Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Portugal
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van de Republiek Portugal.
Geleid door de wens de bestaande betrekkingen tussen de beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid aan te passen aan de ontwikkelingen welke sedert de inwerkingtreding van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Portugal inzake sociale zekerheid, getekend te ’s-Gravenhage op 21 oktober 1966, in hun wetgevingen hebben plaatsgevonden;
Besloten hebbende een nieuw verdrag te sluiten ter vervanging van het Verdrag van 12 oktober 1966;
TITEL I. Algemene bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a). „grondgebied”: wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa (hierna te noemen „Nederland”); wat de Republiek Portugal betreft: het grondgebied van Portugal op het Europees vasteland en de eilandengroep Azoren en Madeira (hierna te noemen „Portugal”);
- b). „onderdaan”: wat Nederland betreft: een persoon van Nederlandse nationaliteit; wat Portugal betreft: een persoon van Portugese nationaliteit;
- c). „werknemer”: een loontrekkende of een volgens de wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Partij met hem gelijkgestelde persoon;
- d). „wetgeving”: de wetten, regelingen en statutaire bepalingen en alle andere uitvoeringsmaatregelen, die betrekking hebben op de in artikel 2, eerste lid bedoelde takken en stelsels van sociale zekerheid;
- e). „bevoegde autoriteit”: de minister of ministers of de met hen overeenkomstige autoriteit onder wie de regelingen inzake sociale zekerheid ressorteren;
- f). „bevoegd orgaan”: het orgaan waarbij de werknemer is aangesloten op het tijdstip waarop hij om prestaties verzoekt of dat hem prestaties is verschuldigd of zou zijn, indien hij woonde op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarop dit orgaan is gevestigd;
- g). „bevoegd land”: de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het bevoegde orgaan is gevestigd;
- h). „woonplaats”: de normale verblijfplaats;
- i). „verblijfplaats”: de tijdelijke verblijfplaats;
- j). „orgaan van de woonplaats”: het orgaan dat ter plaatse waar de belanghebbende woont, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij welke door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een zodanig orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;
- k). „orgaan van de verblijfplaats”: het orgaan dat ter plaatse waar de belanghebbende verblijft, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij welke door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een zodanig orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;
- l). „gezinsleden”: de personen die als zodanig worden aangemerkt of erkend in de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij wonen;
- m). „nagelaten betrekkingen”: de personen die als zodanig worden aangemerkt of erkend in de wetgeving krachtens welke de prestaties worden toegekend;
- n). „tijdvakken van verzekering”: de tijdvakken van premiebetaling, van dienstbetrekking of van wonen die als tijdvakken van verzekering worden omschreven of aangemerkt ingevolge de wetgeving der zij zijn vervuld of geacht worden te zijn vervuld, alsmede alle met deze tijdvakken gelijkgestelde tijdvakken, voor zover zij als zodanig door deze wetgeving zijn erkend;
- o). „prestaties”, „uitkeringen”, „verstrekkingen”, „pensioenen” of „renten”: alle prestaties, uitkeringen, verstrekkingen, pensioenen of renten, met inbegrip van alle bedragen ten laste van de openbare middelen, verhogingen in verband met aanpassing aan het loon- of prijsniveau of aanvullende uitkeringen, alsmede uitkeringen ineens in plaats van een pensioen.
Artikel 2
Dit Verdrag is van toepassing:
- A. In Nederland op de wetgeving betreffende:
- a). de ziekteverzekering (uitkeringen en verstrekkingen bij ziekte en moederschap);
- b). de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
- c). de ouderdomsverzekering;
- d). de weduwen- en wezenverzekering;
- e). de werkloosheidsverzekering;
- f). de kinderbijslagen.
- B. In Portugal op de wetgevingen betreffende:
- a). de algemene regeling van sociale voorzorg inzake ziekte, moederschap, invaliditeit, ouderdom, overlijden, kinderbijslagen en hun aanvullende uitkeringen;
- b). de bijzondere voorzorgsregelingen of kinderbijslagen;
- c). de arbeidsongevallen en beroepsziekten;
- d). de werkloosheidsuitkeringen.
Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, waarbij de wetgevingen genoemd in het eerste lid van dit artikel, worden of zullen worden gewijzigd of aangevuld.
Het is evenwel slechts van toepassing:
- a). op wetten of regelingen die betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale verzekering, indien daartoe een nadere overeenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen wordt gesloten;
- b). op wetten of regelingen die de werking van de bestaande regelingen uitbreiden tot nieuwe groepen van rechthebbenden, indien de Regering van de betrokken Verdragsluitende Partij daartegen niet binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van bedoelde teksten bezwaar maakt bij de Regering van de andere Verdragsluitende Partij.
Dit Verdrag is niet van toepassing op de sociale bijstand en evenmin op de bijzondere regelingen voor personen in overheidsdienst of met hen gelijkgestelden.
Artikel 3
Dit Verdrag is van toepassing op de Nederlandse en Portugese werknemers op wie de wetgeving van een der Verdragsluitende Partijen van toepassing is of geweest is, alsmede op hun gezinsleden en hun nagelaten betrekkingen, voor zover zij hun rechten ontlenen aan de verzekering van de werknemer.
Dit Verdrag is niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren, met inbegrip van kanselarijbeambten.
Artikel 4
Behoudens de bepalingen van dit Verdrag hebben de onderdanen van een Verdragsluitende Partij waarop dit Verdrag van toepassing is, de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van de andere Partij onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van deze Partij.
Het in het eerste lid neergelegde beginsel van gelijkheid van behandeling is evenwel niet van toepassing op de bepalingen van de Nederlandse wetgeving betreffende de betaling van verlaagde premies voor de vrijwillige verzekeringen inzake ouderdom en nagelaten betrekkingen.
Artikel 5
Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden de uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom of de uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, de pensioenen bij arbeidsongevallen of beroepsziekten, en de uitkering bij overlijden, verkregen op grond van de wetgeving van een Verdragsluitende Partij, aan de rechthebbenden uitbetaald, zelfs indien zij hun woonplaats op het grondgebied van de andere Partij vestigen.
De sociale verzekeringsuitkeringen van een der Verdragsluitende Partijen worden aan de onderdanen van de andere Partij, die in een derde land wonen, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate verleend als aan de eigen onderdanen die in dat derde land wonen.
Artikel 6
De bepalingen inzake vermindering, schorsing of intrekking ingevolge de wetgeving van een Verdragsluitende Partij in geval van samenloop van een uitkering met andere uitkeringen of met andere inkomsten, of wegens het verrichten van beroepswerkzaamheden, zijn op de rechthebbende van toepassing, zelfs indien het gaat om uitkeringen welke op grond van de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij zijn verkregen of om inkomsten, welke zijn verworven of om werkzaamheden welke zijn verricht op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
TITEL II. Bepalingen ter vaststelling van de toe te passen wetgeving
Artikel 7
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 tot en met 10 is op werknemers die werkzaam zijn op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, uitsluitend de wetgeving van deze Partij van toepassing, zelfs indien zij op het grondgebied van de andere Partij wonen of indien de zetel van de onderneming of het domicilie van de werkgever waarbij zij werkzaam zijn, zich op het grondgebied van de andere Partij bevindt.
Artikel 8
Op het beginsel, neergelegd in, artikel 7 gelden de volgende uitzonderingen:
- a).
- i). op de werknemers die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij tewerkgesteld zijn door een onderneming waaraan zij normaal verbonden zijn en door deze onderneming gedetacheerd worden op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij teneinde aldaar voor haar rekening arbeid te verrichten, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij van toepassing, mits de te verwachten duur van deze arbeid niet meer dan twaalf maanden bedraagt;
- ii). indien de te verrichten arbeid door onvoorziene omstandigheden de oorspronkelijk voorziene tijdsduur overschrijdt en meer dan twaalf maanden duurt, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij gedurende een nieuw tijdvak van ten hoogste twaalf maanden van toepassing, mits de bevoegde autoriteit van de andere Partij daaraan goedkeuring heeft gehecht;
- b). op de werknemers die in dienst zijn van een onderneming, welke voor rekening van anderen of voor eigen rekening personen of goederen vervoert per spoor, over de weg, door de lucht of te water, of de zeevisserij uitoefent en welke haar zetel heeft op het grondied van een der Verdragsluitende Partijen, en die als lid van het ambulant personeel werkzaam zijn, is de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de onderneming haar zetel heeft, van toepassing ongeacht welke de Verdragsluitende Partij is op het grondgebied waarvan zich hun woonplaats bevindt; op de werknemers die tewerkgesteld zijn en bezoldigd worden door een filiaal of een vaste vertegenwoordiging, welke bedoelde onderneming heeft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij dan die op het grondgebied waarvan zij haar zetel heeft, is echter de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan dit filiaal of deze vaste vertegenwoordiging zich bevindt, van toepassing;
- c. op de werknemers behorend tot een officiële administratieve dienst van een der Verdragsluitende Partijen, die op het grondgebied van de andere Partij worden gedetacheerd, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij van toepassing.
Artikel 9
Onverminderd het bepaalde in artikel 3, tweede lid is artikel 7 van toepassing op werknemers die bij diplomatieke zendingen of consulaire posten der Verdragsluitende Partijen werkzaam zijn en op diegenen die in persoonlijke dienst van ambtenaren van deze zendingen of posten zijn.
De in het eerste lid bedoelde werknemers die onderdaan zijn van de Verdragsluitende Partij welke door de desbetreffende diplomatieke zending of consulaire post wordt vertegenwoordigd, mogen evenwel kiezen voor toepassing van de wetgeving van deze Partij. Dit keuzerecht mag slechts eenmaal worden uitgeoefend en wel binnen drie maanden na het tijdstip waarop de werknemer door de diplomatieke zending of consulaire post, onderscheidenlijk in persoonlijke dienst van ambtenaren van deze zending of post wordt tewerkgesteld.
Artikel 10
De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen in onderlinge overeenstemming, ten behoeve van de belanghebbende werknemers, uitzonderingen op de artikelen 7 tot en met 9 vaststellen.
TITEL III. Bijzondere bepalingen inzake de verschillende soorten prestaties
HOOFDSTUK 1. Ziekte en moederschap
Artikel 11
Wanneer een werknemer achtereenvolgens of afwisselend aan de wetgevingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden, met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties, de tijdvakken van verzekering welke krachtens de wetgevingen van elk der Verdragsluitende Partijen zijn vervuld, samengeteld, voorzover deze tijdvakken elkaar niet overlappen.
Artikel 12
De werknemer die op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan het bevoegde land woont en aan de in de wetgeving van het bevoegde land gestelde voorwaarden voor het recht op prestaties voldoet, heeft, eventueel met inachtneming van artikel 11, in het land waar hij woont, recht op:
- a). verstrekkingen, welke voor rekening van het bevoegde orgaan door het orgaan van de woonplaats worden verleend, volgens de door laatstbedoeld orgaan toegepaste wetgeving, alsof hij bij dit orgaan was aangesloten;
- b). uitkeringen welke door het bevoegde orgaan worden verleend volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving. Deze uitkeringen kunnen door bemiddeling van het orgaan van de woonplaats voor rekening van het bevoegde orgaan worden verleend volgens de in een administratief akkoord vast te stellen regelen.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden die op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij dan het bevoegde land wonen.
Wanneer de gezinsleden echter in het land van hun woonplaats beroepsarbeid verrichten of sociale verzekeringsuitkeringen genieten op grond waarvan zij aanspraak op verstrekkingen kunnen maken, zijn de bepalingen van dit artikel niet op hen van toepassing.
Artikel 13
Indien een werknemer die krachtens de wetgeving van één der Verdragsluitende Partijen verzekerd is geweest zich naar het grondgebied van de andere Partij heeft begeven en niet voldoet aan de voorwaarden voor het recht op prestaties ingevolge de wetgeving van laatstbedoelde Partij, en indien deze werknemer nog recht heeft op prestaties ingevolge de wetgeving van eerstbedoelde Partij zo hij zich op het grondgebied van deze Partij bevond, behoudt hij dit recht, mits de verzekerde gebeurtenis zich voordoet binnen een tijdvak van dertig dagen te rekenen van de laatste dag dat de verplichte verzekering van eerstbedoelde Partij op hem van toepassing was. In dit geval is artikel 12, eerste lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 14
De in artikel 12 bedoelde werknemer en zijn gezinsleden, die in het bevoegde land verblijven of hun woonplaats naar het bevoegde land overbrengen, hebben recht op prestaties ingevolge de wetgeving van dat land, zelfs indien zij voor hetzelfde geval van ziekte of moederschap reeds vóór hun verblijf, respectievelijk vóór de overbrenging van hun woonplaats prestaties hebben genoten; indien de door het bevoegde orgaan toegepaste wetgeving voorziet in een maximumduur voor het verlenen van verstrekkingen, wordt met het tijdvak waarover onmiddellijk vóór de overbrenging van de woonplaats verstrekkingen zijn verleend, rekening gehouden.
Artikel 15
Een werknemer die aan de door de wetgeving van één der Verdragsluitende Partijen gestelde voorwaarden voor het recht op prestaties voldoet, heeft recht op prestaties gedurende een verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, wanneer zijn gezondheidstoestand onmiddellijke geneeskundige hulp, met inbegrip van opname in een ziekenhuis, noodzakelijk maakt.
Een werknemer, die recht op prestaties heeft verkregen voor rekening van een orgaan van één der Verdragsluitende Partijen en die op het grondgebied van deze Partij woont, behoudt dat recht, wanneer hij zijn woonplaats naar het grondgebied van de Partij waarvan hij onderdaan is, overbrengt. Vóór de overbrenging moet de werknemer echter de toestemming van het bevoegde orgaan verkregen hebben. De toestemming kan slechts worden geweigerd indien verplaatsing van de belanghebbende nadelig is voor zijn gezondheidstoestand of voor het ondergaan van een geneeskundige behandeling.
Wanneer een werknemer, overeenkomstig het bepaalde in de voorgaande leden, recht heeft op prestaties, worden de verstrekkingen voor rekening van het bevoegde orgaan verleend door het orgaan van de woon- of verblijfplaats volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving, in het bijzonder wat betreft de omvang en de wijze van verlening van de verstrekkingen; de periode gedurende welke deze verstrekkingen worden verleend is echter gelijk aan die voorzien in de wetgeving van het bevoegde land.
In de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen worden prothesen, kunstmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen, behalve in onmiskenbare spoedgevallen, slechts verschaft als het bevoegde orgaan daartoe machtiging verleent.
In de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen worden de uitkeringen verleend door het bevoegde orgaan volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving. Deze uitkeringen kunnen door bemiddeling van het orgaan van de woon- of verblijfplaats voor rekening van het bevoegde orgaan worden verleend volgens de in een administratief akkoord vast te stellen regelen.
Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van de werknemer.
Artikel 16
Wanneer de pensioengerechtigde, aan wie pensioenen zijn verschuldigd krachtens de wetgevingen van beide Verdragsluitende Partijen, recht heeft op verstrekkingen ingevolge de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont, worden aan deze pensioengerechtigde en zijn gezinsleden door het orgaan van de woonplaats en voor rekening van dit orgaan verstrekkingen verleend alsof hij uitsluitend in het genot was van een pensioen, verschuldigd krachtens de wetgeving van deze laatste Partij.
Wanneer de pensioengerechtigde, aan wie een pensioen is verschuldigd krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij, op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont, worden de verstrekkingen waarop hij krachtens de wetgeving van eerstbedoelde Partij recht heeft of zou hebben indien hij op het grondgebied van deze Partij woonde, aan hemzelf en aan zijn gezinsleden verleend door het orgaan van de woonplaats volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving.
De pensioengerechtigde, aan wie een pensioen is verschuldigd krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij en die recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van deze Partij, heeft, evenals zijn gezinsleden, recht op deze verstrekkingen gedurende een verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij dan dat waarop zij wonen, wanneer hun gezondheidstoestand het nodig maakt dat onmiddellijk verstrekkingen worden verleend. Deze verstrekkingen worden verleend door het orgaan van de verblijfplaats, volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving, doch komen naar gelang van het geval voor rekening van het bevoegde orgaan of van het orgaan van de woonplaats van de pensioengerechtigde; de periode gedurende welke deze verstrekkingen worden verleend is gelijk aan die voorzien in de wetgeving van het bevoegde land. Artikel 15, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Partij bepaalt dat voor rekening van een pensioengerechtigde premies worden ingehouden ter dekking van de kosten van verstrekkingen, is het orgaan dat het pensioen is verschuldigd, gemachtigd tot die inhoudingen over te gaan wanneer de verstrekkingen krachtens dit artikel voor rekening van een orgaan van bedoelde Partij komen.
Artikel 17
De krachtens artikel 12, 13 en 14, artikel 15, eerste, tweede en zesde lid en artikel 16, tweede en derde lid verleende verstrekkingen worden naar gelang van het geval door de bevoegde organen of door de organen van de woonplaats vergoed aan de organen die deze hebben verleend.
De vergoeding wordt vastgesteld en vindt plaats volgens de in een administratief akkoord vast te stellen regelen, hetzij door het aantonen van de werkelijke kosten, hetzij op grond van vaste bedragen.
HOOFDSTUK 2. Invaliditeit
Artikel 18
Wanneer een verzekerde achtereenvolgens of afwisselend aan de wetgevingen van de beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden, met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties, de tijdvakken van verzekering, welke als werknemer zijn vervuld krachtens de wetgeving van elk der Verdragsluitende Partijen, samengeteld, voorzover deze tijdvakken elkaar niet overlappen.
Artikel 19
De uitkeringen worden vastgesteld overeenkomstig de wetgeving die op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid met daaropvolgende invaliditeit is ingetreden, op de belanghebbende van toepassing was en komen voor rekening van het volgens deze wetgeving bevoegde orgaan.
Wanneer op de werknemer op het tijdstip waarop de arbeidsgeschiktheid met daaropvolgende invaliditeit is ingetreden, de Portugese wetgeving van toepassing was, wordt voor de vaststelling van het bedrag van de uitkering, waarop hij ingevolge de Portugese wetgeving recht heeft, eveneens met de tijdvakken van verzekering, welke zijn vervuld krachtens de Nederlandse wetgeving rekening gehouden.
Artikel 20
Indien, rekening houdend met de in artikel 18 bedoelde samentelling van tijdvakken van verzekering, de belanghebbende niet voldoet aan de voorwaarden voor het recht op uitkering ingevolge de wetgeving die ten tijde van het intreden van de arbeidsongeschiktheid met daaropvolgende invaliditeit op hem van toepassing was, terwijl hij nog op uitkeringen krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij onmiddellijk daaraan voorafgaande was verzekerd, recht heeft, geniet hij deze uitkeringen in het land waarheen hij zich heeft begeven. Deze uitkeringen komen voor rekening van het orgaan van bovenbedoelde Partij, overeenkomstig de wetgeving van deze Partij.
Artikel 21
Indien de betaling van de uitkeringen na schorsing moet worden hervat, geschiedt deze door het orgaan dat de uitkeringen verschuldigd was op het tijdstip waarop zij werden geschorst.
Indien na intrekking van de uitkeringen de toestand van de verzekerde hernieuwde toekenning van uitkeringen rechtvaardigt, worden deze overeenkomstig de artikelen 18 tot en met 20 toegekend.
Artikel 22
Een werknemer die recht op uitkeringen heeft verkregen voor rekening van een orgaan van één der Verdragsluitende Partijen en die op het grondgebied van deze Partij woont, behoudt dit recht wanneer hij zijn woonplaats naar het grondgebied van de andere Partij overbrengt. Vóór de overbrenging moet de werknemer echter toestemming van het bevoegde orgaan verkregen hebben. Deze toestemming kan slechts worden geweigerd indien verplaatsing van belanghebbende nadelig is voor zijn gezondheidstoestand of voor het ondergaan van een geneeskundige behandeling.
HOOFDSTUK 3. Ouderdom en nagelaten betrekkingen
Afdeling 1. Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 23
Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Partij het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op uitkeringen afhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken van verzekering, houdt het orgaan dat deze wetgeving toepast, daartoe, met het oog op de samentelling van tijdvakken, rekening met de krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij vervulde tijdvakken van verzekering, alsof het tijdvakken van verzekering betrof, welke krachtens de wetgeving van eerstbedoelde Partij waren vervuld.
Voor de toepassing van het vorige lid worden echter de tijdvakken van verzekering krachtens de Nederlandse wetgeving inzake de algemene weduwen- en wezenverzekering, welke door de werknemer na de 65-jarige leeftijd zijn vervuld, niet in aanmerking genomen.
Indien in de wetgeving van een Verdragsluitende Partij, welke voor het verkrijgen en het vaststellen van het recht op uitkeringen generlei eisen stelt omtrent de duur van de verzekering, de toekenning van uitkeringen afhankelijk wordt gesteld van de voorwaarde dat de werknemer op het tijdstip waarop de verzekerde gebeurtenis zich heeft voorgedaan, ingevolge deze wetgeving verzekerd was, wordt aan deze voorwaarde geacht te zijn voldaan indien de werknemer op dat tijdstip ingevolge de wetgeving van de andere Partij verzekerd was.
Artikel 24
Het orgaan van elke Verdragsluitende Partij stelt overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wetgeving vast of de belanghebbende, met inachtneming van artikel 23, aan de gestelde voorwaarden voor het recht op uitkeringen voldoet. Indien de belanghebbende aan deze voorwaarden voldoet, stelt bedoeld orgaan het bedrag van de uitkering overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wetgeving vast, eventueel met inachtneming van afdeling 2 van dit hoofdstuk.
Afdeling 2. Bijzondere bepalingen
Artikel 25
Bij de berekening van het krachtens de Nederlandse wetgeving aan een gehuwde man verschuldigde ouderdomspensioen, worden mede in aanmerking genomen de tijdvakken, gelegen vóór de datum waarop zijn echtgenote de 65-jarige leeftijd heeft bereikt en gedurende welke zij tijdens hun huwelijk op Portugees grondgebied heeft gewoond, voorzover deze tijdvakken met de door hem krachtens deze wetgeving vervulde tijdvakken van verzekering.
Bij de berekening van het krachtens de Nederlandse wetgeving verschuldigde ouderdomspensioen van de weduwe van een persoon die ingevolge deze wetgeving tijdvakken van verzekering heeft vervuld, worden mede in aanmerking genomen de tijdvakken, gelegen vóór de datum waarop zij de 65-jarige leeftijd heeft bereikt en gedurende welke zij, tijdens haar huwelijk met die persoon, op Portugees grondgebied heeft gewoond, voorzover deze tijdvakken samenvallen met de hierboven bedoelde tijdvakken van verzekering.
Geen rekening behoeft te worden gehouden met tijdvakken die krachtens de voorgaande leden in aanmerking moeten worden genomen, wanneer deze samenvallen met door de echtgenote of de weduwe krachtens de wetgeving inzake ouderdomspensioenen van een andere Staat dan Nederland vervulde tijdvakken van ouderdomsverzekering, dan wel met tijdvakken gedurende welke zij een ouderdomspensioen krachtens een zodanige wetgeving heeft genoten.
Artikel 26
Indien met toepassing van artikel 23, derde lid recht op een pensioen aan nagelaten betrekkingen bestaat krachtens de Nederlandse wetgeving, wordt het bedrag van dit pensioen berekend op basis van de verhouding welke bestaat tussen de individuele werkelijke duur van de verzekering van de overledene ingevolge de Nederlandse wetgeving inzake de weduwen- en wezenverzekering en de voor dezelfde verzekerde maximaal mogelijke verzekeringsduur ingevolge deze wetgeving.
Voor de toepassing van het vorige lid, worden als tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de Nederlandse wetgeving aangemerkt de tijdvakken, gelegen vóór 1 oktober 1959 gedurende welke de overledene na het bereiken van de 15-jarige leeftijd in Nederland heeft gewoond of gedurende welke hij in Nederland arbeid heeft verricht in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever. Geen rekening behoeft te worden gehouden met in aanmerking te nemen tijdvakken, wanneer deze samenvallen met krachtens de wetgeving van een andere Staat dan Nederland vervulde tijdvakken van ouderdoms- en overlevingsverzekering, op grond waarvan recht op een pensioen aan nagelaten betrekkingen bestaat.
De in het eerste lid bedoelde maximaal mogelijke verzekeringsduur ingevolge de Nederlandse wetgeving wordt berekend te rekenen van de datum waarop verzekerde de 15-jarige leeftijd heeft bereikt tot de datum van zijn overlijden, doch uiterlijk tot de 65-jarige leeftijd.
De reductiebepalingen ingevolge de Nederlandse wetgeving inzake weduwen- en wezenverzekering zijn niet van toepassing op de pensioenen welke volgens het bepaalde in dit artikel zijn berekend.
Artikel 27
Indien het totale bedrag van de Nederlandse en Portugese pensioenen lager is dan het door de Portugese wetgeving gegarandeerde minimum bedrag, hebben de verzekerde dan wel zijn nagelaten betrekkingen die in Portugal wonen, recht op een aanvulling welke gelijk is aan het verschil tussen deze bedragen; deze aanvulling komt voor rekening van het bevoegde Portugese orgaan.
HOOFDSTUK 4. Overlijden (uitkeringen)
Artikel 28
Wanneer een werknemer op wie de wetgeving van een Verdragsluitende Partij van toepassing is of een pensioengerechtigde of een gezinslid van deze personen op het grondgebied van de andere Partij overlijdt, wordt het overlijden geacht te hebben plaatsgevonden op het grondgebied van eerstbedoelde Partij.
Het bevoegde orgaan moet de uitkering bij overlijden toekennen, zelfs indien de rechthebbende zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij bevindt.
HOOFDSTUK 5. Werkloosheid
Artikel 29
Wanneer een werknemer achtereenvolgens of afwisselend aan de wetgevingen van de beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden, met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op uitkeringen, de tijdvakken van verzekering of arbeid die krachtens de wetgeving van elk der Verdragsluitende Partijen zijn vervuld, samengeteld, voorzover deze tijdvakken elkaar niet overlappen.
Artikel 30
Een werknemer, die onderdaan van één der Verdragsluitende Partijen is en zich naar het grondgebied van de andere Partij heeft begeven, heeft gedurende zijn verblijf op dit grondgebied recht op werkloosheidsuitkeringen ingevolge de wetgeving van laatstbedoelde Verdragsluitende Partij, onder de volgende voorwaarden:
- a). hij dient tewerkgesteld te zijn overeenkomstig de wetgeving inzake de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
- b). hij dient te voldoen aan de voorwaarden die door de wetgeving van de laatstbedoelde Verdragsluitende Partij zijn gesteld om in aanmerking te komen voor uitkeringen, rekening houdende met de in artikel 29 bedoelde samentelling van tijdvakken.
Artikel 31
De werkloze die, met inachtneming van de artikelen 29 en 30, aan de in de wetgeving van een der Verdragsluitende Partijen gestelde voorwaarden voor het recht op uitkeringen voldoet en die zijn woonplaats naar het grondgebied van de andere Partij overbrengt, wordt geacht eveneens aan de in de wetgeving van de laatstbedoelde Partij gestelde voorwaarden voor het recht op uitkeringen te voldoen.
Hij heeft, voor rekening van het orgaan van het land waar hij laatstelijk gewerkt heeft, recht op uitkeringen ingevolge de wetgeving van het land van zijn nieuwe woonplaats, gedurende ten hoogste een tijdvak niet langer dan het tijdvak, gedurende welke hij krachtens de wetgeving van dat land recht op uitkeringen zou hebben gehad, op voorwaarde dat hij binnen 30 dagen na de overbrenging van zijn woonplaats een verzoek bij het orgaan van zijn nieuwe woonplaats indient.
De krachtens het vorige lid verleende uitkeringen worden door het orgaan van het land waar hij laatstelijk gewerkt heeft, vergoed. De wijze van vergoeding wordt in een administratief akkoord vastgesteld.
HOOFDSTUK 6. Gezinsbijslagen
Artikel 32
Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Partij het verkrijgen van het recht op gezinsbijslagen afhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken van verzekering, houdt het orgaan dat deze wetgeving toepast, daartoe, voorzover nodig, rekening met de tijdvakken van verzekering die krachtens de wetgeving van de andere Partij zijn vervuld, alsof het tijdvakken betrof welke krachtens de wetgeving van eerstbedoelde Partijen waren vervuld.
Artikel 33
Een ingevolge de Portugese wetgeving verzekerde werknemer die kinderen heeft die op Nederlands grondgebied wonen of aldaar worden opgevoed, heeft, eventueel rekening houdend met de in artikel 32 bedoelde samentelling van tijdvakken, voor deze kinderen recht op gezinsbijslagen volgens de bepalingen van de Portugese wetgeving.
Een ingevolge de Nederlandse wetgeving verzekerde werknemer, die kinderen heeft die op Portugees grondgebied wonen of aldaar worden opgevoed, heeft voor deze kinderen recht op kinderbijslagen volgens de bepalingen van de Nederlandse wetgeving, zelfs indien de werknemer op Portugees grondgebied woont.
Indien ingevolge de wetgeving van een Verdragsluitende Partij gezinsbijslagen worden toegekend aan hen die een pensioen genieten, hebben zij die een pensioen genieten terwijl zij op het grondgebied van de andere Partij wonen, eveneens recht op gezinsbijslagen.
Indien de gezinsbijslagen door de persoon, die recht op deze bijslagen heeft, niet voor het onderhoud van de kinderen worden besteed, verleent het bevoegde orgaan, op verzoek en door tussenkomst van het orgaan van de woonplaats van deze kinderen, bedoelde bijslagen aan de natuurlijke of rechtspersoon te wiens laste de kinderen in feite komen, met volledige kwijting.
Artikel 34
Het recht op gezinsbijslagen, verschuldigd krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het kind niet woont, wordt geschorst, wanneer gedurende eenzelfde tijdvak en voor het zelfde kind eveneens bijslagen zijn verschuldigd krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het kind woont.
HOOFDSTUK 7. Arbeidsongevallen en beroepsziekten
Artikel 35
Een krachtens de Portugese wetgeving verzekerde werknemer, die op Nederlands grondgebied door een arbeidsongeval of een beroepsziekte wordt getroffen of die, nadat hij in het genot van prestaties is gesteld ingevolge de Portugese wetgeving, zijn woonplaats naar het Nederlands grondgebied overbrengt, heeft recht op verstrekkingen, welke voor rekening van het bevoegde Portugese orgaan door het Nederlandse orgaan van de verblijfplaats of van de nieuwe woonplaats worden verleend.
Wanneer een werknemer overeenkomstig het vorige lid recht beeft op verstrekkingen, worden deze verstrekkingen verleend door het Nederlandse orgaan van de verblijfplaats of van zijn nieuwe woonplaats, volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving, in het bijzonder wat betreft de omvang en de wijze van verlening van de verstrekkingen; de periode gedurende welke deze verstrekkingen worden verleend is echter gelijk aan die voorzien in de Portugese wetgeving.
De uitkeringen worden in de in het vorige artikel bedoelde gevallen overeenkomstig artikel 15, vijfde lid verleend.
TITEL IV. Diverse bepalingen
Artikel 36
De bevoegde autoriteiten
- a). treffen alle administratieve regelingen die voor de uitvoering van dit Verdrag nodig zijn;
- b). verstrekken elkaar alle inlichtingen omtrent de ter uitvoering van dit Verdrag genomen maatregelen;
- c). verstrekken elkaar alle inlichtingen omtrent de wijzigingen in hun wetgeving, die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van dit Verdrag.
De bevoegde autoriteiten regelen, in voorkomende gevallen, in onderling overleg de situatie van bijzondere categorieën werknemers.
De diplomatieke en consulaire autoriteiten van een Verdragsluitende Partij kunnen zich in verbinding stellen met de administratieve autoriteiten en de bevoegde organen van de andere Partij met het oog op het verkrijgen van alle noodzakelijke inlichtingen welke voor de verdediging van de belangen van hun onderdanen noodzakelijk zijn.
Artikel 37
Bij de toepassing van dit Verdrag zijn de autoriteiten en de met de uitvoering van dit Verdrag belaste organen elkaar behulpzaam en handelen zij als betrof het de toepassing van hun eigen wetgeving. De wederzijdse administratieve hulp van deze autoriteiten en organen is in beginsel kosteloos. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen evenwel overeenkomen bepaalde kosten te vergoeden.
Artikel 38
De vrijstelling of verlaging van rechten, zegelrechten, griffie- of registratierechten ingevolge de wetgeving van een Verdragsluitende Partij voor bescheiden of documenten die ter uitvoering van de wetgeving van deze Partij moeten worden overgelegd, geldt eveneens voor overeenkomstige bescheiden en documenten die ter uitvoering van de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij of van dit Verdrag moeten worden overgelegd.
Alle akten, documenten en overige bescheiden van officiële aard die voor de toepassing van dit Verdrag moeten worden overgelegd, zijn vrijgesteld van legalisatie en van alle andere soortgelijke formaliteiten.
Artikel 39
Voor de toepassing van dit Verdrag kunnen de organen van de Verdragsluitende Partijen zich in de Franse of Engelse taal rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen.
De autoriteiten, organen of rechterlijke instanties van een Verdragsluitende Partij mogen verzoekschriften of andere documenten die hun worden toegezonden, niet afwijzen op grond van het feit dat zij in de officiële taal van de andere Verdragsluitende Partij zijn gesteld.
Artikel 40
Aanvragen, verklaringen of beroepschriften die volgens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij binnen een bepaalde termijn moeten worden ingediend bij een autoriteit, een orgaan of een rechterlijke instantie van die Partij, zijn ontvankelijk indien zij binnen dezelfde termijn bij een autoriteit, orgaan of rechterlijke instantie van de andere Verdragsluitende Partij worden ingediend. In dat geval zal de autoriteit, het orgaan of de rechterlijke instantie waarop aldus een beroep wordt gedaan, deze aanvragen, verklaringen of beroepschriften onverwijld doen toekomen aan de bevoegde autoriteit, het bevoegde orgaan of de bevoegde rechterlijke instantie van eerstbedoelde Partij.
Artikel 41
De organen van een Verdragsluitende Partij die krachtens dit Verdrag uitkeringen verschuldigd zijn aan rechthebbenden die zich op het grondgebied van de andere Partij bevinden, voldoen het verschuldigde rechtens in de munteenheid van eerstbedoelde Partij; wanneer zij bedragen verschuldigd zijn aan organen welke zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij bevinden, moeten zij deze bedragen in de munteenheid van deze laatste Partij betalen.
Het uit de toepassing van dit Verdrag voortvloeiende overmaken van bedragen geschiedt volgens de overeenkomsten die op het tijdstip van overmaking ter zake tussen de beide Verdragsluitende Partijen van kracht zijn.
Artikel 42
Wanneer het orgaan van een Verdragsluitende Partij aan een rechthebbende op uitkeringen een hoger bedrag heeft uitbetaald dan waarop hij recht heeft, kan dit orgaan op de wijze en binnen de grenzen, als bepaald in de door dit orgaan toegepaste wetgeving aan het orgaan van de andere Verdragsluitende Partij dat uitkeringen aan deze rechthebbende verschuldigd is, verzoeken het teveel betaalde bedrag in te houden op de bedragen die het aan bedoelde rechthebbende betaalt. Laatstbedoeld orgaan houdt het bedrag in op de wijze en binnen de grenzen als voor een dergelijke verrekening is toegestaan bij de door dit orgaan toegepaste wetgeving, alsof het door dit orgaan zelf teveel betaalde bedragen betrof en maakt het aldus ingehouden bedrag over aan het orgaan dat de vorderingen heeft.
Wanneer het orgaan van een Verdragsluitende Partij voorschotten op uitkeringen heeft verleend voor een tijdvak waarover de rechthebbende recht had op overeenkomstige uitkeringen krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij, kan dit orgaan aan het orgaan van de andere Partij verzoeken het bedrag van deze voorschotten in te houden op de bedragen die het voor hetzelfde tijdvak aan bedoelde rechthebbende verschuldigd is. Laatstbedoeld orgaan houdt het bedrag in en maakt het aldus ingehouden bedrag over aan het orgaan dat de vordering heeft.
Wanneer een persoon op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij sociale bijstand heeft genoten gedurende een tijdvak waarin deze persoon krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij recht op uitkeringen had, kan de instelling die de sociale bijstand heeft verleend, indien deze een wettelijk verhaalsrecht heeft op uitkeringen die verschuldigd zijn aan personen die sociale bijstand genieten, aan het orgaan van de andere Verdragsluitende Partij dat uitkeringen aan de betrokken persoon verschuldigd is, verzoeken het bedrag van de over genoemd tijdvak verleende sociale bijstand in te houden op de bedragen die het aan bedoelde persoon betaalt.
Laatstbedoeld orgaan houdt het bedrag in op de wijze en binnen de grenzen waarin de door dit orgaan toegepaste wetgeving voorziet en maakt het aldus ingehouden bedrag over aan de instelling welke de vordering heeft.
Artikel 43
Over ieder geschil dat tussen de Verdragsluitende Partijen met betrekking tot de interpretatie of de toepassing van dit Verdrag mocht ontstaan, wordt rechtstreeks tussen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen onderhandeld.
Indien het geschil niet is beslecht binnen zes maanden nadat het eerste verzoek is gedaan om de in het eerste lid van dit artikel voorgeschreven onderhandelingen te beginnen, wordt het voorgelegd aan een scheidsrechterrijke commissie, waarvan de samenstelling en de procedure in een overeenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen worden vastgelegd. De scheidsrechterlijke commissie moet het geschil volgens de grondbeginselen en in de geest van dit Verdrag beslechten. Haar beslissingen zijn bindend en definitief.
TITEL V. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 44
Aan dit Verdrag kan geen enkel recht op betaling van uitkeringen worden ontleend voor een tijdvak dat aan zijn inwerkingtreding voorafgaat.
Voor de vaststelling van de aan dit Verdrag te ontlenen rechten wordt rekening gehouden met elk tijdvak van verzekering, dat vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij is vervuld.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid van dit artikel ontstaat krachtens dit Verdrag een recht, zelfs wanneer dit recht in verband staat met een gebeurtenis welke vóór zijn inwerkingtreding heeft plaatsgevonden.
Wanneer de datum waarop de verzekerde gebeurtenis heeft plaatsgevonden voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag en de aanvraag om pensioen nog niet tot vaststelling van het pensioen vóór deze datum heeft geleid, moet er naar aanleiding van deze aanvraag tweemaal een uitkering worden vastgesteld:
- a). voor het aan de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag voorafgaande tijdvak, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag van 12 oktober 1966;
- b). voor het tijdvak ingaande op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag.
De rechten van de belanghebbenden wier pensioen vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag werd vastgesteld, worden op hun verzoek, met inachtneming van dit Verdrag, herzien. Herziening van deze rechten kan eveneens ambtshalve plaatsvinden. In geen geval mogen door een dergelijke herziening de vroegere rechten van de belanghebbenden worden verminderd.
Indien het in het vijfde lid van dit artikel bedoelde verzoek binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag wordt ingediend, worden de aan dit Verdrag te ontlenen rechten met ingang van die datum verkregen, zonder dat de bepalingen van de wetgeving van de Verdragsluitende Partij met betrekking tot verval of verjaring van rechten op de belanghebbenden worden toegepast.
Indien het in het vijfde lid van dit artikel bedoelde verzoek na afloop van een termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag wordt ingediend, wordt voor het verkrijgen van de niet vervallen of verjaarde rechten alleen rekening gehouden met de datum waarop het verzoek is ingediend, tenzij gunstiger bepalingen van de wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Partij van toepassing zijn.
Artikel 45
De Regeringen van de Verdragsluitende Partijen stellen elkaar ervan in kennis dat de grondwettelijke procedures, vereist voor de inwerkingtreding van dit Verdrag, in hun onderscheiden landen zijn vervuld.
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van de laatste van deze kennisgevingen.
Artikel 46
Het bijgevoegde Slotprotocol vormt een wezenlijk bestanddeel van dit Verdrag.
Artikel 47
Met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag zijn de bepalingen van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Portugal inzake sociale verzekering, getekend te ’s-Gravenhage op 12 oktober 1966, niet langer van toepassing. De met toepassing van laatstgenoemd Verdrag verkregen rechten worden gehandhaafd.
Artikel 48
Dit Verdrag wordt voor onbepaalde tijd gesloten. Het kan door elk van de Verdragsluitende Partijen worden opgezegd. Opzegging dient te geschieden uiterlijk zes maanden vóór het einde van het lopende kalenderjaar; het Verdrag houdt alsdan op van kracht te zijn aan het einde van dat jaar.
Artikel 49
Bij opzegging van dit Verdrag wordt elk recht dat met toepassing van dit Verdrag is verkregen, gehandhaafd.
Aanspraken op grond van tijdvakken, vervuld vóór de datum waarop de opzegging van kracht wordt, worden niet door de opzegging teniet gedaan; het behoud ervan wordt in onderlinge overeenstemming vastgesteld of bij gebreke daarvan door de wetgeving die het betrokken orgaan toepast.
EN FOI DE QUOI, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé la présente Convention.
FAIT à La Haye, le 19 juillet 1979 en double exemplaire, en langue française.
Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas,
(s.) C. A. VAN DER KLAAUW
Pour le Gouvernement de la République Portugaise,
(s.) F. M. DA SILVA MARQUES
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)