Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1971
De Partijen bij dit Protocol,
Bestudeerd hebbend het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1971, en het daarbij behorende Protocol van 1984,
Vastgesteld hebbend dat het Protocol van 1984 bij dat Verdrag, waarbij wordt voorzien in een ruimere werkingssfeer van het Verdrag en in een verhoging van de vergoeding, niet in werking is getreden,
Het belang bevestigend van de handhaving van de levensvatbaarheid van het internationale stelsel van aansprakelijkheid voor verontreiniging door olie en van vergoeding van schade,
Zich bewust van de noodzaak de zo spoedig mogelijke inwerkingtreding van de inhoud van het Protocol van 1984 te verzekeren,
Het voordeel voor de Partij zijnde Staten erkennend van een regeling waarbij voor een overgangsperiode het gewijzigde Verdrag bestaat naast en in aanvulling op het oorspronkelijke Verdrag,
Ervan overtuigd dat de economische gevolgen van schade door verontreiniging voortvloeiend uit het vervoer door schepen van olie in bulk over zee dienen te blijven gedeeld door de scheepvaart en door degenen die financiële belangen hebben bij de vervoerde olie,
Indachtig de aanneming van het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1
Het Verdrag dat door de bepalingen van dit Protocol wordt gewijzigd is het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1971, hierna te noemen het „Fondsverdrag, 1971”. Ten aanzien van Staten die Partij zijn bij het Protocol van 1976 bij het Fondsverdrag, 1971, wordt met deze term bedoeld het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dat Protocol.
Artikel 2
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 3
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 4
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 5
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 6
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 7
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 8
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 9
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 10
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 11
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 12
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 13
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 14
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 15
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 16
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 17
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 18
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 19
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 20
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 21
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 22
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 23
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 24
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 25
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 26
Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.
Artikel 27
Het Fondsverdrag, 1971, en dit Protocol worden, wat de Partijen bij dit Protocol betreft, gelezen en uitgelegd als één enkel document.
De artikelen 1 tot en met 36 quinquies van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol zullen worden genoemd het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1992 (Fondsverdrag, 1992).
SLOTBEPALINGEN
Artikel 28. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
Dit Protocol staat open voor ondertekening te Londen van 15 januari 1993 tot en met 14 januari 1994 door iedere Staat die het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, heeft ondertekend.
Onverminderd het bepaalde in het vierde lid dient dit Protocol te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de Staten die het hebben ondertekend.
Onverminderd het bepaalde in het vierde lid staat dit Protocol open voor toetreding door Staten die het niet hebben ondertekend.
Slechts de Staten die het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, hebben bekrachtigd, aanvaard, goedgekeurd of ertoe zijn toegetreden, kunnen dit Protocol bekrachtigen, aanvaarden, goedkeuren of ertoe toetreden.
Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
Een Staat die Partij is bij dit Protocol maar geen Partij is bij het Fondsverdrag, 1971, is gebonden door de bepalingen van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, met betrekking tot andere Partijen hierbij, maar is niet gebonden door de bepalingen van het Fondsverdrag, 1971, met betrekking tot Partijen daarbij.
Akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, die zijn nedergelegd nadat een wijziging van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, in werking is getreden, worden geacht van toepassing te zijn op het aldus gewijzigde Verdrag, zoals gewijzigd door bedoelde wijziging.
Artikel 29. Informatie omtrent bijdragende olie
Alvorens dit Protocol ten aanzien van een Staat in werking treedt, moet die Staat bij de nederlegging van een akte bedoeld in artikel 28, vijfde lid, en vervolgens jaarlijks op een door de Secretaris-Generaal van de Organisatie vast te stellen tijdstip, deze de naam en het adres mededelen van de personen die voor die Staat op grond van artikel 10 van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, verplicht zouden zijn aan het Fonds bij te dragen, alsmede gegevens betreffende de in aanmerking komende hoeveelheden bijdragende olie die binnen het grondgebied van die Staat gedurende het voorgaande kalenderjaar door die personen zijn ontvangen.
Tijdens de overgangsperiode verstrekt de Directeur, namens de Partijen, jaarlijks aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie gegevens betreffende de hoeveelheden bijdragende olie ontvangen door personen die verplicht zouden zijn aan het Fonds bij te dragen op grond van artikel 10 van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol.
Artikel 30. Inwerkingtreding
Dit Protocol treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop aan de volgende eisen is voldaan:
- a. ten minste acht Staten hebben een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie; en
- b. de Secretaris-Generaal van de Organisatie heeft overeenkomstig artikel 29 mededeling ontvangen dat de personen in deze Staten die op grond van artikel 10 van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, verplicht zouden zijn bij te dragen gedurende het voorgaande kalenderjaar in totaal een hoeveelheid van ten minste 450 miljoen ton bijdragende olie hebben ontvangen.
Dit Protocol treedt echter niet in werking vóórdat het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, in werking is getreden.
Ten aanzien van elke Staat die dit Protocol bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt nadat aan de in het eerste lid gestelde eisen voor inwerkingtreding is voldaan, treedt het Protocol in werking twaalf maanden na de datum van nederlegging door die Staat van de daartoe strekkende akte.
Iedere Staat kan, op het tijdstip van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding met betrekking tot dit Protocol, verklaren dat deze akte voor de toepassing van dit artikel niet eerder van kracht wordt dan aan het einde van het tijdvak van zes maanden bedoeld in artikel 31.
Iedere Staat die een verklaring overeenkomstig het voorgaande lid heeft afgelegd, kan deze te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie. Een zodanige intrekking wordt van kracht op de datum waarop de kennisgeving wordt ontvangen en iedere Staat die een zodanige intrekking doet, wordt geacht zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding met betrekking tot dit Protocol op die datum te hebben nedergelegd.
Iedere Staat die een verklaring ingevolge artikel 13, tweede lid, van het Protocol van 1992 tot wijziging van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, heeft afgelegd, wordt geacht tevens een verklaring ingevolge het vierde lid van dit artikel te hebben afgelegd. De intrekking van een verklaring ingevolge genoemd artikel 13, tweede lid, wordt geacht tevens een intrekking ingevolge het vijfde lid van dit artikel te vormen.
Artikel 31. Opzegging van de Verdragen van 1969 en 1971
Onverminderd het bepaalde in artikel 30 dient, binnen zes maanden na de datum waarop is voldaan aan de eis dat:
- a. ten minste acht Staten Partij zijn geworden bij dit Protocol of akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie, al dan niet met toepassing van artikel 30, vierde lid, en
- b. de Secretaris-Generaal van de Organisatie informatie overeenkomstig artikel 29 heeft ontvangen dat de personen die verplicht zijn of zouden zijn bij te dragen ingevolge artikel 10 van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, gedurende het voorgaande kalenderjaar in totaal een hoeveelheid van tenminste 750 miljoen ton bijdragende olie hebben ontvangen;
elke Partij bij dit Protocol en elke Staat die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, al dan niet met toepassing van artikel 30, vierde lid, heeft nedergelegd, indien deze Partij daarbij is, het Fondsverdrag, 1971, en het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, op te zeggen met ingang van twaalf maanden na het verstrijken van de bovengenoemde periode van zes maanden.
Artikel 32. Herziening en wijziging
De Organisatie kan een conferentie tot herziening of wijziging van het Fondsverdrag, 1992, bijeenroepen.
De Organisatie roept een conferentie van de Verdragsluitende Staten bijeen tot herziening of wijziging van het Fondsverdrag, 1992, op verzoek van ten minste een derde van alle Verdragsluitende Staten.
Artikel 33. Wijziging van de vergoedingsgrenzen
Op verzoek van ten minste een vierde van de Verdragsluitende Staten worden voorstellen tot wijziging van de vergoedingsgrenzen neergelegd in artikel 4, vierde lid van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, door de Secretaris-Generaal toegezonden aan alle Leden van de Organisatie en aan alle Verdragsluitende Staten.
Elke voorgestelde en zoals hierboven aangegeven toegezonden wijziging wordt voorgelegd aan de Juridische Commissie van de Organisatie ter overweging op een datum tenminste zes maanden na de datum van toezending.
Alle Verdragsluitende Staten bij het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, ongeacht of zij lid van de Organisatie zijn, zijn gerechtigd deel te nemen aan de werkzaamheden van de Juridische Commissie ter overweging en aanneming van wijzigingen.
Wijzigingen worden aangenomen met een tweederde-meerderheid van de Verdragsluitende Staten die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de Juridische Commissie, welke is uitgebreid zoals bepaald in het derde lid, mits ten minste de helft van de Verdragsluitende Staten aanwezig is op het tijdstip van de stemming.
Wanneer de Commissie een voorstel tot wijziging van de grenzen bespreekt, houdt zij rekening met de ervaring opgedaan bij voorvallen en in het bijzonder het bedrag van de daaruit voortvloeiende schade en met wijzigingen in geldswaarden. Zij houdt voorts rekening met de samenhang van de grenzen in artikel 4, vierde lid, van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, en die in artikel V, eerste lid, van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1992.
- a. Er mag geen wijziging van de grenzen ingevolge dit artikel worden overwogen vóór 15 januari 1998 en evenmin binnen vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van een voorgaande wijziging ingevolge dit artikel. Er kan geen wijziging ingevolge dit artikel worden overwogen alvorens dit Protocol in werking is getreden.
- b. Er mag geen grens zodanig worden verhoogd dat deze een bedrag overschrijdt dat overeenkomt met de grens vervat in het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, verhoogd met zes procent per jaar berekend op samengestelde basis vanaf 15 januari 1993.
- c. Er mag geen grens zodanig worden verhoogd, dat deze een bedrag overschrijdt dat overeenkomt met de grens vervat in het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, vermenigvuldigd met drie.
Elke wijziging aangenomen overeenkomstig het vierde lid wordt door de Organisatie ter kennis gebracht van alle Verdragsluitende Staten. De wijziging wordt geacht te zijn aanvaard aan het einde van een tijdvak van achttien maanden na de datum van kennisgeving, tenzij binnen dat tijdvak niet minder dan een vierde van de Staten die Verdragsluitende Staten waren op het tijdstip van aanneming van de wijziging door de Juridische Commissie de Organisatie hebben medegedeeld dat zij de wijziging niet aanvaarden, in welk geval de wijziging is verworpen en deze niet van kracht wordt.
Een wijziging die geacht wordt te zijn aanvaard overeenkomstig het zevende lid, treedt in werking achttien maanden na aanvaarding ervan.
Alle Verdragsluitende Staten zijn gebonden door de wijziging, tenzij zij tenminste zes maanden voordat de wijziging in werking treedt dit Protocol opzeggen overeenkomstig artikel 34, eerste en tweede lid. Een zodanige opzegging wordt van kracht wanneer de wijziging in werking treedt.
Wanneer een wijziging door de Juridische Commissie is aangenomen, maar het tijdvak van achttien maanden voor de aanvaarding ervan nog niet is verstreken, is een Staat die gedurende dat tijdvak een Verdragsluitende Staat wordt, door de wijziging gebonden indien deze in werking treedt. Een Staat die na dat tijdvak een Verdragsluitende Staat wordt, is gebonden door een wijziging die overeenkomstig het zevende lid is aanvaard. In de gevallen bedoeld in dit lid wordt een Staat gebonden door een wijziging wanneer deze wijziging in werking treedt, of wanneer dit Protocol voor de Staat in werking treedt, indien deze datum later valt.
Artikel 34. Opzegging
Een Partij kan dit Protocol, na de datum waarop het voor die Partij in werking is getreden, te allen tijde opzeggen.
Opzegging geschiedt door nederlegging van een akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
Een opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de nederlegging van de akte van opzegging bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie of na een langere termijn wanneer zulks in die akte is bepaald.
Opzegging van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, wordt beschouwd als opzegging van dit Protocol. Een zodanige opzegging wordt van kracht op de datum waarop de opzegging van het Protocol van 1992 tot wijziging van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, van kracht wordt overeenkomstig artikel 16 van dat Protocol.
Een Partij bij dit Protocol die het Fondsverdrag, 1971, en het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, niet heeft opgezegd zoals vereist in artikel 31, wordt geacht dit Protocol te hebben opgezegd met ingang van twaalf maanden na het verstrijken van de periode van zes maanden genoemd in dat artikel. Met ingang van de datum waarop de opzeggingen voorzien in artikel 31 van kracht worden, wordt een Partij bij dit Protocol die een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van, dan wel toetreding tot het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, nederlegt, geacht dit Protocol te hebben opgezegd met ingang van de datum waarop deze akte van kracht wordt.
Wat de Partijen bij dit Protocol betreft, wordt opzegging door een van hen van het Fondsverdrag, 1971, overeenkomstig artikel 41 daarvan, niet op enigerlei wijze uitgelegd als een opzegging van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol.
Niettegenstaande een opzegging van dit Protocol door een Partij ingevolge dit artikel blijven de bepalingen van dit Protocol welke verband houden met de verplichtingen om bij te dragen op grond van artikel 10 van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, van toepassing ten aanzien van een voorval zoals bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder b, van dat gewijzigde Verdrag dat zich heeft voorgedaan voordat de opzegging van kracht wordt.
Artikel 35. Buitengewone zittingen van de Algemene Vergadering
Iedere Verdragsluitende Staat kan binnen negentig dagen na de nederlegging van een akte van opzegging, welke naar zijn mening een belangrijke stijging van de bijdragen voor overblijvende Verdragsluitende Staten ten gevolge zal hebben, de Directeur verzoeken een buitengewone zitting van de Algemene Vergadering bijeen te roepen. De Directeur moet de Algemene Vergadering uiterlijk zestig dagen na ontvangst van het verzoek bijeenroepen.
De Directeur kan op eigen initiatief een buitengewone zitting van de Algemene Vergadering bijeenroepen binnen zestig dagen na de nederlegging van een akte van opzegging, indien hij van mening is dat deze opzegging zal leiden tot een belangrijke stijging van de bijdragen voor de overblijvende Verdragsluitende Staten.
Indien de Algemene Vergadering, in een buitengewone zitting bijeengeroepen overeenkomstig het eerste of het tweede lid, besluit dat de opzegging zal leiden tot een belangrijke stijging van de bijdragen voor de overblijvende Verdragsluitende Staten, kan ieder van deze Staten, uiterlijk honderdtwintig dagen voor de datum waarop de opzegging van kracht wordt, dit Protocol opzeggen met ingang van dezelfde datum.
Artikel 36. Beëindiging
Dit Protocol houdt op van kracht te zijn op de datum waarop het aantal Verdragsluitende Staten minder wordt dan drie.
De Staten die door dit Protocol zijn gebonden op de dag voorafgaande aan die waarop dit Protocol ophoudt van kracht te zijn, dienen het Fonds in staat te stellen zijn functies als beschreven in artikel 37 van dit Protocol uit te oefenen en blijven slechts voor dit doel door dit Protocol gebonden.
Artikel 37. Vereffening van het Fonds
Indien dit Protocol ophoudt van kracht te zijn, is het Fonds niettemin:
- a. gehouden zijn verplichtingen na te komen ten aanzien van een voorval dat zich heeft voorgedaan voordat het Protocol ophield van kracht te zijn;
- b. gerechtigd zijn rechten op bijdragen uit te oefenen in zoverre deze bijdragen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de verplichtingen krachtens dit lid, onder a, met inbegrip van uitgaven ten behoeve van het beheer van het Fonds die noodzakelijk zijn voor dat doel.
De Algemene Vergadering dient alle passende maatregelen te nemen voor de vereffening van het Fonds, met inbegrip van de billijke verdeling van eventueel overblijvende activa onder de personen die aan het Fonds hebben bijgedragen.
Voor de toepassing van dit artikel blijft het Fonds een rechtspersoon.
Artikel 38. Depositaris
Dit Protocol en alle ingevolge artikel 33 aanvaarde wijzigingen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
De Secretaris-Generaal van de Organisatie:
- a. stelt alle Staten die dit Protocol hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden in kennis van:
- (i). elke nieuwe ondertekening of nederlegging van een akte en de datum daarvan;
- (ii). elke verklaring en kennisgeving ingevolge artikel 30, met inbegrip van verklaringen en opzeggingen die geacht worden overeenkomstig dat artikel te zijn gedaan;
- (iii). de datum van inwerkingtreding van dit Protocol;
- (iv). de datum waarop de opzeggingen voorzien in artikel 31 dienen te zijn gedaan;
- (v). alle voorstellen tot wijziging van de vergoedingsgrenzen die zijn gedaan overeenkomstig artikel 33, eerste lid;
- (vi). alle wijzigingen die zijn aangenomen overeenkomstig artikel 33, vierde lid;
- (vii). alle wijzigingen die ingevolge artikel 33, zevende lid, worden geacht te zijn aanvaard alsmede de datum waarop die wijzigingen in werking treden overeenkomstig het achtste en het negende lid van dat artikel;
- (viii). de nederlegging van een akte van opzegging van dit Protocol, de datum van nederlegging en de datum waarop deze van kracht wordt;
- (ix). alle opzeggingen die geacht worden te zijn gedaan ingevolge artikel 34, vijfde lid;
- (x). alle mededelingen die ingevolge een artikel van dit Protocol vereist zijn;
- b. zendt voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van dit Protocol toe aan alle ondertekenende Staten en aan alle Staten die tot het Protocol toetreden.
Zodra dit Protocol in werking treedt, wordt de tekst door de Secretaris-Generaal van de Organisatie toegezonden aan het Secretariaat van de Verenigde Naties ter registratie en publikatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.
Artikel 39. Talen
Dit Protocol is opengesteld in één oorspronkelijk exemplaar in de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
DONE AT LONDON this twenty-seventh day of November one thousand nine hundred and ninety-two.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned being duly authorized for that purpose have signed this Protocol.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)