Verdrag inzake de Internationale Maritieme Organisatie
De Staten die partij zijn bij dit Verdrag richten hierbij op de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie, welke verder zal worden aangeduid met „de Organisatie”.
HOOFDSTUK I. Doeleinden van de Organisatie
Artikel 1
De doeleinden van de Organisatie zijn:
- a). Het verschaffen van een gelegenheid tot samenwerking tussen Regeringen op het gebied van overheidsmaatregelen en -gebruiken die betrekking hebben op technische aangelegenheden van iedere soort betreffende de internationale koopvaardij; het aanmoedigen en vergemakkelijken van de algemene aanvaarding van de hoogst bereikbare maatstaven ten aanzien van de veiligheid ter zee, de doeltreffendheid van de navigatie en de voorkoming en bestrijding van de verontreiniging van de zee door schepen alsmede het behandelen van bestuurlijke en juridische aangelegenheden, die verband houden met de doeleinden die in dit artikel zijn gesteld;
- b). het aanmoedigen van de opheffing van discriminatoire maatregelen en onnodige beperkingen vanwege Regeringen met betrekking tot de internationale koopvaardij, teneinde de beschikbaarheid zonder discriminatie van scheepvaartdiensten voor de wereldhandel te bevorderen; steun en aanmoediging door een Regering verleend voor de ontwikkeling van haar nationale koopvaardij en ten behoeve van haar nationale veiligheid betekenen op zichzelf geen discriminatie, mits dergelijke steun en aanmoediging niet hun grond vinden in maatregelen die beogen de vrijheid van de scheepvaart van alle vlaggen om deel te nemen aan het internationale verkeer te beperken;
- c). het in overweging nemen door de Organisatie van aangelegenheden betreffende deloyale belemmerende praktijken van scheepvaart-ondernemingen in overeenstemming met het bepaalde in Hoofdstuk II;
- d). Het in overweging nemen door de Organisatie van iedere aangelegenheid betreffende de scheepvaart en de gevolgen van de scheepvaart voor het mariene milieu, die aan haar door enig orgaan of gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties wordt voorgelegd;
- e). het uitwisselen van gegevens tussen Regeringen omtrent door de Organisatie in overweging genomen aangelegenheden.
HOOFDSTUK II. Functies
Artikel 2
Ten einde haar doeleinden, omschreven in Hoofdstuk I, te bereiken dient de Organisatie:
- (a). met inachtneming van het bepaalde in artikel 3, aangelegenheden te bestuderen die zich voordoen ingevolge artikel 1, letters (a), (b) en (c), en die zijn verwezen naar de Organisatie door de Leden, door enig orgaan of gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties of door enige andere intergouvernementele organisatie, ofwel aangelegenheden verwezen naar de Organisatie ingevolge artikel 1, letter (d), en hierover aanbevelingen te doen;
- (b). verdragen, overeenkomsten of andere passende regelingen te ontwerpen, deze aan Regeringen en intergouvernementele organisaties aan te bevelen alsmede de noodzakelijk geachte conferenties bijeen te roepen;
- (c). gelegenheid te verschaffen voor onderling overleg tussen de Leden en voor de uitwisseling van gegevens tussen de Regeringen;
- (d). de taken te vervullen die voortvloeien uit de letters (a), (b) en (c) van dit artikel, in het bijzonder die welke haar zijn opgedragen door of krachtens de internationale regelingen die betrekking hebben op maritieme aangelegenheden en de gevolgen van de scheepvaart voor het mariene milieu;
- (e). waar nodig, en overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk X, de technische samenwerking binnen het werkterrein van de Organisatie te bevorderen.
Artikel 3
Ten aanzien van aangelegenheden, welke de Organisatie vatbaar voorkomen om te worden geregeld op de in het internationale scheepvaartbedrijf normale wijze zal de Organisatie in die zin een aanbeveling doen. Indien naar het oordeel van de Organisatie enige aangelegenheid betrekking hebbende op deloyale belemmerende handelswijzen van scheepvaartondernemingen niet vatbaar is voor regeling op de in het internationale scheepvaartbedrijf normale wijze, of zulks in feite bewezen is en mits het vraagstuk te voren het onderwerp is geweest van rechtstreekse onderhandelingen tussen de betrokken Leden, neemt de Organisatie op verzoek van een dezer Leden de aangelegenheid in overweging.
HOOFDSTUK III. Lidmaatschap
Artikel 4
Het lidmaatschap van de Organisatie staat open voor alle Staten met inachtneming van het bepaalde in Hoofdstuk III.
Artikel 5
Leden van de Verenigde Naties kunnen Leden van de Organisatie worden door toetreding tot dit Verdrag overeenkomstig de bepalingen van artikel 76.
Artikel 6
Staten, geen Lid zijnde van de Verenigde Naties, die uitgenodigd werden vertegenwoordigers te zenden naar de Internationale Maritieme Conferentie van de Verenigde Naties, welke op de 19de Februari 1948 te Genève werd bijeengeroepen, kunnen lid worden door Partij te worden bij dit Verdrag overeenkomstig de bepalingen van artikel 76.
Artikel 7
Een Staat, die niet voldoet aan de vereisten om Lid te worden krachtens artikel 5 of 6 kan een verzoek om lid te worden indienen bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie en zal als Lid worden toegelaten nadat hij partij is geworden bij dit Verdrag overeenkomstig de bepalingen van artikel 76, mits op aanbeveling van de Raad zijn verzoek wordt goedgekeurd door twee-derde van de Leden, andere dan Toegevoegde Leden.
Artikel 8
Elk gebied en elke groep van gebieden, waarvoor dit Verdrag toepasselijk is verklaard krachtens artikel 77 door het Lid, dat de verantwoordelijkheid draagt voor de internationale betrekkingen van dat gebied of die groep van gebieden of door de Verenigde Naties, kan Toegevoegd Lid van de Organisatie worden door schriftelijke kennisgeving onderscheidenlijk van dat Lid of van de Verenigde Naties aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 9
Een Toegevoegd Lid heeft de rechten en verplichtingen welke een Lid ingevolge dit Verdrag heeft, behalve dat het geen stemrecht heeft en niet verkiesbaar is voor het lidmaatschap van de Raad. Onder dit voorbehoud wordt het woord „Lid” in dit Verdrag geacht Toegevoegd Lid te omvatten tenzij het zinsverband anderszins vereist.
Artikel 10
Geen staat of gebied kan Lid van de Organisatie worden of blijven in strijd met een besluit van de Algemene Vergadering der Verenigde Naties.
HOOFDSTUK IV. Organen
Artikel 11
De Organisatie bestaat uit een Algemene Vergadering, een Raad, een Maritieme Veiligheidscommissie, een Juridische Commissie, een Commissie ter bescherming van het mariene milieu, een Commissie inzake Technische Samenwerking, een Vereenvoudigingscommissie en zodanige nevenorganen als de Organisatie op enig tijdstip noodzakelijk acht, alsmede een Secretariaat.
HOOFDSTUK V. De Algemene Vergadering
Artikel 12
De Algemene Vergadering bestaat uit alle Leden.
Artikel 13
Gewone zittingen van de Algemene Vergadering worden eenmaal in de twee jaar gehouden. Buitengewone zittingen worden bijeengeroepen na kennisgeving van zestig dagen te voren, zo dikwijls een-derde van de Leden hun verlangen daartoe aan de Secretaris-Generaal kenbaar maken of op ieder tijdstip waarop zulks door de Raad noodzakelijk wordt geacht, na kennisgeving van zestig dagen te voren.
Artikel 14
Een meerderheid van de Leden, andere dan de Toegevoegde Leden, vormt het quorum voor de bijeenkomsten van de Algemene Vergadering.
Artikel 15
De taken van de Algemene Vergadering zijn:
- (a). op iedere gewone zitting uit haar Leden, andere dan Toegevoegde Leden, een voorzitter en twee ondervoorzitters te kiezen die hun ambt uitoefenen tot aan de volgende gewone zitting;
- (b). haar eigen huishoudelijk reglement vast te stellen, voor zover daarin niet op andere wijze in dit Verdrag is voorzien;
- (c). tijdelijke of, op aanbeveling van de Raad, blijvende nevenorganen in te stellen, die zij noodzakelijk acht;
- (d). de Leden te kiezen, die overeenkomstig artikel 17 in de Raad vertegenwoordigd zullen zijn;
- (e). de verslagen van de Raad te ontvangen en te bestuderen en beslissingen te nemen omtrent iedere aangelegenheid die naar haar door de Raad worden verwezen;
- (f). het werkprogramma van de Organisatie goed te keuren;
- (g). de begroting goed te keuren en de geldelijke regelingen van de Organisatie vast te stellen overeenkomstig Hoofdstuk XIII;
- (h). de uitgaven van de Organisatie te controleren en haar rekeningen goed te keuren;
- (i). de taken van de Organisatie uit te oefenen met dien verstande, dat de Algemene Vergadering aangelegenheden bedoeld in artikel 2, letters (a) en (b), naar de Raad zal verwijzen, opdat deze de desbetreffende aanbevelingen of regelingen zal ontwerpen; met dien verstande voorts, dat aanbevelingen of regelingen die door de Raad aan de Algemene Vergadering zijn voorgelegd doch niet door de Algemene Vergadering zijn aanvaard, naar de Raad ter nadere bestudering zullen worden terugverwezen, vergezeld van eventueel door de Algemene Vergadering gemaakte opmerkingen;
- (j). de Leden de goedkeuring aan te bevelen van voorschriften en richtlijnen betreffende de veiligheid ter zee en de voorkoming en bestrijding van de verontreiniging van de zee door schepen, en andere aangelegenheden betreffende de gevolgen van de scheepvaart voor het mariene milieu aan de Organisatie toegewezen door of krachtens internationale regelingen, of van de haar voorgelegde wijzigingen van zulke voorschriften en richtlijnen;
- (k). de stappen te doen die zij geschikt acht om de technische samenwerking te bevorderen overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, letter (e), daarbij rekening houdend met de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden;
- (l). beslissingen te nemen met betrekking tot het bijeenroepen van een internationale conferentie of het volgen van een andere passende procedure voor het tot stand brengen van internationale overeenkomsten of van wijzigingen van internationale overeenkomsten zoals uitgewerkt door de Maritieme Veiligheidscommissie, de Juridische Commissie, de Commissie ter bescherming van het mariene milieu, de Commissie inzake Technische Samenwerking, de Vereenvoudigingscommissie of door andere organen van de Organisatie;
- (m). iedere aangelegenheid die binnen het werkterrein van de Organisatie valt, ter bestudering of beslissing naar de Raad te verwijzen, met dien verstande evenwel dat de taak aanbevelingen te doen overeenkomstig letter (j) van dit artikel, niet kan worden gedelegeerd.
HOOFDSTUK VI. De Raad
Artikel 16
De Raad bestaat uit veertig leden, gekozen door de Algemene Vergadering.
Artikel 17
Bij het kiezen van de leden van de Raad houdt de Algemene Vergadering zich aan de volgende criteria:
- a. Tien leden zijn Staten met het meeste belang bij het verlenen van internationale scheepvaartdiensten;
- b. Tien leden zijn andere Staten met het meeste belang bij de internationale handel ter zee;
- c. Twintig leden zijn Staten die niet volgens het bepaalde onder a of b hierboven zijn gekozen, die een bijzonder belang hebben bij het vervoer over zee of de navigatie en door wier verkiezing in de Raad wordt gewaarborgd dat alle voornaamste geografische gebieden van de wereld zijn vertegenwoordigd.
Artikel 18
Leden, die zitting hebben in de Raad krachtens Artikel 16, oefenen hun functie uit tot het einde van de volgende gewone zitting van de Algemene Vergadering. Zij zijn dadelijk herkiesbaar.
Artikel 19
- (a). De Raad kiest zijn Voorzitter en aanvaardt zijn eigen huishoudelijk reglement, tenzij in dit Verdrag anders is bepaald.
- (b). Zesentwintig leden van de Raad vormen het quorum.
- (c). De Raad komt, na hiervan een maand van tevoren kennis te hebben gegeven, zo dikwijls bijeen als noodzakelijk is voor het doelmatig verrichten van zijn taak na te zijn opgeroepen door zijn Voorzitter of op verzoek van ten minste vier Leden. De bijeenkomsten worden gehouden op plaatsen die daarvoor in aanmerking komen.
Artikel 20
De Raad nodigt ieder Lid uit om zonder stemrecht deel te nemen aan zijn beraadslagingen omtrent elke aangelegenheid, welke van bijzonder belang voor dat Lid is.
Artikel 21
a. De Raad neemt in studie het ontwerp-werkprogramma en de voorlopige begroting door de Secretaris-Generaal opgesteld aan de hand van de voorstellen gedaan door de Maritieme Veiligheidscommissie, de Juridische Commissie, de Commissie ter bescherming van het mariene milieu, de Commissie inzake Technische Samenwerking en de Vereenvoudigingscommissie en andere organen van de Organisatie en stelt, deze in aanmerking nemend, het werkprogramma en de begroting van de Organisatie vast en legt deze voor aan de Algemene Vergadering, daarbij rekening houdend met de algemene belangen en de prioriteiten van de Organisatie.
b. De Raad ontvangt de verslagen, voorstellen en aanbevelingen van de Maritieme Veiligheidscommissie, de Juridische Commissie, de Commissie ter bescherming van het mariene milieu, de Commissie inzake Technische Samenwerking, de Vereenvoudigingscommissie en andere organen van de Organisatie en zendt deze door aan de Algemene Vergadering en, wanneer de Algemene Vergadering niet in zitting bijeen is, ter kennisneming aan de Leden, vergezeld van zijn opmerkingen en aanbevelingen.
c. Aangelegenheden waarop de artikelen 28, 33, 38, 43 en 48 betrekking hebben, worden slechts door de Raad in studie genomen nadat de zienswijze van de Maritieme Veiligheidscommissie, de Juridische Commissie, de Commissie ter bescherming van het mariene milieu, de Commissie inzake Technische Samenwerking of de Vereenvoudigingscommissie, naar gelang welke hiervoor in aanmerking komt, hieromtrent is verkregen.
Artikel 22
De Raad benoemt, met goedkeuring van de Algemene Vergadering, de Secretaris-Generaal. De Raad voorziet ook in de benoeming van zodanig ander personeel als nodig mocht zijn; hij stelt de dienstvoorwaarden van de Secretaris-Generaal en het andere personeel vast, welke voorwaarden zoveel mogelijk in overeenstemming zullen zijn met die van de Verenigde Naties en haar Gespecialiseerde Organisaties.
Artikel 23
De Raad brengt aan de Algemene Vergadering op iedere gewone zitting verslag uit over het werk uitgevoerd door de Organisatie sedert de voorafgaande gewone zitting van de Algemene Vergadering.
Artikel 24
De Raad legt het financieel overzicht van de Organisatie, vergezeld van zijn opmerkingen en aanbevelingen, voor aan de Algemene Vergadering.
Artikel 25
- (a). De Raad mag overeenkomsten aangaan of regelingen treffen ten aanzien van de betrekkingen van de Organisatie met andere organisaties, zoals voorzien in Hoofdstuk XVI. Dergelijke overeenkomsten of regelingen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de Algemene Vergadering.
- (b). Rekening houdend met de bepalingen van Hoofdstuk XVI en de betrekkingen die door de onderscheiden Commissies worden onderhouden met andere lichamen overeenkomstig de artikelen 28, 33,38, 43 en 48, is de Raad, wanneer de Algemene Vergadering geen zitting houdt, verantwoordelijk voor de betrekkingen met andere organisaties.
Artikel 26
Tussen de zittingen van de Algemene Vergadering oefent de Raad alle taken van de Organisatie uit, met uitzondering van het doen van aanbevelingen bedoeld in artikel 15, letter (j). De Raad coördineert in het bijzonder de activiteiten van de organen van de Organisatie en kan die wijzigingen in het werkprogramma aanbrengen, die strikt noodzakelijk zijn om het doelmatig functioneren van de Organisatie te verzekeren.
HOOFDSTUK VII. Maritieme Veiligheids Commissie
Artikel 27
In de Maritieme Veiligheidscommissie hebben alle Leden zitting.
Artikel 28
- (a). De Maritieme Veiligheidscommissie bestudeert alle aangelegenheden binnen het werkterrein van de Organisatie, die betrekking hebben op hulpmiddelen van de navigatie, constructie en uitrusting van schepen, bemanningsaangelegenheden voor zover van belang voor de veiligheid, regels ter voorkoming van aanvaringen, behandeling van gevaarlijke ladingen, regelingen en eisen voor de veiligheid ter zee, hydrografische gegevens, logboeken en navigatierapporten, onderzoek betreffende scheepsrampen, berging en redding, en alle andere aangelegenheden die rechtstreeks betrekking hebben op de veiligheid ter zee.
- (b). De Maritieme Veiligheidscommissie neemt de nodige maatregelen om iedere taak te vervullen, die haar door dit Verdrag, de Algemene Vergadering of de Raad is opgedragen of iedere taak binnen de draagwijdte van dit artikel, die haar door of krachtens enige andere internationale overeenkomst mocht zijn opgedragen en die door de Organisatie is aanvaard.
- (c). Rekening houdend met de bepalingen van artikel 25, onderhoudt de Maritieme Veiligheidscommissie, op verzoek van de Algemene Vergadering of de Raad of indien zij zulks nuttig acht in het belang van haar eigen werk, zodanige nauwe betrekkingen met andere instellingen als bevorderlijk zijn voor de doeleinden van de Organisatie.
Artikel 29
De Maritieme Veiligheidscommissie legt aan de Raad voor:
- (a). voorstellen inzake veiligheidsvoorschriften of wijzigingen van de veiligheidsvoorschriften, die de Commissie heeft uitgewerkt;
- (b). aanbevelingen en richtlijnen die de Commissie heeft uitgewerkt;
- (c). een verslag over de werkzaamheden van de Commissie sedert de voorafgaande zitting van de Raad.
Artikel 30
De Maritieme Veiligheidscommissie komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. Zij kiest eenmaal per jaar haar functionarissen en stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast.
Artikel 31
Ongeacht eventuele strijdigheid met dit Verdrag, doch met inachtneming van het bepaalde in artikel 27, houdt de Maritieme Veiligheidscommissie zich, bij de uitoefening van de taken die haar door of krachtens een internationale overeenkomst of een andere regeling zijn opgedragen, aan de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst of regeling, in het bijzonder met betrekking tot de regels inzake de te volgen procedure.
HOOFDSTUK VIII. - DE JURIDISCHE COMMISSIE
Artikel 32
De Juridische Commissie bestaat uit alle Leden.
Artikel 33
- (a). De Juridische Commissie bestudeert alle juridische aangelegenheden die vallen binnen het werkterrein van de Organisatie.
- (b). De Juridische Commissie neemt alle maatregelen die nodig zijn om iedere taak te vervullen die haar door dit Verdrag, de Algemene Vergadering of de Raad is opgedragen of iedere taak binnen de draagwijdte van dit artikel, die haar door of krachtens enige andere internationale overeenkomst mocht zijn opgedragen en die door de Organisatie is aanvaard.
- (c). Rekening houdend met de bepalingen van artikel 25, onderhoudt de Juridische Commissie, op verzoek van de Algemene Vergadering of de Raad of indien zij zulks nuttig acht in het belang van haar eigen werk, zodanige nauwe betrekkingen met andere lichamen als bevorderlijk is voor de doeleinden van de Organisatie.
Artikel 34
De Juridische Commissie legt voor aan de Raad:
- (a). ontwerpen van internationale overeenkomsten en van wijzigingen van internationale overeenkomsten die de Commissie heeft uitgewerkt;
- (b). een verslag over de werkzaamheden van de Commissie sedert de voorafgaande zitting van de Raad.
Artikel 35
De Juridische Commissie komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. Zij kiest haar functionarissen eenmaal per jaar en stelt haar eigen Huishoudelijk Reglement vast.
Artikel 36
Ongeacht eventuele strijdigheid met dit Verdrag, doch met inachtneming van het bepaalde in artikel 32, houdt de Juridische Commissie zich, bij de uitoefening van de taken die haar door of krachtens een internationale overeenkomst of een andere internationale regeling zijn opgedragen, aan de desbetreffende bepalingen van de betrokken overeenkomst of regeling, in het bijzonder met betrekking tot de regels inzake de te volgen procedure.
HOOFDSTUK IX. - DE COMMISSIE TER BESCHERMING VAN HET MARIENE MILIEU
Artikel 37
De Commissie ter bescherming van het mariene milieu bestaat uit alle Leden.
Artikel 38
De Commissie ter bescherming van het mariene milieu bestudeert alle aangelegenheden binnen het werkterrein van de Organisatie, die betrekking hebben op de voorkoming en bestrijding van de verontreiniging van de zee door schepen en zal in het bijzonder:
- (a). zodanige taken uitvoeren als de Organisatie zijn of kunnen worden opgedragen door of krachtens internationale overeenkomsten inzake de voorkoming en bestrijding van de verontreiniging van de zee door schepen, met name met betrekking tot de aanvaarding en wijziging van voorschriften of andere bepalingen als voorzien in deze overeenkomsten;
- (b). passende maatregelen bestuderen om de toepassing van de overeenkomsten bedoeld in letter (a) hierboven te vergemakkelijken;
- (c). zorgen voor het verkrijgen van wetenschappelijke, technische en alle andere praktische gegevens inzake de voorkoming en bestrijding van de verontreiniging van de zee door schepen, ter verspreiding onder de Staten, in het bijzonder onder de ontwikkelingslanden en waar nodig aanbevelingen en richtlijnen uitwerken;
- (d). samenwerking bevorderen met regionale organisaties die zich bezighouden met de voorkoming en bestrijding van de verontreiniging van de zee door schepen, rekening houdend met de bepalingen van artikel 25;
- (e). passende maatregelen bestuderen en ten uitvoer leggen met betrekking tot alle andere aangelegenheden die vallen binnen het werkterrein van de Organisatie en bijdragen tot de voorkoming en bestrijding van de verontreiniging van de zee door schepen met inbegrip van samenwerking op het gebied van milieuvraagstukken met andere internationale organisaties, daarbij rekening houdend met de bepalingen van artikel 25.
Artikel 39
De Commissie ter bescherming van het mariene milieu legt aan de Raad voor:
- (a). voorstellen voor voorschriften inzake de voorkoming en bestrijding van de verontreiniging van de zee door schepen alsmede voorstellen voor wijzigingen van zulke voorschriften die de Commissie heeft uitgewerkt;
- (b). aanbevelingen en richtlijnen door de Commissie uitgewerkt;
- (c). een verslag over de werkzaamheden van de Commissie sedert de voorafgaande zitting van de Raad.
Artikel 40
De Commissie ter bescherming van het mariene milieu komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. Zij kiest haar functionarissen eenmaal per jaar en stelt haar eigen Huishoudelijk Reglement vast.
Artikel 41
Ongeacht eventuele strijdigheid met dit Verdrag, doch met inachtneming van het bepaalde in artikel 37, houdt de Commissie ter bescherming van het mariene milieu zich, bij de uitoefening van de taken die haar door of krachtens een internationale overeenkomst of een andere regeling zijn opgedragen, aan de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst of regeling, in het bijzonder met betrekking tot de regels inzake de te volgen procedure.
HOOFDSTUK X. DE COMMISSIE INZAKE TECHNISCHE SAMENWERKING
Artikel 42
De Commissie inzake Technische Samenwerking bestaat uit alle Leden.
Artikel 43
(a). De Commissie inzake Technische Samenwerking bestudeert, waar passend, alle aangelegenheden binnen het werkterrein van de Organisatie die betrekking hebben op de uitvoering van de projecten voor technische samenwerking die gefinancierd worden door het desbetreffende programma van de Verenigde Naties en waarvoor de Organisatie optreedt als het orgaan voor uitvoering of samenwerking, of door op vrijwillige basis aan de Organisatie verstrekte fondsen in trust, en alle andere aangelegenheden die verband houden met de werkzaamheden van de Organisatie op het gebied van de technische samenwerking.
(b). De Commissie inzake Technische Samenwerking controleert de werkzaamheden van het Secretariaat op het gebied van de technische samenwerking.
(c). De Commissie inzake Technische Samenwerking voert de taken uit die haar door dit Verdrag, door de Algemene Vergadering of door de Raad zijn opgedragen, of iedere taak binnen de draagwijdte van dit artikel die haar door of krachtens enige andere internationale overeenkomst mocht zijn opgedragen en die door de Organisatie is aanvaard.
(d). Rekening houdend met de bepalingen van artikel 25 onderhoudt de Commissie inzake Technische Samenwerking, op verzoek van de Algemene Vergadering en de Raad of, indien zij zulks nuttig acht in het belang van haar eigen werk, nauwe betrekkingen met andere instellingen die bevorderlijk kunnen zijn voor de doeleinden van de Organisatie.
Artikel 44
De Commissie inzake Technische Samenwerking legt aan de Raad voor:
- (a). de aanbevelingen die de Commissie heeft uitgewerkt;
- (b). een verslag over de werkzaamheden van de Commissie sedert de voorafgaande zitting van de Raad.
Artikel 45
De Commissie inzake Technische Samenwerking komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. Zij kiest haar functionarissen eenmaal per jaar en stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast.
Artikel 46
Ongeacht eventuele strijdigheid met dit Verdrag, doch met inachtneming van het bepaalde in artikel 42, houdt de Commissie inzake Technische Samenwerking zich, bij de uitoefening van de taken die haar door of krachtens een internationale overeenkomst of een andere internationale regeling zijn opgedragen, aan de desbetreffende bepalingen van de betrokken overeenkomst of regeling, in het bijzonder met betrekking tot de regels inzake de te volgen procedure.
HOOFDSTUK XI. De Vereenvoudigingscommissie
Artikel 47
De Vereenvoudigingscommissie bestaat uit alle Leden.
Artikel 48
De Vereenvoudigingscommissie bestudeert alle aangelegenheden binnen het werkterrein van de Organisatie die betrekking hebben op de vereenvoudiging van het internationale verkeer ter zee en houdt zich met name bezig met:
- a. de uitvoering van de taken die haar door de Organisatie zijn of kunnen worden opgedragen door of krachtens internationale overeenkomsten ter vergemakkelijking van het internationale verkeer ter zee, met name met betrekking tot het aannemen en de wijziging van maatregelen of van andere bepalingen, zoals voorzien in zodanige overeenkomsten.
- b. Rekening houdend met de bepalingen van artikel 25 onderhoudt de Vereenvoudigingscommissie, op verzoek van de Algemene Vergadering en de Raad of indien zij zulks nuttig acht in het belang van haar eigen werk, nauwe betrekkingen met andere instellingen die bevorderlijk kunnen zijn voor de doeleinden van de Organisatie.
Artikel 49
De Vereenvoudigingsommissie legt aan de Raad voor:
- a. de aanbevelingen en richtsnoeren die de Commissie heeft uitgewerkt;
- b. een verslag over de werkzaamheden van de Commissie sedert de voorafgaande zitting van de Raad.
Artikel 50
De Vereenvoudigingscommissie komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. Zij kiest haar functionarissen eenmaal per jaar en stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast.
Artikel 51
Ongeacht eventuele strijdigheid met dit Verdrag, doch met inachtneming van het bepaalde in artikel 47, houdt de Vereenvoudigingscommissie zich, bij de uitoefening van de taken die haar door of krachtens een internationale overeenkomst of een andere internationale regeling zijn opgedragen, aan de desbetreffende bepalingen van de betrokken overeenkomst of regeling, in het bijzonder met betrekking tot de regels inzake de te volgen procedures.
Artikel 52
Het Secretariaat omvat een Secretaris-Generaal en zodanig ander personeel als de Organisatie nodig oordeelt. De Secretaris-Generaal is de hoogste functionaris van de Organisatie; hij benoemt met inachtneming van de bepalingen van artikel 22 bovengenoemd personeel.
HOOFDSTUK XII. Financiën
Artikel 53
Het Secretariaat houdt een zodanig archief als noodzakelijk is voor de doelmatige uitoefening van de taken van de Organisatie en bereidt voor, verzamelt en zendt rond documentatie, agenda, notulen en gegevens die zijn vereist voor het werk van de Organisatie.
Artikel 54
De Secretaris-Generaal stelt op en legt aan de Raad over de rekening over ieder jaar, alsmede de twee-jaarlijkse begroting met de ramingen voor elk jaar afzonderlijk aangegeven.
Artikel 55
De Secretaris-Generaal houdt de Leden op de hoogte van de werkzaamheden van de Organisatie. Ieder Lid kan een of meer vertegenwoordigers aanstellen om de verbinding met de Secretaris-Generaal te onderhouden.
Artikel 56
Bij het vervullen van hun taak vragen noch ontvangen de Secretaris-Generaal en het personeel instructies van enige Regering of van enige autoriteit buiten de Organisatie; zij onthouden zich van enig optreden dat een nadelige invloed zou kunnen hebben op hun positie als internationale ambtenaren. Elk Lid van zijn kant verbindt zich het uitsluitend internationale karakter van de verantwoordelijkheden van de Secretaris-Generaal en het personeel te eerbiedigen en niet te trachten invloed op hen uit te oefenen bij de uitoefening van hun verantwoordelijkheden.
HOOFDSTUK XIII. Stemming
Artikel 57
De Secretaris-Generaal vervult alle andere taken die hem krachtens het Verdrag, door de Algemene Vergadering of de Raad worden opgedragen.
HOOFDSTUK XIV. De zetel van de Organisatie
Artikel 58
Elk Lid neemt voor zijn rekening het salaris, de reiskosten en andere kosten van zijn delegatie naar de door de Organisatie gehouden vergaderingen.
HOOFDSTUK XV. Verband met de Verenigde Naties en andere Organisaties
Artikel 59
De Raad onderzoekt de rekeningen en de begrotingen welke door de Secretaris-Generaal zijn opgemaakt en legt deze vergezeld van zijn eigen opmerkingen en aanbevelingen aan de Algemene Vergadering over.
Artikel 60
a). Onder voorbehoud van enige overeenkomst, te sluiten tussen de Organisatie en de Verenigde Naties, gaat de Algemene Vergadering de begroting na en keurt deze goed.
b). De Algemene Vergadering slaat de kosten om over de Leden overeenkomstig een schaal, welke door haar wordt vastgesteld na de betreffende voorstellen van de Raad in overweging te hebben genomen.
Artikel 61
Elk Lid dat nalaat zijn financiële verplichtingen ten opzichte van de Organisatie na te komen binnen een jaar vanaf de dag dat deze verschuldigd zijn, heeft geen stem in de Algemene Vergadering, de Raad, de Maritieme Veiligheidscommissie, de Juridische Commissie, de Commissie ter bescherming van het mariene milieu, de Commissie inzake Technische Samenwerking of de Vereenvoudigingscommissie, tenzij de Algemene Vergadering naar gelang zij dit wenselijk acht deze bepaling buiten werking stelt.
Artikel 62
Tenzij in dit Verdrag of in enige andere internationale overeenkomst die bevoegdheden toekent aan de Algemene Vergadering, de Maritieme Veiligheidscommissie, de Juridische Commissie, de Commissie ter bescherming van het mariene milieu, de Commissie inzake Technische Samenwerking of de Vereenvoudigingscommissie anders wordt bepaald, zijn de volgende bepalingen van toepassing op het uitbrengen van stemmen in deze organen:
- a. Elk Lid heeft één stem.
- b. De besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen van de Leden die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, en besluiten waarvoor een twee derde meerderheid van stemmen is vereist, met een twee derde meerderheid van de stemmen van de aanwezige Leden.
- c. In dit Verdrag wordt onder de zinsnede „Leden die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen” verstaan: „Leden die aanwezig zijn en die in bevestigende of ontkennende zin een stem uitbrengen”. Leden die zich onthouden van stemming worden geacht niet te hebben gestemd.
Artikel 63
a). De zetel van de Organisatie is gevestigd te Londen.
b). De Algemene Vergadering kan, indien nodig, met twee-derde meerderheid van stemmen de zetel van de Organisatie verplaatsen.
c). De Algemene Vergadering kan haar zittingen houden op iedere andere plaats dan waar de zetel gevestigd is, indien de Raad zulks noodzakelijk acht.
HOOFDSTUK XVI. Verband met de Verenigde Naties en andere Organisaties
Artikel 64
De Organisatie is verbonden met de Verenigde Naties overeenkomstig artikel 57 van het Handvest van de Verenigde Naties als de gespecialiseerde organisatie op het gebied van de scheepvaart en de gevolgen van de scheepvaart voor het mariene milieu. Dit verband wordt tot stand gebracht door een overeenkomst met de Verenigde Naties krachtens artikel 63 van het Handvest van de Verenigde Naties, welke overeenkomst wordt gesloten overeenkomstig het bepaalde in artikel 25 van het Verdrag.
Artikel 65
De Organisatie werkt samen met elke Gespecialiseerde Organisatie van de Verenigde Naties in aangelegenheden, welke van gemeenschappelijk belang kunnen zijn voor de Organisatie en die Gespecialiseerde Organisatie; zij zal dergelijke aangelegenheden in overweging nemen en te dien aanzien handelen in overeenstemming met die Gespecialiseerde Organisatie.
HOOFDSTUK XVII. Amendementen
Artikel 66
De Organisatie kan ten aanzien van aangelegenheden binnen haar werkterrein samenwerken met andere inter-gouvernementele organisaties, welke geen Gespecialiseerde Organisaties van de Verenigde Naties zijn, maar wier belangen en werkzaamheden verband houden met de doeleinden van de Organisatie.
Artikel 67
De Organisatie kan ten aanzien van aangelegenheden binnen haar werkterrein passende regelingen treffen voor overleg en samenwerking met niet-gouvernementele internationale organisaties.
Artikel 68
Onder voorbehoud van goedkeuring met twee-derde meerderheid van stemmen van de Algemene Vergadering kan de Organisatie van elke andere internationale organisatie, gouvernementeel of niet-gouvernementeel, zodanige functies, middelen en verplichtingen op het werkterrein van de Organisatie overnemen als aan de Organisatie zijn overgedragen krachtens internationale overeenkomsten of krachtens wederkerig bevredigende regelingen, welke zijn getroffen door de bevoegde autoriteiten van de betrokken organisaties. Insgelijk kan de Organisatie alle administratieve functies overnemen, welke binnen haar werkterrein liggen en welke krachtens een internationale regeling aan enige regering zijn toevertrouwd.
HOOFDSTUK XVIII. Interpretatie
Artikel 69
De rechtsbevoegdheid, alsmede de voorrechten en immuniteiten, welke aan of in verband met de Organisatie worden toegekend, worden ontleend aan en beheerst door het Algemene Verdrag nopens Voorrechten en Immuniteiten van de Gespecialiseerde Organisaties, goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 21 November 1947, behoudens zodanige wijzigingen als aangebracht mochten worden in de uiteindelijke (of herziene) tekst van het Aanhangsel goedgekeurd door de Organisatie overeenkomstig de artikelen 36 en 38 van voormeld Algemeen Verdrag.
Artikel 70
Ieder Lid verbindt zich hangende zijn toetreding tot voormeld Algemeen Verdrag ten aanzien van de Organisatie de bepalingen van Bijlage II van dit Verdrag toe te passen.
HOOFDSTUK XIX. Diverse bepalingen
Artikel 71
De teksten van de voorgestelde wijzigingen van dit Verdrag worden ten minste zes maanden voordat zij bij de Algemene Vergadering in behandeling komen, door de Secretaris-Generaal aan de Leden toegezonden. Wijzigingen worden aangenomen met een tweederde meerderheid van stemmen van de Algemene Vergadering. Twaalf maanden na de aanvaarding door tweederde van de Leden van de Organisatie, uitgezonderd Toegevoegde Leden, wordt iedere wijziging van kracht voor alle Leden. Indien binnen de eerste 60 dagen van deze periode van twaalf maanden een Lid kennis geeft van terugtrekking uit de Organisatie in verband met een wijziging, wordt de terugtrekking, niettegenstaande het bepaalde in artikel 58 van het Verdrag, van kracht op de datum waarop deze wijziging van kracht wordt.
Artikel 72
Elk overeenkomstig artikel 71 aangenomen Amendement wordt bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegd, die terstond alle Leden de tekst van het Amendement doet toekomen.
Artikel 73
Een verklaring of aanvaarding als bedoeld in artikel 71 geschiedt door overlegging van een desbetreffende akte aan de Secretaris-Generaal ter nederlegging bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De Secretaris-Generaal zal de Leden in kennis stellen van de ontvangst van een dergelijke akte en van de datum waarop het Amendement van kracht wordt.
HOOFDSTUK XX. Inwerkingtreding
Artikel 74
Elke vraag of elk geschil betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag wordt ter beslechting naar de Algemene Vergadering verwezen, of wordt op zodanige andere wijze geregeld als de partijen bij het geschil overeenkomen. Niets in dit artikel kan enig orgaan van de Organisatie weerhouden om iedere vraag of ieder geschil te beslechten, dat zich bij de uitoefening van zijn taken kan voordoen.
Artikel 75
Elke rechtsvraag, welke niet overeenkomstig artikel 74 geregeld kan worden, wordt door de Organisatie aan het Internationaal Gerechtshof ten advies voorgelegd overeenkomstig artikel 96 van het Handvest van de Verenigde Naties.
Artikel 76. Ondertekening en aanvaarding
Met inachtneming van de bepalingen van Hoofdstuk III staat dit Verdrag open ter ondertekening of aanvaarding. Staten kunnen partij worden bij dit Verdrag door:
- a). Ondertekening zonder voorbehoud met betrekking tot aanvaarding;
- b). Ondertekening onder voorbehoud van aanvaarding, gevolgd door aanvaarding; of
- c). Aanvaarding.
Aanvaarding geschiedt door het nederleggen van een akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 77. Gebieden
a). De Leden kunnen te allen tijde verklaren, dat hun deelneming aan het Verdrag betrekking heeft op alle of op een groep gebieden, voor welker internationale betrekkingen zij verantwoordelijk zijn, of tot een enkel zodanig gebied.
b). Het Verdrag is niet van toepassing op gebieden voor welker internationale betrekkingen de Leden verantwoordelijk zijn, tenzij een daartoe strekkende verklaring namens hen is afgelegd overeenkomstig het bepaalde in lid a) van dit artikel.
c). Een verklaring overeenkomstig lid a) van dit artikel afgelegd wordt ter kennis gebracht van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die de tekst hiervan doet toekomen aan alle Staten, die zijn uitgenodigd tot de Maritieme Conferentie der Verenigde Naties, alsmede aan alle andere Staten, die Lid mochten zijn geworden.
d). In gevallen, waarin krachtens een Trustschapsovereenkomst de Verenigde Naties het beherend gezag zijn, kunnen de Verenigde Naties het Verdrag aanvaarden namens één, verscheidene of alle trust-gebieden, overeenkomstig de in artikel 76 voorgeschreven wijze.
In witness whereof the undersigned being duly authorized by their respective Governments for that purpose have signed the present Convention.
Done at Geneva this sixth day of March 1948.
HOOFDSTUK XII. Het Secretariaat
HOOFDSTUK XIII. Financiën
HOOFDSTUK XIV. Stemming
HOOFDSTUK XV. De zetel van de Organisatie
HOOFDSTUK XVII. Rechtsbevoegdheid, Voorrechten en Immuniteiten
HOOFDSTUK XVIII. Amendementen
HOOFDSTUK XIX. Interpretatie
HOOFDSTUK XX. Diverse bepalingen
Artikel 78. Uittreding
a). Elk lid kan uit de Organisatie treden door schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die onmiddellijk deze kennisgeving mededeelt aan de andere Leden en de Secretaris-Generaal van de Organisatie. Een kennisgeving van uittreding kan te allen tijde gedaan worden na verloop van twaalf maanden na de datum, waarop dit Verdrag van kracht is geworden. De uittreding treedt in werking na verloop van twaalf maanden, van de datum af waarop een dergelijke schriftelijke kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is ontvangen.
b). De toepasselijkheid van het Verdrag op een gebied of groep van gebieden krachtens artikel 77 kan te allen tijde beëindigd worden door schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties door het Lid, dat verantwoordelijk is voor de buitenlandse betrekkingen of, in het geval van een trust-gebied, waarvan de Verenigde Naties het beherend gezag zijn, door de Verenigde Naties. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties zal onmiddellijk deze kennisgeving mededelen aan alle Leden en de Secretaris-Generaal van de Organisatie. De opzegging wordt van kracht na verloop van twaalf maanden van de datum af waarop zij door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is ontvangen.
HOOFDSTUK XXI. Inwerkingtreding
Artikel 79
Dit Verdrag treedt in werking op de datum, waarop 21 Staten, waarvan 7 elk een totale scheepsruimte van niet minder dan 1 000 000 Bruto Register Ton bezitten, partij zijn geworden bij dit Verdrag overeenkomstig artikel 76.
Artikel 80
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties zal alle Staten, die uitgenodigd zijn tot de Maritieme Conferentie der Verenigde Naties en alle andere Staten, die partij zijn geworden bij dit Verdrag, in kennis stellen van de datum, waarop iedere Staat partij is geworden bij dit Verdrag, alsmede van de datum, waarop het Verdrag in werking treedt.
Artikel 81
Dit Verdrag, waarvan de Engelse, Franse en Spaanse teksten gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die gewaarmerkte afschriften ervan zal toezenden aan iedere Staat, die uitgenodigd is, tot de Maritieme Conferentie der Verenigde Naties en aan alle andere Staten, die Lid zijn geworden.
Artikel 82
De Verenigde Naties zijn gemachtigd het Verdrag te registreren zodra het in werking treedt.
In witness whereof the undersigned being duly authorized by their respective Governments for that purpose have signed the present Convention.
Done at Geneva this sixth day of March 1948.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)