Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vorstendom Monaco inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen

Type Verdrag
Publication 2010-12-01
State In force
Source BWB
artikelen 15
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Regering van het Vorstendom Monaco;

Geleid door de wens de uitwisseling van informatie met betrekking tot belastingen te vergemakkelijken;

Erkennend dat het uitwisselen van informatie met betrekking tot bepaalde belastingen, in het bijzonder met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde en met betrekking tot douanerechten reeds mogelijk is op grond van bestaande juridische instrumenten en regelingen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Reikwijdte van het Verdrag

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten verlenen elkaar bijstand door middel van de uitwisseling van informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de toepassing en handhaving van de nationale wetten van de Verdragsluitende Staten die betrekking hebben op de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is.

Deze informatie omvat informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de bepaling, vaststelling en inning van deze belastingen, de invordering en tenuitvoerlegging van belastingvorderingen of het onderzoek naar of de vervolging van belastingzaken. Informatie wordt uitgewisseld in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en wordt vertrouwelijk behandeld op de wijze voorzien in artikel 8.

De uit hoofde van de wetgeving of bestuursrechtelijke praktijk van de aangezochte Staat aan personen toegekende rechten en waarborgen blijven van toepassing voor zover zij de doeltreffende uitwisseling van informatie niet onnodig verhinderen of vertragen.

Artikel 2. Rechtsmacht

Een aangezochte Staat is niet verplicht informatie te verstrekken die noch in het bezit is van zijn autoriteiten, noch in het bezit of onder de macht van personen onder zijn territoriale rechtsmacht.

Artikel 3. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is

1.

De belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is betreffen:

2.

Dit Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. Indien de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zulks overeenkomen, is dit Verdrag ook van toepassing op alle in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. Voorts kunnen de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, in onderling overleg tussen de Verdragsluitende Staten in de vorm van een briefwisseling worden uitgebreid of aangepast. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die zijn aangebracht in de belastingheffing en daarmee samenhangende maatregelen inzake het verzamelen van informatie waarop het Verdrag van toepassing is.

Artikel 4. Begripsomschrijvingen

1.

Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij anders is bepaald:

2.

Voor de toepassing van dit Verdrag door een Verdragsluitende Staat op enig ogenblik heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Staat, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die Staat de voorkeur heeft boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die Staat aan die uitdrukking wordt gegeven.

Artikel 5. Uitwisseling van informatie op verzoek

1.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat verstrekt op verzoek informatie ten behoeve van de in artikel 1 bedoelde doeleinden. Dergelijke informatie wordt uitgewisseld ongeacht of de onderzochte gedragingen, indien deze in de aangezochte Staat zouden plaatsvinden, uit hoofde van de wetgeving van de aangezochte Staat als misdrijf zouden worden aangemerkt.

2.

Indien de informatie in het bezit van de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat niet toereikend is om aan het verzoek te voldoen, treft die Staat alle toepasselijke maatregelen inzake het verzamelen van informatie om de verzoekende Staat de verlangde informatie te verstrekken, ongeacht het feit dat de aangezochte Staat ten behoeve van zijn eigen belastingheffing niet over dergelijke informatie hoeft te beschikken.

3.

Indien de bevoegde autoriteit van een verzoekende Staat specifiek daarom verzoekt, is de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat gehouden uit hoofde van dit artikel informatie te verstrekken, voor zover zulks is toegestaan uit hoofde van de nationale wetgeving, in de vorm van getuigenverklaringen en gewaarmerkte afschriften van originele stukken.

4.

Elke Verdragsluitende Staat waarborgt dat zijn bevoegde autoriteiten ten behoeve van de in artikel 1 van het Verdrag omschreven doelstellingen, over de bevoegdheid beschikken het navolgende te verkrijgen en te verstrekken:

Dit Verdrag schept daarnaast geen verplichting voor de Verdragsluitende Staten informatie inzake de eigendom te verkrijgen of te verstrekken met betrekking tot beursgenoteerde lichamen of openbare collectieve beleggingsfondsen of openbare collectieve beleggingsregelingen, tenzij deze informatie kan worden verkregen zonder tot onevenredige moeilijkheden te leiden.

5.

De bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat verstrekt de volgende informatie aan de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat wanneer de eerstgenoemde Staat uit hoofde van het Verdrag een verzoek om informatie doet, teneinde aan te tonen dat deze naar verwachting van belang zal zijn voor het verzoek:

6.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat doet de gevraagde informatie zo spoedig mogelijk toekomen aan de verzoekende Staat. Teneinde een snel antwoord te waarborgen:

Artikel 6. Belastingcontrole in het buitenland

1.

Een Verdragsluitende Staat kan vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat toestaan het grondgebied van de eerstgenoemde Staat te betreden om, met schriftelijke toestemming van de betrokkenen, personen te ondervragen en stukken te onderzoeken. De bevoegde autoriteit van de als tweede genoemde Staat stelt de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde Staat in kennis van het tijdstip en de plaats van de ontmoeting met de betrokken personen.

2.

Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de ene Verdragsluitende Staat kan de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde Staat toestaan aanwezig te zijn bij het daarvoor in aanmerking komende deel van een belastingcontrole in de als tweede genoemde Staat.

3.

Indien het in het tweede lid bedoelde verzoek wordt ingewilligd, stelt de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Staat die de controle uitvoert, de bevoegde autoriteit van de andere Staat zo spoedig mogelijk in kennis van het tijdstip en de plaats van de controle, de autoriteit of functionaris die de controle zal uitvoeren en de door de eerstgenoemde Staat ten behoeve van de controle vereiste procedures en voorwaarden. Alle beslissingen met betrekking tot het uitvoeren van de belastingcontrole worden genomen door de Staat die het onderzoek uitvoert.

Artikel 7. Mogelijkheid een verzoek af te wijzen

1.

Van de aangezochte Staat kan niet worden verlangd dat hij informatie verkrijgt of verstrekt die de verzoekende Staat krachtens zijn eigen wetgeving niet zou kunnen verkrijgen ten behoeve van de toepassing of handhaving van zijn eigen belastingwetten. De bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat kan verzoeken om bijstand afwijzen die niet zijn gedaan in overeenstemming met dit Verdrag of met een ander instrument waarbij de Verdragsluitende Staten partij zijn.

2.

De bepalingen van dit Verdrag mogen een Verdragsluitende Staat niet verplichten informatie te verstrekken waardoor een handelsgeheim, zakelijk geheim, industrieel, commercieel of beroepsgeheim of handelsverloop zou worden onthuld. Niettegenstaande het voorgaande zal de informatie zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, niet als geheim of handelsproces worden behandeld uitsluitend op grond van het feit dat zij aan de in dat lid gestelde criteria voldoet.

3.

De bepalingen van dit Verdrag mogen een Verdragsluitende Staat niet verplichten informatie te verkrijgen of te verstrekken waardoor vertrouwelijke communicatie tussen een cliënt en een advocaat of een andere erkende juridische vertegenwoordiger zou worden onthuld indien dergelijke communicatie:

4.

De aangezochte Staat kan een verzoek om informatie afwijzen indien de openbaarmaking van de informatie in strijd zou zijn met de openbare orde.

5.

Een verzoek om informatie wordt niet geweigerd op grond van het feit dat de belastingvordering, die aanleiding gaf tot het verzoek, wordt betwist.

6.

De aangezochte Staat kan een verzoek om informatie afwijzen indien de informatie die door de verzoekende Staat wordt gevraagd om een bepaling van de belastingwetgeving van de verzoekende Staat ten uitvoer te leggen of te handhaven, of een daarmee verband houdend vereiste, discriminatie inhoudt van een onderdaan van de aangezochte Staat ten opzichte van een onderdaan van de verzoekende Staat die zich in dezelfde omstandigheden bevindt.

Artikel 8. Vertrouwelijkheid

Alle uit hoofde van dit Verdrag door een Verdragsluitende Staat ontvangen informatie wordt vertrouwelijk behandeld en wordt uitsluitend ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (met inbegrip van rechterlijke instanties en administratieve lichamen) die onder de rechtsmacht van de desbetreffende Verdragsluitende Staat vallen en betrokken zijn bij de vaststelling of inning van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is. Deze personen of autoriteiten mogen uitsluitend voor deze doeleinden van deze informatie gebruikmaken. Zij mogen de informatie bekendmaken in openbare rechtszittingen of in gerechtelijke beslissingen. De informatie mag niet ter kennis worden gebracht van enige andere persoon, instelling, autoriteit of rechterlijke instantie zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat.

Artikel 9. Kosten

De bevoegde autoriteiten bereiken overeenstemming over kosten die voortvloeien uit het verlenen van bijstand.

Artikel 10. Uitvoeringswetgeving

De Verdragsluitende Staten stellen alle wetgeving vast die noodzakelijk is om te voldoen aan en ter uitvoering van de bepalingen van het Verdrag.

Artikel 11. Taal

Verzoeken om bijstand en antwoorden daarop worden gesteld in de Engelse of de Franse taal.

Artikel 12. Andere internationale verdragen of regelingen

De mogelijkheden voor bijstand waarin dit Verdrag voorziet, vormen geen beperking voor, noch worden zij beperkt door, de mogelijkheden vervat in bestaande internationale verdragen of andere regelingen tussen de Verdragsluitende Staten die betrekking hebben op samenwerking ter zake van belastingzaken.

Artikel 13. Regeling voor onderling overleg

1.

De bevoegde autoriteiten trachten moeilijkheden of twijfelpunten, die mochten rijzen tussen de Verdragsluitende Staten met betrekking tot de toepassing of de uitlegging van dit Verdrag, in onderling overleg op te lossen.

2.

Naast de in het eerste lid bedoelde afspraken, kunnen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten in onderling overleg overeenstemming bereiken over de krachtens de artikelen 5 en 6 te hanteren procedures.

3.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen teneinde overeenstemming te bereiken als bedoeld in dit artikel.

4.

Wanneer moeilijkheden of twijfelpunten die zijn gerezen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van het Verdrag niet binnen een periode van twee jaar nadat de vraag is gerezen opgelost kunnen worden door de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten in een procedure voor onderling overleg ingevolge de voorgaande leden van dit artikel, kan het geval op verzoek van een van de Verdragsluitende Staten worden voorgelegd voor arbitrage, echter slechts nadat de procedures die beschikbaar zijn op grond van het eerste en derde lid van dit artikel volledig zijn uitgeput en mits de betrokken belastingplichtige of belastingplichtigen schriftelijk ermee instemmen te worden gebonden door de beslissing van de arbitragecommissie.

De beslissing van de arbitragecommissie in een bepaald geval is voor dat geval bindend voor beide Verdragsluitende Staten en de betrokken belastingplichtigen.

Artikel 14. Inwerkingtreding

1.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de laatste kennisgeving waarin de Partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat is voldaan aan de vereiste interne procedures voor de inwerkingtreding ervan.

2.

Vanaf de inwerkingtreding is dit Verdrag van toepassing op:

Artikel 15. Beëindiging

1.

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een van de Verdragsluitende Staten wordt beëindigd. Elk van de Staten kan het Verdrag langs diplomatieke weg beëindigen door de andere Verdragsluitende Staat ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van een periode van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag kennis te geven van beëindiging. In dat geval houdt het Verdrag op van toepassing te zijn voor belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan.

2.

Deze beëindiging wordt van kracht op de eerste dag van de maand na het verstrijken van een tijdvak van zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving van beëindiging door de andere Verdragsluitende Staat. Alle verzoeken ontvangen vóór de feitelijke datum van beëindiging worden afgehandeld in overeenstemming met dit Verdrag.

3.

Bij beëindiging van dit Verdrag, blijven de Verdragsluitende Staten gebonden door de voorwaarden van artikel 8 ten aanzien van alle uit hoofde van dit Verdrag verkregen informatie.

IN WITNESS whereof the undersigned, duly authorized thereto, have signed this Agreement.

DONE at The Hague this 11th day of January 2010, in duplicate, in the Netherlands, French and English language, all texts being equally authentic. In case of any divergence of interpretation between the Netherlands and the French texts, the English text shall prevail.

For the Kingdom of the Netherlands,

J. C. DE JAGER

For the Principality of Monaco,

F. BIANCHERI

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)