Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (met Protocol I en II)

Type Verdrag
Publication 1975-06-05
Laatst bijgewerkt 2026-08-27
State In force
Source BWB
artikelen 98
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden volgens zijn Statuut verantwoordelijk is voor de buitenlandse betrekkingen van zijn rijksdelen, de Nederlandse Antillen en Suriname, die grondwettelijk gelijkwaardig zijn en gerechtigd zijn aangelegenheden betreffende hun eigen belangen zelfstandig te behartigen;

Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (hierna te noemen het „Non-proliferatie Verdrag”) heeft ondertekend en op grond van artikel III, eerste lid, van het Non-proliferatie Verdrag met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (hierna te noemen de „Organisatie”) een overeenkomst wenst te sluiten met betrekking tot de Nederlandse Antillen;

Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden tevens Partij is bij Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (hierna te noemen het „Verdrag van Tlatelolco” en ingevolge de desbetreffende bepalingen van dat Protocol met de Organisatie een overeenkomst wenst te sluiten voor de toepassing van waarborgen van de Organisatie met betrekking tot de Nederlandse Antillen;

Overwegende dat de Organisatie ingevolge artikel III van haar Statuut gemachtigd is zodanige overeenkomsten te sluiten;

Zijn het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie als volgt overeengekomen:

DEEL I

Artikel 1

Het Koninkrijk der Nederlanden verbindt zich tot aanvaarding van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen, overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst, ten aanzien van alle basismaterialen en bijzondere splijtstoffen bij alle vreedzame nucleaire activiteiten op het grondgebied van de Nederlandse Antillen, onder de jurisdictie van de Nederlandse Antillen of te eniger plaatse onder de beschikkingsmacht van de Nederlandse Antillen verricht, met het uitsluitend doel om na te gaan of dergelijk materiaal niet wordt gebruikt voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.

Artikel 2

De Organisatie heeft het recht en de plicht te verzekeren dat waarborgen worden toegepast overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst ten aanzien van alle basismaterialen of bijzondere splijtstoffen bij alle vreedzame nucleaire activiteiten op het grondgebied van de Nederlandse Antillen, onder hun jurisdictie of te eniger plaatse onder hun beschikkingsmacht verricht, met het uitsluitend doel om na te gaan of dergelijk materiaal niet wordt gebruikt voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.

Artikel 3

Het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie werken samen om de toepassing van de in deze Overeenkomst neergelegde waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen te vergemakkelijken.

Artikel 4

De in deze Overeenkomst neergelegde waarborgen worden op zodanige wijze toegepast dat:

Artikel 5

(a). De Organisatie treft alle voorzorgsmaatregelen ter bescherming van commerciële en industriële geheimen en andere vertrouwelijke gegevens, waarvan zij in het kader van de uitvoering van deze Overeenkomst kennis verkrijgt.

Artikel 6

(a). Bij de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst houdt de Organisatie ten volle rekening met de technologische ontwikkelingen op het gebied van waarborgen en treft zij alle maatregelen voor het bereiken van een optimale verhouding tussen kosten en doeltreffendheid en voor de toepassing van het principe dat de stroom kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, op doeltreffende wijze wordt gewaarborgd door op bepaalde strategische punten instrumenten en andere technieken te gebruiken naar gelang de huidige of toekomstige technologie zulks mogelijk maakt.

(b). Ter bereiking van een optimale verhouding tussen kosten en doeltreffendheid wordt, bij voorbeeld, gebruik gemaakt van middelen als:

Artikel 7

(a). De Nederlandse Antillen stellen in en passen toe een systeem voor de boekhouding van en de controle op alle kernmateriaal dat aan waarborgen van deze Overeenkomst is onderworpen.

(b). De Organisatie past waarborgen op zodanige wijze toe dat zij daardoor in staat is, bij het nagaan of er geen aanwending van voor vreedzame doeleinden bestemd kernmateriaal heeft plaatsgevonden voor kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen, de bevindingen van het systeem van de Nederlandse Antillen te verifiëren. De verificatie van de Organisatie omvat onder andere onafhankelijke metingen en waarnemingen verricht door de Organisatie overeenkomstig de procedures aangegeven in Deel II van deze Overeenkomst. Bij haar verificatie houdt de Organisatie terdege rekening met de technische doeltreffendheid van het systeem van de Nederlandse Antillen.

Artikel 8

(a). Ten einde een doeltreffende toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst te verzekeren, verstrekken de Nederlandse Antillen, overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst, de Organisatie gegevens over kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, en over de kenmerken van installaties die van belang zijn voor het toepassen van waarborgen op dergelijk materiaal.

(c). Indien de Nederlandse Antillen zulks verzoeken, is de Organisatie bereid constructiegegevens die de Nederlandse Antillen bijzonder gevoelig achten, te onderzoeken in gebouwen van het Koninkrijk der Nederlanden. De desbetreffende gegevens behoeven niet als zodanig aan de Organisatie te worden overgedragen, mits zij voor nadere bestudering door de Organisatie in de gebouwen van het Koninkrijk der Nederlanden steeds beschikbaar zijn.

Artikel 9

(b). De Nederlandse Antillen treffen de nodige maatregelen om te verzekeren dat de inspecteurs van de Organisatie hun bij deze Overeenkomst toebedeelde taken doeltreffend kunnen uitvoeren.

(c). De bezoeken en werkzaamheden van de inspecteurs van de Organisatie worden zodanig georganiseerd dat:

Artikel 10

Het Koninkrijk der Nederlanden past ten aanzien van de Organisatie (met inbegrip van haar eigendommen, fondsen en bezittingen) alsmede haar inspecteurs en andere ambtenaren die krachtens deze Overeenkomst functies uitoefenen, de desbetreffende bepalingen uit de Overeenkomst inzake de voorrechten en immuniteiten van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie toe.

Artikel 11

Waarborgen worden niet langer toegepast op kernmateriaal zodra de Organisatie heeft vastgesteld dat het materiaal ia verbruikt, zodanig is verdund dat het niet meer kan worden gebruikt voor enige nucleaire activiteit die in verband met de toepassing van waarborgen van belang is, dan wel praktisch niet meer terug te winnen is.

Artikel 12

Overeenkomstig het bepaalde in Deel II van deze Overeenkomst doen de Nederlandse Antillen de Organisatie vooraf mededeling van voorgenomen uitvoer uit de Nederlandse Antillen van kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens, deze Overeenkomst is onderworpen. De Organisatie past waarborgen krachtens deze Overeenkomst niet langer op kernmateriaal toe zodra de ontvangende Staat de verantwoordelijkheid daarvoor heeft aanvaard, zoals voorzien in Deel II van deze Overeenkomst. De Organisatie houdt lijsten bij waarop iedere uitvoer wordt vermeld, en, in voorkomend geval, de hernieuwde toepassing van waarborgen op het uitgevoerde kernmateriaal.

Artikel 13

Indien kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, bestemd is voor gebruik in niet-nucleaire activiteiten, zoals de vervaardiging van legeringen of keramiek, komen de Nederlandse Antillen, alvorens dit materiaal voor dit doel wordt gebruikt, met de Organisatie overeen onder welke voorwaarden de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst voor dergelijk materiaal kan worden beëindigd.

Artikel 14

Indien het Koninkrijk der Nederlanden van zijn recht gebruik wenst te maken kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst onderworpen dient te zijn, te gebruiken voor nucleaire activiteiten waarvoor de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst niet is vereist, worden de volgende procedures gevolgd:

Artikel 15

De Nederlandse Antillen en de Organisatie dragen elk de kosten die zij zelf bij de uitvoering van hun respectieve taken krachtens deze Overeenkomst hebben gemaakt. Indien echter de Nederlandse Antillen of personen onder hun rechtsmacht voor buitengewone kosten komen te staan ingevolge een speciaal verzoek van de Organisatie, vergoedt deze laatste dergelijke kosten op voorwaarde dat zij zich daartoe tevoren bereid heeft verklaard. In ieder geval draagt de Organisatie de kosten van aanvullende metingen of monsternemingen, verricht op verzoek van inspecteurs van de Organisatie.

Artikel 16

De Nederlandse Antillen dragen er zorg voor dat de Organisatie en haar ambtenaren bij de uitvoering van deze Overeenkomst op dezelfde wijze als de onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden worden beschermd tegen wettelijke aansprakelijkheid voor nucleaire schade, met inbegrip van enige vorm van verzekering of andere financiële zekerheid zoals in hun wetten of voorschriften mocht zijn bepaald.

Artikel 17

Elke eis tot schadevergoeding van het Koninkrijk der Nederlanden jegens de Organisatie of van de Organisatie jegens het Koninkrijk der Nederlanden wegens enige schade die voortvloeit uit de uitvoering van waarborgen krachtens deze Overeenkomst, met uitzondering van schade die voortvloeit uit een kernongeval, wordt volgens het internationale recht afgewikkeld.

Artikel 18

Indien de Raad op grond van een rapport van de Directeur-Generaal besluit dat handelend optreden door de Nederlandse Antillen absoluut noodzakelijk en dringend is ten einde vast te stellen of kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, niet wordt aangewend voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen, kan de Raad een beroep doen op het Koninkrijk der Nederlanden om onverwijld de nodige stappen te doen, zulks ongeacht het feit of ter zake een procedure tot bijlegging van een geschil, als bedoeld in artikel 22, aanhangig is gemaakt.

Artikel 19

Indien de Raad, na bestudering van de desbetreffende gegevens welke hem door de Directeur-Generaal zijn voorgelegd, concludeert dat de Organisatie niet in staat is om na te gaan of geen kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, is aangewend voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen, kan hij de rapporten, bedoeld in Artikel XII, C, van het Statuut van de Organisatie (hierna te noemen „het Statuut”) opstellen en, in voorkomend geval, de overige maatregelen bedoeld in genoemd lid C treffen. Hierbij houdt de Raad rekening met de mate van zekerheid die uit de toegepaste waarborgen kan worden afgeleid en biedt het Koninkrijk der Nederlanden elke gelegenheid om hem de nodige verdere zekerheid te verschaffen.

Artikel 20

Op verzoek van een van beiden plegen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie overleg over elk vraagstuk voortvloeiende uit de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst.

Artikel 21

Het Koninkrijk der Nederlanden is gerechtigd te verlangen dat elk vraagstuk voortvloeiende uit de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst door de Raad wordt behandeld. De Raad nodigt het Koninkrijk der Nederlanden uit aan de behandeling van dergelijke vraagstukken door de Raad deel te nemen.

Artikel 22

Elk geschil voortvloeiende uit de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst, met uitzondering van een geschil over een bevinding van de Raad krachtens artikel 19 of een door de Raad verrichte handeling naar aanleiding van een dergelijke bevinding, dat niet door onderhandeling of enige door het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie overeengekomen procedure is geregeld, wordt op verzoek van een der beide partijen voorgelegd aan een als volgt samengesteld scheidsgerecht: het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie wijzen elk een arbiter aan en de aldus aangewezen twee arbiters kiezen gezamenlijk een derde, die het scheidsgerecht voorzit. Indien binnen een termijn van dertig dagen na indiening van het verzoek om arbitrage het Koninkrijk der Nederlanden of de Organisatie geen arbiter heeft aangewezen, kan het Koninkrijk der Nederlanden of de Organisatie de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken een arbiter te benoemen. Dezelfde procedure wordt gevolgd indien binnen dertig dagen na aanwijzing of benoeming van de tweede arbiter de derde nog niet is gekozen. De meerderheid van de leden van het scheidsgerecht vormt het quorum en alle beslissingen vereisen de instemming van ten minste twee arbiters. De arbitrageprocedure wordt door het scheidsgerecht vastgesteld. De beslissingen van het scheidsgerecht zijn bindend voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie.

Artikel 23

(a). Het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie plegen op verzoek van een van beide partijen overleg over wijzigingen in deze Overeenkomst.

(b). Alle wijzigingen behoeven de instemming van het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie.

(c). Wijzigingen in deze Overeenkomst treden in werking op dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst zelf.

(d). De Directeur-Generaal stelt alle Staten die lid zijn van de Organisatie onverwijld op de hoogte van elke wijziging in de Overeenkomst.

Artikel 24

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag waarop de Organisatie van het Koninkrijk der Nederlanden een schriftelijke kennisgeving heeft ontvangen dat aan de constitutionele vereisten voor de inwerkingtreding in het Koninkrijk der Nederlanden is voldaan. De Directeur-Generaal stelt alle Staten die lid zijn van de Organisatie onverwijld op de hoogte van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

Artikel 25

Deze Overeenkomst blijft van kracht zolang het Koninkrijk der Nederlanden voor de Nederlandse Antillen partij is bij het Non-proliferatie Verdrag of bij Aanvullend Protocol I bij het Verdrag van Tlatelolco of bij beide.

DEEL II

Artikel 26

Dit deel van de Overeenkomst heeft tot doel de uitwerking te geven van de procedures die bij de uitvoering van de in Deel I opgenomen bepalingen betreffende de waarborgen dienen te worden toegepast.

Artikel 27

Het doel van de in deze Overeenkomst vermelde procedures bij de toepassing van waarborgen is het tijdig ontdekken van de aanwending van noemenswaardige hoeveelheden kernmateriaal voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen dan wel voor onbekende doeleinden in plaats van voor vreedzame nucleaire activiteiten, alsmede de afschrikking van pogingen daartoe door het risico van vroegtijdige ontdekking.

Artikel 28

Voor het bereiken van het in artikel 27 geformuleerde doel wordt als voornaamste waarborgmaatregel gebruik gemaakt van materiaalboekhouding met als belangrijkste aanvullende maatregelen insluiting en toezicht.

Artikel 29

De technische conclusie van de verificatie werkzaamheden van de Organisatie krijgt de vorm van een verklaring waarin voor elk materiaalbalansgebied voor een bepaalde periode de hoeveelheid niet-verantwoord materiaal wordt vermeld, alsmede de grenzen van de nauwkeurigheid van de opgegeven hoeveelheden.

Artikel 30

Krachtens artikel 7 maakt de Organisatie bij de toepassing van haar verificatiewerkzaamheden volledig gebruik van het systeem van de Nederlandse Antillen voor de boekhouding van en de controle op alle kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen en vermijdt zij onnodige overlapping van de activiteiten inzake boekhouding en controle van de Nederlandse Antillen.

Artikel 31

Het systeem van de Nederlandse Antillen voor de boekhouding van en de controle op alle kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, wordt gebaseerd op een structuur van materiaalbalansgebieden en dient te voorzien, zoals passend en nader aangegeven in de aanvullende regelingen, in het instellen van maatregelen zoals:

Artikel 32

De waarborgen krachtens deze Overeenkomst zijn niet van toepassing op materiaal in ertswinning of -verwerking.

Artikel 33

(a). Indien enig uranium- of thoriumhoudend materiaal dat het stadium van de splijtstof cyclus als beschreven onder (c) nog niet heeft bereikt, direct of indirect wordt uitgevoerd naar een niet-kernwapenstaat, stellen de Nederlandse Antillen de Organisatie van de hoeveelheid, samenstelling en bestemming van dit materiaal op de hoogte, tenzij het voor specifiek niet-nucleaire doeleinden wordt uitgevoerd.

(b). Indien enig uranium- of thoriumhoudend materiaal dat het stadium van de splijtstof cyclus als beschreven onder (c) nog niet heeft bereikt, wordt ingevoerd, stellen de Nederlandse Antillen de Organisatie van de hoeveelheid en samenstelling van dit materiaal op de hoogte, tenzij het voor specifiek niet-nucleaire doeleinden wordt ingevoerd.

(c). Indien enig kernmateriaal van een samenstelling en zuiverheidsgraad die het geschikt maken voor de vervaardiging van brandstof of voor isotopenverrijking, de fabriek of het processtadium waarin het is geproduceerd, verlaat, of indien dergelijk kernmateriaal of enig ander kernmateriaal dat in een later stadium van de splijtstof cyclus is geproduceerd, in de Nederlandse Antillen wordt ingevoerd, dan is dergelijk materiaal aan de andere in deze Overeenkomst vermelde procedures voor de toepassing van waarborgen onderworpen.

Artikel 34

(a). Waarborgen op kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, worden beëindigd onder de in artikel 11 vermelde voorwaarden. Wanneer aan de in dat artikel gestelde voorwaarden niet is voldaan, maar de Nederlandse Antillen menen dat het terugwinnen van kernmateriaal dat aan waarborgen is onderworpen, uit restmateriaal vooralsnog onuitvoerbaar of onwenselijk is, plegen de Nederlandse Antillen en de Organisatie overleg over de in dat geval toe te passen geëigende waarborgen.

(b). Waarborgen op kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, worden onder de in artikel 13 vermelde voorwaarden beëindigd, indien de Organisatie en de Nederlandse Antillen beide van oordeel zijn, dat dergelijk kernmateriaal praktisch niet teruggewonnen kan worden.

Artikel 35

Op verzoek van de Nederlandse Antillen stelt de Organisatie de volgende kernmaterialen vrij van waarborgen krachtens deze Overeenkomst:

Artikel 36

Op verzoek van de Nederlandse Antillen stelt de Organisatie kernmateriaal dat anders aan de waarborgen krachtens deze Overeenkomst zou zijn onderworpen, van deze waarborgen vrij, mits de totale hoeveelheid kernmateriaal dat in de Nederlandse Antillen volgens dit artikel wordt vrijgesteld, nooit meer bedraagt dan:

of grotere hoeveelheden welke door de Raad voor een uniforme toepassing nader kunnen worden vastgesteld.

Artikel 37

Indien vrijgesteld kernmateriaal te zamen met kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, moet worden verwerkt of opgeslagen, worden voorzieningen getroffen voor het opnieuw toepassen van deze waarborgen hierop.

Artikel 38

De Nederlandse Antillen en de Organisatie stellen Aanvullende Regelingen op, die op zodanige gedetailleerde wijze omschrijven hoe de in deze Overeenkomst neergelegde procedures moeten worden toegepast, als nodig is om de Organisatie in staat te stellen haar taken krachtens deze Overeenkomst op doeltreffende en doelmatige wijze te verrichten. De Aanvullende Regelingen kunnen in onderlinge overeenstemming tussen de Organisatie en de Nederlandse Antillen worden uitgebreid of gewijzigd zonder wijziging van deze Overeenkomst.

Artikel 39

De Aanvullende Regelingen worden gelijktijdig met, of zo spoedig mogelijk na, de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van kracht. De Nederlandse Antillen en de Organisatie doen al het mogelijke om te bewerkstelligen dat deze Regelingen negentig dagen na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van kracht worden; deze termijn kan alleen in onderlinge overeenstemming tussen de Nederlandse Antillen en de Organisatie worden verlengd. De Nederlandse Antillen verstrekken de Organisatie onverwijld de gegevens die vereist zijn voor het completeren van de Aanvullende Regelingen. Vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst heeft de Organisatie het recht de daarin vastgelegde procedures voor kernmateriaal dat is opgenomen in de in artikel 40 bedoelde inventaris, ten uitvoer te leggen, ook indien de Aanvullende Regelingen nog niet van kracht zijn geworden.

Artikel 40

Op basis van het in artikel 61 bedoelde aanvangsrapport stelt de Organisatie een totaalinventaris op van alle kernmaterialen in de Nederlandse Antillen die aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst onderworpen zijn, ongeacht de herkomst van dit materiaal en houdt deze inventaris bij op basis van latere rapporten en van de resultaten van haar eigen verificatiewerkzaamheden. Afschriften van de inventaris worden met nader overeen te komen tussenpozen ter beschikking van de Nederlandse Antillen gesteld.

Artikel 41

Krachtens artikel 8 worden bij de bespreking van de Aanvullende Regelingen constructiegegevens van bestaande installaties aan de Organisatie verstrekt. De termijnen voor de verstrekking van constructiegegevens van nieuwe installaties worden vastgesteld in de Aanvullende Regelingen en deze gegevens worden zo spoedig mogelijk verstrekt, voordat kernmateriaal in een nieuwe installatie wordt gebracht.

Artikel 42

De constructiegegevens die aan de Organisatie dienen te worden verstrekt, omvatten voor elke installatie, voor zover toepasselijk:

Artikel 43

Voor elke installatie worden ook andere gegevens die van belang zijn voor de toepassing van de waarborgen aan de Organisatie verstrekt, met name inzake de organisatorische verantwoordelijkheid voor de boekhouding van en de controle op kernmateriaal.

De Nederlandse Antillen verstrekken de Organisatie aanvullende gegevens betreffende de gezondheids- en veiligheidsprocedures die de Organisatie in acht dient te nemen en waaraan haar inspecteurs zich in de installaties dienen te houden.

Artikel 44

De Organisatie ontvangt ter bestudering constructiegegevens met betrekking tot een wijziging die van belang is in verband met de waarborgen, en wordt op de hoogte gesteld van elke wijziging in de gegevens die haar krachtens artikel 43 zijn verstrekt, en wel een zodanige tijd van tevoren dat de procedures voor de toepassing van de waarborgen indien nodig kunnen worden aangepast.

Artikel 45

De constructiegegevens die aan de Organisatie zijn verstrekt worden voor de volgende doeleinden gebruikt:

De resultaten van de bestudering van de constructiegegevens worden in de Aanvullende Regelingen opgenomen.

Artikel 46

Met het oog op wijziging van de werkzaamheden die krachtens artikel 45 door de Organisatie worden uitgevoerd, worden constructiegegevens opnieuw in studie genomen in het licht van wijzigingen in de bedrijfsomstandigheden, van technologische ontwikkelingen op het gebied van waarborgen of van ervaring opgedaan bij de toepassing van verificatieprocedures.

Artikel 47

In samenwerking met de Nederlandse Antillen kan de Organisatie inspecteurs zenden naar installaties ter verificatie van de constructiegegevens die aan de Organisatie krachtens de artikelen 41 tot en met 44 voor de in artikel 45 vermelde doeleinden zijn verstrekt.

Artikel 48

Wanneer kernmateriaal regelmatig buiten installaties wordt gebruikt, ontvangt de Organisatie in voorkomend geval de volgende gegevens:

De Organisatie wordt te rechter tijd op de hoogte gesteld van elke wijziging in de gegevens die haar krachtens dit artikel zijn verstrekt.

Artikel 49

De gegevens die aan de Organisatie op grond van artikel 48 zijn verstrekt, kunnen, voor zover van belang, worden gebruikt voor de in artikel 45, onder (b) tot en met (f), vermelde doeleinden.

Artikel 50

Bij de vaststelling van het systeem voor de boekhouding van kernmateriaal dragen de Nederlandse Antillen er zorg voor dat boeken worden bijgehouden voor elk materiaalbalansgebied. De bij te houden boeken worden beschreven in de Aanvullende Regelingen.

Artikel 51

De Nederlandse Antillen treffen de nodige maatregelen om bestudering van de boeken door inspecteurs van de Organisatie te vergemakkelijken, vooral indien deze niet in het Engels, Frans, Russisch of Spaans zijn gesteld.

Artikel 52

De boeken worden ten minste vijf jaar bewaard.

Artikel 53

De boeken bestaan, voor zover toepasselijk, uit:

Artikel 54

Het meetsysteem dat de grondslag vormt voor de boeken aan de hand waarvan de rapporten worden opgesteld, dient te beantwoorden aan de nieuwste internationale normen of hieraan kwalitatief gelijkwaardig te zijn.

Artikel 55

In de boekhoudkundige bescheiden wordt voor elk materiaalbalansgebied het volgende vermeld:

Artikel 56

Ten aanzien van alle inventariswijzigingen en feitelijke inventarissen bevatten de boeken voor elke partij kernmateriaal de volgende gegevens: de aanduiding van het materiaal, de gegevens betreffende de partij en de basisgegevens. De boeken vermelden voor elke partij kernmateriaal de gegevens betreffende uranium, thorium en plutonium afzonderlijk. Ten aanzien van elke inventariswijziging wordt het tijdstip vermeld van de wijziging, alsmede, in voorkomend geval, het materiaalbalansgebied waaruit het materiaal wordt afgevoerd, of het materiaalbalansgebied waar het materiaal wordt bijgeschreven of de ontvanger.

Artikel 57

In de werkstaten wordt, in voorkomend geval, voor elk materiaalbalansgebied het volgende vermeld:

Artikel 58

De Nederlandse Antillen leggen de Organisatie de in de artikelen 59 tot en met 68 nader omschreven rapporten voor over kernmateriaal dat aan de waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen.

Artikel 59

De rapporten worden opgesteld in het Engels, Frans, Russisch of Spaans, tenzij in de Aanvullende Regelingen anders is bepaald.

Artikel 60

De rapporten zijn gebaseerd op de boeken die worden bijgehouden overeenkomstig de artikelen 50 tot en met 57 en bestaan in voorkomend geval uit boekhoudrapporten en bijzondere rapporten.

Artikel 61

De Organisatie ontvangt een aanvangsrapport inzake al het kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen. Het aanvangsrapport wordt binnen dertig dagen na de laatste dag van de maand waarin deze Overeenkomst van kracht wordt, door de Nederlandse Antillen aan de Organisatie verzonden en geeft de situatie op de laatste dag van die maand weer.

Artikel 62

De Nederlandse Antillen verstrekken de Organisatie voor elk materiaalbalansgebied de volgende boekhoudrapporten:

De rapporten zijn gebaseerd op gegevens die op het tijdstip van de rapportage beschikbaar zijn en kunnen zo nodig later worden gecorrigeerd.

Artikel 63

In de rapporten over inventariswijzigingen worden de aanduiding en de gegevens betreffende de partij voor elke partij kernmateriaal vermeld, alsmede het tijdstip van de inventariswijziging en, in voorkomend geval, het materiaalbalansgebied waaruit het materiaal wordt afgevoerd en het materiaalbalansgebied waar het materiaal wordt bijgeschreven, of de ontvanger. Deze rapporten gaan vergezeld van beknopte nota's,

Artikel 64

De Nederlandse Antillen rapporteren elke inventariswijziging, aanpassing en correctie hetzij periodiek in de vorm van een geconsolideerde lijst, hetzij afzonderlijk. Inventariswijzigingen worden in partijen uitgedrukt gerapporteerd. Zoals nader aangegeven in de Aanvullende Regelingen kunnen kleine wijzigingen in de inventaris van kernmateriaal, zoals de overbrenging van analysemonsters, in één partij worden samengevoegd, en als één inventariswijziging worden gerapporteerd.

Artikel 65

De Organisatie verstrekt de Nederlandse Antillen halfjaarlijkse verklaringen over de boekhoudkundige inventaris van kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, met betrekking tot ieder materiaalbalansgebied en op basis van de rapporten over inventariswijzigingen betreffende de periode die voor elk van deze verklaringen geldt.

Artikel 66

Tenzij door de Nederlandse Antillen en de Organisatie anders wordt overeengekomen, bevatten de rapporten over de materiaalbalans de volgende gegevens:

Een verklaring inzake de feitelijke inventaris, waarin alle partijen afzonderlijk zijn opgenomen en voor elke partij de aanduiding van het materiaal en de gegevens betreffende de partij zijn vermeld, wordt aan elk rapport over de materiaalbalans toegevoegd.

Artikel 67

De Nederlandse Antillen stellen onverwijld bijzondere rapporten op:

Artikel 68

Indien de Organisatie zulks verzoekt, geven de Nederlandse Antillen, voor zover van belang in verband met de waarborgen, aanvullingen of toelichtingen op elk rapport.

Artikel 69

De Organisatie heeft het recht inspecties uit te voeren zoals bepaald in de artikelen 70 tot en met 81.

Artikel 70

De Organisatie kan inspecties ad hoc uitvoeren ten einde:

Artikel 71

De Organisatie kan routine-inspecties uitvoeren ten einde:

Artikel 72

Met inachtneming van de in artikel 76 vermelde procedures kan de Organisatie bijzondere inspecties uitvoeren:

Een inspectie wordt geacht een bijzondere inspectie te zijn, wanneer het gaat om een aanvullende inspectie naast de routine-inspecties bedoeld in de artikelen 77 tot en met 81 en/of wanneer deze de toegang tot gegevens of plaatsen met zich meebrengt naast de toegang bedoeld in artikel 75 voor inspecties ad hoc en routine-inspecties.

Artikel 73

Voor de in de artikelen 70 tot en met 72 vermelde doeleinden kan de Organisatie:

Artikel 74

In het kader van artikel 73 wordt de Organisatie in staat gesteld:

Artikel 75

(a). Voor de in artikel 70 onder (a) en (b) vermelde doeleinden en tot het tijdstip waarop de strategische punten in de Aanvullende Regelingen nader zijn aangegeven, hebben inspecteurs van de Organisatie toegang tot elke plaats waar volgens het aanvangsrapport of volgens enige inspectie die in verband daarmede is uitgevoerd, kernmateriaal aanwezig is.

(b). Voor de in artikel 70 onder (c) vermelde doeleinden hebben de inspecteurs toegang tot alle plaatsen waarvan de Organisatie overeenkomstig de artikelen 91, onder (d) (iii), of 94, onder (d) (iii), in kennis is gesteld.

(c). Voor de in artikel 71 vermelde doeleinden hebben de inspecteurs alleen toegang tot de in de Aanvullende Regelingen nader aangegeven strategische punten en tot de krachtens de artikelen 50 tot en met 57 bijgehouden boeken.

(d). Mochten de Nederlandse Antillen concluderen dat ingevolge bijzondere omstandigheden de toegang door de Organisatie verder moet worden beperkt, dan treffen de Nederlandse Antillen en de Organisatie onverwijld regelingen ten einde de Organisatie in staat te stellen zich van haar verantwoordelijkheden voor de toepassing van waarborgen in het licht van deze beperkingen te kwijten. De Directeur-Generaal rapporteert al deze regelingen aan de Raad.

Artikel 76

In omstandigheden die kunnen leiden tot bijzondere inspecties voor de in artikel 72 omschreven doeleinden, plegen de Nederlandse Antillen en de Organisatie onmiddellijk overleg. Als resultaat van dit overleg kan de Organisatie:

Artikel 77

De Organisatie beperkt het aantal, de intensiteit en de duur van routine-inspecties, onder inachtneming van een zo goed mogelijk tijdschema, tot het minimum dat verenigbaar is met een doeltreffende toepassing van de in deze Overeenkomst bedoelde procedures betreffende waarborgen, en maakt een optimaal en zo economisch mogelijk gebruik van de haar ter beschikking staande inspectiemogelijkheden.

Artikel 78

De Organisatie kan een routine-inspectie per jaar uitvoeren bij installaties en materiaalbalansgebieden buiten installaties, waarvan de inhoud of de jaarlijkse verwerkte hoeveelheid aan kernmateriaal, welke maar de grootste is, vijf kilogram effectief niet te boven gaat.

Artikel 79

Aantal, intensiteit, duur, tijdschema en wijze van routine-inspecties bij installaties met een inhoud of een jaarlijks verwerkte hoeveelheid aan kernmateriaal die vijf kilogram effectief te boven gaat, worden bepaald ervan uitgaande dat in het maximale of uiterste geval de inspectie niet intensiever is dan noodzakelijk en voldoende om de continuïteit van de kennis inzake de stroom en inventaris van kernmateriaal te handhaven, en waarbij het maximum aan routine-inspecties bij dergelijke installaties als volgt wordt bepaald:

De Nederlandse Antillen en de Organisatie kunnen overeenkomen, de getallen voor het maximum aan inspecties als vastgelegd in dit artikel, te wijzigen indien de Raad heeft vastgesteld dat een dergelijke wijziging redelijk is.

Artikel 80

Met inachtneming van de artikelen 77 tot en met 79, houden de criteria die gehanteerd moeten worden bij de bepaling van het daadwerkelijk aantal, de intensiteit, de duur, het tijdschema en de wijze van routine-inspecties van elke installatie, het volgende in:

Artikel 81

De Nederlandse Antillen en de Organisatie plegen overleg indien de Nederlandse Antillen van mening zijn dat de inspecties zich overmatig richten op bepaalde installaties.

Artikel 82

De Organisatie doet de Nederlandse Antillen tevoren als volgt mededeling van de komst van inspecteurs van de Organisatie in installaties of materiaalbalansgebieden buiten installaties:

In de aankondiging van inspecties worden de namen van de inspecties van de Organisatie, de te bezoeken installaties en materiaalbalansgebieden buiten installaties, alsmede de periode tijdens welke deze zullen worden bezocht, aangegeven. Indien de inspecteurs van buiten de Nederlandse Antillen moeten komen, kondigt de Organisatie van tevoren eveneens plaats en tijd aan waarop zij in de Nederlandse Antillen aankomen.

Artikel 83

Ongeacht het bepaalde in artikel 82, kan de Organisatie als een aanvullende maatregel, zonder voorafgaande mededeling, een deel van de routine-inspecties krachtens artikel 79 volgens het beginsel van de willekeurige steekproeven uitvoeren. Bij de uitvoering van aangekondigde inspecties houdt de Organisatie volledig rekening met alle bedrijfsprogramma's die ingevolge artikel 63 onder (b) door de Nederlandse Antillen zijn verstrekt. Voorts houdt de Organisatie, steeds wanneer mogelijk en op basis van het bedrijfsprogramma, de Nederlandse Antillen op gezette tijden van haar algemeen programma voor aangekondigde en onaangekondigde inspecties op de hoogte, waarbij de globale termijnen waarin inspecties zijn voorgenomen, worden aangegeven. Bij de uitvoering van elke onaangekondigde inspectie doet de Organisatie al het mogelijke om alle praktische moeilijkheden voor de Nederlandse Antillen alsmede voor de exploitanten van de installaties tot een minimum te beperken, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de desbetreffende bepalingen van de artikelen 43 en 88. De Nederlandse Antillen doen evenzo al het mogelijke om de taak van de inspecteurs te vergemakkelijken.

Artikel 84

Bij de aanwijzing van inspecteurs van de Organisatie worden de volgende procedures toegepast:

Voor inspecteurs van de Organisatie die benodigd zijn voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 47, en voor inspecties ad hoc krachtens artikel 70 onder (a) en (b) wordt de aanwijzingsprocedure echter zo mogelijk binnen dertig dagen na inwerkingtreding van deze Overeenkomst voltooid. Indien een dergelijke aanwijzing binnen deze termijn onmogelijk blijkt, worden de inspecteurs die met deze werkzaamheden worden belast, op tijdelijke basis aangewezen.

Artikel 85

De Nederlandse Antillen verlenen of verlengen zo snel mogelijk de vereiste visa voor elke inspecteur aangewezen voor de Nederlandse Antillen.

Artikel 86

De inspecteurs voeren bij de uitoefening van hun taken krachtens de artikelen 47 en 70 tot en met 74 hun werkzaamheden op zodanige wijze uit, dat belemmering of vertraging van de bouw, inbedrijfstelling of exploitatie van installaties of een aantasting van de veiligheid daarvan wordt vermeden. In het bijzonder bedienen de inspecteurs zelf geen enkele installatie noch geven zij het personeel van een installatie opdrachten daartoe. Indien inspecteurs van de Organisatie van mening zijn, dat op grond van de artikelen 73 en 74 bepaalde handelingen in een installatie door de exploitant moeten worden uitgevoerd, dienen zij een daartoe strekkend verzoek in.

Artikel 87

Indien de inspecteurs vragen om diensten die in de Nederlandse Antillen kunnen worden verleend, met inbegrip van het gebruik van uitrusting, in verband met de uitvoering van inspecties, vergemakkelijken de Nederlandse Antillen het verlenen van dergelijke diensten en het gebruik van dergelijke uitrusting door de inspecteurs.

Artikel 88

De Nederlandse Antillen hebben het recht de inspecteurs te laten vergezellen door vertegenwoordigers van de Nederlandse Antillen, mits de inspecteurs hierbij niet worden opgehouden of anderszins belemmerd in de uitvoering van hun taken.

Artikel 89

De Organisatie stelt het Koninkrijk der Nederlanden en de Nederlandse Antillen in kennis van:

Artikel 90

Kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is of dient te zijn onderworpen en dat internationaal wordt ingevoerd of uitgevoerd, wordt in het kader van deze Overeenkomst onder de verantwoordelijkheden van de Nederlandse Antillen geacht te vallen, in geval van:

Het punt waarop de verantwoordelijkheid overgaat, wordt vastgelegd in overeenstemming met passende regelingen te treffen tussen de betrokken Staten. Noch de Nederlandse Antillen, noch een ander land wordt geacht zodanige verantwoordelijkheid voor kernmateriaal te hebben uitsluitend op grond van het feit dat het kernmateriaal zich in doorvoer op of boven hun grondgebied bevindt, of dat het wordt vervoerd op een schip dat onder hun vlag vaart, dan wel in hun luchtvaartuig.

Artikel 91

(a). De Nederlandse Antillen lichten de Organisatie van tevoren in over enige voorgenomen uitvoer uit de Nederlandse Antillen van kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, indien de zending één kilogram effectief te boven gaat, dan wel indien, binnen een periode van drie maanden, verscheidene afzonderlijke zendingen naar dezelfde Staat worden verstuurd, elk van minder dan één kilogram effectief, doch die in totaal één kilogram effectief te boven gaan.

(b). Een dergelijke mededeling wordt aan de Organisatie gedaan na het sluiten van de contracten die leiden tot uitvoer en gewoonlijk uiterlijk twee weken voordat het kernmateriaal voor de verzending zal worden gereedgemaakt.

(c). De Nederlandse Antillen en de Organisatie kunnen andere procedures voor voorafgaande mededeling overeenkomen.

(d). In de mededeling wordt het volgende vermeld:

Artikel 92

De in artikel 91 bedoelde mededeling is zodanig dat de Organisatie zo nodig een inspectie ad hoc kan uitvoeren ten einde de hoeveelheid en samenstelling van het kernmateriaal te identificeren en zo mogelijk te verifiëren, alvorens het uit de Nederlanse Antillen wordt uitgevoerd, en ten einde het kernmateriaal dat gereed is voor verzending, te verzegelen, indien de Organisatie zulks wenst of de Nederlandse Antillen zulks verzoeken. De uitvoer van het kernmateriaal mag echter in geen opzicht worden vertraagd door enige handeling die de Organisatie ingevolge een dergelijke mededeling verricht of overweegt.

Artikel 93

Indien kernmateriaal in de ontvangende Staat niet aan waarborgen van de Organisatie zal zijn onderworpen, dragen de Nederlandse Antillen er zorg voor dat de Organisatie binnen drie maanden na het tijdstip waarop de ontvangende Staat de verantwoordelijkheid voor het kernmateriaal uit de Nederlandse Antillen aanvaardt, van de ontvangende Staat een bevestiging van de verzending ontvangt.

Artikel 94

(a). De Nederlandse Antillen lichten de Organisatie in over enige te verwachten invoer van kernmateriaal in de Nederlandse Antillen, dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst dient te worden onderworpen, indien de zending één kilogram effectief te boven gaat, dan wel indien, binnen een periode van drie maanden, verscheidene afzonderlijke zendingen uit dezelfde Staat worden ingevoerd, elk van minder dan één kilogram effectief, doch die in totaal één kilogram effectief te boven gaan.

(b). De Organisatie wordt zo tijdig mogelijk, en in ieder geval niet later dan op het tijdstip waarop de Nederlandse Antillen de verantwoordelijkheid voor het kernmateriaal overnemen, op de hoogte gesteld van de te verwachten aankomst van het kernmateriaal.

(c). De Nederlandse Antillen en de Organisatie kunnen andere procedures voor voorafgaande mededeling overeenkomen.

(d). In de mededeling wordt het volgende vermeld:

Artikel 95

De mededeling bedoeld in artikel 94 is zodanig, dat de Organisatie zo nodig een inspectie ad hoc kan uitvoeren ten einde de hoeveelheid en samenstelling van het kernmateriaal te identificeren en zo mogelijk te verifiëren op het moment waarop de zending wordt uitgepakt. Het uitpakken mag echter niet worden vertraagd door enige handeling die de Organisatie ingevolge een dergelijke mededeling onderneemt of overweegt.

Artikel 96

De Nederlandse Antillen stellen een bijzonder rapport als bedoeld in artikel 67 op, indien de Nederlandse Antillen op grond van enig ongebruikelijk voorval of omstandigheid, met inbegrip van het optreden van een aanzienlijke vertraging, in de mening komen te verkeren dat er tijdens een internationale verzending verlies aan kernmateriaal is of kan zijn geweest.

Artikel 97

De bepalingen van de artikelen 90 tot en met 96 zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op verzendingen tussen de Nederlandse Antillen en andere delen van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 98

In deze Overeenkomst hebben de volgende termen de hierbij daaraan toegekende betekenis:

Het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (hierna te noemen „de Organisatie”) zijn als volgt overeengekomen:

Het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (hierna te noemen „de Organisatie”),

Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden met de Organisatie een Overeenkomst heeft gesloten inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (hierna te noemen „de Overeenkomst met betrekking tot de Nederlandse Antillen”);

Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden zijn bekrachtiging van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna te noemen „het EURATOM-Verdrag”) heeft beperkt tot het Koninkrijk in Europa;

Overwegende dat, krachtens de bepalingen van het Protocol betreffende de toepassing van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie op de niet-Europese delen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden te allen tijde dit Verdrag van toepassing kan verklaren op de Nederlandse Antillen;

Erkennende dat een overeenkomst is gesloten tussen de Organisatie, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna te noemen „de Gemeenschap”) en de niet-kernwapenstaten die lid zijn van de Gemeenschap, ter uitvoering van artikel III, de leden 1 en 4, van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens;

Zijn als volgt overeengekomen:

DONE in Vienna on the fifth day of April 1973 in duplicate in the English language.

For the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) C. W. VAN BOETZELAER

For the International Atomic Energy Agency:

(sd.) CHERNILIN

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)