Overeenkomst inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat

Type Verdrag
Publication 1971-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 29
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

De Zwitserse Bondsraad

Geleid door de wens de tussen beide landen bestaande betrekkingen op het gebied van de sociale zekerheid aan te passen aan de ontwikkelingen welke sedert de ondertekening van het Verdrag inzake sociale verzekering van 28 maart 1958 en het Aanvullend Akkoord van 14 oktober 1960 in hun wederzijdse wetgeving hebben plaatsgevonden,

Besloten hebbende een Overeenkomst te sluiten ter vervanging van deze beide overeenkomsten,

Zijn de volgende bepalingen overeengekomen:

TITEL I. Definities en wetgeving

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a). „grondgebied”, wat Zwitserland betreft, het grondgebied van de Zwitserse Bondsstaat en, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;
  • b). „onderdaan”, wat Zwitserland betreft, een persoon van Zwitserse nationaliteit en, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, een persoon van Nederlandse nationaliteit;
  • c). „wetgeving” of „wettelijke regeling”, al naar het zinsverband vereist, de wetten en regelingen, genoemd in artikel 2 van de Overeenkomst, welke van kracht zijn in het gebied van beide Overeenkomstsluitende partijen;
  • d). „Zwitserse pensioenverzekering” de Zwitserse wettelijke regeling inzake ouderdoms-, weduwen-, wezen- en invaliditeitsverzekering;
  • e). „bevoegde Autoriteit”, wat Zwitserland betreft, het Federaal Bureau van Sociale Verzekering en, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid;
  • f). „wonen” of „woonachtig zijn” gewoonlijk verblijven.

Artikel 2

1.

Deze Overeenkomst is van toepassing op

  • a). in Zwitserland:
  • 1°. de federale wettelijke regeling inzake ouderdoms-, weduwen- en wezenverzekering;
  • 2°. de federale wettelijke regeling inzake invaliditeitsverzekering;
  • 3°. de federale wettelijke regeling inzake verzekering in geval van arbeidsongevallen en niet-arbeidsongevallen en van beroepsziekten;
  • 4°. de federale wettelijke regeling tot vaststelling van het kinderbijslagstelsel voor landarbeiders en kleine boeren;
  • b). in Nederland:
  • 1°. de wettelijke regeling inzake ouderdomsverzekering;
  • 2°. de wettelijke regeling inzake weduwen- en wezenverzekering;
  • 3°. de wettelijke regeling inzake arbeidsongeschiktheidsverzekering (invaliditeitsverzekering);
  • 4°. de wettelijke regeling inzake kinderbijslag.
2.

Deze Overeenkomst is eveneens van toepassing op alle wetten en regelingen waarbij de wettelijke regelingen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, worden samengevoegd, gewijzigd of aangevuld.

De Overeenkomst is ook van toepassing

  • a). op wetten en regelingen welke betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale zekerheid, mits daartoe een nadere overeenkomst is gesloten tussen de Overeenkomstsluitende partijen;
  • b). op wetten en regelingen welke de werking van de bestaande regelingen uitbreiden tot nieuwe groepen van rechthebbenden, tenzij de betrokken partij daartegen binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van bedoelde wetten of regelingen bezwaar maakt bij de Regering van de andere partij.

TITEL II. Algemene bepalingen

Artikel 3

Behoudens de bepalingen van deze Overeenkomst zijn de onderdanen van een van de Overeenkomstsluitende partijen onderworpen aan de verplichtingen en genieten zij de voordelen voortvloeiende uit wettelijke regelingen van de andere partij onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van deze partij.

Artikel 4

Behoudens de bepalingen van deze Overeenkomst genieten Zwitserse en Nederlandse onderdanen, die aanspraak kunnen maken op uitkeringen krachtens wettelijke regelingen, als bedoeld in artikel 2, deze uitkeringen volledig en zonder enige beperking, zolang zij op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende partijen woonachtig zijn.

Onder hetzelfde voorbehoud worden genoemde uitkeringen door een van de partijen aan onderdanen van de andere partij die in een derde land woonachtig zijn toegekend onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate als aan zijn eigen onderdanen, die in dit land woonachtig zijn.

Artikel 5

1.

Het beginsel van gelijkheid van behandeling, neergelegd in artikel 3 van de Overeenkomst, wordt niet toegepast ten aanzien van de Zwitserse wettelijke regelingen inzake vrijwillige pensioenverzekering van Zwitserse onderdanen in het buitenland, pensioenverzekering van Zwitserse onderdanen, die voor rekening van een werkgever in Zwitserland in het buitenland werkzaam zijn en bijstandsuitkeringen, welke worden uitbetaald aan Zwitserse onderdanen die in het buitenland woonachtig zijn.

2.

Het beginsel van gelijkheid van behandeling, neergelegd in artikel 3 van deze Overeenkomst, wordt niet toegepast ten aanzien van de Nederlandse wettelijke bepalingen inzake betaling van verlaagde premie voor de vrijwillige ouderdomsverzekering en de vrijwillige weduwen- en wezenverzekering.

TITEL III. De van toepassing zijnde wetgeving

Artikel 6

1.

Behoudens de overige bepalingen van deze titel zijn de onderdanen van de Overeenkomstsluitende partijen, die beroepsarbeid verrichten, onderworpen aan de wettelijke regelingen van de partij op het grondgebied waarvan zij hun arbeid verrichten, zelfs indien zij op het grondgebied van de andere partij wonen.

2.

Wanneer toepassing van het eerste lid leidt tot gelijktijdige verplichte verzekering bij beide partijen, worden de volgende regels toegepast:

  • a). Ingeval gelijktijdig arbeid in loondienst en arbeid als zelfstandige wordt verricht, geldt de verplichte verzekering volgens de wetgeving van die partij, op het grondgebied waarvan de arbeid in loondienst wordt verricht.
  • b). Ingeval gelijktijdig arbeid als zelfstandige wordt verricht, geldt de verplichte verzekering volgens de wetgeving van die partij, op het grondgebied waarvan de zelfstandige woont.

Artikel 7

1.

Op het beginsel, neergelegd in artikel 6, eerste lid, gelden de volgende uitzonderingen:

  • a). Op werknemers van een onderneming welke gevestigd is op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende partijen, die tijdelijk naar het grondgebied van de andere partij worden uitgezonden teneinde aldaar arbeid te verrichten, blijft gedurende 24 maanden de wettelijke regeling van de eerste partij van toepassing, alsof zij werkzaam waren op de plaats waar de onderneming, welke hen uitzendt, gevestigd is. Indien de uitzending langer duurt, kan bij wijze van uitzondering de wettelijke regeling van eerstgenoemde partij van toepassing blijven gedurende een in onderling overleg tussen de bevoegde autoriteiten van beide partijen overeen te komen tijdvak.
  • b). Werknemers, in dienst van transportondernemingen van een der partijen, die hetzij tijdelijk, hetzij als ambulant personeel werkzaam zijn op het grondgebied van de andere partij, zijn onderworpen aan de wetgeving van het land, waar de onderneming is gevestigd.
  • c). Werknemers in dienst van ondernemingen voor luchtvervoer, gevestigd op het grondgebied van een der Overeenkomstsluiten partijen, zijn onderworpen aan de wetgeving van de partij, op het grondgebied waarvan de onderneming gevestigd is. Indien de onderneming op het grondgebied van de andere partij echter een filiaal of een duurzame vertegenwoordiging heeft, zijn de daaraan verbonden werknemers onderworpen aan de wetgeving van het land waar dit filiaal of deze duurzame vertegenwoordiging zich bevindt, met uitzondering van degenen die niet voor onbepaalde tijd naar dit land zijn uitgezonden.
  • d). Werknemers, werkzaam bij een officiële administratieve dienst, die door een van de Overeenkomstsluitende partijen naar het gebied van de andere partij zijn uitgezonden, zijn onderworpen aan de wetgeving van het land, vanwaar zij zijn uitgezonden.
2.

De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn van toepassing op alle werknemers, ongeacht hun nationaliteit.

Artikel 8

1.

Onderdanen van een der Overeenkomstsluitende partijen die als leden van de diplomatieke missie of van een consulaire post van deze partij naar het grondgebied van de andere partij zijn uitgezonden, zijn onderworpen aan de wetgeving van eerstgenoemde partij.

2.

Onderdanen van een der Overeenkomstsluitende partijen, die zijn aangeworven op het grondgebied van de andere partij teneinde aldaar in dienst van de diplomatieke missie of van een consulaire post werkzaam te zijn, zijn verzekerd, indien zij in Zwitserland zijn aangeworven, volgens de wettelijke regelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, letter a, onder 1° en 2°, en indien zij in Nederland zijn aangeworven, volgens de wettelijke regelingen, bedoeld onder letter b van genoemd lid. Zij mogen kiezen voor de toepassing van de wetgeving van eerstgenoemde partij binnen een termijn van 3 maanden na de aanvang van hun dienstbetrekking of het in werking treden van deze Overeenkomst.

3.

Het bepaalde in het tweede lid wordt op overeenkomstige wijze toegepast:

  • a). op Zwitserse onderdanen, die werkzaam zijn in persoonlijke dienst van door de diplomatieke missie of een Zwitserse consulaire post in Nederland tewerkgestelde Zwitserse onderdanen;
  • b). op Nederlandse onderdanen, die werkzaam zijn in persoonlijke dienst van door de diplomatieke missie of een Nederlandse consulaire post in Zwitserland tewerkgestelde Nederlandse onderdanen.
4.

De leden 1 tot en met 3 zijn niet van toepassing op honoraire functionarissen van een consulaire post en hun beambten.

Artikel 9

De bevoegde autoriteiten der Overeenkomstsluitende partijen kunnen voor bepaalde personen of groepen van personen, in bijzondere gevallen en rekening houdende met de maatschappelijke behoeften van belanghebbenden, in onderling overleg van het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 8 afwijken.

TITEL IV. Bijzondere bepalingen ten aanzien van de prestaties

HOOFDSTUK I. Toepassing van de Zwitserse wettelijke regeling inzake pensioenverzekeringen

Artikel 10

1.

Nederlandse onderdanen hebben recht op gewone renten en op uitkeringen voor gebrekkigen ingevolge de Zwitserse invaliditeitsverzekering, onder dezelfde voorwaarden als Zwitserse onderdanen. Gewone renten voor verzekerden, wier invaliditeitsgraad minder dan 50% bedraagt, kunnen echter niet worden uitgekeerd aan Nederlandse onderdanen die Zwitserland blijvend verlaten.

2.

Voor het vaststellen van de tijdvakken van premiebetaling, welke als grondslag voor de berekening van de aan Nederlandse of Zwitserse onderdanen verschuldigde gewone rente ingevolge de Zwitserse invaliditeitsverzekering moeten dienen, worden verzekeringstijdvakken volgens de Nederlandse wetgeving inzake de arbeidsongeschiktheidsverzekering gelijkgesteld met Zwitserse tijdvakken van premiebetaling, voor zover zij niet samenvallen.

Artikel 11

1.

Nederlandse onderdanen, die in Zwitserland wonen, kunnen aanspraak maken op de revalidatievoorzieningen ingevolge de Zwitserse invaliditeitsverzekering, indien zij gedurende ten minste een vol jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop de invaliditeit is ontstaan, premie voor de Zwitserse verzekering hebben betaald.

2.

Echtgenoten en weduwen van Nederlandse nationaliteit, die geen winstgevende arbeid verrichten, alsmede minderjarige kinderen van dezelfde nationaliteit, kunnen, zolang zij in Zwitserland wonen, aanspraak maken op de revalidatievoorzieningen ingevolge de Zwitserse invaliditeitsverzekering, indien zij, gedurende ten minste een jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop de invaliditeit is ontstaan, onafgebroken in Zwitserland hebben gewoond; minderjarige kinderen hebben bovendien recht op zodanige voorzieningen, wanneer zij in Zwitserland wonen en aldaar invalide geboren zijn of aldaar sedert hun geboorte onafgebroken hebben gewoond.

Artikel 12

Nederlandse onderdanen hebben recht op de buitengewone renten ingevolge de Zwitserse pensioenverzekering onder dezelfde voorwaarden als Zwitserse onderdanen, zolang zij hun domicilie in Zwitserland handhaven en indien zij, onmiddellijk voorafgaande aan de datum met ingang waarvan zij de rente aanvragen, gedurende ten minste tien jaar, wanneer het een ouderdomsrente betreft, en gedurende ten minste vijf jaar, wanneer het betreft een rente aan nagelaten betrekkingen of een invaliditeitsrente, evenals een ouderdomsrente, welke de twee laatstgenoemde renten vervangt, onafgebroken in Zwitserland hebben gewoond.

HOOFDSTUK 2. Toepassing van de Nederlandse wettelijke regeling inzake de ouderdomsverzekering en de weduwen- en wezenverzekering

Artikel 13

Zwitserse onderdanen hebben recht op de overgangspensioenen, bedoeld in artikel 46 van de Nederlandse Wet inzake de algemene ouderdomsverzekering, onder dezelfde voorwaarden als Nederlandse onderdanen, zolang zij in Nederland wonen en indien zij gedurende ten minste tien jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de datum met ingang waarvan zij het pensioen aanvragen, onafgebroken in Nederland hebben gewoond.

Artikel 14

1.

Wanneer een onderdaan van een der Overeenkomstsluitende partijen op het tijdstip van zijn overlijden verplicht verzekerd is krachtens de Zwitserse pensioenverzekering en hij tijdvakken van verzekering krachtens de Nederlandse wettelijke regeling inzake de weduwen- en wezenverzekering heeft vervuld, kunnen zijn weduwe of zijn wezen op een pensioen krachtens laatstgenoemde wettelijke regeling aanspraak maken.

2.

Het bedrag van het pensioen, bedoeld in het voorgaande lid, wordt berekend op basis van de verhouding tussen de werkelijke individuele verzekeringsduur van de overledene volgens de Nederlandse wettelijke regeling inzake de weduwen- en wezenverzekering en de voor dezelfde verzekerde maximaal mogelijke verzekeringsduur volgens deze wettelijke regeling.

HOOFDSTUK 3. Kinderbijslag

Artikel 15

Personen, die beroepsarbeid verrichten op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende partijen, hebben recht op kinderbijslag voor kinderen die wonen op het grondgebied van de andere partij, of daar worden opgevoed, volgens de bepalingen van de wettelijke regeling van eerstgenoemde partij, alsof de kinderen op het grondgebied van deze partij woonden.

TITEL V. Diverse bepalingen

Artikel 16

De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende partijen:

  • a). treffen alle administratieve regelingen welke voor de uitvoering van deze Overeenkomst nodig zijn en wijzen verbindingsorganen aan;
  • b). regelen de bijzonderheden inzake de wederzijdse bijstand, evenals de deelneming in de aan medische en administratieve onderzoeken verbonden kosten;
  • c). verstrekken elkaar alle inlichtingen omtrent de maatregelen welke ter uitvoering van deze Overeenkomst worden genomen;
  • d). verstrekken elkaar zo spoedig mogelijk alle inlichtingen omtrent wijzigingen in hun wettelijke regelingen.

Artikel 17

1.

Bij de uitvoering van deze Overeenkomst zijn de administratieve autoriteiten alsmede de bevoegde organen van elk der Overeenkomstsluitende partijen elkaar wederkerig behulpzaam.

2.

De bevoegde autoriteiten regelen in onderling overleg met name de wijze, waarop de medische en administratieve controle van personen, die aan deze Overeenkomst rechten ontlenen, zal plaatsvinden.

3.

De vrijstelling of verlaging van rechten, zegelrechten, griffie- of registratierechten, geregeld bij de wetgeving van een der Overeenkomstsluitende partijen met betrekking tot de bescheiden of documenten, welke ter uitvoering van de wettelijke regeling van deze partij moeten worden overgelegd, wordt uitgebreid tot de overeenkomstige bescheiden en documenten, welke ter uitvoering van de wettelijke regeling van de andere partij dienen te worden overgelegd.

4.

Alle akten en documenten, welke ter uitvoering van deze Overeenkomst moeten worden overgelegd, zijn vrijgesteld van legalisatie door diplomatieke of consulaire autoriteiten, indien zij zijn voorzien van het dienstzegel of het officiële stempel van de autoriteit of het orgaan waarvan zij afkomstig zijn.

Artikel 18

1.

Aanvragen, verklaringen en beroepschriften welke ter uitvoering van de wettelijke regeling van een der Overeenkomstsluitende partijen binnen een bepaalde termijn bij een administratieve of rechtsprekende autoriteit of bij een instelling voor sociale zekerheid moeten worden ingediend, zijn ontvankelijk indien zij binnen dezelfde termijn zijn ingediend bij een overeenkomstige autoriteit of een overeenkomstige instelling van de andere partij. In dit geval zendt laatstgenoemd orgaan bedoelde aanvragen, verklaringen of beroepschriften onverwijld door aan het bevoegde orgaan van eerstgenoemde partij.

2.

Administratieve en rechtsprekende autoriteiten, alsmede bevoegde organen van een der Overeenkomstsluitende partijen mogen verzoekschriften en andere documenten niet weigeren op grond van het feit dat deze in een officiële taal van de andere partij zijn gesteld.

Artikel 19

1.

De organen voor sociale zekerheid, welke volgens deze Overeenkomst uitkeringen verschuldigd zijn, voldoen deze rechtsgeldig door betaling in de munt van hun land.

2.

Ingeval door een van de beide Overeenkomstsluitende partijen beperkende deviezenvoorschriften zouden worden vastgesteld, treffen de beide partijen in onderling overleg onverwijld maatregelen teneinde, overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst, de overmaking van de wederzijds verschuldigde bedragen te verzekeren.

Artikel 20

Wanneer een persoon, die aanspraak kan maken op uitkeringen of verstrekkingen volgens de wettelijke bepalingen van een der Overeenkomstsluitende partijen ter zake van een schade, geleden op het grondgebied van de andere partij, het recht heeft tegen een derde een eis tot schadevergoeding in te stellen, is het verzekeringsorgaan dat de uitkeringen of verstrekkingen verschuldigd is, gesubrogeerd in het recht op schadevergoeding jegens die derde, volgens de wettelijke regeling, welke op hem van toepassing is.

De andere partij erkent deze subrogatie, mits de van toepassing zijnde bepalingen van de nationale wettelijke regeling van deze partij zelf ook voorzien in de mogelijkheid van overdracht van het recht op schadevergoeding.

Artikel 21

Wanneer, hetzij bij wijze van voorschot, hetzij bij wijze van openbare bijstand, door een orgaan of een instelling van een der Overeenkomstsluitende partijen uitkeringen zijn verleend en voor hetzelfde tijdvak uitkeringen krachtens de wettelijke regeling inzake sociale verzekering van de andere partij verschuldigd zijn, kunnen de door het orgaan of de instelling van eerstgenoemde partij uitgekeerde bedragen ingehouden worden op het bedrag van de door het orgaan van de tweede partij verschuldigde uitkeringen, voor zover de wettelijke bepalingen, waaraan laatstgenoemd orgaan onderworpen is, dit toestaan.

Artikel 22

1.

Elk geschil tussen beide Overeenkomstsluitende partijen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst, dat door de bevoegde autoriteiten der beide partijen niet op bevredigende wijze kan worden beslecht, zal, op verzoek van een der partijen, aan een arbitrageprocedure worden onderworpen.

2.

Elke partij zal een scheidsman aanwijzen. De beide aldus aangewezen scheidsmannen zullen een derde scheidsman benoemen, die geen onderdaan van een van beide partijen mag zijn.

3.

Als een der partijen zijn scheidsman niet heeft aangewezen en deze aanwijzing niet binnen drie maanden na het tijdstip, waarop deze partij door de andere partij is verzocht een procedure te voeren, is geschied, wordt de scheidsman op verzoek van de tweede partij door de Voorzitter van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens aangewezen. Indien de Voorzitter verhinderd is deze functie uit te oefenen of indien hij onderdaan is van een der partijen, geschiedt de aanwijzing van de scheidsman door de Vice-Voorzitter van het Hof of, indien deze onderdaan van een der partijen is, door de oudste rechter die geen onderdaan van een der partijen is.

4.

Dezelfde werkwijze zal worden gevolgd, indien de beide door partijen aangewezen scheidsmannen niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent de keuze van de derde scheidsman.

5.

Tenzij partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn procedureregels zelf vast.

6.

Het scheidsgerecht beslist op grondslag van de eerbied voor het recht. Het neemt zijn besluit bij meerderheid van stemmen. De uitspraak is bindend voor partijen en zonder mogelijkheid van beroep.

TITEL VI. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 23

1.

Deze Overeenkomst is eveneens van toepassing ten aanzien van gebeurtenissen welke vóór haar inwerkingtreding hebben plaatsgevonden.

2.

Deze Overeenkomst kent geen enkel recht op uitkeringen of verstrekkingen toe over een tijdvak dat aan haar inwerkingtreding voorafgaat.

3.

Elk tijdvak van verzekering of daarmee gelijkgesteld tijdvak, alsmede elk tijdvak van wonen, vervuld onder de wetgeving van een der Overeenkomstsluitende partijen vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, wordt in aanmerking genomen bij het overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst vast te stellen recht op een uitkering of verstrekking.

4.

Deze Overeenkomst is niet van toepassing op aanspraken die zijn vervallen door uitbetaling van een afkoopsom of terugbetaling van premie.

Artikel 24

De gewone renten ingevolge de Zwitserse ouderdoms-, weduwen- en wezenverzekering worden slechts dan overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst toegekend, indien de gebeurtenis, welke aanleiding geeft tot het toekennen van een dergelijke rente, na 31 december 1959 heeft plaatsgevonden en op voorwaarde dat de premiebijdragen niet zijn terugbetaald op grond van artikel 6, derde lid, fan het Verdrag tussen Zwitserland en Nederland van 28 maart 1958. Aanspraken welke Nederlandse onderdanen kunnen doen gelden wegens gebeurtenissen, die vóór 1 januari 1960 hebben plaatsgevonden, blijven geregeld door artikel 6 van genoemd Verdrag van 28 maart 1958.

Artikel 25

Aanspraken van belanghebbenden, aan wie vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst een pensioen of rente is toegekend, zullen, rekening houdend met de bepalingen van deze Overeenkomst, op hun verzoek worden herzien. Deze herziening kan ook ambtshalve plaatsvinden. In geen geval mag een dergelijke herziening tot verlaging van de vroegere aanspraken van belanghebbenden leiden.

Artikel 26

Ingeval de bepalingen van de van toepassing zijnde wettelijke regeling toekenning van aanspraken beletten op grond van de nationaliteit of de woonplaats van belanghebbende en deze Overeenkomst een dergelijk beletsel wegneemt, zullen termijnen, waarbinnen aanspraken geldend gemaakt moeten worden, alsmede verjaringstermijnen, opgenomen in de wettelijke regelingen der Overeenkomstsluitende partijen, op zijn vroegst aanvangen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

Artikel 27

Het bijgevoegd Slotprotocol vormt een wezenlijk bestanddeel van deze Overeenkomst.

Artikel 28

1.

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage worden uitgewisseld.

2.

De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op die waarin de akten van bekrachtiging zijn uitgewisseld.

3.

Het Verdrag tussen Zwitserland en Nederland van 28 maart 1958 en het Aanvullend Akkoord van 14 oktober 1960 worden ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, met uitzondering van de bepalingen genoemd in artikel 24 van deze Overeenkomst en in punt 14 van het Slotprotocol bij deze Overeenkomst.

Artikel 29

1.

Deze Overeenkomst wordt gesloten voor de tijd van één jaar. Zij zal stilzwijgend van jaar tot jaar worden verlengd, behoudens opzegging door een der Overeenkomstsluitende partijen, waarvan minstens drie maanden voor het einde van de lopende geldigheidsduur mededeling moet worden gedaan.

2.

Ingeval de Overeenkomst wordt opgezegd, worden alle krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst verkregen rechten gehandhaafd. Regelingen omtrent de in opbouw zijnde rechten zullen worden getroffen in akkoorden tussen de bevoegde autoriteiten van beide Overeenkomstsluitende partijen.

Bij de heden plaatsgevonden hebbende ondertekening van de Overeenkomst inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat (hierna genoemd de Overeenkomst) hebben de gevolmachtigden, die dit protocol hebben ondertekend, vastgesteld, dat over de volgende punten overeenstemming tussen de Overeenkomstsluitende partijen bestaat:

1

De Overeenkomst laat onverlet de bepalingen van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden, gesloten op 27 juli 1950 te Parijs en herzien op 13 februari 1961 te Genève. Ter zake van het recht op een gewone rente krachtens de Zwitserse invaliditeitsverzekering worden Zwitserse en Nederlandse onderdanen, die als Rijnvarenden op een Zwitsers schip werkzaam waren en hun werkzaamheden wegens arbeidsongeschiktheid hebben moeten staken, geacht nog 12 maanden na het staken van hun werkzaamheden verzekerd te zijn gebleven.

2

  • a). De bepalingen van Titel III van de Overeenkomst zijn eveneens van toepassing op de Nederlandse wettelijke regelingen inzake ziekte- en werkloosheidsverzekering;
  • b). de wettelijke regelingen inzake ziekteverzekering, bedoeld in alinea a), omvatten:
  • -. de Ziektewet (uitkeringen)
  • -. de Ziekenfondswet (verstrekkingen)
  • -. de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (verstrekkingen bij zware risico's);
  • c). krachtens de Nederlandse wettelijke regelingen inzake ziekteverzekering toegekende uitkeringen worden aan buiten Nederland wonende Zwitserse onderdanen onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate als aan buiten Nederland wonende Nederlandse onderdanen verstrekt.

3

De Overeenkomst is ook van toepassing op vluchtelingen in de zin van het internationale Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 en van het Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 31 januari 1967, wanneer deze vluchtelingen op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende partijen woonachtig zijn. Onder dezelfde voorwaarden is de Overeenkomst van toepassing op hun gezinsleden en hun nagelaten betrekkingen, voor zover dezen hun rechten aan die van genoemde vluchtelingen ontlenen. Gunstiger bepalingen in de nationale wetgeving blijven van toepassing.

4

In afwijking van artikel 4 van de Overeenkomst worden uitkeringen voor gebrekkigen ingevolge de Zwitserse federale wetgeving inzake invaliditeits-, ouderdoms-, weduwen- en wezenverzekering niet uitgekeerd aan rechthebbenden die buiten Zwitserland wonen; wat betreft het verlenen van verstrekkingen beletten de bepalingen van genoemd artikel 4 de toepassing van gunstiger bepalingen in een van de nationale wettelijke regelingen echter niet.

5

In de gevallen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder c) van de Overeenkomst, verstrekken de vervoersondernemingen van een der Overeenkomstsluitende partijen aan het bevoegde orgaan van de andere partij een opgave van de personen, die niet voor onbepaalde tijd zijn uitgezonden.

6

Met personen, werkzaam bij een officiële administratieve dienst, in de zin van artikel 7, eerste lid, onder d) van de Overeenkomst, worden gelijkgesteld personen van Zwitserse nationaliteit, die in Nederland door het centrale Zwitserse Bureau voor toerisme zijn tewerkgesteld.

7

Als verzekerd volgens de Zwitserse invaliditeitsverzekering worden beschouwd Nederlandse onderdanen die hun domicilie niet in Zwitserland hebben, indien zij wegens arbeidsongeschiktheid hun arbeid in Zwitserland hebben moeten staken, maar tot het intreden van de invaliditeit in dit land blijven.

8

Tijdvakken van premiebetaling, krachtens de Nederlandse wettelijke regelingen inzake invaliditeitsverzekering (Invaliditeitswet en Interimwet invaliditeitsrentetrekkers), vervuld tussen 31 december 1947 en de datum van inwerkingtreding van de Nederlandse wettelijke regeling inzake arbeidsongeschiktheidsverzekering, worden voor de toepassing van artikel 10, tweede lid, van de Overeenkomst eveneens in aanmerking genomen.

9

Het wonen in Zwitserland, in de zin van artikel 11, tweede lid, van de Overeenkomst, wordt niet onderbroken door een tijdvak van ten hoogste twee maanden, gedurende hetwelk in Zwitserland woonachtige Nederlandse onderdanen Zwitserland verlaten.

10

Het tijdvak van wonen, bedoeld in artikel 12 van de Overeenkomst, wordt geacht door een verblijf buiten het Zwitserse grondgebied van niet meer dan drie maanden in de loop van een kalenderjaar niet te zijn onderbroken. Tijdvakken, waarin een persoon wel in Zwitserland woont, maar waarin hij was vrijgesteld van de verplichte Zwitserse pensioenverzekering, worden bij het vaststellen van het vereiste tijdvak van wonen niet in aanmerking genomen.

11

Nederlandse onderdanen hebben recht op de buitengewone renten ingevolge de Zwitserse invaliditeitsverzekering onder dezelfde voorwaarden als Zwitserse onderdanen en zonder dat rekening wordt gehouden met het tijdvak van wonen, vereist in artikel 12 van de Overeenkomst, indien zij in Zwitserland invalide zijn geworden in het jaar onmiddellijk volgend op de datum, waarop zij hebben opgehouden onderworpen te zijn aan de Nederlandse wettelijke regeling inzake arbeidsongeschiktheidsverzekering en mits zij in Zwitserland verzekerd zijn op het tijdstip, waarop de verzekerde gebeurtenis plaatsvindt. Indien in dergelijke gevallen opname in het Zwitserse bedrijfsleven mogelijk blijkt te zijn, worden de revalidatievoorzieningen krachtens de Zwitserse invaliditeitsverzekering aan Nederlandse onderdanen verleend onder dezelfde voorwaarden als aan Zwitserse onderdanen en zonder dat rekening wordt gehouden met het vereiste tijdvak van premiebetaling, genoemd in artikel 11, eerste lid, van de Overeenkomst.

12

Gelet op het beginsel van gelijkheid van behandeling, neergelegd in artikel 3 van de Overeenkomst, hebben de nagelaten betrekkingen van een buiten Zwitserland overleden Nederlands onderdaan eveneens recht op de uitkeringen en verstrekkingen voor nagelaten betrekkingen krachtens de Zwitserse ouderdoms-, weduwen- en wezenverzekering, ongeacht hun woonplaats en onder dezelfde voorwaarden als Zwitserse onderdanen.

13

De bepalingen van de Nederlandse wettelijke regeling, waarin de gevallen van samenloop van een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een weduwenpensioen met een overeenkomstige uitkering krachtens de wetgeving van een andere mogendheid worden geregeld, zijn niet van toepassing voor zover de betreffende Zwitserse rente op grond van tijdvakken van premiebetaling voor de vrijwillige verzekering verkregen is.

14

De Overeenkomst is ook van toepassing op de Nederlandse wetten inzake de liquidatie van de wettelijke ongevallenverzekering en de wettelijke invaliditeitsverzekering in verband met de invoering van de arbeidsongeschiktheidsverzekering. De krachtens deze wetten verleende renten en de bijslagen op deze renten worden dus, overeenkomstig artikel 4 van de Overeenkomst, ook in Zwitserland uitbetaald. Bovendien blijven de bepalingen van de artikelen 12 en 13 van het Verdrag van 28 maart 1958 van toepassing op uitkeringen welke nog verschuldigd zijn krachtens de Liquidatiewet Ongevallenwetten wegens gebeurtenissen, welke vóór 1 juli 1967 hebben plaatsgevonden.

15

De bepalingen van de Overeenkomst betreffende wederzijdse administratieve en medische bijstand, alsmede artikel 20 van de Overeenkomst, zijn ook in Nederland van toepassing op arbeidsongevallen en niet-arbeidsongevallen volgens de Zwitserse wetgeving.

16

Degene, die in het genot is van een pensioen, toegekend volgens de Nederlandse wettelijke regelingen inzake ouderdomsverzekering of weduwen- en wezenverzekering, dan wel van een uitkering toegekend volgens de Nederlandse wettelijke regeling inzake de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, heeft, indien hij in Zwitserland woont, recht op kinderbijslag overeenkomstig de Nederlandse wetgeving. Bij samenvallen van een volledig weduwenpensioen volgens de Nederlandse wetgeving en een buitengewone rente volgens de Zwitserse wetgeving, zal laatstgenoemde rente het recht op kinderbijslag niet aantasten.

17

Op de volgende wijze wordt de mogelijkheid van toelating tot de Zwitserse ziekteverzekering vereenvoudigd:

  • a). wanneer een volgens de Nederlandse ziekteverzekering verzekerde onderdaan van een der Overeenkomstsluitende partijen zijn woonplaats van Nederland naar Zwitserland overbrengt, moet hij, ongeacht zijn leeftijd, door een van de erkende Zwitserse ziekenfondsen, aangewezen door de bevoegde Zwitserse autoriteit, worden toegelaten en kan hij zich, zowel voor daguitkeringen als voor geneeskundige en farmaceutische hulp, verzekeren, mits
  • -. hij aan de overige statutaire toelatingsvoorschriften voldoet,
  • -. hij vóór het overbrengen van zijn woonplaats bij een orgaan van de Nederlandse ziekteverzekering aangesloten is geweest,
  • -. hij binnen drie maanden na het tijdstip, waarop de aansluiting in Nederland eindigde, toelating tot een Zwitsers fonds aanvraagt, en
  • -. hij niet van woonplaats verandert, uitsluitend met het doel een geneeskundige of curatieve behandeling te ondergaan;
  • b). voor het verkrijgen van medische en farmaceutische hulp hebben de echtgenote van een onderdaan van een der Overeenkomstsluitende partijen, alsmede zijn kinderen die nog geen 20 jaar zijn, hetzelfde recht op toelating tot een erkend ziekenfonds, wanneer zij aan bovengenoemde voorwaarden voldoen, waarbij het medeverzekerd zijn wordt gelijkgesteld met aangesloten zijn;
  • c). tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de Nederlandse ziekteverzekering, worden voor het verkrijgen van het recht op uitkeringen en verstrekkingen in aanmerking genomen, met dien verstande echter dat voor het recht op uitkeringen en verstrekkingen bij moederschap de verzekerde vrouw gedurende drie maanden bij het Zwitserse ziekenfonds aangesloten moet zijn geweest.

18

Op de volgende wijze wordt de mogelijkheid van toelating tot de vrijwillige Nederlandse ziekteverzekering (uitkeringen en verstrekkingen) vereenvoudigd:

  • a). wanneer een volgens de Zwitserse ziekteverzekering verzekerde onderdaan van een der Overeenkomstsluitende partijen zijn woonplaats van Zwitserland naar Nederland overbrengt, moet hij, ongeacht zijn leeftijd, door een van de Nederlandse ziekenfondsen worden toegelaten en kan hij zich, zowel voor ziekengeld als voor geneeskundige en farmaceutische hulp, verzekeren, mits
  • -. hij aan de overige statutaire toelatingsvoorschriften voldoet;
  • -. hij vóór het overbrengen van zijn woonplaats bij een erkend Zwitsers ziekenfonds aangesloten is geweest;
  • -. hij binnen drie maanden na het tijdstip, waarop de aansluiting in Zwitserland eindigde, toelating tot een Nederlands fonds aanvraagt;
  • -. hij niet van woonplaats verandert, uitsluitend met het doel een geneeskundige of curatieve behandeling te ondergaan;
  • b). voor het verkrijgen van medische en farmaceutische hulp hebben de echtgenote en de kinderen van een onderdaan van een der Overeenkomstsluitende partijen hetzelfde recht op toelating tot een ziekenfonds, wanneer zij aan bovengenoemde voorwaarden voldoen.

EN FOI DE QUOI les plénipotentiaires des Parties contractantes, dûment autorisés à cet effet, ont signé la présente Convention.

FAIT en double exemplaire en langue française, à Berne, le 27 mai 1970.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays Bas,

(s.) DE VOS VAN STEENWIJK

Pour le Conseil fédéral suisse,

(s.) CHRISTOFORO MOTTA

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)