag zendt de Depositaris een gewaarmerkt afschrift aan het Secretariaat van de Verenigde Naties voor registratie en publicatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.

Artikel 1

Geschillen die vatbaar zijn voor regeling overeenkomstig artikel 17 van het Verdrag, worden door een uit drie leden bestaand scheidsgerecht behandeld.

Artikel 2

Een eiser, of een groep eisers, die een geschil aan arbitrage wenst te onderwerpen, doet iedere gedaagde alsmede het Directoraat een document met de volgende gegevens toekomen:

Het Directoraat zendt onverwijld een afschrift van het document aan iedere Partij.

Artikel 3

1.

Binnen zestig dagen na het tijdstip waarop kopieën van het in artikel 2 omschreven document door alle gedaagden zijn ontvangen, wijzen zij gezamenlijk iemand aan om als lid van het scheidsgerecht op te treden. Binnen deze termijn kunnen de gedaagden gezamenlijk, of ieder afzonderlijk, aan elke partij bij het geschil en aan het Directoraat een document doen toekomen waarin hun gezamenlijk of afzonderlijk verweer op het in artikel 2 genoemde document wordt vermeld, met inbegrip van eventuele eisen in reconventie, die uit het onderwerp van het geschil kunnen voortvloeien.

2.

Binnen dertig dagen na de aanwijzing van de twee leden van het scheidsgerecht dienen beiden overeenstemming over de keuze van een derde lid te bereiken. Dit lid mag niet dezelfde nationaliteit hebben als, of ingezetene zijn van het grondgebied van, een der partijen bij het geschil, noch in haar dienst werkzaam zijn.

3.

Indien de partijen bij het geschil nalaten, binnen de voorgeschreven termijn een lid van het scheidsgerecht aan te wijzen, of indien het derde lid niet binnen de voorgeschreven termijn wordt benoemd, kan de President van het Internationaal Gerechtshof of, indien hij verhinderd is zulks te doen of dezelfde nationaliteit heeft als een der partijen bij het geschil, de Vice-President of, indien hij verhinderd is zulks te doen of dezelfde nationaliteit heeft als een der partijen bij het geschil, de rechter die de oudste in rang is en die niet dezelfde nationaliteit heeft als een der partijen bij het geschil, op verzoek van een der partijen een of meer leden van het scheidsgerecht benoemen, al naar gelang zulks noodzakelijk is.

4.

Het derde lid van het scheidsgerecht treedt op als voorzitter van het scheidsgerecht.

5.

Het scheidsgerecht is ingesteld zodra de voorzitter is gekozen.

Artikel 4

1.

Indien een vacature in het scheidsgerecht ontstaat door oorzaken die naar het oordeel van de voorzitter of de overblijvende leden van het scheidsgerecht buiten de macht van de partijen bij het geschil liggen of die niet strijdig zijn met de regels, voorgeschreven voor een geding ten overstaan van scheidsmannen, wordt de vacature vervuld overeenkomstig de volgende bepalingen:

2.

Indien een vacature ontstaat door andere oorzaken, of indien een vacature, ontstaan ingevolge het eerste lid, niet wordt vervuld, hebben de overblijvende leden van het scheidsgerecht de bevoegdheid, niettegenstaande het bepaalde in artikel 1, op verzoek van een der partijen het geding voort te zetten en de scheidsrechterlijke uitspraak te doen.

Artikel 5

1.

Het scheidsgerecht stelt tijd en plaats van zijn zittingen vast.

2.

Het geding wordt gehouden achter gesloten deuren en alle stukken die aan het scheidsgerecht worden voorgelegd, worden als vertrouwelijk behandeld. De Organisatie heeft echter het recht aanwezig te zijn en heeft toegang tot de overgelegde stukken. Indien de Organisatie partij is bij het geding, hebben alle Partijen het recht aanwezig te zijn en hebben zij toegang tot alle overgelegde stukken.

3.

In geval van een geschil over de bevoegdheid van het scheidsgerecht behandelt het scheidsgerecht allereerst deze zaak.

4.

Het proces wordt schriftelijk gevoerd en iedere partij heeft het recht schriftelijke bewijsstukken over te leggen ter staving van hetgeen zij ten aanzien van de feiten en van het recht aanvoert. Indien het scheidsgerecht dit gewenst acht, kunnen echter mondelinge argumenten worden aangevoerd en getuigenverklaringen worden afgelegd.

5.

Het proces begint met het uiteenzetten van het standpunt van de eiser in het geding, met vermelding van zijn argumenten, daarmee in verband staande feiten die steunen op bewijs, alsmede de rechtsbeginselen waarop een beroep wordt gedaan. Dit wordt gevolgd door het uiteenzetten van het standpunt van de gedaagde. De eiser kan hierop van repliek dienen en de gedaagde kan dupliek geven. Verdere pleidooien worden alleen gehouden, indien het scheidsgerecht zulks noodzakelijk oordeelt.

6.

Het scheidsgerecht kan eisen in reconventie die rechtstreeks uit het onderwerp van geschil voortvloeien, in behandeling nemen en daarover een beslissing nemen, mits deze eisen in reconventie binnen zijn bevoegdheid vallen, zoals deze is vastgesteld in artikel 17 van dit Verdrag.

7.

Indien de partijen bij het geschil tijdens het proces tot overeenstemming komen, wordt deze overeenstemming vastgelegd in de vorm van een beslissing van het scheidsgerecht, gegeven met toestemming van de partijen bij het geschil.

8.

Op elk tijdstip gedurende het proces kan het scheidsgerecht het proces beëindigen, indien het van oordeel is dat het geschil buiten zijn bevoegdheid valt, zoals deze is vastgesteld in artikel 17 van dit Verdrag.

9.

De beraadslagingen van het scheidsgerecht zijn geheim.

10.

De beslissingen van het scheidsgerecht worden schriftelijk gegeven, vergezeld van een schriftelijke motivering. Zijn uitspraken en beslissingen moeten door ten minste twee leden worden ondersteund. Ingeval een lid een van de beslissing afwijkend oordeel heeft, kan hij een afzonderlijke schriftelijke motivering overleggen.

11.

Het scheidsgerecht doet zijn beslissing aan het Directoraat toekomen, dat haar aan alle Partijen toezendt.

12.

Het scheidsgerecht kan noodzakelijk geachte aanvullende regels inzake de procedure aanvaarden, die verenigbaar zijn met die welke in deze Bijlage zijn vastgesteld.

Artikel 6

Indien een der partijen nalaat haar standpunt in het geschil in het geding te brengen, kan de andere partij het scheidsgerecht verzoeken een uitspraak te haren gunste te doen. Alvorens uitspraak te doen, dient het scheidsgerecht zich ervan te overtuigen, dat de zaak binnen zijn bevoegdheid valt en op goede feitelijke en juridische gronden berust.

Artikel 7

Elke Partij of de Organisatie kan een verzoek tot het scheidsgerecht richten ter verkrijging van toestemming voor toelating als partij bij het geding. Indien het scheidsgerecht beslist dat verzoeker een aanmerkelijk belang bij de zaak heeft, willigt het het verzoek in.

Artikel 8

Het scheidsgerecht kan, op verzoek van een der partijen of op eigen initiatief, deskundigen aanwijzen om zich te laten bijstaan.

Artikel 9

Elke Partij en de Organisatie dienen alle inlichtingen te verschaffen die het scheidsgerecht, hetzij op verzoek van een der partijen bij het geding, hetzij op eigen initiatief, noodzakelijk oordeelt voor de behandeling en de regeling van het geschil.

Artikel 10

Het scheidsgerecht kan, hangende de uitspraak, voorlopige maatregelen aangeven die naar zijn mening noodzakelijk zijn om de onderscheiden rechten van de partijen bij het geschil te waarborgen.

Artikel 11

1.

De uitspraak van het scheidsgerecht dient in overeenstemming te zijn met internationaal recht en te zijn gegrond op:

2.

De uitspraak van het scheidsgerecht, met inbegrip van de eventueel door de partijen bij het geschil bereikte overeenstemming ingevolge artikel 5, zevende lid, is bindend voor alle partijen bij het geschil en wordt door hen te goeder trouw ten uitvoer gelegd. Indien de Organisatie partij is bij het geschil en het scheidsgerecht beslist dat een besluit van een van zijn organen geen rechtskracht heeft, aangezien daarin niet is voorzien bij, of dit niet in overeenstemming is met dit Verdrag, is de beslissing van het scheidsgerecht bindend voor alle Partijen.

3.

In geval van een geschil over de uitleg of draagwijdte van zijn uitspraak, wordt deze op verzoek van enige partij bij het geschil door het scheidsgerecht toegelicht.

Artikel 12

Tenzij het scheidsgerecht wegens de bijzondere omstandigheden van de zaak anders beslist, worden de kosten van het scheidsgerecht, met inbegrip van de vergoeding van de leden van het scheidsgerecht, voor gelijke delen door ieder der partijen gedragen. Indien aan één zijde meer dan één partij is, wordt het aandeel in de kosten voor deze zijde door het scheidsgerecht over die partijen aan deze zijde verdeeld. Indien de Organisatie partij is bij het geding, worden de met de arbitrage verband houdende kosten beschouwd als administratieve kosten van de Organisatie.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorized by their respective Governments, have signed this Convention.

DONE at London this third day of September one thousand nine hundred and seventy-six in the English, French, Russian and Spanish languages, all the texts being equally authentic, in a single original which shall be deposited with the Depositary, who shall send a certified copy to the Government of each of the States which were invited to attend the International Conference on the Establishment of an International Maritime Satellite System and to the Government of any other State which signs or accedes to this Convention.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)