Douaneovereenkomst inzake faciliteiten voor de invoer van goederen bestemd om op tentoonstellingen, beurzen, congressen of soortgelijke manifestaties te worden getoond of gebruikt

Type Verdrag
Publication 1964-04-18
State In force
Source BWB
artikelen 25
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

PREAMBULE

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Vergaderende onder auspiciën van de Internationale Douaneraad, met medewerking van de Economische Commissie voor Europa (E.C.E.) van de Verenigde Naties en de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (U.N.E.S.C.O.),

Gelet op voorstellen gedaan door vertegenwoordigers van de internationale handel en andere belanghebbenden,

Geleid door de wens het tonen van goederen op tentoonstellingen, beurzen, congressen of soortgelijke manifestaties van commerciële, technische, godsdienstige, opvoedkundige, wetenschappelijke, culturele of liefdadige aard te vergemakkelijken,

Ervan overtuigd, dat de aanvaarding van algemene regelen betreffende de douanebehandeling van zodanige goederen aanzienlijke voordelen zal geven aan de internationale handel en de internationale uitwisseling van denkbeelden en kennis zal bevorderen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

In deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a. „manifestatie”: met uitzondering van tentoonstellingen die voor particuliere doeleinden, in winkels of handelsgebouwen zijn ingericht met het oog op de verkoop van buitenlandse goederen;
    1. een tentoonstelling, beurs of soortgelijke manifestatie van handel, industrie, landbouw en nijverheid; of
    1. een tentoonstelling of een manifestatie die in hoofdzaak voor een liefdadig doel wordt gehouden; of
    1. een tentoonstelling of een manifestatie die in hoofdzaak wordt gehouden met een wetenschappelijk, technisch, ambachtelijk, artistiek, opvoedkundig of cultureel, sportief, godsdienstig of kerkelijk doel of ter bevordering van de vriendschap tussen volkeren; of
    1. een bijeenkomst van vertegenwoordigers van internationale organisaties of internationale groeperingen van organisaties; of
    1. een plechtigheid met een officieel of herdenkend karakter;
  • b. „rechten bij invoer”, de douanerechten en alle andere rechten en belastingen, geheven bij of ter zake van de invoer, alsmede alle accijnzen en binnenlandse belastingen waaraan ingevoerde goederen zijn onderworpen, echter met uitzondering van leges en heffingen die beperkt zijn tot de geschatte kosten van verleende diensten en die geen verkapte bescherming van binnenlandse produkten inhouden, noch het karakter hebben van fiscale heffingen op de invoer;
  • c. „tijdelijke invoer”, de tijdelijke invoer met vrijstelling van rechten bij invoer en van invoerverboden en -beperkingen onder voorwaarde van wederuitvoer;
  • e. „persoon”, zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon, tenzij uit het tekstverband anders blijkt.

HOOFDSTUK II. Tijdelijke invoer

Artikel 2

1.

Tijdelijke invoer wordt toegestaan voor:

  • a. goederen bestemd om op een manifestatie te worden getoond of gedemonstreerd;
  • b. goederen bestemd om te worden gebruikt bij het vertonen van buitenlandse produkten op een manifestatie, zoals:
  • (i). goederen benodigd voor de demonstratie van tentoongestelde buitenlandse machines of apparaten;
  • (ii). constructie- en decoratiemateriaal, met inbegrip van elektrische uitrusting, voor de tijdelijke stands van de buitenlandse inzenders;
  • (iii). reclame- en demonstratiemateriaal dat kennelijk bestemd is om te worden gebruikt bij het maken van reclame voor de tentoongestelde buitenlandse goederen, zoals klankopnamen, films en lantaarnplaatjes alsmede toestellen voor het gebruik daarvan.
  • c. materiaal, met inbegrip van apparatuur voor tolken, klankopnametoestellen en films van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, bestemd voor gebruik op internationale bijeenkomsten, conferenties of congressen.
2.

De faciliteiten als bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden verleend onder voorwaarde dat:

  • a. bij wederuitvoer de identiteit van de goederen kan worden vastgesteld;
  • b. het aantal of de hoeveelheid van de ingevoerde artikelen van dezelfde soort, gelet op hun bestemming, redelijk is;
  • c. de douaneautoriteiten van het land van tijdelijke invoer ervan overtuigd zijn dat de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden zullen worden nagekomen.

Artikel 3

Zolang de goederen waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan de faciliteiten genieten voorzien in deze Overeenkomst worden zij, tenzij de wetten en voorschriften van het land van tijdelijke invoer dit toestaan:

  • a. niet uitgeleend of verhuurd, noch gebruikt tegen vergoeding;
  • b. niet buiten de plaats gebracht waar de manifestatie wordt gehouden.

Artikel 4

1.

Goederen waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan moeten weder worden uitgevoerd binnen zes maanden na de datum van invoer. De douaneautoriteiten van het land van tijdelijke invoer kunnen evenwel, gelet op de omstandigheden en in het bijzonder op de duur en de aard van de manifestatie, eisen dat de goederen weder worden uitgevoerd binnen een kortere termijn, die echter ten minste een periode van een maand na de afloop van de manifestatie moet omvatten.

2.

Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid van dit artikel staan de douaneautoriteiten toe, dat goederen die zullen worden getoond of gebruikt op een volgende manifestatie, in het land van tijdelijke invoer blijven, onder voorwaarde dat de bepalingen van de wetten en voorschriften van dat land worden nagekomen en dat de goederen binnen één jaar na de datum van invoer weder worden uitgevoerd.

3.

De douaneautoriteiten kunnen om geldige redenen en binnen de grenzen voorgeschreven door de wetgeving en voorschriften van het land van tijdelijke invoer een langere termijn toestaan dan is voorzien in het eerste en tweede lid van dit artikel dan wel de eerste termijn verlengen.

4.

Indien goederen waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan niet kunnen worden wederuitgevoerd als gevolg van een inbeslagneming of beslaglegging, anders dan op vordering van particulieren, wordt de verplichting tot wederuitvoer voorzien in dit artikel opgeschort voor de duur van het beslag.

Artikel 5

1.

Niettegenstaande de in deze Overeenkomst neergelegde verplichting tot wederuitvoer wordt geen wederuitvoer geëist van ernstig beschadigde goederen, goederen van geringe waarde en aan bederf onderhevige goederen, mits, al naar gelang de douaneautoriteiten zulks vorderen, de goederen:

  • a. hetzij worden onderworpen aan de rechten bij invoer verschuldigd terzake van die invoer;
  • b. hetzij vrij van alle kosten worden afgestaan ten gunste van de schatkist van het land van tijdelijke invoer;
  • c. hetzij onder ambtelijk toezicht worden vernietigd zonder kosten voor de schatkist van het land van tijdelijke invoer.
2.

Aan de goederen waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan kan een andere bestemming worden gegeven dan de wederuitvoer, in het bijzonder binnenlands verbruik, mits wordt voldaan aan de voorwaarden en formaliteiten die krachtens de wetten en voorschriften van het land van tijdelijke invoer van toepassing zouden zijn indien de goederen rechtstreeks uit het buitenland zouden zijn ingevoerd.

HOOFDSTUK III. Vrijstelling van rechten bij invoer

Artikel 6

1.

Tenzij op grond van artikel 23 van de Overeenkomst voor bepaalde goederen een voorbehoud is gemaakt, worden de rechten bij invoer niet geheven en de invoerverboden en -beperkingen niet toegepast, en wordt, wanneer tijdelijke invoer is toegestaan, de wederuitvoer niet geëist voor de volgende goederen:

  • a. kleine monsters die kenmerkend zijn voor op een manifestatie tentoongestelde buitenlandse goederen, met inbegrip van monsters van levensmiddelen en dranken, die zijn ingevoerd in de vorm van monsters of op die manifestatie zijn vervaardigd van onverpakt ingevoerde goederen, onder voorwaarde dat:
  • (i). de monsters gratis geleverd zijn uit het buitenland en uitsluitend worden gebruikt voor uitdeling om niet voor persoonlijk gebruik of verbruik aan de bezoekers van de manifestatie,
  • (ii). de monsters als reclamemateriaal kunnen worden onderkend en de waarde per eenheid gering is,
  • (iii). de monsters ongeschikt zijn voor handelsdoeleinden en in daartoe geëigende gevallen, verpakt zijn in aanzienlijk kleinere hoeveelheden dan de kleinste kleinhandelsverpakking,
  • (iv). de monsters van levensmiddelen en dranken die niet worden uitgereikt in een verpakking als bedoeld onder iii, worden verbruikt op de manifestatie,
  • (v). de globale waarde en de hoeveelheid van de monsters naar de mening van de douaneautoriteiten van het land van invoer redelijk is gelet op de aard van de manifestatie, het aantal bezoekers, en de omvang van de deelneming van de inzender;
  • b. goederen die uitsluitend worden ingevoerd om te worden gedemonstreerd of om de werking van tentoongestelde buitenlandse machines en apparaten te demonstreren en die worden verbruikt of vernietigd tijdens de demonstratie, onder voorwaarde dat de globale waarde en de hoeveelheid van zodanige goederen naar de mening van de douaneautoriteiten van het land van invoer redelijk zijn, gelet op de aard van de manifestatie, het aantal bezoekers en de omvang van de deelneming van de inzender;
  • c. goederen van geringe waarde verbruikt bij de bouw, de inrichting en de verfraaiing van tijdelijke stands van buitenlandse inzenders (verf, lak, behangselpapier, enz.);
  • d. drukwerk, catalogi, prospectussen, prijscouranten, aanplakbiljetten, al dan niet geïllustreerde kalenders, niet ingelijste foto's, kennelijk bestemd om te dienen als reclamemateriaal voor op een manifestatie tentoongestelde buitenlandse goederen, onder voorwaarde dat:
  • (i). zij gratis worden geleverd uit het buitenland en uitsluitend worden gebruikt voor uitdeling om niet aan het bezoekende publiek ter plaatse van de manifestatie en,
  • (ii). de globale waarde en hoeveelheid van deze goederen naar de mening van de douaneautoriteiten van het land van invoer, redelijk zijn, gelet op de aard van de manifestatie, het aantal bezoekers en de omvang van de deelneming van de inzender.
2.

De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn niet van toepassing op alcoholhoudende dranken, tabaksfabrikaten en brandstoffen.

Artikel 7

De invoer van dossiers, registers, formulieren en andere documenten, bestemd om op of in verband met internationale bijeenkomsten, conferenties of congressen te worden gebezigd, is vrijgesteld van rechten bij invoer en van invoerverboden of -beperkingen.

HOOFDSTUK IV. Vereenvoudiging van formaliteiten

Artikel 8

Elke Overeenkomstsluitende Partij brengt de douaneformaliteiten vereist in verband met de faciliteiten van deze Overeenkomst tot een minimum terug. Alle voorschriften dienaangaande worden zo spoedig mogelijk bekendgemaakt.

Artikel 9

1.

Indien een Overeenkomstsluitende Partij tot nakoming van de voorwaarden verbonden aan de toekenning van de faciliteiten van deze Overeenkomst zekerheidstelling eist, mag deze zekerheid het bedrag van de te heffen rechten bij invoer met niet meer dan 10% te boven gaan.

2.

Deze Overeenkomstsluitende Partij zal evenwel ernstig overwegen, om in alle gevallen waar dit mogelijk is, een algemene zekerheidstelling door de organisatoren van de manifestatie of door een andere door de douaneautoriteiten erkende persoon te aanvaarden in plaats van de individuele zekerheidstelling die volgens het eerste lid van dit artikel kan worden geëist.

Artikel 10

1.

Verificatie en vrijmaking bij invoer of bij wederuitvoer van goederen die zullen worden of zijn tentoongesteld of gebruikt op een manifestatie, worden waar mogelijk en wenselijk, verricht ter plaatse van die manifestatie.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal in de gevallen waarin zij zulks wenselijk acht in verband met de belangrijkheid en de omvang van de manifestatie, ernstig overwegen om voor een redelijke tijdsduur een douanekantoor te vestigen ter plaatse waar de manifestatie in haar gebied wordt gehouden.

3.

Goederen waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan mogen in één of meer zendingen weder worden uitgevoerd langs ieder douanekantoor dat daartoe is opengesteld, ook als dit kantoor een ander is dan het kantoor van invoer, tenzij de invoerder zich, teneinde van een vereenvoudigde procedure gebruik te kunnen maken, verplicht heeft de goederen weder uit te voeren langs het kantoor van invoer.

HOOFDSTUK V. Algemene bepalingen

Artikel 11

Produkten die tijdens de manifestatie uit tijdelijk ingevoerde goederen verkregen worden uitsluitend als gevolg van de demonstratie van tentoongestelde machines en apparaten, zijn onderworpen aan de bepalingen van deze Overeenkomst.

Artikel 12

De bepalingen van deze Overeenkomst bevatten minimumfaciliteiten en beletten niet de toepassing van ruimere faciliteiten die bepaalde Overeenkomstsluitende Partijen toestaan of in de toekomst eventueel zullen toestaan, hetzij unilateraal, hetzij krachtens bilaterale of multilaterale overeenkomsten.

Artikel 13

Voor de toepassing van deze Overeenkomst kunnen de gebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen die een douane-unie of een economische unie vormen worden beschouwd als één gebied.

Artikel 14

De bepalingen van deze Overeenkomst beletten niet de toepassing van:

  • a. nationale of op overeenkomst berustende bepalingen, andere dan douanebepalingen, betreffende de organisatie van manifestaties;
  • b. verboden en beperkingen opgelegd in nationale regelingen op grond van overwegingen van openbare zedelijkheid of orde, openbare veiligheid, hygiëne of volksgezondheid, diergeneeskundige of planteziektekundige overwegingen of wel om redenen van bescherming van octrooien, fabrieks- en handelsmerken, auteursrechten en kopijrechten.

Artikel 15

Elke inbreuk op de bepalingen van deze Overeenkomst, elke verwisseling, valse verklaring of handeling, die tot gevolg heeft dat een persoon of een voorwerp ten onrechte de voordelen geniet van de in deze Overeenkomst neergelegde regelen stelt de overtreder in het land waar het strafbare feit is begaan bloot aan de straffen voorzien in de wetgeving van dat land en aan de betaling van de verschuldigde rechten bij invoer.

HOOFDSTUK VI. Slotbepalingen

Artikel 16

1.

De Overeenkomstsluitende Partijen komen, indien nodig, in vergadering bijeen ten einde de werking van deze Overeenkomst te onderzoeken en, in het bijzonder, om te onderzoeken welke maatregelen moeten worden genomen ter verzekering van een eenvormige uitlegging en toepassing van deze Overeenkomst.

2.

Zodanige vergaderingen worden bijeengeroepen door de Secretaris-Generaal van de Raad op verzoek van één of meer Overeenkomstsluitende Partijen. Tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen anders beslissen worden de vergaderingen gehouden ter plaatse waar de Raad is gevestigd.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen stellen voor zodanige vergaderingen het reglement van orde vast. De besluiten van de Overeenkomstsluitende Partijen worden genomen met een meerderheid van twee derden van de aanwezige Overeenkomstsluitende Partijen die aan de stemming deelnemen.

4.

De Overeenkomstsluitende Partijen nemen geen besluiten tenzij meer dan de helft van hen aanwezig is.

Artikel 17

1.

Elk geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst wordt zoveel mogelijk bijgelegd door middel van rechtstreekse onderhandelingen tussen de desbetreffende partijen.

2.

Elk geschil dat niet door rechtstreekse onderhandeling is bijgelegd wordt door de Overeenkomstsluitende Partijen tussen wie het geschil is gerezen voorgelegd aan de Overeenkomstsluitende Partijen in vergadering bijeen overeenkomstig artikel 16 van deze Overeenkomst die het geschil onderzoeken en aanbevelingen doen met het oog op de bijlegging daarvan.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen tussen wie het geschil is gerezen kunnen van tevoren overeenkomen dat zij de aanbevelingen van de Overeenkomstsluitende Partijen als bindend zullen aanvaarden.

Artikel 18

1.

Elke staat die lid is van de Raad en elke staat die lid is van de Verenigde Naties of van gespecialiseerde organisaties daarvan kan Partij bij deze Overeenkomst worden door:

  • a. ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging;
  • b. nederlegging van een akte van bekrachtiging na ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging;
  • c. toetreding.
2.

Deze Overeenkomst staat tot en met 31 maart 1962 te Brussel, ter plaatse waar de zetel van de Raad is gevestigd, open voor ondertekening door de staten bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Na deze datum kunnen zij tot deze Overeenkomst toetreden.

3.

In het geval voorzien in het eerste lid onder b van dit artikel dient deze Overeenkomst door de Staten die haar hebben ondertekend, te worden bekrachtigd in overeenstemming met hun grondwettelijke procedure.

4.

Elke staat die geen lid is van de in het eerste lid van dit artikel vermelde organisaties, tot wie door de Secretaris-Generaal van de Raad op verzoek van de Overeenkomstsluitende Partijen een daartoe strekkende uitnodiging is gericht, kan Partij worden bij deze Overeenkomst door toetreding nadat de Overeenkomst in werking is getreden.

5.

De akten van bekrachtiging of toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad.

Artikel 19

1.

Deze Overeenkomst treedt in werking drie maanden nadat vijf van de in het eerste lid van artikel 18 van deze Overeenkomst bedoelde staten haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akten van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd.

2.

Voor elke staat die deze Overeenkomst bekrachtigt of ertoe toetreedt nadat vijf Staten haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akten van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd, treedt deze Overeenkomst in werking drie maanden nadat die Staat zijn akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd.

Artikel 20

1.

Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten, doch kan door elke Overeenkomstsluitende Partij worden opgezegd op elk willekeurig tijdstip na de datum van haar inwerkingtreding als is vastgesteld in artikel 19 van deze Overeenkomst.

2.

De opzegging wordt medegedeeld door een schriftelijke kennisgeving, die wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad.

3.

De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal van de Raad de kennisgeving van opzegging heeft ontvangen.

Artikel 21

1.

De Overeenkomstsluitende Partijen in vergadering bijeen overeenkomstig artikel 16 van deze Overeenkomst kunnen wijzigingen van deze Overeenkomst aanbevelen.

2.

De tekst van elke aldus aanbevolen wijziging wordt door de Secretaris-Generaal van de Raad medegedeeld aan alle Overeenkomstsluitende Partijen, aan alle andere staten die haar hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.

3.

Binnen een termijn van zes maanden na de datum waarop de aanbevolen wijziging is medegedeeld kan elke Overeenkomstsluitende Partij aan de Secretaris-Generaal van de Raad mededelen:

  • a. hetzij dat zij bezwaren heeft tegen de aanbevolen wijziging;
  • b. hetzij dat, hoewel zij voornemens is de aanbevolen wijziging te aanvaarden, aan de voor deze aanvaarding noodzakelijke vereisten in haar land nog niet is voldaan.
4.

Indien een Overeenkomstsluitende Partij die een mededeling als bedoeld in het derde lid, onder b, van dit artikel heeft gedaan de Secretaris-Generaal niet van de aanvaarding in kennis heeft gesteld, kan zij, gedurende een termijn van negen maanden na afloop van de in het derde lid van dit artikel bedoelde termijn van zes maanden, bezwaren tegen de aanbevolen wijziging indienen.

5.

Indien tegen de aanbevolen wijziging bezwaren zijn ingediend overeenkomstig de bepalingen van het derde en vierde lid van dit artikel wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en blijft deze zonder gevolg.

6.

Indien geen bezwaren tegen de aanbevolen wijziging zijn ingediend overeenkomstig de bepalingen van het derde en vierde lid van dit artikel wordt de wijziging geacht te zijn aanvaard, met ingang van de volgende data:

  • a. indien geen der Overeenkomstsluitende Partijen een mededeling als bedoeld in het derde lid, onder b, van dit artikel heeft ingezonden: na het verstrijken van de termijn van zes maanden, bedoeld in het derde lid;
  • b. indien een of meer Overeenkomstsluitende Partijen een mededeling als bedoeld in het derde lid, onder b, van dit artikel hebben gedaan, op de eerste van de twee volgende data:
  • (i). de datum waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen die zodanige mededelingen hebben gedaan, de Secretaris-Generaal van de Raad kennis hebben gegeven van hun aanvaarding van de aanbevolen wijzigingen, met dien verstande dat, indien van alle aanvaardingen kennis is gegeven voor het verstrijken van de termijn van zes maanden als bedoeld in het derde lid van dit artikel, daarvoor in de plaats treedt de datum van het verstrijken van die termijn van zes maanden;
  • (ii). de datum van afloop van die termijn van negen maanden als bedoeld in het vierde lid van dit artikel.
7.

Elke wijziging die geacht wordt te zijn aanvaard treedt in werking zes maanden na de datum waarop deze is geacht te zijn aanvaard.

8.

De Secretaris-Generaal van de Raad stelt alle Overeenkomstsluitende Partijen zo spoedig mogelijk in kennis van alle overeenkomstig het derde lid, onder a, van dit artikel ingediende bezwaren alsmede van alle overeenkomstig het derde lid, onder b, van dit artikel gedane mededelingen. Hij stelt daarna alle Overeenkomstsluitende Partijen ervan in kennis dat de Overeenkomstsluitende Partij of Partijen die een zodanige mededeling hebben gedaan bezwaar maken tegen de aanbevolen wijziging dan wel deze aanvaarden.

9.

Elke staat die deze Overeenkomst bekrachtigt of ertoe toetreedt, wordt geacht de wijzigingen te hebben aanvaard, die van kracht zijn ten tijde van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding.

Artikel 22

1.

Elke staat kan, hetzij ten tijde van de ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging of van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding, hetzij daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad gerichte kennisgeving verklaren dat deze Overeenkomst mede van toepassing zal zijn op alle of op bepaalde gebieden voor welker buitenlandse betrekkingen hij verantwoordelijk is; de Overeenkomst is drie maanden na ontvangst van deze kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Raad van toepassing ten aanzien van de in de kennisgeving genoemde gebieden, doch niet voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst ten aanzien van die staat.

2.

Elke staat die met toepassing van het eerste lid van dit artikel heeft medegedeeld, dat deze Overeenkomst mede wordt toegepast in een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen hij verantwoordelijk is, kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 20 van deze Overeenkomst aan de Secretaris-Generaal van de Raad mededelen, dat dit gebied de Overeenkomst niet langer zal toepassen.

Artikel 23

1.

Elke staat kan op het tijdstip waarop hij deze Overeenkomst ondertekent of bekrachtigt of ertoe toetreedt verklaren dan wel, nadat hij Partij geworden is bij deze Overeenkomst, aan de Secretaris-Generaal mededelen dat hij zich niet gebonden acht aan de bepalingen van het eerste lid, onder a, van artikel 6 van deze Overeenkomst. Zodanige verklaringen of mededelingen vermelden uitdrukkelijk ten aanzien van welke goederen het voorbehoud wordt gemaakt. De aan de Secretaris-Generaal gerichte mededelingen treden in werking op de negentigste dag nadat zij door de Secretaris-Generaal zijn ontvangen.

2.

Indien een Overeenkomstsluitende Partij een voorbehoud maakt overeenkomstig het eerste lid van dit artikel zijn de andere Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de goederen waarvoor dat voorbehoud is gemaakt niet gebonden aan het bepaalde in het eerste lid, onder a, van artikel 6 van deze Overeenkomst ten aanzien van die Overeenkomstsluitende Partij.

3.

Elke Overeenkomstsluitende Partij die overeenkomstig het eerste lid van dit artikel een voorbehoud heeft gemaakt, kan dit voorbehoud te allen tijde intrekken door middel van een daartoe strekkende aan de Secretaris-Generaal van de Raad gerichte mededeling.

4.

Ten aanzien van deze Overeenkomst is geen ander voorbehoud toegelaten.

Artikel 24

De Secretaris-Generaal van de Raad doet aan alle Overeenkomstsluitende Partijen, aan de andere staten die deze Overeenkomst hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur mededeling van:

  • a. ondertekeningen, bekrachtigingen en toetredingen overeenkomstig artikel 18 van deze Overeenkomst;
  • b. de datum waarop ingevolge artikel 19 deze Overeenkomst in werking treedt;
  • c. opzeggingen en kennisgevingen overeenkomstig artikel 20;
  • d. wijzigingen die geacht worden te zijn aanvaard overeenkomstig artikel 21, alsmede de datum waarop zij van kracht worden;
  • e. verklaringen en kennisgevingen ontvangen overeenkomstig artikel 22;
  • f. verklaringen en mededelingen ontvangen overeenkomstig het eerste en derde lid van artikel 23 en de datum waarop voorbehouden of intrekkingen daarvan van kracht worden.

Artikel 25

Overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties wordt deze Overeenkomst op verzoek van de Secretaris-Generaal van de Raad geregistreerd bij het Secretariaat van de Verenigde Naties.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned plenipotentiaries have signed the present Convention.

DONE at Brussels this eighth day of June nineteen hundred and sixty-one, in the English and French languages, both texts being equally authentic, in a single original which shall be deposited with the Secretary General of the Council who shall transmit certified copies to all the States referred to in Article 18, paragraph 1, of the present Convention.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)