Verdrag inzake een gedragscode voor lijnvaartconferences
DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN
De Partijen bij dit Verdrag,
Geleid door de wens het conferencestelsel in de lijnvaart te verbeteren,
De behoefte erkennend aan een algemeen aanvaardbare gedragscode voor lijnvaartconferences,
Rekening houdend met de bijzondere behoeften en problemen van de ontwikkelingslanden met betrekking tot de activiteiten van lijnvaartconferences die hun buitenlandse vervoer verzorgen,
Overeenkomend in de Code de onderstaande fundamentele doelstellingen en basisbeginselen neer te leggen:
het doel de ordelijke uitbreiding van het mondiale vervoer over zee te vergemakkelijken:
het doel de ontwikkeling te bevorderen van geregelde en doelmatige lijndiensten die beantwoorden aan de eisen van het betrokken vervoer;
het doel een evenwicht te verzekeren tussen de belangen van de aanbieders en de gebruikers van lijnvaartdiensten;
het beginsel dat conferencepraktijken geen discriminatie mogen inhouden tegen de reders, verladers of de buitenlandse handel van een land;
het beginsel dat conferences zinvol overleg plegen met verladersorganisaties, vertegenwoordigers van verladers en verladers inzake aangelegenheden van gemeenschappelijk belang, met desgevraagd, de deelneming van de bevoegde autoriteiten;
het beginsel dat conferences aan belanghebbende partijen relevante informatie dienen te verstrekken over hun activiteiten die voor die partijen van belang zijn en zinvolle informatie over hun activiteiten openbaar dienen te maken,
zijn overeengekomen als volgt:
DEEL EEN
HOOFDSTUK I. : BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
HOOFDSTUK II. : BETREKKINGEN TUSSEN LEDEN-LIJNEN
Artikel 1. Lidmaatschap
Een nationale lijn heeft het recht volledig lid te zijn van een conference die het buitenlandse vervoer van haar land verzorgt, zulks in overeenstemming met de normen neergelegd in artikel 1, tweede lid. Lijnen die niet als nationale lijnen worden aangemerkt, hebben het recht volledig lid van die conference te worden, afhankelijk van de normen neergelegd in artikel 1, tweede en derde lid, en van het bepaalde betreffende het aandeel in het vervoer neergelegd in artikel 2 met betrekking tot lijnen uit derde landen.
Een lijn die het lidmaatschap van een conference aanvraagt, dient aan te tonen dat zij in staat en voornemens is op lange termijn een geregelde, toereikende en doelmatige dienst te exploiteren, zoals omschreven in de conference-overeenkomst binnen het kader van de conference. De lijn kan gebruik maken van gecharterde tonnage, mits aan de in dit lid gestelde normen wordt voldaan. De lijn dient zich ertoe te verbinden zich te houden aan alle voorwaarden en bedingen van de conference-overeenkomst en dient een waarborgsom te deponeren ter dekking van openstaande financiële verplichtingen in het geval van een latere terugtrekking, schorsing of ontzetting uit het lidmaatschap, indien zulks krachtens de conference-overeenkomst is vereist.
Bij het in overweging nemen van een aanvrage tot lidmaatschap van een lijn die geen nationale lijn is op een route van de betrokken conference dient, behalve met het bepaalde in artikel 1, tweede lid, onder meer rekening te worden gehouden met de onderstaande normen:
- a. de feitelijke omvang van de goederenstroom op de dienst of diensten die door de conference worden onderhouden en de vooruitzichten op uitbreiding daarvan;
- b. de toereikendheid van de scheepsruimte voor de feitelijke en te verwachten omvang van de goederenstroom op de dienst of diensten die door de conference worden onderhouden;
- c. het vermoedelijke gevolg van toelating van de lijn tot de conference op de doelmatigheid en kwaliteit van het conferencevervoer;
- d. de feitelijke deelneming van de lijn aan het goederenvervoer op dezelfde route of routes buiten een conferenceverband; en
- e. de feitelijke deelneming van de lijn aan het goederenvervoer op dezelfde route of routes binnen het verband van een andere conference.
De bovenstaande criteria dienen niet zo te worden gehanteerd dat daardoor de toepassing van de bepalingen betreffende deelneming in het vervoer neergelegd in artikel 2 wordt ondermijnd.
Over een aanvrage tot toelating of wedertoelating tot het lidmaatschap wordt onverwijld beslist en de beslissing wordt onverwijld door een conference aan een aanvrager medegedeeld, in geen geval later dan zes maanden na de datum van de aanvrage. Wanneer een lijn toelating of wedertoelating wordt geweigerd geeft de conference tegelijkertijd schriftelijk de redenen voor een zodanige weigering.
Bij het in overweging nemen van aanvragen tot toelating houdt een conference rekening met de opvattingen die naar voren worden gebracht door de verladers en de verladersorganisaties van de landen wier handel wordt vervoerd door de conference, alsmede met de opvattingen van de bevoegde autoriteiten indien deze zulks verzoeken.
Een lijn die om wedertoelating verzoekt, dient, naast te voldoen aan de criteria voor toelating neergelegd in artikel 1, tweede lid, ook aan te tonen dat zij voldaan heeft aan haar verplichtingen overeenkomstig artikel 4, eerste en vierde lid. De conference kan de omstandigheden waaronder de lijn de conference heeft verlaten aan een bijzonder onderzoek onderwerpen.
Artikel 2. Deelneming aan het vervoer
Een lijn die is toegelaten tot het lidmaatschap van een conference heeft afvaart- en laadrechten in het vaargebied van die conference.
Wanneer binnen een conference een pool functioneert, hebben alle conferenceleden die het vervoer op de door de pool bestreken handelsroute verzorgen, het recht deel te nemen in de pool voor dat vervoer.
Voor de bepaling van het vervoersaandeel dat de leden-lijnen het recht hebben te verwerven, worden de nationale lijnen van elk land, ongeacht het aantal lijnen, beschouwd als een enkele groep lijnen voor dat land.
Bij de bepaling van een vervoersaandeel binnen een pool van afzonderlijke leden-lijnen en/of groepen van nationale lijnen overeenkomstig artikel 2, tweede lid, wordt uitgegaan van de volgende beginselen ten aanzien van hun recht tot deelneming aan het door de conference verrichte vervoer, tenzij onderling anderszins overeengekomen:
- a. De groep van nationale lijnen van elk van twee landen waartussen de conference de buitenlandse handel vervoert, heeft gelijke rechten tot deelneming in de vrachten en de omvang van het vervoer die hun oorsprong vinden in hun onderlinge handel en welk vervoer door de conference wordt verricht;
- b. Lijnen uit derde landen, indien deze er zijn, hebben het recht een aanmerkelijk deel, zoals 20 procent, te verwerven in de vrachten en de omvang van het vervoer die hun oorsprong vinden in die handel.
Indien er voor een van de landen wier buitenlandse handel door een conference wordt vervoerd, geen nationale lijnen zijn, die deelnemen aan het vervoer van die handelsstroom, wordt het aandeel van het vervoer waarop de nationale lijnen van dat land ingevolge artikel 2, vierde lid, recht zouden hebben, verdeeld tussen de afzonderlijke ledenlijnen die deelnemen in dat vervoer, naar verhouding van hun onderscheiden aandeel.
Indien de nationale lijnen van een land besluiten, niet hun volle aandeel te vervoeren, wordt het deel van hun aandeel dat zij niet vervoeren, verdeeld tussen de afzonderlijke leden-lijnen die deelnemen aan het vervoer, naar verhouding van hun onderscheiden aandeel.
Indien de nationale lijnen van de betrokken landen niet deelnemen aan het vervoer dat tussen die landen door een conference wordt verzorgd, wordt het aandeel van het door de conference tussen die landen verrichte vervoer herverdeeld tussen de deelnemende leden-lijnen van derde landen door middel van commercieel overleg tussen deze lijnen.
De nationale lijnen van een regio, die lid zijn van een conference, aan het ene einde van de door de conference bevaren route kunnen bij onderlinge overeenstemming het aandeel in het hun toegewezen vervoer onderling herverdelen, overeenkomstig artikel 2, vierde tot en met zevende lid.
Behoudens het bepaalde in artikel 2, vierde tot en met achtste lid, betreffende aandelen in het vervoer tussen afzonderlijke lijnen of groepen van lijnen, worden de overeenkomsten inzake pooling of ladingverdeling periodiek door de conference bezien, met in deze overeenkomsten te bepalen tussenpozen en overeenkomstig in de conference-overeenkomst aan te geven criteria.
De toepassing van dit artikel vangt aan zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit Verdrag en wordt voltooid binnen een overgangsperiode die in geen geval langer dan twee jaar mag zijn, met inachtneming van de specifieke situatie op elk van de betrokken handelsroutes.
Lijnen die lid zijn van een conference zijn gerechtigd gecharterde schepen te exploiteren om hun conference-verplichtingen te vervullen.
De criteria voor de verdeling en de herziening van aandelen neergelegd in artikel 2, eerste tot en met elfde lid, zijn van toepassing wanneer er, bij het ontbreken van een pool, een overeenkomst inzake laad- en losrechten, afvaart, en/of enige andere vorm van overeenkomst voor ladingverdeling bestaat.
Wanneer er geen overeenkomsten inzake pooling, laad- en losrechten of afvaart of andere overeenkomsten voor deelneming aan het vervoer in een conference bestaan, kan elke groep van nationale lijnen die lid zijn van de conference, eisen dat pooling-regelingen worden ingevoerd ten aanzien van het door de conference tussen hun landen verrichte vervoer, zulks in overeenstemming met het bepaalde in artikel 2, vierde lid; of anders kunnen zij eisen dat de afvaarten zo worden aangepast dat deze lijnen een mogelijkheid wordt geboden in wezen dezelfde rechten te genieten tot deelneming aan het vervoer tussen die twee landen dat door de conference wordt verricht, als zij ingevolge het bepaalde in artikel 2, vierde lid, zouden hebben genoten. Een zodanig verzoek wordt in overweging genomen en daarover wordt beslist door de conference. Indien er tussen de leden van de conference geen overeenstemming is omtrent instelling van zulk een pool of aanpassing van de afvaarten, hebben de groepen van nationale lijnen aan beide uiteinden van de vervoerroute een meerderheidsstem bij de beslissing tot instelling van een zodanige pool of invoering van een aanpassing van de afvaarten. Over deze zaak wordt beslist binnen een tijdvak van niet langer dan zes maanden na ontvangst van het verzoek.
In het geval van gebrek aan overeenstemming tussen de nationale lijnen van de landen aan beide uiteinden wier vervoer door de conference wordt verricht, ten aanzien van de vraag of er al dan niet pooling wordt ingevoerd, kunnen zij eisen dat binnen de conference de afvaarten zo worden aangepast dat daardoor deze lijnen een mogelijkheid wordt geboden in wezen dezelfde rechten te genieten tot deelneming aan het vervoer tussen die twee landen dat door de conference wordt verricht als zij zouden hebben genoten ingevolge het bepaalde in artikel 2, vierde lid. In het geval er geen nationale lijnen zijn in één van de landen wier vervoer door de conference wordt verricht, kunnen de nationale lijnen van het andere land hetzelfde verzoek doen. De conference doet zijn uiterste best om aan dit verzoek te voldoen. Indien evenwel niet aan dit verzoek wordt voldaan, kunnen de bevoegde autoriteiten van de landen aan beide uiteinden van de vervoerroute, indien zij zulks wensen, de zaak opnemen en hun opvattingen aan de betrokken partijen kenbaar maken ter overweging door die partijen. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, wordt het geschil behandeld overeenkomstig de in deze Code vastgelegde procedures.
Andere lijnen die lid zijn van een conference kunnen ook verzoeken dat pooling- of afvaartovereenkomsten worden ingevoerd en het verzoek dient door de conference te worden overwogen overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van deze Code.
Een conference dient in een poolingovereenkomst passende regelen op te nemen voor gevallen waarin de lading door een lid om enigerlei reden niet is geaccepteerd, behalve in geval van late aanbieding door de verlader. Een zodanige overeenkomst dient te bepalen dat een schip met niet-geboekte ruimte die kan worden gebruikt, wordt toegestaan de lading aan boord te nemen, zelfs wanneer daardoor het poolaandeel van de lijn in het vervoer wordt overschreden, indien de lading anders zou achterblijven en langer vertraagd zou worden dan een door de conference vastgestelde termijn.
De bepalingen van artikel 2, eerste tot en met zestiende lid, gelden voor alle goederen, ongeacht hun oorsprong, hun bestemming of het gebruik waarvoor zij zijn bestemd, met uitzondering van militaire uitrusting ten behoeve van de nationale verdediging.
Artikel 3. Besluitvormingsprocedures
De besluitvormingsprocedures vervat in een conference-overeenkomst dienen te zijn gebaseerd op het beginsel van gelijkheid van alle lijnen die volledig lid zijn; deze procedures dienen te verzekeren dat de stemvoorschriften het juiste functioneren van de conference en de dienstverlening in het vaargebied niet belemmeren en dient die aangelegenheden te omschrijven waarover met eenparigheid van stemmen beslissingen zullen worden genomen. Ten aanzien van in een conference-overeenkomst omschreven aangelegenheden betreffende het goederenvervoer tussen twee landen kan evenwel geen beslissing worden genomen zonder de instemming van de nationale lijnen van deze twee landen.
Artikel 4. Sancties
Een conferencelid heeft het recht, onder voorbehoud van de bepalingen betreffende terugtrekking die zijn vervat in poolregelingen en/of ladingverdeling-regelingen, nadat hij een conference-overeenkomst heeft opgezegd met inachtneming van een termijn van drie maanden, zich zonder sancties ontslagen te achten van de voorwaarden van deze overeenkomst, tenzij de conference-overeenkomst een andere termijn bepaalt, hoewel hij zijn verplichtingen als lid van de conference dient te vervullen tot de datum van ontheffing.
Een conference kan, met inachtneming van een in de conferenceovereenkomst aan te geven termijn, een lid schorsen of royeren wegens aanmerkelijke nalatigheid in de naleving van de voorwaarden en bedingen van de conference-overeenkomst.
Een royement of schorsing wordt eerst van kracht wanneer een schriftelijke uiteenzetting van de redenen daarvoor is gegeven en wanneer enigerlei geschil is geregeld zoals bepaald in hoofdstuk VI.
Bij terugtrekking of royement dient de betrokken lijn haar deel in de uitstaande financiële verplichtingen van de conference te betalen tot de datum van haar terugtrekking of royement. In geval van terugtrekking, schorsing of royement wordt de rederij niet ontheven van haar eigen financiële verplichtingen ingevolge de conference-overeenkomst of van enigerlei verplichtingen jegens verladers.
Artikel 5. Tuchtregeling
Een conference dient een indicatieve lijst vast te stellen en bij te houden, die zo uitputtend mogelijk dient te zijn, van praktijken die als misbruiken en/of inbreuken op de conference-overeenkomst worden beschouwd en dient te voorzien in een doeltreffende zelfregulering ten einde deze praktijken aan te pakken, met specifieke bepalingen die voorzien in:
- a. de vaststelling van sancties of een scala van sancties voor misbruiken of inbreuken, in evenredigheid met de ernst daarvan;
- b. de bestudering en het onpartijdig onderzoek van een uitspraak inzake klachten en/of beslissingen genomen ten aanzien van klachten, tegen misbruiken of inbreuken, door een persoon of lichaam dat geen banden heeft met leden-lijnen van een conference of met dochterondernemingen daarvan, zulks op verzoek van de conference of enige andere betrokken partij.
- c. het op verzoek uitbrengen van verslag omtrent de maatregelen getroffen in verband met de klachten inzake misbruiken en/of inbreuken, waarbij de betrokken partijen anoniem blijven, aan de bevoegde autoriteiten van de landen waarvan goederen worden vervoerd door de conference en van de landen wier lijnen lid van de conference zijn.
Lijnen en conferences zijn gerechtigd de volle medewerking van verladers en verladersorganisatie te ontvangen in hun pogingen misbruiken en inbreuken te bestrijden.
Artikel 6. Conference-overeenkomsten
Alle conference-overeenkomsten, pooling- en afvaartregelingen, regelingen omtrent laad- en losrechten en wijzigingen daarop of andere documenten die rechtstreeks op zodanige overeenkomsten betrekking hebben en deze raken, dienen op verzoek ter beschikking te worden gesteld van de bevoegde autoriteiten van de landen wier vervoer door de conference wordt verricht en van de landen wier lijnen lid zijn van de conference.
HOOFDSTUK III. : BETREKKINGEN MET VERLADERS
Artikel 7. Getrouwheidsovereenkomsten
De lijnen die lid zijn van een conference, zijn gerechtigd getrouwheidsovereenkomsten met verladers te sluiten en te handhaven, over de vorm en voorwaarden waarvan overlegd wordt tussen de conference en de verladersorganisaties of de vertegenwoordigers van verladers. Deze getrouwheidsovereenkomsten dienen waarborgen te bieden waarbij de rechten van verladers en van conferenceleden expliciet vastgesteld worden. Deze overeenkomsten dienen te zijn gebaseerd op het contractsysteem of op een ander eveneens wettig systeem.
Ongeacht de aard van de getrouwheidsovereenkomsten wordt het voor trouwe verladers geldende vervoertarief bepaald binnen een vast scala van percentages van het voor andere verladers geldende vervoertarief. Wanneer een verandering in het verschil leidt tot een verhoging van de aan verladers in rekening gebrachte vrachttarieven, kan de verandering eerst worden toegepast nadat de verladers 150 dagen tevoren hiervan in kennis zijn gesteld of overeenkomstig regionale praktijken en/of overeenkomsten. Geschillen in verband met een verandering van het verschil worden geregeld zoals bepaald in de getrouwheidsovereenkomst.
De voorwaarden van de getrouwheidsovereenkomsten dienen waarborgen te omvatten waarbij de rechten en plichten van verladers en van lijnen die lid zijn van de conference expliciet worden vastgesteld overeenkomstig onder meer de onderstaande bepalingen:
- a. De verlader is gebonden met betrekking tot lading waarvan het vervoer wordt verzorgd overeenkomstig het verkoopcontract voor de desbetreffende goederen door hem of door zijn gelieerde onderneming of dochteronderneming of door zijn expediteur, met dien verstande dat de verlader niet door ontduiking, list of via een tussenpersoon zal pogen lading elders onder te brengen in strijd met zijn getrouwheidsverplichting.
- b. Wanneer er een getrouwheidscontract is gesloten, dient de omvang van feitelijke of betaalde schadevergoeding en/of boete in het contract te worden aangegeven. De conferenceleden kunnen evenwel beslissen een lagere schadevergoeding vast te stellen of de eis tot schadevergoeding achterwege te laten. In elk geval mag de ingevolge het contract door de verlader te betalen schadevergoeding niet hoger zijn dan de vrachten voor die zending, berekend volgens het in het contract bepaalde tarief.
- c. De verlader is gerechtigd volledig de status van trouwe verlader te herkrijgen, onder voorbehoud dat hij voldoet aan door de conference gestelde voorwaarden, die in de getrouwheidsovereenkomst dienen te zijn aangegeven.
- d. De getrouwheidsovereenkomst dient te vermelden:
- (i). een lijst van soorten lading, waaronder eventueel zonder merkteken of telling vervoerde bulklading, die uitdrukkelijk buiten de getrouwheidsovereenkomst vallen;
- (ii). een omschrijving van de omstandigheden waarin andere lading dan de onder (i) bedoelde lading geacht wordt buiten de getrouwheidsovereenkomst te vallen;
- (iii). de wijze van regeling van geschillen die zich bij de toepassing van de getrouwheidsovereenkomst kunnen voordoen;
- (iv). de mogelijkheid voor beëindiging van de getrouwheidsovereenkomst op verzoek van een verlader of van een conference, zonder boete, na het verstrijken van een aangegeven opzeggingstermijn, waarbij de opzegging schriftelijk dient te geschieden; en
- (v). de voorwaarden voor het verlenen van ontheffing.
Indien er een geschil bestaat tussen een conference en een verladersorganisatie, vertegenwoordigers van verladers en/of verladers over de vorm of de voorwaarden van een voorgestelde getrouwheidsovereenkomst, kan elk der partijen het geschil ter oplossing voorleggen volgens passende procedures zoals vervat in deze Code.
Artikel 8. Ontheffing
Binnen de voorwaarden van de getrouwheidsovereenkomsten dienen de conferences erin te voorzien dat verzoeken van verladers om ontheffing worden bestudeerd en dat onverwijld een beslissing daaromtrent wordt genomen en dat, indien daarom wordt verzocht, schriftelijk de redenen worden gegeven wanneer ontheffing wordt geweigerd. Indien een conference niet binnen een in de getrouwheidsovereenkomst aangegeven termijn, bevestigt dat voldoende ruimte beschikbaar is voor het vervoer van de lading van een verlader binnen een eveneens in de getrouwheidsovereenkomst aangegeven termijn, heeft de verlader het recht ongestraft een ander schip voor het vervoer van de betrokken lading te gebruiken.
In havens waar conferencediensten worden aangeboden afhankelijk van de beschikbaarheid van een aangegeven minimum hoeveelheid lading (d.w.z. op aanmelding) hebbende verladers automatisch het recht, zonder hun status als trouwe verlader in gevaar te brengen indien de lijn de haven niet aandoet, ondanks tijdige kennisgeving door de verladers, of indien de lijn niet binnen een overeengekomen termijn reageert op de door verladers gedane kennisgeving, elk beschikbaar schip te gebruiken voor het vervoer van hun lading.
Artikel 9. Beschikbaarstelling van vervoertarieven en daarmede samenhangende voorwaarden en/of regelingen
De vervoertarieven, de daarmede samenhangende voorwaarden, regelingen en wijzigingen daarop, worden op verzoek ter beschikking gesteld van verladers, verladersorganisaties en andere betrokken partijen tegen redelijke vergoeding en dienen beschikbaar te zijn voor raadpleging op het kantoor van de lijnen en hun agenten. Zij dienen alle voorwaarden te behelzen betreffende de toepassing van vervoertarieven en het vervoer van de lading waarvoor deze tarieven gelden.
Artikel 10. Jaarverslagen
De conferences verstrekken jaarlijks aan de verladersorganisaties, of aan de vertegenwoordigers van verladers verslagen over hun werkzaamheden, welke verslagen beogen algemene voor dezen van belang zijnde informatie te verstrekken, met inbegrip van ter zake dienende informatie over met verladers en verladersorganisaties gevoerd overleg, maatregelen genomen naar aanleiding van klachten, veranderingen in het lidmaatschap en belangrijke veranderingen in de dienst, de vervoertarieven en de vervoervoorwaarden. Zulke jaarverslagen dienen op verzoek te worden overgelegd aan de bevoegde autoriteiten van de landen waarvan het vervoer door de betrokken conference wordt verzorgd.
Artikel 11. Overlegprocedure
Omtrent aangelegenheden van gemeenschappelijk belang dient overleg te worden gepleegd tussen een conference, verladersorganisaties, verladersvertegenwoordigers en, indien mogelijk, verladers, die voor dit doel kunnen worden aangewezen door de bevoegde autoriteit indien deze zulks wenst. Dit overleg vindt plaats wanneer daarom wordt verzocht door een van de bovengenoemde partijen. De bevoegde autoriteiten hebben op hun verzoek het recht, volledig deel te nemen in het overleg, doch dit houdt niet in dat zij een rol bij de besluitvorming spelen.
Overleg kan worden gepleegd over onder meer de volgende aangelegenheden:
- a. wijzigingen in algemene tariefvoorwaarden en daarmede samenhangende regelingen;
- b. wijzigingen in het algemene niveau van de vervoertarieven en in de vervoertarieven voor belangrijke grondstoffen;
- c. stimuleringstarieven en/of bijzondere vervoertarieven;
- d. oplegging van toeslagen en de daarmede samenhangende wijzigingen;
- e. getrouwheidsovereenkomsten, de totstandkoming daarvan of wijzigingen in hun vorm en algemene voorwaarden;
- f. wijzigingen in de tariefklassificatie van havens;
- g. procedure voor het verstrekken van de noodzakelijke informatie door de verladers betreffende de verwachte omvang en aard van hun lading; en
- h. aanbieding van lading ter verscheping en de voorwaarden betreffende kennisgeving van de beschikbaarheid van lading.
Voor zover zij vallen binnen het werkterrein van een conference kan over de onderstaande aangelegenheden eveneens overleg worden gepleegd:
- a. het functioneren van diensten voor ladinginspectie;
- b. wijzigingen in het dienstverleningspatroon;
- c. gevolgen van de invoering van nieuwe technieken in het vervoer van lading, met name het vormen van eenheden, met als gevolg vermindering van conventionele dienstverlening of verlies van directe diensten; en
- d. toereikendheid en kwaliteit van de vervoerdiensten, met inbegrip van de invloed van pooling, afvaartregelingen of regelingen omtrent laad- en losrechten op de beschikbaarheid van vervoerdiensten en de vervoertarieven waartegen de vervoerdiensten worden geboden; wijzigingen in de vaargebieden waarbinnen de diensten worden aangeboden en in de regelmaat van aanloop door conferenceschepen.
Tenzij in deze Code anders bepaald, dient het overleg te worden gevoerd voordat definitieve beslissingen worden genomen. Van het voornemen beslissingen te nemen inzake aangelegenheden bedoeld in artikel 11, tweede en derde lid, is voorafgaande kennisgeving vereist. Wanneer zulks onmogelijk is, kunnen dringende beslissingen worden genomen in afwachting van het voeren van overleg.
Het overleg vangt aan zonder onnodig uitstel en in elk geval binnen een maximum termijn aangegeven in de conference-overeenkomst, of, wanneer de overeenkomst een zodanige bepaling niet omvat, uiterlijk 30 dagen na ontvangst van het voorstel tot overleg, tenzij in deze Code andere termijnen zijn bepaald.
Wanneer overleg wordt gepleegd, dienen de partijen al het mogelijke te doen om ter zake dienende informatie te verstrekken, tijdig besprekingen te voeren en onderwerpen te verduidelijken ten einde oplossingen te vinden voor de betrokken vraagstukken. De betrokken partijen dienen rekening te houden met elkanders opvattingen en problemen en te streven naar het bereiken van een akkoord dat rekening houdt met hun commerciële levensvatbaarheid.
HOOFDSTUK IV. : VERVOERTARIEVEN
Artikel 12. Maatstaven voor de vaststelling van de vervoertarieven
Bij het nemen van een beslissing inzake tariefbeleidsvraagstukken wordt, in alle in deze Code genoemde gevallen tenzij anderszins bepaald, rekening gehouden met de onderstaande punten:
- a. De vervoertarieven worden vastgesteld op een zo laag niveau als uit commercieel oogpunt mogelijk is en dat de reders een redelijke winst biedt;
- b. De kosten van de werkzaamheden van conferences worden als regel geraamd voor de totale reis van schepen, waarbij de uitreis en thuisreis als één geheel worden beschouwd. Waar de uitreis en de thuisreis afzonderlijk kunnen worden beschouwd, zal zulks dienen te geschieden. In de vervoertarieven dient onder meer rekening te worden gehouden met de aard van de lading, de maat/gewicht-verhouding van de lading, alsook de waarde van de lading;
- c. Bij het vaststellen van stimuleringsvervoertarieven en/of bijzondere vervoertarieven voor bepaalde goederen, wordt rekening gehouden met de voorwaarden waaronder deze goederen worden verhandeld in de landen die door de conference worden bediend, inzonderheid de ontwikkelingslanden en de landen zonder zeekust.
Artikel 13. Conferencevervoertarieven en de klassificatie van vervoertarieven
In de conferencevervoertarieven mag niet op onbillijke wijze onderscheid worden gemaakt tussen verladers in een soortgelijke situatie. Lijnen die lid zijn van een conference, dienen zich strikt te houden aan de vervoertarieven, regels en voorwaarden vermeld in de tarieven en in andere op dat tijdstip geldige gepubliceerde documenten van de conference, en aan ingevolge deze Code toegestane bijzondere regelingen.
De conferencetariefschalen dienen eenvoudig en duidelijk te zijn opgesteld, zo min mogelijk klassen/categorieën te omvatten afhankelijk van de bijzondere vereisten van een vervoerroute, een vervoertarief aan te geven voor elk vervoerd goed en, waar passend, voor elke klasse/categorie; zij dienen tevens, waar mogelijk, ten einde de opstelling en analyse van statistieken te vergemakkelijken, het overeenkomstige nummer te omvatten van het artikel overeenkomstig de Internationale Standaardhandelsclassificatie, de Naamlijst van Brussel of enige andere naamlijst die internationaal aanvaard is; de klassificatie van goederen in de vervoertarieven dient, voor zo ver mogelijk, te worden opgesteld in samenwerking met verladersorganisaties en andere betrokken nationale en internationale organisaties.
Artikel 14. Algemene verhogingen van vervoertarieven
Een conference dient ten minste 150 dagen van te voren, of overeenkomstig regionaal gebruik en/of overeenkomst, de verladersorganisaties of de vertegenwoordigers van verladers en/of verladers en, waar zulks is vereist, de bevoegde autoriteiten van de landen wier vervoer door de conference wordt verzorgd, kennis te geven van haar voornemen een algemene verhoging van de vervoertarieven toe te passen, alsmede een aanduiding van de omvang daarvan, de datum van inwerkingtreding en de redenen voor de voorgestelde verhoging.
Op verzoek van een van de hiertoe in deze Code aangewezen partijen, te doen binnen een overeengekomen termijn na ontvangst van de kennisgeving, wordt een aanvang gemaakt met overleg, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van deze Code, binnen een voorgeschreven termijn van ten hoogste 30 dagen of zoals vooraf overeengekomen tussen de betrokken partijen; het overleg wordt gevoerd ten aanzien van de gronden voor en de omvang van de voorgestelde verhoging en de datum met ingang waarvan zij in werking zal treden.
Ten einde het overleg te bespoedigen, kan een conference of moet een conference, indien een van de partijen die overeenkomstig deze Code gerechtigd zijn tot deelneming aan het overleg over algemene tariefsverhogingen, daarom verzoekt, waar mogelijk een redelijke tijd vóór het overleg, aan de deelnemende partijen een verslag voorleggen van te goeder naam bekend staande onafhankelijke accountants waarin, wanneer de verzoekende partijen het verslag aanvaarden als een van de uitgangspunten voor het overleg, een samenvattende analyse is opgenomen van de gegevens inzake de desbetreffende kosten en inkomsten die naar de mening van de conference een verhoging van de vervoertarieven noodzakelijk maken.
Indien als gevolg van het overleg overeenstemming wordt bereikt, treedt de vervoertariefsverhoging in werking met ingang van de datum aangegeven in de kennisgeving gedaan overeenkomstig artikel 14, eerste lid, tenzij tussen de betrokken partijen een latere datum wordt overeengekomen.
Indien niet binnen dertig dagen na de kennisgeving overeenkomstig artikel 14, eerste lid, en onder voorbehoud van de in deze Code voorgeschreven procedures, overeenstemming wordt bereikt, wordt de zaak onverwijld onderworpen aan verplichte internationale bemiddeling, overeenkomstig hoofdstuk VI. De aanbeveling van de bemiddelaars is, indien door de betrokken partijen aanvaard, bindend voor deze en wordt, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 14, negende lid, toegepast met ingang van de datum vermeld in de aanbeveling van de bemiddelaars.
Onverminderd het bepaalde in artikel 14, negende lid, kan een algemene tariefsverhoging door een conference worden toegepast in afwachting van de aanbeveling van de bemiddelaars. Wanneer zij hun aanbeveling doen, dienen de bemiddelaars rekening te houden met de omvang van de verhoging waartoe de conference heeft besloten en met het tijdvak gedurende welke deze is toegepast. Ingeval de conference de aanbeveling van de bemiddelaars verwerpt, hebben de verladers en/of de verladersorganisaties het recht, nadat zij hiervan kennis hebben gegeven, zich niet gebonden te achten door een regeling of ander contract met die conference, waardoor hen belet zou worden gebruik te maken van niet-conferencelijnen. Wanneer er een getrouwheidsovereenkomst bestaat, dienen de verladers en/of de verladersorganisaties binnen een termijn van 30 dagen kennis te geven dat zij zich niet langer gebonden achten door die overeenkomst, welke kennisgeving ingaat op de daarin vermelde datum en de getrouwheidsovereenkomst zal hiervoor dienen te voorzien in een termijn van ten minste 30 dagen en ten hoogste 90 dagen.
Een uitgestelde korting die aan de verlader verschuldigd is en die reeds door de conference toegekend is, mag niet worden ingehouden door, of worden verbeurd ten bate van de conference ten gevolge van een optreden door de verlader ingevolge artikel 14, zesde lid.
Indien het vervoer van een land dat wordt verzorgd door lijnen die lid zijn van een conference op een bepaalde route grotendeels bestaat uit een of enkele grondstoffen, wordt een verhoging van het vervoertarief voor een of meer van deze goederen behandeld als een algemene tariefsverhoging, en zijn de desbetreffende bepalingen van deze Code van toepassing.
De conferences dienen een algemene tariefsverhoging, die geldt overeenkomstig deze Code, in te voeren voor een aangegeven minimum tijdvak, altijd onder voorbehoud van de regels betreffende tarieftoeslagen en aanpassing van vervoertarieven na schommelingen in wisselkoersen. Het tijdvak gedurende hetwelk een algemene tariefsverhoging van toepassing zal zijn, is een onderwerp, dat tijdens het overleg gevoerd overeenkomstig artikel 14, tweede lid, kan worden besproken, doch tenzij tussen de partijen tijdens het overleg anders overeengekomen, dient het minimum tijdvak tussen de datum waarop een algemene tariefsverhoging in werking treedt en de datum van kennisgeving van de volgende algemene tariefsverhoging, gedaan overeenkomstig artikel 14, eerste lid, niet korter te zijn dan 10 maanden.
Artikel 15. Stimuleringstarieven
Voor niet-traditionele exporten dienen door de conferences stimuleringstarieven te worden ingevoerd.
Alle nodige en redelijkerwijze te verstrekken informatie ter rechtvaardiging van de noodzaak van een stimuleringstarief wordt door de betrokken verladers, verladersorganisaties of vertegenwoordigers van de verladers aan een conference verschaft.
Er worden bijzondere procedures ingesteld, die voorzien in een beslissing ten aanzien van verzoeken om stimuleringstarieven binnen 30 dagen na de datum van ontvangst van die informatie, tenzij onderling anders overeengekomen. Deze procedures en de algemene procedures voor het overwegen van de mogelijkheid van verlaging van vervoertarieven voor andere goederen of het vrijstellen van deze goederen van verhogingen dienen duidelijk te worden onderscheiden.
Informatie betreffende de procedures voor de overweging van verzoeken om stimuleringstarieven wordt door de conference ter beschikking gesteld van verladers en/of verladersorganisaties en, op verzoek, van de regeringen en/of andere bevoegde autoriteiten van de landen wier vervoer door de conference wordt verzorgd.
Een stimuleringstarief wordt gewoonlijk vastgesteld voor een tijdvak van 12 maanden, tenzij de betrokken partijen onderling anderszins overeenkomen. Vóór het verstrijken van het tijdvak wordt het stimuleringstarief bezien, op verzoek van de betrokken verlader en/of verladersorganisatie, waarbij de verlader en/of verladersorganisatie, op verzoek van de conference, dient aan te tonen dat de voortzetting van het tarief na de aanvangsperiode gerechtvaardigd is.
Bij de bestudering van een verzoek om een stimuleringstarief, kan de conference ermede rekening houden dat, hoewel het tarief de export dient te bevorderen van het niet-traditionele produkt waarvoor het wordt verzocht, het waarschijnlijk niet zal leiden tot aanzienlijke concurrentievervalsing bij de export van een soortgelijk produkt uit een ander door de conference bediend land.
Stimuleringstarieven zijn niet vrijgesteld van de oplegging van een toeslag of van een monetaire aanpassingscoëfficiënt overeenkomstig de artikelen 16 en 17.
Elke lijn die lid is van een conference die de desbetreffende havens in een conferencevaargebied bedient, behoort een billijk deel van de lading waarvoor een stimuleringstarief is vastgesteld door de conference te aanvaarden en dit niet op onredelijke gronden te weigeren.
Artikel 16. Toeslagen
Toeslagen geheven door een conference ter dekking van plotselinge of buitengewone stijgingen in kosten of een daling van opbrengsten worden als tijdelijk beschouwd. Zij dienen te worden verlaagd naarmate verbeteringen optreden in de situatie of omstandigheden waarin zij verondersteld waren te voorzien en dienen te worden afgeschaft, onverminderd het bepaalde in artikel 16, zesde lid, zodra de situatie of omstandigheden die tot de heffing hebben geleid, zich niet meer voordoen. Zulks wordt aangegeven op het tijdstip van de invoering daarvan, te zamen met, voor zover mogelijk, een beschrijving van de verandering in de situatie of omstandigheden die zal leiden tot de verhoging, verlaging of afschaffing ervan.
Toeslagen geheven op lading vervoerd naar of van een bepaalde haven worden eveneens als tijdelijk beschouwd en worden eveneens verhoogd, verlaagd of afgeschaft, onverminderd artikel 16, zesde lid, wanneer de situatie in die haven zich wijzigt.
Voordat een algemene toeslag of een toeslag voor een bepaalde haven wordt geheven, wordt daarvan kennis gegeven en wordt er, op verzoek, overleg gepleegd, overeenkomstig de procedures van deze Code, tussen de betrokken conference en andere rechtstreeks door de toeslag getroffen partijen die in deze Code zijn aangegeven als rechthebbend op deelneming aan zodanig overleg, behalve in uitzonderlijke omstandigheden die een onmiddellijke invoering van de toeslag noodzakelijk maken. In gevallen waarin zonder voorafgaand overleg een toeslag is opgelegd, wordt, op verzoek, zo spoedig mogelijk daarna overleg gepleegd. Voorafgaand aan zodanig overleg verstrekt de conference de gegevens die naar haar mening de oplegging van de toeslag rechtvaardigen.
Tenzij de partijen anderszins overeenkomen, binnen een termijn van 15 dagen na de ontvangst van een kennisgeving gedaan overeenkomstig artikel 16, derde lid, gelden, indien er geen overeenstemming ter zake van de toeslag is tussen de betrokken partijen bedoeld in dat artikel, de desbetreffende bepalingen voor de regeling van geschillen, vervat in deze Code. Tenzij de betrokken partijen anderszins overeenkomen, kan de toeslag evenwel worden opgelegd in afwachting van de oplossing van het geschil, indien het geschil nog steeds niet is opgelost aan het einde van een termijn van 30 dagen na ontvangst van de bovengenoemde kennisgeving.
Ingeval in uitzonderlijke omstandigheden een toeslag wordt opgelegd zonder voorafgaand overleg zoals bepaald in artikel 16, derde lid, gelden, indien bij daaropvolgend overleg geen overeenstemming wordt bereikt, de desbetreffende bepalingen voor de regeling van geschillen vervat in deze Code.
Door de conferenceleden geleden financiële verliezen ten gevolge van vertraging wegens in het overeenkomstig de bepalingen van deze Code gevoerde overleg en/of in andere procedures ter oplossing van geschillen betreffende de heffing van een toeslag, verband houdend met het tijdstip waarop de toeslag zou zijn ingevoerd volgens de kennisgeving gedaan overeenkomstig artikel 16, derde lid, kunnen worden gecompenseerd door een gelijke verlenging van de geldigheidsduur van de toeslag, alvorens deze wordt ingetrokken. Daartegenover worden, wat betreft een toeslag opgelegd door de conference, waarvan daarna wordt vastgesteld en overeengekomen dat deze ongerechtvaardigd of overmatig is, tengevolge van overleg of andere procedures die in deze Code zijn voorgeschreven, de aldus ontvangen bedragen of het teveel betaalde bedrag zoals hierboven bepaald, tenzij anderszins overeengekomen, aan de betrokken partijen terugbetaald, indien deze zulks verzoeken, binnen een termijn van 30 dagen van een zodanig verzoek.
Artikel 17. Koerswijzigingen
Koerswijzigingen, met inbegrip van devaluatie of revaluatie, die leiden tot veranderingen in de totale exploitatiekosten en/of inkomsten van de conferenceleden wat betreft hun activiteiten binnen de conference, vormen een geldige reden voor de invoering van een monetaire aanpassingscoëfficiënt of voor een wijziging van de vervoertarieven. De aanpassing of wijziging dient zodanig te zijn dat over het geheel genomen de betrokken conferenceleden voor zover mogelijk, niet winnen of verliezen ten gevolge van de aanpassing of wijziging. De aanpassing of wijziging kan de vorm aannemen van in geld uitgedrukte toeslagen of kortingen, dan wel van verhogingen of verlagingen van de vervoertarieven.
Zodanige aanpassingen of wijzigingen dienen te zijn onderworpen aan een voorafgaande kennisgeving, die dient te worden gedaan overeenkomstig het regionaal gebruik, wanneer een zodanig gebruik bestaat, en er dient overleg te worden gevoerd overeenkomstig de bepalingen van deze Code tussen de betrokken conference en de andere rechtstreeks getroffen partijen die in deze Code zijn aangegeven als gerechtigd tot deelneming aan overleg, behalve in uitzonderlijke omstandigheden die onmiddellijke invoering van de aanpassingscoëfficiënt of wijziging van het tarief rechtvaardigen. Ingeval zulks is geschied zonder voorafgaand overleg, wordt zodanig overleg zo spoedig mogelijk daarna gevoerd. Het overleg dient te betreffen de toepassing, omvang en datum van toepassing van de aanpassingscoëfficiënt of de tariefswijziging, en hiertoe worden dezelfde procedures gevolgd als zijn voorgeschreven in artikel 16, vierde en vijfde lid, ten aanzien van toeslagen. Zodanig overleg dient plaats te vinden en te worden voltooid binnen een termijn van ten hoogste 15 dagen na de datum waarop het voornemen tot invoering van een aanpassingscoëfficiënt of tot invoering van een tariefswijziging is aangekondigd.
Indien niet binnen 15 dagen door middel van overleg overeenstemming wordt bereikt, zijn de desbetreffende bepalingen voor de regeling van geschillen vervat in deze Code van toepassing.
Het bepaalde in artikel 16, zesde lid, is mutatis mutandis van toepassing op de aanpassingscoëfficiënten en tariefswijzigingen bedoeld in dit artikel.
HOOFDSTUK V. : ANDERE AANGELEGENHEDEN
Artikel 18. Concurrentiebrekers
De leden van een conference mogen in het vaargebied van de conference geen schepen inzetten uitsluitend met het doel de concurrentie van een lijn die geen lid van de conference is te breken, te voorkomen of te verminderen ten einde deze te dwingen zich uit genoemd vaargebied terug te trekken.
Artikel 19. Toereikendheid van dienstverlening
De conferences dienen de nodige en passende maatregelen te nemen ten einde te verzekeren dat hun leden geregelde, toereikende en doelmatige diensten met de benodigde frequentie bieden op de routes waarop zij varen en dienen zulke diensten dusdanig te regelen dat daardoor voor zover mogelijk de afvaarten in de tijd niet te dicht bijeen of te ver uiteen liggen. De conferences dienen ook bijzondere maatregelen in overweging te nemen die noodzakelijk kunnen zijn voor de verzorging van de diensten met het oog op de opvang van seizoenschommelingen in de omvang van de te vervoeren lading.
De conferences en andere in deze Code aangegeven partijen die gerechtigd zijn tot deelneming aan overleg, met inbegrip van de bevoegde autoriteiten indien deze laatsten zulks wensen, dienen de vraag naar scheepsruimte, de toereikendheid en geschiktheid van de dienst en in het bijzonder de mogelijkheid voor rationalisatie en voor opvoering van de doelmatigheid van de diensten voortdurend te bezien en nauwe samenwerking dienaangaande te onderhouden. Voordelen waarvan wordt onderkend dat deze voortvloeien uit rationalisatie van de dienst worden op billijke wijze verwerkt in het niveau van de vervoertarieven.
Met betrekking tot een haven die door de conference alleen wordt bediend afhankelijk van het voorhanden zijn van een aangegeven minimumhoeveelheid lading, dient dat minimum te worden aangegeven in het tarief. De verladers dienen tijdig van te voren kennis te geven van het voorhanden zijn van zulke lading.
Artikel 20. Hoofdkantoor van een conference
Een conference dient als regel haar hoofdkantoor te vestigen in een land waarvan het vervoer door die conference wordt verzorgd, tenzij door de lijnen die lid zijn van die conference anderszins is overeengekomen.
Artikel 21. Vertegenwoordiging
De conferences dienen een plaatselijke vertegenwoordiging te vestigen in alle landen, waarvan zij het vervoer verzorgen doch indien daartegen praktische argumenten zijn aan te voeren, kan de vertegenwoordiging op regionale basis zijn. De namen en adressen van de vertegenwoordigers dienen gemakkelijk beschikbaar te zijn en deze vertegenwoordigers dienen ervoor zorg te dragen dat de standpunten van de verladers en de conferences snel over en weer ter kennis worden gebracht ten einde prompte beslissingen te bespoedigen. Wanneer een conference zulks passend acht, dient zij te voorzien in een toereikende delegatie van de beslissingsbevoegdheid aan haar vertegenwoordigers.
Artikel 22. Inhoud van conference-overeenkomsten, overeenkomsten tot deelneming aan het vervoer en getrouwheidsovereenkomsten
Conference-overeenkomsten, overeenkomsten tot deelneming aan het vervoer en getrouwheidsovereenkomsten dienen te voldoen aan de desbetreffende bepalingen van deze Code en kunnen eventueel andere overeengekomen bepalingen omvatten voor zover deze niet onverenigbaar zijn met deze Code.
DEEL TWEE
HOOFDSTUK VI. : BEPALINGEN EN VOORZIENINGEN VOOR DE REGELING VAN GESCHILLEN
A. Algemene bepalingen
Artikel 23
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing wanneer er sprake is van een geschil betreffende de toepassing of werking van de bepalingen van deze Code tussen de volgende partijen:
- a. een conference en een lijn;
- b. de conference-leden;
- c. een conference of een lijn die lid daarvan is en een verladersorganisatie of vertegenwoordigers van verladers of verladers; en
- d. twee of meer conferences.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder de term „partij” verstaan de oorspronkelijke partijen bij het geschil alsmede derde partijen die zich overeenkomstig artikel 34, letter a, in de procedure hebben gevoegd.
Geschillen tussen lijnen van dezelfde vlag, alsmede geschillen tussen organisaties van hetzelfde land, worden geregeld binnen het kader van de nationale rechtsmacht van dat land, tenzij zulks ernstige moeilijkheden veroorzaakt voor de naleving van de bepalingen van deze Code.
De partijen bij een geschil dienen eerst te pogen dit te regelen door middel van een uitwisseling van standpunten of rechtstreekse onderhandelingen met het oogmerk een wederzijds bevredigende oplossing te vinden.
Geschillen tussen de partijen bedoeld in artikel 23, eerste lid, betreffende:
- a. weigering van toelating van een nationale lijn tot een conference die de buitenlandse handel van het land van die lijn vervoert;
- b. weigering van toelating van een lijn van een derde land tot een conference;
- c. uitzetting uit een conference;
- d. onverenigbaarheid van een conference-overeenkomst met deze Code;
- e. een algemene tariefsverhoging;
- f. toeslagen;
- g. wijzigingen in vervoertarieven of toepassing van een aanpassingscoëfficiënt wegens koerswijzigingen;
- h. deelneming in het vervoer; en
- i. de vorm en voorwaarden van voorgestelde getrouwheidsovereenkomsten,
die niet zijn opgelost door middel van uitwisseling van standpunten of rechtstreekse onderhandelingen worden, op verzoek van een der partijen bij het geschil, onderworpen aan verplichte internationale bemiddeling overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.
Artikel 24
De bemiddelingsprocedure wordt ingeleid op verzoek van een der partijen bij het geschil.
Het verzoek wordt gedaan:
- a. in geschillen betreffende het lidmaatschap van conferences: niet later dan 60 dagen te rekenen van de datum van ontvangst door de aanvrager van de met redenen omklede beslissing van de conference overeenkomstig de artikelen 1, vierde lid, en 4, derde lid;
- b. in geschillen betreffende algemene tariefsverhogingen: niet later dan de datum van verstrijken van de termijn van kennisgeving aangegeven in artikel 14, eerste lid;
- c. in geschillen betreffende toeslagen: niet later dan de datum van verstrijken van de termijn van 30 dagen aangegeven in artikel 16, vierde lid, of indien er geen kennisgeving is gedaan, niet later dan 15 dagen te rekenen van de datum waarop de toeslag in werking is getreden; en
- d. in geschillen betreffende tariefswijzigingen of de oplegging van een aanpassingscoëfficiënt wegens koerswijzigingen: niet later dan vijf dagen na de datum van verstrijken van de termijn aangegeven in artikel 17, derde lid.
Het bepaalde in artikel 24, tweede lid, is niet van toepassing op een geschil dat overeenkomstig artikel 25, derde lid, is onderworpen aan verplichte internationale bemiddeling.
Verzoeken om bemiddeling in andere geschillen dan die bedoeld in artikel 24, tweede lid, kunnen te allen tijde worden gedaan.
De termijnen aangegeven in artikel 24, tweede lid, kunnen worden verlengd bij overeenstemming tussen de partijen.
Een verzoek om bemiddeling wordt geacht naar behoren te zijn gedaan, indien wordt aangetoond dat het verzoek aan de andere partij is gezonden per aangetekende brief, telegram of telex of aan deze partij is betekend binnen de in artikel 24, tweede of vijfde lid, aangegeven termijnen.
Indien geen verzoek is gedaan binnen de in artikel 24, tweede of vijfde lid, aangegeven termijnen, is de beslissing van de conference definitief en kunnen door een partij bij het geschil geen procedures worden ingeleid om deze beslissing aan te vechten.
Artikel 25
Wanneer de partijen zijn overeengekomen dat de geschillen bedoeld in artikel 23, vierde lid, letters a, b, c, d, h en i worden opgelost door middel van andere procedures dan die welke in dat artikel zijn vastgesteld, of overeenstemming bereiken inzake procedures ter oplossing van een bepaald geschil dat tussen hen is gerezen, worden zodanige geschillen, op verzoek van een der partijen bij het geschil, opgelost zoals bepaald in hun overeenkomst.
Het bepaalde in artikel 25, eerste lid, is ook van toepassing op de in artikel 23, vierde lid, letters e, f en g bedoelde geschillen, tenzij de nationale wet, regels of verordeningen de verladers deze vrije keuze beletten.
Wanneer er bemiddelingsprocedures zijn ingeleid, hebben zodanige procedures voorrang op de in het kader van het nationale recht geboden rechtsgangen. Indien een partij een beroep doet op het nationale recht ten aanzien van een geschil waarop dit hoofdstuk van toepassing is, zonder een beroep te doen op de in dit hoofdstuk bepaalde procedures, dan wordt dit geding, op verzoek van een verweerder in dit geding, opgeschort en wordt het geschil door de rechter of andere autoriteit bij wie een beroep wordt gedaan op de door het nationale recht geboden mogelijkheden, behandeld volgens de in dit hoofdstuk omschreven procedures.
Artikel 26
De Verdragsluitende Partijen verlenen de conferences en de verladersorganisaties de wettelijke bekwaamheden die nodig zijn voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk. Inzonderheid:
- a. kan een conference of een verladersorganisatie procedures instellen als partij of worden genoemd als partij bij een procedure in haar hoedanigheid als organisatie;
- b. vormt een kennisgeving aan een conference of een verladersorganisatie in haar hoedanigheid als organisatie mede een kennisgeving aan elk lid van een zodanige conference of verladersorganisatie;
- c. wordt een kennisgeving aan een conference of een verladersorganisatie gezonden aan het adres van het hoofdkantoor van de conference of de verladersorganisatie. Elke conference of verladersorganisatie dient het adres van haar hoofdkantoor te registreren bij de overeenkomstig artikel 46, eerste lid, aangestelde Administrateur (Registrar). Ingeval een conference of een verladersorganisatie de registratie nalaat of geen hoofdkantoor heeft, wordt een kennisgeving aan een lid in naam van de conference of de verladersorganisatie beschouwd als een kennisgeving aan een zodanige conference of organisatie.
De aanvaarding of verwerping door een conference of een verladersorganisatie van een aanbeveling van de bemiddelaars wordt beschouwd als de aanvaarding of verwerping van een zodanige aanbeveling door elk van haar leden.
Artikel 27
Tenzij de partijen anderszins overeenkomen, kunnen de bemiddelaars besluiten een aanbeveling te doen op basis van schriftelijke uiteenzettingen zonder een mondelinge procedure.
B. Verplichte internationale bemiddeling
Artikel 28
Bij een verplichte internationale bemiddeling nemen de bevoegde autoriteiten vaneen Verdragsluitende Partij, indien zij zulks verzoeken, deel aan de bemiddelingsprocedure, ter verdediging van een partij die onderdaan is van die Verdragsluitende Partij, of ter verdediging van een partij bij een geschil dat zich voordoet in het kader van het vervoer van de buitenlandse handel van die Verdragsluitende Partij. De bevoegde autoriteit kan ook optreden als waarnemer bij een zodanige bemiddelingsprocedure.
Artikel 29
Bij een verplichte internationale bemiddeling wordt het geding gevoerd op de plaats waaromtrent de partijen eenstemmig overeenstemming hebben bereikt of, bij gebreke van zodanige overeenstemming, op de plaats die door de bemiddelaars is vastgesteld.
Bij de vaststelling van de plaats van de bemiddelingsprocedure houden de partijen en de bemiddelaars onder meer rekening met de landen die nauw bij het geschil zijn betrokken, daarbij gelet op het land van de betrokken lijnvaartrederij en, vooral wanneer het geschil betrekking heeft op lading, op het land van herkomst van de lading.
Artikel 30
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een Internationale Lijst van Bemiddelaars opgesteld, bestaande uit deskundigen van grote faam of ervaring op de gebieden van het recht, de economie van het zeevervoer, of de buitenlandse handel en financiën, naar keuze van de Verdragsluitende Partijen, die hun taak geheel onafhankelijk vervullen.
Elke Verdragsluitende Partij kan te allen tijde leden op de Lijst doen plaatsen tot een totaal van 12 en deelt hun naam mede aan de Administrateur. De benoemingen gelden voor tijdvakken van zes jaar en kunnen worden verlengd. In geval van overlijden, verhindering of aftreden van een op de Lijst staand lid benoemt de Verdragsluitende Partij die deze persoon had benoemd een vervanger voor het resterende gedeelte van zijn ambtstermijn. Een benoeming gaat in op de datum waarop de mededeling van de benoeming door de Administrateur wordt ontvangen.
De Administrateur houdt de Lijst bij en stelt de Verdragsluitende Partijen regelmatig in kennis van de samenstelling van de Lijst.
Artikel 31
Het doel van de bemiddeling is het bereiken van een minnelijke schikking van het geschil door middel van door onafhankelijke bemiddelaars geformuleerde aanbevelingen.
De bemiddelaars omschrijven en verhelderen de aangelegenheden die het onderwerp van het geschil zijn, vragen hiertoe alle informatie van de partijen en doen op basis daarvan aan de partijen een aanbeveling voor de regeling van het geschil.
De partijen werken te goeder trouw samen met de bemiddelaars ten einde dezen in staat te stellen hun taak te verrichten.
Onverminderd het bepaalde in artikel 25, tweede lid, kunnen de partijen bij het geschil te allen tijde gedurende de bemiddelingsprocedure in onderlinge overeenstemming besluiten gebruik te maken van een andere procedure voor de regeling van hun geschil. De partijen bij een geschil dat is onderworpen aan andere procedures dan die bepaald in dit hoofdstuk, kunnen in onderlinge overeenstemming besluiten het geschil te onderwerpen aan verplichte internationale bemiddeling.
Artikel 32
De bemiddelingsprocedures worden gevoerd door één bemiddelaar of door een oneven aantal bemiddelaars waaromtrent door de partijen overeenstemming is bereikt of die door deze zijn aangewezen.
Wanneer de partijen geen overeenstemming kunnen bereiken omtrent het aantal of de benoeming van de bemiddelaars zoals bepaald in artikel 32, eerste lid, wordt de bemiddelingsprocedure gevoerd door drie bemiddelaars, onderscheidenlijk een benoemd door de partij in de eis en een benoemd in het antwoord, en de derde door de aldus benoemde twee bemiddelaars; deze zal optreden als voorzitter.
Indien het antwoord geen bemiddelaar noemt die moet worden benoemd in gevallen waarin artikel 32, tweede lid, van toepassing zou zijn, wordt de tweede bemiddelaar, binnen 30 dagen na de ontvangst van de eis, bij loting gekozen door de bemiddelaar benoemd in de eis uit de leden op de Lijst benoemd door de Verdragsluitende Partij of Partijen waarvan de verweerder(s) onderdaan is(zijn).
Wanneer de overeenkomstig artikel 32, tweede of derde lid, benoemde bemiddelaars niet binnen 15 dagen na de datum van benoeming van de tweede bemiddelaar overeenstemming kunnen bereiken omtrent de benoeming van de derde bemiddelaar, wordt deze binnen de volgende 5 dagen bij loting door de benoemde bemiddelaars gekozen. Voor de loting geldt dat:
- a. een voor de Lijst van bemiddelaars aangewezen persoon die dezelfde nationaliteit heeft als een van de twee benoemde bemiddelaars niet in aanmerking komt voor verkiezing door loting;
- b. elk van de twee benoemde bemiddelaars een gelijk aantal personen van de Lijst van bemiddelaars kan wraken, met dien verstande dat ten minste 30 op de Lijst vermelde personen in aanmerking blijven komen voor de verkiezing door loting.
Artikel 33
Wanneer verscheidene partijen verzoeken om bemiddeling met dezelfde verweerder ten aanzien van dezelfde aangelegenheid of van aangelegenheden die nauw met elkaar verband houden, kan die verweerder verzoeken om voeging van deze zaken.
Het verzoek om voeging wordt overwogen door de voorzitters van de tot dat ogenblik gekozen bemiddelaars, die met meerderheid van stemmen daaromtrent beslissen. Indien een zodanig verzoek wordt ingewilligd, wijzen de voorzitters uit de tot dat ogenblik benoemde of gekozen bemiddelaars de bemiddelaars die de gevoegde zaken moeten bezien met dien verstande dat een oneven aantal bemiddelaars wordt gekozen en de door elke partij het eerst benoemde bemiddelaar een van de bemiddelaars is die de gevoegde zaak bezien.
Artikel 34
Elke partij, behalve een bevoegde autoriteit zoals bedoeld in artikel 28, kan, indien de bemiddelingsprocedure is ingeleid, zich in de procedure voegen:
hetzij:
- a. als partij, in geval van een rechtstreeks economisch belang, hetzij
- b. als ondersteunende partij van een van de oorspronkelijke partijen, in geval van een zijdelings economisch belang,
tenzij een van de oorspronkelijke partijen zich hiertegen verzet.
Artikel 35
De aanbevelingen van de bemiddelaars worden gedaan overeenkomstig de bepalingen van deze Code.
Wanneer de Code over enigerlei punt zwijgt, passen de bemiddelaars het recht toe waaromtrent de partijen overeenstemming bereiken op het tijdstip waarop de bemiddelingsprocedure aanvangt of daarna, doch niet later dan het tijdstip van overlegging van bewijsmateriaal aan de bemiddelaars. Bij gebreke van zodanige overeenstemming is het recht van toepassing dat naar de mening van de bemiddelaars het nauwste met het geschil verband houdt.
De bemiddelaars doen geen uitspraak ex aequo et bono in het geschil tenzij de partijen zulks overeenkomen nadat het geschil zich heeft voorgedaan.
De bemiddelaars doen geen uitspraak non liquet op grond van de duisterheid van het recht.
De bemiddelaars kunnen de herstelmaatregelen en schadeloosstellingen aanbevelen waarin het op het geschil toepasselijke recht voorziet.
Artikel 36
De aanbevelingen van de bemiddelaars zijn met redenen omkleed.
Artikel 37
Tenzij de partijen voorafgaand aan, tijdens of na de bemiddelingsprocedure zijn overeengekomen dat de aanbeveling van de bemiddelaars bindend is, wordt de aanbeveling bindend door aanvaarding door de partijen. Een aanbeveling die door enkele partijen bij een geschil is aanvaard, is slechts tussen die partijen bindend.
De aanvaarding van de aanbeveling moet door de partijen worden medegedeeld aan de bemiddelaars op een door dezen aangegeven adres, uiterlijk 30 dagen na ontvangst van de kennisgeving van de aanbeveling; anders wordt de aanbeveling als niet aanvaard beschouwd.
Een partij die de aanbeveling niet aanvaardt, stelt de bemiddelaars en de andere partijen binnen 30 dagen na de in artikel 37, tweede lid, aangegeven termijn, uitvoerig en schriftelijk in kennis van haar redenen voor verwerping van de aanbeveling.
Wanneer de aanbeveling door partijen is aanvaard, stellen de bemiddelaars onverwijld een rapport van regeling op, dat zij tekenen, op welk tijdstip de aanbeveling bindend wordt voor die partijen. Indien de aanbeveling niet door alle partijen is aanvaard, stellen de bemiddelaars een rapport met betrekking tot de partijen die de aanbeveling verwerpen op, vermeldende het geschil en het feit dat die partijen het geschil niet hebben kunnen regelen.
Een aanbeveling die bindend voor de partijen is geworden, wordt onverwijld of op een in de aanbeveling aangegeven later tijdstip door hen uitgevoerd.
Een partij kan haar aanvaarding afhankelijk stellen van aanvaarding door alle of enige van de andere partijen bij het geschil.
Artikel 38
Een aanbeveling vormt een definitieve regeling van een geschil tussen de partijen die de aanbeveling aanvaarden, behalve voor zover de aanbeveling niet wordt erkend en uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 39.
„Aanbeveling” omvat een interpretatie, verheldering of herziening van de door de bemiddelaars gedane aanbeveling voordat de aanbeveling is aanvaard.
Artikel 39
Elke Verdragsluitende Partij erkent een aanbeveling als bindend tussen de partijen die haar hebben aanvaard en voert, onverminderd het bepaalde in artikel 39, tweede en derde lid, op verzoek van een van die partijen alle door de aanbeveling opgelegde verplichtingen uit, als ware de aanbeveling een definitief vonnis van een rechter van die Verdragsluitende Partij.
Een aanbeveling wordt slechts dan niet erkend en uitgevoerd op verzoek van een in artikel 39, eerste lid, bedoelde partij, indien de rechter of andere bevoegde autoriteit van het land waar om de erkenning en uitvoering wordt verzocht, ervan is overtuigd dat:
- a. een partij die de aanbeveling heeft aanvaard, krachtens de op haar toepasselijke wet, op het tijdstip van aanvaarding in enigerlei opzicht wettelijk niet bekwaam was;
- b. er bij het doen van de aanbeveling sprake is geweest van bedrog of dwang;
- c. de aanbeveling in strijd is met de openbare orde in het land waarin zij moet worden uitgevoerd; of
- d. de samenstelling van de bemiddelingscommissie of de bemiddelingsprocedure niet overeenkomstig de bepalingen van deze Code is geweest.
Een deel van de aanbeveling wordt niet uitgevoerd en erkend indien de rechter of een andere bevoegde autoriteit ervan is overtuigd dat zulk een deel valt onder het bepaalde in een van de sub-paragrafen van artikel 39, tweede lid, en kan worden gescheiden van andere delen van de aanbeveling. Indien zulk een deel niet kan worden gescheiden, wordt de gehele aanbeveling niet uitgevoerd en erkend.
Artikel 40
Wanneer de aanbeveling door alle partijen is aanvaard, kunnen de aanbeveling en de redenen daarvoor worden openbaar gemaakt met de toestemming van alle partijen.
Wanneer de aanbeveling door een of meer der partijen is verworpen, maar ook door een of meer der partijen is aanvaard:
- a. maken de partij of partijen die de aanbeveling verwerpen haar of hun redenen voor de verwerping, gedaan ingevolge artikel 37, derde lid, openbaar en kunnen zij tegelijkertijd de aanbeveling en de motieven daarvoor openbaar maken;
- b. kan een partij die de aanbeveling heeft aanvaard, de aanbeveling en de motieven daarvoor openbaar maken; zij kan ook de door een andere partij aangevoerde redenen voor verwerping openbaar maken, tenzij deze andere partij haar verwerping en de redenen daarvoor reeds openbaar heeft gemaakt overeenkomstig artikel 40, tweede lid, letter a.
Wanneer de aanbeveling door geen der partijen is aanvaard, kan elke partij de aanbeveling en de redenen daarvoor, alsmede haar eigen verwerping en de motieven daarvoor openbaar maken.
Artikel 41
Documenten en uiteenzettingen die feitelijke informatie bevatten, en die door een partij aan de bemiddelaars zijn verstrekt, worden openbaar gemaakt, tenzij die partij of een meerderheid van de bemiddelaars anderszins overeenkomt.
Zodanige documenten en uiteenzettingen die door een partij zijn verstrekt, kunnen door die partij worden overgelegd ter staving van haar beweringen in volgende procedures voortvloeiend uit hetzelfde geschil en tussen dezelfde partijen.
Artikel 42
Wanneer de aanbeveling niet bindend voor de partijen is geworden, zijn de door de bemiddelaars naar voren gebrachte meningen of aangevoerde redenen, of de door de partijen ten behoeve van de bemiddelingsprocedure gedane concessies of aanbiedingen, niet van invloed op de wettelijke rechten en verplichtingen van een partij.
Artikel 43
- a. De kosten van de bemiddelaars en alle kosten verbonden aan de bemiddelingsprocedure worden gelijkelijk door de partijen bij de procedure gedragen, tenzij zij anderszins overeenkomen.
- b. Wanneer de bemiddelingsprocedure is ingeleid, zijn de bemiddelaars gerechtigd een voorschot of zekerheidsstelling te verlangen voor de in artikel 43, eerste lid, letter a, bedoelde kosten.
Elke partij draagt alle door haar in verband met de procedure gemaakte kosten, tenzij de partijen anderszins overeenkomen.
Niettegenstaande het bepaalde in artikel 43, eerste en tweede lid, kunnen de bemiddelaars, wanneer zij met eenparigheid van stemmen hebben beslist dat een partij een eis heeft ingediend op ondeugdelijke gronden, dan wel met het oogmerk een ander schade toe te brengen, die partij veroordelen tot enige of alle kosten van andere partijen bij de procedure. Een zodanige beslissing is definitief en bindend voor alle partijen.
Artikel 44
Indien een partij in enig stadium van de procedure niet verschijnt of haar zaak niet uiteenzet, wordt dit niet beschouwd als een erkenning van de juistheid van de beweringen van de wederpartij. In dat geval kan de andere partij, naar keuze, de bemiddelaars verzoeken de procedure af te sluiten dan wel de aan hun voorgelegde vragen te behandelen en een aanbeveling uit te brengen overeenkomstig de bepalingen voor het doen van aanbevelingen vervat in deze Code.
Alvorens de procedure af te sluiten, verlenen de bemiddelaars de partij die niet verschijnt of haar zaak niet uiteenzet een uitstel van niet langer dan 10 dagen, tenzij zij ervan overtuigd zijn dat de partij niet voornemens is te verschijnen of haar zaak uiteen te zetten.
Het zich niet houden aan de procedurele termijnen vervat in deze Code of vastgesteld door de bemiddelaars, in het bijzonder de termijnen betreffende het verstrekken van uiteenzettingen of informatie, wordt beschouwd als een niet verschijnen in de procedure.
Wanneer de procedure is afgesloten, wegens het niet verschijnen van een partij of het niet bepleiten van haar zaak, stellen de bemiddelaars een rapport op, vermeldend het niet deelnemen van die partij aan de procedure.
Artikel 45
De bemiddelaars volgen de procedures bepaald in deze Code.
Het aan dit Verdrag gehechte reglement van orde wordt beschouwd als een model-reglement dat de bemiddelaars als leidraad kan dienen. De bemiddelaars kunnen, in onderlinge overeenstemming, het in de bijlage vervatte reglement gebruiken, aanvullen of wijzigen of hun eigen reglement van orde formuleren, voor zover zulk een aanvullend, gewijzigd of ander reglement niet onverenigbaar is met de bepalingen van deze Code.
Indien de partijen overeenkomen dat zulks in het belang van het bereiken van een spoedige en goedkope afwikkeling van de bemiddelingsprocedure kan zijn, kunnen zij onderling een reglement van orde overeenkomen dat niet onverenigbaar is met de bepalingen van deze Code.
De bemiddelaars brengen hun aanbeveling uit in consensus of beslissen, bij gebreke daarvan, bij meerderheid van stemmen
De bemiddelingsprocedure eindigt en de aanbeveling van de bemiddelaars wordt uitgebracht uiterlijk zes maanden na de datum waarop de bemiddelaars zijn benoemd, behalve in de gevallen bedoeld in artikel 23, vierde lid, letters e, f en g, waarvoor de in de artikelen 14, eerste lid, en 16, vierde lid, bepaalde termijnen gelden. De termijn van zes maanden kan bij overeenstemming tussen de partijen worden verlengd.
C. Institutionele voorzieningen
Artikel 46
Zes maanden voor de inwerkingtreding van dit Verdrag benoemt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, en met inachtneming van de meningen naar voren gebracht door de Verdragsluitende Partijen, een Administrateur, die kan worden bijgestaan door ander personeel dat nodig is voor de vervulling van de taken opgesomd in artikel 46, tweede lid.
De administratieve diensten voor de Administrateur en zijn assistenten worden verleend door het Bureau van de Verenigde Naties te Genève.
De Administrateur vervult de onderstaande taken, waar nodig in overleg met de Verdragsluitende Partijen:
- a. het bijhouden van de Lijst van Internationale Bemiddelaars en het regelmatig op de hoogte stellen van de Verdragsluitende Partijen van de samenstelling van de Lijst;
- b. het op verzoek verstrekken van de namen en adressen van de bemiddelaars aan de betrokken partijen;
- c. het ontvangen en bewaren van afschriften van verzoeken om bemiddeling, antwoorden, aanbevelingen, aanvaardingen of verwerpingen, met inbegrip van de redenen daarvoor;
- d. het op verzoek en op hun kosten verstrekken van afschriften van aanbevelingen en redenen voor verwerping aan de verladersorganisaties, de conferences en de regeringen, behoudens het bepaalde in artikel 40;
- e. het verstrekken van informatie van niet-vertrouwelijke aard omtrent voltooide bemiddelingszaken en zonder de namen van de betrokken partijen te noemen, ten behoeve van de voorbereiding van documentatie voor de Herzieningsconferentie bedoeld in artikel 52; en
- f. de andere in de artikelen 26, eerste lid, letter c en 30, tweede en derde lid, aan de Administrateur opgedragen taken.
HOOFDSTUK VII. : SLOTBEPALINGEN
Artikel 47. Tenuitvoerlegging
Elke Verdragsluitende Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van dit Verdrag.
Elke Verdragsluitende Partij deelt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die optreedt als depositaris, de tekst mede van de wetgevende of andere maatregelen die zij heeft genomen ter tenuitvoerlegging van dit Verdrag.
Artikel 48. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
Dit Verdrag staat van 1 juli 1974 tot en met 30 juni 1975 open ter ondertekening op het Hoofdkwartier van de Verenigde Naties en blijft daarna openstaan voor toetreding.
Alle Staten zijn gerechtigd Verdragsluitende Partij bij dit Verdrag te worden door:
- a. ondertekening onder voorbehoud van en gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- b. ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- c. toetreding.
Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door de nederlegging van een hiertoe strekkende akte bij de depositaris.
Artikel 49. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking zes maanden na de datum waarop niet minder dan 24 Staten, waarvan de tonnage te zamen ten minste 25 procent van de wereldtonnage beloopt, Partij bij het Verdrag zijn geworden overeenkomsting artikel 48. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder tonnage verstaan tonnage zoals omschreven in Lloyd's Register of Shipping, Statistical Tables 1973, tabel 2 ,,World Fleets - Analysis by Principal Types”, ten aanzien van schepen voor het vervoer van ladingen stukgoederen (met inbegrip van schepen voor passagiers en vracht) en cellulaire containerschepen met uitsluiting van de reservevloot van de Verenigde Staten en de Vloten op de Grote Meren in de Verenigde Staten van Amerika en Canada.1)De tonnage-vereisten voor de toepassing van artikel 49, eerste lid, zijn vervat in het verslag van de Diplomatieke Conferentie der Verenigde Naties inzake een Gedragscode voor Lijnvaartconferences over het tweede deel van haar zitting (TD/CODE/10), bijlage I.
Voor elke Staat die daarna dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of daartoe toetreedt, treedt het Verdrag in werking zes maanden na de nederlegging door die Staat van de desbetreffende akte.
Een Staat die Partij bij dit Verdrag wordt na de inwerkingtreding van een wijziging wordt, tenzij die Staat kennis geeft van een ander voornemen:
- a. beschouwd als Partij bij dit Verdrag zoals gewijzigd; en
- b. beschouwd als Partij bij het ongewijzigde Verdrag met betrekking tot een Partij bij dit Verdrag die niet is gebonden door de wijziging.
Artikel 50. Opzegging
Dit Verdrag kan door een Verdragsluitende Partij te allen tijde worden opgezegd na het verstrijken van een tijdvak van twee jaar te rekenen van de datum waarop het Verdrag in werking is getreden.
De opzegging wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de depositaris en gaat in een jaar, of een langere periode zoals aangegeven in de akte van opzegging, na de datum van ontvangst door depositaris.
Artikel 51. Wijzigingen
Een Verdragsluitende Partij kan een of meer wijzigingen van dit Verdrag voorstellen door de wijzigingen mede te delen aan de depositaris. De depositaris zendt deze wijzigingen toe aan de Verdragsluitende Partijen ter aanvaarding, en aan Staten die gerechtigd zijn Partij bij dit Verdrag te worden en die geen Verdragsluitende Partij zijn, ter kennisneming.
Elke overeenkomstig artikel 51, eerste lid, toegezonden voorgestelde wijziging wordt geacht te zijn aanvaard indien geen Verdragsluitende Partij binnen 12 maanden na de datum van de toezending door de depositaris, de depositaris kennisgeving van bezwaar doet. Indien een Verdragsluitende Partij een bezwaar ter kennis brengt tegen de voorgestelde wijziging, wordt zulk een wijziging niet beschouwd als aanvaard en wordt zij niet van kracht.
Indien geen bezwaar ter kennis is gebracht, treedt de wijziging ten aanzien van alle Verdragsluitende Partijen in werking zes maanden na de datum van verstrijken van de periode van 12 maanden bedoeld in artikel 51, tweede lid.
Artikel 52. Herzieningsconferenties
Vijf jaar na de datum waarop dit Verdrag in werking treedt, wordt door de depositaris een Herzieningsconferentie bijeengeroepen ten einde het functioneren van het Verdrag te bezien, in het bijzonder wat betreft de toepassing ervan, ten einde passende wijzigingen te overwegen en aan te nemen.
Vier jaar na de datum waarop dit Verdrag in werking treedt, vraagt de depositaris naar de opvattingen van alle Staten die gerechtigd zijn de Herzieningsconferentie bij te wonen en op basis van de ontvangen meningen stelt hij een ontwerp-agenda en de ter overweging door de Conferentie voorgestelde wijzigingen op en zendt deze toe.
Latere herzieningsconferenties worden op overeenkomstige wijze bijeengeroepen elke vijf jaar, of op elk ander tijdstip na de eerste Herzieningsconferentie op verzoek van een derde van de Partijen bij dit Verdrag, tenzij op de eerste Herzieningsconferentie anderszins wordt besloten.
Niettegenstaande het bepaalde in artikel 52, eerste lid, wordt, indien dit Verdrag niet in werking is getreden binnen vijf jaar na de datum van de aanneming van de Slotakte van de Diplomatieke Conferentie der Verenigde Naties inzake een Gedragscode voor Lijnvaartconferences, op verzoek van een derde van de Staten die gerechtigd zijn Partij bij dit Verdrag te worden, een Herzieningsconferentie bijeengeroepen door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, behoudens goedkeuring van de Algemene Vergadering, ten einde de bepalingen van het Verdrag en de Bijlage daarbij te herzien en passende wijzigingen te overwegen en aan te nemen.
Artikel 53. Taken van de depositaris
De depositaris stelt de ondertekenende en toetredende Staten in kennis van:
- a. ondertekeningen, bekrachtigingen, aanvaardingen, goedkeuringen en toetredingen overeenkomstig artikel 48;
- b. de datum waarop dit Verdrag in werking treedt overeenkomstig artikel 49;
- c. opzeggingen van dit Verdrag overeenkomstig artikel 50;
- d. voorbehouden ten aanzien van dit Verdrag en de intrekking van voorbehouden;
- e. de tekst van de wetgevende of andere maatregelen die elke Verdragsluitende Partij heeft genomen ter tenuitvoerlegging van dit Verdrag overeenkomstig artikel 47;
- f. voorgestelde wijzigingen en bezwaren tegen voorgestelde wijzigingen overeenkomstig artikel 51; en
- g. de inwerkingtreding van wijzigingen overeenkomstig artikel 51, derde lid.
De depositaris onderneemt tevens alle ingevolge artikel 52 noodzakelijke stappen.
Artikel 54. Authentieke teksten-Nederlegging
Het origineel van dit Verdrag, waarvan de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Regel 1
Een partij die ingevolge de Code een bemiddelingsprocedure aanhangig wenst te maken, richt schriftelijk een hiertoe strekkend verzoek, vergezeld van een uiteenzetting van eis, tot de andere partij, met een afschrift aan de Administrateur.
De eis dient:
- a. elke partij bij het geschil nauwkeurig aan te geven en het adres van elk te vermelden;
- b. een beknopte uiteenzetting in te houden van de desbetreffende feiten, de aangelegenheden waarop het geschil betrekking heeft en het voorstel van de eiser voor de regeling van het geschil;
- c. te vermelden of een hoorzitting wordt verlangd en zo ja, en voor zover dan bekend, de naam en het adres van degenen die een getuigenverklaring zullen afleggen, met inbegrip van de verklaring van deskundigen, voor de eiser;
- d. vergezeld te gaan van de ondersteunende documentatie en van de desbetreffende overeenkomsten en regelingen aangegaan door de partijen, die de eiser noodzakelijk kan achten op het tijdstip van indiening van de eis;
- e. het verlangde aantal bemiddelaars aan te geven, een eventueel voorstel betreffende de benoeming van bemiddelaars, of de naam van de overeenkomstig artikel 32, tweede lid, door de eiser benoemde bemiddelaar; en
- f. eventueel voorstellen te omvatten betreffende het reglement van orde.
De eis dient te zijn gedateerd en dient door de Partij te zijn ondertekend.
Regel 2
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)