Verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationale verkeer ter zee

Type Verdrag
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

3.11. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou, met medewerking van de reders en de havenautoriteiten en/of de havenadministratie, passende maatregelen moeten nemen opdat de goede gang van zaken in de haven zodanig wordt bevorderd dat de douanebehandeling van passagiers en bemanning snel kan worden afgerond en bagage snel kan worden in- of uitgeklaard. Tevens zou het openbaar gezag voldoende personeel ter beschikking moeten stellen en voor doelmatige installaties moeten zorgen, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan voorzieningen voor het laden, het lossen en het transport van de bagage (waaronder begrepen het gebruik van mechanische transportsystemen). Tevens zou daarbij in het bijzonder gelet moeten worden op punten waar veelvuldig vertraging in het verwerken van de passagiers optreedt. Zo nodig zouden voorzieningen moeten worden getroffen voor een beschutte doorgang tussen het schip en de plaats waar de passagiers en de bemanning worden gecontroleerd. Dergelijke voorzieningen en installaties zouden flexibel moeten zijn en uitgebreid moeten kunnen worden om verscherpte veiligheidsmaatregelen mogelijk te maken wanneer er sprake is van een hoger beveiligingsniveau.

3.11.1. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou:

  • a. in samenwerking met de reders en de havenautoriteiten passende voorzieningen moeten treffen, zoals:
  • i. een methode voor ononderbroken verwerking van de afzonderlijke passagiers en van hun bagage;
  • ii. een systeem waardoor het de passagiers mogelijk wordt gemaakt hun gecontroleerde bagage gemakkelijk te identificeren en in ontvangst te nemen zodra deze bagage is neergezet op een plaats waar de passagiers ze weer kunnen afhalen; en
  • iii. het waarborgen dat er faciliteiten en diensten beschikbaar zijn die zijn aangepast aan de behoeften van ouderen en passagiers met een handicap;
  • b. zich ervan moeten verzekeren dat de havenautoriteiten alle noodzakelijke maatregelen nemen zodat:
  • i. de passagiers zich met hun bagage gemakkelijk en snel naar en van plaatselijke vervoermiddelen kunnen begeven; en
  • ii. indien bemanningen zich voor het vervullen van officiële plichten in een bepaald gebouw moeten melden, dat gebouw gemakkelijk toegankelijk is en, zo het meerdere gebouwen betreft, deze zo dicht mogelijk bij elkaar zijn gevestigd.

3.11.2. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou moeten overwegen, als manier om een snelle douanebehandeling en snelle in- en uitklaring te waarborgen, het stelsel van het dubbele circuit in te voeren voor de snelle douanebehandeling van passagiers en de in- en uitklaring van hun bagage en hun particuliere wegvoertuigen.

3.12. Norm.Het openbaar gezag verlangt dat de reders zich ervan verzekeren dat het scheepspersoneel alle passende maatregelen neemt die de procedures bij aankomst van passagiers en bemanning helpen bespoedigen. Deze maatregelen kunnen omvatten:

  • a. het verstrekken aan het openbaar gezag van een bericht waarin het tijdstip van aankomst (ETA) tevoren zo nauwkeurig mogelijk wordt geschat, gevolgd door kennisgeving van een eventuele wijziging in het tijdstip, en waarin de reisroute staat aangegeven voor zover dit van belang is voor de controle;
  • b. het gereed hebben van de scheepsdocumenten voor onmiddellijke controle;
  • c. het zorgen dat touwladders of andere middelen om aan boord van een schip te komen worden uitgebracht terwijl het schip onderweg is naar zijn ligplaats langs de kade of naar de rede; en
  • d. het zorgen voor het snel en ordelijk verzamelen en opstellen van personen aan boord, voorzien van de nodige documenten, voor de controle, waarbij speciaal aandacht wordt geschonken aan het aflossen van leden van de bemanning die essentiële taken in de machinekamers en elders verrichten.

3.13. Aanbevolen werkwijze.Bij het invullen van documenten die betrekking hebben op passagiers en bemanning zou men de achternaam of -namen voorop moeten zetten.

3.14. Norm.Het openbaar gezag laat, zonder onredelijke vertraging, personen die zich aan boord van een schip bevinden toe voor een onderzoek om na te gaan of zij toegelaten kunnen worden tot de desbetreffende Staat.

3.15. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou de reders geen onredelijke of buitensporige boete moeten opleggen in het geval dat een controledocument in het bezit van een passagier door het openbaar gezag niet in orde wordt bevonden of wanneer de passagier om die reden niet tot de desbetreffende Staat kan worden toegelaten.

3.15.1. Norm.Het openbaar gezag moedigt reders aan bij het punt van inscheping voorzorgsmaatregelen te nemen teneinde te waarborgen dat passagiers in het bezit zijn van de controledocumenten die worden voorgeschreven door de ontvangende Staten of Staten van doortocht.

3.15.2. Norm.Wanneer een persoon de toegang wordt geweigerd en hij of zij wordt verwijderd van het grondgebied van de Staat, vormt dit voor de reder geen beletsel de kosten die uit het niet toelaten voortvloeien van een dergelijke persoon terug te vorderen.

3.15.3. Aanbevolen werkwijze.Met het oog op het vergemakkelijken en bespoedigen van het internationale verkeer op zee zou het openbaar gezag gestandaardiseerde internationale tekens en symbolen die door de Organisatie zijn ontwikkeld of aanvaard in samenwerking met andere relevante internationale organisaties en die, voor zover mogelijk, bij alle vormen van vervoer gangbaar zijn, moeten implementeren in haventerminals en aan boord van schepen of, daar waar dit niet onder zijn rechtsgebied valt, de verantwoordelijke partijen in zijn land moeten aanbevelen dit te doen.

C. Bijzondere voorzieningen voor het vervoer over zee van oudere en gehandicapte passagiers

3.16. Aanbevolen werkwijze.Er zouden maatregelen moeten worden genomen om te waarborgen dat alle noodzakelijke informatie over vervoer en veiligheid beschikbaar is voor passagiers die een verminderd gehoor of gezichtsvermogen hebben.

3.17. Aanbevolen werkwijze.Voor oudere en gehandicapte passagiers die worden afgezet of opgehaald bij een haventerminalgebouw, zouden aparte punten moeten worden gereserveerd, zo dicht mogelijk bij de hoofdingang. Deze zouden duidelijk moeten worden aangegeven door middel van geschikte borden. De toegangsroutes zouden vrij van hindernissen moeten zijn.

3.18. Aanbevolen werkwijze.Indien de toegankelijkheid van openbare diensten beperkt is, zou alles in het werk moeten worden gesteld om toegankelijke openbare vervoersdiensten te bieden tegen redelijke prijzen, door het aanpassen van bestaande en voorgenomen diensten, of door het bieden van bijzondere voorzieningen voor passagiers die verminderd mobiel zijn.

3.19. Aanbevolen werkwijze.Er zouden geschikte voorzieningen moeten worden geboden, in haventerminals en op schepen, al naargelang van toepassing, om de veilige inscheping en ontscheping van oudere en gehandicapte passagiers mogelijk te maken.

D. Faciliterende maatregelen voor cruiseschepen en passagiers van cruiseschepen

3.20. Norm.Het openbaar gezag staat toe dat een cruiseschip met elektronische middelen toestemming tot ontscheping wordt gegeven wanneer, op basis van de informatie die voorafgaand aan de aankomst is verstrekt, de gezondheidsdienst van de haven die zal worden aangedaan van mening is dat de komst van het schip niet tot gevolg zal hebben dat een ziekte of aanzienlijk volksgezondheidsrisico wordt ingevoerd of verspreid.

3.21. Aanbevolen werkwijze.De algemene verklaring, passagierslijst en bemanningslijst zouden bij cruiseschepen slechts bij de eerste haven van aankomst en laatste haven van vertrek van een land moeten worden verlangd, op voorwaarde dat de omstandigheden van de reis onveranderd zijn gebleven.

3.22. Norm.De aangifte van de scheepsvoorraad en de aangifte van de persoonlijke eigendommen van de bemanning worden bij cruiseschepen slechts in de eerste haven van aankomst van een land verlangd.

3.23. Norm.Paspoorten of andere officiële identiteitsbewijzen blijven te allen tijde in het bezit van de passagiers van cruiseschepen.

3.24. Aanbevolen werkwijze.Indien een cruiseschip minder dan 72 uur in een haven op het grondgebied van de Verdragsluitende Regering verblijft, zouden de passagiers van cruiseschepen geen visum moeten hebben, uitgezonderd in bijzondere omstandigheden zoals vastgesteld door het betrokken openbaar gezag.

3.25. Norm.Passagiers van cruiseschepen worden niet onnodig opgehouden door controlemaatregelen die het openbaar gezag verricht.

3.26. Norm.In de regel worden passagiers van cruiseschepen niet onderworpen aan een persoonlijk onderzoek door het openbaar gezag dat verantwoordelijk is voor immigratiecontrole, uitgezonderd voor zover nodig ten behoeve van de veiligheid, het vaststellen van de identiteit en het nagaan of zij toegelaten kunnen worden.

3.27. Norm.Indien een cruiseschip achtereenvolgens meer dan een haven aandoet in hetzelfde land, worden passagiers van cruiseschepen in de regel slechts in de eerste haven van aankomst en in de laatste haven van vertrek door het openbaar gezag gecontroleerd.

3.28. Aanbevolen werkwijze.Teneinde een snelle ontscheping te vergemakkelijken zou de aankomstcontrole van passagiers van cruiseschepen, wanneer praktisch uitvoerbaar, uitgevoerd moeten worden aan boord voorafgaand aan de aankomst op de plaats van ontscheping.

3.29. Aanbevolen werkwijze.Passagiers van cruiseschepen die in de ene haven ontschepen en in een andere haven in hetzelfde land weer inschepen, zouden van dezelfde faciliteiten gebruik moeten kunnen maken als passagiers van cruiseschepen die in dezelfde haven in- en ontschepen.

3.30. Aanbevolen werkwijze.De maritieme gezondheidsverklaring zou de enige geneeskundige controle moeten zijn voor passagiers van cruiseschepen.

3.31. Norm.Het is toegestaan ten behoeve van passagiers van cruiseschepen voorraden van de belastingvrije winkels van het schip aan boord te houden tijdens het verblijf van het schip in de haven in overeenstemming met de nationale wetgeving.

3.32. Norm.Van passagiers van cruiseschepen wordt in de regel niet verlangd dat zij een schriftelijke verklaring overleggen betreffende hun persoonlijke bezittingen. Voor artikelen waarmee een groot bedrag aan douanerechten en andere belastingen en heffingen is gemoeid, kan niettemin een schriftelijke verklaring en het stellen van zekerheid worden verlangd.

3.33. Aanbevolen werkwijze.Passagiers van cruiseschepen zouden niet aan een valutacontrole moeten worden onderworpen.

3.34. Norm.Inschepings-/ontschepingskaarten zijn niet nodig voor passagiers van cruiseschepen.

3.35. Niet in gebruik.

E. Bijzondere faciliterende maatregelen voor passagiers op doorreis

3.36. Norm.Een passagier op doorreis die aan boord blijft van het schip waarop hij of zij aankomt en vertrekt, wordt in de regel niet onderworpen aan een routinecontrole door het openbaar gezag, behalve in uitzonderlijke omstandigheden die door het betreffende openbaar gezag worden bepaald.

3.37. Aanbevolen werkwijze.Een passagier op doorreis zou toegestaan moeten worden zijn of haar paspoort of ander identiteitsbewijs te houden.

3.38. Aanbevolen werkwijze.Van een passagier op doorreis die aan boord blijft van het schip waarmee hij of zij aankomt en vertrekt, zou niet moeten worden verlangd dat hij een ontschepings-/inschepingskaart invult.

3.39. Aanbevolen werkwijze.Een passagier op doorreis die vanuit dezelfde haven zijn of haar reis voortzet op hetzelfde schip zou in de regel toestemming moeten krijgen om desgewenst tijdelijk aan land te gaan gedurende het verblijf van het schip in de haven, met inachtneming van de vereisten ten aanzien van toelating en visa.

3.40. Aanbevolen werkwijze.Van een passagier op doorreis die vanuit dezelfde haven zijn of haar reis voortzet op hetzelfde schip en die niet aan land wenst te gaan zou niet verlangd moeten worden dat hij of zij een visum heeft, uitgezonderd in bijzondere omstandigheden zoals vastgesteld door het betrokken openbaar gezag.

3.41. Aanbevolen werkwijze.Van een passagier op doorreis die vanuit dezelfde haven zijn of haar reis voortzet op hetzelfde schip zou niet verlangd moeten worden dat hij of zij een schriftelijke douaneaangifte overlegt.

3.42. Aanbevolen werkwijze.Een passagier op doorreis die in de ene haven ontscheept en in een andere haven in hetzelfde land op hetzelfde schip weer inscheept, zou van dezelfde voorzieningen gebruik moeten kunnen maken als een passagier die in dezelfde haven op hetzelfde schip in- en ontscheept.

F. Faciliterende maatregelen voor schepen die wetenschappelijke diensten uitvoeren

3.43. Aanbevolen werkwijze.Een schip dat wetenschappelijke diensten uitvoert heeft tijdens de reis noodzakelijkerwijs personeel aan boord dat ten behoeve van deze wetenschappelijke diensten op het schip werkzaam is. Dergelijk personeel, indien als zodanig geïdentificeerd, zou van dezelfde voorzieningen gebruik moeten kunnen maken als die worden toegestaan aan de bemanningsleden van dat schip.

G. Overige faciliterende maatregelen voor buitenlanders die deel uitmaken van de bemanning van schepen die internationale reizen maken – walverlof

3.44. Norm.Bemanningsleden krijgen van het openbaar gezag toestemming aan wal te gaan terwijl het schip waarmee zij aankwamen in de haven ligt, op voorwaarde dat de formaliteiten bij aankomst van het schip zijn vervuld en het openbaar gezag geen reden heeft toestemming aan wal te gaan te weigeren om redenen van volksgezondheid, openbare veiligheid en beveiliging of openbare orde. Walverlof wordt toegestaan op een wijze die discriminatie uitsluit, bijvoorbeeld op grond van nationaliteit, ras, kleur, sekse, religie, politieke overtuiging of sociale herkomst en ongeacht de vlaggenstaat van het schip waarop zij in dienst zijn of te werk worden gesteld.

3.44bis. Norm.In elk geval waarin walverlof wordt geweigerd, stelt het relevante openbaar gezag de betrokken zeevarende en de gezagvoerder in kennis van de redenen voor het weigeren van het walverlof. Indien de betrokken zeevarende of de gezagvoerder daarom verzoekt, worden deze redenen schriftelijk gegeven.

3.45. Norm.Voor walverlof is een visum niet verplicht voor de bemanningsleden.

3.46. Aanbevolen werkwijze.Bemanningsleden, die voor verlof aan wal gaan of daarvan terugkomen, zouden in de regel niet moeten worden onderworpen aan een persoonlijke controle.

3.47. Norm.Voor walverlof is een speciale vergunning, bijvoorbeeld een walpas, niet verplicht voor bemanningsleden.

3.48. Aanbevolen werkwijze.Indien bemanningsleden verplicht zijn een identiteitsbewijs bij zich te dragen wanneer ze voor verlof aan wal zijn, zouden deze documenten beperkt moeten zijn tot paspoorten of, indien van toepassing, identiteitsbewijzen die worden aanvaard dor de betrokken Verdragsluitende Regering in plaats van een paspoort, zoals vermeld in aanbevolen werkwijze 3.10.

3.49. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou een systeem moeten ontwikkelen waardoor het de bemanning van schepen die regelmatig in hun havens aanleggen, mogelijk wordt gemaakt van tevoren toestemming te verkrijgen om tijdelijk aan wal te gaan. Wanneer een schip geen ongunstig dossier inzake personencontrole heeft en het ter plaatse wordt vertegenwoordigd door een reder, dan wel door een scheepsagent, dient het openbaar gezag, na te hebben vastgesteld dat de inlichtingen die door het openbaar gezag worden verlangd voordat het schip binnenkomt, voldoende zijn, dit schip in de regel toestemming te verlenen rechtstreeks naar zijn aanlegplaats te gaan en het niet te onderwerpen aan nadere gebruikelijke immigratiecontroles, tenzij het openbaar gezag anders beslist.

DEEL 4. – VERSTEKELINGEN

A. Algemene beginselen

4.1. Norm.De bepalingen van dit deel worden toegepast in overeenstemming met de internationale beginselen inzake bescherming als vervat in internationale instrumenten, zoals het Verdrag van de VN betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, en het Protocol van de VN betreffende de status van vluchtelingen van 31 januari 1967, en relevante nationale wetgeving.

4.2. Norm.Het openbaar gezag, havenautoriteiten, reders en gezagvoerders werken zoveel mogelijk samen teneinde te voorkomen dat verstekelingen aan boord komen en teneinde gevallen waarin dit wel is gebeurd voortvarend en veilig op te lossen, zodat dat een spoedige terugzending of repatriëring van de verstekelingen zal plaatsvinden. Alle passende maatregelen worden genomen om te voorkomen dat er situaties ontstaan waarin verstekelingen gedurende een aanzienlijke periode aan boord moeten blijven.

4.2.1. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag, havenautoriteiten, reders of gezagvoerders zouden geen betalingen of andere voordelen aan de verstekelingen mogen toekennen die verder gaan dan de minimumvereisten om de veiligheid, de algemene gezondheid, het welzijn en de beveiliging van de verstekelingen aan boord of aan de wal te garanderen, aangezien dit een stimulans kan zijn om opnieuw te recidiveren of een aanmoediging kan zijn voor andere personen die zich aan boord van schepen proberen te verbergen.

B. Preventieve maatregelen

4.3. Preventieve maatregelen aan boord en in de haven

4.3.1. Haven/terminalautoriteiten

4.3.1.1. Norm.De Verdragsluitende Regeringen waarborgen dat in al hun havens maatregelen op het gebied van de benodigde infrastructuur alsmede operationele en veiligheidsmaatregelen getroffen worden teneinde te voorkomen dat personen die zich aan boord van schepen willen verbergen, zich toegang verschaffen tot haveninstallaties en schepen, en houden bij de ontwikkeling van deze maatregelen rekening met de omvang van de haven en het soort lading dat vanuit de haven wordt verscheept. Dit dient te geschieden in nauwe samenwerking met het desbetreffende openbaar gezag en de reders en instanties aan wal, teneinde te voorkomen dat in de desbetreffende haven verstekelingen aan boord gaan.

4.3.1.2. Aanbevolen werkwijze.Operationele maatregelen en/of veiligheidsplannen van de havenvoorziening zouden ten minste gelijkwaardig moeten zijn aan die in de relevante tekst van deel B/16 van de ISPS-Code.

4.3.1.3. Aanbevolen werkwijze.Alle gevallen van verstekelingen die in de haven worden ontdekt bij een poging om aan boord van een schip of van schepen te komen, zouden moeten worden gemeld aan de bevoegde havenautoriteiten, die alle naburige schepen op de hoogte zullen brengen. Schepen zouden de richtlijnen van de bevoegde haven- en handhavingsautoriteiten moeten volgen.

Alle procedures zouden zo moeten worden uitgevoerd dat deze minimale hinder veroorzaken en dat onnodige vertragingen voor de schepen wordt voorkomen.

4.3.2. Reder/gezagvoerder

4.3.2.1. Norm.De Verdragsluitende Regeringen verplichten reders, gezagvoerders en andere verantwoordelijke personen veiligheidsmaatregelen te nemen die, voor zover praktisch uitvoerbaar, voorkomen dat potentiële verstekelingen aan boord van een schip kunnen komen, en, indien verstekelingen daar toch in slagen, ervoor zorgen, voor zover praktisch uitvoerbaar, dat zij worden ontdekt voordat het schip de haven verlaat.

4.3.2.2. Aanbevolen werkwijze.Wanneer een schip een haven aandoet en gedurende het verblijf in een haven waar het risico bestaat dat verstekelingen aan boord komen, zouden de operationele maatregelen en/of veiligheidsplannen van het schip ten minste gelijkwaardig moeten zijn aan die in de relevante tekst van paragraaf B/9 van de ISPS-Code.

4.3.2.3. Norm.De Verdragsluitende Regeringen verlangen dat schepen die gerechtigd zijn hun vlag te voeren, met uitzondering van passagiersschepen, bij vertrek uit een haven, waar het risico bestaat dat verstekelingen aan boord gaan, een grondig onderzoek hebben ondergaan in overeenstemming met een specifiek plan of schema, waarbij prioriteit wordt gegeven aan plaatsen waar verstekelingen zich zouden kunnen verbergen, rekening houdend met het specifieke scheepstype en de exploitatie ervan. Zoekmethoden die verborgen verstekelingen letsel kunnen toebrengen mogen niet worden gebruikt.

4.3.2.4. Norm.De Verdragsluitende Regeringen verlangen dat het gassen of verzegelen van schepen die gerechtigd zijn hun vlag te voeren pas mag plaatsvinden na een zo grondig als praktisch uitvoerbaar onderzoek van de te gassen of verzegelen ruimten teneinde te waarborgen dat er geen verstekelingen aanwezig zijn in die ruimten. Deze onderzoeken moeten zo spoedig mogelijk plaatsvinden, zoals vermeld in de ISPS-Code, en nadat alle ladinggerelateerde werkzaamheden zijn afgerond.

4.3.2.5. Aanbevolen werkwijze.De Verdragsluitende Regeringen worden aangemoedigd ervoor te zorgen dat passende niet-intrusieve middelen en technologieën of maatregelen worden gebruikt om verstekelingen op te sporen.

4.3.2.6. Aanbevolen werkwijze. De Verdragsluitende Regeringen zouden moeten overwegen regelingen aan te gaan voor de uitwisseling van informatie en beste praktijken voor het opsporen van verstekelingen. De vertrouwelijkheid en integriteit van de verzamelde en gedeelde informatie zouden moeten worden gewaarborgd. De informatie mag uitsluitend voor officiële doeleinden worden gebruikt. De Verdragsluitende Regeringen zouden evenwel ook moeten overwegen om, voor zover nodig en passend, relevante informatie uit te wisselen met reders en andere partijen om toekomstige verstekelingen te voorkomen.

4.3.3. Nationale sancties

4.3.3.1. Aanbevolen werkwijze.Waar van toepassing zouden de Verdragsluitende Regeringen moeten worden aangemoedigd om in hun nationale wetgeving rechtsgronden op te nemen die het mogelijk maken vervolging in te stellen tegen verstekelingen, voor de afvaart ontdekte verstekelingen en alle individuen of bedrijven die een verstekeling of voor de afvaart ontdekte verstekeling helpen met de bedoeling deze verstekeling gemakkelijker toegang te geven tot het havengebied, schepen, lading of vrachtcontainers.

C. Behandeling van de verstekeling aan boord

4.4. Algemene beginselen – humane behandeling

4.4.1. Norm.Verstekelingen worden behandeld op een manier die in overeenstemming is met humanitaire beginselen, met inbegrip van die genoemd in norm 4.1. Er moet altijd naar behoren rekening worden gehouden met de operationele veiligheid en beveiliging van het schip en de veiligheid en het welzijn van de bemanning, de verstekelingen en andere personen aan boord.

4.4.2. Norm.De Verdragsluitende Regeringen verlangen dat de reders en gezagvoerders van schepen die gerechtigd zijn hun vlag te voeren, passende maatregelen nemen om de beveiliging, algemene gezondheid, welzijn en veiligheid van de verstekeling te waarborgen tijdens zijn of haar verblijf aan boord, met inbegrip van het verstrekken van voldoende voedsel, accommodatie, goede medische zorg en sanitaire faciliteiten.

4.5. Werk aan boord

4.5.1. Norm.Het is verstekelingen niet toegestaan werk te verrichten aan boord van het schip, behalve in noodsituaties of in verband met hun accommodatie en proviandering aan boord.

4.6. Ondervraging en kennisgeving door de gezagvoerder

4.6.1. Norm.De Verdragsluitende Regeringen verlangen dat de gezagvoerders alle praktisch uitvoerbare stappen verrichten om de identiteit, met inbegrip van nationaliteit/staatsburgerschap, van de verstekeling en de haven waar deze aan boord is gegaan vast te stellen, en de aanwezigheid van de verstekeling tezamen met relevante gegevens te melden aan het openbaar gezag van de eerstvolgende geplande aanloophaven. Deze informatie wordt tevens verstrekt aan de reder, het openbaar gezag van de haven van inscheping, de vlaggenstaat en volgende aanloophavens indien noodzakelijk.

4.6.2. Aanbevolen werkwijze.Bij het vergaren van relevante gegevens ten behoeve van de kennisgeving zouden gezagvoerders gebruik moeten maken van het document als opgenomen in Aanhangsel 3.

4.6.3. Norm.De Verdragsluitende Regeringen instrueren de reders en gezagvoerders van schepen die gerechtigd zijn hun vlag te voeren dat wanneer een verstekeling verklaart een vluchteling of asielzoeker te zijn, deze informatie vertrouwelijk moet worden behandeld voor zover nodig voor de veiligheid van de verstekeling. Wanneer een verstekeling verklaart een vluchteling of asielzoeker te zijn, wordt informatie over de verklaring of de intentie van de verstekeling niet gedeeld met het openbaar gezag van het land van herkomst of land waar deze gewoonlijk verblijft.

4.7. Kennisgeving aan de Internationale Maritieme Organisatie

4.7.1. Norm.De Verdragsluitende Regeringen melden alle gevallen waarin verstekelingen zijn aangetroffen en waarvan zij in kennis zijn gesteld aan de Secretaris-Generaal van de Internationale Maritieme Organisatie, rekening houdend met de relevante richtlijnen van de Organisatie.

D. Afwijking van de geplande route

4.8. Aanbevolen werkwijze.De Verdragsluitende Regeringen en hun openbaar gezag zouden reders van schepen die gerechtigd zijn hun vlag te voeren aan moeten raden om hun gezagvoerders te instrueren dat zij, nadat het schip de territoriale wateren van het land waar de verstekeling aan boord is gekomen heeft verlaten, niet van de geplande reis afwijken teneinde te trachten aan boord ontdekte verstekelingen te laten ontschepen, tenzij:

  • •. het openbaar gezag van de Staat naar wiens haven het schip uitwijkt toestemming heeft gegeven om de verstekelingen te laten ontschepen; of
  • •. elders repatriëring is geregeld, met inbegrip van voldoende documentatie en toestemming voor ontscheping; of
  • •. er verzachtende omstandigheden zijn met betrekking tot veiligheid, beveiliging, gezondheid of vanwege humanitaire redenen; of
  • •. pogingen om de verstekeling in andere havens op de geplande reis te laten ontschepen zijn mislukt en een omweg is noodzakelijk om te voorkomen dat de verstekelingen gedurende een lange tijd aan boord moeten blijven.

Ongeacht of een schip al dan niet van de geplande route afwijkt, zou de ontscheping van verstekelingen die verklaren vluchteling of asielzoeker te zijn, niet moeten plaatsvinden in hun (vermeende) land van herkomst of enig ander land waaruit zij zijn gevlucht en waar zij beweren gevaar te lopen.

E. Ontscheping en terugzending van een verstekeling

4.9. De Staat van de eerste aanloophaven volgens het reisplan

4.9.1. Norm.Het openbaar gezag in het land van de eerste geplande aanloophaven van het schip na de ontdekking van een verstekeling beslist in overeenstemming met de nationale wetgeving of de verstekeling tot die Staat kan worden toegelaten en spannen zich tot het uiterste in om de kwestie samen met de betrokken partijen op te lossen.

4.9.2. Norm.Het openbaar gezag in het land van de eerste geplande aanloophaven van het schip na de ontdekking van een verstekeling staat ontscheping van de verstekeling toe wanneer de verstekeling in het bezit is van voor de terugkeer geldige reisdocumenten, en het openbaar gezag ervan overtuigd is dat tijdige regelingen voor de repatriëring zijn of zullen worden getroffen en dat aan alle vereisten voor de doortocht is voldaan.

4.9.3. Norm.Het openbaar gezag in het land van de eerste geplande aanloophaven van het schip na de ontdekking van een verstekeling staat de ontscheping van de verstekeling toe wanneer het openbaar gezag ervan overtuigd is dat het openbaar gezag of de reder geldige reisdocumenten zullen verkrijgen, tijdig regelingen voor de repatriëring van de verstekeling treffen en dat aan alle vereisten voor de doortocht zal worden voldaan. Daarnaast neemt het openbaar gezag de ontscheping van de verstekeling welwillend in overweging wanneer het voor de verstekeling niet mogelijk is op het schip te blijven of wanneer er andere factoren zijn die zouden verhinderen dat de verstekeling aan boord zou blijven. Deze factoren omvatten, maar zijn niet beperkt tot de volgende:

  • •. een zaak is nog niet opgelost op het tijdstip waarop het schip uitvaart; of
  • •. de aanwezigheid aan boord van de verstekeling brengt de veilige exploitatie van het schip of de gezondheid van de bemanning of andere personen die aanwezig zijn aan boord of van de verstekeling in gevaar.

4.10. Volgende aanloophavens

4.10.1. Norm.Wanneer ontscheping van een verstekeling in de eerste geplande aanloophaven na de ontdekking van de verstekeling niet geslaagd is, onderzoekt het openbaar gezag van volgende aanloophavens of de verstekeling van boord kan gaan in overeenstemming met de normen 4.9.1, 4.9.2 en 4.9.3.

4.11. Nationaliteit van of recht op verblijf in een Staat

4.11.1. Norm.Het openbaar gezag aanvaardt in overeenstemming met het internationale recht de terugkeer van verstekelingen die de nationaliteit of het staatsburgerschap van zijn Staat bezitten of aanvaardt de terugkeer van verstekelingen die in overeenstemming met de nationale wetgeving recht hebben op verblijf in zijn Staat.

4.11.2. Norm.Het openbaar gezag verleent assistentie bij het vaststellen van de identiteit en de nationaliteit of het staatsburgerschap van verstekelingen die beweren onderdaan te zijn van of recht te hebben op verblijf in zijn Staat. Waar mogelijk wordt van de lokale ambassade, het lokale consulaat of een andere diplomatieke vertegenwoordiging van het land van de vermeende nationaliteit van de verstekeling verlangd dat zij assistentie verlenen bij het verifiëren van de nationaliteit van de verstekeling en het verstrekken van noodreisdocumenten.

4.11.3. Aanbevolen werkwijze.Bij het vaststellen van de nationaliteit van verstekelingen zou moeten worden gestreefd naar samenwerking met buitenlandse ambassades via samenwerkingsmechanismen om de ware toedracht van elk geval wederzijds te begrijpen en op te lossen.

4.12. Staat van inscheping

4.12.1. Norm.Wanneer ten genoegen van het openbaar gezag is vastgesteld dat verstekelingen in een haven in zijn Staat aan boord van een schip zijn gegaan, aanvaardt het openbaar gezag ten behoeve van onderzoek dergelijke verstekelingen die van het punt van ontscheping zijn teruggezonden nadat hun daar de toegang was geweigerd. Het openbaar gezag van de Staat van inscheping stuurt dergelijke verstekelingen niet terug naar het land waar hun eerder de toegang was geweigerd.

4.12.1.1. Aanbevolen werkwijze.De aangewezen autoriteit van de haven waar de verstekelingen aan boord zijn gegaan, zou moeten nagaan hoe de verstekelingen erin geslaagd zijn toegang tot het schip te krijgen en overwegen de veiligheidsvoorschriften eventueel te wijzigen, en vervolgens feedback geven aan het bevoegde openbaar gezag in de haven van ontscheping.

4.12.2. Norm.Wanneer ten genoegen van het openbaar gezag is vastgesteld dat voor de afvaart ontdekte verstekelingen in een haven in zijn Staat aan boord van een schip zijn gegaan, aanvaardt het openbaar gezag de ontscheping van voor de afvaart ontdekte verstekelingen en van verstekelingen die aan boord van het schip worden ontdekt terwijl dit zich nog in de territoriale wateren bevindt of indien van toepassing in overeenstemming met de nationale wetgeving van die Staat op het gebied van rechtsmacht inzake immigratie. Aan de reder worden geen boetes of heffingen opgelegd in verband met de kosten van vasthouding of verwijdering.

4.12.3. Norm.Wanneer een voor de afvaart ontdekte verstekeling niet in de haven van inscheping van boord is gegaan, wordt hij of zij als een verstekeling behandeld in overeenstemming met de regels in dit deel.

4.13. De vlaggenstaat

4.13.1. Norm.Het openbaar gezag van de vlaggenstaat van het schip assisteert en werkt samen met de gezagvoerder/reder en het desbetreffende openbaar gezag in de aanloophavens bij:

  • •. het identificeren van de verstekeling en het vaststellen van zijn of haar nationaliteit;
  • •. het afleggen van verklaringen aan het relevante openbaar gezag om te helpen bij de verwijdering van de verstekeling van het schip op het eerste moment waarop dit mogelijk is; en
  • •. het treffen van maatregelen voor de verwijdering of repatriëring van de verstekeling.

4.14. Terugzending van verstekelingen

4.14.1. Aanbevolen werkwijze.Wanneer een verstekeling niet over adequate documenten beschikt, zou het openbaar gezag, wanneer uitvoerbaar en voor zover in overeenstemming met de nationale wetgeving en veiligheidseisen, een begeleidend schrijven moeten afgeven met een foto van de verstekeling en andere belangrijke informatie, of een geschikt reisdocument dat door het betrokken openbaar gezag wordt aanvaard. Het begeleidend schrijven, waarin toestemming wordt verleend voor de terugzending, met elk transportmiddel, van de verstekeling naar ofwel zijn of haar land van herkomst ofwel het punt waar de verstekeling zijn of haar reis begon, naargelang van toepassing, en waarin overige door het gezag gestelde voorwaarden staan vermeld, zou overhandigd moeten worden aan de onderneming die zorg draagt voor de verwijdering van de verstekeling.

Dit schrijven bevat informatie die gevraagd wordt door de autoriteiten op de transitopunten en/of het punt waar de verstekeling van boord gaat.

4.14.2. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag in de Staat waar de verstekeling van boord is gegaan zou met het desbetreffende openbaar gezag op de transitopunten tijdens de terugkeer van een verstekeling contact moeten opnemen, teneinde informatie te verstrekken omtrent de status van de verstekeling. Daarnaast zou het openbaar gezag in de transitolanden tijdens de terugzending van een verstekeling moeten toestaan, met inachtneming van hun normale visavereisten en nationale veiligheidsvereisten, dat de doortocht plaatsvindt via hun havens en luchthavens met betrekking tot verstekelingen die reizen ingevolge een bevel tot verwijdering of op last van het openbaar gezag van het land van de haven van ontscheping.

4.14.3. Aanbevolen werkwijze.Wanneer een havenstaat de ontscheping van een verstekeling heeft geweigerd zou deze Staat, zonder onnodige vertraging, de vlaggenstaat van het schip dat de verstekeling vervoert op de hoogte moeten stellen van de redenen voor de weigering van de ontscheping.

Overeenkomstig norm 4.6.3 zou de vlaggenstaat niet moeten worden ingelicht indien verstekelingen zelf verklaren vluchteling of asielzoeker te zijn en de vlaggenstaat hun (vermeende) land van herkomst is waaruit zij zijn gevlucht en waar zij beweren gevaar te lopen.

4.15. Kosten van de terugzending en de verzorging van verstekelingen

4.15.1. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag van de Staat waar een verstekeling van boord is gegaan zou de reder op wiens schip de verstekeling is aangetroffen op de hoogte moeten stellen van de kosten van het vasthouden en terugzenden van de verstekeling en eventuele extra kosten voor de documenten van de verstekeling, indien de reder deze kosten moet dragen. Daarnaast zou het openbaar gezag met de reder moeten samenwerken om dergelijke kosten tot een minimum te beperken, voor zover uitvoerbaar en in overeenstemming met de nationale wetgeving, indien de reder deze kosten moet dragen.

4.15.2. Aanbevolen werkwijze.Het tijdvak gedurende welke het openbaar gezag van de Staat waar de verstekeling van boord is gegaan reders aansprakelijk kan stellen voor de kosten van de verzorging van een verstekeling, zou tot een minimum moeten worden beperkt.

4.15.3. Norm.Het openbaar gezag overweegt, in overeenstemming met de nationale wetgeving, de boetes te matigen die worden opgelegd aan schepen waarvan de gezagvoerder de aanwezigheid van een verstekeling op de juiste wijze heeft gemeld aan de desbetreffende autoriteiten in de haven van aankomst en heeft aangetoond dat alle redelijke preventieve maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat verstekelingen aan boord van het schip kunnen komen.

4.15.4. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou, in overeenstemming met de nationale wetgeving, moeten overwegen de andere heffingen die voor het overige van toepassing zouden kunnen zijn te matigen wanneer reders hebben samengewerkt met de bevoegde autoriteiten, ten genoegen van deze autoriteiten, bij het nemen van maatregelen gericht op het voorkomen van het vervoer van verstekelingen.

DEEL 5. AANKOMST, VERBLIJF EN VERTREK VAN LADING EN ANDERE ARTIKELEN

A. Algemeen

5.1. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou, met medewerking van de reders, havenautoriteiten en havenvoorzieningen en -terminals, de daarvoor in aanmerking komende maatregelen moeten nemen om te waarborgen dat het aantal ligdagen tot een minimum wordt beperkt en regelmatig alle werkwijzen opnieuw moeten bezien die verband houden met de aankomst en het vertrek van schepen, waaronder begrepen voorzieningen ten aanzien van de inscheping en de ontscheping, het laden en lossen, het onderhoud en dergelijke, alsmede de daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen. Tevens zou het openbaar gezag voorzieningen moeten treffen opdat de in- en uitklaring van vrachtschepen en hun vrachten voor zover mogelijk, geschiedt ter plaatse waar het schip gelost en geladen wordt.

5.2. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou met medewerking van de reders, havenautoriteiten en havenvoorzieningen en -terminals, passende maatregelen moeten nemen om te waarborgen dat een goede gang van zaken in de haven wordt bevorderd zodat het laden en lossen en het in- en uitklaren van lading vlot en eenvoudig verlopen. Deze voorzieningen zouden betrekking moeten hebben op alle fasen vanaf het tijdstip waarop het schip in de haven aankomt, te weten het lossen en de in- en uitklaring door het openbaar gezag, en tevens op de vrije zones, opslagfaciliteiten, opslagplaatsen en doorzending van de lading. Er dient een gemakkelijke en rechtstreekse verbinding te zijn tussen de vrije zone, opslagfaciliteiten en opslagplaats van de lading en het gebied waar de in- en uitklaring door het openbaar gezag plaatsvindt, die in de onmiddellijke omgeving van het havengebied zouden moeten zijn, met, waar mogelijk, goede toegangs- en overslagmogelijkheden en infrastructuur.

5.3. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou eigenaren en/of exploitanten van haventerminals moeten aanmoedigen deze te voorzien van opslagfaciliteiten voor bijzondere lading (bijv. waardevolle goederen, aan bederf onderhevige zendingen, stoffelijke overschotten, radioactieve en andere gevaarlijke stoffen, alsmede levende have) al naargelang van toepassing; deze gedeelten van de haventerminals waarin algemene en bijzondere lading en poststukken voorafgaand aan vervoer over zee of invoer worden opgeslagen, moeten maatregelen voor toegangscontrole implementeren die ten minste gelijkwaardig zijn aan die vervat in de relevante tekst van paragraaf B/16 van de ISPS-Code.

5.3 bis. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou slechts een minimum aan gegevens moeten verlangen voor de identificatie van de lading die voorafgaand aan vrijgave voor wederuitvoer of invoer wordt opgeslagen, en zou gebruik moeten maken van de informatie, wanneer deze beschikbaar is, vervat in de daartoe voorafgaand ingediende aangifte, mits deze tijdig en volledig is verstrekt.

5.4. Norm.Een Verdragsluitende Regering die vergunningen of certificaten voor export, import en overslag verplicht blijft stellen voor bepaalde soorten goederen, stelt eenvoudige procedures in voor het snel verkrijgen en verlengen van dergelijke vergunningen of certificaten.

5.5. Aanbevolen werkwijze.Wanneer een zending van dien aard is dat deze gemeld zou moeten worden aan verschillende instanties die bevoegd zijn inspecties uit te voeren, bijvoorbeeld douane-, veterinaire of gezondheidsdiensten, zouden de Verdragsluitende Regeringen deze bevoegdheid voor het uitvoeren van de vereiste inspecties moeten verlenen aan de douane of aan een van de andere instanties of, indien dit niet haalbaar is, alle stappen moeten nemen die nodig zijn om te waarborgen dat deze in- en uitklaring gelijktijdig op één locatie en met een minimum aan vertraging wordt uitgevoerd en waar mogelijk na voorafgaande coördinatie met de partij die de zending onder zich heeft.

5.6. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou moeten voorzien in vereenvoudigde procedures voor de snelle in- en uitklaring van particuliere pakketten met geschenken en van handelsmonsters tot een bepaalde waarde of kwantiteit, die op een zo hoog mogelijk niveau zou moeten worden gesteld.

B. De in- en uitklaring van lading

5.7. Norm.Het openbaar gezag verleent, behoudens de naleving van nationale verboden of beperkingen en vereiste maatregelen voor de veiligheid van havens of het voorkomen van de handel in verdovende middelen, voorrang aan de inklaring van levende have, bederfelijke goederen en overige zendingen van spoedeisende aard.

5.7.1. Aanbevolen werkwijze.Teneinde de kwaliteit van de goederen die op in- of uitklaring wachten te beschermen, zou het openbaar gezag, in samenwerking met alle betrokken partijen, alle maatregelen moeten nemen om de praktische, veilige en betrouwbare opslag van goederen in de haven mogelijk te maken.

5.8. Aanbevolen werkwijze.De Verdragsluitende Regeringen zouden de tijdelijke toelating moeten vergemakkelijken van gespecialiseerde laad- en losapparatuur die per schip arriveert en die in de aanloophavens aan wal wordt gebruikt voor het laden, lossen en verwerken van lading.

5.9. Niet in gebruik.

5.10. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou procedures moeten ontwikkelen voor de in- en uitklaring van lading gebaseerd op de relevante bepalingen van en richtlijnen behorende bij deInternationale Overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures – de herziene Overeenkomst van Kyoto.

5.10.1. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou vereenvoudigde procedures voor bevoegde personen moeten invoeren waardoor het volgende wordt toegestaan:

  • a. vrijgave van goederen na het verstrekken van de informatie die minimaal benodigd is om de goederen te kunnen identificeren, om de risico’s met betrekking tot gezondheid, veiligheid en beveiliging goed te kunnen identificeren en te beoordelen en om de daaropvolgende invulling van de uiteindelijke goederenaangifte mogelijk te maken;
  • b. in- en uitklaring van de goederen in de gebouwen van de aangever of op een andere door het desbetreffende openbaar gezag goedgekeurde locatie; en
  • c. verstrekking van een enkele goederenaangifte voor alle invoeren of uitvoeren in een gegeven tijdvak wanneer de goederen regelmatig door dezelfde persoon worden in- of uitgevoerd.

5.11. Norm.Het openbaar gezag beperkt fysieke interventies tot het minimum dat nodig is om naleving van de toepasselijke wet te waarborgen.

5.12. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou, op grond van een redelijk verzoek, de lading aan een fysiek onderzoek moeten onderwerpen, waar nodig, op het punt waar de lading in het transportmiddel wordt geladen en gedurende het laden, hetzij aan de kade, hetzij, in het geval van vrachteenheden, op de plaats waar de vrachtcontainer wordt geladen en verzegeld.

5.13. Norm.Het openbaar gezag waarborgt dat de vereisten voor het verzamelen van statistische gegevens de doelmatigheid van de handel over zee niet significant verminderen.

5.14. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou gebruik moeten maken van systemen voor de elektronische uitwisseling van informatie met het oog op het versnellen en vereenvoudigen van de processen voor opslag, in- en uitklaring en wederuitvoer.

5.14.1. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou de transitprocedure waaronder goederen afkomstig van een andere Staat vallen die in afwachting van het laden zijn, moeten vergemakkelijken en zo snel mogelijk moeten afronden.

C. Vrachtcontainers en pallets

5.15. Norm.Met inachtneming van zijn respectieve regelgeving staat het openbaar gezag toe dat vrachtcontainers, pallets en uitrusting en toebehoren van containers die aan de vrachtcontainer zijn bevestigd of afzonderlijk worden vervoerd, tijdelijk worden ingevoerd zonder betaling van douanerechten en andere belastingen en heffingen en vergemakkelijkt het gebruik ervan in het verkeer ter zee.

5.16. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou in de in norm 5.15 bedoelde regelgeving de aanvaarding moeten voorzien van een eenvoudige aangifte waarin staat vermeld dat de tijdelijk ingevoerde vrachtcontainers, pallets en uitrusting en toebehoren van containers binnen de door de betrokken Staat gestelde tijdsspanne weer worden uitgevoerd. Deze aangifte kan mondeling geschieden of in enige andere vorm die voor het gezag aanvaardbaar is.

5.17. Norm.Het openbaar gezag staat toe dat vrachtcontainers, pallets en uitrusting en toebehoren van containers die het grondgebied van een Staat krachtens de bepalingen van norm 5.15 binnenkomen, het terrein van de haven van aankomst verlaten voor de inklaring van ingevoerde lading en/of laden van uit te voeren lading volgens vereenvoudigde controleprocedures en met een minimum aan documentatie.

5.18. Norm.De Verdragsluitende Regeringen staan de tijdelijke toelating toe van samenstellende delen van vrachtcontainers zonder betaling van douanerechten en andere belastingen en heffingen, indien deze delen benodigd zijn voor de reparatie van vrachtcontainers die reeds zijn toegelaten krachtens de bepalingen van norm 5.15.

D. Lading die niet wordt gelost in de haven van bestemming

5.19. Norm.In geval lading voorkomend op de aangifte van de lading niet wordt gelost in de haven van bestemming, stemt het openbaar gezag in met een wijziging van de aangifte van de lading en legt het geen boete op indien het ervan overtuigd is dat de lading in werkelijkheid niet in het schip is geladen of, indien zij daarin wel is geladen, in een andere haven is gelost of zal worden gelost.

5.20. Norm.Indien als gevolg van een vergissing of om een andere geldige reden lading wordt gelost in een haven niet zijnde de haven van bestemming, bevordert het openbaar gezag het opnieuw laden of de doorzending daarvan naar de haven van bestemming. Deze bepaling is niet van toepassing op verboden lading of op lading ten aanzien waarvan beperkende bepalingen gelden.

E. Beperking van de verantwoordelijkheid van de reder

5.21. Norm.Het openbaar gezag verlangt niet van een reder dat deze bijzondere informatie ten behoeve van dat gezag op een vervoersdocument of een afschrift daarvan vermeldt, tenzij de reder zelf de importeur of exporteur is of namens deze optreedt.

5.22. Norm.Het openbaar gezag stelt de reder niet aansprakelijk voor het aanbieden of de nauwkeurigheid van documenten die de importeur of exporteur zou moeten overleggen in verband met de in- of uitklaring van de lading, tenzij de reder de importeur of exporteur is, of namens deze optreedt.

5.23. Norm.De reder is verplicht tot het verstrekken van de informatie over de binnenkomst of het vertrek van goederen die bij de reder bekend is op het tijdstip waarop deze gegevens worden verstrekt en zoals vermeld in het vervoersdocument dat het bewijs vormt van de vervoersovereenkomst. De reder kan bij het verstrekken van de informatie derhalve uitgaan van de gegevens van de verzender, tenzij de reder redenen heeft om aan te nemen dat de verstrekte gegevens onjuist zijn.

5.24. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou regelgeving moeten invoeren ingevolge welke de persoon die een partij (bijvoorbeeld een groepage-expediteur, een bevrachter of een reder) benadert en met haar een overeenkomst sluit voor het vervoer van lading over zee naar het grondgebied van een andere Staat, die partij volledige en accurate informatie moet verstrekken over de te verzenden lading.

DEEL 6. – VOLKSGEZONDHEID EN QUARANTAINE MET INBEGRIP VAN GEZONDHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DIEREN EN PLANTEN

DEEL 7. DIVERSE BEPALINGEN

A. Borgstellingen en andere vormen van zekerheid

7.1. Aanbevolen werkwijze.In gevallen waarin het openbaar gezag een borgstelling of andere vormen van zekerheid van de reders verlangt ten aanzien van hun verplichtingen uit hoofde van wetten en voorschriften van een Staat op het gebied van douane, immigratie, volksgezondheid of landbouwquarantaine, zou het het gebruik van een enkele allesomvattende borgstelling of andere vorm van zekerheid waar mogelijk moeten toelaten.

B. Dienstverlening in havens

7.2. Aanbevolen werkwijze.De normale diensten van het openbaar gezag in een haven zouden kosteloos gedurende de normale werktijd moeten worden verleend. Het openbaar gezag zou vaste werktijden voor het verlenen van diensten in de havens moeten vaststellen, en wel zodanig dat deze samenvallen met de uren waarin gewoonlijk het meeste werk zou moeten worden verricht.

7.3. Norm.De Verdragsluitende Regeringen nemen passende maatregelen voor het organiseren van de normale diensten van het openbaar gezag in havenplaatsen teneinde onnodige vertraging van schepen na aankomst, of wanneer zij voor de afvaart gereed zijn, te voorkomen en de tijd nodig voor het vervullen van formaliteiten tot een minimum te beperken, mits de geschatte tijd van aankomst of vertrek ruim tevoren aan het openbaar gezag wordt medegedeeld.

7.4. Norm.Door een gezondheidsdienst worden geen kosten in rekening gebracht voor een geneeskundig onderzoek, of een aanvullend onderzoek, hetzij bacteriologisch of anderszins, dat op welk tijdstip ook overdag of ’s nachts wordt verricht, indien een dergelijk onderzoek geboden is ter vaststelling van de gezondheidstoestand van de onderzochte persoon, noch voor het bezoeken en controleren van een schip met het oog op quarantaine, behalve voor de controle van een schip verband houdend met de afgifte van een Certificaat van sanitaire controle van schepen of Certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen. Evenmin zullen kosten in rekening worden gebracht voor de inenting van een per schip aangekomen persoon, noch voor het afgeven van een daarop betrekking hebbend certificaat. Indien echter andere maatregelen dan de hierboven genoemde nodig zijn met betrekking tot het schip, zijn passagiers of zijn bemanning en voor hen door een gezondheidsdienst kosten worden gemaakt, worden deze kosten in rekening gebracht op basis van een afzonderlijk tarief dat gelijk is voor het gehele desbetreffende grondgebied en deze kosten zullen worden geheven zonder onderscheid naar nationaliteit, domicilie of woonplaats van de desbetreffende persoon of naar nationaliteit, vlag, registratie of eigendom van het schip.

7.5. Aanbevolen werkwijze.Wanneer de diensten van het openbaar gezag worden verleend buiten de vaste arbeidstijden bedoeld in aanbevolen werkwijze 7.2, worden deze verleend tegen een redelijk tarief dat niet uitgaat boven de feitelijke kosten van de verleende diensten.

7.6. Norm.Voor zover de intensiteit van het scheepvaartverkeer in een haven zulks toelaat, zorgt het openbaar gezag ervoor dat diensten beschikbaar zijn voor het vervullen van de formaliteiten met betrekking tot lading en bagage, ongeacht de waarde die deze mocht hebben of de aard ervan.

7.7. Aanbevolen werkwijze.De Verdragsluitende Regeringen zouden moeten trachten tot een regeling te komen waarbij de ene Regering een andere Regering bepaalde faciliteiten verleent vóór of gedurende de reis, met betrekking tot het onderzoeken van schepen, passagiers, bemanning, bagage, lading en documenten verband houdend met douane, immigratie, volksgezondheid en quarantainevoorschriften voor planten en dieren, voor zover dit de inklaring na aankomst in de laatste Staat zou vergemakkelijken.

C. Noodhulp

7.8. Norm.Het openbaar gezag vergemakkelijkt de aankomst en het vertrek van schepen die betrokken zijn bij:

  • •. rampenbestrijding;
  • •. de redding van personen in nood op zee teneinde dergelijke personen een veilig heenkomen te bieden;
  • •. het bestrijden of voorkomen van verontreiniging van de zee; of
  • •. andere operaties bij noodsituaties gericht op het vergroten van de veiligheid op zee, de veiligheid van mensenlevens op zee, de veiligheid van de bevolking of de bescherming van het mariene milieu.

7.9. Norm.Het openbaar gezag vergemakkelijkt, in de ruimst mogelijke mate, de binnenkomst en douanebehandeling van personen en inklaring van lading, materiaal en apparatuur die benodigd zijn voor de in norm 7.8 beschreven situaties.

7.10. Norm.Het openbaar gezag staat snelle inklaring toe van specialistische apparatuur die benodigd is voor de uitvoering van veiligheidsmaatregelen.

D. Nationale vereenvoudigingscommissies

7.11. Aanbevolen werkwijze.Elke Verdragsluitende Regering zou, in nauwe samenwerking met de maritieme sector, een nationaal programma voor de vereenvoudiging van het verkeer ter zee moeten vaststellen op basis van de vereisten van deze Bijlage aangaande vereenvoudiging, en zou moeten verzekeren dat de doelstelling van haar vereenvoudigingsprogramma het aannemen is van alle praktische maatregelen ter vereenvoudiging van het verkeer van schepen, lading, bemanningen, passagiers, post en voorraden, door het wegnemen van onnodige hindernissen en vertragingen.

7.12. Aanbevolen werkwijze.Elke Verdragsluitende Regering zou een nationale commissie voor de vereenvoudiging van het verkeer ter zee moeten instellen, of een soortgelijk nationaal coördinerend orgaan tussen ministeries, instanties en andere organisaties die zich bezighouden met of verantwoordelijk zijn voor verscheidene aspecten van het internationale verkeer ter zee, alsmede havenautoriteiten, havenfaciliteiten en terminals en reders , om te stimuleren dat vereenvoudigingsmaatregelen worden genomen en uitgevoerd.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized by their respective Governments for that purpose, have signed the present Convention.2)Signatures omitted.

DONE at London this ninth day of April 1965.

DEEL 2. – AANKOMST, VERBLIJF EN VERTREK VAN HET SCHIP

A. Algemeen

2.1. Norm.Het openbaar gezag verlangt bij aankomst of vertrek van schepen waarop dit Verdrag van toepassing is geen andere verklaringen dan die beschreven in dit deel. Deze verklaringen kunnen afzonderlijk of in een gecombineerd elektronisch formaat worden ingediend overeenkomstig de richtlijnen voor de uitvoering van berichten en de vereisten van het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling.

De verklaringen voor aankomst en vertrek van een schip zijn:

  • a. algemene verklaring
  • b. aangifte van de lading
  • c. aangifte van de scheepsvoorraad
  • d. aangifte van de persoonlijke eigendommen van de bemanning
  • e. bemanningslijst
  • f. passagierslijst
  • g. manifest van gevaarlijke stoffen
  • h. het ontvangstbewijs voor de bestelling van postzendingen als beschreven in de Akten van de Wereldpostunie, het Algemeen Postverdrag en de Regelingen daarbij die op dit moment van kracht zijn
  • j. „Ship Sanitation Control Exemption Certificate” of „Ship Sanitation Control Certificate” („Certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen” of „Certificaat van sanitaire controle van schepen”) of verlenging zoals vastgelegd in de Internationale Gezondheidsregeling
  • l. vooraf elektronisch ingediende ladinggegevens ten behoeve van risicoanalyse door de douane zoals omschreven in het SAFE Framework of Standards van de WDO
  • m. formulier voor voorafgaande kennisgeving van de afgifte van afval bij ontvangstfaciliteiten in havens.

2.1bis. Norm.Voor verklaringen vermeld in punten a tot en met g van norm 2.1 eist het openbaar gezag niet meer dan de informatie vermeld in Aanhangsel 1.

2.1.1. Norm.Verdragsluitende Regeringen vereisen geen consulaire formaliteiten, heffingen of lasten in verband met informatie voor de in- en uitklaring van schepen, met inbegrip van de elektronische verstrekking van informatie.

2.1.2. Norm.Het openbaar gezag ontwikkelt procedures voor het verstrekken van informatie die aan de aankomst en het vertrek voorafgaat om het verwerken van deze informatie te vergemakkelijken ten behoeve van het versnellen van de daaropvolgende vrijgave/in- of uitklaring van lading en douanebehandeling van personen.

2.1.3. Aanbevolen werkwijze.De nationale wetgeving zou de voorwaarden moeten vaststellen voor het verstrekken van informatie die aan de aankomst en het vertrek voorafgaat. Wat betreft het tijdstip waarop de aan de aankomst voorafgaande informatie moet worden ingediend geldt dat dit normaliter niet voor het moment waarop het schip het land van vertrek verlaat zou moeten liggen. In de nationale wetgeving zouden echter, in aanvulling op de basisregel, tevens de uitzonderingen op dit beginsel kunnen worden vastgesteld, bijvoorbeeld voor reizen van korte duur.

2.1.3bis. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou, voor het vooraf elektronisch verstrekken van ladinggegevens ten behoeve van risicoanalyse door de douane, rekening moeten houden met de termijnen omschreven in het SAFE Framework of Standards van de WDO.

2.1.4. Niet in gebruik.

2.1.5. Norm.Het openbaar gezag gebruikt de aan de aankomst en het vertrek voorafgaande informatie opnieuw in daarna volgende procedures wanneer dezelfde gegevens gevraagd worden.

B. Inhoud en betekenis van de verklaringen

2.2. Norm.De algemene verklaring is de standaard verklaring bij aankomst en vertrek die de door het openbaar gezag verlangde informatie met betrekking tot een schip bevat.

2.2.1. Niet in gebruik.

2.2.2. Niet in gebruik.

2.2.3. Niet in gebruik.

2.3. Norm.Onverlet norm 2.3.4, aanbevolen werkwijze 2.3.4.1 of het vooraf elektronisch verstrekken van ladinggegevens ten behoeve van risicoanalyse door de douane, is de aangifte van de lading de standaard verklaring bij aankomst en vertrek die de door het openbaar gezag verlangde gegevens met betrekking tot de lading bevat.

2.3.1. Niet in gebruik.

2.3.2. Norm.Met betrekking tot de aan boord gebleven lading, verlangt het openbaar gezag slechts een globale opsomming van een zo klein mogelijk aantal belangrijke gegevens.

2.3.3. Niet in gebruik.

2.3.4. Norm.In plaats van de aangifte van de lading aanvaardt het openbaar gezag het ladingsmanifest van het schip, indien dit elektronisch is verstrekt en mits dit ten minste de informatie bevat die door het openbaar gezag wordt verlangd overeenkomstig Aanhangsel 1 en norm 2.3.2 en mits gewaarmerkt overeenkomstig norm 1.8.2.

2.3.4.1. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag kan als alternatief voor norm 2.3.4 ook genoegen nemen met het vervoersdocument, mits dit ten minste de informatie bevat die overeenkomstig norm 2.3.2 worden verlangd. Dit vervoersdocument dient te worden gewaarmerkt overeenkomstig norm 1.8.2.

2.3.5. Norm.Er wordt geen nieuwe aangifte van de lading verlangd bij vertrek uit een haven met betrekking tot lading waarvoor reeds bij aankomst in die haven een aangifte is gedaan en die aan boord is gebleven.

2.4. Norm.De aangifte van de scheepsvoorraad is de standaard verklaring bij aankomst en vertrek die de door het openbaar gezag verlangde informatie met betrekking tot de scheepsvoorraad bevat.

2.4.1. Aanbevolen werkwijze.Bij vertrek zou geen afzonderlijke aangifte van de scheepsvoorraad moeten worden verlangd met betrekking tot scheepsvoorraad waarvoor reeds bij aankomst een aangifte is gedaan, noch met betrekking tot scheepsvoorraad die in die haven aan boord is geladen en gedekt is door een ander douanedocument dat daartoe in de betrokken haven is aangeboden.

2.5. Norm.De aangifte van de persoonlijke eigendommen van de bemanning is de standaard verklaring die de door het openbaar gezag verlangde informatie bevat voor zover die betrekking hebben op de persoonlijke bezittingen van de bemanning bij aankomst. Bij vertrek wordt deze aangifte niet verlangd.

2.5.1. Norm.Het openbaar gezag aanvaardt de aangifte van de persoonlijke eigendommen van de bemanning indien deze is gewaarmerkt op een wijze die aanvaardbaar is voor het desbetreffende openbaar gezag. Ten behoeve van de verificatie aan boord kan het openbaar gezag van elk bemanningslid verlangen dat deze de aangifte van de persoonlijke eigendommen bevestigt op een wijze die aanvaardbaar is voor het openbaar gezag.

2.5.2. Aanbevolen werkwijze.In de regel zou het openbaar gezag slechts gegevens moeten verlangen met betrekking tot de persoonlijke eigendommen van bemanningsleden die niet in aanmerking zouden komen voor vrijstelling van douanerechten en -heffingen of waarop verbodsbepalingen of beperkingen van toepassing zijn.

2.6. Norm.De bemanningslijst is de standaard verklaring die het openbaar gezag verlangt en die informatie bevat die betrekking hebben op het aantal leden van de bemanning en de samenstelling van de bemanning bij aankomst of vertrek van een schip.

2.6.1. Norm.In gevallen waarin het openbaar gezag informatie verlangt omtrent de bemanning van een schip bij het vertrek daarvan uit de haven, wordt de bemanningslijst die bij aankomst in de haven is verstrekt bij het vertrek aanvaard, op voorwaarde dat deze is gewaarmerkt in overeenstemming met norm 1.8.2, waarbij is aangetekend dat het aantal bemanningsleden of de samenstelling daarvan ten tijde van het vertrek van het schip is veranderd of dat een dergelijke wijziging tijdens het verblijf van het schip in de haven niet heeft plaatsgevonden.

2.6.2. Niet in gebruik.

2.6.3. Niet in gebruik.

2.6.4. Niet in gebruik.

2.7. Norm.De passagierslijst is de standaard verklaring die het openbaar gezag verlangt bij aankomst en vertrek van een schip en de informatie bevat met betrekking tot de passagiers.

2.7.1. Niet in gebruik.

2.7.2. Aanbevolen werkwijze.Het openbaar gezag zou naast de passagierslijsten geen inschepings- of ontschepingskaarten moeten verlangen met betrekking tot passagiers wier namen op die lijsten voorkomen. Indien het openbaar gezag evenwel met bijzondere problemen geconfronteerd wordt die een ernstige bedreiging inhouden voor de volksgezondheid, kan van die persoon op een internationale reis bij aankomst verlangd worden dat hij zijn adres van bestemming schriftelijk mededeelt.

2.7.3. Niet in gebruik.

2.7.4. Niet in gebruik.

2.7.5. Niet in gebruik.

2.8. Norm.Het manifest van gevaarlijke stoffen is de standaard verklaring die het openbaar gezag voorziet van informatie over gevaarlijke stoffen.

2.8.1. Niet in gebruik.

2.9. Norm.Het openbaar gezag verlangt bij aankomst of vertrek van het schip geen andere verklaring met betrekking tot poststukken anders dan vereist volgens de Akten van de Wereldpostunie die op dit moment van kracht zijn, op voorwaarde dat laatstgenoemde verklaring ook daadwerkelijk wordt overgelegd. Bij het ontbreken van een dergelijke verklaring moeten de poststukken (aantal en gewicht) worden vermeld op de aangifte van de lading.

2.10. Norm.De maritieme gezondheidsverklaring is de standaard verklaring die de door het openbaar gezag verlangde informatie bevat die betrekking heeft op de gezondheidstoestand aan boord van een schip gedurende de reis en bij aankomst in een haven.

De maritieme gezondheidsverklaring dient in overeenstemming te zijn met de Internationale Gezondheidsregeling. Tevens dient, overeenkomstig de Internationale Gezondheidsregeling, een geldig „Ship Sanitation Control Exemption Certificate” of „Ship Sanitation Control Certificate” („Certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen” of „Certificaat van sanitaire controle van schepen”) of verlenging te worden verstrekt aan het openbaar gezag om het risico van ziekte aan boord van het schip te beoordelen.

2.10.1. Norm.Het rapport van de beveiligingsinformatie is de standaard verklaring die het openbaar gezag voorziet van informatie over de status van de beveiliging van het schip.

2.10.2. Norm.Het formulier voor voorafgaande kennisgeving van de afgifte van afval bij havenontvangstvoorzieningen is de standaard verklaring die het openbaar gezag voorziet van informatie over de afvalontvangstnoden van het schip.

C. Gebruik van alternatieve rapportagemiddelen, in uitzonderlijke omstandigheden, indien er geen middelen voor elektronische rapportage beschikbaar zijn

2.11. Norm.In uitzonderlijke omstandigheden, indien er geen middelen voor elektronische verzending beschikbaar zijn, heeft het openbaar gezag alternatieve middelen voor rapportage beschikbaar voor de aankomst en het vertrek van een schip. Het openbaar gezag maakt, voor zover mogelijk, alle beschikbare alternatieve rapportagemiddelen bekend.

2.12. Niet in gebruik.

2.12.1. Niet in gebruik.

2.12.2. Niet in gebruik.

2.12.3. Niet in gebruik.

2.13. Aanbevolen werkwijze.Een door de reders voor eigen gebruik opgestelde papieren lijst zou moeten worden aanvaard in plaats van een papieren passagierslijst, mits deze ten minste de overeenkomstig Aanhangsel 1 verlangde informatie bevat.

Het openbaar gezag aanvaardt tevens in plaats van een papieren aangifte van de lading een papieren afschrift van het manifest van het schip of van de vervoersdocumenten, mits deze ten minste de overeenkomstig Aanhangsel 1 verlangde informatie bevatten.

2.13.1. Norm.Indien in uitzonderlijke omstandigheden het openbaar gezag vaststelt dat de enige manier die beschikbaar is voor verzending van de in deze Bijlage bedoelde verklaringen in papieren vorm is, aanvaardt het openbaar gezag documenten die op een leesbare en begrijpelijke drager worden overgebracht, met inbegrip van documenten die met de hand met inkt of onuitwisbaar potlood zijn geschreven of die met behulp van informatietechnologie zijn vervaardigd.

D. Achtereenvolgens aandoen van twee of meer havens in dezelfde Staat

2.14. Norm.Rekening houdend met de procedures die worden toegepast bij aankomst van een schip in de eerste aanloophaven op het grondgebied van een Staat, worden reders uitsluitend verplicht de gevraagde informatie één keer bij het openbaar gezag van een Staat te verklaren. De formaliteiten en documenten die door het openbaar gezag worden verlangd in elke volgende aanloophaven die in dat land wordt aangedaan zonder dat eerst een haven in een ander land wordt aangedaan, worden tot een minimum beperkt.

E. Invullen van verklaringen

2.15. Aanbevolen werkwijze.Voor zover mogelijk zou het openbaar gezag de in deze Bijlage bedoelde verklaringen, behoudens het bepaalde in norm 3.7, moeten aanvaarden ongeacht de taal waarin de verlangde informatie wordt verstrekt, met dien verstande dat het openbaar gezag het recht heeft een schriftelijke of mondelinge vertaling te verlangen in een van de officiële talen van de Organisatie, indien het dit nodig mocht oordelen.

2.16. Niet in gebruik.

2.16.1. Norm.Het openbaar gezag aanvaardt een handtekening die, wanneer vereist, op enige elektronische wijze is gezet, indien verenigbaar met de nationale wetgeving.

2.17. Norm.Het openbaar gezag van het land waarin een beoogde haven van aankomst is gelegen of waar goederen worden gelost of overgeslagen, mag niet verlangen dat een op het schip, de lading daarvan, de scheepsvoorraad, de passagiers of de bemanning betrekking hebbende verklaring, als bedoeld in dit deel, wordt gelegaliseerd, geverifieerd, gewaarmerkt of vooraf door een van hun buitenlandse vertegenwoordigingen wordt behandeld. Het voorgaande houdt niet in dat het overleggen van een paspoort of ander identiteitsbewijs van een passagier of bemanningslid voor het verkrijgen van een visum of voor soortgelijke doeleinden niet kan worden gevorderd.

F. Fouten en wijzigingen in verklaringen en daarvoor geldende boeten

2.18. Norm.Het openbaar gezag staat toe dat, zonder dat daardoor het schip wordt opgehouden, fouten in een verklaring als bedoeld in deze Bijlage worden gecorrigeerd, ten aanzien waarvan het zich overtuigd heeft dat deze onopzettelijk zijn gemaakt, niet ernstig zijn, niet te wijten zijn aan herhaalde achteloosheid en niet zijn gemaakt met de bedoeling wetten of voorschriften te overtreden, mits deze fouten worden ontdekt voordat de verklaring in haar geheel wordt gecontroleerd en de correcties onmiddellijk kunnen worden aangebracht.

2.19. Norm.Indien fouten worden aangetroffen in de verzonden informatie die is gewaarmerkt door of namens een reder of gezagvoerder, worden geen boeten opgelegd voordat men in de gelegenheid is gesteld het openbaar gezag ervan te overtuigen dat de fouten onopzettelijk zijn gemaakt, niet ernstig zijn, niet te wijten zijn aan herhaalde achteloosheid en niet zijn gemaakt met de bedoeling wetten of voorschriften van de havenstaat te overtreden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)