Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie ter uitvoering van artikel III, eerste en vierde lid, van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens
- ii). inspecteurs van de Organisatie, wanneer zij zulks noodzakelijk en dringend achten, tijdens een inspectie, inspectiewerkzaamheden kunnen uitvoeren op andere wijze dan door observatie van de inspectiewerkzaamheden van de inspecteurs van de Gemeenschap, indien de Organisatie niet op andere wijze de doelstellingen van haar routine-inspecties zou kunnen verwezenlijken en dit niet was te voorzien.
Artikel 15
Het algemene tijdschema en de planning van de door de Gemeenschap uit te voeren inspecties krachtens de Overeenkomst worden door de Gemeenschap in samenwerking met de Organisatie vastgesteld.
Artikel 16
Regelingen met betrekking tot de aanwezigheid van inspecteurs van de Organisatie bij de uitvoering van sommige inspecties van de Gemeenschap worden tevoren door de Organisatie en de Gemeenschap overeengekomen voor elk type installatie en, voor zover noodzakelijk, voor elke installatie.
Artikel 17
Ten einde de Organisatie in staat te stellen om op grond van eisen voor monsterneming voor statistische doeleinden te besluiten of zij bij een bepaalde inspectie van de Gemeenschap aanwezig zal zijn, verstrekt de Gemeenschap de Organisatie tevoren een verklaring betreffende de aantallen, typen en inhoud van de te inspecteren objecten overeenkomstig de gegevens die door de exploitant van de installatie aan de Gemeenschap zijn verstrekt.
Artikel 18
Technische procedures voor elk type installatie in het algemeen en, voor zover noodzakelijk, voor elke installatie afzonderlijk, worden tevoren door de Organisatie en de Gemeenschap overeengekomen, in het bijzonder voor wat betreft:
- a). de bepaling van technieken voor willekeurige keuze van monsters voor statistische doeleinden;
- b). het controleren en identificeren van standaarden.
Artikel 19
De coördinatieregelingen voor elk type installatie, vermeld in de Aanvullende Regelingen dienen als basis voor de coördinatieregelingen die in elk Aanhangsel betreffende een installatie nader worden vastgesteld.
Artikel 20
De afzonderlijke coördinatiemaatregelen voor onderwerpen die in de Aanhangsels betreffende installaties krachtens artikel 19 van dit Protocol zijn vermeld, worden in onderling overleg tussen de voor dat doel door de Gemeenschap en de Organisatie aangewezen ambtenaren vastgesteld.
Artikel 21
De Gemeenschap legt de Organisatie haar werkdocumenten over van die inspecties waarbij inspecteurs van de Organisatie aanwezig waren, alsmede inspectierapporten van alle andere door de Gemeenschap in het kader van de Overeenkomst uitgevoerde inspecties.
Artikel 22
De voor de Organisatie bestemde monsters van kernmateriaal worden genomen uit dezelfde willekeurig gekozen partijen of objecten als die voor de Gemeenschap en worden gelijktijdig met die voor de Gemeenschap genomen, tenzij het in stand houden van of verlagen tot de laagste in de praktijk mogelijke inspectie-inspanning van de Organisatie het nodig maakt dat de Organisatie zelfstandig monsters neemt zoals van tevoren overeengekomen en nader uitgewerkt in de Aanvullende Regelingen.
Artikel 23
De frequenties waarmede exploitanten van installaties de feitelijke inventarissen dienen op te maken die voor de toepassing van waarborgen dienen te worden geverifieerd, zullen in overeenstemming zijn met die welke als richtlijnen in de Aanvullende Regelingen zijn neergelegd. Indien aanvullende activiteiten krachtens de Overeenkomst met betrekking tot feitelijke inventarissen van wezenlijk belang worden geacht, zullen deze in het krachtens artikel 25 van dit Protocol ingestelde Liaisoncomité worden besproken en overeengekomen alvorens zij ten uitvoer worden gelegd.
Artikel 24
Steeds wanneer de Organisatie de doeleinden van haar inspecties ad hoc, zoals neergelegd in de Overeenkomst, kan verwezenlijken door observatie van de inspectiewerkzaamheden van inspecteurs van de Gemeenschap, doet zij zulks.
Artikel 25
a). Ter vereenvoudiging van de toepassing van de Overeenkomst en van dit Protocol wordt een Liaisoncomité opgericht, dat is samengesteld uit Vertegenwoordigers van de Gemeenschap en van de Organisatie.
b). Het Comité komt ten minste éénmaal per jaar bijeen:
- i). in het bijzonder ter bespreking van de uitvoering van de in dit Protocol bedoelde coördinatieregelingen, met inbegrip van onderling vastgestelde ramingen voor de inspectie-inspanning;
- ii). ter bestudering van de ontwikkeling van methoden en technieken voor de toepassing van waarborgen;
- iii). om overleg te plegen over alle vraagstukken die tijdens periodieke vergaderingen, bedoeld onder c), naar dit Comité zijn verwezen.
c). Het Comité komt regelmatig op lager niveau bijeen, ten einde in het bijzonder en voor zover noodzakelijk de uitvoering van de in dit Protocol bedoelde coördinatieregelingen voor afzonderlijke installaties te bespreken, met inbegrip van de aanpassing, in het licht van de ontwikkelingen op technisch en operationeel gebied, van de in onderling overleg geraamde inspectie-inspanning op grond van wijzigingen in de verwerkte hoeveelheid materiaal, inventaris en bedrijfsprogramma's van installaties en de toepassing van inspectieprocedures bij verschillende soorten werkzaamheden met betrekking tot routine-inspecties, alsmede in het algemeen de eisen van monsterneming voor statistische doeleinden. Vraagstukken die niet kunnen worden geregeld, worden verwezen naar de vergaderingen bedoeld onder b).
d). Behoudens de gevallen waarin dringende maatregelen krachtens de Overeenkomst nodig mochten blijken, komt het Comité, indien zich problemen voordoen bij de toepassing van artikel 13 van dit Protocol, in het bijzonder indien de Organisatie van mening mocht zijn dat aan de daarin neergelegde voorwaarden niet is voldaan, zo spoedig mogelijk op het gepaste niveau bijeen ten einde de situatie te beoordelen en de te nemen maatregelen te bespreken. Indien voor een probleem geen oplossing kan worden gevonden, kan het Comité passende voorstellen aan de Partijen doen, in het bijzonder met het oog op wijziging van ramingen van de inspectie-inspanning bij werkzaamheden met betrekking tot routine-inspecties.
e). Het Comité werkt zo nodig voorstellen uit met betrekking tot vraagstukken die de goedkeuring van de Partijen behoeven.
DONE at Brussels in duplicate, on the fifth day of April in the year one thousand nine hundred and seventy-three in the English and French languages, both texts being equally authentic.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)