Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Oeganda inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden

Type Verdrag
Publication 1969-05-21
State In force
Source BWB
artikelen 17
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Oeganda,

Partijen zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening is opengesteld, en

Geleid door de wens een Overeenkomst te sluiten tot aanvulling van het genoemde Verdrag met het doel luchtdiensten in te stellen tussen en via hun onderscheiden grondgebieden,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1

Tenzij uit de inhoud van deze Overeenkomst anders blijkt, hebben de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis:

Artikel 2

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten voor het instellen van geregelde internationale luchtdiensten op de routes, omschreven in het desbetreffende deel van de Tabel, die een bijlage bij deze Overeenkomst vormt. Zulke diensten en routes worden hierna onderscheidenlijk „de overeengekomen diensten” en „de omschreven routes” genoemd. De door elk der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen hebben, bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route, de volgende rechten:

2.

Geen der in lid 1 van dit artikel vervatte bepalingen wordt geacht de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van een der Overeenkomstsluitende Partijen het recht te geven tot het opnemen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij van passagiers, vracht of post tegen vergoeding of beloning en bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij.

3.

De bepalingen van de Overeenkomst inzake de doortocht van internationale luchtdiensten, totstandgekomen te Chicago op 7 december 1944, worden toegepast alsof genoemde Overeenkomst door Oeganda is aanvaard.

Artikel 3

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij is gerechtigd aan de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk mededeling te doen van de aanwijzing van een of meer luchtvaartmaatschappijen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.

2.

Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van het bepaalde in de leden 3 en 4 van dit artikel, onverwijld de vereiste exploitatievergunning aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen.

3.

De luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij kunnen eisen, dat een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij hun aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld bij de wetten en voorschriften welke door deze autoriteiten gewoonlijk op redelijke wijze ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten en overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag worden toegepast.

4.

De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij hebben het recht de exploitatievergunningen, bedoeld in lid 2 van dit artikel te weigeren of zodanige voorwaarden te verbinden aan de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst bedoelde rechten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij als door hen noodzakelijk worden geacht, in elk geval waar niet ten genoege van de genoemde (luchtvaartautoriteiten) Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij die andere Overeenkomstsluitende Partij of haar onderdanen.

5.

Wanneer een luchtvaartmaatschappij is aangewezen en haar een vergunning is verleend, kan zij op ieder ogenblik een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits ten aanzien van die diensten een tarief, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van deze Overeenkomst, van kracht is.

Artikel 4

1.

De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij hebben het recht een exploitatievergunning te herroepen of de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten door een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij op te schorten, of ten aanzien van de uitoefening van die rechten de voorwaarden te stellen die zij noodzakelijk acht:

2.

Dit recht wordt slechts uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij onmiddellijke herroeping, opschorting of het stellen van de in lid 1 van dit artikel genoemde voorwaarden noodzakelijk is om hernieuwde inbreuken op de wetten of voorschriften te voorkomen.

3.

Erkennende dat de structuur van de Oostafrikaanse Luchtvaart Maatschappij zodanig is, dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die Maatschappij niet alleen berust bij de Regering van Oeganda of haar onderdanen, stemt de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden er mede in, dat mits tot haar genoegen is aangetoond, dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het toezicht op de Oostafrikaanse Luchtvaart Maatschappij berusten en blijven berusten bij de Regeringen van de landen, die Oost-Afrika vormen, geen bezwaren zullen worden aangevoerd:

Artikel 5

1.

Luchtvaartuigen die door de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen op internationale diensten worden gebruikt, alsook hun normale uitrustingsstukken, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen, proviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) die zich aan boord bevinden van die luchtvaartuigen, zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke lasten, onder voorwaarde dat die uitrustingsstukken en voorraden aan boord van de luchtvaartuigen blijven totdat zij weer worden uitgevoerd of worden gebruikt op dat deel van de vlucht dat boven dat grondgebied wordt afgelegd.

2.

Vrij van dezelfde rechten, kosten en lasten zijn ook met uitzondering van de lasten ter vergoeding voor geleverde diensten:

De sub a, b en c bedoelde goederen kunnen op verzoek onder douanetoezicht of -controle worden gehouden.

Artikel 6

De normale boorduitrustingsstukken, alsmede het materiaal en de voorraden die zich aan boord van de luchtvaartuigen van een der Overeenkomstsluitende Partijen bevinden kunnen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten op dat grondgebied. In dergelijke gevallen kunnen zij onder toezicht van genoemde autoriteiten worden gesteld totdat zij weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.

Artikel 7

1.

De luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen worden op billijke wijze en gelijkelijk in de gelegenheid gesteld de overeengekomen diensten op de omschreven routes tussen hun onderscheiden grondgebieden te exploiteren.

2.

Bij het exploiteren van de overeengekomen diensten houden de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen rekening met de belangen van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zodat de diensten die de laatstgenoemde maatschappijen op dezelfde routes of delen daarvan onderhouden hierdoor niet op onredelijke wijze worden getroffen.

3.

De overeengekomen diensten die worden onderhouden door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen dienen nauwkeurig te worden afgestemd op de vervoersbehoeften op de omschreven routes en hebben als eerste doel de verschaffing, met inachtneming van een redelijke beladingsgraad, van capaciteit die voldoet aan de huidige en redelijkerwijs te verwachten behoeften aan vervoer van passagiers, vracht en post afkomstig van of bestemd voor de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij had aangewezen.

4.

Er wordt capaciteit voor het vervoer van passagiers, vracht en post, opgenomen zowel als afgezet op punten op de omschreven routes op het grondgebied van andere Staten dan die welke de luchtvaartmaatschappij aanwijst, verschaft overeenkomstig de algemene beginselen dat de capaciteit dient te zijn afgestemd op:

Artikel 8

Bij de exploitatie van elke overeengekomen dienst op iedere omschreven route kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen slechts een luchtvaartuig op een punt in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij door een ander vervangen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Artikel 9

1.

De tarieven te heffen door de luchtvaartmaatschappijen van de ene Overeenkomstsluitende Partij voor vervoer naar of uit het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden vastgesteld op redelijk niveau, waarbij behoorlijk rekening wordt gehouden met alle in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst, en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen.

2.

De in lid 1 van dit artikel vermelde tarieven, evenals de van toepassing zijnde tarieven van de agentenprovisie worden, indien mogelijk, in onderlinge overeenstemming vastgesteld door de betrokken aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen, in overleg met andere luchtvaartmaatschappijen die de gehele route of een gedeelte daarvan exploiteren, en die overeenstemming dient, zo mogelijk, te worden bereikt door middel van de procedure van de Internationale Luchtvervoersvereniging („International Air Transport Association”) ter vaststelling van de tarieven.

3.

De aldus overeengekomen tarieven worden aan de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen ter goedkeuring voorgelegd tenminste dertig (30) dagen voor de voorgestelde datum van invoering; in bijzondere gevallen kan dit tijdvak worden verkort, behoudens toestemming van de genoemde autoriteiten.

4.

Indien de aangewezen luchtvaartmaatschappijen niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent een of meer van deze tarieven, of indien om een andere reden een tarief niet kan worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van lid 2 van dit artikel, of indien gedurende de eerste vijftien (15) dagen van de periode van dertig (30) dagen genoemd in lid 3 van dit artikel de ene Overeenkomstsluitende Partij de andere kennisgeving doet van haar ontevredenheid over een tarief vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van lid 2 van dit artikel, trachten de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen in onderling overleg het tarief vast te stellen.

5.

Indien de luchtvaartautoriteiten niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent de goedkeuring van een hun volgens lid 3 van dit artikel voorgelegd tarief of omtrent de vaststelling van een tarief volgens lid 4, wordt het geschil opgelost overeenkomstig de bepalingen van artikel 13 van deze Overeenkomst.

6.

Geen nieuw tarief wordt van kracht indien de luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen dit niet hebben goedgekeurd, behoudens het bepaalde in lid 5 van dit artikel.

7.

De overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde tarieven blijven van kracht totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.

Artikel 10

De luchtvaartautoriteiten van elk der Overeenkomstsluitende Partijen verschaffen aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij op een daartoe strekkend verzoek periodieke of andere statistische gegevens welke redelijkerwijs kunnen worden verlangd om te kunnen beoordelen of eventueel veranderingen dienen te worden aangebracht in de capaciteit welke door de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen voor het onderhouden van de overeengekomen diensten ter beschikking wordt gesteld. Deze gegevens dienen tevens alle inlichtingen te bevatten die vereist zijn voor het bepalen van de hoeveelheid passagiers, post en vracht vervoerd door die luchtvaartmaatschappijen op de overeengekomen diensten.

Artikel 11

1.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen verleent de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht tot het vrijelijk overmaken volgens de officiële wisselkoers van het verschil tussen ontvangsten en uitgaven geboekt door deze luchtvaartmaatschappijen in haar gebied in verband met het vervoer van passagiers, post en vracht.

2.

Het verschil tussen ontvangsten en uitgaven, bedoeld in lid 1 van dit artikel zal zijn vrijgesteld van inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.

Artikel 12

1.

In een geest van nauwe samenwerking raadplegen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen elkaar van tijd tot tijd ten einde de uitvoering en bevredigende naleving van de bepalingen van deze Overeenkomst en de daaraan gehechte Tabellen te verzekeren. Zij zullen eveneens, indien noodzakelijk, overleg plegen omtrent wijziging daarvan.

2.

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan verzoeken doen tot het plegen van mondeling dan wel schriftelijk overleg. Dit overleg moet een aanvang nemen binnen een periode van zestig (60) dagen, te rekenen van de datum van het verzoek, tenzij beide Overeenkomstsluitende Partijen instemmen met een verlenging van deze periode.

Artikel 13

1.

Indien tussen de Overeenkomstsluitende Partijen een geschil mocht ontstaan omtrent de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst, trachten de Overeenkomstsluitende Partijen in de eerste plaats dit geschil te regelen door onderling overleg.

2.

Indien de Overeenkomstsluitende Partijen er niet in slagen door middel van overleg een regeling te treffen, kunnen zij overeenkomen het geschil ter beslissing voor te leggen aan een bepaalde persoon of instantie; indien zij dit niet overeenkomen, wordt het geschil op verzoek van een der Partijen ter beslissing voorgelegd aan een scheidsgerecht van drie scheidsrechters, van wie er een door elk der Overeenkomstsluitende Partijen wordt aangewezen en de derde door de twee aldus aangewezen scheidsrechters wordt benoemd. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen benoemt binnen zestig (60) dagen na het tijdstip waarop zij van de andere Overeenkomstsluitende Partij, langs diplomatieke weg een kennisgeving heeft ontvangen, waarin om voorlegging van het geschil aan een dergelijk scheidsgerecht wordt verzocht, een scheidsrechter, en de derde scheidsrechter wordt binnen het daaraan aansluitende tijdvak van eveneens zestig (60) dagen benoemd. Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen nalaat binnen het aangegeven tijdvak een scheidsrechter aan te wijzen, of indien de derde scheidsrechter niet binnen het aangegeven tijdvak wordt benoemd, kan door elk der Overeenkomstsluitende Partijen een verzoek worden gericht tot de President van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie om een scheidsrechter of eventueel scheidsrechters te benoemen. In dat geval dient de derde scheidsrechter een onderdaan te zijn van een derde staat en dient hij op te treden als President van het Scheidsgerecht.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen houden zich aan iedere ingevolge lid 2 van dit artikel genomen beslissing.

Artikel 14

Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht bepalingen van deze Overeenkomst of van de daaraan gehechte Tabellen te wijzigen, wordt zulk een wijziging, indien de Overeenkomstsluitende Partijen daaromtrent, zo nodig na overleg op de voet van artikel 12 van deze Overeenkomst, overeenstemming bereiken, van kracht na haar bevestiging door een diplomatieke notawisseling.

Artikel 15

Deze Overeenkomst en de daaraan gehechte Tabellen worden zo nodig zodanig gewijzigd dat zij aansluiten bij de multilaterale Verdragen, die beide Overeenkomstsluitende Partijen in de toekomst zouden kunnen binden.

Artikel 16

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde aan de andere Overeenkomstsluitende Partij mededeling doen dat zij besloten heeft deze Overeenkomst te beëindigen. Deze mededeling wordt tegelijkertijd gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. In een dergelijk geval loopt de Overeenkomst af twaalf (12) maanden na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de mededeling in onderling overleg voor het einde van deze termijn wordt ingetrokken. Indien van de andere Overeenkomstsluitende Partij geen ontvangstbevestiging wordt ontvangen, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na ontvangst van de mededeling door de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 17

Deze Overeenkomst wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van haar ondertekening en treedt in werking op de datum van uitwisseling der akten van bekrachtiging, welke uitwisseling zo spoedig mogelijk te Kampala zal plaatsvinden.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto by their respective Governments, have signed the present Agreement.

DONE at Entebbe on 21st May 1969 in duplicate in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) J. VAN BEUSEKOM

For the Government of the Republic of Uganda:

(sd.) SHABAN KIRUNDA NKUTU

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)