Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties

Type Verdrag
Publication 1993-10-07
State In force
Source BWB
artikelen 34
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Verdragsluitende Staten, geleid door de wens de rechten van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties te beschermen,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

De krachtens dit Verdrag toegekende bescherming laat onverlet en is op generlei wijze van invloed op de bescherming van het auteursrecht op werken van letterkunde en kunst. Derhalve mag geen bepaling van dit Verdrag zo worden uitgelegd dat daardoor aan deze bescherming afbreuk zou worden gedaan.

Artikel 2

1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder nationale behandeling verstaan de behandeling toegekend door de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staat waar aanspraak op bescherming wordt gemaakt:

2.

De nationale behandeling is onderworpen aan de in dit Verdrag speciaal gewaarborgde bescherming en speciaal voorziene beperkingen.

Artikel 3

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 4

Elke Verdragsluitende Staat kent uitvoerende kunstenaars een nationale behandeling toe indien aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Artikel 5

1.

Elke Verdragsluitende Staat kent een nationale behandeling toe aan producenten van fonogrammen indien aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

2.

Indien een fonogram voor het eerst werd openbaar gemaakt in een niet-Verdragsluitende Staat, maar indien deze ook binnen dertig dagen na de eerste openbaarmaking, openbaar werd gemaakt in een Verdragsluitende Staat (gelijktijdige openbaarmaking), wordt deze beschouwd als voor het eerst openbaar gemaakt in de Verdragsluitende Staat.

3.

Iedere Verdragsluitende Staat kan, door middel van een bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegde kennisgeving, verklaren dat hij het openbaarmakingscriterium of het vastleggingscriterium niet zal toepassen. Deze kennisgeving kan worden nedergelegd op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding, of op elk tijdstip daarna; in het laatste geval wordt zij van kracht zes maanden nadat zij is nedergelegd.

Artikel 6

1.

Elke Verdragsluitende Staat kent een nationale behandeling toe aan omroeporganisaties indien aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

2.

Iedere Verdragsluitende Staat kan, door middel van een bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegde kennisgeving, verklaren dat hij uitzendingen alleen zal beschermen indien het hoofdkantoor van de omroeporganisatie is gelegen in een andere Verdragsluitende Staat en de uitzending geschiedde via een in diezelfde Verdragsluitende Staat gelegen zendinstallatie. Deze kennisgeving kan worden nedergelegd op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding, of op elk tijdstip daarna; in het laatste geval wordt zij van kracht zes maanden nadat zij is nedergelegd.

Artikel 7

1.

De in dit Verdrag voorziene bescherming van uitvoerende kunstenaars omvat de mogelijkheid het volgende te voorkomen:

Artikel 8

Iedere Verdragsluitende Staat kan, in zijn nationale wetgeving, de wijze aangeven waarop uitvoerende kunstenaars zullen worden vertegenwoordigd in verband met de uitoefening van hun rechten, indien verscheidene van hen deelnemen aan dezelfde uitvoering.

Artikel 9

Iedere Verdragsluitende Staat kan, in zijn nationale wetgeving, de in dit Verdrag voorziene bescherming uitbreiden tot artiesten die geen werken van letterkunde of kunst uitvoeren.

Artikel 10

Producenten van fonogrammen genieten het recht de directe of indirecte reproduktie van hun fonogrammen toe te staan of te verbieden.

Artikel 11

Indien een Verdragsluitende Staat, als voorwaarde voor de bescherming van de rechten van producenten van fonogrammen of van uitvoerende kunstenaars, of van beiden, ingevolge zijn nationale wetgeving met betrekking tot fonogrammen eist dat aan bepaalde formaliteiten wordt voldaan, wordt geacht daaraan te zijn voldaan, als alle in de handel zijnde exemplaren van het openbaar gemaakte fonogram of het omhulsel daarvan, voorzien zijn van een aanduiding, bestaande uit het teken

vergezeld van het jaar van de eerste openbaarmaking, en wel zo aangebracht, dat de aanspraak op bescherming duidelijk blijkt; en indien de exemplaren of hun omhulsel niet de producent of de licentiehouder van de producent aanduiden (doordat zijn naam, handelsmerk of andere passende aanduiding daarop is vermeld), dient de aanduiding tevens de naam van de eigenaar van de produktierechten te omvatten; en voorts dient de aanduiding, indien de exemplaren of hun omhulsel niet de voornaamste uitvoerende kunstenaars vermelden, tevens de naam te omvatten van de persoon die, in het land waar de vastlegging geschiedde, de rechten van deze uitvoerende kunstenaars bezit.

Artikel 12

Indien een voor handelsdoeleinden openbaar gemaakt fonogram, of een reproduktie van zulk een geluidsdrager, rechtstreeks wordt gebruikt voor uitzending of voor enigerlei overbrenging aan het publiek, dient door de gebruiker één enkele redelijke vergoeding te worden betaald aan de uitvoerende kunstenaars of aan de producenten van de fonogrammen of aan beiden. De nationale wetgeving kan, bij het ontbreken van overeenstemming tussen deze partijen, de voorwaarden inzake de verdeling van deze vergoeding bepalen.

Artikel 13

Omroeporganisaties genieten het recht toe te staan of te verbieden:

Artikel 14

De duur van de ingevolge dit Verdrag toe te kennen bescherming loopt tot ten minste het einde van een tijdvak van 20 jaar, berekend vanaf het einde van het jaar waarin:

Artikel 15

1.

Iedere Verdragsluitende Staat kan, in zijn nationale wetgeving, voorzien in uitzonderingen op de door dit Verdrag gewaarborgde bescherming ten aanzien van:

2.

Ongeacht het eerste lid van dit artikel kan een Verdragsluitende Staat, in zijn nationale wetgeving, voorzien in dezelfde soorten beperkingen ten aanzien van de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, als waarin hij in zijn binnenlandse wetten en voorschriften voorziet in verband met de bescherming van het auteursrecht van werken van letterkunde en kunst. Er mag evenwel slechts in dwang-licenties worden voorzien voor zover deze verenigbaar zijn met dit Verdrag.

Artikel 16

1.

Iedere Staat is, wanneer hij partij bij dit Verdrag wordt, gebonden door alle verplichtingen en geniet alle voordelen daarin bepaald. Een Staat kan evenwel te allen tijde, middels een bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegde kennisgeving verklaren dat hij:

2.

Indien de in het eerste lid van dit artikel bedoelde kennisgeving wordt gedaan na de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding, wordt de kennisgeving van kracht zes maanden nadat zij is nedergelegd.

Artikel 17

Een Staat die op 26 oktober 1961 aan producenten van fonogrammen uitsluitend op basis van het vastleggingscriterium bescherming toekent, kan, door middel van een op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegde kennisgeving, verklaren dat hij, voor de toepassing van artikel 5, uitsluitend het vastleggingscriterium zal toepassen en, voor de toepassing van artikel 16, eerste lid, letter (a), onder (iii) en (iv), het vastleggingscriterium in plaats van het nationaliteitscriterium.

Artikel 18

Een Staat die een kennisgeving heeft nedergelegd ingevolge artikel 5, derde lid, artikel 6, tweede lid, artikel 16, eerste lid of artikel 17, kan, door middel van een latere kennisgeving, nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, de reikwijdte daarvan beperken of deze intrekken.

Artikel 19

Niettegenstaande elke andere bepaling in dit Verdrag is artikel 7 niet langer van toepassing, wanneer een uitvoerende kunstenaar eenmaal heeft toegestemd in de opneming van zijn uitvoering in een visuele of audio-visuele vastlegging.

Artikel 20

1.

Dit Verdrag laat onverlet rechten die in een Verdragsluitende Staat zijn verworven vóór de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag voor die Staat.

2.

Een Verdragsluitende Staat is niet gebonden de bepalingen van dit Verdrag toe te passen op uitvoeringen of uitzendingen die hebben plaatsgevonden, of op fonogrammen die werden vastgelegd, vóór de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag voor die Staat.

Artikel 21

De in dit Verdrag voorziene bescherming laat onverlet bescherming die anderszins is verzekerd aan uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties.

Artikel 22

De Verdragsluitende Staten behouden zich het recht voor onderling bijzondere overeenkomsten te sluiten, voor zover zulke overeenkomsten uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen of omroeporganisaties uitgebreidere rechten toekennen dan die welke zijn toegekend bij dit Verdrag, of andere bepalingen bevatten die niet strijdig zijn met dit Verdrag.

Artikel 23

Dit Verdrag wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Het staat tot 30 juni 1962 open voor ondertekening door iedere Staat die werd uitgenodigd voor de Diplomatieke Conferentie inzake de internationale bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, die partij is bij de Universele Auteursrecht-Conventie of lid is van de Internationale Unie voor de Bescherming van Werken van Letterkunde en Kunst.

Artikel 24

1.

Dit Verdrag dient door de ondertekenende Staten te worden bekrachtigd of aanvaard.

2.

Dit Verdrag staat open voor toetreding door iedere Staat die werd uitgenodigd voor de in artikel 23 bedoelde Conferentie en door iedere lidstaat van de Verenigde Naties, mits in beide gevallen deze Staat partij is bij de Universele Auteursrecht-Conventie of lid is van de Internationale Unie voor de Bescherming van Werken van Letterkunde en Kunst.

3.

De bekrachtiging, aanvaarding of toetreding geschiedt door de nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 25

1.

Dit Verdrag treedt in werking drie maanden na de datum van nederlegging van de zesde akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding.

2.

Daarna treedt dit Verdrag ten aanzien van elke Staat in werking drie maanden na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding.

Artikel 26

1.

Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich ertoe, overeenkomstig zijn grondwet de noodzakelijke maatregelen te nemen ten einde de toepassing van dit Verdrag te verzekeren.

2.

Op het tijdstip van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding, moet elke Staat in staat zijn, ingevolge zijn nationale wetgeving uitvoering te geven aan de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 27

1.

Iedere Staat kan, op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding, of op elk tijdstip daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren dat dit Verdrag zich uitstrekt tot alle of enkele van de grondgebieden voor wier internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is, mits de Universele Auteursrecht-Conventie of de Internationale Conventie voor de Bescherming van Werken van Letterkunde en Kunst van toepassing is op het betrokken grondgebied of de betrokken grondgebieden. Deze kennisgeving wordt van kracht drie maanden na de datum van ontvangst.

2.

De kennisgevingen bedoeld in artikel 5, derde lid, artikel 6, tweede lid, artikel 16, eerste lid en de artikelen 17 en 18 kunnen worden uitgebreid tot alle of enkele van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondgebieden.

Artikel 28

1.

Iedere Verdragsluitende Staat kan dit Verdrag opzeggen wat hemzelf betreft, dan wel namens alle of enkele van de in artikel 27 bedoelde grondgebieden.

2.

De opzegging geschiedt door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en wordt van kracht twaalf maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving.

3.

Het recht van opzegging wordt door een Verdragsluitende Staat niet uitgeoefend vóór het verstrijken van een tijdvak van vijf jaar van de datum waarop het Verdrag ten aanzien van die Staat in werking is getreden.

4.

Een Verdragsluitende Staat houdt op partij te zijn bij dit Verdrag vanaf het tijdstip waarop hij geen partij meer is bij de Universele Auteursrecht-Conventie of geen lid meer is van de Internationale Unie voor de Bescherming van Werken van Letterkunde en Kunst.

5.

Vanaf dat tijdstip houdt dit Verdrag op van toepassing te zijn op een in artikel 27 bedoeld gebied, wanneer noch de Universele Auteursrecht-Conventie noch de Internationale Conventie voor de Bescherming van Werken van Letterkunde en Kunst op dat gebied van toepassing zijn.

Artikel 29

1.

Nadat dit Verdrag vijf jaar van kracht is geweest, kan iedere Verdragsluitende Staat, door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, verzoeken een conferentie bijeen te roepen ter herziening van het Verdrag. De Secretaris-Generaal stelt alle Verdragsluitende Staten in kennis van dit verzoek. Indien, binnen een tijdvak van zes maanden na de datum van kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, niet minder dan de helft van de Verdragsluitende Staten hem in kennis stelt dat zij instemt met het verzoek, stelt de Secretaris-Generaal de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau, de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en de Directeur van het Bureau van de Internationale Unie voor de Bescherming van Werken van Letterkunde en Kunst daarvan in kennis, die een herzieningsconferentie bijeenroepen in samenwerking met de in artikel 32 ingestelde Intergouvernementele Commissie.

2.

Voor de aanneming van een herziening van dit Verdrag is een meerderheid vereist van twee derde van de Staten die de herzieningsconferentie bijwonen, mits deze meerderheid twee derde van de Staten omvat die op het tijdstip van de herzieningsconferentie partij bij het Verdrag zijn.

3.

In geval van aanneming van een Verdrag tot algehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag, en tenzij het Verdrag tot herziening anderszins bepaalt:

Artikel 30

Geschillen die zich kunnen voordoen tussen twee of meer Verdragsluitende Staten betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag en die niet door middel van onderhandelingen worden geregeld, worden, op verzoek van een van de partijen bij het geschil, ter beslissing voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof, tenzij zij een andere wijze van regeling overeenkomen.

Artikel 31

Geen ander voorbehoud kan ten aanzien van dit Verdrag worden gemaakt, dan voorzien in de bepalingen van artikel 5, derde lid, artikel 6, tweede lid, artikel 16, eerste lid, en artikel 17.

Artikel 32

1.

Hierbij wordt een Intergouvernementele Commissie ingesteld, die de volgende taken heeft:

2.

De Commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Staten, gekozen met inachtneming van een billijke geografische verdeling. Het aantal leden is zes als er twaalf Verdragsluitende Staten of minder zijn, negen als er dertien tot achttien Verdragsluitende Staten zijn en twaalf als er meer dan achttien Verdragsluitende Staten zijn.

3.

De Commissie wordt opgericht twaalf maanden nadat het Verdrag in werking is getreden door middel van een verkiezing onder de Verdragsluitende Staten, die elk één stem hebben; deze verkiezing wordt georganiseerd door de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau, de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en de Directeur van het Bureau van de Internationale Unie voor de Bescherming van Werken van Letterkunde en Kunst overeenkomstig regels, die voordien door een meerderheid van alle Verdragsluitende Staten goedgekeurd zijn.

4.

De Commissie kiest haar Voorzitter en de andere leden van het dagelijks bestuur. Zij stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast. Dit heeft met name betrekking op het toekomstig functioneren van de Commissie en op een methode voor de keuze van haar leden in de toekomst, en wel op zodanige wijze dat een roulering tussen de verschillende Verdragsluitende Staten wordt gewaarborgd.

5.

Het Secretariaat van de Commissie wordt gevormd door functionarissen van het Internationale Arbeidsbureau, van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en van het Bureau van de Internationale Unie voor de Bescherming van Werken van Letterkunde en Kunst, aangewezen door de DirecteurenGeneraal onderscheidenlijk de Directeur daarvan.

6.

De vergaderingen van de Commissie, die worden bijeengeroepen wanneer een meerderheid van haar leden zulks noodzakelijk acht, worden achtereenvolgens gehouden ter plaatse van de zetel van het Internationale Arbeidsbureau, van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en van het Bureau van de Internationale Unie voor de Bescherming van Werken van Letterkunde en Kunst.

7.

De kosten van de leden van de Commissie worden gedragen door hun onderscheiden Regeringen.

Artikel 33

1.

Dit Verdrag is opgesteld in de Engelse, de Franse en de Spaanse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek.

2.

Daarnaast zullen officiële teksten van dit Verdrag worden opgesteld in de Duitse, de Italiaanse en de Portugese taal.

Artikel 34

1.

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties stelt de Staten die waren uitgenodigd voor de in artikel 23 bedoelde Conferentie en iedere Staat die lid is van de Verenigde Naties, alsmede de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau, de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en de Directeur van het Bureau van de Internationale Unie voor de Bescherming van Werken van Letterkunde en Kunst in kennis van:

2.

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties stelt de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau, de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en de Directeur van het Bureau van de Internationale Unie voor de Bescherming van Werken van Letterkunde en Kunst eveneens in kennis van de hem overeenkomstig artikel 29 gedane verzoeken, alsmede van de mededelingen ontvangen van de Verdragsluitende Staten betreffende de herziening van het Verdrag.

IN FAITH WHEREOF, the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Rome, this twenty-sixth day of October 1961, in a single copy in the English, French and Spanish languages. Certified true copies shall be delivered by the Secretary-General of the United Nations to all the States invited to the Conference referred to in Article 23 and to every State Member of the United Nations, as well as to the Director-General of the International Labour Office, the Director-General of the United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization and the Director of the Bureau of the International Union for the Protection of Literary and Artistic Works.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)