Overeenkomst van Wenen tot instelling van een internationale classificatie van beeldbestanddelen van merken

Type Verdrag
Publication 2007-01-31
Laatst bijgewerkt 1985-10-01
State In force
Source BWB
artikelen 17
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Gelet op artikel 19 van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, van 20 maart 1883, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te ’s-Gravenhage op 6 november 1925, te Londen op 2 juni 1934, te Lissabon op 31 oktober 1958 en te Stockholm op 14 juli 1967,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Oprichting van een bijzondere Unie; vaststelling van een internationale classificatie

De landen waarvoor deze Overeenkomst geldt vormen een bijzondere Unie en aanvaarden een gemeenschappelijke classificatie van beeldbestanddelen van merken (hierna te noemen „classificatie van beeldbestanddelen”).

Artikel 2. Omschrijving en nederlegging van de classificatie van beeldbestanddelen

1.

De classificatie van beeldbestanddelen omvat een lijst van categorieën, afdelingen en onderafdelingen waarin de beeldbestanddelen van merken worden gerangschikt, eventueel vergezeld van toelichtingen.

2.

Deze classificatie is vervat in een authentiek exemplaar in de Engelse en de Franse taal, dat is ondertekend door de Directeur-Generaal van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (hierna te noemen respectievelijk „Directeur-Generaal” en „Organisatie”) en dat bij hem wordt nedergelegd op het tijdstip waarop deze Overeenkomst voor ondertekening wordt opengesteld.

3.

De wijzigingen en aanvullingen bedoeld in artikel 5, derde lid, onder i, zijn eveneens vervat in een authentiek exemplaar in de Engelse en de Franse taal, dat wordt ondertekend door de Directeur-Generaal en dat bij hem wordt nedergelegd.

Artikel 3. Talen van de classificatie van beeldbestanddelen

1.

De classificatie van beeldbestanddelen wordt opgesteld in de Engelse en de Franse taal, waarbij beide teksten gelijkelijk authentiek zijn.

2.

Het Internationale Bureau van de Organisatie (hierna te noemen „Internationaal Bureau”) stelt in overleg met de betrokken regeringen de officiële teksten van de classificatie van beeldbestanddelen op in de talen die de in artikel 7 bedoelde Algemene Vergadering kan aanwijzen krachtens het bepaalde in het tweede lid, letter a (vi), van genoemd artikel.

Artikel 4. Toepassing van de classificatie van beeldbestanddelen

1.

Onverminderd de door deze Overeenkomst opgelegde verplichtingen, heeft de classificatie van beeldbestanddelen die draagwijdte die eraan wordt toegekend door ieder land van de bijzondere Unie. De classificatie van beeldbestanddelen bindt met name de landen van de bijzondere Unie niet wat betreft de omvang van de bescherming van het merk.

2.

De bevoegde instanties van de landen van de bijzondere Unie zijn gerechtigd de classificatie van beeldbestanddelen toe te passen als hoofdsysteem of als hulpsysteem.

3.

De bevoegde instanties van de landen van de bijzondere Unie dienen in de officiële documenten en publikaties van de inschrijving en van de vernieuwing van merken, de nummers van de categorieën, afdelingen en onderafdelingen te vermelden waarin de beeldbestanddelen van deze merken gerangschikt moeten worden.

4.

Deze nummers dienen te worden voorafgegaan door de aanduiding „classificatie van beeldbestanddelen” of door een afkorting die wordt vastgesteld door de Commissie van deskundigen bedoeld in artikel 5.

5.

Ieder land kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van de akte van bekrachtiging of van toetreding verklaren zich het recht voor te behouden om in de officiële documenten en publikaties van de inschrijving en van de vernieuwing van merken niet de nummers te vermelden van alle onderafdelingen of van een gedeelte daarvan.

6.

Indien een land van de bijzondere Unie de inschrijving van merken aan een intergouvernementele organisatie toevertrouwt, neemt het alle mogelijke maatregelen om te bereiken dat bedoelde organisatie de classificatie van beeldbestanddelen overeenkomstig dit artikel toepast.

Artikel 5. Commissie van deskundigen

1.

Er wordt een Commissie van deskundigen ingesteld waarin elk land van de bijzondere Unie is vertegenwoordigd.

3.

De Commissie van deskundigen:

4.

De Commissie van deskundigen stelt haar eigen reglement van orde vast. Hierin wordt voor de in het tweede lid, letter b) bedoelde intergouvernementele organisaties die een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van de classificatie van beeldbestanddelen de mogelijkheid geboden deel te nemen aan de bijeenkomsten van de subcommissies en werkgroepen van de Commissie van deskundigen.

5.

Voorstellen tot wijziging of aanvulling van de classificatie van beeldbestanddelen kunnen worden gedaan door de bevoegde instantie van ieder land van de bijzondere Unie, het Internationale Bureau, de intergouvernementele organisaties die krachtens het bepaalde in het tweede lid, letter b), vertegenwoordigd zijn in de Commissie van deskundigen en ieder land of iedere organisatie waaraan speciaal door de Commissie van deskundigen is verzocht dergelijke voorstellen te doen. De voorstellen worden ingediend bij het Internationale Bureau dat ze voorlegt aan de leden van de Commissie van deskundigen en aan de waarnemers uiterlijk twee maanden voor de zitting van de Commissie van deskundigen waar zij behandeld zullen worden.

Artikel 6. Kennisgeving, inwerkingtreding en bekendmaking van de wijzigingen en aanvullingen en van andere besluiten

1.

Alle besluiten van de Commissie van deskundigen betreffende wijzigingen of aanvullingen van de classificatie van beeldbestanddelen alsmede de aanbevelingen van de Commissie van deskundigen worden door het Internationale Bureau ter kennis gebracht van de bevoegde instanties van de landen van de bijzondere Unie. De wijzigingen en aanvullingen treden in werking zes maanden na de verzending van de kennisgevingen.

2.

Het Internationale Bureau brengt in de classificatie van beeldbestanddelen de in werking getreden wijzigingen en aanvullingen aan. De wijzigingen en aanvullingen worden bekendgemaakt in de periodieken welke worden aangewezen door de Algemene Vergadering bedoeld in artikel 7.

Artikel 7. Algemene Vergadering van de bijzondere Unie

5.

De Algemene Vergadering stelt haar eigen reglement van orde vast.

Artikel 8. Internationaal Bureau

2.

De Directeur-Generaal en elk door hem aangewezen lid van het personeel nemen zonder stemrecht deel aan alle bijeenkomsten van de Algemene Vergadering, van de Commissie van deskundigen en van alle andere door de Algemene Vergadering of de Commissie van deskundigen in te stellen commissies en werkgroepen. De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van die organen.

4.

Het Internationale Bureau voert alle overige aan hem opgedragen taken uit.

Artikel 9. Financiën

2.

De begroting van de bijzondere Unie wordt vastgesteld met inachtneming van de vereisten tot coördinatie met de begrotingen van de andere door de Organisatie beheerde Unies.

3.

De begroting van de bijzondere Unie wordt gefinancierd uit de volgende bronnen van inkomsten:

5.

Het bedrag der taksen en gelden verschuldigd voor de door het Internationale Bureau namens de bijzondere Unie verleende diensten wordt vastgesteld door de Directeur-Generaal die daarover verslag uitbrengt aan de Algemene Vergadering.

8.

Het nazien der rekeningen wordt, op de wijze als voorzien in het financiële reglement, verricht door een of meer landen van de bijzondere Unie of door onafhankelijke controleurs die, met hun instemming, worden aangewezen door de Algemene Vergadering.

Artikel 10. Herziening van de Overeenkomst

1.

Deze Overeenkomst kan regelmatig worden herzien door speciale conferenties van de landen van de bijzondere Unie.

2.

Tot bijeenroeping van herzieningsconferenties wordt besloten door de Algemene Vergadering.

3.

Het bepaalde in de artikelen 7, 8, 9 en 11 kan worden gewijzigd, hetzij door herzieningsconferenties hetzij volgens het bepaalde in artikel 11.

Artikel 11. Wijziging van enkele bepalingen van de Overeenkomst

1.

Voorstellen tot wijziging van de artikelen 7, 8 en 9 en van dit artikel kunnen worden ingediend door ieder land van de bijzondere Unie of door de Directeur-Generaal. Deze voorstellen worden door laatstgenoemde ten minste zes maanden voor zij aan de behandeling door de Algemene Vergadering worden onderworpen medegedeeld aan de landen van de bijzondere Unie.

2.

De wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde artikelen worden vastgesteld door de Algemene Vergadering. Voor de aanneming is drie vierde van de uitgebrachte stemmen vereist; voor een wijziging van artikel 7 en van dit lid is evenwel vier vijfde van de uitgebrachte stemmen vereist.

Artikel 12. Wijze waarop de landen partij kunnen worden bij de Overeenkomst

1.

Ieder land, dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, kan partij worden bij deze Overeenkomst door:

2.

De akten van bekrachtiging of van toetreding worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal.

4.

Het bepaalde in het derde lid mag in geen geval worden uitgelegd als een erkenning of stilzwijgende aanvaarding door een van de landen van de bijzondere Unie van de feitelijke situatie van een grondgebied waarop deze Overeenkomst van toepassing is verklaard door een ander land krachtens het bepaalde in het genoemde lid.

Artikel 13. Inwerkingtreding van de Overeenkomst

1.

Voor de eerste vijf landen die een akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd, treedt deze Overeenkomst in werking drie maanden na de nederlegging van de vijfde akte van bekrachtiging of van toetreding.

2.

Voor ieder ander land dan dat waarvoor de Overeenkomst in werking is getreden overeenkomstig het eerste lid, treedt deze Overeenkomst in werking drie maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging of zijn toetreding door de Directeur-Generaal is medegedeeld, tenzij in de akte van bekrachtiging of van toetreding een latere datum is vermeld. In dit laatste geval treedt voor het betrokken land deze Overeenkomst in werking op de aldus aangegeven datum.

3.

Bekrachtiging of toetreding houdt van rechtswege in aanvaarding van alle bepalingen en toelating tot alle voordelen in deze Overeenkomst vastgelegd.

Artikel 14. Looptijd van de Overeenkomst

Deze Overeenkomst heeft dezelfde looptijd als het Verdrag van Parijs voor de bescherming van de industriële eigendom.

Artikel 15. Opzegging

1.

Elk land van de bijzondere Unie kan deze Overeenkomst opzeggen door een kennisgeving gericht aan de Directeur-Generaal.

2.

De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen.

3.

De bevoegdheid tot opzegging bedoeld in dit artikel kan door een land slechts worden uitgeoefend na afloop van een termijn van vijf jaren te rekenen van de datum waarop dit land lid is geworden van de bijzondere Unie.

Artikel 16. Geschillen

1.

Elk geschil tussen twee of meer landen van de bijzondere Unie betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst dat niet door onderhandelingen kan worden beslecht, kan door een der betrokken landen worden voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof door middel van een verzoek overeenkomstig het statuut van het Hof, tenzij de betrokken landen een andere wijze ter beslechting van het geschil overeenkomen. Het Internationale Bureau dient door het verzoekende land in kennis te worden gesteld van het aan het Hof voorgelegde geschil; het Bureau stelt de andere landen van de bijzondere Unie hiervan in kennis.

2.

Elk land kan op het tijdstip waarop het deze Overeenkomst ondertekent of zijn akte van bekrachtiging of toetreding nederlegt, verklaren dat het zich niet gebonden acht door het bepaalde in het eerste lid. Op geschillen tussen een land dat een dergelijke verklaring heeft ingediend en een ander land van de bijzondere Unie, is het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing.

3.

Elk land dat overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid een verklaring heeft afgelegd, kan deze te allen tijde intrekken door een aan de Directeur-Generaal gerichte kennisgeving.

Artikel 17. Ondertekening, talen, functies van de depositaris, kennisgevingen

2.

Officiële teksten worden na raadpleging van de betrokken regeringen vastgesteld door de Directeur-Generaal in andere door de Algemene Vergadering aan te wijzen talen.

4.

De Directeur-Generaal doet deze Overeenkomst registreren bij het secretariaat van de Organisatie der Verenigde Naties.

5.

De Directeur-Generaal stelt de regeringen van alle landen die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom in kennis van:

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Agreement.

DONE at Vienna, this twelfth day of June, one thousand nine hundred and seventy-three.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)