Overeenkomst van Wenen tot instelling van een internationale classificatie van beeldbestanddelen van merken
De Overeenkomstsluitende Partijen,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Oprichting van een bijzondere Unie; vaststelling van een internationale classificatie
De landen waarvoor deze Overeenkomst geldt vormen een bijzondere Unie en aanvaarden een gemeenschappelijke classificatie van beeldbestanddelen van merken (hierna te noemen „classificatie van beeldbestanddelen”).
Artikel 2. Omschrijving en nederlegging van de classificatie van beeldbestanddelen
De classificatie van beeldbestanddelen omvat een lijst van categorieën, afdelingen en onderafdelingen waarin de beeldbestanddelen van merken worden gerangschikt, eventueel vergezeld van toelichtingen.
Deze classificatie is vervat in een authentiek exemplaar in de Engelse en de Franse taal, dat is ondertekend door de Directeur-Generaal van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (hierna te noemen respectievelijk „Directeur-Generaal” en „Organisatie”) en dat bij hem wordt nedergelegd op het tijdstip waarop deze Overeenkomst voor ondertekening wordt opengesteld.
De wijzigingen en aanvullingen bedoeld in artikel 5, derde lid, onder i, zijn eveneens vervat in een authentiek exemplaar in de Engelse en de Franse taal, dat wordt ondertekend door de Directeur-Generaal en dat bij hem wordt nedergelegd.
Artikel 3. Talen van de classificatie van beeldbestanddelen
De classificatie van beeldbestanddelen wordt opgesteld in de Engelse en de Franse taal, waarbij beide teksten gelijkelijk authentiek zijn.
Het Internationale Bureau van de Organisatie (hierna te noemen „Internationaal Bureau”) stelt in overleg met de betrokken regeringen de officiële teksten van de classificatie van beeldbestanddelen op in de talen die de in artikel 7 bedoelde Algemene Vergadering kan aanwijzen krachtens het bepaalde in het tweede lid, letter a (vi), van genoemd artikel.
Artikel 4. Toepassing van de classificatie van beeldbestanddelen
Onverminderd de door deze Overeenkomst opgelegde verplichtingen, heeft de classificatie van beeldbestanddelen die draagwijdte die eraan wordt toegekend door ieder land van de bijzondere Unie. De classificatie van beeldbestanddelen bindt met name de landen van de bijzondere Unie niet wat betreft de omvang van de bescherming van het merk.
De bevoegde instanties van de landen van de bijzondere Unie zijn gerechtigd de classificatie van beeldbestanddelen toe te passen als hoofdsysteem of als hulpsysteem.
De bevoegde instanties van de landen van de bijzondere Unie dienen in de officiële documenten en publikaties van de inschrijving en van de vernieuwing van merken, de nummers van de categorieën, afdelingen en onderafdelingen te vermelden waarin de beeldbestanddelen van deze merken gerangschikt moeten worden.
Deze nummers dienen te worden voorafgegaan door de aanduiding „classificatie van beeldbestanddelen” of door een afkorting die wordt vastgesteld door de Commissie van deskundigen bedoeld in artikel 5.
Ieder land kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van de akte van bekrachtiging of van toetreding verklaren zich het recht voor te behouden om in de officiële documenten en publikaties van de inschrijving en van de vernieuwing van merken niet de nummers te vermelden van alle onderafdelingen of van een gedeelte daarvan.
Indien een land van de bijzondere Unie de inschrijving van merken aan een intergouvernementele organisatie toevertrouwt, neemt het alle mogelijke maatregelen om te bereiken dat bedoelde organisatie de classificatie van beeldbestanddelen overeenkomstig dit artikel toepast.
Artikel 5. Commissie van deskundigen
Er wordt een Commissie van deskundigen ingesteld waarin elk land van de bijzondere Unie is vertegenwoordigd.
- a). De Directeur-Generaal kan, en is op verzoek van de Commissie van deskundigen verplicht, de landen die geen lid zijn van de bijzondere Unie doch wel lid zijn van de Organisatie of Partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, uit te nodigen zich door waarnemers te doen vertegenwoordigen op de bijeenkomsten van de Commissie van deskundigen.
- b). De Directeur-Generaal nodigt de intergouvernementele organisaties die gespecialiseerd zijn op het gebied van merken, waarvan ten minste één Lid-Staat partij is bij deze Overeenkomst, uit zich door waarnemers te doen vertegenwoordigen op de bijeenkomsten van de Commissie van deskundigen.
- c). De Directeur-Generaal kan, en is op verzoek van de Commissie van deskundigen verplicht, vertegenwoordigers van andere intergouvernementele organisaties en internationale niet-gouvernementele organisaties uit te nodigen deel te nemen aan de besprekingen over zaken waarbij zij betrokken zijn.
De Commissie van deskundigen:
- i). wijzigt de classificatie van beeldbestanddelen en vult haar aan;
- ii). richt tot de landen van de bijzondere Unie aanbevelingen ter bevordering van het gebruik en de uniforme toepassing van de classificatie van beeldbestanddelen;
- iii). neemt alle andere maatregelen die, zonder daarvoor de begroting van de bijzondere Unie of de Organisatie te belasten, geschikt zijn om de toepassing van de classificatie van beeldbestanddelen door de ontwikkelingslanden te vergemakkelijken;
- iv). is bevoegd subcommissies en werkgroepen in te stellen.
De Commissie van deskundigen stelt haar eigen reglement van orde vast. Hierin wordt voor de in het tweede lid, letter b) bedoelde intergouvernementele organisaties die een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van de classificatie van beeldbestanddelen de mogelijkheid geboden deel te nemen aan de bijeenkomsten van de subcommissies en werkgroepen van de Commissie van deskundigen.
Voorstellen tot wijziging of aanvulling van de classificatie van beeldbestanddelen kunnen worden gedaan door de bevoegde instantie van ieder land van de bijzondere Unie, het Internationale Bureau, de intergouvernementele organisaties die krachtens het bepaalde in het tweede lid, letter b), vertegenwoordigd zijn in de Commissie van deskundigen en ieder land of iedere organisatie waaraan speciaal door de Commissie van deskundigen is verzocht dergelijke voorstellen te doen. De voorstellen worden ingediend bij het Internationale Bureau dat ze voorlegt aan de leden van de Commissie van deskundigen en aan de waarnemers uiterlijk twee maanden voor de zitting van de Commissie van deskundigen waar zij behandeld zullen worden.
- a). Iedere Lid-Staat heeft in de Commissie van deskundigen één stem.
- b). De besluiten van de Commissie van deskundigen worden genomen met gewone meerderheid van stemmen van de vertegenwoordigde landen die hun stem uitbrengen.
- c). Voor ieder besluit dat door een vijfde van de vertegenwoordigde landen die hun stem uitbrengen wordt beschouwd als een wijziging van de opzet van de classificatie van beeldbestanddelen of als een besluit dat aanleiding geeft tot omvangrijke herclassificatiewerkzaamheden, is een meerderheid vereist van drie vierden van de vertegenwoordigde landen die hun stem uitbrengen.
- d). Onthouding geldt niet als stem.
Artikel 6. Kennisgeving, inwerkingtreding en bekendmaking van de wijzigingen en aanvullingen en van andere besluiten
Alle besluiten van de Commissie van deskundigen betreffende wijzigingen of aanvullingen van de classificatie van beeldbestanddelen alsmede de aanbevelingen van de Commissie van deskundigen worden door het Internationale Bureau ter kennis gebracht van de bevoegde instanties van de landen van de bijzondere Unie. De wijzigingen en aanvullingen treden in werking zes maanden na de verzending van de kennisgevingen.
Het Internationale Bureau brengt in de classificatie van beeldbestanddelen de in werking getreden wijzigingen en aanvullingen aan. De wijzigingen en aanvullingen worden bekendgemaakt in de periodieken welke worden aangewezen door de Algemene Vergadering bedoeld in artikel 7.
Artikel 7. Algemene Vergadering van de bijzondere Unie
- a). De bijzondere Unie kent een Algemene Vergadering, samengesteld uit de landen van de bijzondere Unie.
- b). De regering van elk land van de bijzondere Unie is vertegenwoordigd door een afgevaardigde die kan worden bijgestaan door plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen.
- c). Iedere intergouvernementele organisatie bedoeld in artikel 5, tweede lid, letter b), kan zich doen vertegenwoordigen door een waarnemer op de bijeenkomsten van de Algemene Vergadering en, indien deze Vergadering hiertoe besluit, op de bijeenkomsten van de subcommissies en werkgroepen die door de Algemene Vergadering zijn ingesteld.
- d). De door elke delegatie gemaakte kosten worden gedragen door de regering die haar heeft aangewezen.
- a). Onverminderd het bepaalde in artikel 5,
- i). neemt de Algemene Vergadering alle vraagstukken in behandeling betreffende de instandhouding en de ontwikkeling van de bijzondere Unie en de toepassing van deze Overeenkomst;
- ii). verstrekt zij aan het Internationale Bureau richtlijnen betreffende de voorbereiding van de herzieningsconferenties;
- iii). bestudeert zij en hecht zij haar goedkeuring aan de rapporten en de werkzaamheden van de Directeur-Generaal met betrekking tot de bijzondere Unie en verstrekt zij hem alle van belang zijnde richtlijnen met betrekking tot de vraagstukken ter zake van de competentie van de bijzondere Unie;
- iv). stelt zij het programma van de bijzondere Unie vast, neemt haar tweejaarlijkse begroting aan en keurt haar jaarrekeningen goed;
- v). stelt zij het financiële reglement van de bijzondere Unie vast;
- vi). beslist zij over de opstelling van officiële teksten van de classificatie van beeldbestanddelen in andere talen dan de Engelse en de Franse;
- vii). roept zij de commissies en werkgroepen in het leven die zij van belang acht voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de bijzondere Unie;
- viii). beslist zij, onverminderd het bepaalde in het eerste lid, letter c), welke landen die geen lid der bijzondere Unie zijn, en welke intergouvernementele en niet-gouvernementele internationale organisaties als waarnemers tot haar bijeenkomsten en tot die van de door haar in het leven geroepen commissies en werkgroepen kunnen worden toegelaten;
- ix). verricht zij iedere andere handeling die dienstig is ter verwezenlijking van de doelstellingen van de bijzondere Unie;
- x). verricht zij alle overige taken die in deze Overeenkomst besloten liggen.
- b). Aangaande de vraagstukken die eveneens andere door de Organisatie beheerde Unies raken, doet de Algemene Vergadering uitspraak na het advies van de Coördinatie-commissie van de Organisatie te hebben ingewonnen.
- a). Elk land dat lid is van de Algemene Vergadering heeft één stem.
- b). Het quorum wordt gevormd door de helft van het aantal landen dat lid is van de Algemene Vergadering.
- c). Indien dit quorum niet wordt bereikt, kan de Algemene Vergadering besluiten nemen, maar deze besluiten, met uitzondering van die welke betrekking hebben op haar eigen procedure, worden slechts rechtens uitvoerbaar wanneer de hierna genoemde voorwaarden zijn vervuld. Het Internationale Bureau brengt deze besluiten ter kennis van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering, die niet vertegenwoordigd waren, en nodigt hen daarbij uit binnen drie maanden na deze kennisgeving schriftelijk hun stem uit te brengen of hun onthouding kenbaar te maken. Indien na het verstrijken van deze termijn het aantal landen dat aldus zijn stem heeft uitgebracht of zijn onthouding kenbaar heeft gemaakt, ten minste gelijk is aan het aantal landen dat aan het quorum der vergadering ontbrak, zullen deze besluiten rechtens uitvoerbaar worden, mits tezelfdertijd de vereiste meerderheid is bereikt,
- d). Onverminderd het bepaalde in artikel 11, tweede lid, worden de besluiten van de Algemene Vergadering genomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
- e). Onthouding geldt niet als stem.
- f). Een afgevaardigde kan slechts één land vertegenwoordigen en kan slechts uit naam van dit land zijn stem uitbrengen.
- a). De Algemene Vergadering komt eenmaal in de twee jaar in gewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal en, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, gedurende dezelfde periode en op dezelfde plaats als de Algemene Vergadering van de Organisatie.
- b). De Algemene Vergadering komt in buitengewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal ingevolge een verzoek van een vierde van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering.
- c). Voor elke zitting wordt de agenda opgesteld door de Directeur-Generaal.
De Algemene Vergadering stelt haar eigen reglement van orde vast.
Artikel 8. Internationaal Bureau
- a). De aan de bijzondere Unie toevallende administratieve taken worden verricht door het Internationale Bureau.
- b). Het Internationale Bureau bereidt in het bijzonder de bijeenkomsten voor en voorziet in het Secretariaat van de Algemene Vergadering, van de Commissie van deskundigen en van alle andere door de Algemene Vergadering of de Commissie van deskundigen in te stellen commissies of werkgroepen.
- c). De Directeur-Generaal is de hoogste functionaris van de bijzondere Unie en tevens haar vertegenwoordiger.
De Directeur-Generaal en elk door hem aangewezen lid van het personeel nemen zonder stemrecht deel aan alle bijeenkomsten van de Algemene Vergadering, van de Commissie van deskundigen en van alle andere door de Algemene Vergadering of de Commissie van deskundigen in te stellen commissies en werkgroepen. De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van die organen.
- a). Het Internationale Bureau bereidt volgens de aanwijzingen van de Algemene Vergadering de herzieningsconferenties voor.
- b). Het Internationale Bureau kan bij de voorbereiding van de herzieningsconferenties het advies inwinnen van intergouvernementele en internationale niet-gouvernementele organisaties.
- c). De Directeur-Generaal en de door hem aangewezen personen nemen zonder stemrecht deel aan de beraadslagingen tijdens de herzieningsconferenties.
Het Internationale Bureau voert alle overige aan hem opgedragen taken uit.
Artikel 9. Financiën
- a). De bijzondere Unie heeft een begroting.
- b). De begroting van de bijzondere Unie omvat de eigen inkomsten en uitgaven van de bijzondere Unie, haar bijdrage aan de begroting van de gemeenschappelijke uitgaven van de door de Organisatie beheerde Unies, alsmede indien zulks zich voordoet het bedrag dat ter beschikking is gesteld van de begroting van de Conferentie der Organisatie.
- c). Als gemeenschappelijke uitgaven van de door de Organisatie beheerde Unies worden beschouwd de uitgaven die niet uitsluitend ten laste van de bijzondere Unie komen, maar tevens van een of meer andere Unies. Het aandeel van de bijzondere Unie in deze gemeenschappelijke uitgaven is evenredig aan het belang dat deze uitgaven voor haar vertegenwoordigen.
De begroting van de bijzondere Unie wordt vastgesteld met inachtneming van de vereisten tot coördinatie met de begrotingen van de andere door de Organisatie beheerde Unies.
De begroting van de bijzondere Unie wordt gefinancierd uit de volgende bronnen van inkomsten:
- i). de bijdragen van de landen der bijzondere Unie;
- ii). de taksen en gelden verschuldigd voor diensten verleend door het Internationale Bureau namens de bijzondere Unie;
- iii). de opbrengst van de verkoop van de publikaties van het Internationale Bureau betreffende de bijzondere Unie en de rechten welke op deze publikaties betrekking hebben;
- iv). giften, legaten en subsidies;
- v). huuropbrengsten, renten en overige inkomsten.
- a). Ter vaststelling van zijn bijdrage in de zin van het derde lid, letter i), behoort elk land van de bijzondere Unie tot de klasse waarin het is ondergebracht ter zake van de Unie van Parijs voor de bescherming van de industriële eigendom en betaalt het zijn jaarlijkse bijdrage op basis van het aantal eenheden dat voor die klasse in die Unie is vastgesteld.
- b). De jaarlijkse bijdrage van elk land van de bijzondere Unie wordt gevormd door een bedrag waarvan de verhouding tot de som van de jaarlijkse bijdragen van alle landen aan de begroting van de bijzondere Unie dezelfde is als de verhouding tussen het aantal eenheden van de klasse waarin het is ondergebracht en het totale aantal eenheden van de landen gezamenlijk.
- c). De bijdragen zijn ieder jaar op 1 januari verschuldigd.
- d). Een land dat achterstallig is met de betaling van zijn bijdragen kan in geen der organen van de bijzondere Unie zijn stemrecht uitoefenen, indien het bedrag van zijn achterstalligheid gelijk is aan of hoger dan dat der bijdragen verschuldigd over twee volledig verstreken jaren. Een zodanig land kan evenwel vergund worden de uitoefening van zijn stemrecht in het desbetreffende orgaan te behouden, zolang dit orgaan van oordeel is dat de achterstalligheid wordt veroorzaakt door uitzonderlijke en onvermijdelijke omstandigheden.
- e). In geval de begroting niet is vastgesteld voor het begin van het nieuwe begrotingsjaar, wordt de begroting van het voorafgaande jaar aangehouden volgens de werkwijze voorzien in het financiële reglement.
Het bedrag der taksen en gelden verschuldigd voor de door het Internationale Bureau namens de bijzondere Unie verleende diensten wordt vastgesteld door de Directeur-Generaal die daarover verslag uitbrengt aan de Algemene Vergadering.
- a). De bijzondere Unie bezit een operationeel fonds, gevormd door een eenmalige storting van elk der landen van de bijzondere Unie. Indien het fonds ontoereikend wordt, besluit de Algemene Vergadering tot bijstorting.
- b). Het bedrag van de eerste storting door ieder land in het hiervoor vermelde fonds of van zijn deelneming aan de bij storting is evenredig aan de bijdrage van dat land voor het jaar waarin het fonds is gesticht of waarin tot bij storting is besloten.
- c). Het aandeel en de wijze van storting worden vastgesteld door de Algemene Vergadering op voorstel van de Directeur-Generaal en na advies van de coördinatiecommissie van de Organisatie.
- a). De overeenkomst betreffende de zetelvestiging gesloten met het land op welks grondgebied de Organisatie haar zetel heeft, bepaalt dat, indien het operationeel fonds niet toereikend is, dat land voorschotten verstrekt. Het bedrag van deze voorschotten en de voorwaarden waarop zij worden verstrekt, vormen telkenmale het onderwerp van afzonderlijke overeenkomsten tussen het betrokken land en de Organisatie.
- b). Het land bedoeld onder a) en de Organisatie hebben elk het recht de verplichting tot het verstrekken van voorschotten schriftelijk op te zeggen. De opzegging wordt van kracht drie jaar na afloop van het jaar waarin de kennisgeving is gedaan.
Het nazien der rekeningen wordt, op de wijze als voorzien in het financiële reglement, verricht door een of meer landen van de bijzondere Unie of door onafhankelijke controleurs die, met hun instemming, worden aangewezen door de Algemene Vergadering.
Artikel 10. Herziening van de Overeenkomst
Deze Overeenkomst kan regelmatig worden herzien door speciale conferenties van de landen van de bijzondere Unie.
Tot bijeenroeping van herzieningsconferenties wordt besloten door de Algemene Vergadering.
Het bepaalde in de artikelen 7, 8, 9 en 11 kan worden gewijzigd, hetzij door herzieningsconferenties hetzij volgens het bepaalde in artikel 11.
Artikel 11. Wijziging van enkele bepalingen van de Overeenkomst
Voorstellen tot wijziging van de artikelen 7, 8 en 9 en van dit artikel kunnen worden ingediend door ieder land van de bijzondere Unie of door de Directeur-Generaal. Deze voorstellen worden door laatstgenoemde ten minste zes maanden voor zij aan de behandeling door de Algemene Vergadering worden onderworpen medegedeeld aan de landen van de bijzondere Unie.
De wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde artikelen worden vastgesteld door de Algemene Vergadering. Voor de aanneming is drie vierde van de uitgebrachte stemmen vereist; voor een wijziging van artikel 7 en van dit lid is evenwel vier vijfde van de uitgebrachte stemmen vereist.
- a). De wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde artikelen worden van kracht een maand na ontvangst door de Directeur-Generaal van de schriftelijke verklaringen van aanvaarding, verricht overeenkomstig hun onderscheiden constitutionele procedures door drie vierde van de landen die op het tijdstip waarop de wijziging werd aanvaard lid waren van de bijzondere Unie.
- b). Een aldus aanvaarde wijziging van de genoemde artikelen bindt alle landen die lid zijn van de bijzondere Unie op het tijdstip waarop de wijziging van kracht wordt; wijzigingen die de financiële verplichtingen van de landen der bijzondere Unie verzwaren, binden evenwel slechts die landen die te kennen hebben gegeven die wijzigingen te aanvaarden.
- c). Iedere wijziging die is aanvaard overeenkomstig het bepaalde onder a) bindt alle landen die lid worden van de bijzondere Unie na het tijdstip waarop de wijziging van kracht wordt krachtens het bepaalde onder a).
Artikel 12. Wijze waarop de landen partij kunnen worden bij de Overeenkomst
Ieder land, dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, kan partij worden bij deze Overeenkomst door:
- i). ondertekening gevolgd door nederlegging van een akte van bekrachtiging of
- ii). nederlegging van een akte van toetreding.
De akten van bekrachtiging of van toetreding worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal.
Het bepaalde in artikel 24 van de Akte van Stockholm van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom is van toepassing op deze Overeenkomst.
Het bepaalde in het derde lid mag in geen geval worden uitgelegd als een erkenning of stilzwijgende aanvaarding door een van de landen van de bijzondere Unie van de feitelijke situatie van een grondgebied waarop deze Overeenkomst van toepassing is verklaard door een ander land krachtens het bepaalde in het genoemde lid.
Artikel 13. Inwerkingtreding van de Overeenkomst
Voor de eerste vijf landen die een akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd, treedt deze Overeenkomst in werking drie maanden na de nederlegging van de vijfde akte van bekrachtiging of van toetreding.
Voor ieder ander land dan dat waarvoor de Overeenkomst in werking is getreden overeenkomstig het eerste lid, treedt deze Overeenkomst in werking drie maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging of zijn toetreding door de Directeur-Generaal is medegedeeld, tenzij in de akte van bekrachtiging of van toetreding een latere datum is vermeld. In dit laatste geval treedt voor het betrokken land deze Overeenkomst in werking op de aldus aangegeven datum.
Bekrachtiging of toetreding houdt van rechtswege in aanvaarding van alle bepalingen en toelating tot alle voordelen in deze Overeenkomst vastgelegd.
Artikel 14. Looptijd van de Overeenkomst
Deze Overeenkomst heeft dezelfde looptijd als het Verdrag van Parijs voor de bescherming van de industriële eigendom.
Artikel 15. Opzegging
Elk land van de bijzondere Unie kan deze Overeenkomst opzeggen door een kennisgeving gericht aan de Directeur-Generaal.
De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen.
De bevoegdheid tot opzegging bedoeld in dit artikel kan door een land slechts worden uitgeoefend na afloop van een termijn van vijf jaren te rekenen van de datum waarop dit land lid is geworden van de bijzondere Unie.
Artikel 16. Geschillen
Elk geschil tussen twee of meer landen van de bijzondere Unie betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst dat niet door onderhandelingen kan worden beslecht, kan door een der betrokken landen worden voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof door middel van een verzoek overeenkomstig het statuut van het Hof, tenzij de betrokken landen een andere wijze ter beslechting van het geschil overeenkomen. Het Internationale Bureau dient door het verzoekende land in kennis te worden gesteld van het aan het Hof voorgelegde geschil; het Bureau stelt de andere landen van de bijzondere Unie hiervan in kennis.
Elk land kan op het tijdstip waarop het deze Overeenkomst ondertekent of zijn akte van bekrachtiging of toetreding nederlegt, verklaren dat het zich niet gebonden acht door het bepaalde in het eerste lid. Op geschillen tussen een land dat een dergelijke verklaring heeft ingediend en een ander land van de bijzondere Unie, is het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing.
Elk land dat overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid een verklaring heeft afgelegd, kan deze te allen tijde intrekken door een aan de Directeur-Generaal gerichte kennisgeving.
Artikel 17. Ondertekening, talen, functies van de depositaris, kennisgevingen
- a). Deze Overeenkomst wordt ondertekend in een enkel origineel exemplaar, in de Engelse en de Franse taal, waarbij beide teksten gelijkelijk authentiek zijn.
- b). Deze Overeenkomst blijft open voor ondertekening te Wenen tot 31 december 1973.
- c). Het originele exemplaar van deze Overeenkomst wordt wanneer de Overeenkomst niet meer openstaat voor ondertekening, nedergelegd bij de Directeur-Generaal.
Officiële teksten worden na raadpleging van de betrokken regeringen vastgesteld door de Directeur-Generaal in andere door de Algemene Vergadering aan te wijzen talen.
- a). De Directeur-Generaal waarmerkt en verstrekt twee afschriften van de ondertekende tekst van deze Overeenkomst aan de regeringen van de landen die de Overeenkomst hebben ondertekend en, op verzoek, aan de regering van ieder ander land.
- b). De Directeur-Generaal waarmerkt en verstrekt twee afschriften van iedere wijziging van deze Overeenkomst aan de regeringen van alle landen van de bijzondere Unie en, op verzoek, aan de regering van ieder ander land.
- c). De Directeur-Generaal verstrekt, op verzoek, aan de regering van ieder land dat deze Overeenkomst heeft ondertekend of daartoe toetreedt, twee voor eensluidend gewaarmerkte exemplaren in de Franse en de Engelse taal van de classificatie voor beeldmerken.
De Directeur-Generaal doet deze Overeenkomst registreren bij het secretariaat van de Organisatie der Verenigde Naties.
De Directeur-Generaal stelt de regeringen van alle landen die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom in kennis van:
- i). de ondertekeningen die zijn verricht volgens het eerste lid;
- ii). de nederlegging van akten van bekrachtiging of toetreding volgens artikel 12, tweede lid;
- iii). de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst ingevolge artikel 13, eerste lid;
- iv). de verklaringen die zijn ingediend krachtens artikel 4, vijfde lid;
- v). de verklaringen en mededelingen die zijn gedaan krachtens artikel 12, derde lid;
- vi). de verklaringen die zijn gedaan krachtens artikel 16, tweede lid;
- vii). de intrekking van alle verklaringen waarvan kennis is gegeven overeenkomstig artikel 16, derde lid;
- viii). de aanvaarding van de wijzigingen van deze Overeenkomst volgens artikel 11, derde lid;
- ix). de data waarop deze wijzigingen van kracht worden;
- x). de opzeggingen die zijn ontvangen ingevolge het bepaalde in artikel 15.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Agreement.
DONE at Vienna, this twelfth day of June, one thousand nine hundred and seventy-three.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)