Verdrag betreffende de Internationale Hydrografische Organisatie

Type Verdrag
Publication 2016-11-08
State In force
Source BWB
artikelen 69
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag

Overwegende dat het Internationale Hydrografische Bureau in juni 1921 werd opgericht ten einde bij te dragen tot het vergemakkelijken en veiliger maken van de navigatie over de hele wereld door het verbeteren van zeekaarten en boekwerken;

Overwegend dat de Internationale Hydrografische Organisatie een bevoegde internationale organisatie is, zoals bedoeld in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, die de vaststelling van normen op mondiaal niveau coördineert voor de productie van hydrografische gegevens en het verlenen van hydrografische diensten en die de capaciteitsopbouw van nationale hydrografische diensten vereenvoudigt;

Overwegend dat de Internationale Hydrografische Organisatie tot taak heeft te fungeren als de gezaghebbende hydrografische instantie die alle kuststaten en belanghebbende staten actief betrekt bij de bevordering van de maritieme veiligheid en efficiëntie en die de bescherming en het duurzame gebruik van het mariene milieu ondersteunt;

Overwegend dat het de opdracht van de Internationale Hydrografische Organisatie is een mondiale omgeving te creëren waarin de Staten adequaat en tijdig hydrografische gegevens, producten en diensten verschaffen en het gebruik ervan op zo ruim mogelijke schaal waarborgen; en

Verlangende op intergouvernementele basis samen te werken op het gebied der hydrografie;

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel I

Bij dezen wordt opgericht een Internationale Hydrografische Organisatie, hierna te noemen de Organisatie, waarvan de zetel in Monaco is gevestigd.

Artikel II

De Organisatie heeft een raadgevend en technisch karakter. De Organisatie beoogt:

  • a. de toepassing van hydrografie ten behoeve van de veiligheid van de scheepvaart en alle overige mariene doelstellingen te stimuleren en het bewustzijn van het belang van hydrografie op mondiaal niveau te bevorderen;
  • b. de mondiale dekking, beschikbaarheid en kwaliteit van hydrografische gegevens, informatie, producten en diensten te verbeteren en de toegang tot deze gegevens, informatie, producten en diensten te vergemakkelijken;
  • c. de mondiale vaardigheden, capaciteit, opleiding, wetenschap en technieken op het gebied van hydrografie te verbeteren;
  • d. de aanzet geven tot de ontwikkeling van internationale normen voor hydrografische gegevens, informatie, producten, diensten en technieken en deze te bevorderen en de grootst mogelijke uniformiteit bij de toepassing van die normen te bewerkstelligen;
  • e. Staten en internationale organisaties gezaghebbend en tijdig advies te verstrekken inzake alle hydrografische aangelegenheden;
  • f. de coördinatie van hydrografische activiteiten tussen de Lidstaten te vereenvoudigen; en
  • g. de samenwerking bij hydrografische activiteiten tussen Staten op regionale basis te bevorderen.

Artikel III

De Lidstaten van de Organisatie zijn de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag.

Artikel IV

De Organisatie bestaat uit:

  • a. de Algemene Vergadering;
  • b. de Raad;
  • c. de Financiële Commissie;
  • d. het Secretariaat; en
  • e. eventuele subsidiaire organen.

Artikel V

a. De Algemene Vergadering is het hoofdorgaan dat over alle bevoegdheden van de Organisatie beschikt, tenzij anders is bepaald in het Verdrag of tenzij de Algemene Vergadering bevoegdheden delegeert aan andere organen.

b. De Algemene Vergadering omvat alle Lidstaten.

c. De Algemene Vergadering komt eenmaal in de drie jaar in gewone zitting bijeen. Buitengewone zittingen van de Algemene Vergadering kunnen worden gehouden op verzoek van een Lidstaat, van de Raad of van de Secretaris-Generaal, op voorwaarde van goedkeuring door de meerderheid van de Lidstaten.

d. Een meerderheid van de Lidstaten vormt het quorum voor de zittingen van de Algemene Vergadering.

e. De Algemene Vergadering heeft de volgende functies:

  • (i) kiezen van haar voorzitter en vicevoorzitter;
  • (ii) vaststellen van haar eigen reglement van orde en dat van de Raad, van de Financiële Commissie en van eventuele subsidiaire organen van de Organisatie;
  • (iii) in overeenstemming met het Algemeen Reglement kiezen van de Secretaris-Generaal en de Directeuren en het vaststellen van hun arbeidsvoorwaarden;
  • (iv) instellen van subsidiaire organen;
  • (v) het algemene beleid, de strategie en het activiteitenprogramma van de Organisatie vaststellen;
  • (vi) bestuderen van rapporten die haar door de Raad worden voorgelegd;
  • (vii) bestuderen van de opmerkingen en aanbevelingen die haar worden voorgelegd door Lidstaten, de Raad of de Secretaris-Generaal;
  • (viii) beslissen over voorstellen die haar worden voorgelegd door Lidstaten, de Raad of de Secretaris-Generaal;
  • (ix) toetsen van de uitgaven, goedkeuren van de boeken en vaststellen van de financiële regelingen van de Organisatie;
  • (x) goedkeuren van de driejaarlijkse begroting van de Organisatie;
  • (xi) beslissen over operationele diensten;
  • (xii) beslissen over andere aangelegenheden op het werkterrein van de Organisatie; en
  • (xiii) waar mogelijk en noodzakelijk delegeren van verantwoordelijkheden aan de Raad.

Artikel VI

a. Een vierde van de Lidstaten, maar ten minste dertig, nemen zitting in de Raad, waarvan twee derde op basis van hun regio en de resterende een derde op basis van de hydrografische belangen die worden omschreven in het Algemeen Reglement.

b. De uitgangspunten voor de samenstelling van de Raad worden neergelegd in het Algemeen Reglement.

c. De leden van de Raad bekleden hun functie tot het eind van de volgende gewone zitting van de Algemene Vergadering.

d. Het quorum wordt gevormd door twee derde van de leden van de Raad.

e. De Raad komt ten minste eenmaal per jaar bijeen.

f. De Lidstaten die geen lid zijn van de Raad kunnen deelnemen aan de vergadering van de Raad, maar zijn niet gerechtigd een stem uit te brengen.

g. De Raad heeft de volgende functies:

  • i. kiezen van de voorzitter en vicevoorzitter, die hun functie bekleden tot het eind van de volgende gewone zitting van de Algemene Vergadering;
  • ii. uitoefenen van de verantwoordelijkheden die de Algemene Vergadering aan de Raad kan delegeren;
  • iii. gedurende de tijdvakken tussen de zittingen van de Algemene Vergadering coördineren van de activiteiten van de Organisatie binnen het kader van haar strategie, activiteitenprogramma en financiële regelingen zoals besloten door de Algemene Vergadering;
  • iv. tijdens elke gewone zitting aan de Algemene Vergadering rapporteren over de werkzaamheden van de Organisatie;
  • v. met ondersteuning van de Secretaris-Generaal voorbereiden van voorstellen betreffende de algemene strategie en het activiteitenprogramma voor aanneming door de Algemene Vergadering;
  • vi. bestuderen van de jaarrekening en de voorlopige begroting die zijn opgesteld door de Secretaris-Generaal en deze ter goedkeuring met commentaar en aanbevelingen voor toewijzingen voorleggen aan de Algemene Vergadering;
  • vii. toetsen van voorstellen die bij hem zijn ingediend door de subsidiaire organen en deze:
  • doorverwijzen naar de Algemene Vergadering voor alle aangelegenheden waarover de Algemene Vergadering dient te beslissen;
  • terugverwijzen naar het subsidiaire orgaan indien dat noodzakelijk wordt geacht; of
  • doorverwijzen naar de Lidstaten voor aanneming via een schriftelijke procedure;
  • viii. voorstellen aan de Algemene Vergadering doen voor de oprichting van subsidiaire organen; en
  • ix. toetsen van ontwerpovereenkomsten tussen de Organisatie en andere organisaties en deze ter goedkeuring voorleggen aan de Algemene Vergadering.

Artikel VII

a. De Financiële Commissie staat voor alle Lidstaten open. Elke Lidstaat heeft een stem.

b. De Financiële Commissie wordt gewoonlijk tegelijk met elke gewone zitting van de Algemene Vergadering bijeengeroepen en kan zo nodig aanvullende vergaderingen beleggen.

c. De taken van de Financiële Commissie omvatten het toetsen van de jaarrekening, de voorlopige begroting en rapporten over administratieve aangelegenheden die zijn opgesteld door de Secretaris-Generaal en haar commentaar en aanbevelingen daaromtrent presenteren aan de Algemene Vergadering.

d. De Financiële Commissie kiest haar voorzitter en vice-voorzitter.

Artikel VIII

a. Het Secretariaat bestaat uit een Secretaris-Generaal, Directeuren en andere medewerkers die de Organisatie mogelijk behoeft.

b. De Secretaris-Generaal houdt de archieven bij voor zover dat nodig is voor de efficiënte uitvoering van de werkzaamheden van de Organisatie en draagt zorg voor het opstellen, verzamelen en rondzenden van de benodigde stukken.

c. De Secretaris-Generaal is de hoogste bestuurlijke ambtenaar van de Organisatie.

d. De Secretaris-Generaal:

  • i. stelt jaarlijks de jaarrekening op, alsmede de voorlopige begroting voor een tijdvak van drie jaar met daarin de ramingen per jaar afzonderlijk en legt deze voor aan de Financiële Commissie en de Raad; en
  • ii. houdt de Lidstaten op de hoogte van de activiteiten van de Organisatie.

e. De Secretaris-Generaal verricht andere taken die kunnen worden opgedragen door het Verdrag, de Algemene Vergadering of de Raad.

f. Bij de vervulling van hun werkzaamheden mogen de Secretaris-Generaal, de Directeuren en de medewerkers geen instructies vragen of ontvangen van een Lidstaat of van een andere autoriteit buiten de Organisatie. Zij onthouden zich van activiteiten die onverenigbaar kunnen zijn met hun hoedanigheid van internationale functionarissen. Iedere Lidstaat verbindt zich ertoe het zuiver internationale karakter van de taken van de Secretaris-Generaal, de Directeuren en de medewerkers te respecteren en niet te trachten hen te beïnvloeden bij de vervulling van hun taken.

Artikel IX

Indien geen beslissingen kunnen worden genomen met eenparigheid van stemmen, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

  • a. Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, heeft elke Lidstaat een stem.
  • b. Voor de verkiezing van de Secretaris-Generaal en de Directeuren, heeft elke Lidstaat een aantal stemmen gebaseerd op de tonnage van zijn vloot.
  • c. Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, worden beslissingen genomen met een gewone meerderheid van de Lidstaten die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen en indien de stemmen staken, beslist de voorzitter.
  • d. Beslissingen over aangelegenheden die verband houden met het beleid of de financiën van de Organisatie, met inbegrip van wijzigingen van het Algemeen Reglement of het Financieel Reglement worden genomen met een tweederdemeerderheid van de Lidstaten die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen.
  • e. In (c) en (d) van dit artikel en artikel XXI (b) wordt onder de zinsnede „Lidstaten die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen” verstaan Lidstaten die aanwezig zijn en een stem voor of tegen uitbrengen. Lidstaten die zich van stemming onthouden worden geacht niet te hebben gestemd.
  • f. Bij voorlegging aan de Lidstaten in overeenstemming met artikel VI (g) (vii), wordt de beslissing genomen door een meerderheid van de Lidstaten die een stem uitbrengen waarbij ten minste een derde van alle Lidstaten vóór moet stemmen.

Artikel X

Ten behoeve van aangelegenheden die tot haar werkterrein behoren kan de Organisatie samenwerken met internationale organisaties wier belangen en activiteiten verband houden met het doel van de Organisatie.

Artikel XI

Het functioneren van de Organisatie wordt nader vastgelegd in het Algemeen Reglement en het Financieel Reglement, die bij dit Verdrag zijn gevoegd, maar er geen integrerend deel van uitmaken. In geval van verschillen tussen dit Verdrag en het Algemeen Reglement of het Financieel Reglement is het Verdrag doorslaggevend.

Artikel XII

De voertalen van de Organisatie zijn Engels en Frans.

Artikel XIII

De Organisatie heeft rechtspersoonlijkheid. Op het grondgebied van elk van haar Lidstaten geniet zij, onder voorbehoud van goedkeuring van de desbetreffende Lidstaat, de voorrechten en immuniteiten die nodig kunnen zijn voor de uitoefening van haar taken en de verwezenlijking van haar doelstellingen.

Artikel XIV

De voor het functioneren van de Organisatie te maken onkosten worden bestreden uit:

  • (a). de normale jaarlijkse bijdragen van de Lidstaten volgens een verdeelsleutel die uitgaat van de tonnage van hun vloten;
  • (b). giften, legaten, bijdragen en andere bronnen, met goedkeuring van de Algemene Vergadering.

Artikel XV

Een Lidstaat die twee jaar achter is met de betaling van zijn bijdragen worden het volledige stemrecht en de voorrechten waarop Lidstaten krachtens het Verdrag en de Reglementen aanspraak kunnen maken ontzegd totdat de achterstallige bijdragen zijn betaald.

Artikel XVI

a. De Regering van Zijne Doorluchtige Hoogheid de Prins van Monaco treedt op als Depositaris.

b. Het oorspronkelijke exemplaar van het Verdrag wordt beheerd door de Depositaris, die gewaarmerkte afschriften ervan doet toekomen aan alle Staten die het hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden.

c. De Depositaris:

  • i. stelt de Secretaris-Generaal en alle Lidstaten in kennis van verzoeken om toetreding die hij ontvangt van de Staten bedoeld in artikel XX (b); en
  • ii. stelt de Secretaris-Generaal en alle Staten die dit Verdrag hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden in kennis van:
  • • iedere nieuwe ondertekening of nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, alsmede de datum ervan;
  • • de datum waarop dit Verdrag in werking treedt of eventuele wijzigingen ervan; en
  • • de nederlegging van elke akte van opzegging van het Verdrag, alsmede de datum van ontvangst ervan en de datum waarop de opzegging van kracht wordt.

Zodra een wijziging van dit Verdrag in werking treedt, wordt zij door de Depositaris gepubliceerd en geregistreerd bij het Secretariaat van de Verenigde Naties in overeenstemming met artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.

Artikel XVII

Elk geschil betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag dat niet door onderhandeling of door tussenkomst van de Secretaris-Generaal van de Organisatie wordt geregeld, wordt op verzoek van een der bij het geschil betrokken partijen voorgelegd aan een scheidsman, die door de President van het Internationaal Gerechtshof wordt aangewezen.

Artikel XVIII

1.

Dit Verdrag staat op 3 mei 1967 te Monaco en vervolgens van 1 juni tot 31 december 1967 bij het Gezantschap van het Vorstendom Monaco te Parijs open ter ondertekening door iedere Regering die op 3 mei 1967 deelneemt aan de werkzaamheden van het Bureau.

2.

De in het eerste lid hierboven bedoelde Regeringen kunnen Partij worden bij dit Verdrag:

  • (a). door ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring, of
  • (b). door ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging of goedkeuring en de daarop volgende nederlegging van een akte van bekrachtiging of goedkeuring.
3.

Akten van bekrachtiging of goedkeuring worden gezonden aan het Gezantschap van het Vorstendom Monaco te Parijs ter nederlegging in het archief van de Regering van het Vorstendom Monaco.

4.

De Regering van het Vorstendom Monaco geeft de in het eerste lid hierboven bedoelde Regeringen, alsmede de Voorzitter van de Bestuurscommissie kennis van iedere ondertekening en iedere nederlegging van een akte van bekrachtiging of van goedkeuring.

Artikel XIX

1.

Dit Verdrag treedt in werking drie maanden na de datum waarop achtentwintig Regeringen Partij zijn geworden overeenkomstig de bepalingen van artikel XVIII, tweede lid.

2.

De Regering van het Vorstendom Monaco brengt deze datum ter kennis van alle ondertekenende Regeringen, alsmede van de Voorzitter van de Bestuurscommissie.

Artikel XX

a. Dit Verdrag staat open voor toetreding door elke Staat die lid is van de Verenigde Naties. Het Verdrag treedt voor die Staat in werking op de datum waarop hij zijn akte van toetreding nederlegt bij de Depositaris, die de Secretaris-Generaal en alle Lidstaten daarvan in kennis stelt.

b. Een Staat die geen lid is van de Verenigde Naties kan uitsluitend tot dit Verdrag toetreden na een verzoek aan de Depositaris en op voorwaarde dat zijn verzoek door twee derde van de Lidstaten wordt goedgekeurd. Het Verdrag treedt voor die Staat in werking op de datum waarop hij zijn akte van toetreding nederlegt bij de Depositaris, die de Secretaris-Generaal en alle Lidstaten daarvan in kennis stelt.

Artikel XXI

a. Elke Lidstaat kan wijzigingen van dit Verdrag voorstellen. Voorstellen voor wijzigingen worden uiterlijk zes maanden voor de volgende zitting van de Algemene Vergadering gezonden aan de Secretaris-Generaal.

b. Voorstellen voor wijzigingen worden door de Algemene Vergadering bestudeerd die erover beslist met een tweederdemeerderheid van de Lidstaten die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen. Zodra een voorgestelde wijziging door de Algemene Vergadering is goedgekeurd, verzoekt de Secretaris-Generaal van de Organisatie de Depositaris deze aan alle Lidstaten toe te zenden.

c. De wijziging wordt van kracht drie maanden nadat de Depositaris de kennisgevingen van twee derde van de Lidstaten heeft ontvangen.

Artikel XXII

Na het verstrijken van een tijdvak van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding, kan dit Verdrag door elke Verdragsluitende Partij door middel van een kennisgeving aan de Depositaris worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een jaar. De opzegging wordt van kracht op 1 januari na het verstrijken van de opzegtermijn en behelst dat de Staat afstand doet van alle rechten en voorrechten van het lidmaatschap van de Organisatie.

Artikel XXIII

Na de inwerkingtreding van dit Verdrag wordt het door de Regering van het Vorstendom Monaco bij het Secretariaat van de Verenigde Naties geregistreerd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest.

Artikel 1

De Organisatie heeft een adviserende functie. Zij heeft geen zeggenschap over de hydrografische diensten van de Regeringen die Partij zijn bij dit Verdrag.

Artikel 2

De werkzaamheden van de Organisatie zijn van wetenschappelijke of technische aard en omvatten geen zaken die betrekking hebben op de internationale politiek.

INTERNATIONALE HYDROGRAFISCHE CONFERENTIE

Artikel 3

De Internationale Hydrografische Conferentie komt eenmaal in de vijf jaar op een tijdstip dat wordt bepaald aan het einde van de voorafgaande zitting in gewone zitting bijeen in de plaats waar de Organisatie haar zetel heeft.

Artikel 4

De Internationale Hydrografische Conferentie wordt voorbereid en georganiseerd door het Bureau.

Artikel 5

Elk lid kan op de Conferentie worden vertegenwoordigd door een of meer afgevaardigden, van wie, bij voorkeur, er een het hoofd van de nationale hydrografische dienst is. Reis- en verblijfkosten van de afgevaardigden worden vergoed door hun onderscheiden Regeringen.

Artikel 6

De Bestuurscommissie is gerechtigd waarnemers uit te nodigen van:

  • (a). Regeringen die geen partij zijn bij het Verdrag: een of twee waarnemers per Regering, op voorstel van een lid of van de Bestuurscommissie en behoudens goedkeuring door twee derden van het aantal leden;
  • (b). internationale organisaties wier werkzaamheden verband houden met die van het Bureau: één of, bij uitzondering, twee waarnemers per organisatie. Een lijst van zodanige organisaties wordt tevoren door de Bestuurscommissie aan de leden toegezonden, zodat deze in de gelegenheid zijn bezwaren te opperen of toevoegingen voor te stellen;
  • (c). nationale organisaties van de leden die in de gelegenheid zijn geweest of waarschijnlijk in de gelegenheid zullen zijn samen te werken met het Bureau, op de in de voorgaande paragraaf genoemde voorwaarden.

Artikel 7

De voertalen van de Conferentie zijn Engels, Frans en Spaans.

Artikel 8

(a). De Conferentie bestudeert de rapporten van het Bureau over het werk dat het sinds de voorgaande Conferentie heeft verricht. Deze rapporten worden ten minste twee maanden voor de Conferentie door het Bureau aan de leden toegezonden.

(b). Er worden commissies ingesteld om de rapporten te bestuderen. De conclusies van de commissies worden voorgelegd aan de voltallige zitting van de Conferentie.

Artikel 9

(a). Twaalf maanden voor de opening van de Conferentie nodigt het Bureau de vertegenwoordigers van de leden uit de voorstellen in te dienen die zij tijdens de Conferentie willen bespreken. Ten minste acht maanden voor de Conferentie worden deze voorstellen, te zamen met die welke door het Bureau zijn ingediend, ter kennis van alle leden gebracht.

(b). Voorstellen die na die datum worden ingediend, worden slechts aangenomen indien zij zijn ondertekend door de vertegenwoordigers van ten minste drie leden.

(c). Voorstellen kunnen ook tijdens de Conferentie worden ingediend. Deze moeten worden ondertekend door drie delegaties en ingediend bij de President van de Conferentie; zij mogen niet eerder dan ten minste vierentwintig uur nadat zij officieel zijn aangekondigd, ter discussie worden gesteld.

Artikel 10

(a). Tenzij de gewone Internationale Hydrografische Conferentie uitdrukkelijk anders heeft bepaald, gelden de bovenstaande regels, de procedure betreffend, voor buitengewone zittingen.

(b). Bij de keuze van regeringsafgevaardigden naar buitengewone zittingen dient, voor zover mogelijk, rekening te worden gehouden met de vraagstukken die ter discussie worden gesteld.

FINANCIËLE COMMISSIE

Artikel 11

(a). Tussen de Conferenties kan de Financiële Commissie op verzoek van drie Regeringen of van de Bestuurscommissie in buitengewone zitting bijeenkomen. De Bestuurscommissie kan de Financiële Commissie ook schriftelijk raadplegen.

(b). De data van de bijeenkomsten van de Financiële Commissie worden door haar Voorzitter, in overleg met de Bestuurscommissie, vastgesteld.

(c). De Voorzitter van de Financiële Commissie wordt door de Conferentie voor vijf jaar gekozen.

Artikel 12

De taak van de Commissie tijdens haar gewone zitting omvat:

  • het behandelen en goedkeuren van het financiële beleid in het afgelopen boekjaar;
  • het behandelen van de begroting voor het volgende boekjaar en het voorleggen daarvan aan de Conferentie.

Artikel 13

De Commissie neemt haar beslissingen met een meerderheid van twee derden van de door de aanwezige leden uit te brengen stemmen. Elke afgevaardigde heeft één stem.

Artikel 14

De boeken worden ieder jaar door een door de Commissie aan te wijzen accountant gecontroleerd.

HET INTERNATIONAAL HYDROGRAFISCH BUREAU

Artikel 15

Overeenkomstig de bepalingen van artikel VIII van het Verdrag, belast het Bureau zich met de wetenschappelijke en technische werkzaamheden die voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de Organisatie noodzakelijk zijn.

Artikel 16

Voor het onderhouden van de betrekkingen met het Bureau benoemt ieder lid een officiële vertegenwoordiger, bij voorkeur het hoofd van zijn hydrografische dienst.

Artikel 17

Het Bureau onderhoudt nauw contact met de hydrografische diensten van de leden. Het kan ook briefwisseling voeren met verwante wetenschappelijke organisaties van de leden, mits het de officiële vertegenwoordiger van de desbetreffende Staat daarvan in kennis stelt (artikel 16). Bovendien kan het brieven wisselen met gelijksoortige lichamen van andere Staten, en met internationale organisaties.

Artikel 18

Het Bureau vestigt de aandacht van de hydrografische of andere ter zake bevoegde diensten van de leden op alle hydrografische werken van internationale aard en vraagstukken van algemeen belang waarvan het het bestuderen of uitvoeren nuttig oordeelt. Het streeft ernaar zodanige vraagstukken tot oplossing te brengen of zodanige werken uit te voeren door een beroep te doen op de leden om samen te werken.

Artikel 19

Om het Bureau in staat te stellen zijn doel te verwezenlijken doen de hydrografische diensten van de leden het Bureau exemplaren toekomen van hun nieuwe publikaties en nieuwe drukken van hun kaarten, zomede van werken of documenten die door hen of andere diensten in hun land zijn uitgegeven, en die van belang kunnen zijn.

Artikel 20

Voor zover mogelijk voldoet het Bureau aan alle verzoeken van vertegenwoordigers van de leden, te worden ingelicht over of geadviseerd met betrekking tot aangelegenheden die met zijn werkzaamheden verband houden. Zaken die rechtstreeks tussen twee nationale hydrografische diensten kunnen worden afgehandeld, worden in de regel niet voorgelegd aan het Bureau.

Artikel 21

Het Bureau belast zich met de uitgifte en verspreiding van de in de artikelen 32 tot 35 genoemde publikaties en andere door de Conferentie aangevraagde documenten.

Artikel 22

In hun contacten met het Bureau kunnen de vertegenwoordigers van de leden andere talen gebruiken dan de voertalen van de Organisatie, doch het Bureau kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele vertraging en misverstanden die daarvan het gevolg kunnen zijn.

DE BESTUURSCOMMISSIE

Artikel 23

(a). De Bestuurscommissie beheert het Bureau overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag en het Reglement en de door de Conferentie gegeven richtlijnen.

(b). Zij is verantwoordelijk voor de uitvoering door het Bureau van de wetenschappelijke en technische opdrachten waarmede het wordt belast.

Artikel 24

In het tijdvak tussen twee Conferenties neemt de Commissie, aangenomen dat het Verdrag of het Reglement daarin niet voorziet, alle noodzakelijke administratieve of technische beslissingen, onder voorbehoud dat deze ter kennis van de volgende Conferentie worden gebracht.

Artikel 25

(a). Indien de Commissie van oordeel is dat een vraagstuk ter oplossing aan de leden moet worden voorgelegd, zendt zij overeenkomstig het bepaalde in artikel VI (6) van dit Verdrag een rondschrijven aan de vertegenwoordigers, waarin hun wordt verzocht de mening van hun onderscheiden Regeringen ter kennis van het Bureau te brengen.

(b). Indien het aantal stemmen voor en het aantal stemmen tegen gelijk zijn, wordt het vraagstuk aangehouden tot de volgende Conferentie.

Artikel 26

Indien de omstandigheden het onmogelijk maken de in het Reglement beschreven procedure te volgen, neemt de Commissie de noodzakelijke beslissingen en stelt de leden daarvan onmiddellijk in kennis.

Artikel 27

(a). De bestuursleden worden overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 36 tot 47 gekozen voor een tijdvak van vijf jaar.

(b). De bestuursleden kunnen voor een tweede tijdvak van vijf jaar worden herkozen.

(c). Een kandidaat moet in het jaar van zijn verkiezing of herverkiezing jonger dan 66 jaar zijn.

(d). Indien een bestuurslid wordt gekozen om een functie te vervullen die tussen twee Conferenties is opengevallen, eindigt zijn ambtstermijn op dezelfde datum als die van zijn voorganger zou zijn geëindigd, indien deze in functie zou zijn gebleven.

Artikel 28

De werkzaamheden van de Bestuurscommissie lopen af op de laatste dag van de derde maand volgend op die waarin de nieuwe Bestuurscommissie is gekozen.

Artikel 29

Een bestuurslid dat tijdens zijn ambtstermijn gedurende zes achtereenvolgende maanden, of anders gedurende twaalf maanden in totaal, niet in staat is geweest zijn functie te vervullen, houdt automatisch op bestuurslid te zijn.

Artikel 30

Elk bestuurslid is in het bijzonder verantwoordelijk voor een of meer onderdelen van de werkzaamheden van het Bureau, doch de Commissie pleegt onderling overleg omtrent alle belangrijke vraagstukken. Indien slechts twee bestuursleden een vergadering van de Commissie bijwonen en een beslissing geen uitstel tot een volgende voltallige vergadering duldt, is de mening van de Voorzitter of de waarnemend Voorzitter doorslaggevend.

Artikel 31

Het personeel van het Bureau staat onder gezag van de Bestuurscommissie. Het bestaat uit technische en administratieve assistenten en werknemers. Het personeel wordt naar behoefte aangesteld door de Commissie.

PUBLIKATIES

Artikel 32

Aan het begin van elk jaar publiceert het Bureau een verslag van zijn werkzaamheden.

Artikel 33

(a). Het Bureau geeft een Jaarboek uit bevattende alle noodzakelijke inlichtingen met betrekking tot de hydrografische diensten van de leden en voor zover mogelijk van andere Staten.

(b). Het Jaarboek bevat de adressen van de officiële vertegenwoordigers die zijn aangewezen overeenkomstig het bepaalde in artikel 16, alsmede de volgende gegevens:

  • (i). een lijst van de Regeringen die hebben deelgenomen aan het werk van het Bureau tussen de datum van zijn oprichting en de datum van inwerkingtreding van het Verdrag;
  • (ii). een lijst van de leden;
  • (iii). een lijst van de Regeringen die het Verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel XXII hebben opgezegd;
  • (iv). een tabel van de tonnages van de vloten der leden;
  • (v). een tabel waarin de aandelen, de bijdragen en het aantal stemmen van de leden zijn aangegeven.

Artikel 34

(a). Het Bureau geeft twee periodieke geschriften uit: de 'International Hydrographic Review' en het 'International Hydrographic Bulletin'.

(b). De 'International Hydrographic Review' bevat artikelen over hydrografie en verwante wetenschappen en technieken en over andere onderwerpen die van algemeen belang zijn voor de Organisatie en voor de verschillende hydrografische diensten.

(c). Het 'International Hydrographic Bulletin' verschijnt vaker dan de 'Review', behandelt actuele onderwerpen en bevat gegevens die slechts tijdelijke waarde hebben of die urgent zijn. Dit geschrift bevat bovendien gegevens omtrent door de leden uitgevoerde of voorbereide werken.

Artikel 35

Het Bureau geeft bijzondere geschriften uit over technische onderwerpen die voor de hydrografische diensten van belang kunnen zijn.

VERKIEZINGEN

Artikel 36

De bestuursleden worden door de Conferentie gekozen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen V (b), VI (4) en X (2) van het Verdrag. De verkiezing vindt plaats bij geheime stemming aan het einde van de Conferentie.

Artikel 37

(a). Bij de verkiezing van bestuursleden heeft elk lid 2 stemmen; de Staten die over scheepsruimte beschikken van 100 000 ton of meer, hebben extra stemmen, overeenkomstig de volgende schaal:

Bruto tonnage Extra stemmen
100 000 — 499 999 500 000 — 1 999 999 2 000 000 — 7 999 999 8 000 000 — en meer 1 2 3 4

(b). De schattingen van de tonnage worden gemaakt in overeenstemming met het bepaalde in artikel 5 van het Financiële Reglement.

Artikel 38

Elk lid kan een of meer kandidaten stellen, die de nationaliteit van ieder der Verdragsluitende Partijen kan of kunnen bezitten. Zo mogelijk, moeten de kandidaatstellingen ten minste drie maanden vóór de Conferentie in het bezit van het Bureau zijn. De lijst van kandidaten wordt tien dagen vóór de opening van de Conferentie afgesloten.

Artikel 39

Elke kandidaat dient een ervaren zeevaarder te zijn en over uitgebreide kennis op het gebied van de praktische hydrografie en de scheepvaart te beschikken. Bij de verkiezing mag uitsluitend de technische en administratieve bekwaamheid van de kandidaten in aanmerking worden genomen. Op een bijzondere rang of status wordt daarbij niet gelet.

Artikel 40

Iedere kandidaatstelling dient vergezeld te gaan van een nota houdende een opgave van de gronden waarop de kandidaat wordt geoordeeld geschikt te zijn voor het vervullen van de desbetreffende functie. Ten einde de geschiktheid der verschillende kandidaten beter onderling te kunnen vergelijken, dient het overzicht van hun loopbaan eenvormig, volgens het onderstaande model te worden ingericht:

    1. Naam
    1. Nationaliteit
    1. Geboortedatum
    1. Titels en onderscheidingen
    1. Opleiding (tijdvakken; waarbij tevens te vermelden gespecialiseerde of bijzondere kwalificaties)
    1. Talen (spreekvaardigheid en leesvaardigheid)
    1. Bevorderingen
    1. Hydrografische arbeid
  • (a). Op zee (tijdvak en functie)
  • (b). Aan de wal (tijdvak en functie)
    1. Niet-hydrografische arbeid
  • (a). Op zee (tijdvak en functie)
  • (b). Aan de wal (tijdvak en functie)
    1. Publikaties
    1. Wetenschappelijk onderzoek en daarvoor ontvangen beloningen
    1. Wetenschappelijke verenigingen (waarvan de kandidaat lid is of is geweest)

(Handtekening van de kandidaat en van de autoriteit die de kandidaat voordraagt).

Artikel 41

(a). De namen van de kandidaten en de overzichten van hun loopbaan worden onmiddellijk na ontvangst door de Bestuurscommissie bekendgemaakt.

(b). Het Bureau verifieert de daarbij ingediende lijsten van namen en stelt deze, te zamen met de overzichten van de loopbanen bij de opening van de Conferentie aan elk der delegaties ter hand.

Artikel 42

(a). Voor het uitbrengen van hun stemmen bij de verkiezing van de leden van de Bestuurscommissie vullen de delegaties op een aantal stembiljetten, dat gelijk is aan het aantal stemmen waarop elk van hen recht heeft, alleen de namen in van de drie kandidaten van hun keuze.

(b). De drie kandidaten wier namen op elk der stembiljetten worden ingevuld, moeten van verschillende nationaliteit zijn.

(c). Een stembiljet dat niet in volledige overeenstemming met het bepaalde in de leden (a) en (b) is ingevuld, wordt ongeldig verklaard.

Artikel 43

(a). De drie kandidaten van verschillende nationaliteit die het grootste aantal stemmen op zich hebben verenigd, worden geacht te zijn gekozen.

(b). Ingeval twee of meer kandidaten een gelijk aantal stemmen op zich verenigen, waardoor het onmogelijk is de drie functies overeenkomstig de in het voorgaande lid genoemde voorwaarden te doen vervullen, wordt er een nieuwe stemming gehouden ter bepaling van de stemmenverdeling tussen de kandidaten die een gelijk aantal stemmen op zich hadden verenigd.

Artikel 44

(a). Wanneer de drie Bestuursleden zijn gekozen, wordt er een afzonderlijke stemming gehouden om één van hen tot Voorzitter van de Bestuurscommissie te verkiezen. Daartoe vullen de delegaties op het hun toegewezen aantal stembiljetten de naam in van het bestuurslid dat zij tot Voorzitter zouden willen zien benoemd.

(b). Het aantal stemmen dat elk bestuurslid afzonderlijk op zich heeft verenigd bepaalt de volgorde waarin er op hen een beroep kan worden gedaan de gekozen Voorzitter te vervangen.

(c). In geval van staking der stemmen wordt er een tweede stemming gehouden ter bepaling van de stemmenverdeling tussen de bestuursleden die een gelijk aantal stemmen op zich hadden verenigd.

Artikel 45

Na afloop van de stemming nodigt de President van de Conferentie de zojuist gekozen bestuursleden uit hun werkzaamheden aan te vangen op de eerste dag van de vierde maand volgend op die waarin zij zijn gekozen.

Artikel 46

(a). Indien een functie van bestuurslid openvalt in het tijdvak tussen twee Conferenties en meer dan twee jaar vóór de volgende Conferentie wordt gehouden, wordt er door de Bestuurscommissie schriftelijk een tussentijdse verkiezing gehouden om in de opengevallen functie te voorzien.

(b). In zulk een geval verzoekt het Bureau de leden om toezending van lijsten van kandidaten overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 38 tot 40. Na ontvangst van deze lijsten wordt de verkiezing gehouden waarbij een procedure in acht wordt genomen die in alle opzichten gelijk is aan die beschreven in de artikelen 41 tot 43.

(c). Na afloop van bovengenoemde procedure stelt de Commissie de leden onverwijld in kennis van de uitslag van de stemming en verzoekt zij het gekozen bestuurslid zijn werkzaamheden aan te vangen.

Artikel 47

Een bestuurslid dat is gekozen om een opengevallen functie te vervullen, neemt onder de bestuursleden de derde plaats in.

Artikel 1

Het financiële beleid van het Bureau wordt gevoerd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen V, VII, XIV en XVI van het Verdrag en de artikelen 11 tot 14 van het Algemeen Reglement.

GEWONE BEGROTING

Artikel 2

(a). De begroting wordt vastgesteld voor vijf jaar en berekend op basis van de goudfrank aangenomen bij de Internationale Monetaire Conventie van 1885; namelijk, 1 goudfrank = 0,290.322.58 gr. of 0,009.334.086.5 ounces troois zuiver goud.

(b). Het boekjaar van het Bureau valt samen met het Gregoriaanse kalenderjaar.

Artikel 3

Het sluitend maken van inkomsten en uitgaven is niet toegestaan bij het aanbieden van de begroting.

Artikel 4

De jaarlijkse bijdragen van de Regeringen die partij zijn bij het Verdrag zijn gebaseerd op de standaard van de goudfrank als omschreven in artikel 2 en worden gestort op de bankrekeningen van het Bureau. Zodanige bijdragen worden vastgesteld volgens de volgende regels:

  • (a). Elke Regering schrijft in voor twee aandelen van 2.000 goudfranken elk.
  • (b). De Regeringen die over scheepsruimte beschikken van 100.000 bruto ton of meer, dragen aanvullende aandelen van dezelfde waarde bij, overeenkomstig onderstaande schaal:
Bruto tonnage Aanvullende aandelen
(2.000 goudfranken elk)
100 000 — 249 999 250 000 — 454 999 455 000 — 719 999 720 000 — 1 049 999 1 050 000 — 1 449 999 1 450 000 — 1 924 999 1 925 000 — 2 479 999 2 480 000 — 3 119 999 3 120 000 — 3 849 999 3 850 000 — 4 674 999 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Bruto tonnage Aanvullende aandelen
--- ---
(2.000 goudfranken elk)
4 675 000 — 5 599 999 5 600 000 — 6 629 999 6 630 000 — 7 769 999 7 770 000 — 9 024 999 9 025 000 — 10 399 999 10 400 000 — 11 899 999 11 900 000 — 13 529 999 13 530 000 — 15 294999 15 295 000 — 17 199 999 17 200 000 — 19 249 999 19 250 000 — 21 449 999 21 450 000 — 23 804 999 23 805 000 — 26 319 999 26 320 000 — 28 999 999 29 000 00 — en hoger 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 (max.)

Artikel 5

Voor de toepassing van het Verdrag en zijn Reglement worden de tonnagecijfers van de Lid-Staten verkregen door optelling van 6/7 van de waterverplaatsing uitgedrukt in tonnen van de oorlogsschepen en de bruto tonnage van alle andere schepen van meer dan 100 ton.

Artikel 6

(a). De tonnenmaattabel die de bijdragen van de Regeringen bepaalt, wordt vóór iedere gewone Conferentie bijgewerkt door de Bestuurscommissie. Twaalf maanden vóór de Conferentie verzoekt het Bureau de Regeringen hun tonnagecijfers per 1 januari van het jaar voorafgaande aan dat van de Conferentie bekend te maken. Zes maanden vóór de Conferentie doet het Bureau de Regeringen een herziene tabel van de tonnages toekomen.

(b). De tabel van de tonnages, zomede die van de aandelen, bijdragen en stemmen worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Conferentie en worden van kracht op 1 januari van het jaar volgend op dat van de Conferentie.

Behalve in de gevallen bedoeld in de leden (c) en (d) hieronder, blijven deze tabellen van kracht tot 31 december van het jaar van de eerstvolgende Conferentie.

(c). Wanneer een Regering tot het Verdrag wenst toe te treden, meldt zij de tonnage van haar vloten. De Bestuurscommissie neemt dit cijfer op in de tonnenmaattabel zodra de toetreding van kracht wordt.

(d). Een Regering die haar tonnagecijfer, zoals het voorkomt in de tonnenmaattabel, wenst te wijzigen, dient de gewijzigde tonnage ten minste zes maanden vóór de aanvang van het volgende boekjaar op te geven.

Artikel 7

Het Vorstendom van Monaco geniet een bijzondere behandeling. In aanmerking nemende dat het het Bureau kosteloos huisvest, betaalt het geen enkele bijdrage, doch behoudt het zijn stemrecht.

Artikel 8

De Bestuurscommissie stelt de ontwerpbegroting op en doet deze ten minste drie maanden vóór de zitting van de Financiële Commissie aan de Lid-Staten toekomen voor onderzoek door genoemde Commissie.

Artikel 9

De Bestuurscommissie voert de begroting uit. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 11, ziet de Bestuurscommissie erop toe dat de uitgaven en de schuldenlast in overeenstemming zijn met de cijfers van de begroting.

Artikel 10

Voor overboeking van kredieten van één afdeling naar een andere afdeling is de machtiging van de Financiële Commissie vereist.

Artikel 11

Na afsluiting van het boekjaar dat met een begroting correspondeert, kunnen daarin geen verdere financiële verplichtingen worden aangegaan. Aan lopende verplichtingen kan nog gedurende drie maanden worden voldaan.

FINANCIËN - BEDRIJFSKAPITAAL

Artikel 12

Alle fondsen van het Bureau staan onder toezicht van de Bestuurscommissie. Geen uitgaven van meer dan 1.000 goudfranken mogen worden gedaan zonder voorafgaande toestemming van een van de leden van de Bestuurscommissie. Voor betalingen van meer dan 10.000 goudfranken is de voorafgaande toestemming van de voltallige Commissie vereist.

Artikel 13

(a). De jaarlijkse bijdragen van de Regeringen in de gewone begroting, als bedoeld in artikel 4, moeten worden betaald op 1 januari van het daarmede overeenkomende boekjaar. De betalingen moeten stipt op tijd plaatsvinden.

(b). De aan te houden wisselkoers is die welke geldt op de datum van verzending van de bijdrage; deze datum dient onverwijld aan het Bureau te worden opgegeven.

Artikel 14

Een Regering die toetreedt tot het Verdrag is slechts dan verplicht voor dat jaar contributie te betalen, indien haar toetreding vóór 1 juli van kracht wordt. Indien haar toetreding op of na die datum van kracht wordt, behoeft zij slechts de helft van die bijdrage te betalen.

Artikel 15

Nog niet betaalde bijdragen worden vermeld in een tabel die wordt gevoegd bij het verslag van het financiële beheer dat door de Bestuurscommissie aan de Financiële Commissie wordt voorgelegd.

Artikel 16

De schorsing van een Lid-Staat overeenkomstig de bepalingen van artikel XV van het Verdrag wordt door de Bestuurscommissie op of kort na 1 juli van het jaar waarin een derde jaarlijkse bijdrage verschuldigd was ter kennis van de desbetreffende Regering gebracht. Elke Lid-Staat wie aldus zijn aan het lidmaatschap verbonden rechten zijn ontnomen, blijft het Bureau de twee jaarlijkse bijdragen die ten tijde van de schorsing nog niet waren betaald, verschuldigd.

Artikel 17

(a). Een Lid-Staat die slechts een deel van de door hem verschuldigde bijdrage betaalt krijgt twee jaar de tijd om het verschil aan te zuiveren, te rekenen van de datum van de eerste kennisgeving door het Bureau. Aan het einde van dat tijdvak worden zijn aan het lidmaatschap verbonden rechten en voordelen geschorst, totdat het verschil is aangezuiverd.

(b). Schorsing van rechten als bedoeld in lid (a) hierboven wordt van kracht op 1 juli van het jaar waarin het tijdvak van twee jaar afloopt.

Artikel 18

Ten einde de financiële stabiliteit van het Bureau te waarborgen en financiële moeilijkheden te voorkomen, heeft het Bureau een bedrijfskapitaal tot zijn beschikking, waarvan de grootte aan het begin van elk jaar overeenkomt met ten minste de helft van het totaal der jaarlijkse bijdragen van de Lid-Staten.

RESERVEFONDS

Artikel 19

Het Bureau beschikt over een reservefonds waarvan de grootte door de Conferentie wordt vastgesteld. Dit fonds is uitsluitend bedoeld om de Organisatie in staat te stellen buitengewone uitgaven te doen. Het mag slechts in bijzondere omstandigheden worden aangesproken.

CONTROLE

Artikel 20

Ieder jaar legt de Bestuurscommissie de Lid-Staten een verslag voor betreffende het financiële beheer in het afgelopen boekjaar. Tegelijkertijd verstrekt de Bestuurscommissie gegevens omtrent de waarde der roerende en onroerende bezittingen van de Organisatie.

Artikel 21

De overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van het Algemene Reglement aangewezen accountant ziet erop toe dat de uitgaven verantwoord zijn, dat zij overeenstemmen met de door de Conferentie aangegeven richtlijnen en dat zij op de juiste wijze zijn geboekt. Een zodanige controle kan op ieder tijdstip worden uitgevoerd.

ONTBINDING

Artikel 22

In geval van ontbinding wordt het saldo van de rekeningen van de Organisatie omgeslagen over de Regeringen die nog Partij zijn bij het Verdrag op de dag dat dit ophoudt van kracht te zijn. Een batig saldo wordt onder deze Regeringen verdeeld naar evenredigheid van het totale bedrag van hun bijdragen sedert 1921. Een nadelig saldo wordt onder deze Regeringen verdeeld naar evenredigheid van hun laatste jaarlijkse bijdrage.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorized thereto, have signed this Convention.

DONE at Monaco on the third day of May nineteen hundred and sixty-seven, in a single copy in the English and French languages, each text being equally authentic, which shall be deposited in the Archives of the Government of the Principality of Monaco, which shall transmit certified copies thereof to all signatory and acceding Governments and to the President of the Directing Committee.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)