Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (OMPI/WIPO), zoals gewijzigd op 28 september 1979
De Verdragsluitende Partijen,
Geleid door de wens, bij te dragen tot een beter begrip en een betere samenwerking tussen de Staten tot hun wederzijds voordeel en op basis van de eerbiediging van hun soevereiniteit en gelijkheid,
Verlangende de bescherming van de intellectuele eigendom in de wereld te bevorderen, om aldus de creatieve werkzaamheid aan te moedigen,
Verlangende het beheer van de Unies, ingesteld op het gebied van de bescherming van de industriële eigendom en van de bescherming van werken van letterkunde en kunst, te moderniseren en doeltreffender te maken, zulks met volledige eerbiediging van de zelfstandigheid van deze Unies,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1. Oprichting van de Organisatie
Bij dit Verdrag wordt de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom opgericht.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
In dit Verdrag wordt verstaan:
- i). onder „Organisatie”, de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (OMPI/WIPO);
- ii). onder „Internationaal Bureau” het Internationale Bureau voor de intellectuele eigendom;
- iii). onder „Verdrag van Parijs” het Verdrag tot bescherming van de industriële eigendom, ondertekend op 20 maart 1883, met inbegrip van alle daarbij behorende Akten van herziening;
- iv). onder „Berner Conventie”, de Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend op 9 september 1886, met inbegrip van alle daarbij behorende Akten van herziening;
- v). onder „Unie van Parijs” de Internationale Unie, opgericht bij het Verdrag van Parijs;
- vi). onder „Unie van Bern” de Internationale Unie, opgericht bij de Berner Conventie;
- vii). onder „Unies” de Unie van Parijs, de bijzondere Unies en de bijzondere Overeenkomsten aangegaan in verband met deze Unie, de Unie van Bern, alsmede alle andere internationale verbintenissen ter bevordering van de bescherming van de intellectuele eigendom die krachtens artikel 4, sub iii) worden beheerd door de Organisatie;
- viii). onder „intellectuele eigendom” de rechten betreffende: en alle andere rechten verband houdende met de intellectuele werkzaamheid op het gebied van de nijverheid, wetenschap, letterkunde en kunst.
- -. werken van letterkunde, kunst en wetenschap,
- -. uitvoeringen van uitvoerende kunstenaars, grammofoonplaten en radiouitzendingen,
- -. uitvindingen op alle gebieden van de menselijke werkzaamheid,
- -. wetenschappelijke ontdekkingen,
- -. tekeningen en modellen van nijverheid,
- -. fabrieks-, handels- en dienstmerken alsmede handelsnamen en commerciële aanduidingen,
- -. de bescherming tegen oneerlijke mededinging,
Artikel 3. Doel van de Organisatie
De Organisatie heeft ten doel:
- i). de bevordering van de bescherming van de intellectuele eigendom in de wereld door onderlinge samenwerking van de Staten, eventueel met medewerking van andere internationale organisaties;
- ii). het verzekeren van de administratieve samenwerking tussen de Unies.
Artikel 4. Werkzaamheden
Ter verwezenlijking van het doel, omschreven in artikel 3, verricht de Organisatie, door haar bevoegde organen en onder voorbehoud van de bevoegdheid van elk der Unies, de volgende werkzaamheden:
- i). zij streeft naar het aanvaarden van maatregelen gericht op het vergemakkelijken van de daadwerkelijke bescherming van de intellectuele eigendom in de wereld en naar het met elkaar in overeenstemming brengen van de nationale wetten op dit gebied;
- ii). zij verzorgt de administratie van de Unie van Parijs, van de bijzondere Unies, opgericht in verband met deze Unie en van de Unie van Bern;
- iii). zij kan zich bereid verklaren tot het geheel of gedeeltelijk op zich nemen van de administratie, verbonden aan de uitvoering van andere internationale verbintenissen ter bevordering van de bescherming van de intellectuele eigendom;
- iv). zij bevordert het sluiten van internationale overeenkomsten ter bevordering van de bescherming van de intellectuele eigendom;
- v). zij verleent haar medewerking aan de Staten die haar verzoeken om technisch-juridische bijstand op het gebied van de intellectuele eigendom;
- vi). zij verzamelt en verspreidt alle gegevens betreffende de bescherming van de intellectuele eigendom, verricht en bevordert studies op dit gebied en maakt de resultaten daarvan bekend;
- vii). zij voorziet in diensten ter vergemakkelijking van de internationale bescherming van de intellectuele eigendom, gaat, zo nodig, over tot registraties ter zake en publiceert gegevens betreffende deze registraties;
- viii). zij neemt alle andere passende maatregelen.
Artikel 5. Lidmaatschap
1). Het lidmaatschap van de Organisatie staat open voor iedere Staat die lid is van een van de Unies, omschreven in artikel 2, sub vii).
2). Het lidmaatschap van de Organisatie staat eveneens open voor iedere Staat die geen lid van een der Unies is, op voorwaarde:
- i). dat hij lid is van de Organisatie der Verenigde Naties, van een der Gespecialiseerde Organisaties der Verenigde Naties of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, dan wel partij bij het Statuut van het Internationale Gerechtshof, of
- ii). dat hij door de Algemene Vergadering wordt uitgenodigd partij te worden bij dit Verdrag.
Artikel 6. Algemene Vergadering
- a). Er wordt een Algemene Vergadering ingesteld, bestaande uit de Staten die partij zijn bij dit Verdrag en tevens lid zijn van ten minste één van de Unies.
- b). De Regering van elke Lid-Staat is vertegenwoordigd door een afgevaardigde, die zich kan doen bijstaan door plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen.
- c). De door elke delegatie gemaakte kosten worden gedragen door de Regering die haar heeft aangewezen.
2). De Algemene Vergadering:
- i). benoemt de Directeur-Generaal op voordracht van de Coördinatiecommissie;
- ii). bestudeert en hecht haar goedkeuring aan de rapporten van de Directeur-Generaal met betrekking tot de Organisatie en verstrekt hem alle nodige richtlijnen;
- iii). bestudeert en hecht haar goedkeuring aan de rapporten en werkzaamheden van de Coördinatiecommissie en geeft deze richtlijnen;
- iv). stelt de tweejaarlijkse begroting van de gemeenschappelijke uitgaven van de Unies vast;
- v). hecht haar goedkeuring aan de door de Directeur-Generaal voorgestelde administratieve regelingen ter uitvoering van de internationale verbintenissen, bedoeld in artikel 4, sub iii);
- vi). stelt het financiële reglement van de Organisatie vast;
- vii). bepaalt in welke talen het Secretariaat werkt met inachtneming van het gebruik bij de Verenigde Naties;
- viii). nodigt de Staten bedoeld in artikel 5, tweede lid, sub ii), uit partij te worden bij dit Verdrag;
- ix). beslist welke Staten, geen leden der Organisatie zijnde, en welke intergouvernementele en niet-gouvernementele internationale organisaties als waarnemers tot haar vergaderingen kunnen worden toegelaten;
- x). verricht alle overige taken die dienstig zijn in het kader van dit Verdrag.
- a). Elke Staat, ongeacht of hij lid is van een of meer Unies, heeft in de Algemene Vergadering één stem.
- b). Het quorum wordt gevormd door de helft van de Lid-Staten van de Algemene Vergadering.
- c). Niettegenstaande het bepaalde onder letter b) kunnen, indien gedurende een zitting het aantal vertegenwoordigde Staten kleiner is dan de helft, maar gelijk aan of groter dan het derde deel van de Lid-Staten der Algemene Vergadering, door die Vergadering besluiten worden genomen; evenwel worden de besluiten van de Algemene Vergadering, met uitzondering van die welke haar eigen procedure betreffen, eerst rechtens uitvoerbaar nadat aan de hierna vermelde voorwaarden is voldaan. Het Internationale Bureau brengt de hier bedoelde besluiten ter kennis van de Lid-Staten der Algemene Vergadering, die niet vertegenwoordigd waren, en verzoekt hun binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van de datum van de bedoelde kennisgeving, schriftelijk hun stem uit te brengen of hun onthouding kenbaar te maken. Indien na afloop van deze termijn het aantal Staten, dat op deze wijze zijn stem heeft uitgebracht of zijn onthouding heeft kenbaar gemaakt, ten minste gelijk is aan het aantal Staten dat aan het quorum der vergadering ontbrak, zullen bedoelde besluiten rechtens uitvoerbaar worden, mits tezelfdertijd de vereiste meerderheid is bereikt.
- d). Onverminderd het bepaalde onder letters e) en f) neemt de Algemene Vergadering haar besluiten met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
- e). Voor de aanvaarding van de administratieve regelingen ter uitvoering van de internationale verbintenissen, bedoeld in artikel 4, sub iii), is een meerderheid van drie vierde van de uitgebrachte stemmen vereist.
- f). Voor de goedkeuring van een overeenkomst met de Organisatie der Verenigde Naties overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 57 en 63 van het Handvest der Verenigde Naties is een meerderheid van negen tiende van de uitgebrachte stemmen vereist.
- g). Voor de benoeming van de Directeur-Generaal (tweede lid, sub i)), voor de goedkeuring van de door de Directeur-Generaal voorgestelde administratieve regelingen ter uitvoering van de internationale verbintenissen (tweede lid, sub v)) en voor de verplaatsing van de zetel (artikel 10) is de voorgeschreven meerderheid vereist, niet alleen in de Algemene Vergadering, doch ook in de Algemene Vergadering van de Unie van Parijs en in de Algemene Vergadering van de Unie van Bern.
- h). Onthouding geldt niet als stem.
- i). Een afgevaardigde kan slechts één Staat vertegenwoordigen en kan slechts uit naam van deze Staat zijn stem uitbrengen.
- a). De Algemene Vergadering komt eenmaal in de twee jaar in gewone zitting bijeen, op uitnodiging van de Directeur-Generaal.
- b). De Algemene Vergadering komt in buitengewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal ingevolge een verzoek van de Coördinatiecommissie of van één vierde van de Lid-Staten van de Algemene Vergadering.
- c). De zittingen worden gehouden ter plaatse van de zetel van de Organisatie.
5). De Staten die partij zijn bij dit Verdrag en die geen lid zijn van een der Unies, worden als waarnemers toegelaten tot de zittingen van de Algemene Vergadering.
6). De Algemene Vergadering stelt haar reglement van orde vast.
Artikel 7. Conferentie
- a). Er wordt een Conferentie ingesteld, bestaande uit de Staten die partij zijn bij dit Verdrag, ongeacht of zij al of niet lid zijn van een der Unies.
- b). De Regering van elke Staat is vertegenwoordigd door een afgevaardigde, die zich kan doen bijstaan door plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen.
- c). De door elke delegatie gemaakte kosten worden gedragen door de Regering die haar heeft aangewezen.
2). De Conferentie:
- i). bespreekt vraagstukken van algemeen belang op het gebied van de intellectuele eigendom en kan aanbevelingen betreffende deze vraagstukken doen, waarbij evenwel de bevoegdheid en de zelfstandigheid van de Unies wordt geëerbiedigd;
- ii). stelt de tweejaarlijkse begroting van de Conferentie vast;
- iii). stelt, binnen de grenzen van deze begroting, het tweejaarlijkse programma voor technisch-juridische bijstand vast;
- iv). neemt de wijzigingen aan op dit Verdrag volgens de procedure omschreven in artikel 17;
- v). beslist welke Staten, geen leden der Organisatie zijnde, en welke intergouvernementele en niet-gouvernementele internationale organisaties als waarnemers tot haar vergaderingen kunnen worden toegelaten;
- vi). verricht alle overige taken die dienstig zijn in het kader van dit Verdrag.
- a). Elke Lid-Staat heeft in de Conferentie één stem.
- b). Het quorum wordt gevormd door één derde van de Lid-Staten.
- c). Onverminderd het bepaalde in artikel 17 neemt de Conferentie haar besluiten met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
- d). Het bedrag van de bijdragen van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag doch geen lid zijn van een der Unies, wordt vastgesteld bij een stemming waaraan alleen de afgevaardigden van deze Staten mogen deelnemen.
- e). Onthouding geldt niet als stem.
- f). Een afgevaardigde kan slechts één Staat vertegenwoordigen en kan slechts uit naam van deze Staat zijn stem uitbrengen.
- a). De Conferentie komt in gewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal gedurende dezelfde periode en te zelfder plaatse als de Algemene Vergadering.
- b). De Conferentie komt in buitengewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal ingevolge een verzoek van de meerderheid der Lid-Staten.
5). De Conferentie stelt haar reglement van orde vast.
Artikel 8. Coördinatiecommissie
- a). Er wordt een Coördinatiecommissie ingesteld bestaande uit de Staten die partij zijn bij dit Verdrag en tevens lid zijn van de Uitvoerende Commissie van de Unie van Parijs, de Uitvoerende Commissie van de Unie van Bern of van beide. Indien een van deze Uitvoerende Commissies evenwel meer leden telt dan één vierde van het aantal Lid-Staten van de Algemene Vergadering die haar heeft gekozen, wijst deze Commissie uit haar leden de Staten aan die lid zullen zijn van de Coördinatiecommissie en wel op zodanige wijze dat hun aantal niet het bovenbedoelde vierde deel overschrijdt, met dien verstande dat het land op welks grondgebied de Organisatie haar zetel heeft, bij de berekening van dit vierde deel niet wordt meegeteld.
- b). De Regering van elke Lid-Staat van de Coördinatiecommissie is vertegenwoordigd door een afgevaardigde, die zich kan doen bijstaan door plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen.
- c). In geval van bestudering door de Coördinatiecommissie van hetzij vraagstukken die rechtstreeks het programma of de begroting van de Conferentie en haar agenda betreffen, hetzij voorstellen tot wijziging van dit Verdrag die van invloed kunnen zijn op de rechten of verplichtingen van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag, en die geen lid zijn van een der Unies, neemt één vierde van deze Staten deel aan de vergaderingen van de Coördinatiecommissie met dezelfde rechten als de leden van deze Commissie. Op elke gewone zitting kiest de Conferentie de Staten die deze vergaderingen zullen bijwonen.
- d). De door elke delegatie gemaakte kosten worden gedragen door de Regering die haar heeft aangewezen.
2). Indien de andere door de Organisatie beheerde Unies als zodanig vertegenwoordigd wensen te zijn in de Coördinatiecommissie, moeten hun vertegenwoordigers worden aangewezen uit de Lid-Staten van de Coördinatiecommissie.
3). De Coördinatiecommissie:
- i). verstrekt adviezen aan de organen van de Unies, de Algemene Vergadering, de Conferentie en de Directeur-Generaal omtrent alle administratieve en financiële vraagstukken en alle andere kwesties van gemeenschappelijk belang voor hetzij twee of meer Unies, hetzij een of meer Unies en de Organisatie, en met name omtrent de begroting van de gemeenschappelijke uitgaven der Unies;
- ii). stelt de ontwerp-agenda voor de Algemene Vergadering op;
- iii). stelt de ontwerp-agenda, het ontwerp-programma en de ontwerpbegroting van de Conferentie op;
- iv). vervallen;
- v). stelt, bij het verstrijken van de ambtstermijn van de Directeur-Generaal, of wanneer deze post vacant is, een kandidaat voor ter benoeming in deze functie door de Algemene Vergadering; indien de Algemene Vergadering de door haar voorgedragen kandidaat niet benoemt, draagt de Coördinatiecommissie een andere kandidaat voor; dezelfde procedure wordt herhaald tot de Algemene Vergadering de laatst voorgedragen kandidaat heeft benoemd;
- vi). benoemt, indien tussen twee zittingen van de Algemene Vergadering de post van Directeur-Generaal vacant raakt, een Directeur-Generaal ad interim voor het tijdvak tot de ambtsaanvaarding van de nieuwe Directeur-Generaal;
- vii). verricht alle overige taken die haar in het kader van dit Verdrag worden opgedragen.
- a). De Coördinatiecommissie komt eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal. In beginsel vergadert zij ter plaatse van de zetel van de Organisatie.
- b). De Coördinatiecommissie komt in buitengewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal, hetzij op diens initiatief, hetzij ingevolge een verzoek van haar voorzitter of van een vierde van haar leden.
- a). Elke Staat, ongeacht of hij lid is van slechts één of van beide Uitvoerende Commissies bedoeld in het eerste lid, onder letter a), heeft in de Coördinatiecommissie slechts één stem.
- b). Het quorum wordt gevormd door de helft van de leden van de Coördinatiecommissie.
- c). Een afgevaardigde kan slechts één Staat vertegenwoordigen en kan slechts uit naam van deze Staat zijn stem uitbrengen.
- a). De Coördinatiecommissie brengt haar adviezen uit en neemt haar beslissingen met eenvoudige meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Onthouding geldt niet als stem.
- b). Zelfs wanneer een eenvoudige meerderheid is behaald, kan ieder lid van de Coördinatiecommissie, onmiddellijk na de stemming, verzoeken om een bijzondere telling van de stemmen en wel op de volgende wijze: er worden twee afzonderlijke lijsten opgesteld, waarop de namen voorkomen van de Lid-Staten van de Uitvoerende Commissie van de Unie van Parijs onderscheidenlijk die van de Lid-Staten van de Uitvoerende Commissie van de Unie van Bern; de door elke Staat uitgebrachte stem wordt ingeschreven achter zijn naam op elk van de lijsten waarop hij voorkomt. Ingeval uit deze bijzondere telling blijkt dat niet op elk van deze lijsten de eenvoudige meerderheid is behaald, wordt het voorstel als niet aangenomen beschouwd.
7). Elke Lid-Staat van de Organisatie die geen lid is van de Coördinatiecommissie kan op vergaderingen van deze Commissie worden vertegenwoordigd door waarnemers, die het recht hebben deel te nemen aan de besprekingen, doch geen stemrecht bezitten.
8). De Coördinatiecommissie stelt haar reglement van orde vast.
Artikel 9. Internationaal Bureau
1). Het Internationale Bureau treedt op als het secretariaat van de Organisatie.
2). Het Internationale Bureau staat onder leiding van de Directeur-Generaal, bijgestaan door twee of meer Plaatsvervangende Directeuren-Generaal.
3). De Directeur-Generaal wordt benoemd voor een vastgesteld tijdvak, dat niet korter mag zijn dan zes jaar. Zijn benoeming kan voor vastgestelde tijdvakken worden hernieuwd. De duur van het eerste tijdvak en van de eventueel volgende tijdvakken, alsmede alle andere aanstellingsvoorwaarden, worden vastgesteld door de Algemene Vergadering.
- a). De Directeur-Generaal is de hoogste functionaris van de Organisatie.
- b). Hij vertegenwoordigt de Organisatie.
- c). Hij legt verantwoording af tegenover de Algemene Vergadering en houdt zich aan haar richtlijnen met betrekking tot de interne en externe aangelegenheden van de Organisatie.
5). De Directeur-Generaal stelt de ontwerp-begrotingen en ontwerp-programma's op, alsmede periodieke verslagen van werkzaamheden. Hij zendt deze toe aan de regeringen van de betrokken Staten, alsmede aan de bevoegde organen van de Unies en van de Organisatie.
6). De Directeur-Generaal en ieder door hem aangewezen lid van het personeel nemen zonder stemrecht deel aan alle bijeenkomsten van de Algemene Vergadering, van de Conferentie, van de Coördinatiecommissie en van de andere commissies en werkgroepen. De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van die organen.
7). De Directeur-Generaal benoemt het personeel dat nodig is voor een goed functioneren van het Internationale Bureau. Hij benoemt de Plaatsvervangende Directeuren-Generaal na goedkeuring door de Coördinatiecommissie. De arbeidsvoorwaarden worden vastgesteld in het Personeelsstatuut, dat moet worden goedgekeurd door de Coördinatiecommissie op voorstel van de Directeur-Generaal. De noodzaak zich te voorzien van de diensten van hoog gekwalificeerde ambtenaren uit een oogpunt van geschiktheid, bekwaamheid en integriteit, dient de overheersende overweging te zijn bij de aanwerving van personeel en de bepaling van hun arbeidsvoorwaarden. Er dient naar behoren rekening te worden gehouden met het belang deze aanwerving op een zo breed mogelijke geografische grondslag te doen geschieden.
8). De functies van de Directeur-Generaal en van de personeelsleden dragen een strikt internationaal karakter. Bij de uitoefening van hun functies mogen zij geen instructies verzoeken of aanvaarden van enige Regering of autoriteit buiten de Organisatie. Zij dienen zich te onthouden van elke handeling die hun status van internationale ambtenaren zou kunnen schaden. Elke Lid-Staat verbindt zich, het uitsluitend internationale karakter van de functies van de Directeur-Generaal en van de personeelsleden te eerbiedigen en niet te pogen hen bij de uitoefening van hun functies te beïnvloeden.
Artikel 10. Zetel
1). De zetel van de Organisatie is gevestigd te Genève.
2). Tot verplaatsing van de zetel kan worden besloten onder de voorwaarden voorzien in artikel 6, derde lid, onder letters d) en g).
Artikel 11. Financiën
1). De Organisatie heeft twee afzonderlijke begrotingen: de begroting van de gemeenschappelijke uitgaven van de Unies en de begroting van de Conferentie.
- a). De begroting van de gemeenschappelijke uitgaven van de Unies omvat de ramingen voor de uitgaven die van belang zijn voor verscheidene Unies.
- b). De begroting wordt gefinancierd uit de volgende inkomsten:
- i). De bijdragen van de Unies, met dien verstande dat het bedrag van de bijdrage van elke Unie wordt vastgesteld door de Algemene Vergadering van deze Unie, waarbij rekening wordt gehouden met de mate waarin de gemeenschappelijke uitgaven worden verricht in het belang van genoemde Unie;
- ii). de taksen en gelden verschuldigd voor diensten verleend door het Internationale Bureau die niet rechtstreeks in verband staan met een der Unies of die niet worden ontvangen voor diensten verleend door het Internationale Bureau op het gebied van de technisch-juridische bijstand;
- iii). de opbrengst van de verkoop van de publikaties van het Internationale Bureau die niet rechtstreeks een der Unies betreffen en de rechten welke op deze publikaties betrekking hebben;
- iv). giften, legaten en subsidies welke de Organisatie ontvangt, met uitzondering van die bedoeld in het derde lid, onder letter b, sub iv);
- v). huuropbrengsten, renten en overige inkomsten van de Organisatie.
- a). De begroting van de Conferentie omvat de ramingen van uitgaven voor het houden van de zittingen van de Conferentie en voor het programma voor technisch-juridische bijstand.
- b). Deze begroting wordt gefinancierd uit de volgende inkomsten:
- i). de bijdragen van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag en geen lid zijn van een der Unies;
- ii). de gelden die eventueel door de Unies ter beschikking van deze begroting worden gesteld, met dien verstande dat het bedrag dat door elke Unie ter beschikking wordt gesteld, door de Algemene Vergadering van deze Unie wordt vastgesteld en dat het iedere Unie vrij staat niet aan deze begroting bij te dragen;
- iii). de gelden ontvangen voor diensten verleend door het Internationale Bureau op het gebied van de technisch-juridische bijstand;
- iv). giften, legaten en subsidies welke de Organisatie ontvangt voor de doeleinden genoemd onder letter a).
- a). Ter vaststelling van zijn bijdrage aan de begroting van de Conferentie wordt elke Staat die partij is bij dit Verdrag doch geen lid is van een der Unies, ingedeeld in een klasse en betaalt hij zijn jaarlijkse bijdragen op basis van een als volgt bepaald aantal eenheden:
| Klasse A.......... Klasse B.......... Klasse C.......... | 10 3 1 |
|---|---|
- b). Op het tijdstip waarop hij een der handelingen verricht bedoeld in het eerste lid van artikel 14, geeft elke zodanige Staat de klasse aan waarin hij wenst te worden gerangschikt. Hij kan van klasse veranderen. Wanneer hij een lagere klasse kiest, moet de Staat zulks aan de Conferentie mededelen tijdens een der gewone zittingen. Een dergelijke verandering gaat in bij het begin van het kalenderjaar volgend op dat van genoemde zitting.
- c). De jaarlijkse bijdrage van elke zodanige Staat bestaat in een bedrag, waarvan de verhouding tot de som van de jaarlijkse bijdragen van alle zodanige Staten aan de begroting van de Conferentie dezelfde is als de verhouding tussen het aantal eenheden van de klasse waarin hij is ondergebracht, en het totale aantal eenheden van de genoemde Staten gezamenlijk.
- d). De bijdragen zijn ieder jaar op 1 januari verschuldigd.
- e). Ingeval een begroting niet is vastgesteld voor de aanvang van het nieuwe begrotingsjaar, wordt de begroting van het voorafgaande jaar aangehouden volgens de werkwijze voorzien in het financieel reglement.
5). Elke Staat die partij is bij dit Verdrag, doch geen lid is van een der Unies en die achterstallig is met de betaling van zijn bijdragen volgens het bepaalde in dit artikel, evenals elke Staat die partij is bij dit Verdrag, lid is van een der Unies en die achterstallig is met de betaling van zijn bijdragen voor deze Unie, kan in geen der organen van de Organisatie waarvan hij lid is zijn stemrecht uitoefenen, indien het bedrag van zijn achterstalligheid gelijk is aan of hoger is dan dat der bijdragen verschuldigd over twee volledige verstreken jaren. Zulk een Staat kan evenwel vergund worden de uitoefening van zijn stemrecht in het desbetreffende orgaan te behouden, zolang dit orgaan van oordeel is dat de achterstalligheid wordt veroorzaakt door uitzonderlijke en onvermijdelijke omstandigheden.
6). Het bedrag der taksen en der gelden verschuldigd voor door het Internationale Bureau verleende diensten op het gebied van de technisch-juridische bijstand, wordt vastgesteld door de Directeur-Generaal, die daarover verslag uitbrengt aan de Coördinatiecommissie.
7). Met goedkeuring van de Coördinatiecommissie kan de Organisatie giften, legaten en subsidies ontvangen die rechtstreeks afkomstig zijn van regeringen, publieke of particuliere instellingen, verenigingen of particulieren.
- a). De Organisatie bezit een operationeel fonds, gevormd door een eenmalige storting van de Unies en van elke Staat die partij is bij dit Verdrag en geen lid is van een der Unies. Indien het fonds ontoereikend blijkt, wordt tot bijstorting besloten.
- b). Het bedrag van de eenmalige storting van elke Unie en dat van haar eventuele deelneming aan elke bijstorting worden vastgesteld door de Algemene Vergadering van die Unie.
- c). Het bedrag van de eenmalige storting van elke Staat die partij is bij dit Verdrag en die geen lid is van een Unie en zijn deelneming aan een aanvulling zijn evenredig aan de bijdrage van die Staat voor het jaar waarin het fonds is gesticht of tot bijstorting is besloten. Het aandeel en de wijze van storting worden vastgesteld door de Conferentie op voorstel van de Directeur-Generaal en na ingewonnen advies van de Coördinatiecommissie.
- a). De Overeenkomst betreffende de zetelvestiging, gesloten met de Staat op welks grondgebied de Organisatie haar zetel heeft, bepaalt dat, indien het operationele fonds niet toereikend is, die Staat voorschotten verstrekt. Het bedrag van deze voorschotten en de voorwaarden waaronder zij worden verstrekt, vormen telkenmale het onderwerp van afzonderlijke overeenkomsten tussen de betrokken Staat en de Organisatie. Zolang deze Staat gehouden is voorschotten te verstrekken beschikt hij van rechtswege over een zetel in de Coördinatiecommissie.
- b). De Staat bedoeld onder letter a) en de Organisatie hebben elk het recht de overeenkomst tot het verstrekken van voorschotten schriftelijk op te zeggen. De opzegging wordt van kracht drie jaar na afloop van het jaar waarin de kennisgeving is gedaan.
10). Het nazien der rekeningen wordt verricht op de wijze voorzien in het financiële reglement, door een of meer Lid-Staten of door onafhankelijke controleurs, die, met hun instemming, zijn aangewezen door de Algemene Vergadering.
Artikel 12. Rechtsbevoegdheid; voorrechten en immuniteiten
1). De Organisatie geniet op het grondgebied van iedere Lid-Staat overeenkomstig de wetten van deze Staat de rechtsbevoegdheid die nodig is om haar doel te verwezenlijken en haar werkzaamheden uit te oefenen.
2). De Organisatie sluit een overeenkomst betreffende de zetelvestiging met de Zwitserse Bondsstaat en met iedere andere Staat waar de zetel naderhand mocht worden gevestigd.
3). De Organisatie kan bilaterale of multilaterale overeenkomsten sluiten met andere Lid-Staten ten einde te verzekeren dat zij, alsmede haar functionarissen en de vertegenwoordigers van alle Lid-Staten, de voorrechten en immuniteiten genieten die nodig zijn om haar doel te verwezenlijken en haar werkzaamheden uit te oefenen.
4). De Directeur-Generaal kan de onderhandelingen voeren betreffende de overeenkomsten bedoeld in het tweede en derde lid en deze, na goedkeuring door de Coördinatiecommissie, sluiten en ondertekenen uit naam van de Organisatie.
Artikel 13. Betrekkingen met andere organisaties
1). Indien zij zulks dienstig acht, knoopt de Organisatie betrekkingen omtrent het verrichten van werkzaamheden aan en werkt zij samen met andere intergouvernementele organisaties. Elke hiertoe met deze organisaties aangegane algemene overeenkomst wordt gesloten door de Directeur-Generaal, na goedkeuring door de Coördinatiecommissie.
2). De Organisatie kan terzake van binnen haar bevoegdheid liggende vragen alle passende maatregelen nemen, zowel met het oog op raadpleging van niet-gouvernementele internationale organisaties en, onder voorbehoud van de toestemming van de betrokken Regeringen, van gouvernementele of niet-gouvernementele nationale organisaties, als met het oog op samenwerking met genoemde organisaties. Zodanige regelingen worden getroffen door de Directeur-Generaal, na goedkeuring door de Coördinatiecommissie.
Artikel 14. Wijzen waarop Staten partij bij het Verdrag kunnen worden
1). De Staten bedoeld in artikel 5 kunnen partij bij dit Verdrag en lid van de Organisatie worden door:
- i). ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, of
- ii). ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, gevolgd door nederlegging van de akte van bekrachtiging, of
- iii). nederlegging van een akte van toetreding.
2). Niettegenstaande andere bepalingen van dit Verdrag kan een Staat die partij is bij het Verdrag van Parijs, de Berner Conventie of deze beide Verdragen, slechts partij bij dit Verdrag worden wanneer hij, door bekrachtiging of toetreding, tegelijkertijd partij wordt bij, of voordien partij is geworden bij:
- hetzij de Akte van Stockholm van het Verdrag van Parijs in haar geheel of met slechts de beperking bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder letter b) sub i), van genoemde Akte,
- hetzij de Akte van Stockholm van de Berner Conventie in haar geheel of met slechts de beperking bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder letter b) sub i), van genoemde Akte.
3). De akten van bekrachtiging of toetreding worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal.
Artikel 15. Inwerkingtreding van het Verdrag
1). Dit Verdrag treedt in werking drie maanden nadat tien Lid-Staten van de Unie van Parijs en zeven Lid-Staten van de Unie van Bern één der handelingen bedoeld in het eerste lid van artikel 14 hebben verricht met dien verstande dat elke Lid-Staat van de twee Unies in beide groepen wordt geteld. Op die datum treedt dit Verdrag tevens in werking ten aanzien van de Staten die, geen lid van een der Unies zijnde, drie maanden of langer vóór genoemde datum één der handelingen bedoeld in het eerste lid van artikel 14 hebben verricht.
2). Ten aanzien van andere Staten treedt dit Verdrag in werking drie maanden na de datum waarop deze Staten één der handelingen bedoeld in het eerste lid van artikel 14 hebben verricht.
Artikel 16. Voorbehouden
Ten aanzien van dit Verdrag is geen voorbehoud toegestaan.
Artikel 17. Wijzigingen
1). Voorstellen tot wijziging van dit Verdrag kunnen worden ingediend door iedere Lid-Staat, door de Coördinatiecommissie of door de Directeur-Generaal. Deze voorstellen worden door laatstgenoemde ten minste zes maanden voor zij aan het onderzoek der Conferentie worden onderworpen, medegedeeld aan de Lid-Staten.
2). Alle wijzigingen worden aangenomen door de Conferentie. Ingeval van wijzigingen die van invloed zijn op de rechten en plichten van Staten die partij zijn bij dit Verdrag en die geen lid zijn van een der Unies, nemen deze Staten ook deel aan de stemming. Alleen de Staten die partij zijn bij dit Verdrag en die lid zijn van tenminste één der Unies, zijn bevoegd hun stem uit te brengen over voorstellen betreffende andere wijzigingen. De wijzigingen worden aangenomen bij eenvoudige meerderheid van stemmen, met dien verstande dat de Conferentie slechts stemt over wijzigingsvoorstellen die reeds zijn aangenomen door de Algemene Vergadering van de Unie van Parijs en de Algemene Vergadering van de Unie van Bern volgens de regels die in elk dezer Vergaderingen gelden voor de wijziging van de administratieve bepalingen van hun onderscheiden Verdragen.
3). Elke wijziging wordt van kracht één maand na ontvangst door de Directeur-Generaal van de schriftelijke verklaringen van aanvaarding, verricht overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke procedures, door drie vierde van de Staten die op het tijdstip waarop de wijziging door de Conferentie werd aangenomen, lid waren van de Organisatie en het recht hadden hun stem uit te brengen over de volgens het bepaalde in het tweede lid voorgestelde wijziging. Elke aldus aanvaarde wijziging bindt alle Staten die lid zijn van de Organisatie op het tijdstip waarop de wijziging van kracht wordt of die op een latere datum lid worden; wijzigingen die de financiële verplichtingen van de Lid-Staten verzwaren, binden evenwel slechts die Staten die kennis hebben gegeven deze wijziging te aanvaarden.
Artikel 18. Opzegging
1). Elke Lid-Staat kan dit Verdrag opzeggen door een aan de Directeur-Generaal te richten schriftelijke kennisgeving.
2). De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen.
Artikel 19. Kennisgevingen
De Directeur-Generaal stelt de Regeringen van alle Lid-Staten in kennis van:
- i). de datum van inwerkingtreding van het Verdrag;
- ii). de ondertekeningen en nederleggingen van akten van bekrachtiging of toetreding;
- iii). de aanvaarding van wijzigingen van dit Verdrag en de datum waarop deze wijzigingen van kracht worden;
- iv). de opzeggingen van dit Verdrag.
Artikel 20. Slotbepalingen
- a). Dit Verdrag wordt ondertekend in één enkel exemplaar in de Engelse, de Spaanse, de Franse en de Russische taal, welke teksten gelijkelijk gezaghebbend zijn; het wordt nedergelegd bij de Regering van Zweden.
- b). Dit Verdrag staat open voor ondertekening te Stockholm tot 13 januari 1968.
2). Officiële teksten worden vastgesteld door de Directeur-Generaal, na raadpleging van de betrokken Regeringen, in de Duitse, de Italiaanse en de Portugese taal en in andere door de Conferentie aan te wijzen talen.
3). De Directeur-Generaal verstrekt twee voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van dit Verdrag en van alle door de Conferentie aangenomen wijzigingen aan de Regeringen van de Lid-Staten van de Unie van Parijs of de Unie van Bern, aan de Regering van elke andere Staat die tot dit Verdrag toetreedt en, op aanvrage, aan de Regeringen van andere Staten. De afschriften van de ondertekende tekst van het Verdrag die aan de Regeringen worden toegezonden worden door de Regering van Zweden voor eensluidend gewaarmerkt.
4). De Directeur-Generaal doet dit Verdrag registreren bij het Secretariaat van de Organisatie der Verenigde Naties.
Artikel 21. Overgangsbepalingen
1). Tot het tijdstip van ambtsaanvaarding van de eerste Directeur-Generaal worden de verwijzingen in dit Verdrag naar het Internationale Bureau of naar de Directeur-Generaal geacht betrekking te hebben op de Verenigde Internationale Bureaus voor de bescherming van de industriële, literaire en artistieke eigendom (ook genoemd Verenigde Internationale Bureaus voor de bescherming van de intellectuele eigendom (BIRPI)) onderscheidenlijk op hun Directeur.
- a). De Staten die lid zijn van een der Unies doch die nog geen partij bij dit Verdrag zijn geworden, kunnen, indien zij dat wensen, gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van inwerkingtreding van het Verdrag dezelfde rechten uitoefenen alsof zij partij waren. Elke Staat die genoemde rechten wenst uit te oefenen richt tot dit doel een schriftelijke kennisgeving aan de Directeur-Generaal, waarvan de rechtsgevolgen ingaan op de datum van ontvangst. Zodanige Staten worden geacht lid te zijn van de Algemene Vergadering en van de Conferentie tot de afloop van de genoemde periode.
- b). Na afloop van de periode van vijf jaar hebben deze Staten niet meer het recht hun stem uit te brengen in de Algemene Vergadering, de Conferentie of de Coördinatiecommissie.
- c). Zodra zij partij zijn geworden bij dit Verdrag kunnen deze Staten opnieuw hun stemrecht uitoefenen.
- a). Zolang niet alle Lid-Staten van de Unie van Parijs of de Unie van Bern partij bij dit Verdrag zijn geworden, vervullen het Internationale Bureau en de Directeur-Generaal tevens de functies die zijn opgedragen aan de Verenigde Internationale Bureaus voor de bescherming van de industriële, literaire en artistieke eigendom onderscheidenlijk aan hun Directeur.
- b). Het personeel werkzaam op de bovengenoemde Bureaus op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag wordt tijdens de overgangsperiode bedoeld onder letter a) geacht tevens in functie te zijn bij het Internationale Bureau.
- a). Wanneer alle Lid-Staten van de Unie van Parijs lid van de Organisatie zijn geworden, gaan de rechten, verbintenissen en goederen van het Bureau van deze Unie over op het Internationale Bureau van de Organisatie.
- b). Wanneer alle Lid-Staten van de Unie van Bern lid zijn geworden van de Organisatie gaan de rechten, verbintenissen en goederen van het Bureau van deze Unie over op het Internationale Bureau van de Organisatie.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Convention.
DONE at Stockholm, on July 14, 1967.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)