Overeenkomst inzake gezamenlijke financiering van bepaalde diensten voor de luchtvaartnavigatie in Groenland en de Faeröer

Type Verdrag
Publication 1989-11-17
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen van België, Canada, Denemarken, Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland, IJsland, Israël, Italië, Nederland, Noorwegen, Zweden, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika, welke lid zijn van de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie,

VERLANGEND overeenkomstig de voorwaarden en met inachtneming van de bepalingen van hoofdstuk XV van het Verdrag inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart een overeenkomst te sluiten inzake de gezamenlijke financiering van bepaalde diensten voor de luchtvaartnavigatie welke door de Regering van Denemarken zullen worden verschaft:

ZIJN OVEREENGEKOMEN als volgt:

Artikel I

In deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

  • (a). „Organisatie”: de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie;
  • (b). „Raad”: de Raad van de Organisatie;
  • (c). „Secretaris-Generaal”: de Secretaris-Generaal van de Organisatie;
  • (d). „Diensten”: de in Bijlage I van deze Overeenkomst omschreven diensten en alle bijkomende diensten die van tijd tot tijd ingevolge deze Overeenkomst verschaft kunnen worden.

Artikel II

De Regering van Denemarken verschaft, exploiteert en onderhoudt de Diensten en zal in verband met speciale voordelen, voortvloeiende uit de Diensten, vijf procent van de goedgekeurde werkelijke kosten daarvan dragen.

Artikel III

1.

De Regering van Denemarken exploiteert en onderhoudt de Diensten zonder onderbreking, op doelmatige wijze en zo economisch mogelijk en, voor zover uitvoerbaar, overeenkomstig de van toepassing zijnde maatstaven, aanbevolen werkwijzen, procedures en specificaties van de Organisatie.

2.

Met inachtneming van de bepalingen van Bijlage I van deze Overeenkomst zal de wijze waarop meteorologische waarnemingen worden verricht en waarop meteorologische rapporten worden gemaakt en verspreid in overeenstemming zijn met de desbetreffende procedures en specificaties, voorgeschreven door de Wereld Meteorologische Organisatie.

3.

De Regering van Denemarken zal de Secretaris-Generaal onmiddellijk kennis geven van enige onvoorziene omstandigheid die enige tijdelijke wijziging of beperking van de Diensten noodzakelijk maakt en die Regering en de Secretaris-Generaal zullen daarop overleg plegen over de maatregelen die genomen moeten worden om enige nadelige invloed van een dergelijke wijziging of beperking tot het minimum te beperken.

Artikel IV

1.

De Secretaris-Generaal heeft het algemeen toezicht op de exploitatie van de Diensten en kan te allen tijde maatregelen treffen voor de inspectie van de Diensten, met inbegrip van alle apparatuur of uitrusting die in verband hiermede wordt gebruikt.

2.

De Regering van Denemarken zal op verzoek van de Secretaris-Generaal en voor zover uitvoerbaar die rapporten betreffende de exploitatie van de Diensten overleggen, die de Secretaris-Generaal wenselijk acht.

3.

De Secretaris-Generaal zal op verzoek van de Regering van Denemarken voor zover uitvoerbaar zulke inlichtingen verschaffen als die Regering redelijkerwijs kan verlangen met betrekking tot de nakoming van haar verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst.

4.

Ingeval de Regering van Denemarken op enigerlei wijze in gebreke blijft enige van de Diensten op doelmatige wijze te exploiteren of te onderhouden, zal er overleg plaats hebben tussen die Regering en de Secretaris-Generaal teneinde tot overeenstemming te komen met betrekking tot de daartegen te nemen maatregelen.

Artikel V

De totale kosten van de Diensten, berekend overeenkomstig de Bijlagen II en III van deze Overeenkomst, mogen voor een kalenderjaar een bedrag van 4.663.463 Amerikaanse dollar niet te boven gaan. Deze limiet mag door de Raad verhoogd worden hetzij met toestemming van alle Overeenkomstsluitende Regeringen, hetzij als resultaat van de toepassing van het bepaalde in artikel VI.

Artikel VI

1.

Slechts voor het oprichten, exploiteren en onderhouden van diensten waarin overigens ingevolge deze Overeenkomst niet wordt voorzien kan de ingevolge de bepalingen van artikel V vastgestelde limiet worden verhoogd met een bepaald bedrag met toestemming van de Overeenkomstsluitende Regeringen die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor niet minder dan negentig procent van de totale aanslagen, vastgesteld met inachtneming van de bepalingen van de leden 3, 4, 5 en 6 van artikel VII met betrekking tot het laatste kalenderjaar waarvoor aanslagen zijn vastgesteld.

2.

Met inachtneming van de bepalingen van artikel II zullen alle uitgaven ingevolge de diensten, genoemd in lid 1 van dit artikel, of alle uitgaven, mogelijk gemaakt ingevolge de bepalingen van lid 2 (a) van artikel XIII als gevolg van het opnemen van die diensten in deze Overeenkomst, alleen worden gedragen door de Overeenkomstsluitende Regeringen die hiertoe hun toestemming hebben verleend, in aandelen die tot elkaar in dezelfde relatieve verhouding staan als de aandelen van die Regeringen in de genoemde totale aanslagen voor het betreffende jaar, en geen gedeelte van het Reserve Fonds, genoemd in artikel X, dat niet toewijsbaar is aan die diensten, zal worden gebruikt voor doeleinden voor welke slechts die Regeringen hun toestemming hebben gegeven.

Artikel VII

1.

Met inachtneming van het bepaalde in artikel V en artikel VI, tweede lid, komen de Overeenkomstsluitende Regeringen overeen, deel te nemen in vijfennegentig procent van de goedgekeurde werkelijke kosten van de Diensten, als bepaald overeenkomstig de bepalingen van artikel VIII, naar verhouding van het nut voor haar luchtvaart dat iedere Overeenkomstsluitende Regering daarvan heeft. Deze verhouding wordt voor elke Overeenkomstsluitende Regering voor elk kalenderjaar bepaald door het aantal vluchten tussen Europa en Noord-Amerika, waarvan een gedeelte ligt ten noorden van de 45ste Noordelijke breedtegraad tussen 15° en 50° Westerlengte, in dat jaar met haar burgerluchtvaartuigen verricht. Daarnaast:

  • a). wordt een vlucht tussen alleen Groenland en Canada, Groenland en de Verenigde Staten van Amerika, Groenland en IJsland of IJsland en Europa gerekend als een derde van een vlucht;
  • b). wordt een vlucht tussen alleen Groenland en Europa, IJsland en Canada of IJsland en de Verenigde Staten van Amerika gerekend als twee derde van een vlucht; en
  • c). wordt een vlucht naar of van Europa of IJsland waarbij niet over de kust van Noord-Amerika wordt gevlogen, maar over 30° Westerlengte ten noorden van de 45ste Noordelijke breedtegraad wordt gevlogen, gerekend als een derde van een vlucht.
2.

Voor de toepassing van het eerste lid van dit artikel:

  • a). wordt een vlucht gerekend, zelfs wanneer het punt van opstijgen of landen niet in de in dat lid vermelde gebieden is gelegen; en
  • b). omvat „Europa” niet IJsland of de Azoren.
3.

Elk jaar op of vóór 20 november slaat de Raad de Overeenkomstsluitende Regeringen aan ten einde te voorzien in voorschotten voor het volgende jaar. Voor het jaar 1983 zijn de aanslagen op basis van het aantal vluchten in 1981 en vijfennegentig procent van de geraamde kosten voor 1983. De aanslag van elke Overeenkomstsluitende Regering wordt gecorrigeerd om rekening te houden met eventuele verschillen tussen de door haar aan de Organisatie betaalde bedragen als voorschotten voor 1981 en haar aandeel, zoals bepaald door haar vluchten in 1981, in de vijfennegentig procent van de goedgekeurde werkelijke kosten in 1981. De gecorrigeerde aanslag van elke Overeenkomstsluitende Regering wordt verminderd met haar aandeel, zoals bepaald door haar vluchten in 1981, in de geraamde inkomsten uit de heffingen aan gebruikers die ingevolge artikel XIV in 1983 aan Denemarken moeten worden overgemaakt.

4.

De in het derde lid van dit artikel uiteengezette procedure geldt voor de aanslagen voor het jaar 1984 met passende wijzigingen wat het jaar betreft.

5.

Voor 1985 geldt de in het derde lid van dit artikel bedoelde procedure, met passende wijzigingen wat het jaar betreft, en daarnaast wordt de aanslag van elke Overeenkomstsluitende Regering nader gecorrigeerd om rekening te houden met eventuele verschillen tussen haar aandeel in de geraamde inkomsten uit de heffingen aan gebruikers over 1983 en haar aandeel, zoals bepaald door haar vluchten in 1983, in de door accountants gecontroleerde werkelijke heffingen aan gebruikers die in 1983 aan Denemarken zijn overgemaakt.

6.

De procedure voor 1985 geldt in de volgende jaren met passende wijzigingen wat het jaar betreft.

7.

Te beginnen op 1 januari 1983, betaalt elke Overeenkomstsluitende Regering, op 1 januari en 1 juli van elk kalenderjaar, in halfjaarlijkse termijnen aan de Organisatie het bedrag waarvoor zij is aangeslagen met betrekking tot de voorschotten voor het lopende kalenderjaar, gecorrigeerd en verminderd zoals bepaald in het derde, vierde, vijfde en zesde lid van dit artikel.

8.

In geval van beëindiging van deze Overeenkomst past de Raad een verrekening toe, ten einde aan het bepaalde in dit artikel te voldoen met betrekking tot enige periode waarvoor de betalingen op het tijdstip van beëindiging van de Overeenkomst, nog niet zijn verrekend overeenkomstig het derde, vierde, vijfde en zesde lid van dit artikel.

9.

Elk jaar op of vóór 1 mei verstrekt elke Overeenkomstsluitende Regering aan de Secretaris-Generaal, in de door de Secretaris-Generaal voor te schrijven vorm, volledige gegevens over de vluchten waarop dit artikel van toepassing is, die zijn gemaakt in het voorgaande kalenderjaar.

10.

De Overeenkomstsluitende Regeringen kunnen overeenkomen dat de in het negende lid van dit artikel bedoelde gegevens namens hen door een andere Regering aan de Secretaris-Generaal worden verstrekt.

Artikel VIII

1.

De Regering van Denemarken legt op of vóór 15 september van elk jaar aan de Secretaris-Generaal begrotingen over, uitgedrukt in Deense Kronen, van de kosten van de Diensten voor het volgende kalenderjaar. De begrotingen worden opgesteld overeenkomstig artikel III en de Bijlagen II en III van deze Overeenkomst.

2.

De Regering van Denemarken zal aan de Secretaris-Generaal, niet later dan zes maanden na het eind van elk kalenderjaar, een opgave verstrekken van de werkelijk gemaakte kosten van de Diensten gedurende dat jaar. De Secretaris-Generaal zal de opgave aan zodanige verificatie en ander onderzoek onderwerpen als hij geschikt acht en zal aan de Regering van Denemarken een rapport van de verificatie overleggen.

3.

De Regering van Denemarken zal aan de Secretaris-Generaal zulke aanvullende inlichtingen verstrekken met betrekking tot enige raming van de kosten of opgave van werkelijke kosten, als de Secretaris-Generaal wenselijk acht, evenals alle beschikbare inlichtingen over de mate waarin van de Diensten wordt gebruik gemaakt door vliegtuigen van enige nationaliteit.

4.

De opgave van de werkelijke kosten voor elk jaar is onderworpen aan de goedkeuring van de Raad.

5.

De opgave van de werkelijke kosten, goedgekeurd door de Raad overeenkomstig de bepalingen van lid 4 van dit artikel, zal worden rondgezonden aan de Overeenkomstsluitende Regeringen.

Artikel IX

1.

Vijf en negentig procent van de door de Raad goedgekeurde werkelijke kosten voor het verschaffen, exploiteren en onderhouden van de Diensten zal aan de Regering van Denemarken worden terugbetaald.

2.

Nadat de Raad zich ervan heeft overtuigd dat de door de Regering van Denemarken overeenkomstig artikel VIII, eerste lid, ingediende begrotingen zijn opgesteld overeenkomstig artikel III en de Bijlagen II en III van deze Overeenkomst, machtigt hij de Secretaris-Generaal betalingen te doen aan die Regering met betrekking tot elk kwartaal, niet later dan de eerste dag van de tweede maand van dat kwartaal. De betalingen zijn gebaseerd op genoemde begrotingen en vormen voorschotten, onderworpen aan verrekening als bepaald in het derde lid van dit artikel. Het totale bedrag van deze betalingen overschrijdt voor geen enkel jaar de ingevolge de bepalingen van artikel V vastgestelde limiet. Met ingang van 1 januari 1983 behandelt de Regering van Denemarken alle netto inkomsten uit heffingen aan gebruikers, geïnd van alle exploitanten van burgerluchtvaartuigen volgens een krachtens artikel XIV gehanteerd systeem, als deel van de voorschotten voor het jaar waarin deze inkomsten zijn ontvangen.

3.

Na goedkeuring door de Raad van de opgave van de werkelijke kosten, zal de Secretaris-Generaal in alle opeenvolgende kwartaalbetalingen aan de Regering van Denemarken correcties aanbrengen, teneinde alle verschillen tussen de volgens lid 2 van dit artikel gedane betalingen over enig jaar en de goedgekeurde werkelijke kosten voor dat jaar te verrekenen.

4.

De Overeenkomstsluitende Regeringen die niet in de Raad zijn vertegenwoordigd zullen worden uitgenodigd deel te nemen aan de behandeling in de Raad of een van zijn onderafdelingen van de door de Regering van Denemarken overeenkomstig de bepalingen van artikel VIII, lid 1, verstrekte opgaven.

5.

De kostenramingen, goedgekeurd door de Raad overeenkomstig de bepalingen van lid 2 van dit artikel, zullen aan de Overeenkomstsluitende Regeringen worden rondgezonden.

Artikel X

1.

De door de Organisatie overeenkomstig de bepalingen van artikel VII van de Overeenkomstsluitende Regeringen ontvangen betalingen zullen, voor zover zij niet van tijd tot tijd ingevolge deze Overeenkomst nodig zijn voor lopende betalingen aan de Regering van Denemarken, een Reserve Fonds vormen, dat door de Organisatie voor de doeleinden van deze Overeenkomst zal worden aangewend.

2.

De Secretaris-Generaal kan er voor zorgdragen dat het Reserve Fonds voor korte termijn geïnvesteerd wordt. De Organisatie zal recht hebben op de daaruit voortvloeiende interest. Indien deze interest onvoldoende is om de buitengewone uitgaven van de Organisatie te dekken, die uit deze Overeenkomst voortvloeien, zal het overblijvende verschil worden beschouwd als een bijkomend gedeelte van de werkelijke kosten van de Diensten en aan de Organisatie worden terugbetaald uit de door de Overeenkomstsluitende Regeringen gedane betalingen.

Artikel XI

1.

De jaarlijkse aanslagen van de Overeenkomstsluitende Regeringen zullen worden uitgedrukt in Deense kronen.

2.

Elk der Overeenkomstsluitende Regeringen doet betalingen aan de Organisatie overeenkomstig de bepalingen van artikel VII in Deense kronen. Betalingen kunnen ook worden gedaan in Amerikaanse dollars indien de voorschriften van de Regering die de betaling verricht, zulks vereisen. De procedure voor de bepaling van de op een in Amerikaanse dollars verrichte betaling toepasselijke wisselkoers wordt vastgesteld door de Raad in overleg met de betrokken Regeringen.

3.

De Secretaris-Generaal zal, behoudens dat de buitengewone uitgaven van de Organisatie in Amerikaanse dollars aan deze worden terugbetaald, aan de Regering van Denemarken overeenkomstig de bepalingen, vervat in de artikelen IX en XII, betalingen doen in de valuta waarin de Overeenkomstsluitende Regeringen hun betalingen hebben gedaan aan de Organisatie, voor zover beschikbaar.

Artikel XII

1.

De verplichting van de Secretaris-Generaal, ingevolge deze Overeenkomst aan de Regering van Denemarken betalingen te doen, zal beperkt zijn tot de bedragen die werkelijk door de Organisatie zijn ontvangen en volgens de bepalingen van deze Overeenkomst beschikbaar zijn.

2.

De Secretaris-Generaal kan niettemin, in afwachting van de ontvangst van betalingen van de Overeenkomstsluitende Regeringen en in overeenstemming met de financiële bepalingen van de Organisatie, voorschotten verstrekken voor aan de Regering van Denemarken verschuldigde betalingen, in gevallen waarin hij zulke voorschotten onontbeerlijk acht voor de instelling en ononderbroken voortzetting van de Diensten.

3.

Geen Overeenkomstsluitende Regering zal de Organisatie aansprakelijk kunnen stellen wegens het feit dat enige andere Overeenkomstsluitende Regering haar betalingen met betrekking tot deze Overeenkomst niet verricht.

Artikel XIII

1.

De Raad kan, met inachtneming van de bepalingen van artikel V en lid 2 van artikel VI en in overeenstemming met de Regering van Denemarken, in deze Overeenkomst nieuwe kapitaalsuitgaven opnemen, die noodzakelijk zijn voor de goede exploitatie van de Diensten.

2.

De Raad kan, met inachtneming van de bepalingen van de artikelen V en VI en in overeenstemming met de Regering van Denemarken, in deze Overeenkomst, naast de in Bijlage I genoemde Diensten, diensten en nieuwe kapitaalsuitgaven met betrekking tot deze diensten opnemen, mits aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a). het totale bedrag van dergelijke uitgaven in enig jaar 3,5 procent van de ingevolge artikel V goedgekeurde kostenlimiet niet te bovengaat; of
  • b). alle Overeenkomstsluitende Regeringen hebben tot dergelijke diensten hun toestemming gegeven; of
  • c). de Overeenkomstsluitende Regeringen die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor niet minder dan negentig procent van de totale aanslagen, vastgesteld ingevolge de bepalingen van het derde, vierde, vijfde en zesde lid van artikel VII, hebben toegestemd tot dergelijke diensten en de bepalingen van artikel VI zijn erop toegepast.
3.

Voor de toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel zal vernieuwing van gebouwen en uitrusting uit betalingen, ontvangen op grond van depreciatie, niet als nieuwe kapitaalsuitgave worden beschouwd.

4.

Indien nieuwe kapitaalsuitgaven of additionele diensten worden voorgesteld door de Regering van Denemarken of door de Raad, zal die Regering aan de Secretaris-Generaal een kostenraming daarvan verstrekken, alsmede die specificaties, plannen en andere inlichtingen welke met betrekking daartoe vereist kunnen zijn, en zal zij met de Secretaris-Generaal overleg plegen betreffende de wijze waarop hierin zal worden voorzien.of het ontwerp of de constructie welke dient te worden toegepast.

5.

De Raad kan in overeenstemming met de Regering van Denemarken ieder gedeelte van de Diensten van de Overeenkomst uitsluiten.

6.

Wanneer lid 1, 2 of 5 van dit artikel is toegepast, zal de Raad de Bijlagen van deze Overeenkomst dienovereenkomstig wijzigen.

Artikel XIV

De Regering van Denemarken hanteert een systeem van heffingen aan gebruikers voor de Diensten verschaft aan alle burgerluchtvaartuigen die vluchten maken zoals omschreven in artikel VII. Deze heffingen worden berekend overeenkomstig Bijlage III van deze Overeenkomst. De netto inkomsten uit deze heffingen worden in mindering gebracht op ingevolge de bepalingen van deze Overeenkomst aan de Regering van Denemarken verschuldigde betalingen. Behalve met toestemming van de Raad heft de Regering van Denemarken geen bijkomende heffingen voor de Diensten, van anderen dan haar eigen onderdanen.

Artikel XV

De Regering van Denemarken zal geen enkele internationale regeling treffen voor het verschaffen, de exploitatie, het onderhouden, ontwikkelen of financieren van enige of alle van de Diensten zonder de goedkeuring van de Raad.

Artikel XVI

De Regering van Denemarken zal zoveel mogelijk samenwerken met de vertegenwoordigers van de Organisatie tot verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst en zal aan die vertegenwoordigers de voorrechten en immuniteiten toekennen waar zij recht op hebben volgens het Algemeen Verdrag nopens de Voorrechten en Immuniteiten van de Gespecialiseerde Organisaties van de Verenigde Naties, met inbegrip van Aanhangsel III (2) daarvan.

Artikel XVII

De Raad zal een conferentie bijeenroepen van alle belanghebbende Overeenkomstsluitende Regeringen:

  • (a). op verzoek van twee of meer van de Overeenkomstsluitende Regeringen of van de Regering van Denemarken, of van een van de Overeenkomstsluitende Regeringen indien een dergelijke conferentie gedurende de vijf voorgaande jaren niet is gehouden;
  • (b). wanneer het verzuim van een der Overeenkomstsluitende Regeringen haar betalingen te doen met betrekking tot deze Overeenkomst een herziening van de aanslagen noodzakelijk maakt, welke niet anders op bevredigende wijze kan worden geregeld, of
  • (c). wanneer de Raad om enige andere reden een dergelijke conferentie noodzakelijk acht.

Artikel XVIII

Elk geschil betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst of van de Bijlagen daarvan, dat niet door onderhandelingen is beslecht, zal op verzoek van een Overeenkomstsluitende Regering die partij is bij het geschil om advies naar de Raad worden verwezen.

Artikel XIX

1.

Deze Overeenkomst zal tot 1 december 1956 open blijven voor ondertekening door in de preambule genoemde Regeringen.

2.

Deze Overeenkomst zal onderworpen zijn aan aanvaarding door de ondertekenende Regeringen. De akten van aanvaarding zullen zo spoedig mogelijk bij de Secretaris-Generaal worden nedergelegd, die alle ondertekenende en toetredende Regeringen in kennis zal stellen van de datum van nederlegging van elke zodanige akte.

Artikel XX

1.

Tot deze Overeenkomst kan toetreden de Regering van elke Staat die lid is van de Verenigde Naties of van een daarmede verbonden Gespecialiseerde Organisatie. Toetreding geschiedt door nederlegging van een formele akte bij de Secretaris-Generaal.

2.

De Raad kan overleg openen met elke geen partij bij deze Overeenkomst zijnde Regering welker burgerluchtvaartlijnen profiteren van de Diensten, teneinde haar toetreding tot de Overeenkomst te bewerkstelligen.

3.

Onverminderd de bepalingen van lid 2 van dit artikel kan de Raad overeenkomsten sluiten inzake bijdragen van enige Regering die geen partij wordt bij deze Overeenkomst. Alle ontvangen zodanige bijdragen zullen worden aangewend voor de doeleinden van deze Overeenkomst, als bepaald door de Raad.

Artikel XXI

1.

Deze Overeenkomst treedt — niet eerder dan 1 januari 1957 — in werking, wanneer akten van aanvaarding of toetreding zijn nedergelegd door Regeringen die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor eerste aanslagen tot een bedrag van niet minder dan negentig procent van het aanvankelijke maximum kostencijfer bepaald in artikel V. Wat die Regeringen betreft, wordt de nederlegging van een akte van aanvaarding of van toetreding geacht de toestemming te vormen tot het systeem van aanslagen, betalingen en verrekeningen ingevolge deze Overeenkomst voor de periode tussen 1 januari 1957 en de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

2.

Ten aanzien van iedere Regering welker akte van aanvaarding of van toetreding wordt nedergelegd na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt deze Overeenkomst van kracht op de datum van zodanige nederlegging. Elk van deze Regeringen stemt in met het systeem van aanslagen, betalingen en verrekeningen ingevolge deze Overeenkomst ingaande bij het begin van het kalenderjaar, waarin de akte van aanvaarding of van toetreding is nedergelegd. Elk van deze Regeringen kan desgewenst ermede instemmen, aangeslagen te worden voor haar deel van de goedgekeurde werkelijke kosten van alle diensten met betrekking tot welke de bepalingen van artikel VI zijn toegepast en tot welke op de datum van aanvaarding door zodanige Regering nog niet alle Overeenkomstsluitende Regeringen hebben toegestemd.

Artikel XXII

  • (a). Deze Overeenkomst kan worden beëindigd door de Regering van Denemarken op 31 december van enig jaar door schriftelijke kennisgeving, gedaan aan de Secretaris-Generaal niet later dan 1 januari van dat jaar.
  • (b). Indien het te enigertijd de Regering van Denemarken onmogelijk blijkt, de Diensten uit te voeren binnen de krachtens de bepalingen van artikel V gestelde limiet, zal die Regering de Secretaris-Generaal daarvan onmiddellijk schriftelijk in kennis stellen en zal zij aan de Secretaris-Generaal een gespecificeerde raming van het vereiste additionele bedrag verschaffen. De Secretaris-Generaal zal zodanige raming dadelijk aan een onderzoek onderwerpen en, na eventueel noodzakelijk overleg met die Regering, het boven de genoemde limiet benodigde bedrag bepalen. De Secretaris-Generaal zal daarop de Overeenkomstsluitende Regeringen benaderen teneinde hun toestemming te verkrijgen, als vereist ingevolge de bepalingen van artikel V. Tenzij binnen drie maanden, nadat de Secretaris-Generaal het vereiste additionele bedrag heeft bepaald, hij de Regering van Denemarken mededeelt dat de Overeenkomstsluitende Regeringen hun toestemming hebben gegeven, kan de Regering van Denemarken daarna deze Overeenkomst beëindigen door schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal met inachtneming van een termijn van drie maanden.
  • (c). Deze Overeenkomst kan op 31 december van enig jaar worden beëindigd door andere Overeenkomstsluitende Regeringen dan de Regering van Denemarken, welke verantwoordelijk zijn voor lopende aanslagen welke gezamenlijk niet minder bedragen dan tien procent van de krachtens artikel V bepaalde limiet, door schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal niet later dan 1 januari van dat jaar.
2.

Na ontvangst van een kennisgeving of kennisgevingen van de wens, deze Overeenkomst in overeenstemming met lid 1 van dit artikel te beëindigen, zal de Secretaris-Generaal de Overeenkomstsluitende Regeringen daarvan verwittigen.

Artikel XXIII

1.

Onverminderd de bepalingen van artikel XXII kan elke andere Overeenkomstsluitende Regering dan de Regering van Denemarken, waarvan de lopende aanslag minder bedraagt dan tien procent van de krachtens de bepalingen van artikel V bepaalde limiet, ophouden partij te zijn bij deze Overeenkomst op 31 december van enig jaar, door schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal, niet later dan 1 januari van dat jaar, van haar voornemen haar deelneming te beëindigen. Elke zodanige kennisgeving zal ook worden beschouwd als een kennisgeving van de wens deze Overeenkomst te beëindigen, voor de toepassing van artikel XXII, lid 1 (c).

2.

Na ontvangst van de mededeling van enige Overeenkomstsluitende Regering, dat zij haar deelneming beëindigt, zal de Secretaris-Generaal de andere Overeenkomstsluitende Regeringen daarvan verwittigen.

Artikel XXIV

1.

Ingeval van beëindiging van deze Overeenkomst door de Regering van Denemarken ingevolge de bepalingen van lid 1 van artikel XXII zal deze Regering aan de Organisatie betalen of kan de Organisatie van de aan die Regering krachtens deze Overeenkomst verschuldigde betalingen aftrekken een bedrag hetwelk een billijke vergoeding vormt voor voordelen, voortvloeiende uit het verkrijgen voor eigen doeleinden van roerende of onroerende goederen waarvan de kosten geheel of gedeeltelijk aan die Regering zijn terugbetaald ingevolge de bepalingen van deze Overeenkomst.

2.

Ingeval van beëindiging van deze Overeenkomst door andere Overeenkomstsluitende Regeringen dan de Regering van Denemarken, zal aan de Regering van Denemarken uit het Reserve Fonds, of, indien het Fonds niet toereikend is, door de Overeenkomstsluitende Regeringen via de Organisatie, een billijk bedrag worden betaald bij wijze van vergoeding voor kapitaalsuitgaven welke die Regering heeft gedaan en die niet geheel zijn terugbetaald ingevolge deze Overeenkomst. Alle betalingen die voor dit doel van de Overeenkomstsluitende Regeringen worden gevorderd zullen worden berekend op basis van de meest recente aanslagcijfers en zullen verschuldigd zijn vanaf de datum van beëindiging. De Organisatie zal het recht hebben alle roerende goederen over te nemen voor welke een vergoeding is betaald overeenkomstig dit lid. Met elke afstand van een dergelijk recht zal rekening worden gehouden bij het bepalen van de vergoeding.

3.

De bepalingen van lid 2 van dit artikel zullen overeenkomstig van toepassing zijn met betrekking tot enig gedeelte van de Diensten, dat uitgesloten is van de Overeenkomst ingevolge de bepalingen van lid 5 van artikel XIII.

4.

Het bedrag van alle betalingen ingevolge dit artikel zal bij Overeenkomst tussen de Raad en de Regering van Denemarken worden bepaald.

Artikel XXV

1.

Met inachtneming van de bepalingen van lid 2 van artikel X zullen alle saldi van het Reserve Fonds en van rente daarover, berustende onder de Organisatie op de datum dat deze Overeenkomst ophoudt van kracht te zijn, worden verdeeld onder en terugbetaald aan die Regeringen welke onmiddellijk vóór die datum nog partij waren bij deze Overeenkomst, op basis van hun meest recente jaarlijkse aanslagen.

  • (a). Elke Regering die opgehouden heeft partij te zijn bij deze Overeenkomst ingevolge de bepalingen van artikel XXIII zal alle verschillen tussen het aan de Organisatie overeenkomstig artikel VII door haar betaalde bedrag en het haar betreffende aandeel in de goedgekeurde werkelijke kosten met betrekking tot de periode van haar deelname betalen aan of ontvangen van de Organisatie.
  • (b). Elke Regering die aldus opgehouden heeft partij te zijn zal aan de Organisatie haar aandeel in kapitaalsuitgaven betalen, welke zijn gedaan door de Regering van Denemarken en welke niet geheel zijn terugbetaald overeenkomstig deze Overeenkomst. Het te betalen bedrag zal berekend worden op basis van het meest recente aanslagcijfer met betrekking tot de Regering welke heeft opgehouden partij te zijn. De betaling zal verschuldigd zijn vanaf het tijdstip van het ophouden partij te zijn.

Artikel XXVI

1.

Voorstellen tot wijziging van deze Overeenkomst kunnen worden gedaan dooreen Overeenkomstsluitende Regering of door de Raad. Het voorstel wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de Secretaris-Generaal die het rondzendt aan alle Overeenkomstsluitende Regeringen met het verzoek hem officieel mede te delen, of zij er al dan niet mee instemmen.

2.

Voor aanvaarding van een wijziging is de instemming vereist van twee derde van alle Overeenkomstsluitende Regeringen die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor niet minder dan negentig procent van de huidige aanslagen.

3.

Een aldus aanvaarde wijziging treedt voor alle Overeenkomstsluitende Regeringen in werking op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de officiële schriftelijke aanvaardingen van de wijziging door de Secretaris-Generaal zijn ontvangen van de Overeenkomstsluitende Regeringen die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor niet minder dan achtennegentig procent van de huidige aanslagen.

4.

De Secretaris-Generaal zendt voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van elke aanvaarde wijziging aan alle Overeenkomstsluitende Regeringen en stelt deze in kennis van alle aanvaardingen en van de datum van inwerkingtreding van een wijziging.

5.

De Raad kan ook in andere gevallen dan in die, genoemd in lid 6 van artikel XIII, de Bijlagen van deze Overeenkomst wijzigen, mits in overeenstemming met de in de Overeenkomst gestelde voorwaarden en met toestemming van de Regering van Denemarken.

DEEL I

DEEL II

DEEL III. HEFFINGEN AAN GEBRUIKERS

1

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

2

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

3

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

4

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

5

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

6

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have, on behalf of their respective Governments, signed this Agreement on the dates appearing opposite their signatures.

DONE in Geneva on the twenty-fifth day of September of the year nineteen hundred and fifty-six in the English, French and Spanish languages, all three texts being equally authoritative, in a single copy which shall be deposited with the International Civil Aviation Organization with which, in accordance with Article XIX hereof, it shall remain open for signature, and the Secretary General of the Organization shall send certified copies thereof to all signatory and acceding Governments.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)