Europese Code inzake Sociale Zekerheid (herzien)
De Lidstaten van de Raad van Europa die deze (herziene) Code hebben ondertekend,
Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is een grotere eenheid tussen zijn Leden tot stand te brengen ten einde, met name, hun sociale vooruitgang te bevorderen;
Overwegende het belang van harmonisatie van zowel de bescherming die wordt gewaarborgd door sociale zekerheid als van de lasten die hieruit voortvloeien overeenkomstig gemeenschappelijke Europese normen;
Opmerkend dat de nationale wetgeving inzake sociale zekerheid zich in de meeste Lidstaten van de Raad van Europa verder heeft ontwikkeld sedert de Europese Code inzake Sociale Zekerheid en het Protocol daarbij op 16 april 1964 voor ondertekening werden opengesteld;
Van oordeel zijnd dat deze ontwikkeling herziening van die akten op alle daarvoor in aanmerking komende punten noodzakelijk maakt ten einde, enerzijds, deze aan te passen aan de huidige aspiraties en mogelijkheden van de Europese samenleving en, anderzijds, de bescherming van sociale zekerheid uit te breiden tot de gehele bevolking, te zamen met sociale rechten voor iedere persoon, en discriminatie uit te bannen, in het bijzonder discriminatie op grond van geslacht;
Het nut erkennend van verbetering en versoepeling van de in de Europese Code inzake Sociale Zekerheid en het Protocol daarbij vervatte normen en van het opnemen van nieuwe normen in een herziene code die de Code en het Protocol van 16 april 1964 geleidelijk moet vervangen,
Zijn de volgende bepalingen overeengekomen, die zijn opgesteld met medewerking van het Internationale Arbeidsbureau:
DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Voor de toepassing van deze (herziene) Code:
- a. wordt verstaan onder „het Comité”: het Directie-Comité voor Sociale Zekerheid van de Raad van Europa of elk ander Comité dat door het Comité van Ministers belast is met de uitvoering van de taken die krachtens de bepalingen van deze (herziene) Code aan het Comité zijn opgedragen;
- b. omvat de term „wetgeving” de wetten en regelingen, alsmede de statuaire bepalingen inzake sociale zekerheid;
- c. wordt verstaan onder „voorgeschreven”: vastgesteld bij of krachtens de nationale wetgeving;
- d. wordt verstaan onder „ingezetene”: een persoon die gewoonlijk op het grondgebied van de betrokken Partij verblijf houdt;
- e. wordt verstaan onder „wachttijd”: hetzij een tijdvak van premiebetaling, hetzij een tijdvak van arbeid, hetzij een tijdvak van wonen, met inbegrip van ieder tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt, of een combinatie van deze tijdvakken, naar gelang is voorgeschreven voor de opening van het recht op prestaties;
- f. verwijst de term „ten laste” naar de toestand van afhankelijkheid die in voorgeschreven gevallen wordt verondersteld;
- g. wordt verstaan onder „nagelaten echtgenoot” de echtgeno(o)te die ten laste was van de overledene op het tijdstip van diens overlijden, en die niet is hertrouwd;
- h. wordt verstaan onder „kind”:
- i. een kind dat de leeftijd waarop de leerplicht afloopt, nog niet heeft bereikt, of dat jonger dan 16 jaar is;
- ii. onder voorgeschreven voorwaarden, een kind dat ouder is dan bedoeld onder i. hierboven, wanneer het wordt opgeleid voor een beroep , zijn studie voortzet of lijdt aan een chronische ziekte of een gebrek waardoor het niet geschikt is tot het verrichten van enige beroepsarbeid.
Artikel 2
Elke Partij die heeft verklaard zichzelf gebonden te achten door de in het eerste tot en met het derde lid van artikel 12 van het Europees Sociaal Handvest van 18 oktober 1961 vervatte verplichtingen of die de verplichtingen van de Europese Code inzake Sociale Zekerheid van 16 april 1964 heeft aanvaard, moet toepassen:
- a. Deel I;
- b. ten minste een van de Delen II tot en met X;
- c. de desbetreffende bepalingen van de Delen XI en XII; en
- d. Deel XIII
van deze (herziene) Code.
Elke andere Partij moet toepassen:
- a. Deel I;
- b. ten minste een van de Delen II tot en met X;
- c. de desbetreffende bepalingen van de Delen XI en XII; en
- d. Deel XIII
van deze (herziene) Code.
Artikel 3
Elke Overeenkomstsluitende Staat geeft in zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding aan ten aanzien van welke van de Delen II tot en met X hij de uit deze (herziene) Code voortvloeiende verplichtingen aanvaardt.
Elke Partij waarborgt aan de beschermde personen, met betrekking tot elk van de Delen II tot en met X ten aanzien waarvan zij de uit deze (herziene) Code voortvloeiende verplichtingen heeft aanvaard, de in dat Deel voorziene prestatie voor de verzekerde eventualiteit of eventualiteiten, in overeenstemming met de bepalingen van dat Deel.
Elke Overeenkomstsluitende Staat die de in de Delen II, III, IX en X vervatte verplichtingen aanvaardt, wordt geacht eveneens aan de in Deel VI vervatte verplichtingen te voldoen indien haar wetgeving aan slachtoffers van arbeidsongevallen of beroepsziekten recht geeft op medische zorg, ziekengeld en uitkering bij invaliditeit, en aan hun nagelaten betrekkingen het recht op uitkering aan nagelaten betrekkingen, ongeacht de oorzaak van de betreffende eventualiteit, en mits die wetgeving het recht op prestaties niet afhankelijk stelt van enige voorwaarde inzake een wachttijd. Voor de toepassing van dit lid wordt een Overeenkomstsluitende Staat, die wordt geacht aan de in Deel X vervatte verplichtingen te voldoen in overeenstemming met het vierde lid van dit artikel, geacht de verplichtingen van Deel X te hebben aanvaard.
Elke Overeenkomstsluitende Staat die de in de Delen V, VII en IX vervatte verplichtingen aanvaardt, wordt geacht eveneens aan de verplichtingen van Deel X te voldoen indien zijn wetgeving, wat de Delen V en IX betreft, de gehele economisch actieve bevolking beschermt en, wat Deel VII betreft, alle kinderen van de economisch actieve bevolking beschermt.
Een Overeenkomstsluitende Staat die een beroep wenst te doen op de bepalingen van het derde of het vierde lid van dit artikel, moet dit aangeven in zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
Elke Partij streeft ernaar passende maatregelen te nemen om gelijke behandeling van beschermde personen van beide geslachten te waarborgen bij de toepassing van die Delen van deze (herziene) Code waarvan zij de verplichtingen heeft aanvaard.
Artikel 4
Elke Partij kan later de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa ervan in kennis stellen dat zij de uit deze (herziene) Code voortvloeiende verplichtingen aanvaardt ten aanzien van één of meer van de Delen II tot en met X waarvan zij nog geen opgave heeft gedaan in haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
De aanvaarding van de in het voorgaande lid bedoelde verplichtingen wordt geacht een integrerend deel te vormen van de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, en heeft gelijke kracht te rekenen vanaf de datum van kennisgeving.
Artikel 5
Aanvaarding van de in één of meer van de Delen II tot en met X van deze (herziene) Code vervatte verplichtingen heeft, vanaf de datum van inwerkingtreding van die verplichtingen ten aanzien van de betrokken Partij, tot gevolg dat de overeenkomstige bepalingen van de Europese Code inzake Sociale Zekerheid en, waarvan toepassing, van het daarbij behorend Protocol, niet langer van toepassing zijn ten aanzien van de betrokken Partij indien die Partij door de eerste van genoemde akten of door beide akten gebonden is. Niettemin wordt aanvaarding van de in een of meer van de Delen II tot en met X van deze (herziene) Code vervatte verplichtingen geacht aanvaarding in te houden van de overeenkomstige bepalingen van de Europese Code inzake Sociale Zekerheid en, waar van toepassing, van het daarbij behorend Protocol, voor de toepassing van artikel 2 van genoemde Europese Code.
Artikel 6
Voor de toepassing van de Delen II, III, IV, V, VIII (voorzover het laatstgenoemde deel betrekking heeft op medische zorg), IX en X van deze (herziene) Code kan een Partij rekening houden met de bescherming voortvloeiende uit verzekeringen die krachtens haar wetgeving niet verplicht zijn voor de betrokken personen, mits deze verzekeringen:
- a. onder toezicht van de overheid staan dan wel, volgens voorgeschreven regels, hetzij door werkgevers en werknemers, hetzij, in voorkomend geval, door zelfstandigen of niet actieve personen worden uitgevoerd; en
- b. te zamen met eventuele andere vormen van bescherming, voldoen aan de desbetreffende bepalingen van deze (herziene) Code.
Artikel 7
Elke Partij kan door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring afwijken van de bepalingen van artikel 9, eerste tot en met derde lid, artikel 17, eerste lid, artikel 27, eerste lid, artikel 29, tweede lid, artikel 52, eerste tot en met derde lid, en van de bepalingen van Deel X betreffende het verlenen van prestaties aan nagelaten echtgenoten onder de voorwaarden vermeld in respectievelijk artikel 9, vierde lid, artikel 17, tweede lid, artikel 27, tweede en derde lid, artikel 29, derde lid, artikel 52, vierde lid, en artikel 70.
Elke Partij kan door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring afwijken van andere bepalingen van de Delen II tot en met X en van de bepalingen van artikel 74 van deze (herziene) Code, mits de wetgeving van die Partij bescherming waarborgt die ten minste gelijkwaardig is in het geheel van het betreffende Deel, aan de bescherming die in deze (herziene) Code is voorzien. De formulering van dergelijke afwijkingen is echter onderworpen aan goedkeuring door het Comité van Ministers van de Raad van Europa in een beslissing genomen met een meerderheid van stemmen zoals bepaald in artikel 20.d van het Statuut van de Raad van Europa, op basis van een voorstel gedaan door het in artikel 1, eerste lid, letter a, van deze (herziene) Code bedoelde Comité, en aangenomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
Elke Staat kan op het tijdstip van ondertekening of nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat van de toepassing van een of meer delen van deze (herziene) Code worden uitgesloten ambtenaren die worden beschermd door bijzondere stelsels krachtens welke, in totaal, prestaties worden verleend die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke worden voorzien krachtens deze (herziene) Code.
DEEL II. MEDISCHE ZORG
Artikel 8
De gedekte eventualiteit moet omvatten de noodzaak tot medische zorg van curatieve aard en, onder voorgeschreven voorwaarden, de noodzaak tot medische zorg van preventieve aard.
Artikel 9
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- a. alle werknemers, met inbegrip van leerlingen, alsmede hun ten laste komende echtgenoten en kinderen; of
- b. alle economisch actieve personen alsmede hun ten laste komende echtgenoten en kinderen; of
- c. alle inwoners.
Niettegenstaande de bepalingen van het voorgaande lid kan een Partij van de toepassing van dit Deel uitsluiten:
- a. groepen werknemers die in totaal niet meer dan 5 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers; of:
- b. groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking; of
- c. groepen ingezetenen die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke ingezetenen.
Wanneer hetzij letter a, hetzij letter b van het eerste lid van dit artikel van toepassing is, geldt voor personen die een van de volgende uitkeringen ontvangen of een van de in letter a of letter b van dit lid genoemde uitkeringen aanvragen:
- a. Invaliditeitsuitkeringen, ouderdomsuitkeringen of uitkeringen aan nagelaten betrekkingen;
- b. uitkeringen wegens duurzame arbeidsongeschiktheid tot een voorgeschreven mate of uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, in het geval van arbeidsongevallen of beroepsziekten;
- c. werkloosheidsuitkeringen;
dat zij, alsmede hun ten laste komende echtgenoten en kinderen, onder voorgeschreven voorwaarden tot de beschermde personen blijven behoren.
Een Partij kan van de bepalingen van het eerste tot en met het derde lid van dit artikel afwijken indien haar wetgeving voorziet in de waarborg van medische zorg voor:
- a. voorgeschreven groepen werknemers die in totaal ten minste 80 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers; of
- b. voorgeschreven groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal ten minste 75 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking; of
- c. voorgeschreven groepen ingezetenen die in totaal ten minste 70 % uitmaken van de gezamenlijke ingezetenen,
en, in geval van ziekte die langdurige behandeling vereist, voor alle ingezetenen.
Artikel 10
De medische zorg moet omvatten:
- a. de hulp van huisartsen en specialisten, al dan niet in ziekenhuizen, met inbegrip van de nodige diagnosen en onderzoeken, alsmede huisbezoeken;
- b. zorg, verleend door een beoefenaar van een beroep dat wettelijk is erkend als verwant aan het beroep van medicus, onder toezicht van een medicus of een andere persoon die bevoegd is die zorg te verlenen;
- c. de verstrekking van de noodzakelijke geneesmiddelen op voorschrift van een medicus of van een andere daartoe bevoegde persoon;
- d. opneming in een ziekenhuis of een andere geneeskundige instelling;
- e. tandheelkundige hulp, met inbegrip van de noodzakelijke prothesen;
- f. medische revalidatie, met inbegrip van de verstrekking, het onderhoud en de vernieuwing van prothesen en orthopedische middelen, alsmede medische hulpmiddelen, als voorgeschreven;
- g. vervoer van de patiënt als voorgeschreven.
Wanneer de wetgeving van een Partij erin voorziet dat de rechthebbende of diens kostwinner bijdraagt in de kosten van medische zorg, dienen de regels betreffende deze bijdrage in de kosten zodanig te zijn vastgesteld dat zij geen te zware last vormt en dat zij aan de doelmatigheid van de medische en sociale bescherming geen afbreuk doet.
De medische zorg dient erop gericht te zijn de gezondheid van de beschermde persoon en zijn geschiktheid om te werken in stand te houden, te herstellen ofte verbeteren, en in zijn persoonlijke behoeften te voorzien.
Artikel 11
Wanneer de wetgeving van een Partij het recht op medische zorg afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd, mag die wachttijd niet langer zijn dan ter voorkoming van misbruik noodzakelijk wordt geacht.
Artikel 12
De medische zorg moet worden verleend tijdens de gehele duur van de gedekte eventualiteit.
Wanneer artikel 9, eerste lid, letter a, dan wel letter b, van toepassing is, blijft het recht op medische zorg onder voorgeschreven voorwaarden gehandhaafd voor personen die niet langer behoren tot een van de groepen van beschermde personen.
DEEL III. UITKERING VAN ZIEKENGELD
Artikel 13
De gedekte eventualiteit moet omvatten de ongeschiktheid tot werken als gevolg van ziekte of van een ongeval, en die derving van inkomsten uit arbeid tot gevolg heeft, zoals geregeld bij de nationale wetgeving.
Artikel 14
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- a. alle werknemers, met inbegrip van leerlingen; of
- b. voorgeschreven groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal ten minste 80 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking;
Niettegenstaande het bepaalde in letter a van het voorgaande lid kan een Partij groepen werknemers die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers, uitsluiten van de toepassing van dit Deel.
Artikel 15
Het ziekengeld moet worden verleend in de vorm van een periodieke betaling, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 71 hetzij van artikel 72. Het bedrag kan gedurende de eventualiteit variëren, mits het gemiddelde bedrag in overeenstemming is met die bepalingen.
Artikel 16
Wanneer de wetgeving van een Partij het recht op ziekengeld afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd, mag die wachttijd niet langer zijn dan ter voorkoming van misbruik noodzakelijk wordt geacht.
Artikel 17
Wanneer de wetgeving van een Partij erin voorziet dat ziekengeld slechts wordt verleend na afloop van een bepaald aantal wachtdagen, mag dat aantal niet meer bedragen dan de eerste drie dagen van inkomstenderving.
Een Partij die artikel 14, eerste lid, letter b, toepast, kan ten aanzien van zelfstandigen afwijken van de bepalingen van het voorgaande lid.
Het ziekengeld moet worden verleend tijdens de gehele duur van de gedekte eventualiteit, of totdat de betaling plaatsvindt van een uitkering wegens ouderdom, invaliditeit of revalidatie. De uitkeringsduur kan echter tot 52 weken worden beperkt per ziektegeval, of tot 78 weken gedurende een periode van drie opeenvolgende jaren, zoals zulks is voorgeschreven.
Artikel 18
In geval van overlijden van een persoon die ziekengeld ontving, of die aanspraak kon maken op ziekengeld, moet overeenkomstig de voorgeschreven voorwaarden, aan zijn nagelaten betrekkingen, aan personen die te zijnen laste kwamen of aan andere personen zoals vastgelegd bij de nationale wetgeving, een begrafenisuitkering worden verleend.
Een Partij die de in Deel X vervatte verplichtingen heeft aanvaard, wordt geacht aan de verplichtingen van het voorgaande lid te voldoen.
DEEL IV. UITKERING BIJ WERKLOOSHEID
Artikel 19
De gedekte eventualiteit moet omvatten, onder voorgeschreven voorwaarden:
- a. volledige werkloosheid, omschreven als het ontbreken van inkomsten uit arbeid door de onmogelijkheid passend werk te verkrijgen in het geval van een beschermde persoon die in staat is arbeid te verrichten, voor arbeid beschikbaar is en daadwerkelijk arbeid zoekt;
- b. andere volledige werkloosheid, omschreven als derving van inkomsten als gevolg van hetzij beide, hetzij een van, de volgende situaties:
- i. een vermindering van het aantal arbeidsuren ten opzichte van de gebruikelijke of wettelijke arbeidstijd, om andere redenen dan die van de gezondheidstoestand van de betrokken werknemer of van zijn persoonlijke gemak, zonder dat het dienstverband wordt beëindigd;
- ii. de onmogelijkheid passende voltijdarbeid te vinden, in het geval van een werkloze die, weliswaar deeltijdarbeid aanvaardend, in staat is voltijdarbeid te verrichten, voor deze arbeid beschikbaar is en deze daadwerkelijk zoekt.
Bij de beoordeling van de passendheid van arbeid wordt, onder voorgeschreven voorwaarden en voor zover van toepassing, rekening gehouden met de leeftijd van de werkloze, de duur van zijn dienstverband in eerder e betrekkingen, zijn ervaring, de duur van zijn werkloosheid, de situatie op de arbeidsmarkt, en de gevolgen van de arbeid voor zijn persoonlijke omstandigheden en die van zijn gezin.
Artikel 20
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- a. alle werknemers, met inbegrip van leerlingen; of
- b. voorgeschreven groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal ten minste 70 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking.
- a. Niettegenstaande het bepaalde in letter a van het voorgaande lid, kan elke Partij groepen werknemers die in totaal niet meer dan 15 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers, uitsluiten van de toepassing van dit Deel;
- b. niettegenstaande het bepaalde in het voorgaande lid kan een Partij ambtenaren die voorgeschreven waarborgen van zekerheid van arbeid genieten, uitsluiten van de toepassing van dit Deel.
Voorts moet, onder voorgeschreven voorwaarden, ten minste twee van de volgende acht groepen personen die nooit hebben behoord tot, of gedurende een voorgeschreven tijdvak niet meer behoren tot, de in het eerste lid van dit artikel bedoelde groep beschermde personen, tot de beschermde personen gerekend:
- a. jongeren die een beroepsopleiding hebben voltooid;
- b. jongeren die hun studie hebben voltooid;
- c. jongeren die zijn ontslagen uit de verplichte militaire dienst;
- d. ouders aan het eind van een tijdvak dat zij geheel hebben gewijd aan de opvoeding van een kind na beëindiging van het zwangerschapsverlof;
- e. personen wier echtgeno(o)t(e) is overleden;
- f. gescheiden personen;
- g. ex-gedetineerden;
- h. personen die zijn gerevalideerd na arbeidsongeschiktheid.
Artikel 21
In geval van volledige werkloosheid moet de uitkering worden verleend in de vorm van periodieke betalingen, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 71, hetzij van artikel 72.
In geval van andere dan volledige werkloosheid moet de uitkering onder voorgeschreven voorwaarden worden verleend in de vorm van periodieke betalingen die een billijke vergoeding vormen voor de derving van inkomsten uit arbeid ten gevolge van werkloosheid, zodanig dat de som van de inkomsten uit arbeid van de rechthebbende en deze uitkering ten minste gelijk is aan het bedrag van de uitkering die ingevolge het voorgaande lid zou worden betaald in geval van volledige werkloosheid.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel kunnen de uitkeringen worden verleend in de vorm van periodieke betalingen, berekend overeenkomstig artikel 73, wanneer deze uitkeringen:
- a. zonder wachttijd worden toegekend aan in het derde lid van artikel 20 bedoelde groepen personen, of
- b. langer dan een minimumtijdvak van 39 weken worden verleend.
Artikel 22
Wanneer de wetgeving van een Partij het recht op werkloosheidsuitkering afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd, mag die wachttijd niet langer zijn dan ter voorkoming van misbruik noodzakelijk wordt geacht.
Ten aanzien van seizoenarbeiders kan de in het voorgaande lid bedoelde wachttijd worden aangepast aan de voorwaarden van hun beroepsactiviteit.
De voorwaarde inzake de wachttijd, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, kan worden aangepast aan de bijzondere situatie van de in artikel 20, derde lid, genoemde groepen personen.
Artikel 23
Wanneer de wetgeving van een Partij erin voorziet dat de in artikel 21, eerste lid, bedoelde uitkering slechts wordt verleend na afloop van een bepaald aantal wachtdagen, mag dat aantal niet meer bedragen dan:
- a. de eerste drie dagen van werkloosheid per geval van werkloosheid, waarbij de dagen van werkloosheid voorafgaand aan en volgend op tijdelijke arbeid die niet langer duurt dan een voorgeschreven tijdvak, worden geteld als deel van hetzelfde geval van werkloosheid; of
- b. de eerste zes dagen in de loop van een tijdvak van twaalf maanden.
Ten aanzien van seizoenarbeiders kan het in het voorgaande lid bedoelde aantal wachtdagen worden aangepast aan de voorwaarden van hun beroepsactiviteit.
Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid van dit artikel kan het aantal wachtdagen worden uitgebreid tot 26 weken indien de uitkering zonder wachttijd wordt toegekend aan in artikel 20, derde lid, bedoelde groepen personen.
Artikel 24
De in artikel 21 bedoelde uitkering moet worden verleend tijdens de gehele duur van de in artikel 19, eerste lid, bedoelde eventualiteit, of totdat betaling plaatsvindt van uitkering wegens ouderdom, invaliditeit of revalidatie. Voor de in artikel 19, eerste lid, letter a, bedoelde eventualiteit kan de duur van de betaling van de uitkering in de in artikel 21, eerste lid, bepaalde vorm echter worden beperkt tot hetzij 39 weken in een tijdvak van 24 maanden, hetzij 39 weken per geval van werkloosheid. Voor de in artikel 19, eerste lid, letter b, bedoelde eventualiteit kan de duur van de betaling van de uitkering worden beperkt tot een voorgeschreven tijdvak.
Wanneer de wetgeving van een Partij bepaalt dat het in artikel 21, eerste lid, bedoelde tijdvak van betaling afhangt van de lengte van de wachttijd, wordt aan het bepaalde in het voorgaande lid geacht te zijn voldaan indien het gemiddelde van de voorgeschreven tijdvakken voor de betaling van de uitkering, gewogen in overeenstemming met de frequentie van gevallen, niet minder bedraagt dan 39 weken of de helft van de duur van de wachttijd.
Het minimumtijdvak dat krachtens het eerste en tweede lid van dit artikel is toegestaan voor de betaling van uitkering wordt, onder voorgeschreven voorwaarden, verlengd totdat de in artikel 26, tweede lid, vastgestelde leeftijd wordt bereikt in het geval van werkloze personen die, bij het intreden van de eventualiteit, een voorgeschreven leeftijd hebben bereikt die lager is dan de in dat lid genoemde leeftijd.
Elke Partij die de uit Deel V of Deel IX voortvloeiende verplichtingen heeft aanvaard, wordt geacht aan het bepaalde in het voorgaande lid te voldoen indien de bedoelde werkloze personen vanaf de in dat lid bedoelde voorgeschreven leeftijd recht hebben op een ouderdoms- of invaliditeitspensioen overeenkomstig de bepalingen van Deel V of Deel IX.
Ten aanzien van seizoenarbeiders kan de duur van de uitkering worden aangepast aan de voorwaarden van hun beroepsactiviteit.
Artikel 25
Elke Partij waarborgt dat de beschermde personen, onder voorgeschreven voorwaarden, kunnen beschikken over voorzieningen voor beroepskeuzebegeleiding, scholing, her-, bij- en omscholing, integratie en herintegratie, om hen te helpen passende arbeid te behouden ofte verkrijgen, niet alleen in de in artikel 19, eerste lid, bedoelde eventualiteiten, maar ook wanneer er een ernstige dreiging bestaat dat die personen werkloos worden.
Om het gebruik van de in het voorgaande lid bedoelde voorzieningen aan te moedigen, voorziet elke Partij ten behoeve van de beschermde personen, onder voorgeschreven voorwaarden, in hulp gericht op beroepsmobiliteit en, voorzover nodig, geografische mobiliteit.
DEEL III. OUDERDOMSUITKERINGEN
Artikel 26
De gedekte eventualiteit omvat het overschreden hebben van een voorgeschreven leeftijd.
De in overeenstemming met het voorgaande lid voorgeschreven leeftijd mag niet hoger worden gesteld dan 65 jaar, tenzij passende demografische, economische en sociale criteria het stellen van een hogere leeftijd rechtvaardigen.
Artikel 27
Wanneer de in overeenstemming met artikel 26, eerste lid, voorgeschreven leeftijd 65 jaar of hoger is, moet deze, onder voorgeschreven voorwaarden, worden verlaagd in overeenstemming met de bepalingen van ten minste een van de volgende letters van dit lid:
- a. wanneer de betrokkene werkzaamheden heeft verricht die door de nationale wetgeving of praktijk met het oog op ouderdomsuitkeringen als zwaar of gevaarlijk worden beschouwd;
- b. wegens arbeidsongeschiktheid, in voorgeschreven mate en na een voorgeschreven leeftijd; wanneer de desbetreffende Partij de in Deel IX vervatte verplichtingen heeft aanvaard, wordt zij geacht aan deze bepaling te voldoen;
- c. in geval van volledige werkloosheid gedurende ten minste een jaar na een voorgeschreven leeftijd; wanneer de desbetreffende Partij de in Deel IV vervatte verplichtingen heeft aanvaard, wordt zij geacht aan deze bepaling te voldoen;
- d. na een voorgeschreven tijdvak van premiebetaling, arbeid of wonen dat langer is dan het tijdvak als voorzien in artikel 29, tweede en derde lid.
Elke Partij kan afwijken van het bepaalde in het voorgaande lid indien haar wetgeving mogelijkheden biedt om van de gestelde pensioengerechtigde leeftijd af te wijken in overeenstemming met de volgende regels:
- a. aan personen die daarom verzoeken, wordt, onder voorgeschreven voorwaarden, toegestaan dat zij een uitkering ontvangen op lagere leeftijd, onder voorbehoud van kortingen die kunnen worden toegepast, daarbij rekening houdend met de duur van het tijdvak van vervroeging, het bedrag van de uitkering die zij normaliter zouden hebben ontvangen op de pensioengerechtigde leeftijd op basis van een tijdvak van premiebetaling, arbeid of wonen met inbegrip van ieder tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt, in verhouding tot het feitelijk vervulde tijdvak;
- b. personen die daarom verzoeken, mogen hun recht op uitkering opschorten tot voorbij de voorgeschreven leeftijd ten einde hetzij aanvullende wachttijden te vervullen die vereist zijn om voor de uitkering in aanmerking te komen, hetzij een hogere uitkering te ontvangen, afhankelijk van de duur van het tijdvak van opschorting en, in voorkomend geval, van elk vervuld aanvullend tijdvak van premiebetaling, arbeid of wonen, met inbegrip van ieder tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt.
Elke Partij kan afwijken van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel wanneer personen wier aantal arbeidsuren geleidelijk wordt verminderd of die nieuwe arbeid aanvangen op deeltijdbasis gedurende een bepaald tijdvak dat voorafgaat aan of volgt op de krachtens artikel 26, eerste lid, voorschreven leeftijd, gedurende dat tijdvak, onder voorgeschreven voorwaarden, een gedeeltelijke ouderdomsuitkering of een bijzondere uitkering ontvangen die, in voorkomend geval, wordt behandeld als inkomsten die in aanmerking worden genomen bij de latere berekening van de volledige ouderdomsuitkering.
Artikel 28
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- a. alle werknemers, met inbegrip van, onder voorgeschreven voorwaarden leerlingen; of
- b. voorgeschreven groepen van de economische actieve bevolking die in totaal ten minste 80 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking; of
- c. alle ingezetenen.
Niettegenstaande het bepaalde in de letters a en b van het voorgaande lid kan elke Partij van de toepassing van dit deel uitsluiten:
- a. groepen werknemers die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers; of
- b. groepen ingezetenen die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke ingezetenen.
Artikel 29
Ouderdomsuitkeringen moeten worden verleend in de vorm van een periodieke betaling, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 71 hetzij van artikel 72.
De in het voorgaande lid bedoelde uitkering moet worden gewaarborgd aan alle beschermde personen die, overeenkomstig voorgeschreven regels, veertig jaar van premiebetaling, arbeid of wonen hebben vervuld, met inbegrip van ieder tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt.
Wanneer een Partij evenwel de bepalingen van artikel 28, eerste lid, letter b of c, toepast, kan die Partij afwijken van het voorgaande lid, wanneer de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt gewaarborgd:
- a. wanneer in beginsel alle economisch actieve personen worden beschermd, aan beschermde personen die, overeenkomstig voorgeschreven regels, een voorgeschreven tijdvak van premiebetaling hebben vervuld, en te wier naam in de loop van de actieve periode van hun leven premies zijn betaald waarvan het gemiddelde jaarlijkse aantal, het jaarlijkse aantal of het gemiddelde jaarlijks bedrag een voorgeschreven aantal bereikt; of
- b. wanneer in beginsel alle ingezetenen worden beschermd, aan beschermde personen die, overeenkomstig voorgeschreven regels, een voorgeschreven tijdvak van wonen hebben vervuld, met inbegrip van ieder tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt.
Uitkeringen die in evenredigheid tot het tijdvak van premiebetaling, arbeid of wonen kunnen worden verminderd, moeten worden verleend aan beschermde personen die, onder voorgeschreven voorwaarden, een tijdvak hebben vervuld dat korter is dan omschreven in het derde en vierde lid van dit artikel.
Wanneer de toekenning van een ouderdomsuitkering afhankelijk is gesteld van de vervulling van een wachttijd die bestaat uit een tijdvak van premiebetaling of arbeid, moet, onder voorgeschreven voorwaarden, een verminderde uitkering worden gewaarborgd aan personen die, enkel ten gevolge van het feit dat zij op het tijdstip waarop de regeling welke het mogelijk maakte dit deel toe te passen, van kracht is geworden, een gevorderde leeftijd hadden bereikt, overeenkomstig artikel 30 voorgeschreven voorwaarden niet hebben kunnen vervullen.
Deze bepaling hoeft evenwel niet te worden toegepast indien aan die personen een uitkering wordt toegekend overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid of het derde lid, letter a, van dit artikel op een hogere leeftijd dan krachtens in artikel 26, eerste lid, voorgeschreven leeftijd.
Artikel 30
Wanneer de wetgeving van een Partij het recht op ouderdomsuitkering afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd, mag die wachttijd niet langer zijn dan vijftien jaar, vervuld, overeenkomstig voorgeschreven regels, voorafgaand aan het intreden van de eventualiteit.
Artikel 31
De in artikel 29 bedoelde uitkeringen moeten worden verleend tijdens de gehele duur van de gedekte eventualiteit.
DEEL VI. UITKERINGEN EN VERSTREKKINGEN BIJ ARBEIDSONGEVALLEN EN BEROEPSZIEKTEN
Artikel 32
Onder de gedekte eventualiteiten moeten de volgende worden begrepen, wanneer deze het gevolg zijn van een arbeidsongeval of van een beroepsziekte:
- a. de noodzaak tot medische zorg;
- b. aanvankelijke of tijdelijke arbeidsongeschiktheid die derving van inkomsten uit arbeid tot gevolg heeft zoals nader geregeld bij de nationale wetgeving;
- c. algeheel verlies van de geschiktheid om inkomsten uit arbeid te verwerven, of gedeeltelijk verlies van zodanige geschiktheid, uitgaand boven een voorgeschreven minimum, wanneer het waarschijnlijk is dat dit gehele of gedeeltelijke verlies blijvend zal zijn, alsmede overeenkomstige vermindering van de lichaamsgesteldheid;
- d. in het geval van het overlijden van de betrokkene, het verlies van bestaansmiddelen door de nagelaten echtgeno(o)t(e) en kinderen.
In het geval van een nagelaten echtgeno(o)t(e) zonder kinderen kan het recht op uitkering afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat het huwelijk was gesloten of aangekondigd voor het ontstaan van het arbeidsongeval of de beroepsziekte.
Artikel 33
Elke Partij dient een definitie van „arbeidsongeval” voor te schrijven, waarin de voorwaarden worden genoemd waaronder een ongeval dat op weg naar of van het werk heeft plaatsgevonden, als arbeidsongeval wordt aangemerkt, tenzij ongevallen buiten het werk krachtens haar wetgeving onder dezelfde voorwaarden zijn gedekt als arbeidsongevallen.
Artikel 34
Elke Partij moet:
- a. bij de wet een lijst van ziekten vaststellen die ten minste de ziekten bevat, die in de bij dit Deel gevoegde tabel zijn genoemd en die, onder voorgeschreven voorwaarden, als beroepsziekten worden erkend; of
- b. in zijn wetgeving een algemene definitie van beroepsziekten opnemen die voldoende ruim is om ten minste de ziekten die in de bij dit Deel gevoegde tabel zijn genoemd, te dekken; of
- c. bij de wet een lijst van ziekten vaststellen, die ten minste vijf zesde van de ziekten bevat, die in de bij dit Deel gevoegde tabel zijn genoemd en die, onder voorgeschreven voorwaarden, als beroepsziekten worden erkend, en deze lijst aanvullen met een algemene definitie van beroepsziekten of met bepalingen die het mogelijk maken vast te stellen of ziekten die zich niet onder de voorgeschreven voorwaarden openbaren in het beroep zijn ontstaan.
Het Comité kan wijzigingen in de in de bij dit Deel gevoegde tabel opgenomen lijst aannemen met een twee derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen die ten minste een twee derde meerderheid van de door de Partijen aangewezen leden van het Comité vertegenwoordigen. Het Comité beraadslaagt ten minste eens per vijfjaar over eventuele herziening van de lijst, en in ieder geval na iedere herziening van de lijst van beroepsziekten in Tabel I bij Verdrag nr. 121 van de ILO betreffende de prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, of van de Europese lijst van beroepsziekten in de Aanbeveling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1962.
De Partijen worden door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa in kennis gesteld van elke door het Comité overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid aangenomen wijziging. Ten aanzien van iedere Staat die al Partij is op het tijdstip waarop een dergelijke wijziging wordt aangenomen, wordt de wijziging van kracht zodra die Staat de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa heeft meegedeeld dat hij deze aanvaardt. Ten aanzien van een Staat die op een later tijdstip Partij wordt, wordt de wijziging automatisch van kracht indien deze, op het tijdstip waarop deze Staat zijn instemming tot uitdrukking brengt door deze (herziene) Code te worden gebonden, reeds van kracht is geworden ten aanzien van twee derde of meer van de Partijen; in andere gevallen wordt de wijziging ten aanzien van de desbetreffende Staat van kracht zodra deze de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa in kennis stelt van zijn aanvaarding ervan.
Artikel 35
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- a. alle werknemers, met inbegrip van leerlingen en, in het geval van overlijden van de betrokkene, de nagelaten echtgeno(o)t(e) en kinderen; of
- b. voorgeschreven groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal ten minste 80 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking en, in geval van overlijden van de betrokkene, de nagelaten echtgeno(o)t(e) en kinderen.
Ten aanzien van nagelaten echtgenoten kan het recht op uitkering, zoals voorgeschreven, afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat zij niet in staat zijn in hun eigen onderhoud te voorzien.
Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid, letter a, van dit artikel kan elke Partij groepen werknemers die in totaal niet meer dan 5 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers uitsluiten van de toepassing van dit Deel.
Artikel 36
Voor de in artikel 32, eerste lid, letter a, bedoelde eventualiteit moet de medische zorg omvatten:
- a. de zorg van huisartsen en specialisten, al dan niet in een ziekenhuis, met inbegrip van de nodige diagnosen en onderzoeken, alsmede huisbezoeken;
- b. zorg verleend door een beoefenaar van een beroep dat wettelijk is erkend als verwant aan het beroep van medicus, onder toezicht van een medicus of een andere persoon die bevoegd is die zorg te verlenen;
- c. de verstrekking van de noodzakelijke geneesmiddelen op voorschrift van een medicus of een andere daartoe bevoegde persoon;
- d. opneming in een ziekenhuis of een andere medische instelling;
- e. tandheelkundige hulp, met inbegrip van de noodzakelijke prothesen;
- f. medische revalidatie, met inbegrip van de verstrekking, het onderhoud en de vernieuwing van prothesen en orthopedische middelen alsmede medische hulpmiddelen, als voorgeschreven;
- g. vervoer van de patiënt als voorgeschreven;
- h. de volgende soorten van hulp op de arbeidsplek, wanneer mogelijk:
- i. eerste hulp voor slachtoffers van ernstige ongevallen;
- ii. nazorg voor slachtoffers van lichte verwondingen die afwezigheid van het werk niet noodzakelijk maken.
Van de rechthebbende mag geen bijdrage in de kosten van medische hulp worden verlangd.
De medische zorg dient erop gericht te zijn de gezondheid van de beschermde persoon en zijn geschiktheid om te werken in stand te houden, te herstellen of te verbeteren, en in zijn persoonlijke behoeften te voorzien.
Artikel 37
Voor de in artikel 32, eerste lid, letter b, bedoelde eventualiteit moet de uitkering worden verleend in de vorm van periodieke betalingen, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 71, hetzij van artikel 72. Het bedrag van de periodieke betalingen kan gedurende de eventualiteit variëren, mits het gemiddelde bedrag in overeenstemming is met die bepalingen.
Met betrekking tot de in artikel 32, eerste lid, letter b, bedoelde eventualiteit wordt een Partij geacht aan de bepalingen van dit Deel te voldoen indien haar wetgeving ziekengeld toekent aan slachtoffers van arbeidsongevallen en beroepsziekten krachtens een algemene regeling inzake prestaties in geval van ziekte, onder de voor rechthebbenden krachtens die regeling voorgeschreven voorwaarden, met uitsluiting van voorwaarden betreffende een wachttijd, mits de bedoelde voorwaarden ten minste zo gunstig zijn als de in Deel III voorgeschreven voorwaarden.
Artikel 38
Inde in artikel 32, eerste lid, letter c, bedoelde eventualiteit moet de uitkering worden verleend in de vorm van een periodieke betaling:
- a. berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 71 hetzij van artikel 72 in geval van algeheel verlies van de geschiktheid om inkomsten uit arbeid te verwerven, of overeenkomstige vermindering van de lichaamsgesteldheid;
- b. berekend als billijk deel van de uitkering die voortvloeit uit het bepaalde in letter a, in geval van gedeeltelijk verlies van de geschiktheid om inkomsten uit arbeid te verwerven, of overeenkomstige vermindering van de lichaamsgesteldheid.
In geval van een gedeeltelijk verlies van de geschiktheid om inkomsten uit arbeid te verwerven van minder dan 25 % of een overeenkomstige vermindering van de lichaamsgesteldheid, kan de uitkering geschieden in de vorm van een betaling ineens. Het bedrag van deze betaling mag niet minder zijn dan het totale bedrag van de perodieke betalingen die, met inachtneming van het voorgaande lid, gedurende drie jaar verschuldigd zouden zijn geweest.
In andere gevallen kan, op verzoek van de betrokkene, de in het eerste lid van dit artikel bedoelde periodieke betaling geheel of gedeeltelijk worden omgezet in een uitkering ineens, die overeenkomt met de contante waarde van die periodieke betalingen wanneer de bevoegde autoriteit redenen heeft om aan te nemen dat een zodanige uitkering ineens op een voor de betrokkene bijzonder gunstige wijze zal worden aangewend.
De nationale wetgeving bepaalt de voorwaarden waaronder herziening, schorsing of intrekking van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde periodieke betaling zal plaatsvinden in verband met de wijzigingen welke in de mate van verlies van de geschiktheid om inkomsten uit arbeid of de vermindering van de lichaamsgesteldheid kunnen optreden.
Daarenboven moet elke Partij, onder voorgeschreven voorwaarden, voorzien in een hogere uitkering of in een bijzondere uitkering aan rechthebbenden die in een toestand verkeren, welke voortdurende verzorging door een ander nodig maakt.
Artikel 39
Voor de in artikel 32, eerste lid, letter d, bedoelde eventualiteit moet de uitkering aan de nagelaten echtgeno(o)t(e) en kinderen van de betrokkene worden verleend in de vorm van een periodieke betaling, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 71 hetzij van 72.
Daarenboven moet overeenkomstig voorgeschreven voorwaarden aan de nagelaten betrekkingen van de betrokkene, aan personen die ten laste kwamen, of aan andere personen zoals vastgesteld bij de nationale wetgeving, een begrafenisuitkering worden verleend.
Artikel 40
Het recht op uitkering mag niet afhankelijk worden gesteld van de vervulling van een wachttijd. In het geval van beroepsziekte wordt een eventueel voorgeschreven tijdvak van blootstelling aan risico's niet als wachttijd beschouwd.
Artikel 41
De medische zorg en de uitkeringen in de vorm van periodieke betalingen moeten worden verleend tijdens de gehele duur van de in artikel 32, eerste lid, letters a, b, c of d, bedoelde eventualiteit.
Artikel 42
Iedere Partij moet onder voorgeschreven voorwaarden:
- a. maatregelen nemen ter voorkoming van arbeidsongevallen en beroepsziekten;
- b. voorzien in revalidatiediensten, die in alle gevallen waarin dat mogelijk is invaliden voorbereiden op hervatting van hun vroegere werkzaamheden of, indien dit niet mogelijk is, op het verrichten van andere arbeid, welke het meest met hun krachten en bekwaamheid in overeenstemming is;
- c. maatregelen nemen om de plaatsing van invaliden in een geschikte werkkring te vergemakkelijken.
Artikel 43
Onder voorgeschreven voorwaarden zijn werknemers die blootstaan aan het risico van beroepsziekten verplicht periodieke medische onderzoeken te ondergaan.
Wanneer de in het voorgaande lid bedoelde werknemers gedwongen van werk veranderen, dienen zij gebruik te kunnen maken van de in artikel 42, letters b en c, voorgeschreven voorzieningen en maatregelen.
Artikel 44
Ten aanzien van de in artikel 32, eerste lid, letter a, bedoelde eventualiteit wordt een Partij geacht aan de bepalingen van dit deel te voldoen indien haar wetgeving voorziet in medische zorg voor slachtoffers van arbeidsongevallen en beroepsziekten krachtens een algemene regeling inzake medische zorg of prestaties in geval van ziekte, onder de voor rechthebbenden krachtens die regeling voorgeschreven voorwaarden, met uitsluiting van voorwaarden betreffende een wachttijd, mits de bedoelde voorwaarden ten minste zo gunstig zijn als de in Deel II voorgeschreven voorwaarden.
TABEL, BEHORENDE BIJ DEEL VI
DEEL VII. GEZINSBIJSLAGEN
Artikel 45
De gedekte eventualiteit omvat het ten laste hebben van kinderen, zoals voorgeschreven.
Artikel 46
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- a. de kinderen van alle werknemers, met inbegrip van leerlingen; of
- b. de kinderen van alle economisch actieve personen; of
- c. de kinderen van alle ingezetenen; of
- d. de kinderen van alle ingezetenen wier inkomsten tijdens de duur van de eventualiteit voorgeschreven grenzen niet overschrijden.
Niettegenstaande de bepalingen van het voorgaande lid, letters a en b, kan elke Partij van de toepassing van dit Deel uitsluiten:
- a. de kinderen van groepen werknemers die in totaal niet meer dan 5 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers; of
- b. de kinderen van groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking.
Wanneer een Partij het eerste lid, letter b of c, van dit artikel toepast, moeten de kinderen van personen die:
- a. een invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenuitkering;
- b. een uitkering voor blijvende arbeidsongeschiktheid tot een voorgeschreven mate, of een nabestaandenuitkering in geval van een arbeidsongeval of beroepsziekte;
- c. een werkloosheidsuitkering ontvangen, onder voorgeschreven voorwaarden worden beschermd.
Artikel 47
De prestaties moeten omvatten:
- a. hetzij periodieke betalingen voor gezinnen; hetzij
- b. een combinatie van periodieke betalingen, belastingvoordelen, verstrekkingen of sociale dienstverlening voor gezinnen.
Artikel 48
Wanneer een Partij artikel 46, eerste lid, letter a of b, toepast, mag het recht op prestaties niet afhankelijk worden gesteld van de vervulling van een wachttijd.
Wanneer een Partij artikel 46, eerste lid, letter c of d, toepast, mag het recht op prestaties afhankelijk worden gesteld van de vervulling van een tijdvak van wonen van ten hoogste zes maanden.
Artikel 49
De totale waarde van de overeenkomstig artikel 47 verleende prestaties moet zodanig zijn dat zij ten minste gelijk is aan:
- a. hetzij 1,5 % van het bruto binnenlands produkt; hetzij
- b. 3 % van het wettelijk minimumloon of het gewaarborgd minimum loon, dan wel van het loon van een ongeschoolde arbeider, zoals vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 72, vermenigvuldigd met het totale aantal beschermde personen.
Artikel 50
De in artikel 47 bedoelde prestaties moeten worden verleend tijdens de gehele duur van de gedekte eventualiteit.
DEEL VIII. PRESTATIES BIJ MOEDERSCHAP
Artikel 51
De gedekte eventualiteit moet omvatten:
- a. zwangerschap en bevalling en de gevolgen daarvan;
- b. de daaruit voortvloeiende derving van inkomsten uit arbeid, zoals voorgeschreven bij de nationale wetgeving.
Artikel 52
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- a. wat betreft de in artikel 51, letter a, bedoelde eventualiteit:
- i. alle werkneemsters, met inbegrip van vrouwelijke leerlingen, en hun dochters, alsmede alle echtgenotes die ten laste komen van werknemers, met inbegrip van leerlingen en hun dochters; of
- ii. alle economisch actieve vrouwen en hun dochters, alsmede alle echtgenotes die ten laste komen van economisch actieve mannen, en hun dochters; of
- iii. alle vrouwelijke ingezetenen
- b. wat betreft de in artikel 51, letter b, bedoelde eventualiteit:
- i. alle werkneemsters, met inbegrip van vrouwelijke leerlingen; of
- ii. alle vrouwen die behoren tot voorgeschreven groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal ten minste 80 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking.
- a. Niettegenstaande het bepaalde in het voorgaande lid, letter a, kan elke Partij van de toepassing van dit Deel uitsluiten:
- i. vrouwen die behoren tot groepen werknemers die in totaal niet meer dan 5 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers, en hun dochters, alsmede de echtgenotes van mannen die tot deze groepen behoren, en hun dochters; of
- ii. vrouwen die behoren tot groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking, en hun dochters, alsmede de echtgenotes van mannen die tot deze groepen behoren, en hun dochters; of
- iii. vrouwen die behoren tot groepen ingezetenen die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke ingezetenen, en hun dochters.
- b. Niettegenstaande het bepaalde in het voorgaande lid, letter b.i, kan elke Partij vrouwen die behoren tot groepen werknemers die in totaal niet meer van 10 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers, van de toepassing van dit Deel uitsluiten.
Wanneer een Partij het eerste lid, letter a.i of a.ii, van dit artikel toepast, geldt voor vrouwen die een van de volgende uitkeringen ontvangen of aanspraak maken op een in letter a of b van dit lid genoemde uitkering:
- a. een invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenuitkering;
- b. een uitkering voor blijvende arbeidsongeschiktheid tot in voorgeschreven mate of een nabestaandenuitkering, in het geval van een arbeidsongeval of beroepsziekte;
- c. een werkloosheidsuitkering,
en voor echtgenotes die ten laste komen van mannen die zodanige uitkeringen ontvangen of aanspraak maken op een invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenuitkering, en voor hun kinderen, dat zij, onder voorgeschreven voorwaarden, bescherming blijven genieten ten aanzien van de in artikel 51, letter a, bedoelde eventualiteit.
Elke Partij kan van de bepalingen van het eerste lid, letter a, het tweede lid, letter a, en het derde lid van dit artikel afwijken indien haar wetgeving medische zorg waarborgt:
- a. aan voorgeschreven groepen werkneemsters die in totaal ten minste 80 % uitmaken van de gezamenlijke werkneemsters; of
- b. aan voorgeschreven groepen economisch actieve vrouwen die in totaal ten minste 75 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve vrouwen;
- c. aan voorgeschreven groepen vrouwelijke ingezetenen die in totaal ten minste 70 % uitmaken van de gezamenlijke vrouwelijke ingezetenen,
en, in geval van ziekte die voortvloeit uit zwangerschap en langdurige verzorging vereist, aan alle vrouwelijke ingezetenen.
Artikel 53
Ten aanzien van de in artikel 51, letter a, bedoelde eventualiteit moet de medische zorg omvatten:
- a. prenatale zorg, hulp bij de bevalling en postnatale zorg, al dan niet in een ziekenhuis, van een huisarts, een specialist of een gediplomeerde vroedvrouw, met inbegrip van de nodige diagnosen en onderzoeken, als voorgeschreven, alsmede huisbezoeken;
- b. zorg, verleend door een beoefenaar van een beroep, dat wettelijk is erkend als verwant aan het beroep van medicus, die bevoegd is onder passend toezicht medische zorg te verlenen in verband met moederschap;
- c. de verstrekking van de noodzakelijke geneesmiddelen op voorschrift van een medicus of een andere daartoe bevoegde persoon;
- d. opneming in een ziekenhuis of een andere geneeskundige instelling;
- e. tandheelkundige hulp, met inbegrip van de noodzakelijke prothesen;
- f. medische revalidatie, met inbegrip van de verstrekking, het onderhoud en de vernieuwing van prothesen en orthopedische middelen alsmede medische hulpmiddelen, als voorgeschreven;
- g. vervoer van de rechthebbende, als voorgeschreven;
Wanneer de wetgeving van een Partij erin voorziet dat de rechthebbende of haar kostwinner bijdraagt in de kosten van medische zorg, dienen de regels betreffende deze bijdrage zodanig te zijn vastgesteld dat zij geen te zware last vormt en dat zij aan de doelmatigheid van de medische en sociale bescherming geen afbreuk doet.
De medische zorg dient erop gericht te zijn de gezondheid van de beschermde vrouw en haar geschiktheid om te werken in stand te houden, te herstellen of te verbeteren, en in haar persoonlijke behoeften te voorzien.
Artikel 54
Ten aanzien van de in artikel 51, letter b, bedoelde eventualiteit moet de moederschapsuitkering worden verleend in de vorm van periodieke betalingen, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 71, hetzij van artikel 72. Het bedrag van de periodieke betalingen kan gedurende de eventualiteit variëren, mits het gemiddelde bedrag in overeenstemming is met die bepalingen.
Artikel 55
Wanneer de wetgeving van een Partij het recht op uitkering bij moederschap afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd, mag die wachttijd niet langer zijn dan ter voorkoming van misbruik noodzakelijk wordt geacht.
Artikel 56
De medische zorg moet worden verleend tijdens de gehele duur van de in artikel 51, letter a, bedoelde eventualiteit.
De moederschapsuitkering moet worden verleend tijdens de gehele duur van de in artikel 51, letter b, bedoelde eventualiteit. De uitkeringsduur kan evenwel tot 14 weken worden beperkt tenzij de duur van het verplichte tijdvak van afwezigheid van het werk langer is, in welk geval de moederschapsuitkering gedurende dat gehele tijdvak moet worden betaald.
Artikel 57
Een Partij wordt geacht aan de bepalingen van dit Deel betreffende de moederschapsuitkeringen te voldoen indien haar wetgeving, in het geval van ouderschapsverlof, voorziet in een uitkering die ten minste zo gunstig is als de in dit Deel voorgeschreven uitkering.
DEEL IX. UITKERING BIJ INVALIDITEIT
Artikel 58
De gedekte eventualiteit moet omvatten:
- a. de ongeschiktheid om, in voorgeschreven mate, arbeid te verrichten of inkomsten uit arbeid te verwerven, indien het een economisch actieve persoon betreft;
- b. de ongeschiktheid om, in voorgeschreven mate, zijn gebruikelijke bezigheden te verrichten, indien het geen economisch actieve persoon betreft;
- c. de ongeschiktheid in voorgeschreven mate van een kind ten gevolge van een aangeboren handicap of van invaliditeit, ontstaan voordat de leerplichtige leeftijd ten einde was,
wanneer het waarschijnlijk is dat deze ongeschiktheid blijvend zal zijn, dan wel wanneer deze nog voortbestaat na afloop van een voorgeschreven tijdvak van tijdelijke of aanvankelijke invaliditeit.
Artikel 59
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- a. alle werknemers, met inbegrip van, onder voorgeschreven voorwaarden, leerlingen; of
- b. voorgeschreven groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal ten minste 80 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking; of
- c. alle ingezetenen.
Niettegenstaande de bepalingen van het voorgaande lid, letters a en c, kan elke Partij van de toepassing van dit Deel uitsluiten:
- a. groepen werknemers die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers; of
- b. groepen ingezetenen die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke ingezetenen.
Artikel 60
Ten aanzien van de in artikel 58, letter a, bedoelde eventualiteit moet de invaliditeitsuitkering worden verleend in de vorm van periodieke betalingen, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 71, hetzij van artikel 72.
Niettegenstaande het bepaalde in het voorgaande lid kunnen de periodieke betalingen worden berekend overeenkomstig artikel 73 door elke Partij wier wetgeving alle ingezetenen beschermt en het recht op een invaliditeitsuitkering niet afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd.
Ten aanzien van de in artikel 58, letter b, bedoelde eventualiteit moet de invaliditeitsuitkering worden verleend in de vorm van periodieke betalingen, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 72, hetzij van artikel 73.
Ten aanzien van de in artikel 58, letter c, bedoelde eventualiteit moeten de prestaties omvatten:
- a. toelagen voor opvoeding of aanpassing; of
- b. specifieke maatregelen om vooruitgang op school of op het werk te bevorderen, of aanvullende toelagen.
De in het eerste en derde lid van dit artikel bedoelde uitkering moet ten minste worden gewaarborgd:
- a. aan beschermde personen die, overeenkomstig voorgeschreven regels, een tijdvak van vijftien jaar van premiebetaling, arbeid of wonen hebben vervuld, met inbegrip van elk tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt; of
- b. aan beschermde personen die, overeenkomstig voorgeschreven regels, een tijdvak van dertig jaar van premiebetaling, arbeid of wonen hebben vervuld, met inbegrip van elk tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt, wanneer het tijdvak dat ligt tussen het intreden van de eventualiteit en een voorgeschreven leeftijd in aanmerking wordt genomen als een fictief tijdvak voor de berekening van de uitkering; of
- c. wanneer in beginsel alle economisch actieve personen worden beschermd, aan beschermde personen die, overeenkomstig voorgeschreven regels, een tijdvak van driejaar van premiebetaling hebben vervuld en te wier naam in de loop van de actieve periode van hun leven premies zijn betaald waarvan het gemiddelde jaarlijkse aantal, het jaarlijkse aantal of het gemiddelde jaarlijks bedrag een voorgeschreven aantal bereikt.
Uitkeringen die in evenredigheid tot het vervulde tijdvak van premiebetaling, arbeid of wonen kunnen worden verminderd, moeten worden verleend aan beschermde personen die, onder voorgeschreven voorwaarden, een tijdvak hebben vervuld dat korter is dan de in het vorige lid omschreven tijdvakken.
Aan het bepaalde in het vijfde lid van dit artikel wordt geacht te zijn voldaan, wanneer een uitkering, vastgesteld op een percentage van tien eenheden minder dan het percentage dat in de bij Deel XI gevoegde tabel is aangegeven, ten minste wordt gewaarborgd aan beschermde personen die, overeenkomstig voorgeschreven regels, een wachttijd van ten hoogste twaalf maanden hebben vervuld.
Daarenboven moet elke Partij, onder voorgeschreven voorwaarden, voorzien in een hogere of in een bijzondere uitkering voor rechthebbenden die in een toestand verkeren, welke voortdurende verzorging door een ander nodig maakt.
Elke Partij bepaalt in zijn nationale wetgeving de voorwaarden waaronder herziening, schorsing of intrekking van de in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel bedoelde periodieke betalingen plaatsvinden in verband met de wijzigingen die in de mate van ongeschiktheid kunnen optreden.
Artikel 61
Wanneer de wetgeving van een Partij het recht op een invaliditeitsuitkering afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd, mag die wachttijd niet langer zijn dan vijfjaar, vervuld, overeenkomstig voorgeschreven regels, voorafgaand aan het intreden van de eventualiteit.
Wanneer uitkeringen berekend overeenkomstig artikel 60, vijfde tot en met zevende lid, worden gewaarborgd aan alle beschermde personen die, overeenkomstig voorgeschreven regels en op een voorgeschreven leeftijd, daadwerkelijk een wachttijd van vijfjaar of minder hebben vervuld, kunnen na een voorgeschreven leeftijd langere wachttijden, naar gelang de leeftijd, worden vereist dan de in het eerste lid van dit artikel omschreven wachttijden.
Artikel 62
Elke Partij moet, onder voorgeschreven voorwaarden:
- a. voorzien in revalidatiediensten die invaliden voorbereiden op de hervatting van hun vroegere werkzaamheden of, indien dat niet mogelijk is, op het verrichten van andere arbeid, welke het meest met hun krachten en bekwaamheid in overeenstemming is;
- b. maatregelen nemen om de plaatsing van invaliden in een geschikte werkkring te vergemakkelijken;
- c. op mobiliteit gerichte hulp bieden en de sociale integratie van gehandicapten bevorderen.
Artikel 63
De in artikel 60 bedoelde uitkering moet worden verleend tijdens de gehele duur van de gedekte eventualiteit of totdat de betaling plaatsvindt van een ouderdoms- of nabestaandenuitkering.
DEEL X. UITKERINGEN AAN NAGELATEN BETREKKINGEN
Artikel 64
De gedekte eventualiteit moet omvatten het verlies van bestaansmiddelen door de nagelaten echtgeno(o)t(e) en kinderen ten gevolge van het overlijden van de kostwinner.
Ten aanzien van een nagelaten echtgeno(o)t(e) kan het recht op uitkering afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat betrokkene een voorgeschreven leeftijd heeft bereikt, die niet hoger mag zijn dan de krachtens artikel 26, eerste lid, voorgeschreven leeftijd.
Echter mag geen enkele eis met betrekking tot de leeftijd worden gesteld:
- a. wanneer de echtgeno(o)t(e), onder voorgeschreven voorwaarden, niet in staat wordt geacht arbeid te verrichten, of
- b. wanneer de echtgeno(o)t(e) ten minste één kind ten laste heeft.
Ten aanzien van een nagelaten echtgeno(o)t(e) zonder kinderen kan het recht op uitkering afhankelijk worden gesteld van een voorgeschreven duur van het huwelijk.
Artikel 65
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
- a. de nagelaten echtgenoten en kinderen wier kostwinner werknemer was of, onder voorgeschreven voorwaarden, leerling was; of
- b. de nagelaten echtgenoten en kinderen wier kostwinner behoorde tot voorgeschreven groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal ten minste 80 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking; of
- c. alle nagelaten echtgenoten en kinderen, die ingezetenen zijn, dan wel alle nagelaten echtgenoten en kinderen die hun kostwinner verloren hebben die ingezetene was.
Niettegenstaande de bepalingen van het voorgaande lid, letters a en c, kan elke Partij van de toepassing van dit Deel uitsluiten:
- a. groepen werknemers die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers;
- b. groepen ingezetenen die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke ingezetenen.
Artikel 66
De uitkeringen aan nagelaten betrekkingen moeten worden verleend in de vorm van periodieke betalingen, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 71, hetzij van artikel 72.
Niettegenstaande het bepaalde in het voorgaande lid kunnen periodieke betalingen worden berekend overeenkomstig artikel 73 door elke Partij wier wetgeving nabestaanden die ingezetenen zijn beschermt, en het recht op uitkering niet afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd.
Wanneer de nagelaten echtgenoten evenwel niet voldoen aan de overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid van artikel 64 voorgeschreven toekenningsvoorwaarden, moet aan hen, onder voorgeschreven voorwaarden, gewenningstoelagen worden verleend, tenzij de betrokken Partij de in Deel IV vervatte verplichtingen heeft aanvaard en het bepaalde in artikel 20, derde lid, letter e, toepast.
Aan de nagelaten echtgenoten moeten tevens, wanneer nodig en onder voorgeschreven voorwaarden, voorzieningen worden geboden die erop gericht zijn hen te helpen een beroep te gaan uitoefenen.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde uitkeringen moeten ten minste worden gewaarborgd:
- a. aan beschermde personen wier kostwinner overeenkomstig voorgeschreven regels een tijdvak van vijftien jaar van premiebetaling, arbeid of wonen heeft vervuld, met inbegrip van elk tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt; indien het echter een nabestaandenuitkering betreft die wordt toegekend aan een echtgeno(o)t(e) kan de vervulling van een voorgeschreven tijdvak van wonen door laatstbedoelde voldoende worden geacht; of
- b. aan beschermde personen wier kostwinner overeenkomstig voorgeschreven regels een tijdvak van dertig jaar van premiebetaling, arbeid of wonen heeft vervuld, met inbegrip van elk tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt, wanneer het tijdvak dat ligt tussen het intreden van de eventualiteit en een voorgeschreven leeftijd in aanmerking wordt genomen als fictief tijdvak voor de berekening van de uitkering; of
- c. wanneer in beginsel de echtgenoten en kinderen van alle economisch actieve personen worden beschermd, aan beschermde personen wier kostwinner overeenkomstig voorgeschreven regels een tijdvak van drie jaar van premiebetaling, arbeid of wonen heeft vervuld, op voorwaarde dat op naam van die kostwinner in de loop van de actieve periode van diens leven premies zijn betaald waarvan het gemiddelde jaarlijkse aantal, het jaarlijkse aantal of het gemiddelde jaarlijks bedrag een voorgeschreven aantal bereikt.
Uitkeringen die in evenredigheid tot het vervulde tijdvak van premiebetaling, arbeid of wonen kunnen worden verminderd, moeten worden verleend aan beschermde personen wier kostwinner, onder voorgeschreven voorwaarden, een tijdvak heeftvervuld dat korter is dan de in het voorgaande lid omschreven tijdvakken.
Aan het bepaalde in het vijfde lid van dit artikel wordt geacht te zijn voldaan, wanneer een uitkering, berekend onafhankelijk van de wachttijd maar vastgesteld op een percentage van tien eenheden minder dan het percentage dat in de bij Deel XI gevoegde tabel is aangegeven, ten minste wordt gewaarborgd aan beschermde personen wier kostwinner overeenkomstig voorgeschreven regels, een wachttijd van ten hoogste twaalf maanden heeft vervuld.
Artikel 67
Wanneer de wetgeving van een Partij het recht op een nabestaandenuitkering afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd door de kostwinner, mag die wachttijd niet langer zijn dan vijf jaar premiebetaling, arbeid of wonen, vervuld overeenkomstig voorgeschreven regels.
Wanneer de uitkeringen berekend overeenkomstig artikel 66, vijfde tot en met zevende lid, worden gewaarborgd aan alle beschermde personen wier kostwinner, overeenkomstig voorgeschreven regels en op een voorgeschreven leeftijd, daadwerkelijk een wachttijd van vijfjaar of minder heeft vervuld, kunnen van de kostwinner na een voorgeschreven leeftijd langere wachttijden, naar gelang de leeftijd, worden geëist dan de in het eerste lid van dit artikel omschreven wachttijden.
Artikel 68
De in artikel 66, eerste, tweede, vijfde, zesde en zevende lid, bedoelde uitkeringen moeten worden verleend tijdens de gehele duur van de gedekte eventualiteit of totdat de betaling plaatsvindt van invaliditeits- of ouderdomsuitkeringen.
Artikel 69
Het verlenen van uitkeringen die in de in artikel 64, derde lid, bedoelde gevallen zijn toegekend kan evenwel worden beëindigd wanneer niet langer aan de vereiste voorwaarden voor het verlenen ervan wordt voldaan.
Artikel 70
Een Partij kan tijdelijk afwijken van de bepalingen van dit Deel betreffende het verlenen van uitkeringen aan nagelaten echtgenoten, zonder onderscheid naar geslacht, indien de wetgeving van die Partij, op het tijdstip waarop zij de in dit Deel vervatte verplichtingen aanvaardt, erin voorziet dat slechts weduwen aanspraak kunnen maken op zodanige uitkeringen.
Elke Partij die gebruik maakt van die mogelijkheid tot afwijking, geeft in de rapporten over de toepassing van deze (herziene) Code die zij krachtens artikel 79 verplicht is over te leggen, de vorderingen aan die in haar wetgeving en praktijk worden gemaakt om te komen tot volledige toepassing van de bepalingen van dit Deel.
DEEL XI. BEREKENING VAN PERIODIEKE BETALINGEN
Artikel 71
Wanneer dit artikel wordt toegepast, moet het bedrag van een periodieke betaling ten minste gelijk zijn aan het in een van de twee volgende letters bedoelde percentage voor een gerechtigde die als alleenstaande wordt aangemerkt, of voor een gerechtigde met personen ten laste, zoals dit is aangegeven in de bij dit Deel gevoegde tabel:
- a. voor een gerechtigde die als alleenstaande wordt aangemerkt moet dit bedrag ten minste gelijk zijn aan het percentage van de vroegere inkomsten van de gerechtigde of diens kostwinner voor de betreffende eventualiteit;
- b. voor een gerechtigde met personen ten laste, moet het bedoelde bedrag, vermeerderd met het bedrag van eventueel tijdens de eventualiteit verstrekte kinderbijslag, ten minste gelijk zijn aan het in deze tabel voor de betreffende eventualiteit aangegeven percentage van het totaal van de vroegere inkomsten uit arbeid van de gerechtigde of van zijn kostwinner en het bedrag van eventuele kinderbijslag, verstrekt aan een beschermde persoon die dezelfde gezinslasten heeft als deze gerechtigde.
De vroegere inkomsten uit arbeid van de gerechtigde of van zijn kostwinner moeten overeenkomstig voorgeschreven regels worden vastgesteld; wanneer de beschermde personen of hun kostwinners zijn ingedeeld in klassen naar hun inkomsten uit arbeid, kunnen de vroegere inkomsten worden vastgesteld naar het basisinkomen van de klasse waartoe zij hebben behoord.
Het bedrag van de periodieke betaling of het arbeidsinkomen dat als basis voor de berekening van de uitkering wordt genomen, kan aan een maximum worden gebonden, mits dit maximum zodanig wordt vastgesteld dat voldaan wordt aan de bepalingen van het eerste lid van dit artikel wanneer de vroegere inkomsten uit arbeid van de gerechtigde of van zijn kostwinner minder bedragen dan of gelijk zijn aan die van een geschoolde arbeider.
De vroegere inkomsten uit arbeid van de gerechtigde of van zijn kostwinner, het loon van de geschoolde arbeider, de periodieke betaling en de kinderbijslag moeten worden berekend naar dezelfde tijdbasis.
Wanneer volgens de wetgeving van een Partij de periodieke betalingen aan belastingen of premies voor sociale zekerheid zijn onderworpen, worden voor de toepassing van dit artikel als vroegere inkomsten uit arbeid van de gerechtigde of zijn kostwinner in aanmerking genomen:
- a. de bruto inkomsten vóór inhouding van belastingen of premies voor sociale zekerheid, in welk geval de periodieke betaling die met deze inkomsten moet worden vergeleken de bruto periodieke betaling, vóór inhouding van belastingen of premies voor sociale zekerheid, is; of
- b. de netto inkomsten na inhouding van belastingen of premies voor sociale zekerheid, in welk geval de periodieke betaling die met deze inkomsten moet worden vergeleken de netto periodieke betaling, na inhouding van belastingen of premies voor sociale zekerheid, is.
Wanneer volgens de wetgeving van een Partij de periodieke betalingen noch aan belasting noch aan premies voor sociale zekerheid zijn onderworpen, kunnen voor de toepassing van dit artikel de netto inkomsten uit arbeid na inhouding van belastingen of premies voor sociale zekerheid in aanmerking worden genomen als inkomsten uit arbeid van de gerechtigde of zijn kostwinner.
Voor de toepassing van dit artikel wordt als geschoolde arbeider aangemerkt:
- a. een bankwerker of draaier in de mechanische industrie, met uitzondering van de vervaardiging van elektrische apparaten; of
- b. een geschoolde arbeider zoals omschreven in de bepalingen van het volgende lid; of
- c. een persoon wiens arbeidsinkomen gelijk is aan 125 % van het gemiddelde arbeidsinkomen van alle beschermde personen.
De geschoolde arbeider, bedoeld in letter b van het voorgaande lid, moet worden gekozen uit de klasse die het grootste aantal tegen de betrokken eventualiteit beschermde personen of kostwinners van beschermde personen omvat, in de bedrijfstak die het grootste aantal van deze beschermde personen of van die kostwinners telt; daarbij moet gebruik worden gemaakt van de internationale industriële standaardclassificatie van alle takken van economische bedrijvigheid, aangenomen door de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties in zijn zevende zitting op 27 augustus 1948 en in zijn in 1968 herziene vorm, als bijlage bij deze (herziene) Code gevoegd, met inachtneming van de wijzigingen welke daarin eventueel nog worden aangebracht.
Wanneer de uitkeringen van streek tot streek verschillen, kan voor elke streek een ongeschoolde arbeider worden gekozen overeenkomstig de bepalingen van het zevende en achtste lid van dit artikel.
Het loon van de overeenkomstig het zevende lid, letter a of b, van dit artikel gekozen geschoolde arbeider, met inbegrip van eventuele duurtetoeslagen, wordt bepaald naar het loon voor een normaal aantal arbeidsuren, vastgesteld hetzij bij collectieve arbeidsovereenkomst, hetzij bij of krachtens de nationale wetgeving, hetzij krachtens gewoonte; wanneer de aldus vastgestelde lonen van streek tot streek verschillen en wanneer het voorgaande lid niet wordt toegepast, wordt uitgegaan van het gemiddelde loon.
Bij de vaststelling van de invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenuitkeringen wordt het bedrag van de vroegere inkomsten uit arbeid van de betrokkene of van zijn kostwinner, dat voor de berekening van de periodieke betalingen ter zake van invaliditeit, ouderdom of het overlijden van de kostwinner, onder voorgeschreven voorwaarden herzien bij aanmerkelijke veranderingen in het algemene loonpeil of in de kosten van levensonderhoud.
Het bedrag van lopende periodieke betalingen ter zake van invaliditeit, ouderdom of het overlijden van de kostwinner en voor de in artikel 32, eerste lid, letters c en d, bedoelde eventualiteiten wordt onder voorgeschreven voorwaarden herzien bij aanmerkelijke veranderingen in het algemene loonpeil of in de kosten van levensonderhoud.
Artikel 72
Wanneer dit artikel wordt toegepast, moet het bedrag van een periodieke betaling ten minste gelijk zijn aan het in een van de twee volgende letters bedoelde percentage voor een gerechtigde die als alleenstaande wordt aangemerkt, of, voor een gerechtigde met personen ten laste, zoals dit is aangegeven in de bij dit Deel gevoegde tabel:
- a. voor een gerechtigde die als alleenstaande wordt aangemerkt moet dit bedrag ten minste gelijk zijn aan het percentage van het wettelijke minimumloon of minimum gewaarborgd loon, of van het loon van een ongeschoolde arbeider;
- b. voor een gerechtigde met personen ten laste, moet het bedoelde bedrag, vermeerderd met dat van eventueel tijdens de eventualiteit verstrekte kinderbijslag ten minste gelijk zijn aan het in de tabel voor de betreffende eventualiteit aangegeven percentage van het totaal van het wettelijk minimumloon of gewaarborgd minimum loon, of van het loon van een ongeschoolde arbeider, en het bedrag van eventuele kinderbijslag, verstrekt aan een beschermde persoon die dezelfde gezinslasten heeft als deze gerechtigde.
Het minimumloon, het loon van een ongeschoolde arbeider, de periodieke betaling en de kinderbijslag moeten worden berekend naar dezelfde tijdbasis.
Wanneer volgens de wetgeving van een Partij de periodieke betalingen aan belastingen of premies voor sociale zekerheid zijn onderworpen, wordt voor de toepassing van dit artikel als minimum loon of loon van een ongeschoolde arbeider in aanmerking genomen:
- a. het bruto loon vóór inhouding van belastingen of premies voor sociale zekerheid, in welk geval de periodieke betaling die met dit loon moet worden vergeleken, de bruto periodieke betaling, vóór inhouding van belastingen of premies voor sociale zekerheid, is; of
- b. het netto loon na inhouding van belastingen of premies voor sociale zekerheid, in welk geval de periodieke betaling die met dit loon moet worden vergeleken, de netto periodieke betaling na inhouding van belastingen of sociale premies, is.
Wanneer volgens de wetgeving van een Partij de periodieke betalingen noch aan belastingen noch aan sociale premies zijn onderworpen, kan voor de toepassing van dit artikel het netto salaris na inhouding van belastingen of premies voor sociale zekerheid in aanmerking worden genomen als het minimumloon of het loon van een ongeschoolde arbeider.
Voor de toepassing van dit artikel wordt als ongeschoolde arbeider aangemerkt:
- a. een ongeschoolde arbeider in de mechanische industrie, met uitzondering van de vervaardiging van elektrische apparaten; of
- b. een ongeschoolde arbeider, zoals omschreven in de bepalingen van het volgende lid.
De ongeschoolde arbeider, bedoeld in letter b van het voorgaande lid, moet worden gekozen uit de klasse die het grootste aantal tegen de betrokken eventualiteit beschermde personen of kostwinners van beschermde personen omvat, in de bedrijfstak die het grootste aantal van deze beschermde personen of die kostwinners telt; daarbij moet gebruik worden gemaakt van de internationale industriële standaardclassificatie van alle takken van economische bedrijvigheid, aangenomen door de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties in zijn zevende zitting op 27 augustus 1948, en in zijn in 1968 herziene vorm, als bijlage bij deze (herziene) Code gevoegd, zulks met inachtneming van de wijzigingen welke daarin eventueel nog worden aangebracht.
Wanneer de uitkeringen van streek tot streek verschillen, kan voor elke streek een ongeschoolde arbeider worden gekozen overeenkomstig de bepalingen van het vijfde en zesde lid van dit artikel.
Het minimumloon, ofwel het loon van de overeenkomstig het vijfde lid, letter a of b, van dit artikel gekozen ongeschoolde arbeider die als zodanig wordt aangemerkt, met inbegrip van eventuele duurtetoeslagen, wordt bepaald naar het loon voor een normaal aantal arbeidsuren, vastgesteld hetzij bij collectieve arbeidsovereenkomst, hetzij bij of krachtens de nationale wetgeving, hetzij krachtens gewoonte; wanneer de aldus vastgestelde lonen van streek tot streek verschillen en wanneer het voorgaande lid niet wordt toegepast, wordt uitgegaan van het gemiddelde loon.
Ten aanzien van deeltijdwerk moet het percentage dat overeenkomt met de norm worden gehandhaafd, maar periodieke betalingen kunnen in evenredigheid worden verminderd.
Het bedrag van lopende periodieke betalingen ter zake van invaliditeit, ouderdom of het overlijden van de kostwinner en voor de in artikel 32, eerste lid, letters c en d, bedoelde eventualiteiten wordt onder voorgeschreven voorwaarden herzien bij aanmerkelijke veranderingen in het algemene loonpeil of in de kosten van levensonderhoud.
Artikel 73
Ten aanzien van elke periodieke betaling, waarop dit artikel van toepassing is:
- a. moet het bedrag van de uitkering worden vastgesteld naar een voorgeschreven tarief;
- b. kunnen bij de berekening van het bedrag van de uitkering overige inkomsten van gerechtigden en hun gezin in aanmerking worden genomen, zoals is voorgeschreven;
- c. moet het totaal van de periodieke betaling en de overige inkomsten van de gerechtigde en zijn gezin ten minste gelijk zijn aan het bedrag van de periodieke betaling, berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 72.
TABEL, BEHORENDE BIJ DEEL XI
DEEL XII. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
Artikel 74
Een prestatie, waarop een beschermd persoon recht zou hebben gehad op grond van een van de delen II tot en met X van deze (herziene) Code, kan in voorgeschreven mate worden geweigerd, ingetrokken of geschorst:
- a. wanneer de eventualiteit is voorzaakt door een door de belanghebbende gepleegd misdrijf;
- b. wanneer de eventualiteit is veroorzaakt door opzet van de belanghebbende;
- c. wanneer de belanghebbende de betreffende uitkering op bedrieglijke wijze heeft verkregen of getracht te verkrijgen;
- d. in daarvoor in aanmerking komende gevallen, wanneer de belanghebbende nalaat gebruik te maken van de medische zorg of de revalidatiediensten, die tot zijn beschikking staan, of de regels niet nakomt die zijn voorgeschreven voor het vaststellen van het bestaan van de eventualiteit of voor de gedragingen van de gerechtigde;
- e. wat betreft werkloosheidsuitkeringen:
- i. onder voorgeschreven voorwaarden, wanneer de belanghebbende zijn werk heeft neergelegd om deel te nemen aan een arbeidsconflict, dan wel wanneer hem het werken wordt belet of hij werkloos is geworden als rechtstreeks gevolg van een arbeidsconflict, dan wel wanneer hij vrijwillig zonder rechtmatige reden zijn werk heeft neergelegd;
- ii. wanneer de belanghebbende nalaat gebruik te maken van de diensten voor arbeidsbemiddeling die tot zijn beschikking staan;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)