Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Senegal inzake het luchtvervoer
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Senegal, hierna te noemen de Overeenkomstsluitende Partijen;
verlangende de ontwikkeling van het luchtvervoer tussen en via hun grondgebieden te bevorderen en zoveel mogelijk te streven naar internationale samenwerking op dit gebied;
verlangende met betrekking tot dit vervoer de beginselen en bepalingen toe te passen van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, voor ondertekening opengesteld te Chicago op 7 december 1944;
zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen
Artikel 1
De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar de in deze Overeenkomst omschreven rechten met het oog op de vestiging van de internationale burgerlijke luchtverbindingen, vermeld in de hierbij gevoegde Bijlage die is opgesteld in toepassing van deze Overeenkomst.
Artikel 2
Voor de toepassing van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage,
-
- Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst slechts van toepassing op het grondgebied in Europa;
- -. wordt door iedere Overeenkomstsluitende Partij onder „grondgebied” verstaan het land en de daaraan grenzende territoriale wateren die onder de soevereiniteit van die Partij staan.
-
-
- betekent de uitdrukking „Luchtvaartautoriteiten”:
-
- -. wat betreft de Republiek Senegal, de Minister belast met de burgerluchtvaart;
- -. wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, de Minister belast met de burgerluchtvaart;
- -. of in beide gevallen iedere persoon of instelling die bevoegd is dergelijke functies uit te oefenen;
-
-
- betekent de uitdrukking „aangewezen maatschappij” de luchtvaartmaatschappij die één van de Overeenkomstsluitende Partijen met name heeft aangewezen als de door haar gekozen organisatie voor het exploiteren van de luchtdiensten omschreven in deze Overeenkomst en die door de andere Overeenkomstsluitende Partij overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst is aanvaard;
-
-
-
- betekent het woord „tarief” de prijzen van het vervoer van passagiers, bagage en goederen en de voorwaarden waarop zij worden toegepast, alsmede de prijzen en de voorwaarden voor bemiddeling en andere bijkomende diensten, evenwel met uitzondering van de vergoedingen en de voorwaarden betreffende het vervoer van post.
-
Artikel 3
- De wetten en voorschriften van elke Overeenkomstsluitende Partij betrekking hebbende op de binnenkomst in en het vertrek uit haar grondgebied van de luchtvaartuigen, gebruikt in de internationale luchtvaart of betrekking hebbende op de exploitatie van en het vliegen met deze luchtvaartuigen gedurende hun verblijf binnen de grenzen van haar grondgebied, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
- De passagiers, de bemanningsleden en de verladers van goederen en postzendingen dienen, hetzij persoonlijk hetzij door tussenkomst van een derde handelende in hun naam en voor hun rekening, zich te houden aan de wetten en voorschriften die op het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij het binnenkomen, het verblijf en het vertrek regelen van de passagiers, bemanningsleden, goederen en postzendingen, zoals bijvoorbeeld die welke betrekking hebben op het binnenkomen, de uitreisformaliteiten, de immigratie, de douane, de uit de gezondheidsvoorschriften voortvloeiende maatregelen en het deviezenstelsel.
Artikel 4
De bewijzen van luchtwaardigheid en de bewijzen van bevoegdheid uitgereikt of geldig verklaard door een der Overeenkomstsluitende Partijen en welke niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend wat betreft de exploitatie van de luchtroutes vermeld in de hierbij behorende Bijlage. Niettemin behoudt elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voor om, wat betreft het vliegen boven haar eigen grondgebied, de aan haar eigen onderdanen door de andere Overeenkomstsluitende Partij verleende bewijzen van bevoegdheid niet als geldig te erkennen.
Artikel 5
- De luchtvaartuigen die in internationaal verkeer door de aangewezen maatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij worden gebruikt, alsmede hun normale uitrusting (met inbegrip van reserveonderdelen), hun reserves aan motorbrandstoffen en smeermiddelen en hun boordvoorraden (met inbegrip van proviand, dranken en tabak) zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke rechten of heffingen, op voorwaarde dat deze uitrustingsstukken en voorraden aan boord blijven van de luchtvaartuigen totdat zij weer worden uitgevoerd.
- Van dezelfde rechten of heffingen zijn eveneens vrijgesteld, met uitzondering van rechten of heffingen voor bewezen diensten:
- a). alle soorten boordproviand, opgenomen op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij binnen de grenzen als vastgesteld door de autoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij en aan boord genomen van luchtvaartuigen die een internationale dienst van de andere Overeenkomstsluitende Partij verzorgen;
- b). reserveonderdelen ingevoerd op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen voor het onderhoud of het herstellen van de luchtvaartuigen gebruikt in het internationale luchtverkeer van de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij;
- c). de motorbrandstoffen en smeermiddelen bestemd voor de bevoorrading van de door de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij in het internationale luchtverkeer gebruikte luchtvaartuigen, zelfs indien deze voorraden moeten worden gebruikt op het trajectgedeelte uitgevoerd boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waarop deze voorraden aan boord zijn genomen.
- De boorduitrusting, evenals de materialen en voorraden die zich aan boord van de luchtvaartuigen van de aangewezen maatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij bevinden, mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet worden uitgeladen dan met toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied. In dit geval kunnen zij onder toezicht van de genoemde autoriteiten worden geplaatst totdat ze weer worden uitgevoerd of totdat daarvan aangifte bij de douane is gedaan.
HOOFDSTUK II. Overeengekomen diensten
Artikel 6
De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar het recht om door de aangewezen maatschappij van ieder van hen de luchtdiensten te doen exploiteren welke zijn omschreven in deze Overeenkomst en de hierbij behorende Bijlage. Deze diensten zullen verder worden aangeduid met de uitdrukking „overeengekomen diensten”.
Artikel 7
- Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de in de Bijlage van deze Overeenkomst aangegeven routes en doet hiervan schriftelijk mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij.
- Na ontvangst van deze aanwijzing, dient de andere Overeenkomstsluitende Partij, behoudens de bepalingen van het derde lid van dit artikel en die van artikel 9 van deze Overeenkomst, onverwijld aan de aldus aangewezen maatschappij de passende exploitatievergunningen te verlenen.
-De luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen kunnen verlangen dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij het bewijs levert, dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden welke op het gebied van de exploitatie van de internationale nachtdiensten worden voorgeschreven door de wetten en voorschriften die gewoonlijk en redelijkerwijze, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, door de genoemde autoriteiten worden toegepast.
Artikel 8
In toepassing van de artikelen 77 en 79 van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, die voorzien in het instellen door twee of meer Staten van gemeenschappelijke exploitatieorganisaties of van internationale exploitatieorganen, aanvaardt de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden dat de Regering van de Republiek Senegal, overeenkomstig de artikelen 2en 4 en de bijlagen bij het Verdrag inzake Luchtvervoer, dat op 28 maart 1961 te Yaoundé is ondertekend en waartoe de Republiek Senegal is toegetreden, zich het recht voorbehoudt de maatschappij AIR-AFRIQUE aan te wijzen als de door haar gekozen organisatie voor het exploiteren van de overeengekomen diensten.
Artikel 9
- Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunningen bedoeld in het tweede lid van artikel 7 niet te verlenen, indien bedoelde Overeenkomstsluitende Partij er niet van overtuigd is dat een aanzienlijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij welke de maatschappij heeft aangewezen of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij.
- Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening door de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij van de rechten omschreven in artikel 6 van deze Overeenkomst te beperken of te schorsen indien:
- a). zij er niet van overtuigd is dat een aanzienlijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de maatschappij heeft aangewezen of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij, of indien
- b). deze maatschappij zich niet heeft gehouden aan de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die deze rechten heeft verleend, of indien
- c). deze maatschappij de exploitatie niet uitvoert overeenkomstig de voorwaarden gesteld in deze Overeenkomst.
- Tenzij de beperking, de schorsing of de intrekking noodzakelijk is om nieuwe bijzonder ernstige inbreuken op de bedoelde wetten en voorschriften te voorkomen, kan een zodanig recht niet worden uitgeoefend dan na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, zoals voorzien in artikel 17. Ingeval dit overleg faalt, wordt overgegaan tot een scheidsrechterlijke uitspraak overeenkomstig artikel 18.
Artikel 10
- De exploitatie van de overeengekomen diensten tussen de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen vormt voor hen een fundamenteel en primair recht.
- Beide Overeenkomstsluitende Partijen zijn het eens om het beginsel van gelijkheid en wederkerigheid van toepassing te doen zijn op alle terreinen die betrekking hebben op de uitoefening van de rechten voortvloeiende uit deze Overeenkomst.
De aangewezen maatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen zullen verzekerd zijn van een billijke en rechtvaardige behandeling; zij dienen gelijke mogelijkheden en gelijke rechten te genieten en het beginsel van een gelijke verdeling van de aan te bieden vervoerscapaciteit voor de exploitatie van de overeengekomen diensten te eerbiedigen.
- Zij dienen op de gemeenschappelijke trajecten rekening te houden met hun wederzijdse belangen ten einde hun onderscheiden diensten niet onredelijk te treffen.
Artikel 11
De door iedere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen maatschappij geniet bij het exploiteren van een overeengekomen dienst de volgende rechten:
- a). - zij mag over het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vliegen zonder te landen;
- b). - zij mag op dat grondgebied tussenlandingen maken voor andere dan commerciële doeleinden;
- c). - zij mag op dat grondgebied tussenlandingen maken voor het afzetten en opnemen van passagiers, vracht en post in internationaal verkeer.
Artikel 12
- Op elk van de routes voorkomende in de Bijlage bij deze Overeenkomst hebben de overeengekomen diensten als primair doel, bij een redelijk te achten beladingsgraad, te voorzien in een vervoerscapaciteit welke aangepast is aan de normale en redelijkerwijze te voorziene behoeften van het internationale luchtverkeer, afkomstig van of bestemd voor het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de maatschappij welke de genoemde diensten exploiteert, heeft aangewezen.
- De aangewezen maatschappij van elke Overeenkomstsluitende Partij kan binnen de grenzen van de totale vervoerscapaciteit als voorzien in het eerste lid van dit artikel, voldoen aan de verkeersbehoeften tussen de grondgebieden van derde Staten gelegen op de in de Bijlage omschreven routes en het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, daarbij rekening houdende met de plaatselijke en regionale diensten.
- Ten einde te kunnen voldoen aan onvoorziene of tijdelijke vraag naar verkeer op diezelfde routes, dienen de aangewezen maatschappijen onderling te beslissen over passende maatregelen om aan deze tijdelijke toeneming van het verkeer tegemoet te komen. Zij brengen hiervan onmiddellijk verslag uit aan de luchtvaartautoriteiten van hun onderscheiden landen, die met elkaar overleg kunnen plegen indien zij zulks nuttig achten.
- Ingeval de aangewezen maatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen op een of meer routes, hetzij een gedeelte, hetzij het totaal van de vervoerscapaciteit welke zij, rekening houdende met haar rechten, mag aanbieden, niet wenst te gebruiken, verstaat zij zich met de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij ten einde aan haar voor een bepaalde tijd het totaal of een gedeelte van de betrokken vervoerscapaciteit over te dragen.
De aangewezen maatschappij die alle of een gedeelte van haar rechten heeft overgedragen, kan deze aan het einde van de genoemde periode hernemen.
Artikel 13
- De aangewezen maatschappijen leggen minstens zestig (60) dagen voordat zij een begin maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, hun exploitatieprogramma ter goedkeuring voor aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen; deze termijn kan in geval van latere wijzigingen met toestemming van deze autoriteiten worden verkort.
- De luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen verschaffen, op verzoek, aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, alle gangbare statistieken en andere statistische gegevens betreffende het luchtvervoer, welke redelijkerwijze kunnen worden verlangd voor de controle van de door de aangewezen maatschappij van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij aangeboden vervoerscapaciteit. Die statistieken omvatten alle gegevens welke benodigd zijn om de omvang, de herkomst en de bestemming van het verkeer op de overeengekomen diensten vast te stellen.
Artikel 14
- De tarieven die zullen worden toegepast door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van een van de Overeenkomstsluitende Partijen voor het vervoer naar of van het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, worden vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij behoorlijk rekening wordt gehouden met alle daarvoor in aanmerking komende factoren, met name de exploitatiekosten, een redelijke winst alsmede de tarieven die worden toegepast door de andere luchtvaartmaatschappijen.
- De in het eerste lid van dit artikel bedoelde tarieven worden, indien mogelijk, vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen, na overleg met de andere maatschappijen die de gehele route of een gedeelte daarvan exploiteren; de maatschappijen dienen voor het bereiken van deze overeenkomst zoveel mogelijk gebruik te maken van de procedure van de Internationale Luchtvaartorganisatie (IATA) voor het vaststellen van tarieven.
- De aldus vastgestelde tarieven dienen ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen, ten minste zestig (60) dagen voor de voorziene datum van inwerkingtreding. Deze termijn kan in bijzondere gevallen, met goedkeuring van die autoriteiten, worden verkort.
- Deze goedkeuring kan uitdrukkelijk worden gegeven. Indien de luchtvaartautoriteiten noch van de ene Partij noch van de andere Partij de tarieven uitdrukkelijk hebben afgewezen binnen een termijn van dertig (30) dagen te rekenen vanaf de datum waarop de tarieven ter goedkeuring zijn voorgelegd overeenkomstig het bepaalde in het derde lid van dit artikel, worden die tarieven beschouwd als te zijn goedgekeurd. Indien de termijn waarbinnen de tarieven ter goedkeuring moeten worden voorgelegd, is verkort overeenkomstig het bepaalde in het derde lid, kunnen de luchtvaartautoriteiten een termijn overeenkomen die korter is dan dertig (30) dagen voor het mededelen van een eventuele afwijzing.
- Wanneer een tarief niet kan worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid van dit artikel, of wanneer een luchtvaartautoriteit binnen de in het vierde lid van dit artikel genoemde termijnen, aan de andere luchtvaartautoriteit mededeling doet dat zij ieder tarief afwijst dat is vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid, dienen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen, na de luchtvaartautoriteiten van iedere andere Staat waarvan zij het nuttig achten het advies in te winnen te hebben geraadpleegd, te trachten het tarief in onderling overleg vast te stellen.
- Indien de luchtvaartautoriteiten niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent een tarief dat hun ter goedkeuring is voorgelegd overeenkomstig het bepaalde in het derde lid van dit artikel, of omtrent de vaststelling van een tarief in de zin van het vijfde lid van dit artikel, wordt het geschil geregeld volgens de bepalingen voorzien in deze Overeenkomst ten aanzien van de regeling van geschillen.
- Ieder tarief dat is vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in dit artikel blijft van kracht totdat er een nieuw tarief wordt vastgesteld.
- De aangewezen luchtvaartmaatschappijen mogen geen andere tarieven toepassen dan die welke zijn overeengekomen en goedgekeurd.
Artikel 15
Iedere Overeenkomstsluitende Partij verleent de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht tot het vrijelijk overmaken van de netto-inkomsten die op haar grondgebied zijn verworven uit het vervoer van passagiers, bagage, postzendingen en vracht.
- Deze overmaking geschiedt op basis van de op de geldmarkt geldende wisselkoersen voor de lopende betalingen.
- Voor zover het betalingsverkeer tussen de Overeenkomstsluitende Partijen wordt geregeld door een bijzondere Overeenkomst, wordt deze bijzondere Overeenkomst toegepast.
- De netto-inkomsten, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, die door een door één der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen maatschappij zijn verworven zijn vrijgesteld van inkomstenbelasting en/of vennootschapbelasting door de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 16
Beide Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen elkaar telkens wanneer daartoe behoefte bestaat, te raadplegen ten einde hun onderscheiden lucht diensten te coördineren.
HOOFDSTUK III. Overleg, arbitrage, opzegging
Artikel 17
- Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde om overleg tussen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen verzoeken inzake de uitlegging, de toepassing of wijzigingen van deze Overeenkomst en/of van de Bijlage.
- Dit overleg dat zowel mondeling als schriftelijk kan geschieden, vangt aan uiterlijk zestig (60) dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek.
- Iedere wijziging van deze Overeenkomst waartoe wordt besloten tijdens het in het eerste lid hierboven bedoelde overleg, wordt tussen de Overeenkomstsluitende Partijen schriftelijk overeengekomen en wordt van kracht op de datum waarop beide Regeringen elkaar hebben medegedeeld dat aan de door hun onderscheiden interne wetgevingen vereiste formaliteiten is voldaan.
- Iedere wijziging van de Bijlage bij deze Overeenkomst, waartoe wordt besloten tijdens het in het eerste lid hierboven bedoelde overleg, wordt tussen de luchtvaartautoriteiten schriftelijk overeengekomen en wordt onmiddellijk van kracht.
Artikel 18
- Ingeval regeling van een geschil betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst overeenkomstig de bepalingen van artikel 17 niet mogelijk is gebleken hetzij tussen de luchtvaartautoriteiten hetzij tussen de Regeringen van de Overeenkomstsluitende Partijen, wordt het geschil op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen aan een scheidsgerecht voorgelegd.
Dit scheidsgerecht zal uit drie leden zijn samengesteld. Elke Overeenkomstsluitende Partij wijst een scheidsman aan en beide scheidsmannen dienen tot overeenstemming te komen omtrent de aanwijzing van een onderdaan van een derde Staat als voorzitter.
Indien binnen twee maanden na de datum waarop een van beide Overeenkomstsluitende Partijen de scheidsrechterlijke regeling van het geschil heeft voorgesteld, de beide scheidsmannen niet zijn aangewezen of, indien in de loop van de daaropvolgende maand de scheidsmannen niet tot overeenstemming zijn gekomen omtrent de aanwijzing van de voorzitter, kan elke Overeenkomstsluitende Partij de voorzitter van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie verzoeken over te gaan tot de nodige aanwijzingen.
Het scheidsgerecht neemt, indien het er niet in slaagt het geschil in der minne te schikken, een beslissing bij meerderheid van stemmen. Voor zover de Overeenkomstsluitende Partijen niet anders overeenkomen, stelt het zelf zijn procedureregels vast en bepaalt het zelf zijn zetel.
De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich, zich te houden aan de voorlopige maatregelen die tijdens het proces kunnen worden voorgeschreven, alsook aan de scheidsrechterlijke uitspraak welke in alle gevallen als definitief wordt beschouwd.
Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen zich niet houdt aan de scheidsrechterlijke beslissingen, kan de andere Overeenkomstsluitende Partij, zolang deze nalatigheid duurt, de rechten of voorrechten welke zij krachtens deze Overeenkomst aan de in gebreke zijnde Overeenkomstsluitende Partij had verleend, beperken, opschorten of intrekken.
Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt de vergoeding van de werkzaamheden van haar scheidsman op zich, alsook de helft van de vergoeding voor de aangewezen voorzitter.
Artikel 19
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de wens te kennen geven deze Overeenkomst op te zeggen. Een zodanige kennisgeving wordt tegelijkertijd gedaan aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. De opzegging treedt in werking twaalf (12) maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij deze kennisgeving voor het einde van deze periode in gemeen overleg wordt ingetrokken. Ingeval de Overeenkomstsluitende Partij welke een dergelijke kennisgeving ontvangt, de ontvangst daarvan niet zou bevestigen, wordt die kennisgeving geacht te zijn ontvangen vijftien (15) dagen na ontvangst daarvan bij de zetel van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
HOOFDSTUK IV. Slotbepalingen
Artikel 20
Elke Overeenkomstsluitende Partij stelt de andere in kennis van de voltooiing der grondwettelijke procedures, vereist voor de inwerkingstelling van deze Overeenkomst welke van kracht zal worden op de dag der laatste kennisgeving.
Artikel 21
Deze Overeenkomst en haar Bijlage alsmede alle latere wijzigingen worden ter registratie aangeboden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
EN FOI DE QUOI, les plénipotentiaires soussignés, dûment autorisés par leurs Gouvernements respectifs, ont signé le présent Accord.
FAIT à Dakar, le 27 juillet 1977 en double exemplaire en langue française.
Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas
(s.) E. E. S. DE JONGH
Emeric Eitel Sydney de Jongh
Ambassadeur du Royaume des Pays-Bas
Pour le Gouvernement de la République du Sénégal
(s.) M. DIOP
Mamadou Diop
Ministre des Travaux publics, de l'Urbanisme et des Transports
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)