Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (met Protocol I en II)
Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden volgens zijn Statuut verantwoordelijk is voor de buitenlandse betrekkingen van zijn rijksdelen, de Nederlandse Antillen en Suriname, die grondwettelijk gelijkwaardig zijn en gerechtigd zijn aangelegenheden betreffende hun eigen belangen zelfstandig te behartigen;
Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (hierna te noemen het „Non-proliferatie Verdrag”) heeft ondertekend en op grond van artikel III, eerste lid, van het Non-proliferatie Verdrag met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (hierna te noemen de „Organisatie”) een overeenkomst wenst te sluiten met betrekking tot de Nederlandse Antillen;
Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden tevens Partij is bij Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (hierna te noemen het „Verdrag van Tlatelolco” en ingevolge de desbetreffende bepalingen van dat Protocol met de Organisatie een overeenkomst wenst te sluiten voor de toepassing van waarborgen van de Organisatie met betrekking tot de Nederlandse Antillen;
Overwegende dat de Organisatie ingevolge artikel III van haar Statuut gemachtigd is zodanige overeenkomsten te sluiten;
Zijn het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie als volgt overeengekomen:
DEEL I
Artikel 1
Het Koninkrijk der Nederlanden verbindt zich tot aanvaarding van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen, overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst, ten aanzien van alle basismaterialen en bijzondere splijtstoffen bij alle vreedzame nucleaire activiteiten op het grondgebied van de Nederlandse Antillen, onder de jurisdictie van de Nederlandse Antillen of te eniger plaatse onder de beschikkingsmacht van de Nederlandse Antillen verricht, met het uitsluitend doel om na te gaan of dergelijk materiaal niet wordt gebruikt voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.
Artikel 2
De Organisatie heeft het recht en de plicht te verzekeren dat waarborgen worden toegepast overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst ten aanzien van alle basismaterialen of bijzondere splijtstoffen bij alle vreedzame nucleaire activiteiten op het grondgebied van de Nederlandse Antillen, onder hun jurisdictie of te eniger plaatse onder hun beschikkingsmacht verricht, met het uitsluitend doel om na te gaan of dergelijk materiaal niet wordt gebruikt voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.
Artikel 3
Het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie werken samen om de toepassing van de in deze Overeenkomst neergelegde waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen te vergemakkelijken.
Artikel 4
De in deze Overeenkomst neergelegde waarborgen worden op zodanige wijze toegepast dat:
- (a). geen belemmering ontstaat van de economische en technologische ontwikkeling van de Nederlandse Antillen of van de internationale samenwerking ten aanzien van vreedzame nucleaire activiteiten, met inbegrip van de internationale uitwisseling van kernmaterialen;
- (b). wordt vermeden dat op onjuiste wijze wordt ingegrepen in de vreedzame nucleaire activiteiten van de Nederlandse Antillen, meer in het bijzonder bij de exploitatie van kerninstallaties;
- (c). wordt beantwoord aan een oordeelkundige bedrijfsvoering, vereist voor een economisch verantwoorde en veilige uitvoering van nucleaire activiteiten.
Artikel 5
(a). De Organisatie treft alle voorzorgsmaatregelen ter bescherming van commerciële en industriële geheimen en andere vertrouwelijke gegevens, waarvan zij in het kader van de uitvoering van deze Overeenkomst kennis verkrijgt.
- (i). De Organisatie publiceert geen gegevens welke zij in verband met de uitvoering van deze Overeenkomst heeft verkregen en deelt deze aan geen enkele Staat, organisatie of persoon mede, behoudens dat bepaalde gegevens betreffende de uitvoering van deze Overeenkomst mogen worden verstrekt aan de Raad van Beheer van de Organisatie (hierna te noemen „de Raad”) en aan die ambtenaren van de Organisatie die uit hoofde van hun functie in verband met de waarborgen over deze gegevens moeten beschikken, doch slechts voor zover zulks voor de Organisatie is vereist om haar taken met betrekking tot de uitvoering van deze Overeenkomst te vervullen.
- (ii). Beknopte gegevens over kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, mogen ingevolge een besluit van de Raad worden gepubliceerd, indien de rechtstreeks betrokken Staten hiermede instemmen.
Artikel 6
(a). Bij de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst houdt de Organisatie ten volle rekening met de technologische ontwikkelingen op het gebied van waarborgen en treft zij alle maatregelen voor het bereiken van een optimale verhouding tussen kosten en doeltreffendheid en voor de toepassing van het principe dat de stroom kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, op doeltreffende wijze wordt gewaarborgd door op bepaalde strategische punten instrumenten en andere technieken te gebruiken naar gelang de huidige of toekomstige technologie zulks mogelijk maakt.
(b). Ter bereiking van een optimale verhouding tussen kosten en doeltreffendheid wordt, bij voorbeeld, gebruik gemaakt van middelen als:
- (i). insluiting ten einde materiaalbalansgebieden te kunnen bepalen voor boekhoudkundige doeleinden;
- (ii). statistische technieken en willekeurige steekproeven voor de beoordeling van de stroom kernmateriaal;
- (iii). concentratie van de verificatieprocedures op die stadia van de splijtstofcyclus waarin kernmateriaal wordt vervaardigd, verwerkt, gebruikt of opgeslagen, waaruit gemakkelijk kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen zouden kunnen worden vervaardigd, en het tot een minimum terugbrengen van verificatieprocedures voor ander materiaal, op voorwaarde dat zulks de Organisatie niet belemmert in de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst.
Artikel 7
(a). De Nederlandse Antillen stellen in en passen toe een systeem voor de boekhouding van en de controle op alle kernmateriaal dat aan waarborgen van deze Overeenkomst is onderworpen.
(b). De Organisatie past waarborgen op zodanige wijze toe dat zij daardoor in staat is, bij het nagaan of er geen aanwending van voor vreedzame doeleinden bestemd kernmateriaal heeft plaatsgevonden voor kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen, de bevindingen van het systeem van de Nederlandse Antillen te verifiëren. De verificatie van de Organisatie omvat onder andere onafhankelijke metingen en waarnemingen verricht door de Organisatie overeenkomstig de procedures aangegeven in Deel II van deze Overeenkomst. Bij haar verificatie houdt de Organisatie terdege rekening met de technische doeltreffendheid van het systeem van de Nederlandse Antillen.
Artikel 8
(a). Ten einde een doeltreffende toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst te verzekeren, verstrekken de Nederlandse Antillen, overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst, de Organisatie gegevens over kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, en over de kenmerken van installaties die van belang zijn voor het toepassen van waarborgen op dergelijk materiaal.
- (i). De Organisatie verlangt slechts de voor de uitvoering van haar taken in het kader van deze Overeenkomst minimaal noodzakelijke hoeveelheid gegevens en informatie.
- (ii). Gegevens betreffende de installaties worden slechts tot het minimum beperkt dat nodig is voor het controleren van kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen.
(c). Indien de Nederlandse Antillen zulks verzoeken, is de Organisatie bereid constructiegegevens die de Nederlandse Antillen bijzonder gevoelig achten, te onderzoeken in gebouwen van het Koninkrijk der Nederlanden. De desbetreffende gegevens behoeven niet als zodanig aan de Organisatie te worden overgedragen, mits zij voor nadere bestudering door de Organisatie in de gebouwen van het Koninkrijk der Nederlanden steeds beschikbaar zijn.
Artikel 9
- (i). Bij de aanwijzing van haar inspecteurs voor de Nederlandse Antillen verzekert de Organisatie zich van de goedkeuring van de Nederlandse Antillen.
- (ii). Indien de Nederlandse Antillen bij een voorstel tot benoeming of op enig tijdstip na de benoeming tegen de benoeming bezwaar maken, stelt de Organisatie de Nederlandse Antillen een of meer andere kandidaten voor.
- (iii). Indien ten gevolge van een herhaalde weigering van de Nederlandse Antillen om de benoeming van inspecteurs van de Organisatie te aanvaarden, het uitvoeren van inspecties in het kader van deze Overeenkomst mocht worden belemmerd, dan wordt deze weigering door de Raad op voorstel van de Directeur-Generaal van de Organisatie (hierna te noemen „de Directeur-Generaal”) onderzocht ten einde de nodige maatregelen te kunnen treffen.
(b). De Nederlandse Antillen treffen de nodige maatregelen om te verzekeren dat de inspecteurs van de Organisatie hun bij deze Overeenkomst toebedeelde taken doeltreffend kunnen uitvoeren.
(c). De bezoeken en werkzaamheden van de inspecteurs van de Organisatie worden zodanig georganiseerd dat:
- (i). eventuele hinder of overlast voor de Nederlandse Antillen en bij de geïnspecteerde vreedzame nucleaire activiteiten tot een minimum worden beperkt;
- (ii). de bescherming van industriële geheimen of alle andere vertrouwelijke gegevens die ter kennis van de inspecteurs komen verzekerd blijft.
Artikel 10
Het Koninkrijk der Nederlanden past ten aanzien van de Organisatie (met inbegrip van haar eigendommen, fondsen en bezittingen) alsmede haar inspecteurs en andere ambtenaren die krachtens deze Overeenkomst functies uitoefenen, de desbetreffende bepalingen uit de Overeenkomst inzake de voorrechten en immuniteiten van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie toe.
Artikel 11
Waarborgen worden niet langer toegepast op kernmateriaal zodra de Organisatie heeft vastgesteld dat het materiaal ia verbruikt, zodanig is verdund dat het niet meer kan worden gebruikt voor enige nucleaire activiteit die in verband met de toepassing van waarborgen van belang is, dan wel praktisch niet meer terug te winnen is.
Artikel 12
Overeenkomstig het bepaalde in Deel II van deze Overeenkomst doen de Nederlandse Antillen de Organisatie vooraf mededeling van voorgenomen uitvoer uit de Nederlandse Antillen van kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens, deze Overeenkomst is onderworpen. De Organisatie past waarborgen krachtens deze Overeenkomst niet langer op kernmateriaal toe zodra de ontvangende Staat de verantwoordelijkheid daarvoor heeft aanvaard, zoals voorzien in Deel II van deze Overeenkomst. De Organisatie houdt lijsten bij waarop iedere uitvoer wordt vermeld, en, in voorkomend geval, de hernieuwde toepassing van waarborgen op het uitgevoerde kernmateriaal.
Artikel 13
Indien kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, bestemd is voor gebruik in niet-nucleaire activiteiten, zoals de vervaardiging van legeringen of keramiek, komen de Nederlandse Antillen, alvorens dit materiaal voor dit doel wordt gebruikt, met de Organisatie overeen onder welke voorwaarden de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst voor dergelijk materiaal kan worden beëindigd.
Artikel 14
Indien het Koninkrijk der Nederlanden van zijn recht gebruik wenst te maken kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst onderworpen dient te zijn, te gebruiken voor nucleaire activiteiten waarvoor de toepassing van waarborgen krachtens deze Overeenkomst niet is vereist, worden de volgende procedures gevolgd:
- (a). Het Koninkrijk der Nederlanden stelt de Organisatie van deze activiteit op de hoogte, waarbij duidelijk wordt verklaard:
- (i). dat het gebruik van het kernmateriaal voor een niet verboden militaire activiteit niet in strijd zal zijn met enige verplichting, welke het Koninkrijk der Nederlanden heeft aangegaan en ten aanzien waarvan waarborgen van de Organisatie van toepassing zijn, om het materiaal uitsluitend voor vreedzame activiteiten te gebruiken; en
- (ii). dat gedurende de periode waarin geen waarborgen worden toegepast, het kernmateriaal niet zal worden aangewend voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.
- (b). De Nederlandse Antillen en de Organisatie treffen een zodanige regeling dat uitsluitend gedurende de periode waarin het kernmateriaal voor een dergelijke activiteit wordt aangewend, de waarborgen krachtens deze Overeenkomst niet worden toegepast. In deze regeling wordt zo nauwkeurig mogelijk vastgelegd hoe lang of onder welke omstandigheden er geen waarborgen zullen worden toegepast. In elk geval worden de waarborgen bedoeld in deze Overeenkomst opnieuw toegepast zodra het kernmateriaal opnieuw voor vreedzame nucleaire activiteiten wordt aangewend. De Organisatie wordt op de hoogte gehouden van de totale hoeveelheid en samenstelling van dergelijk niet gewaarborgd materiaal in de Nederlandse Antillen en van de uitvoer van dergelijk materiaal; en
- (c). Iedere regeling wordt getroffen met toestemming van de Organisatie. Deze toestemming wordt zo snel mogelijk verleend en heeft uitsluitend betrekking op onderwerpen als, onder andere, tijdelijke en procedurele voorzieningen en regelingen inzake rapportage, maar houdt geen goedkeuring van of geclassificeerde kennis omtrent de militaire activiteit in, en hetreft evenmin de aanwending van het kernmateriaal in dat verband.
Artikel 15
De Nederlandse Antillen en de Organisatie dragen elk de kosten die zij zelf bij de uitvoering van hun respectieve taken krachtens deze Overeenkomst hebben gemaakt. Indien echter de Nederlandse Antillen of personen onder hun rechtsmacht voor buitengewone kosten komen te staan ingevolge een speciaal verzoek van de Organisatie, vergoedt deze laatste dergelijke kosten op voorwaarde dat zij zich daartoe tevoren bereid heeft verklaard. In ieder geval draagt de Organisatie de kosten van aanvullende metingen of monsternemingen, verricht op verzoek van inspecteurs van de Organisatie.
Artikel 16
De Nederlandse Antillen dragen er zorg voor dat de Organisatie en haar ambtenaren bij de uitvoering van deze Overeenkomst op dezelfde wijze als de onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden worden beschermd tegen wettelijke aansprakelijkheid voor nucleaire schade, met inbegrip van enige vorm van verzekering of andere financiële zekerheid zoals in hun wetten of voorschriften mocht zijn bepaald.
Artikel 17
Elke eis tot schadevergoeding van het Koninkrijk der Nederlanden jegens de Organisatie of van de Organisatie jegens het Koninkrijk der Nederlanden wegens enige schade die voortvloeit uit de uitvoering van waarborgen krachtens deze Overeenkomst, met uitzondering van schade die voortvloeit uit een kernongeval, wordt volgens het internationale recht afgewikkeld.
Artikel 18
Indien de Raad op grond van een rapport van de Directeur-Generaal besluit dat handelend optreden door de Nederlandse Antillen absoluut noodzakelijk en dringend is ten einde vast te stellen of kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, niet wordt aangewend voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen, kan de Raad een beroep doen op het Koninkrijk der Nederlanden om onverwijld de nodige stappen te doen, zulks ongeacht het feit of ter zake een procedure tot bijlegging van een geschil, als bedoeld in artikel 22, aanhangig is gemaakt.
Artikel 19
Indien de Raad, na bestudering van de desbetreffende gegevens welke hem door de Directeur-Generaal zijn voorgelegd, concludeert dat de Organisatie niet in staat is om na te gaan of geen kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, is aangewend voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen, kan hij de rapporten, bedoeld in Artikel XII, C, van het Statuut van de Organisatie (hierna te noemen „het Statuut”) opstellen en, in voorkomend geval, de overige maatregelen bedoeld in genoemd lid C treffen. Hierbij houdt de Raad rekening met de mate van zekerheid die uit de toegepaste waarborgen kan worden afgeleid en biedt het Koninkrijk der Nederlanden elke gelegenheid om hem de nodige verdere zekerheid te verschaffen.
Artikel 20
Op verzoek van een van beiden plegen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie overleg over elk vraagstuk voortvloeiende uit de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst.
Artikel 21
Het Koninkrijk der Nederlanden is gerechtigd te verlangen dat elk vraagstuk voortvloeiende uit de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst door de Raad wordt behandeld. De Raad nodigt het Koninkrijk der Nederlanden uit aan de behandeling van dergelijke vraagstukken door de Raad deel te nemen.
Artikel 22
Elk geschil voortvloeiende uit de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst, met uitzondering van een geschil over een bevinding van de Raad krachtens artikel 19 of een door de Raad verrichte handeling naar aanleiding van een dergelijke bevinding, dat niet door onderhandeling of enige door het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie overeengekomen procedure is geregeld, wordt op verzoek van een der beide partijen voorgelegd aan een als volgt samengesteld scheidsgerecht: het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie wijzen elk een arbiter aan en de aldus aangewezen twee arbiters kiezen gezamenlijk een derde, die het scheidsgerecht voorzit. Indien binnen een termijn van dertig dagen na indiening van het verzoek om arbitrage het Koninkrijk der Nederlanden of de Organisatie geen arbiter heeft aangewezen, kan het Koninkrijk der Nederlanden of de Organisatie de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken een arbiter te benoemen. Dezelfde procedure wordt gevolgd indien binnen dertig dagen na aanwijzing of benoeming van de tweede arbiter de derde nog niet is gekozen. De meerderheid van de leden van het scheidsgerecht vormt het quorum en alle beslissingen vereisen de instemming van ten minste twee arbiters. De arbitrageprocedure wordt door het scheidsgerecht vastgesteld. De beslissingen van het scheidsgerecht zijn bindend voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie.
Artikel 23
(a). Het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie plegen op verzoek van een van beide partijen overleg over wijzigingen in deze Overeenkomst.
(b). Alle wijzigingen behoeven de instemming van het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie.
(c). Wijzigingen in deze Overeenkomst treden in werking op dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst zelf.
(d). De Directeur-Generaal stelt alle Staten die lid zijn van de Organisatie onverwijld op de hoogte van elke wijziging in de Overeenkomst.
Artikel 24
Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag waarop de Organisatie van het Koninkrijk der Nederlanden een schriftelijke kennisgeving heeft ontvangen dat aan de constitutionele vereisten voor de inwerkingtreding in het Koninkrijk der Nederlanden is voldaan. De Directeur-Generaal stelt alle Staten die lid zijn van de Organisatie onverwijld op de hoogte van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
Artikel 25
Deze Overeenkomst blijft van kracht zolang het Koninkrijk der Nederlanden voor de Nederlandse Antillen partij is bij het Non-proliferatie Verdrag of bij Aanvullend Protocol I bij het Verdrag van Tlatelolco of bij beide.
DEEL II
Artikel 26
Dit deel van de Overeenkomst heeft tot doel de uitwerking te geven van de procedures die bij de uitvoering van de in Deel I opgenomen bepalingen betreffende de waarborgen dienen te worden toegepast.
Artikel 27
Het doel van de in deze Overeenkomst vermelde procedures bij de toepassing van waarborgen is het tijdig ontdekken van de aanwending van noemenswaardige hoeveelheden kernmateriaal voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen dan wel voor onbekende doeleinden in plaats van voor vreedzame nucleaire activiteiten, alsmede de afschrikking van pogingen daartoe door het risico van vroegtijdige ontdekking.
Artikel 28
Voor het bereiken van het in artikel 27 geformuleerde doel wordt als voornaamste waarborgmaatregel gebruik gemaakt van materiaalboekhouding met als belangrijkste aanvullende maatregelen insluiting en toezicht.
Artikel 29
De technische conclusie van de verificatie werkzaamheden van de Organisatie krijgt de vorm van een verklaring waarin voor elk materiaalbalansgebied voor een bepaalde periode de hoeveelheid niet-verantwoord materiaal wordt vermeld, alsmede de grenzen van de nauwkeurigheid van de opgegeven hoeveelheden.
Artikel 30
Krachtens artikel 7 maakt de Organisatie bij de toepassing van haar verificatiewerkzaamheden volledig gebruik van het systeem van de Nederlandse Antillen voor de boekhouding van en de controle op alle kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen en vermijdt zij onnodige overlapping van de activiteiten inzake boekhouding en controle van de Nederlandse Antillen.
Artikel 31
Het systeem van de Nederlandse Antillen voor de boekhouding van en de controle op alle kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, wordt gebaseerd op een structuur van materiaalbalansgebieden en dient te voorzien, zoals passend en nader aangegeven in de aanvullende regelingen, in het instellen van maatregelen zoals:
- (a). een meetsysteem voor de bepaling van de ontvangen, geproduceerde, verzonden, verloren of anderszins van de inventaris afgevoerde hoeveelheden kernmateriaal, alsmede van de hoeveelheden op de inventaris;
- (b). de beoordeling van de precisie en de nauwkeurigheid van de metingen en raming van de meetafwijkingen;
- (c). procedures voor het vaststellen, bestuderen en beoordelen van verschillen in metingen van respectievelijk verzender en ontvanger;
- (d). procedures voor het opmaken van de feitelijke inventaris;
- (e). procedures voor de beoordeling van de cumulatie van niet-bepaalde inventaris en niet-bepaalde verliezen;
- (f). een boekings- en rapportagesysteem waaruit voor ieder materiaalbalansgebied de inventaris van kernmateriaal blijkt en de wijzigingen in die inventaris met inbegrip van materiaal dat in het betrokken gebied werd gebracht, respectievelijk dit heeft verlaten;
- (g). voorzieningen ter verzekering van een juiste uitvoering van de boekhoudkundige procedures en -maatregelen;
- (h). procedures voor het opstellen van rapporten voor de Organisatie overeenkomstig de artikelen 58 tot en met 68.
Artikel 32
De waarborgen krachtens deze Overeenkomst zijn niet van toepassing op materiaal in ertswinning of -verwerking.
Artikel 33
(a). Indien enig uranium- of thoriumhoudend materiaal dat het stadium van de splijtstof cyclus als beschreven onder (c) nog niet heeft bereikt, direct of indirect wordt uitgevoerd naar een niet-kernwapenstaat, stellen de Nederlandse Antillen de Organisatie van de hoeveelheid, samenstelling en bestemming van dit materiaal op de hoogte, tenzij het voor specifiek niet-nucleaire doeleinden wordt uitgevoerd.
(b). Indien enig uranium- of thoriumhoudend materiaal dat het stadium van de splijtstof cyclus als beschreven onder (c) nog niet heeft bereikt, wordt ingevoerd, stellen de Nederlandse Antillen de Organisatie van de hoeveelheid en samenstelling van dit materiaal op de hoogte, tenzij het voor specifiek niet-nucleaire doeleinden wordt ingevoerd.
(c). Indien enig kernmateriaal van een samenstelling en zuiverheidsgraad die het geschikt maken voor de vervaardiging van brandstof of voor isotopenverrijking, de fabriek of het processtadium waarin het is geproduceerd, verlaat, of indien dergelijk kernmateriaal of enig ander kernmateriaal dat in een later stadium van de splijtstof cyclus is geproduceerd, in de Nederlandse Antillen wordt ingevoerd, dan is dergelijk materiaal aan de andere in deze Overeenkomst vermelde procedures voor de toepassing van waarborgen onderworpen.
Artikel 34
(a). Waarborgen op kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, worden beëindigd onder de in artikel 11 vermelde voorwaarden. Wanneer aan de in dat artikel gestelde voorwaarden niet is voldaan, maar de Nederlandse Antillen menen dat het terugwinnen van kernmateriaal dat aan waarborgen is onderworpen, uit restmateriaal vooralsnog onuitvoerbaar of onwenselijk is, plegen de Nederlandse Antillen en de Organisatie overleg over de in dat geval toe te passen geëigende waarborgen.
(b). Waarborgen op kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, worden onder de in artikel 13 vermelde voorwaarden beëindigd, indien de Organisatie en de Nederlandse Antillen beide van oordeel zijn, dat dergelijk kernmateriaal praktisch niet teruggewonnen kan worden.
Artikel 35
Op verzoek van de Nederlandse Antillen stelt de Organisatie de volgende kernmaterialen vrij van waarborgen krachtens deze Overeenkomst:
- (a). bijzondere splijtstoffen, wanneer deze in de orde van grootte van een gram of minder aangewend worden als sensor in instrumenten;
- (b). kernmateriaal, indien het wordt aangewend voor niet-nucleaire activiteiten overeenkomstig artikel 13, indien dergelijk materiaal kan worden teruggewonnen;
- (c). plutonium dat meer dan 80% plutonium-238 bevat.
Artikel 36
Op verzoek van de Nederlandse Antillen stelt de Organisatie kernmateriaal dat anders aan de waarborgen krachtens deze Overeenkomst zou zijn onderworpen, van deze waarborgen vrij, mits de totale hoeveelheid kernmateriaal dat in de Nederlandse Antillen volgens dit artikel wordt vrijgesteld, nooit meer bedraagt dan:
- (a). in totaal één kilogram bijzondere splijtstoffen die kunnen bestaan uit één of meer van de volgende materialen:
- (i). plutonium;
- (ii). uranium met een verrijkingsgraad van 0,2 (20%) en meer, waarbij voor de berekening het gewicht met de verrijkingsgraad wordt vermenigvuldigd;
- (iii). uranium met een verrijkingsgraad van minder dan 0,2 (20%), maar meer dan die van natuurlijk uranium, waarbij voor de berekening het gewicht met vijfmaal het kwadraat van de verrijkingsgraad wordt vermenigvuldigd;
- (b). in totaal tien metrieke ton natuurlijk uranium en verarmd uranium met een verrijkingsgraad van meer dan 0,005 (0,5%);
- (c). twintig metrieke ton verarmd uranium met een verrijkingsgraad van 0,005 (0,5%) of minder;
- (d). twintig metrieke ton thorium;
of grotere hoeveelheden welke door de Raad voor een uniforme toepassing nader kunnen worden vastgesteld.
Artikel 37
Indien vrijgesteld kernmateriaal te zamen met kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, moet worden verwerkt of opgeslagen, worden voorzieningen getroffen voor het opnieuw toepassen van deze waarborgen hierop.
Artikel 38
De Nederlandse Antillen en de Organisatie stellen Aanvullende Regelingen op, die op zodanige gedetailleerde wijze omschrijven hoe de in deze Overeenkomst neergelegde procedures moeten worden toegepast, als nodig is om de Organisatie in staat te stellen haar taken krachtens deze Overeenkomst op doeltreffende en doelmatige wijze te verrichten. De Aanvullende Regelingen kunnen in onderlinge overeenstemming tussen de Organisatie en de Nederlandse Antillen worden uitgebreid of gewijzigd zonder wijziging van deze Overeenkomst.
Artikel 39
De Aanvullende Regelingen worden gelijktijdig met, of zo spoedig mogelijk na, de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van kracht. De Nederlandse Antillen en de Organisatie doen al het mogelijke om te bewerkstelligen dat deze Regelingen negentig dagen na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van kracht worden; deze termijn kan alleen in onderlinge overeenstemming tussen de Nederlandse Antillen en de Organisatie worden verlengd. De Nederlandse Antillen verstrekken de Organisatie onverwijld de gegevens die vereist zijn voor het completeren van de Aanvullende Regelingen. Vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst heeft de Organisatie het recht de daarin vastgelegde procedures voor kernmateriaal dat is opgenomen in de in artikel 40 bedoelde inventaris, ten uitvoer te leggen, ook indien de Aanvullende Regelingen nog niet van kracht zijn geworden.
Artikel 40
Op basis van het in artikel 61 bedoelde aanvangsrapport stelt de Organisatie een totaalinventaris op van alle kernmaterialen in de Nederlandse Antillen die aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst onderworpen zijn, ongeacht de herkomst van dit materiaal en houdt deze inventaris bij op basis van latere rapporten en van de resultaten van haar eigen verificatiewerkzaamheden. Afschriften van de inventaris worden met nader overeen te komen tussenpozen ter beschikking van de Nederlandse Antillen gesteld.
Artikel 41
Krachtens artikel 8 worden bij de bespreking van de Aanvullende Regelingen constructiegegevens van bestaande installaties aan de Organisatie verstrekt. De termijnen voor de verstrekking van constructiegegevens van nieuwe installaties worden vastgesteld in de Aanvullende Regelingen en deze gegevens worden zo spoedig mogelijk verstrekt, voordat kernmateriaal in een nieuwe installatie wordt gebracht.
Artikel 42
De constructiegegevens die aan de Organisatie dienen te worden verstrekt, omvatten voor elke installatie, voor zover toepasselijk:
- (a). de aanduiding van de installatie, met vermelding van de algemene aard, doel, de nominale capaciteit en de geografische ligging van de installatie, alsmede de naam en het adres die moeten worden gebruikt voor normale zakelijke doeleinden;
- (b). een beschrijving van de algemene opzet van de installatie met zo mogelijk vermelding van de vorm, plaats en stroom van kernmateriaal en van het globale ontwerp van belangrijke onderdelen van de uitrusting waarin kernmateriaal wordt gebruikt, geproduceerd of verwerkt;
- (c). een beschrijving van die aspecten van de installatie die betrekking hebben op de materiaalboekhouding, de insluiting en het toezicht;
- (d). een beschrijving van de bestaande en voorgestelde procedures in de installatie voor de boekhouding van en de controle op het kernmateriaal, met in het bijzonder vermelding van de materiaalbalansgebieden zoals deze door de exploitant zijn vastgesteld, metingen van de materiaalstroom en procedures voor het opmaken van de feitelijke inventaris.
Artikel 43
Voor elke installatie worden ook andere gegevens die van belang zijn voor de toepassing van de waarborgen aan de Organisatie verstrekt, met name inzake de organisatorische verantwoordelijkheid voor de boekhouding van en de controle op kernmateriaal.
De Nederlandse Antillen verstrekken de Organisatie aanvullende gegevens betreffende de gezondheids- en veiligheidsprocedures die de Organisatie in acht dient te nemen en waaraan haar inspecteurs zich in de installaties dienen te houden.
Artikel 44
De Organisatie ontvangt ter bestudering constructiegegevens met betrekking tot een wijziging die van belang is in verband met de waarborgen, en wordt op de hoogte gesteld van elke wijziging in de gegevens die haar krachtens artikel 43 zijn verstrekt, en wel een zodanige tijd van tevoren dat de procedures voor de toepassing van de waarborgen indien nodig kunnen worden aangepast.
Artikel 45
De constructiegegevens die aan de Organisatie zijn verstrekt worden voor de volgende doeleinden gebruikt:
- (a). vaststelling van die kenmerken van installaties en kernmateriaal die van belang zijn voor de toepassing van waarborgen op kernmateriaal, zulks op voldoende gedetailleerde wijze om verificatie te vergemakkelijken;
- (b). bepaling van materiaalbalansgebieden die voor de boekhouding van de Organisatie moeten worden gebruikt en het kiezen van die strategische punten die hoofdmeetpunten vormen en die worden gebruikt bij de bepaling van de stroom en de inventaris van kernmateriaal; bij de bepaling van dergelijke materiaalbalansgebieden hanteert de Organisatie onder andere de volgende criteria:
- (i). de omvang van het materiaalbalansgebied dient in verband te staan met de nauwkeurigheid waarmede de materiaalbalans kan worden opgemaakt;
- (ii). bij de bepaling van het materiaalbalansgebied dienen alle mogelijkheden te worden benut om insluiting en toezicht te gebruiken ten einde bij te dragen tot de volledigheid van de metingen van de materiaalstroom en zodoende de toepassing van de waarborgen te vereenvoudigen en de metingen te concentreren op hoofdmeetpunten;
- (iii). een aantal materiaalbalansgebieden in gebruik in een installatie of op verschillende terreinen kan worden gecombineerd in een materiaalbalansgebied dat voor de boekhouding van de Organisatie moet worden gebruikt, wanneer de Organisatie bepaalt dat zulks voldoet aan haar verificatie-eisen; en
- (iv). een speciaal materiaalbalansgebied kan op verzoek van de Nederlandse Antillen worden ingesteld rond een processtadium dat commercieel gevoelige gegevens bevat;
- (c). vaststelling van het nominale tijdschema en de procedures voor het opmaken van de feitelijke inventaris van kernmateriaal voor de boekhouding van de Organisatie;
- (d). vaststelling van de vereisten voor de boeken en de rapporten en van de procedures voor de beoordeling van de boeken;
- (e). vaststelling van de vereisten en procedures voor de verificatie van de hoeveelheid en de plaats van kernmateriaal;
- (f). keuze van de passende combinaties van methodes en technieken voor insluiting en toezicht en de strategische punten waar deze moeten worden toegepast.
De resultaten van de bestudering van de constructiegegevens worden in de Aanvullende Regelingen opgenomen.
Artikel 46
Met het oog op wijziging van de werkzaamheden die krachtens artikel 45 door de Organisatie worden uitgevoerd, worden constructiegegevens opnieuw in studie genomen in het licht van wijzigingen in de bedrijfsomstandigheden, van technologische ontwikkelingen op het gebied van waarborgen of van ervaring opgedaan bij de toepassing van verificatieprocedures.
Artikel 47
In samenwerking met de Nederlandse Antillen kan de Organisatie inspecteurs zenden naar installaties ter verificatie van de constructiegegevens die aan de Organisatie krachtens de artikelen 41 tot en met 44 voor de in artikel 45 vermelde doeleinden zijn verstrekt.
Artikel 48
Wanneer kernmateriaal regelmatig buiten installaties wordt gebruikt, ontvangt de Organisatie in voorkomend geval de volgende gegevens:
- (a). een algemene beschrijving van het gebruik van het kernmateriaal, de plaats waar het zich bevindt, en naam en adres van de gebruiker die voor normale zakelijke doeleinden worden gebezigd;
- (b). een algemene beschrijving van de bestaande en voorgestelde procedures voor boekhouding van en controle op het kernmateriaal, met inbegrip van de organisatorische verantwoordelijkheid voor de boekhouding van en controle op kernmateriaal.
De Organisatie wordt te rechter tijd op de hoogte gesteld van elke wijziging in de gegevens die haar krachtens dit artikel zijn verstrekt.
Artikel 49
De gegevens die aan de Organisatie op grond van artikel 48 zijn verstrekt, kunnen, voor zover van belang, worden gebruikt voor de in artikel 45, onder (b) tot en met (f), vermelde doeleinden.
Artikel 50
Bij de vaststelling van het systeem voor de boekhouding van kernmateriaal dragen de Nederlandse Antillen er zorg voor dat boeken worden bijgehouden voor elk materiaalbalansgebied. De bij te houden boeken worden beschreven in de Aanvullende Regelingen.
Artikel 51
De Nederlandse Antillen treffen de nodige maatregelen om bestudering van de boeken door inspecteurs van de Organisatie te vergemakkelijken, vooral indien deze niet in het Engels, Frans, Russisch of Spaans zijn gesteld.
Artikel 52
De boeken worden ten minste vijf jaar bewaard.
Artikel 53
De boeken bestaan, voor zover toepasselijk, uit:
- (a). boekhoudkundige bescheiden over al het kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen;
- (b). werkstaten van de installaties waarin dergelijk kernmateriaal aanwezig is.
Artikel 54
Het meetsysteem dat de grondslag vormt voor de boeken aan de hand waarvan de rapporten worden opgesteld, dient te beantwoorden aan de nieuwste internationale normen of hieraan kwalitatief gelijkwaardig te zijn.
Artikel 55
In de boekhoudkundige bescheiden wordt voor elk materiaalbalansgebied het volgende vermeld:
- (a). alle wijzigingen in de inventaris, zodat de boekhoudkundige inventaris te allen tijde kan worden bepaald;
- (b). alle meetresultaten aan de hand waarvan de feitelijke inventaris wordt vastgesteld;
- (c). alle aanpassingen en correcties die zijn aangebracht met betrekking tot inventariswijzigingen, boekhoudkundige en feitelijke inventarissen.
Artikel 56
Ten aanzien van alle inventariswijzigingen en feitelijke inventarissen bevatten de boeken voor elke partij kernmateriaal de volgende gegevens: de aanduiding van het materiaal, de gegevens betreffende de partij en de basisgegevens. De boeken vermelden voor elke partij kernmateriaal de gegevens betreffende uranium, thorium en plutonium afzonderlijk. Ten aanzien van elke inventariswijziging wordt het tijdstip vermeld van de wijziging, alsmede, in voorkomend geval, het materiaalbalansgebied waaruit het materiaal wordt afgevoerd, of het materiaalbalansgebied waar het materiaal wordt bijgeschreven of de ontvanger.
Artikel 57
In de werkstaten wordt, in voorkomend geval, voor elk materiaalbalansgebied het volgende vermeld:
- (a). de bedrijfsgegevens die worden gebruikt om wijzigingen in de hoeveelheid en samenstelling van kernmateriaal te bepalen;
- (b). de gegevens, verkregen bij het ijken van tanks en instrumenten en bij monsterneming en analyses, de procedures voor de kwaliteitscontrole van metingen en de daaruit afgeleide ramingen voor toevallige en systematische fouten;
- (c). een beschrijving van de volgorde van de werkzaamheden voor het treffen van voorbereidingen voor het en opmaken van een feitelijke inventaris ten einde te verzekeren dat dit op juiste en volledige wijze geschiedt;
- (d). een beschrijving van de stappen die worden ondernomen om de oorzaak en de omvang van elk toevallig of niet gemeten verlies na te gaan.
Artikel 58
De Nederlandse Antillen leggen de Organisatie de in de artikelen 59 tot en met 68 nader omschreven rapporten voor over kernmateriaal dat aan de waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen.
Artikel 59
De rapporten worden opgesteld in het Engels, Frans, Russisch of Spaans, tenzij in de Aanvullende Regelingen anders is bepaald.
Artikel 60
De rapporten zijn gebaseerd op de boeken die worden bijgehouden overeenkomstig de artikelen 50 tot en met 57 en bestaan in voorkomend geval uit boekhoudrapporten en bijzondere rapporten.
Artikel 61
De Organisatie ontvangt een aanvangsrapport inzake al het kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen. Het aanvangsrapport wordt binnen dertig dagen na de laatste dag van de maand waarin deze Overeenkomst van kracht wordt, door de Nederlandse Antillen aan de Organisatie verzonden en geeft de situatie op de laatste dag van die maand weer.
Artikel 62
De Nederlandse Antillen verstrekken de Organisatie voor elk materiaalbalansgebied de volgende boekhoudrapporten:
- (a). rapporten over inventariswijzigingen waaruit alle wijzigingen in de inventaris van kernmateriaal blijkt. De rapporten worden zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen dertig dagen na het einde van de maand waarin de inventariswijzigingen zijn opgetreden of zijn vastgesteld, verzonden;
- (b). rapporten over de materiaalbalans, waaruit de materiaalbalans blijkt die is gebaseerd op een feitelijke inventaris van kernmateriaal dat daadwerkelijk in het materiaalbalansgebied aanwezig is. De rapporten worden zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen dertig dagen nadat de feitelijke inventaris werd opgemaakt, verzonden.
De rapporten zijn gebaseerd op gegevens die op het tijdstip van de rapportage beschikbaar zijn en kunnen zo nodig later worden gecorrigeerd.
Artikel 63
In de rapporten over inventariswijzigingen worden de aanduiding en de gegevens betreffende de partij voor elke partij kernmateriaal vermeld, alsmede het tijdstip van de inventariswijziging en, in voorkomend geval, het materiaalbalansgebied waaruit het materiaal wordt afgevoerd en het materiaalbalansgebied waar het materiaal wordt bijgeschreven, of de ontvanger. Deze rapporten gaan vergezeld van beknopte nota's,
- (a). waarin de redenen van de inventariswijzigingen worden uiteengezet aan de hand van de bedrijfsgegevens als vervat in de in artikel 57, onder (a), bedoelde werkstaten;
- (b). waarin, zoals nader aangegeven in de Aanvullende Regelingen, het voorgenomen bedrijfsprogramma, met name het opmaken van de feitelijke inventaris, wordt beschreven.
Artikel 64
De Nederlandse Antillen rapporteren elke inventariswijziging, aanpassing en correctie hetzij periodiek in de vorm van een geconsolideerde lijst, hetzij afzonderlijk. Inventariswijzigingen worden in partijen uitgedrukt gerapporteerd. Zoals nader aangegeven in de Aanvullende Regelingen kunnen kleine wijzigingen in de inventaris van kernmateriaal, zoals de overbrenging van analysemonsters, in één partij worden samengevoegd, en als één inventariswijziging worden gerapporteerd.
Artikel 65
De Organisatie verstrekt de Nederlandse Antillen halfjaarlijkse verklaringen over de boekhoudkundige inventaris van kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, met betrekking tot ieder materiaalbalansgebied en op basis van de rapporten over inventariswijzigingen betreffende de periode die voor elk van deze verklaringen geldt.
Artikel 66
Tenzij door de Nederlandse Antillen en de Organisatie anders wordt overeengekomen, bevatten de rapporten over de materiaalbalans de volgende gegevens:
- (a). feitelijke aanvangsinventaris;
- (b). inventariswijzigingen (eerst ingebrachte, dan afgevoerde hoeveelheden);
- (c). boekhoudkundige slotinventaris;
- (d). verschillen tussen verzender en ontvanger;
- (e). aangepaste boekhoudkundige slotinventaris;
- (f). feitelijke slotinventaris;
- (g). niet-verantwoord materiaal.
Een verklaring inzake de feitelijke inventaris, waarin alle partijen afzonderlijk zijn opgenomen en voor elke partij de aanduiding van het materiaal en de gegevens betreffende de partij zijn vermeld, wordt aan elk rapport over de materiaalbalans toegevoegd.
Artikel 67
De Nederlandse Antillen stellen onverwijld bijzondere rapporten op:
- (a). indien ten gevolge van enig ongebruikelijk voorval of ongebruikelijke omstandigheden bij de Nederlandse Antillen het vermoeden rijst dat er een verlies van kernmateriaal plaats heeft gevonden of heeft kunnen vinden, in hoeveelheden die de voor dit doel in de Aanvullende Regelingen nader omschreven limieten overschrijden; of
- (b). indien de insluiting onverwacht zodanig is gewijzigd ten opzichte van die welke in de Aanvullende Regelingen nader is omschreven, dat ongemachtigd wegnemen van kernmariaal mogelijk is geworden.
Artikel 68
Indien de Organisatie zulks verzoekt, geven de Nederlandse Antillen, voor zover van belang in verband met de waarborgen, aanvullingen of toelichtingen op elk rapport.
Artikel 69
De Organisatie heeft het recht inspecties uit te voeren zoals bepaald in de artikelen 70 tot en met 81.
Artikel 70
De Organisatie kan inspecties ad hoc uitvoeren ten einde:
- (a). de gegevens vervat in het aanvangsrapport betreffende het kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, te verifiëren;
- (b). wijzigingen in de situatie, die zijn opgetreden sedert de datum van het aanvangsrapport vast te stellen en te verifiëren; en
- (c). overeenkomstig de artikelen 92 en 95 de hoeveelheid en de samenstelling van kernmateriaal vast te stellen en zo mogelijk te verifiëren alvorens het wordt uitgevoerd uit of zodra het wordt ingevoerd in de Nederlandse Antillen.
Artikel 71
De Organisatie kan routine-inspecties uitvoeren ten einde:
- (a). te verifiëren of de rapporten overeenstemmen met de boeken;
- (b). de plaats, aard, hoeveelheid en samenstelling van alle kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, te verifiëren; en
- (c). gegevens over de mogelijke oorzaken voor het bestaan van niet-verantwoord materiaal, verschillen tussen verzender en ontvanger, alsmede onzekerheden in de boekhoudkundige inventaris te verifiëren.
Artikel 72
Met inachtneming van de in artikel 76 vermelde procedures kan de Organisatie bijzondere inspecties uitvoeren:
- (a). ten einde de gegevens vervat in bijzondere rapporten te verifiëren;
- (b). of, indien de Organisatie van mening is dat de door de Nederlandse Antillen verstrekte gegevens, met inbegrip van toelichtingen door de Nederlandse Antillen, alsmede van gegevens die bij routine-inspecties zijn verkregen, voor haar niet afdoende zijn om haar taken krachtens deze Overeenkomst te vervullen.
Een inspectie wordt geacht een bijzondere inspectie te zijn, wanneer het gaat om een aanvullende inspectie naast de routine-inspecties bedoeld in de artikelen 77 tot en met 81 en/of wanneer deze de toegang tot gegevens of plaatsen met zich meebrengt naast de toegang bedoeld in artikel 75 voor inspecties ad hoc en routine-inspecties.
Artikel 73
Voor de in de artikelen 70 tot en met 72 vermelde doeleinden kan de Organisatie:
- (a). de boeken die worden bijgehouden krachtens de artikelen 50 tot en met 57, onderzoeken;
- (b). onafhankelijke metingen verrichten van alle kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen;
- (c). de werking en de ijking van instrumenten en andere meet- en controleapparatuur verifiëren;
- (d). toezichts- en insluitingsmaatregelen toepassen en gebruiken;
- (e). andere objectieve methoden waarvan de technische uitvoerbaarheid is gebleken, toepassen.
Artikel 74
In het kader van artikel 73 wordt de Organisatie in staat gesteld:
- (a). waar te nemen dat monsters op hoofdmeetpunten voor de boekhouding van de materiaalbalans worden genomen overeenkomstig zodanige procedures dat representatieve monsters worden verkregen, de behandeling en analyse van de monsters waar te nemen en duplicaten van dergelijke monsters te verkrijgen;
- (b). waar te nemen dat de metingen van kernmateriaal op hoofdmeetpunten voor de boekhouding van de materiaalbalans representatief zijn, en toe te zien op de ijking van de betrokken instrumenten en uitrusting;
- (c). regelingen te treffen met de Nederlandse Antillen, dat, indien noodzakelijk:
- (i). aanvullende metingen worden verricht en aanvullende monsters worden genomen ten behoeve van de Organisatie;
- (ii). de standaardanalysemonsters van de Organisatie worden geanalyseerd;
- (iii). passende absolute standaarden worden gebruikt bij de ijking van instrumenten en andere uitrusting; en
- (iv). andere ijkingen plaatsvinden;
- (d). het gebruik van haar eigen uitrusting voor onafhankelijke metingen en toezicht te regelen en, indien overeengekomen en nader aangegeven in de Aanvullende Regelingen, het installeren van dergelijke uitrusting te regelen;
- (e). haar zegels en andere identificatie- en verklikapparatuur bij insluitingen aan te brengen, indien overeengekomen en in de Aanvullende Regelingen nader aangegeven;
- (f). regelingen te treffen met de Nederlandse Antillen voor de verzending van monsters, genomen ten behoeve van de Organisatie.
Artikel 75
(a). Voor de in artikel 70 onder (a) en (b) vermelde doeleinden en tot het tijdstip waarop de strategische punten in de Aanvullende Regelingen nader zijn aangegeven, hebben inspecteurs van de Organisatie toegang tot elke plaats waar volgens het aanvangsrapport of volgens enige inspectie die in verband daarmede is uitgevoerd, kernmateriaal aanwezig is.
(b). Voor de in artikel 70 onder (c) vermelde doeleinden hebben de inspecteurs toegang tot alle plaatsen waarvan de Organisatie overeenkomstig de artikelen 91, onder (d) (iii), of 94, onder (d) (iii), in kennis is gesteld.
(c). Voor de in artikel 71 vermelde doeleinden hebben de inspecteurs alleen toegang tot de in de Aanvullende Regelingen nader aangegeven strategische punten en tot de krachtens de artikelen 50 tot en met 57 bijgehouden boeken.
(d). Mochten de Nederlandse Antillen concluderen dat ingevolge bijzondere omstandigheden de toegang door de Organisatie verder moet worden beperkt, dan treffen de Nederlandse Antillen en de Organisatie onverwijld regelingen ten einde de Organisatie in staat te stellen zich van haar verantwoordelijkheden voor de toepassing van waarborgen in het licht van deze beperkingen te kwijten. De Directeur-Generaal rapporteert al deze regelingen aan de Raad.
Artikel 76
In omstandigheden die kunnen leiden tot bijzondere inspecties voor de in artikel 72 omschreven doeleinden, plegen de Nederlandse Antillen en de Organisatie onmiddellijk overleg. Als resultaat van dit overleg kan de Organisatie:
- (a). naast de routine-inspecties bedoeld in de artikelen 77 tot en met 81 andere inspecties uitvoeren;
- (b). met instemming van de Nederlandse Antillen toegang krijgen tot andere gegevens of plaatsen dan die vermeld in artikel 75. Elk geschil hierover wordt geregeld overeenkomstig de artikelen 21 en 22; indien handelend optreden door de Nederlandse Antillen absoluut noodzakelijk en dringend is, is artikel 18 van toepassing.
Artikel 77
De Organisatie beperkt het aantal, de intensiteit en de duur van routine-inspecties, onder inachtneming van een zo goed mogelijk tijdschema, tot het minimum dat verenigbaar is met een doeltreffende toepassing van de in deze Overeenkomst bedoelde procedures betreffende waarborgen, en maakt een optimaal en zo economisch mogelijk gebruik van de haar ter beschikking staande inspectiemogelijkheden.
Artikel 78
De Organisatie kan een routine-inspectie per jaar uitvoeren bij installaties en materiaalbalansgebieden buiten installaties, waarvan de inhoud of de jaarlijkse verwerkte hoeveelheid aan kernmateriaal, welke maar de grootste is, vijf kilogram effectief niet te boven gaat.
Artikel 79
Aantal, intensiteit, duur, tijdschema en wijze van routine-inspecties bij installaties met een inhoud of een jaarlijks verwerkte hoeveelheid aan kernmateriaal die vijf kilogram effectief te boven gaat, worden bepaald ervan uitgaande dat in het maximale of uiterste geval de inspectie niet intensiever is dan noodzakelijk en voldoende om de continuïteit van de kennis inzake de stroom en inventaris van kernmateriaal te handhaven, en waarbij het maximum aan routine-inspecties bij dergelijke installaties als volgt wordt bepaald:
- (a). voor reactoren en verzegelde opslaginstallaties wordt het maximum aantal routine-inspecties per jaar bepaald door voor elke zodanige installatie één zesde manjaar inspectie toe te staan;
- (b). voor andere installaties dan reactoren of verzegelde opslaginstallaties met plutonium of tot meer dan 5% verrijkt uranium wordt het maximum aantal routine-inspecties per jaar voor elke installatie bepaald door 30 x √E mandagen inspectie per jaar toe te staan, waarbij E de inventaris of de jaarlijks verwerkte hoeveelheid aan kernmateriaal, afhankelijk van welke de grootste is, uitgedrukt in kilogrammen effectief, is. Het voor elke zodanige installatie vastgestelde maximum bedraagt echter niet minder dan 1,5 manjaar inspectie;
- (c). voor installaties die niet onder (a) of (b) vallen, wordt het maximum aantal routine-inspecties per jaar voor elke zodanige installatie bepaald door een derde manjaar inspectie, vermeerderd met 0,4 x E mandagen inspectie per jaar, waarbij E de inventaris of de jaarlijks verwerkte hoeveelheid aan kernmateriaal, afhankelijk van welke de grootste is, uitgedrukt in kilogrammen effectief, is.
De Nederlandse Antillen en de Organisatie kunnen overeenkomen, de getallen voor het maximum aan inspecties als vastgelegd in dit artikel, te wijzigen indien de Raad heeft vastgesteld dat een dergelijke wijziging redelijk is.
Artikel 80
Met inachtneming van de artikelen 77 tot en met 79, houden de criteria die gehanteerd moeten worden bij de bepaling van het daadwerkelijk aantal, de intensiteit, de duur, het tijdschema en de wijze van routine-inspecties van elke installatie, het volgende in:
- (a). de vorm van het kernmateriaal, in het bijzonder of het los kernmateriaal hetreft dan wel of het is vervat in een aantal afzonderlijke eenheden; de chemische samenstelling van het materiaal en, bij uranium, of het licht of hoog is verrijkt en de mate waarin het toegankelijk is;
- (b). de doeltreffendheid van het systeem van de Nederlandse Antillen voor boekhouding en controle, daaronder begrepen de mate waarin de exploitanten van installaties functioneel onafhankelijk zijn van het systeem van de Nederlandse Antillen voor boekhouding en controle; de mate waarin de in artikel 31 vermelde maatregelen door de Nederlandse Antillen ten uitvoer zijn gelegd; het tempo waarin de rapporten aan de Organisatie worden toegezonden; de mate waarin deze met de zelfstandig door de Organisatie uitgevoerde verificatie overeenkomen en de hoeveelheid en de nauwkeurigheid van het niet-verantwoorde materiaal zoals dit door de Organisatie werd geverifieerd;
- (c). de karakteristieken van de splijtstofcyclus in de Nederlandse Antillen, in het bijzonder het aantal en type installaties met kernmateriaal dat aan waarborgen is onderworpen; die karakteristieken van dergelijke installaties die van belang zijn voor de toepassing van waarborgen, en met name de mate van insluiting; de mate waarin de constructie van dergelijke installaties de verificatie van de stroom en inventaris van het kernmateriaal vereenvoudigt en de mate waarin gegevens van verschillende materiaalbalansgebieden met elkaar kunnen worden gecorreleerd;
- (d). internationale verwevenheid, in het bijzonder de mate waarin kernmateriaal wordt ontvangen uit of verzonden naar andere landen (met inbegrip van andere delen van het Koninkrijk der Nederlanden) voor gebruik of verwerking; alle verificatieactiviteiten in dit verband door de Organisatie en de mate waarin nucleaire activiteiten in de Nederlandse Antillen onderling verband houden met die in andere landen (met inbegrip van andere delen van het Koninkrijk der Nederlanden); en
- (e). technische ontwikkeling op het gebied van waarborgen, met inbegrip van de toepassing van statistische technieken en willekeurige steekproeven met het oog op de beoordeling van de stroom van kernmateriaal.
Artikel 81
De Nederlandse Antillen en de Organisatie plegen overleg indien de Nederlandse Antillen van mening zijn dat de inspecties zich overmatig richten op bepaalde installaties.
Artikel 82
De Organisatie doet de Nederlandse Antillen tevoren als volgt mededeling van de komst van inspecteurs van de Organisatie in installaties of materiaalbalansgebieden buiten installaties:
- (a). voor inspecties ad hoc krachtens artikel 70 onder (b) ten minste 24 uur van tevoren; voor inspecties krachtens artikel 70 onder (a) alsmede de werkzaamheden bedoeld in artikel 47, ten minste een week van tevoren;
- (b). voor bijzondere inspecties krachtens artikel 72 zo spoedig mogelijk nadat de Nederlandse Antillen en de Organisatie overeenkomstig artikel 76 overleg hebben gepleegd, waarbij ervan wordt uitgegaan dat de kennisgeving van aankomst in de regel een onderdeel van dit overleg vormt; en
- (c). voor routine-inspecties krachtens artikel 71 ten minste 24 uur van tevoren bij installaties bedoeld in artikel 79 onder (b) en bij verzegelde opslaginstallaties die plutonium of tot meer dan 5% verrijkt uranium bevatten, en een week van tevoren in alle andere gevallen.
In de aankondiging van inspecties worden de namen van de inspecties van de Organisatie, de te bezoeken installaties en materiaalbalansgebieden buiten installaties, alsmede de periode tijdens welke deze zullen worden bezocht, aangegeven. Indien de inspecteurs van buiten de Nederlandse Antillen moeten komen, kondigt de Organisatie van tevoren eveneens plaats en tijd aan waarop zij in de Nederlandse Antillen aankomen.
Artikel 83
Ongeacht het bepaalde in artikel 82, kan de Organisatie als een aanvullende maatregel, zonder voorafgaande mededeling, een deel van de routine-inspecties krachtens artikel 79 volgens het beginsel van de willekeurige steekproeven uitvoeren. Bij de uitvoering van aangekondigde inspecties houdt de Organisatie volledig rekening met alle bedrijfsprogramma's die ingevolge artikel 63 onder (b) door de Nederlandse Antillen zijn verstrekt. Voorts houdt de Organisatie, steeds wanneer mogelijk en op basis van het bedrijfsprogramma, de Nederlandse Antillen op gezette tijden van haar algemeen programma voor aangekondigde en onaangekondigde inspecties op de hoogte, waarbij de globale termijnen waarin inspecties zijn voorgenomen, worden aangegeven. Bij de uitvoering van elke onaangekondigde inspectie doet de Organisatie al het mogelijke om alle praktische moeilijkheden voor de Nederlandse Antillen alsmede voor de exploitanten van de installaties tot een minimum te beperken, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de desbetreffende bepalingen van de artikelen 43 en 88. De Nederlandse Antillen doen evenzo al het mogelijke om de taak van de inspecteurs te vergemakkelijken.
Artikel 84
Bij de aanwijzing van inspecteurs van de Organisatie worden de volgende procedures toegepast:
- (a). de Directeur-Generaal deelt de Nederlandse Antillen schriftelijk mede de naam, hoedanigheid, nationaliteit, rang en verdere bijzonderheden die van belang kunnen zijn, van elke ambtenaar van de Organisatie die hij voorstelt voor de aanwijzing tot inspecteur van de Organisatie voor de Nederlandse Antillen;
- (b). de Nederlandse Antillen delen de Directeur-Generaal binnen dertig dagen na ontvangst van een dergelijk voorstel mede of zij dit voorstel aanvaarden;
- (c). de Directeur-Generaal kan elke ambtenaar die door de Nederlandse Antillen is aanvaard, als inspecteur voor de Nederlandse Antillen aanwijzen en stelt de Nederlandse Antillen van deze aanwijzing in kennis;
- (d). op een deshetreffend verzoek van de Nederlandse Antillen dan wel op zijn eigen initiatief doet de Directeur-Generaal de Nederlandse Antillen onmiddellijk mededeling van iedere intrekking van de aanwijzing van een ambtenaar als inspecteur voor de Nederlandse Antillen.
Voor inspecteurs van de Organisatie die benodigd zijn voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 47, en voor inspecties ad hoc krachtens artikel 70 onder (a) en (b) wordt de aanwijzingsprocedure echter zo mogelijk binnen dertig dagen na inwerkingtreding van deze Overeenkomst voltooid. Indien een dergelijke aanwijzing binnen deze termijn onmogelijk blijkt, worden de inspecteurs die met deze werkzaamheden worden belast, op tijdelijke basis aangewezen.
Artikel 85
De Nederlandse Antillen verlenen of verlengen zo snel mogelijk de vereiste visa voor elke inspecteur aangewezen voor de Nederlandse Antillen.
Artikel 86
De inspecteurs voeren bij de uitoefening van hun taken krachtens de artikelen 47 en 70 tot en met 74 hun werkzaamheden op zodanige wijze uit, dat belemmering of vertraging van de bouw, inbedrijfstelling of exploitatie van installaties of een aantasting van de veiligheid daarvan wordt vermeden. In het bijzonder bedienen de inspecteurs zelf geen enkele installatie noch geven zij het personeel van een installatie opdrachten daartoe. Indien inspecteurs van de Organisatie van mening zijn, dat op grond van de artikelen 73 en 74 bepaalde handelingen in een installatie door de exploitant moeten worden uitgevoerd, dienen zij een daartoe strekkend verzoek in.
Artikel 87
Indien de inspecteurs vragen om diensten die in de Nederlandse Antillen kunnen worden verleend, met inbegrip van het gebruik van uitrusting, in verband met de uitvoering van inspecties, vergemakkelijken de Nederlandse Antillen het verlenen van dergelijke diensten en het gebruik van dergelijke uitrusting door de inspecteurs.
Artikel 88
De Nederlandse Antillen hebben het recht de inspecteurs te laten vergezellen door vertegenwoordigers van de Nederlandse Antillen, mits de inspecteurs hierbij niet worden opgehouden of anderszins belemmerd in de uitvoering van hun taken.
Artikel 89
De Organisatie stelt het Koninkrijk der Nederlanden en de Nederlandse Antillen in kennis van:
- (a). de resultaten van haar inspecties, zulks binnen nader in de Aanvullende Regelingen aan te geven perioden; en
- (b). de conclusies die zij uit haar verificatiewerkzaamheden in de Nederlandse Antillen heeft getrokken, met name door middel van verklaringen ten aanzien van elk materiaalbalansgebied, die worden opgesteld zo spoedig mogelijk nadat een feitelijke inventaris door de Organisatie is opgemaakt en geverifieerd en een materiaalbalans is opgemaakt.
Artikel 90
Kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is of dient te zijn onderworpen en dat internationaal wordt ingevoerd of uitgevoerd, wordt in het kader van deze Overeenkomst onder de verantwoordelijkheden van de Nederlandse Antillen geacht te vallen, in geval van:
- (a). invoer in de Nederlandse Antillen vanaf het tijdstip dat deze verantwoordelijkheid niet meer berust bij de Staat waaruit het materiaal wordt uitgevoerd en niet later dan het tijdstip waarop het kernmateriaal zijn bestemming heeft bereikt; en
- (b). uitvoer uit de Nederlandse Antillen tot het tijdstip waarop de Staat waarin het materiaal wordt ingevoerd de verantwoordelijkheid overneemt en niet later dan het tijdstip waarop het kernmateriaal zijn bestemming heeft bereikt.
Het punt waarop de verantwoordelijkheid overgaat, wordt vastgelegd in overeenstemming met passende regelingen te treffen tussen de betrokken Staten. Noch de Nederlandse Antillen, noch een ander land wordt geacht zodanige verantwoordelijkheid voor kernmateriaal te hebben uitsluitend op grond van het feit dat het kernmateriaal zich in doorvoer op of boven hun grondgebied bevindt, of dat het wordt vervoerd op een schip dat onder hun vlag vaart, dan wel in hun luchtvaartuig.
Artikel 91
(a). De Nederlandse Antillen lichten de Organisatie van tevoren in over enige voorgenomen uitvoer uit de Nederlandse Antillen van kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is onderworpen, indien de zending één kilogram effectief te boven gaat, dan wel indien, binnen een periode van drie maanden, verscheidene afzonderlijke zendingen naar dezelfde Staat worden verstuurd, elk van minder dan één kilogram effectief, doch die in totaal één kilogram effectief te boven gaan.
(b). Een dergelijke mededeling wordt aan de Organisatie gedaan na het sluiten van de contracten die leiden tot uitvoer en gewoonlijk uiterlijk twee weken voordat het kernmateriaal voor de verzending zal worden gereedgemaakt.
(c). De Nederlandse Antillen en de Organisatie kunnen andere procedures voor voorafgaande mededeling overeenkomen.
(d). In de mededeling wordt het volgende vermeld:
- (i). de aard en, zo mogelijk, de te verwachten hoeveelheid en de samenstelling van het uit te voeren kemmateriaal, alsmede het materiaalbalansgebied waaruit het afkomstig is;
- (ii). de Staat waarvoor het kernmateriaal is bestemd;
- (iii). de data waarop en de plaatsen waar het kernmateriaal voor verzending zal worden gereedgemaakt;
- (iv). de vermoedelijke data van verzending en aankomst van het kernmateriaal;
- (v). op welk punt tijdens het transport de ontvangende Staat in het kader van deze Overeenkomst de verantwoordelijkheid overneemt voor het kernmateriaal en de vermoedelijke datum waarop dit punt zal worden bereikt.
Artikel 92
De in artikel 91 bedoelde mededeling is zodanig dat de Organisatie zo nodig een inspectie ad hoc kan uitvoeren ten einde de hoeveelheid en samenstelling van het kernmateriaal te identificeren en zo mogelijk te verifiëren, alvorens het uit de Nederlanse Antillen wordt uitgevoerd, en ten einde het kernmateriaal dat gereed is voor verzending, te verzegelen, indien de Organisatie zulks wenst of de Nederlandse Antillen zulks verzoeken. De uitvoer van het kernmateriaal mag echter in geen opzicht worden vertraagd door enige handeling die de Organisatie ingevolge een dergelijke mededeling verricht of overweegt.
Artikel 93
Indien kernmateriaal in de ontvangende Staat niet aan waarborgen van de Organisatie zal zijn onderworpen, dragen de Nederlandse Antillen er zorg voor dat de Organisatie binnen drie maanden na het tijdstip waarop de ontvangende Staat de verantwoordelijkheid voor het kernmateriaal uit de Nederlandse Antillen aanvaardt, van de ontvangende Staat een bevestiging van de verzending ontvangt.
Artikel 94
(a). De Nederlandse Antillen lichten de Organisatie in over enige te verwachten invoer van kernmateriaal in de Nederlandse Antillen, dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst dient te worden onderworpen, indien de zending één kilogram effectief te boven gaat, dan wel indien, binnen een periode van drie maanden, verscheidene afzonderlijke zendingen uit dezelfde Staat worden ingevoerd, elk van minder dan één kilogram effectief, doch die in totaal één kilogram effectief te boven gaan.
(b). De Organisatie wordt zo tijdig mogelijk, en in ieder geval niet later dan op het tijdstip waarop de Nederlandse Antillen de verantwoordelijkheid voor het kernmateriaal overnemen, op de hoogte gesteld van de te verwachten aankomst van het kernmateriaal.
(c). De Nederlandse Antillen en de Organisatie kunnen andere procedures voor voorafgaande mededeling overeenkomen.
(d). In de mededeling wordt het volgende vermeld:
- (i). de aard en, zo mogelijk, de verwachte hoeveelheid en de samenstelling van het kernmateriaal;
- (ii). op welk punt tijdens het transport de Nederlandse Antillen in het kader van deze Overeenkomst de verantwoordelijkheid zullen overnemen voor het kernmateriaal en de vermoedelijke datum waarop dit punt zal worden bereikt;
- (iii). de te verwachten datum van aankomst, de plaats waar en de datum waarop het in de bedoeling ligt het kernmateriaal uit te pakken.
Artikel 95
De mededeling bedoeld in artikel 94 is zodanig, dat de Organisatie zo nodig een inspectie ad hoc kan uitvoeren ten einde de hoeveelheid en samenstelling van het kernmateriaal te identificeren en zo mogelijk te verifiëren op het moment waarop de zending wordt uitgepakt. Het uitpakken mag echter niet worden vertraagd door enige handeling die de Organisatie ingevolge een dergelijke mededeling onderneemt of overweegt.
Artikel 96
De Nederlandse Antillen stellen een bijzonder rapport als bedoeld in artikel 67 op, indien de Nederlandse Antillen op grond van enig ongebruikelijk voorval of omstandigheid, met inbegrip van het optreden van een aanzienlijke vertraging, in de mening komen te verkeren dat er tijdens een internationale verzending verlies aan kernmateriaal is of kan zijn geweest.
Artikel 97
De bepalingen van de artikelen 90 tot en met 96 zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op verzendingen tussen de Nederlandse Antillen en andere delen van het Koninkrijk der Nederlanden.
Artikel 98
In deze Overeenkomst hebben de volgende termen de hierbij daaraan toegekende betekenis:
- A. Aanpassing betekent een in boekhoudkundige bescheiden of in een rapport vermelde post die een verschil tussen verzender en ontvanger, of niet-verantwoord materiaal aangeeft.
- B. Jaarlijks verwerkte hoeveelheid betekent, in het kader van de artikelen 78 en 79, de hoeveelheid kernmateriaal die jaarlijks een installatie die op nominaal vermogen werkt, verlaat.
- C. Partij betekent een hoeveelheid kernmateriaal welke voor boekhoudkundige doeleinden bij een hoofdmeetpunt als eenheid wordt behandeld en waarvan samenstelling en hoeveelheid in één stel specificaties, of metingen worden vastgelegd. Het kernmateriaal kan een losse vorm hebben of vervat zijn in een aantal afzonderlijke eenheden.
- D. Gegevens betreffende een partij betekent het totale gewicht van ieder element van kernmateriaal en, bij plutonium en uranium, in voorkomend geval, de samenstelling van de isotopen. De boekhoudkundige eenheden zijn: Voor rapportagedoeleinden worden de gewichten van de afzonderlijke componenten van de partij opgeteld, alvorens tot de naastbij gelegen eenheid af te ronden.
- (a). grammen aanwezig plutonium;
- (b). grammen in totaal aanwezig uranium en grammen aanwezig uranium 235 vermeerderd met uranium 233 voor in deze isotopen verrijkt uranium;
- (c). kilogrammen aanwezig thorium, natuurlijk uranium of verarmd uranium.
- E. Boekhoudkundige inventaris van een materiaalbalansgebied betekent de algebraïsche som van de meest recente feitelijke inventaris van het betrokken materiaalbalansgebied en van alle inventariswijzigingen die zich hebben voorgedaan sinds deze feitelijke inventaris werd opgemaakt,
- F. Correctie betekent een in boekhoudkundige bescheiden of in een rapport vermelde post ter rectificatie van een vastgestelde fout of ter vermelding van een verbeterde meting van een eerder in de bescheiden of het rapport opgenomen hoeveelheid. ledere correctie moet de post waarop zij betrekking heeft, aangeven.
- G. Kilogram effectief betekent een speciale eenheid die wordt gebruikt bij de toepassing van waarborgen op kernmateriaal. De hoeveelheid uitgedrukt in kilogrammen effectief wordt verkregen door:
- (a). bij plutonium het gewicht in kilogrammen te nemen;
- (b). bij uranium met een verrijkingsgraad van 0,01 (1%) en meer, het gewicht in kilogrammen te nemen, vermenigvuldigd met het kwadraat van de verrijkingsgraad;
- (c). bij uranium met een verrijkingsgraad van minder dan 0,01 (1%) en meer dan 0,005 (0,5%), het gewicht in kilogrammen te nemen, vermenigvuldigd met 0,0001;
- (d). bij verarmd uranium met een verrijkingsgraad van 0,005 (0,5%) of minder en bij thorium, het gewicht in kilogrammen te nemen, vermenigvuldigd met 0,00005.
- H. Verrijkingsgraad betekent de verhouding tussen het totale gewicht aan de isotopen uranium-233 plus uranium-235 en het totale gewicht van het betrokken uranium.
- I. Installatie betekent:
- (a). een reactor, een kritische installatie, een omzettingsinstallatie, een splijtstoffabriek, een opwerkingsfabriek, een isotopenscheidingsfabriek of een afzonderlijke opslaginstallatie, of
- (b). elke plaats waar gewoonlijk kernmateriaal in hoeveelheden van meer dan één kilogram effectief wordt gebruikt.
- J. Inventariswijziging betekent een toe- of afname, uitgedrukt in partijen, van de hoeveelheid kernmateriaal in een materiaalbalansgebied; een dergelijke wijziging doet zich voor in een van de volgende gevallen:
- (a). Toename:
- (i). invoer;
- (ii). interne aanvoer: uit andere materiaalbalansgebieden, uit niet aan waarborgen onderworpen (niet vreedzame) activiteiten, vanaf het punt waar de toepassing van waarborgen begint;
- (iii). produktie van kernmateriaal: produktie van bijzondere splijtstoffen in een reactor; en
- (iv). opheffing van vrijstelling: hernieuwde toepassing van waarborgen op kernmateriaal dat daarvan tevoren was vrijgesteld op grond van het gebruik dat van dat materiaal werd gemaakt, dan wel op grond van de hoeveelheid daarvan;
- (b). Afname:
- (i). uitvoer;
- (ii). interne verzending: naar andere materiaalbalansgebieden of naar niet aan waarborgen onderworpen (niet vreedzame) activiteiten;
- (iii). verliezen aan kernmateriaal: verliezen aan kernmateriaal door omzetting daarvan in een ander(e) element(en) of isoto(o)p(en) ten gevolge van kernreacties;
- (iv). gemeten afgeschreven materiaal: kernmateriaal waarvan de hoeveelheid is gemeten of op basis van metingen is geschat, en dat op zodanige wijze is afgevoerd, dat het niet langer bruikbaar is voor nucleair gebruik;
- (v). opgeslagen afval: kernmateriaal, gevormd bij het verwerken of bij een bedrijfsongeval, dat voorlopig niet-terugwinbaar wordt geacht maar wordt opgeslagen;
- (vi). vrijstelling: vrijstelling van de toepassing van waarborgen op kernmateriaal op grond van het gebruik dat van dat materiaal wordt gemaakt, dan wel op grond van de hoeveelheid daarvan; en
- (vii). overige verliezen: bij voorbeeld verlies bij ongevallen (dat wil zeggen een niet-terugwinbaar en onopzettelijk verlies van kernmateriaal tengevolge van een bedrijfsongeval) of diefstal.
- K. Hoofdmeetpunt betekent een plaats waar kernmateriaal in zodanige vorm aanwezig is dat het kan worden gemeten ten einde de materiaalstroom of inventaris te bepalen. Onder de hoofdmeetpunten vallen derhalve, maar niet uitsluitend, het punt van ingang en van uitgang (met inbegrip van het gemeten afgeschreven materiaal) en opslagplaatsen in materiaalbalansgebieden.
- L. Manjaar inspectie betekent, in de zin van artikel 79, 300 mandagen inspectie, waarbij een mandag overeenkomt met een dag gedurende welke één inspecteur te allen tijde toegang heeft tot een installatie gedurende in totaal niet meer dan 8 uur.
- M. Materiaalbalansgebied betekent een gebied binnen of buiten een installatie waar:
- (a). de hoeveelheid kernmateriaal bij iedere overbrenging naar of vanuit elk materiaalbalansgebied kan worden vastgesteld; en
- (b). de feitelijke inventaris van kernmateriaal in elk materiaalbalansgebied zo nodig kan worden bepaald overeenkomstig nader omschreven procedures, opdat de materiaalbalans met het oog op de waarborgen van de Organisatie kan worden opgesteld.
- N. Niet-verantwoord materiaal betekent het verschil tussen de boekhoudkundige en de feitelijke inventaris.
- O. Kernmateriaal is elk basismateriaal of bijzondere splijtstof zoals omschreven in artikel XX van het Statuut. De term „basismateriaal” wordt niet uitgelegd als zijnde van toepassing op ertsen of residuen van ertsen. Elk besluit van de Raad krachtens artikel XX van het Statuut, genomen na het van kracht worden van deze Overeenkomst en waardoor materialen worden toegevoegd aan die welke als basismaterialen of bijzondere splijtstoffen worden beschouwd, wordt krachtens deze Overeenkomst slechts van kracht na aanvaarding door het Koninkrijk der Nederlanden.
- P. Feitelijke inventaris betekent de som van de - overeenkomstig nader omschreven procedures - gemeten of afgeleide ramingen van de hoeveelheden kernmateriaal in partijen, voorhanden op een gegeven tijdstip binnen een materiaalbalansgebied.
- Q. Verschil tussen verzender en ontvanger betekent het verschil tussen de hoeveelheid kernmateriaal in een partij als opgegeven door het verzendende materiaalbalansgebied en als gemeten bij het ontvangende materiaalbalansgebied.
- R. Basisgegevens betekent de gegevens welke gedurende de meting of ijking worden opgetekend of worden gebruikt voor de afleiding van empirische relaties, waardoor kernmateriaal wordt geïdentificeerd en de gegevens betreffende de partij worden verschaft. Basisgegevens kunnen bijvoorbeeld omvatten het gewicht van verbindingen, omzettingsfactoren ter bepaling van het gewicht van elementen, soortelijk gewicht, de concentratie van elementen, isotopenverhoudingen, verhouding tussen volume en manometerindicatie en de relatie tussen geproduceerd plutonium en opgewekte energie.
- S. Strategisch punt betekent een bij de bestudering van constructiegegevens gekozen plaats waar, onder normale omstandigheden en in combinatie met de gegevens van alle strategische punten te zamen, de gegevens, nodig en voldoende voor de toepassing van de waarborgen, worden verkregen en geverifieerd; onder een strategisch punt kan elke plaats vallen waar hoofdmetingen voor de boekhouding van de materiaalbalans worden verricht en waar maatregelen in het kader van de insluiting en het toezicht worden uitgevoerd.
Het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (hierna te noemen „de Organisatie”) zijn als volgt overeengekomen:
Het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (hierna te noemen „de Organisatie”),
Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden met de Organisatie een Overeenkomst heeft gesloten inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (hierna te noemen „de Overeenkomst met betrekking tot de Nederlandse Antillen”);
Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden zijn bekrachtiging van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna te noemen „het EURATOM-Verdrag”) heeft beperkt tot het Koninkrijk in Europa;
Overwegende dat, krachtens de bepalingen van het Protocol betreffende de toepassing van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie op de niet-Europese delen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden te allen tijde dit Verdrag van toepassing kan verklaren op de Nederlandse Antillen;
Erkennende dat een overeenkomst is gesloten tussen de Organisatie, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna te noemen „de Gemeenschap”) en de niet-kernwapenstaten die lid zijn van de Gemeenschap, ter uitvoering van artikel III, de leden 1 en 4, van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens;
Zijn als volgt overeengekomen:
DONE in Vienna on the fifth day of April 1973 in duplicate in the English language.
For the Kingdom of the Netherlands:
(sd.) C. W. VAN BOETZELAER
For the International Atomic Energy Agency:
(sd.) CHERNILIN
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)