Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen
De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag,
In herinnering brengend dat van oudsher consulaire betrekkingen tussen de volkeren hebben bestaan,
Indachtig de doelstellingen en beginselen van het Handvest der Verenigde Naties betreffende de soevereine gelijkheid der Staten, de handhaving der internationale vrede en veiligheid, alsmede de bevordering van vriendschappelijke betrekkingen tussen de volkeren,
Overwegende dat de Conferentie der Verenigde Naties inzake diplomatiek verkeer en diplomatieke immuniteiten het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer, hetwelk op 18 april 1961 voor ondertekening is opengesteld, heeft aanvaard,
In de overtuiging dat een internationaal verdrag inzake consulaire betrekkingen, voorrechten en immuniteiten eveneens een bijdrage zou betekenen tot de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de volkeren, ongeacht de verschillen in hun constitutionele en maatschappelijke stelsels,
Overtuigd dat het doel van deze voorrechten en immuniteiten niet is personen te bevoorrechten, maar te verzekeren dat de consulaire posten ten behoeve van hun onderscheiden Staten doelmatig functioneren,
Bevestigend dat de regels van het internationale gewoonterecht van toepassing blijven op aangelegenheden die door de Bepalingen van dit Verdrag niet uitdrukkelijk worden geregeld,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit Verdrag hebben de navolgende uitdrukkingen de hieronder aangegeven betekenissen:
- (a). „consulaire post”, elk consulaat-generaal, consulaat, vice-consulaat of consulair agentschap;
- (b). „consulair ressort”, het gebied dat is toegewezen aan een consulaire post ter uitoefening van de consulaire werkzaamheden;
- (c). „hoofd van een consulaire post”, de persoon die belast is met de taak om in die hoedanigheid op te treden;
- (d). „consulair ambtenaar”, iedere persoon, waaronder begrepen het hoofd van een consulaire post, aan wie in die hoedanigheid de uitoefening van consulaire werkzaamheden is opgedragen;
- (e). „consulair beambte”, iedere persoon die werkzaam is bij de administratieve of technische dienst van een consulaire post;
- (f). „lid van het bedienend personeel”, iedere persoon die werkzaam is bij de huishoudelijke dienst van een consulaire post;
- (g). „leden van de consulaire post”, consulaire ambtenaren, consulaire beambten en leden van het bedienend personeel;
- (h). „leden van het consulaire personeel”, consulaire ambtenaren, met uitzondering van het hoofd van een consulaire post, consulaire beambten en leden van het bedienend personeel;
- (i). „lid van het particuliere personeel”, een persoon die uitsluitend in particuliere dienst van een lid van de consulaire post werkzaam is;
- (j). „consulaire gebouwen”, de gebouwen of delen van gebouwen en de daarbij behorende terreinen, ongeacht wie daarvan de eigenaar is, die uitsluitend worden gebruikt voor de taakuitoefening van een consulaire post;
- (k). „consulair archief”, alle bescheiden, stukken, correspondentie, en, films, geluidsbanden en registers van de consulaire post, alsmede het codemateriaal, de kaartsystemen en de meubels bestemd voor het beschermen of opbergen van deze zaken.
Er bestaan twee categorieën consulaire ambtenaren, beroeps-consulaire ambtenaren en honoraire consulaire ambtenaren. De bepalingen van Hoofdstuk II van dit Verdrag zijn van toepassing op consulaire posten met aan het hoofd een beroeps-consulaire ambtenaar, terwijl de bepalingen van Hoofdstuk III betrekking hebben op consulaire posten met aan het hoofd een honoraire consulaire ambtenaar.
De bijzondere status van leden van consulaire posten die onderdaan of ingezetene van de ontvangende Staat zijn, wordt geregeld in artikel 71 van dit Verdrag.
Hoofdstuk I. Consulaire betrekkingen in het algemeen
AFDELING I. HET AANKNOPEN EN ONDERHOUDEN VAN CONSULAIRE BETREKKINGEN
Artikel 2. Aanknopen van consulaire betrekkingen
Het aanknopen van consulaire betrekkingen tussen de Staten geschiedt met wederzijds goedvinden.
Toestemming tot het aanknopen van diplomatieke betrekkingen tussen twee Staten houdt in toestemming tot het aanknopen van consulaire betrekkingen, tenzij anders is bepaald.
Het verbreken der diplomatieke betrekkingen brengt niet ipso facto het verbreken der consulaire betrekkingen mede.
Artikel 3. Uitoefening van consulaire werkzaamheden
De consulaire werkzaamheden worden uitgeoefend door consulaire posten. Zij worden eveneens, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, door diplomatieke zendingen uitgeoefend.
Artikel 4. Vestiging van een consulaire post
Een consulaire post mag slechts worden gevestigd op het grondgebied van de ontvangende Staat met toestemming van die Staat.
De zetel, de klasse en het consulaire ressort van de consulaire post worden vastgesteld door de zendstaat en onderworpen aan de goedkeuring van de ontvangende Staat.
Daarna mag de zendstaat slechts wijzigingen in de zetel, de klasse of het consulaire ressort van de consulaire post aanbrengen met toestemming van de ontvangende Staat.
De toestemming van de ontvangende Staat is eveneens vereist, indien een consulaat-generaal of een consulaat in een andere plaats dan die waar het is gevestigd een vice-consulaat of een consulair agentschap wenst te openen.
Voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de ontvangende Staat is eveneens vereist voor het openen van een kantoor dat deel uitmaakt van een bestaande consulaire post, buiten de zetel van deze consulaire post.
Artikel 5. Consulaire werkzaamheden
De consulaire werkzaamheden omvatten:
- (a). het behartigen van de belangen van de zendstaat en van zijn onderdanen, zowel natuurlijke als rechtspersonen, in de ontvangende Staat binnen de door het volkenrecht toegestane grenzen;
- (b). het bevorderen van de ontwikkeling van commerciële, economische, culturele en wetenschappelijke betrekkingen tussen de zendstaat en de ontvangende Staat, alsmede het op alle andere wijzen bevorderen van de vriendschappelijke betrekkingen tussen deze Staten overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag;
- (c). het zich met alle wettige middelen op de hoogte stellen van de omstandigheden en ontwikkelingen op commercieel, economisch, cultureel en wetenschappelijk gebied in de ontvangende Staat, het uitbrengen van verslag dienaangaande aan de Regering van de zendstaat en het geven van inlichtingen aan belanghebbenden;
- (d). het afgeven van paspoorten en reisdocumenten aan onderdanen van de zendstaat, alsmede van de benodigde visa en documenten aan personen die zich naar de zendstaat wensen te begeven;
- (e). het verlenen van hulp en bijstand aan onderdanen, hetzij natuurlijke, hetzij rechtspersonen, van de zendstaat;
- (f). het optreden als notaris en als ambtenaar van de burgerlijke stand, het verrichten van soortgelijke werkzaamheden, en het verrichten van bepaalde werkzaamheden van administratieve aard, voor zover de wetten en regelingen van de ontvangende Staat zich daartegen niet verzetten.
- (g). het beschermen van de belangen van onderdanen, zowel natuurlijke als rechtspersonen, van de zendstaat in gevallen van erfopvolging op het grondgebied van de ontvangende Staat, overeenkomstig de wetten en regelingen van de ontvangende Staat;
- (h). het binnen de door de wetten en regelingen van de ontvangende Staat bepaalde grenzen beschermen van de belangen van minderjarigen en andere handelingsonbekwame personen die onderdaan zijn van de zendstaat, in het bijzonder in gevallen waarin benoeming van een voogd of curator voor de personen is vereist;
- (i). het met inachtneming van de in de ontvangende Staat geldende gebruiken en procedures vertegenwoordigen van of het zorgen voor behoorlijke vertegenwoordiging van onderdanen van de zendstaat voor rechtbanken en andere autoriteiten van de ontvangende Staat ten einde overeenkomstig de wetten en regelingen van de ontvangende Staat te verzoeken om voorlopige maatregelen voor het behoud van de rechten en belangen van deze onderdanen in gevallen waarin deze onderdanen door afwezigheid of om welke andere reden ook, niet in staat zijn op de daarvoor bepaalde tijd de verdediging van hun rechten en belangen op zich te nemen;
- (j). het overbrengen van gerechtelijke en buitengerechtelijke documenten of het ten uitvoerleggen van rogatoire commissies overeenkomstig de bepalingen van van kracht zijnde internationale overeenkomsten gebreke van dergelijke overeenkomsten op een andere wijze die verenigbaar is met de wetten en regelingen van de ontvangende Staat;
- (k). het uitoefenen van het recht van toezicht en controle overeenkomstig de wetten en regelingen van de zendstaat, op zee- en binnenschepen die de nationaliteit van de zendstaat bezitten en op luchtvaartuigen die aldaar zijn geregistreerd alsmede op de bemanningen daarvan;
- (l). het verlenen van bijstand aan de onder letter k van dit artikel genoemde zeeschepen, binnenschepen en luchtvaartuigen, alsmede aan de bemanningen daarvan, het in ontvangst nemen van verklaringen betreffende de reis van deze vaartuigen, het controleren en afstempelen van de scheepspapieren en het zonder aantasting van de bevoegdheden van de autoriteiten van de ontvangende Staat instellen van een onderzoek naar incidenten die zich gedurende de reis hebben voorgedaan, alsmede het regelen van geschillen van allerlei aard tussen de kapitein, de officieren en de scheepsgezellen, voor zover de wetten en regelingen van de zendstaat zulks toelaten;
- (m). het verrichten van alle andere werkzaamheden door de zendstaat aan een consulaire post opgedragen, die niet verboden zijn door de wetten en regelingen van de ontvangende Staat of waartegen de ontvangende Staat geen bezwaar maakt of die zijn vermeld in de tussen de zendstaat en de ontvangende Staat van kracht zijnde internationale overeenkomsten.
Artikel 6. Uitoefening van consulaire werkzaamheden buiten het consulaire ressort
Een consulaire ambtenaar kan in bijzondere omstandigheden met toestemming van de ontvangende Staat zijn werkzaamheden uitoefenen buiten het consulair ressort.
Artikel 7. Uitoefening van consulaire werkzaamheden in een derde Staat
De zendstaat kan, na hiervan de betrokken Staten in kennis te hebben gesteld, een consulaire post die in één bepaalde Staat is gevestigd opdragen consulaire werkzaamheden in een andere Staat uit te oefenen, tenzij een der betrokken Staten zich hiertegen uitdrukkelijk verzet.
Artikel 8. Uitoefening van consulaire werkzaamheden ten behoeve van een derde Staat
Nadat hiervan op passende wijze kennis is gegeven aan de ontvangende Staat, kan, tenzij de ontvangende Staat hiertegen bezwaar maakt, een consulaire post van de zendstaat in de ontvangende Staat consulaire werkzaamheden uitoefenen ten behoeve van een derde Staat.
Artikel 9. Indeling van hoofden van consulaire posten
De hoofden van consulaire posten worden in vier klassen ingedeeld, namelijk:
- (a). consuls-generaal;
- (b). consuls;
- (c). vice-consuls;
- (d). consulaire agenten.
Het eerste lid van dit artikel beperkt in geen enkel opzicht het recht van de Verdragsluitende Partijen benamingen vast te stellen voor consulaire ambtenaren die geen hoofd van een consulaire post zijn.
Artikel 10. Benoeming en toelating van hoofden van consulaire posten
De hoofden van consulaire posten worden benoemd door de zendstaat en worden door de ontvangende Staat tot de uitoefening van hun werkzaamheden toegelaten.
Met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag, worden de wijzen van benoeming en toelating van het hoofd van de consulaire post beheerst door de wetten, regelingen en gebruiken van de zendstaat, onderscheidenlijk de ontvangende Staat.
Artikel 11. Benoemingsbrevet of kennisgeving van de benoeming
Het hoofd van de consulaire post wordt door de zendstaat voorzien van een voor elke benoeming opgesteld document in de vorm van een benoemingsbrevet of een soortgelijke akte, waaruit zijn hoedanigheid blijkt, alsmede als regel zijn naam en voornamen, zijn categorie en klasse, het consulaire ressort en de zetel van de consulaire post.
De zendstaat doet het benoemingsbrevet of een soortgelijke akte langs diplomatieke weg of op een andere passende wijze toekomen aan de Regering van de Staat op wiens grondgebied het hoofd van de consulaire post zijn werkzaamheden zal gaan uitoefenen.
Indien de ontvangende Staat hiermede instemt, kan de zendstaat de ontvangende Staat in plaats van een benoemingsbrevet of soortgelijke akte een kennisgeving doen toekomen waarin de in het eerste lid van dit artikel vereiste gegevens zijn vervat.
Artikel 12. Exequatur
Het hoofd van een consulaire post wordt tot de uitoefening van zijn werkzaamheden toegelaten door middel van een machtiging van de ontvangende Staat, die, ongeacht de vorm waarin deze machtiging is opgesteld, het exequatur wordt genoemd.
Een Staat die weigert een exequatur te verlenen is niet verplicht de zendstaat de redenen voor deze weigering mede te delen.
Met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 13 en 15, kan het hoofd van een consulaire post zijn werkzaamheden niet aanvangen voordat hij het exequatur heeft ontvangen.
Artikel 13. Voorlopige toelating van hoofden van consulaire posten
In afwachting van de verlening van het exequatur, kan het hoofd van een consulaire post voorlopig tot de uitoefening van zijn werkzaamheden worden toegelaten. In dit geval zijn de bepalingen van dit Verdrag van toepassing.
Artikel 14. Kennisgeving aan de autoriteiten van het consulaire ressort
Zodra het hoofd van een consulaire post is toegelaten tot de uitoefening van zijn werkzaamheden, zelfs indien dit voorlopig is, stelt de ontvangende Staat de bevoegde autoriteiten van het consulaire ressort hiervan onmiddellijk in kennis. Deze zorgt er tevens voor dat de noodzakelijke maatregelen worden getroffen om het hoofd van de consulaire post in staat te stellen zijn ambtelijke werkzaamheden te verrichten en te genieten van de voordelen van de in de bepalingen van dit Verdrag voorziene behandeling.
Artikel 15. Tijdelijke uitoefening van de werkzaamheden van het hoofd van een consulaire post
Indien het hoofd van een consulaire post niet in staat is zijn werkzaamheden uit te oefenen of indien de post open staat, kan een tijdelijk waarnemer voorlopig optreden als hoofd van de consulaire post.
De naam en voornamen van de tijdelijk waarnemer van de post worden door de diplomatieke zending van de zendstaat of indien deze Staat in de ontvangende Staat niet over een dergelijke zending beschikt, door het hoofd van de consulaire post of indien deze daartoe niet in staat is, door een bevoegde autoriteit van de zendstaat, medegedeeld aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende Staat of aan een door dat Ministerie aangewezen autoriteit. Als regel dient deze mededeling van te voren te worden gedaan. De ontvangende Staat kan toelating als tijdelijk waarnemer van een post van een persoon die noch een diplomatiek ambtenaar noch een consulair ambtenaar van de zendstaat is in de ontvangende Staat, afhankelijk stellen van zijn goedkeuring.
De bevoegde autoriteiten van de ontvangende Staat verlenen de tijdelijk waarnemer van de post bijstand en bescherming. Zolang hij met de leiding van de post is belast, zijn de bepalingen van dit Verdrag op hem van toepassing op dezelfde grondslag als zij dit zijn op het hoofd van de desbetreffende consulaire post. De ontvangende Staat is evenwel niet verplicht een tijdelijk waarnemer van een post de faciliteiten, voorrechten of immuniteiten te verlenen, die het hoofd van de consulaire post slechts geniet onder voorwaarden waaraan de tijdelijk waarnemer van de post niet voldoet.
Wanneer in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde omstandigheden, een lid van het diplomatieke personeel van de diplomatieke vertegenwoordiging van de zendstaat in de ontvangende Staat wordt aangewezen door de zendstaat als tijdelijk waarnemer van een consulaire post, blijft hij diplomatieke voorrechten en immuniteiten genieten indien de ontvangende Staat daartegen geen bezwaren heeft.
Artikel 16. Rangorde van de hoofden van consulaire posten
De rangorde van de hoofden van consulaire posten wordt in elke klasse bepaald door de datum waarop het exequatur is verleend.
Indien het hoofd van een consulaire post evenwel voorlopig de uitoefening van zijn werkzaamheden wordt toegelaten voordat het exequatur is verkregen, wordt zijn rangorde bepaald door de datum van de voorlopige toelating; deze rangorde blijft gehandhaafd na de verlening van het exequatur.
De rangorde tussen twee of meer hoofden van consulaire posten die op dezelfde datum het exequatur of voorlopige toelating hebben verkregen, wordt bepaald door de datum waarop hun benoemingsbrevet of een soortgelijke akte dan wel de kennisgevingen bedoeld in het derde lid van artikel 11 aan de ontvangende Staat zijn aangeboden.
Tijdelijke waarnemers van posten komen in rangorde na alle hoofden van consulaire posten. Hun onderlinge rangorde wordt bepaald door de data waarop zij hun functie als tijdelijk waarnemer van een post hebben aangevangen, zoals die zijn aangegeven in de krachtens het tweede lid van artikel 15 gedane kennisgevingen.
Honoraire consulaire ambtenaren die hoofd van een consulaire post zijn, volgen in elke klasse in rang op hoofden van consulaire posten die beroepsambtenaar zijn, en wel in de volgorde en volgens de regels neergelegd in de voorgaande leden.
Hoofden van consulaire posten staan in rang boven consulaire ambtenaren die deze hoedanigheid niet bezitten.
Artikel 17. Verrichten van diplomatieke handelingen door consulaire ambtenaren
In een Staat waar de zendstaat geen diplomatieke zending heeft en niet door een diplomatieke zending van een derde Staat wordt vertegenwoordigd, kan een consulaire ambtenaar, met toestemming van de ontvangende Staat, en zonder dat dit zijn consulaire status wijzigt, gemachtigd worden diplomatieke handelingen te verrichten. De verrichting van dergelijke handelingen door een consulaire ambtenaar geeft hem geen aanspraak op diplomatieke voorrechten en immuniteiten.
Een consulaire ambtenaar kan, nadat hiervan kennisgeving is gedaan aan de ontvangende Staat, worden belast met de vertegenwoordiging van de zendstaat bij iedere intergouvernementele organisatie. Wanneer hij in deze hoedanigheid optreedt, heeft hij recht op alle voorrechten en immuniteiten die het internationale gewoonterecht of internationale overeenkomsten een dergelijke vertegenwoordiger toekennen; ten aanzien van door hem uitgeoefende consulaire werkzaamheden heeft hij evenwel geen recht op verdergaande immuniteit van rechtsmacht dan die waarop een consulaire ambtenaar krachtens dit Verdrag recht heeft.
Artikel 18. Benoeming van eenzelfde persoon als consulair ambtenaar door twee of meer Staten
Twee of meer Staten kunnen, met toestemming van de ontvangende Staat, eenzelfde persoon als consulair ambtenaar in die Staat benoemen.
Artikel 19. Benoeming van leden van het consulaire personeel
Met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 20, 22 en 23, is de zendstaat geheel vrij leden van het consulaire personeel te benoemen.
De naam en voornamen, de categorie en de klasse van alle consulaire ambtenaren met uitzondering van het hoofd van de consulaire post, worden door de zendstaat aan de ontvangende Staat medegedeeld op een zodanig tijdstip dat de ontvangende Staat, indien hij zulks wenst, de hem in artikel 23, derde lid, verleende rechten, kan uitoefenen.
De zendstaat kan, indien zijn wetten en regelingen zulks vereisen, de ontvangende Staat verzoeken een exequatur te verlenen aan een consulaire ambtenaar die geen hoofd van een consulaire post is.
De ontvangende Staat kan, indien zijn wetten en regelingen zulks vereisen, een exequatur verlenen aan een consulaire ambtenaar die geen hoofd van een consulaire post is.
Artikel 20. Omvang van het consulaire personeel
Indien er geen uitdrukkelijke overeenkomst bestaat ten aanzien van de omvang van het consulaire personeel, kan de ontvangende Staat eisen dat de omvang van dit personeel wordt gehouden binnen de grenzen die deze Staat als redelijk en normaal beschouwt, waarbij de in het consulaire ressort heersende omstandigheden en de behoeften van de betrokken consulaire post in aanmerking worden genomen.
Artikel 21. Rangorde van consulaire ambtenaren van een consulaire post
De rangorde tussen de consulaire ambtenaren van een consulaire post en alle wijzigingen daarin, worden door de diplomatieke zending van de zendstaat of, indien die Staat in de ontvangende Staat niet over een zodanige zending beschikt, door het hoofd van de consulaire post, aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende Staat, of aan de door dat Ministerie aangewezen autoriteit, medegedeeld.
Artikel 22. De nationaliteit van consulaire ambtenaren
In beginsel dienen consulaire ambtenaren de nationaliteit van de zendstaat te bezitten.
Personen die de nationaliteit bezitten van de ontvangende Staat kunnen slechts als consulair ambtenaar worden benoemd met de uitdrukkelijke toestemming van die Staat, die de toestemming te allen tijde kan intrekken.
De ontvangende Staat kan zich hetzelfde recht voorbehouden ten aanzien van onderdanen van een derde Staat die niet tevens onderdaan van de zendstaat zijn.
Artikel 23. Tot persona non grata verklaarde personen
De ontvangende Staat kan te allen tijde de zendstaat ervan verwittigen dat een consulaire ambtenaar persona non grata is of dat een ander lid van het consulaire personeel niet aanvaardbaar is. De zendstaat roept in dergelijke gevallen de betrokken persoon terug of beëindigt zijn werkzaamheden bij de consulaire post.
Indien de zendstaat weigert of in gebreke blijft binnen een redelijke termijn aan zijn verplichtingen krachtens het eerste lid van dit artikel te voldoen, kan de ontvangende Staat het exequatur van de desbetreffende persoon intrekken of deze niet langer beschouwen als lid van het consulaire personeel.
Een persoon die is benoemd als lid van een consulaire post kan onaanvaardbaar worden verklaard voordat hij op het grondgebied van de ontvangende Staat aankomt of, indien hij zich reeds in de ontvangende Staat bevindt, voordat hij zijn werkzaamheden bij de consulaire post ontvangt. In zulke gevallen trekt de zendstaat zijn benoeming in.
In de in het eerste en het derde lid van dit artikel vermelde gevallen, is de ontvangende Staat niet verplicht de zendstaat de redenen voor zijn beslissing mede te delen.
Artikel 24. Kennisgeving van benoeming, aankomst en vertrek aan de ontvangende Staat
Aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende Staat of aan de door dat Ministerie aangewezen autoriteit wordt mededeling gedaan van:
- a. de benoeming van leden van een consulaire post, hun aankomst na benoeming bij de consulaire post, hun definitief vertrek of de beëindiging van hun werkzaamheden en alle andere eventuele wijzigingen in hun status gedurende de periode dat zij bij de consulaire post werkzaam zijn;
- b. de aankomst en het definitieve vertrek van een persoon die tot het gezin van een lid van een consulaire post behoort en bij hem inwoont en in daarvoor in aanmerking komende gevallen, het feit dat een persoon een zodanig gezinslid wordt of ophoudt dit te zijn;
- c. de aankomst en het definitieve vertrek van leden van het particuliere personeel en, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, de beëindiging van hun dienstverband als zodanig;
- d. het aannemen en ontslaan van ingezetenen van de ontvangende Staat als leden van een consulaire post of als leden van het particuliere personeel die recht hebben op voorrechten en immuniteiten.
Indien mogelijk dient tevens van tevoren kennis te worden gegeven van aankomst en definitief vertrek.
AFDELING II. BEËINDIGING VAN DE CONSULAIRE WERKZAAMHEDEN
Artikel 25. Beëindiging van de werkzaamheden van een lid van een consulaire post
De werkzaamheden van een lid van een consulaire post worden onder meer beëindigd door:
- a. kennisgeving door de zendstaat aan de ontvangende Staat dat zijn werkzaamheden zijn beëindigd;
- b. intrekking van het exequatur;
- c. kennisgeving door de ontvangende Staat aan de zendstaat dat de ontvangende Staat hem niet meer als lid van het consulaire personeel beschouwt.
Artikel 26. Vertrek van het grondgebied van de ontvangende Staat
De ontvangende Staat moet, zelfs in het geval van een gewapend conflict, de leden van de consulaire post en de leden van het particuliere personeel die geen onderdanen van de ontvangende Staat zijn, alsmede bij hen inwonende gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit, de nodige tijd en faciliteiten verlenen ten einde hen in staat te stellen hun vertrek voor te bereiden en binnen de kortst mogelijke tijd na beëindiging van hun werkzaamheden te vertrekken. In het bijzonder moet de ontvangende Staat hun, in geval van nood, de nodige vervoermiddelen ter beschikking stellen voor henzelf zowel als voor hun goederen, met uitzondering van goederen die in de ontvangende Staat verworven zijn en waarvan uitvoer ten tijde van het vertrek is verboden.
Artikel 27. Bescherming van de consulaire gebouwen en archieven en van de belangen van de zendstaat in uitzonderlijke omstandigheden
Indien de consulaire betrekkingen tussen twee Staten worden verbroken:
- a. dient de ontvangende Staat, zelfs in het geval van een gewapend conflict, de consulaire gebouwen, alsmede de zich aldaar bevindende goederen en de consulaire archieven te eerbiedigen en te beschermen;
- b. kan de zendstaat de zorg voor de consulaire gebouwen, alsmede voor de zich aldaar bevindende goederen en de consulaire archieven, toevertrouwen aan een derde Staat die voor de ontvangende Staat aanvaardbaar is;
- c. kan de zendstaat de behartiging van zijn belangen en van die van zijn onderdanen toevertrouwen aan een derde Staat die voor de ontvangende Staat aanvaardbaar is.
Indien een consulaire post tijdelijk of voor goed wordt opgeheven, zijn de bepalignen onder letter a van het eerste lid van dit artikel van toepassing.
Bovendien:
- a. kan de zendstaat, alhoewel hij niet in de ontvangende Staat door een diplomatieke zending is vertegenwoordigd, indien hij een andere consulaire post op het grondgebied van die Staat heeft, aan die consulaire post de zorg voor de gebouwen van de opgeheven consulaire post, alsmede voor de zich aldaar bevindende goederen en consulaire archieven opdragen en, met toestemming van de ontvangende Staat, aan die consulaire post de uitoefening van de consulaire werkzaamheden in het ressort van de opgeheven consulaire post opdragen; of
- b. zijn, indien de zendstaat geen diplomatieke zending en geen andere consulaire post in de ontvangende Staat heeft, de bepalingen van letters b en c van het eerste lid van dit artikel van toepassing.
Hoofdstuk II. Faciliteiten, voorrechten en immuniteiten die betrekking hebben op consulaire posten, beroeps-consulaire ambtenaren en andere leden van een consulaire post
AFDELING I. FACILITEITEN, VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN DIE BETREKKING HEBBEN OP EEN CONSULAIRE POST
Artikel 28. Faciliteiten voor de werkzaamheden van de consulaire post
De ontvangende Staat verleent alle faciliteiten voor de verrichting van de werkzaamheden van de consulaire post.
Artikel 29. Gebruik van de nationale vlag en het nationale wapen
De zendstaat heeft het recht op het gebruik van zijn nationale vlag en zijn nationaal wapen in de ontvangende Staat overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.
De nationale vlag van de zendstaat mag worden uitgestoken van en zijn nationaal wapen mag worden aangebracht op het gebouw dat de consulaire post huisvest, alsmede bij de toegangsdeur daarvan, alsook op de ambtswoning van het hoofd van de consulaire post en op zijn vervoermiddel wanneer dit voor officiële doeleinden wordt gebruikt.
Bij de uitoefening van het door dit artikel toegekende recht wordt rekening gehouden met de wetten, regelingen en gebruiken van de ontvangende Staat.
Artikel 30. Huisvesting
De ontvangende Staat dient de zendstaat behulpzaam te zijn bij het op zijn grondgebied, in overeenstemming met zijn wetten en regelingen, verwerven van gebouwen voor de consulaire post, of de zendstaat op andere wijze bij het verkrijgen van kantoorruimte te helpen.
De ontvangende Staat dient, indien nodig, de consulaire post eveneens behulpzaam te zijn bij het verkrijgen van geschikte woonruimte voor de leden van de post.
Artikel 31. Onschendbaarheid van de consulaire gebouwen
De consulaire gebouwen zijn onschendbaar voor zover zulks in dit artikel is bepaald.
De autoriteiten van de ontvangende Staat mogen het gedeelte van de consulaire gebouwen dat uitsluitend voor de werkzaamheden van de consulaire post wordt gebruikt slechts betreden met toestemming van het hoofd van de consulaire post of van zijn gemachtigde of van het hoofd van de diplomatieke zending van de zendstaat. De toestemming van het hoofd van de consulaire post wordt echter geacht stilzwijgend te zijn gegeven in geval van brand of een andere ramp die onmiddellijk beschermend optreden noodzakelijk maakt.
Met inachtneming van de bepalingen van het tweede lid van dit artikel, rust op de ontvangende Staat de bijzondere verplichting alle passende maatregelen te nemen om de consulaire gebouwen tegen indringers en tegen het toebrengen van schade te beschermen en te verhinderen dat de rust van de consulaire post op enigerlei wijze wordt verstoord of aan zijn waardigheid afbreuk wordt gedaan.
De consulaire gebouwen, het meubilair en de goederen, alsmede de vervoermiddelen van de consulaire post, zijn gevrijwaard tegen enigerlei vordering ter wille van de landsverdediging of het openbaar welzijn. Indien onteigening voor zulke doeleinden noodzakelijk is, dienen alle mogelijke maatregelen te worden genomen ten einde te vermijden dat de uitoefening van de consulaire werkzaamheden daarvan hinder ondervindt, en aan de zendstaat dient terstond toereikende en doelmatige schadevergoeding te worden betaald.
Artikel 32. Vrijstelling van belasting van consulaire gebouwen
De consulaire gebouwen en de ambtswoning van het hoofd van een consulaire post, indien deze beroepsambtenaar is, waarvan de zendstaat, of een persoon die in naam van de zendstaat optreedt, eigenaar of huurder is, zijn vrijgesteld van alle landelijke, gewestelijke of gemeentelijke belastingen en rechten, tenzij het belastingen en rechten betreft, geheven wegens de verlening van bijzondere diensten.
De vrijstelling van belasting bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op deze belastingen en rechten indien zij krachtens de wetten en regelingen van de ontvangende Staat verschuldigd zijn door de persoon die met de zendstaat, of met de persoon die in naam van de zendstaat optreedt, een overeenkomst heeft gesloten.
Artikel 33. Onschendbaarheid van de consulaire archieven en documenten
De consulaire archieven en documenten zijn te allen tijde en waar zij zich ook mogen bevinden onschendbaar.
Artikel 34. Vrijheid van beweging
Met inachtneming van de wetten en regelingen van de ontvangende Staat met betrekking tot gebieden waarvan de toegang om redenen van nationale veiligheid verboden of aan beperkingen onderhevig is, draagt de ontvangende Staat er zorg voor dat alle leden van de consulaire post zich vrijelijk op zijn grondgebied kunnen bewegen en er vrijelijk kunnen reizen.
Artikel 35. Vrijheid van verbindingen
Door de ontvangende Staat wordt aan de consulaire post toegestaan voor alle officiële doeleinden onbelemmerd verbindingen te onderhouden; deze verbindingen worden door de ontvangende Staat beschermd. Bij zijn verbindingen met de regering, de diplomatieke zendingen en de andere consulaire posten waar deze zich ook mogen bevinden, van de zendstaat, mag de consulaire post alle daarvoor in aanmerking komende middelen gebruiken, diplomatieke of consulaire koeriers, diplomatieke of consulaire koerierzendingen en codeberichten daarbij inbegrepen. De consulaire post mag evenwel geen radiozender installeren en gebruiken zonder toestemming van de ontvangende Staat.
De officiële briefwisseling van de consulaire post is onschendbaar. Onder officiële briefwisseling wordt verstaan alle op de consulaire post en zijn werkzaamheden betrekking hebbende briefwisseling.
De consulaire koerierzending mag niet worden geopend of vastgehouden. Indien de bevoegde autoriteiten van de ontvangende Staat echter ernstige redenen hebben om aan te nemen dat de zending iets anders bevat dan de briefwisseling, de documenten of de goederen bedoeld in het vierde lid van dit artikel, kunnen zij verzoeken dat de zending in hun aanwezigheid door een daartoe gemachtigd vertegenwoordiger van de zendstaat wordt geopend. Indien de autoriteiten van de zendstaat weigeren aan dit verzoek te voldoen, wordt de zending teruggestuurd naar de plaats van herkomst.
De pakketten welke de consulaire koerierzending vormen moeten aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen dragen, waaruit hun aard blijkt en mogen slechts officiële briefwisseling en documenten of uitsluitend voor officieel gebruik bestemde goederen bevatten.
De consulaire koerier dient een officiel document bij zich te dragen waaruit zijn hoedanigheid en het aantal pakketten dat de consulaire koerierzending vormt, blijken. Tenzij de ontvangende Staat erin toestemt, mag hij noch onderdaan van de ontvangende Staat zijn, noch, tenzij hij onderdaan van de zendstaat is, ingezetene van de ontvangende Staat zijn. Bij de uitoefening van zijn werkzaamheden, wordt hij door de ontvangende Staat beschermd. Hij geniet persoonlijke onschendbaarheid en is gevrijwaard tegen elke vorm van aanhouding of vrijheidsbeneming.
De zendstaat, zijn diplomatieke zendingen en zijn consulaire posten kunnen consulaire koeriers ad hoc aanwijzen. In deze gevallen zijn de bepalingen van het vijfde lid van dit artikel eveneens van toepassing, met dien verstande dat de daarin genoemde immuniteiten niet meer van toepassing zijn wanneer deze koerier de zich onder zijn hoede bevindende consulaire koerierzending aan de geadresseerde heeft afgeleverd.
Een consulaire zending kan worden toevertrouwd aan de gezagvoerder van een schip of van een burgerluchtvaartuig met als bestemming een officieel erkende landingsplaats. Hij dient te worden voorzien van een officieel document waaruit het aantal pakketten waaruit de consulaire zending is samengesteld blijkt, doch hij wordt niet als consulair koerier beschouwd. Na overleg met de bevoegde plaatselijke autoriteiten, kan de consulaire post een van haar leden zenden om de zending rechtstreeks en onbelemmerd uit handen van de gezagvoerder van het schip of het luchtvaartuig in ontvangst te nemen.
Artikel 36. Contact met onderdanen van de zendstaat
Ten einde de uitoefening van de consulaire werkzaamheden met betrekking tot onderdanen van de zendstaat te vergemakkelijken:
- (a). moeten de consulaire ambtenaren zich vrijelijk in verbinding kunnen stellen met de onderdanen van de zendstaat en hen vrijelijk kunnen bezoeken. Onderdanen van de zendstaat moeten dezelfde vrijheid genieten met betrekking tot het contact met en het bezoeken van consulaire ambtenaren van de zendstaat;
- (b). moeten de bevoegde autoriteiten van de ontvangende Staat de consulaire post van de zendstaat onverwijld ervan in kennis stellen, dat binnen zijn ressort een onderdaan van die Staat is gearresteerd, gevangengenomen of in voorarrest is geplaatst of op enigerlei andere wijze in verzekerde bewaring wordt gesteld, indien de betrokkene zulks verzoekt. Elke mededeling aan de consulaire post gericht door de gearresteerde, zich in gevangenschap of in voorlopige hechtenis bevindende of anderszins vastgehouden persoon wordt door bovengenoemde autoriteiten eveneens onverwijld overgebracht. Bovengenoemde autoriteiten dienen de betrokken persoon onverwijld van zijn rechten krachtens deze alinea in kennis te stellen;
- (c). moeten de consulaire ambtenaren het recht hebben een onderdaan van de zendstaat die zich in arrest of in voorlopige hechtenis bevindt of op enigerlei andere wijze wordt vastgehouden, te bezoeken, met hem te spreken en met hem brieven te wisselen en te zorgen voor zijn vertegenwoordiging in rechte. Zij hebben eveneens het recht een onderdaan van de zendstaat te bezoeken, die zich in hun ressort in gevangenschap of in hechtenis bevindt voor de tenuitvoerlegging van een vonnis. De consulaire ambtenaren onthouden zich er evenwel van ten behoeve van een onderdaan op te treden, die zich in arrest of in voorlopige hechtenis bevindt of op enigerlei andere wijze wordt vastgehouden indien deze zich uitdrukkelijk daartegen verzet.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde rechten worden uitgeoefend overeenkomstig de wetten en regelingen van de ontvangende Staat, met dien verstande evenwel dat deze wetten en regelingen de verwezenlijking van de oogmerken waarvoor de in dit artikel verleende rechten zijn bedoeld, volledig moeten waarborgen.
Artikel 37. Inlichtingen in geval van overlijden, voogdij of curatele, schipbreuk en vliegtuigongelukken
Indien de bevoegde autoriteiten van de ontvangende Staat in het bezit zijn van de desbetreffende inlichtingen, zijn deze autoriteiten verplicht:
- (a). in geval van overlijden van een onderdaan van de zendstaat, de consulaire post in het ressort waarvan het overlijden plaatsvond hiervan onverwijld in kennis te stellen;
- (b). de bevoegde consulaire post onverwijld in kennis te stellen van alle gevallen waarin aanleiding bestaat tot benoeming van een voogd of curator over een minderjarige of handelingsonbekwame onderdaan van de zendstaat. Het verstrekken van deze inlichtingen mag evenwel de werking van de wetten en regelingen van de ontvangende Staat ten aanzien van zulke benoemingen niet aantasten;
- (c). indien een vaartuig dat de nationaliteit van de zendstaat bezit schipbreuk lijdt of aan de grond loopt in de territoriale zee of in de binnenwateren van de ontvangende Staat of indien een in de zendstaat ingeschreven luchtvaartuig op het grondgebied van de ontvangende Staat een ongeluk overkomt, de consulaire post die zich het dichtst bij de plaats waar het ongeluk heeft plaatsgevonden bevindt, hiervan onverwijld in kennis te stellen.
Artikel 38. Contact met de autoriteiten van de ontvangende Staat
Bij de uitoefening van hun werkzaamheden, kunnen de consulaire ambtenaren zich wenden tot:
- (a). de bevoegde plaatselijke autoriteiten van hun consulaire ressort;
- (b). de bevoegde centrale overheid van de ontvangende Staat indien en voor zover dit is toegestaan door de wetten, regelingen en gebruiken van de ontvangende Staat of door de desbetreffende internationale overeenkomsten.
Artikel 39. Consulaire leges en heffingen
De consulaire post kan op het grondgebied van de ontvangende Staat de leges en heffingen waarin de wetten en regelingen van de zendstaat voor consulaire handelingen voorzien, heffen.
De in de vorm van leges en heffingen, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, geheven bedragen, alsmede de ontvangstbewijzen voor die leges en heffingen, zijn vrijgesteld van alle belastingen en rechten in de ontvangende Staat.
AFDELING II. FACILITEITEN, VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN MET BETREKKING TOT BEROEPS-CONSULAIRE AMBTENAREN EN ANDERE LEDEN VAN EEN CONSULAIRE POST
Artikel 40. Bescherming van consulaire ambtenaren
De ontvangende Staat behandelt de consulaire ambtenaren met al de eerbied die hun verschuldigd is en neemt alle passende maatregelen om te verhinderen dat hun persoon, vrijheid of waardigheid in gevaar wordt gebracht.
Artikel 41. Persoonlijke onschendbaarheid van de consulaire ambtenaren
Consulaire ambtenaren zijn gevrijwaard tegen arrestatie of voorlopige hechtenis, behalve in geval van een ernstig misdrijf en ingevolge een beslissing genomen door de bevoegde rechterlijke autoriteit.
Behalve in het in het eerste lid van dit artikel bedoelde geval, mogen consulaire ambtenaren niet gearresteerd worden of aan enigerlei andere vorm van beperking van hun persoonlijke vrijheid worden onderworpen, behalve bij de tenuitvoerlegging van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.
Indien tegen een consulaire ambtenaar een strafvervolging aanhangig wordt gemaakt, moet hij voor de bevoegde autoriteiten verschijnen. Het proces dient evenwel te worden gevoerd met de eerbied die hem uit hoofde van zijn officiële positie toekomt en, behalve in het in het eerste lid van dit artikel bedoelde geval, op een wijze die aan de uitoefening van de consulaire werkzaamheden zo weinig mogelijk afbreuk doet. Wanneer het in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde omstandigheden noodzakelijk is een consulaire ambtenaar in voorlopige hechtenis te nemen, dient met het proces tegen hem zo spoedig mogelijk een aanvang te worden gemaakt.
Artikel 42. Kennisgeving van arrestatie, inhechtenisneming of gerechtelijke vervolging
Indien een lid van het consulaire personeel wordt gearresteerd of in voorlopige hechtenis wordt genomen, of indien tegen hem een strafvervolging aanhangig wordt gemaakt, dient de ontvangende Staat het hoofd van de consulaire post hiervan onmiddellijk in kennis te stellen. Mocht deze laatste zelf het voorwerp van een dergelijke maatregel zijn, dan dient de ontvangende Staat dit langs diplomatieke weg aan de zendstaat mede te delen.
Artikel 43. Immuniteit van rechtsmacht
Consulaire ambtenaren en consulaire beambten zijn niet onderworpen aan de rechtsmacht van de rechterlijke of administratieve autoriteiten van de ontvangende Staat ten aanzien van handelingen verricht bij de uitoefening van hun consulaire taak.
De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn evenwel niet van toepassing met betrekking tot een civiele procedure die:
- a. hetzij voortvloeit uit een overeenkomst gesloten door een consulaire ambtenaar of een consulaire beambte waarbij hij niet uitdrukkelijk of stilzwijgend als gevolmachtigde van de zendstaat optrad;
- b. hetzij is ingesteld door een derde in verband met schade voortvloeiende uit een ongeval in de ontvangende Staat veroorzaakt door een voertuig, vaartuig of luchtvaartuig.
Artikel 44. Verplichting om als getuige op te treden
De leden van een consulaire post kunnen worden opgeroepen om als getuige op te treden bij gerechtelijke of administratieve procedures. Een consulaire beambte of een lid van het bedienend personeel mag, behalve in de gevallen genoemd in het derde lid van dit artikel niet weigeren als getuige op te treden. Indien een consulaire ambtenaar weigert dit te doen, mag er geen dwang op hem worden uitgeoefend of een strafmaatregel tegen hem worden genomen.
De autoriteit die de getuigenis van een consulaire ambtenaar verzoekt, draagt er zorg voor dat deze daardoor in de uitoefening van zijn werkzaamheden niet wordt belemmerd. Zij kan hem waar mogelijk een verhoor als getuige afnemen te zijnen huize of op de consulaire post of van hem een schriftelijke verklaring aanvaarden.
De leden van een consulaire post zijn niet gehouden als getuigen op te treden inzake aangelegenheden verband houdende met de uitoefening van hun werkzaamheden of officiële briefwisseling en documenten die daarop betrekking hebben over te leggen. Zij hebben eveneens het recht te weigeren als getuige-deskundige met betrekking tot het recht van de zendstaat op te treden.
Artikel 45. Afstand van voorrechten en immuniteiten
De zendstaat kan, met betrekking tot een lid van de consulaire post, afstand doen van de in de artikelen 41, 43 en 44 bedoelde voorrechten en immuniteiten.
Het afstand doen dient steeds uitdrukkelijk kenbaar te worden gemaakt, behoudens het bepaalde in het derde lid, van dit artikel, en dient schriftelijk ter kennis van de ontvangende Staat te worden gebracht.
Indien een consulaire ambtenaar of een consulaire beambte een rechtsgeding aanhangig maakt in een zaak waarin hij immuniteit van rechtsmacht zou kunnen genieten krachtens artikel 43, kan hij zich ten aanzien van een eis in reconventie die rechtstreeks verband houdt met de eis in conventie niet beroepen op immuniteit van rechtsmacht.
Afstand van immuniteit van rechtsmacht ten aanzien van burgerrechtelijke of administratiefrechtelijke procedures wordt niet geacht afstand van immuniteit ten aanzien van de maatregelen genomen ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing in te houden; met betrekking tot dergelijke maatregelen is een afzonderlijk afstand doen van immuniteit noodzakelijk.
Artikel 46. Vrijstelling van vreemdelingenregistratie en van verblijfsvergunningen
Consulaire ambtenaren en consulaire beambten en hun inwonende gezinsleden zijn vrijgesteld van alle verplichtingen krachtens de wetten en regelingen van de ontvangende Staat met betrekking tot vreemdelingenregistratie en verblijfsvergunningen.
De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn evenwel niet van toepassing op een consulaire beambte die niet in vaste dienst van de zendstaat is of die in de ontvangende Staat een eigen winstgevend beroep uitoefent of op een gezinslid van zulk een beambte.
Artikel 47. Vrijstelling van werkvergunning
De leden van de consulaire post zijn ten aanzien van voor de zendstaat verrichte diensten, vrijgesteld van elke verplichting met betrekking tot werkvergunningen opgelegd door de wetten en regelingen van de ontvangende Staat betreffende de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten.
Leden van het particuliere personeel van consulaire ambtenaren en van consulaire beambten zijn, indien zij geen ander op winst gericht beroep in de ontvangende Staat uitoefenen, vrijgesteld van de verplichtingen bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
Artikel 48. Vrijstelling van verplichte deelname aan sociale verzekeringen
Met inachtneming van de bepalingen van het derde lid van dit artikel zijn de leden van de consulaire post ten aanzien van door hen voor de zendstaat verrichte diensten, alsmede hun inwonende gezinsleden, vrijgesteld van de eventueel in de ontvangende Staat van kracht zijnde voorschriften op het gebied van de sociale verzekering.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde vrijstelling geldt ook voor leden van het particuliere personeel die uitsluitend in dienst zijn van leden van de consulaire post, op voorwaarde:
- (a). dat zij geen onderdaan zijn van of duurzaam verblijf houden in de ontvangende Staat: en
- (b). dat op hen de voorschriften op het gebied van de sociale verzekering van toepassing zijn, die in de zendstaat of in een derde Staat van kracht zijn.
Leden van de consulaire post die personen in dienst hebben waarop de in het tweede lid van dit artikel bedoelde vrijstelling niet van toepassing is, dienen de verplichtingen in acht te nemen, die de voorschriften op het gebied van de sociale verzekering van de ontvangende Staat aan werkgevers opleggen.
De in het eerste en het tweede lid van dit artikel bedoelde vrijstelling sluit vrijwillige deelneming aan het stelsel van sociale verzekering van de ontvangende Staat niet uit, mits deze Staat deelneming toestaat.
Artikel 49. Vrijstelling van belasting
Consulaire ambtenaren en consulaire beambten alsmede hun inwonende gezinsleden zijn vrijgesteld van alle belastingen en rechten, zowel persoonlijke als zakelijke, hetzij landelijke, dan wel gewestelijke of gemeentelijke belastingen met uitzondering van:
- (a). indirecte belastingen die normaal in de prijs van de goederen of diensten begrepen zijn;
- (b). belastingen of rechten op particulier onroerend goed dat gelegen is op het grondgebied van de ontvangende Staat, met inachtneming van de bepalingen van artikel 32;
- (c). door de ontvangende Staat met inachtneming van de bepalingen van lid (b) van artikel 51 geheven successierechten en overdrachtsrechten;
- (d). belastingen en rechten op particulier inkomen, daaronder begrepen vermogenswinsten, welks bron is gelegen in de ontvangende Staat en vermogensbelastingen op in commerciële of financiële ondernemingen in de ontvangende Staat belegd vermogen;
- (e). heffingen wegens bepaalde verleende diensten;
- (f). registratie-, griffie- en hypotheekrechten en zegelrecht, behoudens het bepaalde in artikel 32.
Leden van het bedienend personeel zijn vrijgesteld van rechten en belastingen op het loon dat zij voor hun diensten ontvangen.
Leden van de consulaire post die personen in dienst hebben wier loon of salaris niet vrijgesteld is van inkomstenbelasting in de ontvangende Staat houden zich aan de verplichtingen welke de wetten en regelingen van die Staat met betrekking tot de heffing van inkomstenbelasting opleggen aan werkgevers.
Artikel 50. Vrijstelling van douanerechten en douaneonderzoek
De ontvangende Staat laat de binnenkomst toe van:
- (a). goederen voor het officiële gebruik van de consulaire post;
- (b). goederen voor het persoonlijke gebruik van een consulaire ambtenaar of inwonende gezinsleden, daaronder begrepen goederen voor zijn inrichting. De goederen bedoeld voor verbruik mogen de hoeveelheden die noodzakelijk zijn voor het direct gebruik door de betrokken personen niet te boven gaan en verleent vrijstelling van alle douanerechten, belastingen en daarmee verband houdende heffingen, met uitzondering van heffingen voor opslag, vervoer en dergelijke diensten, ten aanzien van die goederen, een en ander in overeenstemming met eventueel door deze Staat aan te nemen wetten en regelingen.
Consulaire beambten genieten de in het eerste lid van dit artikel omschreven voorrechten en vrijstellingen met betrekking tot goederen, ingevoerd op het tijdstip waarop zij zich de eerste keer inrichten.
De persoonlijke bagage die consulaire ambtenaren en hun inwonende gezinsleden vergezelt, is vrijgesteld van douaneonderzoek. Zij mag slechts worden onderzocht indien er ernstige redenen bestaan om aan te nemen dat zij andere goederen bevat dan die bedoeld in letter (b) van het eerste lid van dit artikel, of goederen waarvan de in- of uitvoer verboden is door de wetten en regelingen van de ontvangende Staat, ofwel goederen die onderworpen zijn aan wetten en regelingen van die Staat met betrekking tot quarantaine. Onderzoek mag slechts plaats vinden in aanwezigheid van de betrokken consulaire ambtenaar of het betrokken gezinslid.
Artikel 51. Nalatenschap van een lid van de consulaire post of van een gezinslid
In geval van overlijden van een lid van de consulaire post of van een inwonend gezinslid, dient de ontvangende Staat:
- (a). de uitvoer toe te staan van de roerende goederen van de overledene, met uitzondering van in die Staat verworven goederen waarvan de uitvoer op het tijdstip van zijn overlijden verboden is;
- (b). geen landelijke, gewestelijke of gemeentelijke successierechten en overdrachtsrechten te heffen op roerende goederen, waarvan de aanwezigheid in de ontvangende Staat uitsluitend het gevolg was van de aanwezigheid aldaar van de overledene als lid van de consulaire post of als gezinslid van een lid van de consulaire post.
Artikel 52. Vrijstelling van persoonlijk dienstbetoon en persoonlijke bijdragen
De ontvangende Staat stelt leden van de consulaire post en hun inwonende gezinsleden vrij van elk persoonlijk dienstbetoon, van elk openbaar dienstbetoon van welke aard dan ook, en van militaire verplichtingen zoals vordering, militaire bijdragen en inkwartiering.
Artikel 53. Begin en beëindiging van consulaire voorrechten en immuniteiten
Ieder lid van de consulaire post geniet de voorrechten en immuniteiten waarin dit Verdrag voorziet vanaf het ogenblik waarop hij het grondgebied van de ontvangende Staat betreedt om zijn functie te aanvaarden, of, indien hij zich reeds op het grondgebied van die Staat bevindt, vanaf het ogenblik waarop hij zijn werkzaamheden bij de consulaire post aanvaardt.
Inwonende gezinsleden van een lid van de consulaire post en leden van zijn particuliere personeel genieten de voorrechten en immuniteiten waarin dit Verdrag voorziet met ingang van de datum waarop hij voorrechten en immuniteiten geniet overeenkomstig het eerste lid van dit artikel of met ingang van de datum dat zij het grondgebied van de ontvangende Staat binnentreden of met ingang van de datum dat zij lid worden van het gezin of van het particuliere personeel, al naar gelang welke van deze data de laatste is.
Wanneer de werkzaamheden van een lid van de consulaire post zijn beëindigd, houden zijn voorrechten en immuniteiten en die van een inwonend gezinslid of van een lid van zijn particuliere personeel als regel op te bestaan op het ogenblik waarop hij de ontvangende Staat verlaat, of na het verstrijken van een redelijke termijn om deze Staat te verlaten, al naar gelang welke van deze twee data de eerste is, doch zij blijven tot dat tijdstip van kracht, zelfs in geval van een gewapend conflict. De voorrechten en immuniteiten van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde personen vervallen wanneer deze personen niet meer inwonend zijn of niet meer in dienst zijn van een lid van de consulaire post, met dien verstande evenwel dat indien zulke personen van plan zijn de ontvangende Staat binnen een redelijke termijn daarna te verlaten, hun voorrechten en immuniteiten van kracht blijven tot het tijdstip van vertrek.
Met betrekking evenwel tot handelingen verricht door een consulaire ambtenaar of een consulaire beambte bij de uitoefening van zijn werkzaamheden, blijft de immuniteit van rechtsmacht zonder tijdslimiet van kracht.
Ingeval van het overlijden van een lid van de consulaire post, blijven de inwonende gezinsleden de hun verleende voorrechten en immuniteiten genieten totdat zij de ontvangende Staat verlaten of tot het verstrijken van een redelijke termijn die hun voor dit doel is toegestaan, al naar gelang welke van deze twee data de eerste is.
Artikel 54. Verplichtingen van derde Staten
Indien een consulaire ambtenaar op doorreis is door, of zich bevindt op het grondgebied van een derde Staat, die hem een visum heeft verleend indien zulk een visum vereist was, terwijl hij op weg is om zijn werkzaamheden op zijn post te aanvaarden of om naar zijn post terug te keren, of wanneer hij naar de zendstaat terugkeert, verleent de derde Staat hem alle immuniteiten waarin de andere artikelen van dit Verdrag voorzien voor zijn doorreis of terugkeer. Hetzelfde geldt voor de inwonende gezinsleden die voorrechten en immuniteiten genieten en die de consulaire ambtenaar vergezellen of afzonderlijk reizen of zich bij hem te voegen of naar de zendstaat terug te keren.
In omstandigheden die van dezelfde aard zijn als die omschreven in het tweede lid van dit artikel, belemmeren derde Staten niet de doorreis door hun grondgebied van andere leden van de consulaire post of van inwonende gezinsleden.
Derde Staten verlenen aan officiële briefwisseling en aan andere officiële berichten die via hun grondgebied worden geleid, waaronder begrepen codeberichten, dezelfde vrijheid en bescherming als de ontvangende Staat krachtens dit Verdrag moeten verlenen. Zij verlenen de consulaire koeriers aan wie een visum is verleend indien zulk een visum vereist was, en consulaire koerierszendingen die via hun grondgebied worden geleid, dezelfde onschendbaarheid en bescherming als de ontvangende Staat krachtens dit Verdrag moet verlenen.
De verplichtingen van derde Staten krachtens het eerste, tweede en derde lid van dit artikel zijn ook van toepassing op de in deze leden onderscheidenlijk genoemde personen, alsmede op officiële berichten en consulaire koerierszendingen, waarvan de aanwezigheid op het grondgebied van de derde Staat aan overmacht te wijten is.
Artikel 55. Eerbiediging van de wetten en regelingen van de ontvangende Staat
Onverminderd hun voorrechten en immuniteiten is het de plicht van alle personen die deze voorrechten en immuniteiten genieten de wetten en regelingen van de ontvangende Staat te eerbiedigen. Zij hebben ook de plicht zich niet te mengen in de binnenlandse aangelegenheden van die Staat.
De gebouwen van de consulaire post mogen niet worden gebruikt op een wijze die onverenigbaar is met de consulaire werkzaamheden.
De bepalingen van het tweede lid van dit artikel sluiten de mogelijkheid niet uit dat kantoren van andere instellingen of agentschappen worden ondergebracht in een gedeelte van het bouwwerk waarin de consulaire gebouwen zijn ondergebracht, mits de hun toegewezen gebouwen gescheiden zijn van die welke worden gebruikt door de consulaire post. In zulke gevallen worden deze kantoren, wat dit Verdrag betreft, niet geacht deel uit te maken van de consulaire gebouwen.
Artikel 56. Wettelijke aansprakelijkheidsverzekering
De leden van de consulaire post dienen zich te houden aan alle verplichtingen opgelegd door de wetten en regelingen van de ontvangende Staat met betrekking tot wettelijke aansprakelijkheidsverzekering in verband met het gebruik van een voertuig, vaartuig of luchtvaartuig.
Artikel 57. Bijzondere bepalingen betreffende de uitoefening van een particulier op winst gericht beroep of bedrijf
Beroeps-consulaire ambtenaren mogen in de ontvangende Staat geen beroeps- of bedrijfsbezigheid uitoefenen gericht op persoonlijk gewin.
De voorrechten en immuniteiten waarin dit hoofdstuk voorziet worden niet toegekend:
- (a). aan consulaire beambten of aan leden van het bedienend personeel die in de ontvangende Staat een particulier winstgevend beroep of bedrijf uitoefenen;
- (b). aan leden van het gezin van een in alinea (a) van dit lid bedoelde persoon of aan leden van zijn particulier personeel;
- (c). aan leden van het gezin van een lid van een consulaire post die zelf een particulier winstgevend beroep of bedrijf in de ontvangende Staat uitoefenen.
Hoofdstuk III. Regels betreffende honoraire consulaire ambtenaren en consulaire posten die door zulke ambtenaren worden geleid
Artikel 58. Algemene bepalingen met betrekking tot faciliteiten, voorrechten en immuniteiten
De artikelen 28, 29, 30, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 54, derde lid, en 55, tweede en derde lid, zijn van toepassing op consulaire posten die geleid worden door een honoraire consulaire ambtenaar. Bovendien worden de faciliteiten, voorrechten en immuniteiten van dergelijke consulaire posten beheerst door de artikelen 59, 60, 61 en 62.
De artikelen 42 en 43, 44, derde lid, 45, 53 en 55, eerste lid, zijn van toepassing op honoraire consulaire ambtenaren. Bovendien worden de faciliteiten, voorrechten en immuniteiten van dergelijke consulaire ambtenaren beheerst door de artikelen 63, 64, 65, 66 en 67.
De voorrechten en immuniteiten waarin dit Verdrag voorziet worden niet toegekend aan gezinsleden van een honoraire consulaire ambtenaar of van een consulaire beambte die werkzaam is bij een consulaire post die wordt geleid door een honoraire consulaire ambtenaar.
De uitwisseling van consulaire koerierszendingen tussen twee consulaire posten die geleid worden door honoraire consulaire ambtenaren en gelegen zijn in verschillende Staten is slechts toegestaan met toestemming van de twee betrokken ontvangende Staten.
Artikel 59. Bescherming van de consulaire gebouwen
De ontvangende Staat neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om de consulaire gebouwen van een consulaire post die geleid wordt door een honoraire consulaire ambtenaar te beschermen tegen indringers en tegen het toebrengen van schade en te verhinderen dat de rust van de consulaire post op enigerlei wijze wordt verstoord of aan zijn waardigheid afbreuk wordt gedaan.
Artikel 60. Vrijstelling van belasting van consulaire gebouwen
De consulaire gebouwen van een consulaire post die geleid wordt door een honoraire consulaire ambtenaar waarvan de zendstaat de eigenaar of huurder is, zijn vrijgesteld van alle landelijke, gewestelijke of gemeentelijke belastingen en rechten, tenzij zij worden geheven wegens het verlenen van bepaalde diensten.
De vrijstelling van belasting bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op deze belastingen en rechten indien zij krachtens de wetten en regelingen van de ontvangende Staat moeten worden betaald door de persoon die met de zendstaat een overeenkomst heeft gesloten.
Artikel 61. Onschendbaarheid der consulaire archieven en documenten
De consulaire archieven en documenten van een consulaire post die geleid wordt door een honoraire consulaire ambtenaar zijn te allen tijde en waar deze zich ook mogen bevinden onschendbaar, mits zij gescheiden worden gehouden van andere papieren en documenten en in het bijzonder van de particuliere correspondentie van het hoofd van een consulaire post en van iedere persoon die met hem samenwerkt, alsmede van de goederen, boeken of documenten die betrekking hebben op hun beroep of bedrijf.
Artikel 62. Vrijstelling van douanerechten
De ontvangende Staat laat in overeenstemming met eventueel door deze Staat aan te nemen wetten en regelingen, de binnenkomst toe van, en verleent vrijstelling van alle douanerechten, belastingen en daarmee verband houdende heffingen, met uitzondering van heffingen voor opslag, vervoer en dergelijke diensten, voor de volgende goederen, mits deze bestemd zijn voor het officiële gebruik van een consulaire post die geleid wordt door een honoraire consulaire ambtenaar: wapenschilden, vlaggen, naamborden, zegels en stempels, boeken, officieel drukwerk, kantoormeubilair, kantoorbenodigdheden en dergelijke door of op verzoek van de zendstaat aan de consulaire post verstrekte goederen.
Artikel 63. Strafprocedure
Indien tegen een honoraire consulaire ambtenaar een strafprocedure wordt ingesteld, moet hij voor de bevoegde autoriteiten verschijnen. Deze procedure moet evenwel worden gevoerd met de eerbied die hem vanwege zijn officiële positie toekomt en, behalve wanneer hij gearresteerd is of zich in hechtenis bevindt, op een wijze die de uitoefening van de consulaire werkzaamheden zo weinig mogelijk bemoeilijkt. Wanneer het noodzakelijk is geworden een honoraire consulaire ambtenaar in voorlopige hechtenis te nemen, dient de procedure tegen hem zo spoedig mogelijk te worden aangevangen.
Artikel 64. Bescherming van honoraire consulaire ambtenaren
De ontvangende Staat is verplicht een honoraire consulaire ambtenaar de bescherming te verlenen die hem uit hoofde van zijn officiële positie toekomt.
Artikel 65. Vrijstelling van vreemdelingenregistratie en verblijfsvergunning
Honoraire consulaire ambtenaren, met uitzondering van hen die in de ontvangende Staat een op winst gericht beroep of bedrijf uitoefenen, zijn vrijgesteld van alle verplichtingen krachtens de wetten en regelingen van de ontvangende Staat met betrekking tot vreemdelingenregistratie en verblijfsvergunning.
Artikel 66. Vrijstelling van belasting
Een honoraire consulaire ambtenaar is vrijgesteld van alle belastingen en rechten op de onkostenvergoedingen en emolumenten die hij van de zendstaat ontvangt met betrekking tot de uitoefening van consulaire werkzaamheden.
Artikel 67. Vrijstelling van persoonlijk dienstbetoon en persoonlijke bijdragen
De ontvangende Staat stelt honoraire consulaire ambtenaren vrij van elk persoonlijk dienstbetoon, van elk openbaar dienstbetoon van welke aard dan ook, en van militaire verplichtingen zoals vordering, militaire bijdragen en inkwartiering.
Artikel 68. Facultatief karakter van het instituut honoraire consulaire ambtenaren
Het staat iedere Staat vrij te beslissen of hij honoraire consulaire ambtenaren wil benoemen of ontvangen.
Hoofdstuk IV. Algemene bepalingen
Artikel 69. Consulaire agenten die geen hoofd van een consulaire post zijn
Het staat elke Staat vrij te beslissen of hij consulaire agentschappen wil oprichten of toelaten, die worden geleid door consulaire agenten die door de zendstaat niet zijn aangewezen als hoofd van een consulaire post.
De voorwaarden waaronder de in het eerste lid van dit artikel bedoelde consulaire agentschappen hun werkzaamheden kunnen uitoefenen en de voorrechten en immuniteiten die de consulaire agenten die er de leiding van hebben kunnen genieten, worden vastgesteld in overeenstemming tussen de zendstaat en de ontvangende Staat.
Artikel 70. De uitoefening van consulaire werkzaamheden door diplomatieke zendingen
De bepalingen van dit Verdrag zijn eveneens van toepassing op de uitoefening van consulaire werkzaamheden door een diplomatieke zending, en wel voor zover dit Verdrag zulks toelaat.
De namen van de leden van een diplomatieke zending die zijn verbonden aan de consulaire afdeling of anderszins zijn belast met de uitoefening van de consulaire werkzaamheden van de zending, worden medegedeeld aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende Staat of aan de door dat Ministerie aangewezen autoriteit.
Bij de uitoefening van consulaire werkzaamheden kan een diplomatieke zending zich richten tot:
- (a). de plaatselijke autoriteiten van het consulaire ressort;
- (b). de centrale overheid van de ontvangende Staat, indien zulks is toegestaan door de wetten, regelingen en gebruiken van de ontvangende Staat of door hierop betrekking hebbende internationale overeenkomsten.
De voorrechten en immuniteiten van de leden van een in het tweede lid van dit artikel bedoelde diplomatieke zending blijven beheerst door de regels van het internationale recht betreffende diplomatieke betrekkingen.
Artikel 71. Onderdanen of ingezetenen van de ontvangende Staat
Behalve voor zover bijkomende faciliteiten, voorrechten en immuniteiten door de ontvangende Staat worden verleend, genieten consulaire ambtenaren die onderdaan zijn van, of duurzaam verblijf houden in de ontvangende Staat slechts immuniteit van rechtsmacht en persoonlijke onschendbaarheid met betrekking tot officiële handelingen verricht in de uitoefening van hun werkzaamheden, alsmede het in het derde lid van artikel 44 bedoelde voorrecht. Voor zover het deze consulaire ambtenaren betreft, is de ontvangende Staat eveneens gebonden door de in artikel 42 neergelegde verplichting. Indien tegen zulk een consulaire ambtenaar een strafprocedure wordt aanhangig gemaakt, wordt deze procedure, behalve wanneer hij is gearresteerd of zich in hechtenis bevindt, gevoerd op een wijze die de uitoefening van de consulaire werkzaamheden zo weinig mogelijk bemoeilijkt.
Andere leden van de consulaire post die onderdaan zijn van, of duurzaam verblijf houden in de ontvangende Staat en hun gezinsleden, alsmede de gezinsleden van de consulaire ambtenaren bedoeld in het eerste lid van dit artikel, genieten slechts faciliteiten, voorrechten en immuniteiten voor zover deze hun door de ontvangende Staat worden verleend. Die gezinsleden van leden van de consulaire post en die leden van het particuliere personeel die zelf onderdaan zijn van, of duurzaam verblijf houden in de ontvangende Staat genieten eveneens slechts faciliteiten, voorrechten en immuniteiten voor zover deze hun door de ontvangende Staat worden verleend. De ontvangende Staat oefent echter zijn rechtsmacht over deze personen uit op een wijze die de uitoefening van de werkzaamheden van de consulaire post niet onnodig hindert.
Artikel 72. Non-discriminatie
Bij de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag maakt de ontvangende Staat geen onderscheid tussen de Staten.
Onderscheid wordt evenwel niet geacht te zijn gemaakt:
- (a). indien de ontvangende Staat enigerlei bepaling van dit Verdrag op beperkte wijze toepast omdat die bepaling op zijn consulaire posten in de zendstaat beperkt wordt toegepast;
- (b). indien krachtens gewoonterecht of overeenkomst de Staten elkaar een gunstiger behandeling toekennen dan bij dit Verdrag is voorgeschreven.
Artikel 73. De verhouding tussen dit Verdrag en andere internationale overeenkomsten
De bepalingen van dit Verdrag laten andere internationale overeenkomsten die van kracht zijn tussen de Staten die daarbij partij zijn, onverlet.
Geen enkele bepaling van dit Verdrag verhindert de Staten internationale overeenkomsten te sluiten die de bepalingen van dit Verdrag bevestigen, aanvullen of uitbreiden of de werkingssfeer daarvan vergroten.
Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Artikel 74. Ondertekening
Dit Verdrag staat open ter ondertekening door alle Staten die lid zijn van de Verenigde Naties of van een der gespecialiseerde organisaties, dan wel Partij zijn bij het statuut van het Internationale Gerechtshof, alsmede door elke andere Staat die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties wordt uitgenodigd Partij bij dit Verdrag te worden, en wel: tot 31 oktober 1963 bij het Bondsministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Oostenrijk en na die datum, tot 31 maart 1964, bij de zetel der Verenigde Naties te New York.
Artikel 75. Bekrachtiging
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 76. Toetreding
Dit Verdrag blijft open voor toetreding door elke Staat die tot een van de vier in artikel 74 bedoelde categorieën behoort. De akten van toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 77. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking op de dertigste dag na de datum van nederlegging van de tweeëntwintigste akte van bekrachtiging of toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Ten aanzien van elke Staat die dit Verdrag bekrachtigt of ertoe toetreedt na de nederlegging van de tweeëntwintigste akte van bekrachtiging of toetreding, treedt het Verdrag in werking op de dertigste dag na de datum waarop die Staat zijn akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd.
Artikel 78. Kennisgeving door de Secretaris-Generaal
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties stelt alle Staten die tot een van de vier in artikel 74 bedoelde categorieën behoren, in kennis van:
- (a). de ondertekening van dit Verdrag, en de nederlegging van akten van bekrachtiging of toetreding overeenkomstig de artikelen 74, 75 en 76;
- (b). de datum waarop dit Verdrag overeenkomstig artikel 77 in werking zal treden.
Artikel 79. Authentieke teksten
Het origineel van dit Verdrag, waarvan de Chinese, Engelse, Franse, Russische en Spaanse teksten gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften ervan doet toekomen aan alle Staten die behoren tot een van de vier in artikel 74 bedoelde categorieën.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned Plenipotentiaries, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed the present Convention.
DONE at Vienna, this twenty-fourth day of April, one thousand nine hundred and sixty-three.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)