Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (OMPI/WIPO), zoals gewijzigd op 28 september 1979

Type Verdrag
Publication 1984-06-01
State In force
Source BWB
artikelen 21
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens, bij te dragen tot een beter begrip en een betere samenwerking tussen de Staten tot hun wederzijds voordeel en op basis van de eerbiediging van hun soevereiniteit en gelijkheid,

Verlangende de bescherming van de intellectuele eigendom in de wereld te bevorderen, om aldus de creatieve werkzaamheid aan te moedigen,

Verlangende het beheer van de Unies, ingesteld op het gebied van de bescherming van de industriële eigendom en van de bescherming van werken van letterkunde en kunst, te moderniseren en doeltreffender te maken, zulks met volledige eerbiediging van de zelfstandigheid van deze Unies,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1. Oprichting van de Organisatie

Bij dit Verdrag wordt de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom opgericht.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

In dit Verdrag wordt verstaan:

Artikel 3. Doel van de Organisatie

De Organisatie heeft ten doel:

Artikel 4. Werkzaamheden

Ter verwezenlijking van het doel, omschreven in artikel 3, verricht de Organisatie, door haar bevoegde organen en onder voorbehoud van de bevoegdheid van elk der Unies, de volgende werkzaamheden:

Artikel 5. Lidmaatschap

1). Het lidmaatschap van de Organisatie staat open voor iedere Staat die lid is van een van de Unies, omschreven in artikel 2, sub vii).

2). Het lidmaatschap van de Organisatie staat eveneens open voor iedere Staat die geen lid van een der Unies is, op voorwaarde:

Artikel 6. Algemene Vergadering

2). De Algemene Vergadering:

5). De Staten die partij zijn bij dit Verdrag en die geen lid zijn van een der Unies, worden als waarnemers toegelaten tot de zittingen van de Algemene Vergadering.

6). De Algemene Vergadering stelt haar reglement van orde vast.

Artikel 7. Conferentie

2). De Conferentie:

5). De Conferentie stelt haar reglement van orde vast.

Artikel 8. Coördinatiecommissie

2). Indien de andere door de Organisatie beheerde Unies als zodanig vertegenwoordigd wensen te zijn in de Coördinatiecommissie, moeten hun vertegenwoordigers worden aangewezen uit de Lid-Staten van de Coördinatiecommissie.

3). De Coördinatiecommissie:

7). Elke Lid-Staat van de Organisatie die geen lid is van de Coördinatiecommissie kan op vergaderingen van deze Commissie worden vertegenwoordigd door waarnemers, die het recht hebben deel te nemen aan de besprekingen, doch geen stemrecht bezitten.

8). De Coördinatiecommissie stelt haar reglement van orde vast.

Artikel 9. Internationaal Bureau

1). Het Internationale Bureau treedt op als het secretariaat van de Organisatie.

2). Het Internationale Bureau staat onder leiding van de Directeur-Generaal, bijgestaan door twee of meer Plaatsvervangende Directeuren-Generaal.

3). De Directeur-Generaal wordt benoemd voor een vastgesteld tijdvak, dat niet korter mag zijn dan zes jaar. Zijn benoeming kan voor vastgestelde tijdvakken worden hernieuwd. De duur van het eerste tijdvak en van de eventueel volgende tijdvakken, alsmede alle andere aanstellingsvoorwaarden, worden vastgesteld door de Algemene Vergadering.

5). De Directeur-Generaal stelt de ontwerp-begrotingen en ontwerp-programma's op, alsmede periodieke verslagen van werkzaamheden. Hij zendt deze toe aan de regeringen van de betrokken Staten, alsmede aan de bevoegde organen van de Unies en van de Organisatie.

6). De Directeur-Generaal en ieder door hem aangewezen lid van het personeel nemen zonder stemrecht deel aan alle bijeenkomsten van de Algemene Vergadering, van de Conferentie, van de Coördinatiecommissie en van de andere commissies en werkgroepen. De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van die organen.

7). De Directeur-Generaal benoemt het personeel dat nodig is voor een goed functioneren van het Internationale Bureau. Hij benoemt de Plaatsvervangende Directeuren-Generaal na goedkeuring door de Coördinatiecommissie. De arbeidsvoorwaarden worden vastgesteld in het Personeelsstatuut, dat moet worden goedgekeurd door de Coördinatiecommissie op voorstel van de Directeur-Generaal. De noodzaak zich te voorzien van de diensten van hoog gekwalificeerde ambtenaren uit een oogpunt van geschiktheid, bekwaamheid en integriteit, dient de overheersende overweging te zijn bij de aanwerving van personeel en de bepaling van hun arbeidsvoorwaarden. Er dient naar behoren rekening te worden gehouden met het belang deze aanwerving op een zo breed mogelijke geografische grondslag te doen geschieden.

8). De functies van de Directeur-Generaal en van de personeelsleden dragen een strikt internationaal karakter. Bij de uitoefening van hun functies mogen zij geen instructies verzoeken of aanvaarden van enige Regering of autoriteit buiten de Organisatie. Zij dienen zich te onthouden van elke handeling die hun status van internationale ambtenaren zou kunnen schaden. Elke Lid-Staat verbindt zich, het uitsluitend internationale karakter van de functies van de Directeur-Generaal en van de personeelsleden te eerbiedigen en niet te pogen hen bij de uitoefening van hun functies te beïnvloeden.

Artikel 10. Zetel

1). De zetel van de Organisatie is gevestigd te Genève.

2). Tot verplaatsing van de zetel kan worden besloten onder de voorwaarden voorzien in artikel 6, derde lid, onder letters d) en g).

Artikel 11. Financiën

1). De Organisatie heeft twee afzonderlijke begrotingen: de begroting van de gemeenschappelijke uitgaven van de Unies en de begroting van de Conferentie.

Klasse A.......... Klasse B.......... Klasse C.......... 10 3 1

5). Elke Staat die partij is bij dit Verdrag, doch geen lid is van een der Unies en die achterstallig is met de betaling van zijn bijdragen volgens het bepaalde in dit artikel, evenals elke Staat die partij is bij dit Verdrag, lid is van een der Unies en die achterstallig is met de betaling van zijn bijdragen voor deze Unie, kan in geen der organen van de Organisatie waarvan hij lid is zijn stemrecht uitoefenen, indien het bedrag van zijn achterstalligheid gelijk is aan of hoger is dan dat der bijdragen verschuldigd over twee volledige verstreken jaren. Zulk een Staat kan evenwel vergund worden de uitoefening van zijn stemrecht in het desbetreffende orgaan te behouden, zolang dit orgaan van oordeel is dat de achterstalligheid wordt veroorzaakt door uitzonderlijke en onvermijdelijke omstandigheden.

6). Het bedrag der taksen en der gelden verschuldigd voor door het Internationale Bureau verleende diensten op het gebied van de technisch-juridische bijstand, wordt vastgesteld door de Directeur-Generaal, die daarover verslag uitbrengt aan de Coördinatiecommissie.

7). Met goedkeuring van de Coördinatiecommissie kan de Organisatie giften, legaten en subsidies ontvangen die rechtstreeks afkomstig zijn van regeringen, publieke of particuliere instellingen, verenigingen of particulieren.

10). Het nazien der rekeningen wordt verricht op de wijze voorzien in het financiële reglement, door een of meer Lid-Staten of door onafhankelijke controleurs, die, met hun instemming, zijn aangewezen door de Algemene Vergadering.

Artikel 12. Rechtsbevoegdheid; voorrechten en immuniteiten

1). De Organisatie geniet op het grondgebied van iedere Lid-Staat overeenkomstig de wetten van deze Staat de rechtsbevoegdheid die nodig is om haar doel te verwezenlijken en haar werkzaamheden uit te oefenen.

2). De Organisatie sluit een overeenkomst betreffende de zetelvestiging met de Zwitserse Bondsstaat en met iedere andere Staat waar de zetel naderhand mocht worden gevestigd.

3). De Organisatie kan bilaterale of multilaterale overeenkomsten sluiten met andere Lid-Staten ten einde te verzekeren dat zij, alsmede haar functionarissen en de vertegenwoordigers van alle Lid-Staten, de voorrechten en immuniteiten genieten die nodig zijn om haar doel te verwezenlijken en haar werkzaamheden uit te oefenen.

4). De Directeur-Generaal kan de onderhandelingen voeren betreffende de overeenkomsten bedoeld in het tweede en derde lid en deze, na goedkeuring door de Coördinatiecommissie, sluiten en ondertekenen uit naam van de Organisatie.

Artikel 13. Betrekkingen met andere organisaties

1). Indien zij zulks dienstig acht, knoopt de Organisatie betrekkingen omtrent het verrichten van werkzaamheden aan en werkt zij samen met andere intergouvernementele organisaties. Elke hiertoe met deze organisaties aangegane algemene overeenkomst wordt gesloten door de Directeur-Generaal, na goedkeuring door de Coördinatiecommissie.

2). De Organisatie kan terzake van binnen haar bevoegdheid liggende vragen alle passende maatregelen nemen, zowel met het oog op raadpleging van niet-gouvernementele internationale organisaties en, onder voorbehoud van de toestemming van de betrokken Regeringen, van gouvernementele of niet-gouvernementele nationale organisaties, als met het oog op samenwerking met genoemde organisaties. Zodanige regelingen worden getroffen door de Directeur-Generaal, na goedkeuring door de Coördinatiecommissie.

Artikel 14. Wijzen waarop Staten partij bij het Verdrag kunnen worden

1). De Staten bedoeld in artikel 5 kunnen partij bij dit Verdrag en lid van de Organisatie worden door:

2). Niettegenstaande andere bepalingen van dit Verdrag kan een Staat die partij is bij het Verdrag van Parijs, de Berner Conventie of deze beide Verdragen, slechts partij bij dit Verdrag worden wanneer hij, door bekrachtiging of toetreding, tegelijkertijd partij wordt bij, of voordien partij is geworden bij:

3). De akten van bekrachtiging of toetreding worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal.

Artikel 15. Inwerkingtreding van het Verdrag

1). Dit Verdrag treedt in werking drie maanden nadat tien Lid-Staten van de Unie van Parijs en zeven Lid-Staten van de Unie van Bern één der handelingen bedoeld in het eerste lid van artikel 14 hebben verricht met dien verstande dat elke Lid-Staat van de twee Unies in beide groepen wordt geteld. Op die datum treedt dit Verdrag tevens in werking ten aanzien van de Staten die, geen lid van een der Unies zijnde, drie maanden of langer vóór genoemde datum één der handelingen bedoeld in het eerste lid van artikel 14 hebben verricht.

2). Ten aanzien van andere Staten treedt dit Verdrag in werking drie maanden na de datum waarop deze Staten één der handelingen bedoeld in het eerste lid van artikel 14 hebben verricht.

Artikel 16. Voorbehouden

Ten aanzien van dit Verdrag is geen voorbehoud toegestaan.

Artikel 17. Wijzigingen

1). Voorstellen tot wijziging van dit Verdrag kunnen worden ingediend door iedere Lid-Staat, door de Coördinatiecommissie of door de Directeur-Generaal. Deze voorstellen worden door laatstgenoemde ten minste zes maanden voor zij aan het onderzoek der Conferentie worden onderworpen, medegedeeld aan de Lid-Staten.

2). Alle wijzigingen worden aangenomen door de Conferentie. Ingeval van wijzigingen die van invloed zijn op de rechten en plichten van Staten die partij zijn bij dit Verdrag en die geen lid zijn van een der Unies, nemen deze Staten ook deel aan de stemming. Alleen de Staten die partij zijn bij dit Verdrag en die lid zijn van tenminste één der Unies, zijn bevoegd hun stem uit te brengen over voorstellen betreffende andere wijzigingen. De wijzigingen worden aangenomen bij eenvoudige meerderheid van stemmen, met dien verstande dat de Conferentie slechts stemt over wijzigingsvoorstellen die reeds zijn aangenomen door de Algemene Vergadering van de Unie van Parijs en de Algemene Vergadering van de Unie van Bern volgens de regels die in elk dezer Vergaderingen gelden voor de wijziging van de administratieve bepalingen van hun onderscheiden Verdragen.

3). Elke wijziging wordt van kracht één maand na ontvangst door de Directeur-Generaal van de schriftelijke verklaringen van aanvaarding, verricht overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke procedures, door drie vierde van de Staten die op het tijdstip waarop de wijziging door de Conferentie werd aangenomen, lid waren van de Organisatie en het recht hadden hun stem uit te brengen over de volgens het bepaalde in het tweede lid voorgestelde wijziging. Elke aldus aanvaarde wijziging bindt alle Staten die lid zijn van de Organisatie op het tijdstip waarop de wijziging van kracht wordt of die op een latere datum lid worden; wijzigingen die de financiële verplichtingen van de Lid-Staten verzwaren, binden evenwel slechts die Staten die kennis hebben gegeven deze wijziging te aanvaarden.

Artikel 18. Opzegging

1). Elke Lid-Staat kan dit Verdrag opzeggen door een aan de Directeur-Generaal te richten schriftelijke kennisgeving.

2). De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen.

Artikel 19. Kennisgevingen

De Directeur-Generaal stelt de Regeringen van alle Lid-Staten in kennis van:

Artikel 20. Slotbepalingen

2). Officiële teksten worden vastgesteld door de Directeur-Generaal, na raadpleging van de betrokken Regeringen, in de Duitse, de Italiaanse en de Portugese taal en in andere door de Conferentie aan te wijzen talen.

3). De Directeur-Generaal verstrekt twee voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van dit Verdrag en van alle door de Conferentie aangenomen wijzigingen aan de Regeringen van de Lid-Staten van de Unie van Parijs of de Unie van Bern, aan de Regering van elke andere Staat die tot dit Verdrag toetreedt en, op aanvrage, aan de Regeringen van andere Staten. De afschriften van de ondertekende tekst van het Verdrag die aan de Regeringen worden toegezonden worden door de Regering van Zweden voor eensluidend gewaarmerkt.

4). De Directeur-Generaal doet dit Verdrag registreren bij het Secretariaat van de Organisatie der Verenigde Naties.

Artikel 21. Overgangsbepalingen

1). Tot het tijdstip van ambtsaanvaarding van de eerste Directeur-Generaal worden de verwijzingen in dit Verdrag naar het Internationale Bureau of naar de Directeur-Generaal geacht betrekking te hebben op de Verenigde Internationale Bureaus voor de bescherming van de industriële, literaire en artistieke eigendom (ook genoemd Verenigde Internationale Bureaus voor de bescherming van de intellectuele eigendom (BIRPI)) onderscheidenlijk op hun Directeur.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Convention.

DONE at Stockholm, on July 14, 1967.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)