Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië

Type Verdrag
Publication 1979-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 49
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

De Regering van de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië

wensende de bestaande betrekkingen tussen de beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid aan te passen aan de ontwikkelingen welke sedert de ondertekening van het Algemeen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Volksrepubliek Zuidslavië inzake sociale verzekering, getekend te Belgrado op 1 juni 1956, in hun wetgevingen hebben plaatsgevonden;

besloten hebbende een nieuw verdrag te sluiten ter vervanging van het Verdrag van 1 juni 1956;

zijn het volgende overeengekomen:

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a). „grondgebied”:
  • wat Nederland betreft: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;
  • wat Joegoslavië betreft: het grondgebied van de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië;
  • b). „onderdaan”:
  • wat Nederland betreft: een persoon van Nederlandse nationaliteit;
  • wat Joegoslavië betreft: een persoon van Joegoslavische nationaliteit;
  • c). „werknemer”:
  • een loontrekkende of de met hem gelijkgestelde volgens de wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Partij;
  • d). „wetgeving” of „wettelijke regeling”:
  • de wetten, regelingen en statutaire bepalingen en alle andere uitvoeringsbesluiten die betrekking hebben op de in artikel 2 bedoelde stelsels en takken van sociale zekerheid en die van kracht zijn op de datum van ondertekening van dit Verdrag of die later van kracht zullen worden voor het gehele grondgebied van iedere Verdragsluitende Partij of voor enig deel daarvan;
  • e). „bevoegde autoriteit”:
  • de minister of ministers of de hiermede vergelijkbare autoriteit onder wie, op het gehele grondgebied van elke Verdragsluitende Partij of op een deel daarvan, de regelingen inzake sociale zekerheid ressorteren;
  • f). „bevoegd orgaan”:
  • het orgaan waarbij de verzekerde is aangesloten op het tijdstip waarop hij om prestaties verzoekt of dat hem prestaties is verschuldigd of zou zijn, indien hij woonde op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar dit orgaan is gevestigd;
  • g). „bevoegd land”:
  • de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het bevoegde orgaan is gevestigd;
  • h). „orgaan van de woonplaats”:
  • het orgaan dat, ter plaatse waar de belanghebbende woont, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die door dit orgaan wordt toegepast of, indien een zodanig orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;
  • i). „orgaan van de verblijfplaats”:
  • het orgaan dat, ter plaatse waar de belanghebbende tijdelijk verblijft, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een zodanig orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;
  • j). „gezinsleden”:
  • de personen die als zodanig worden aangemerkt of erkend in de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied zij wonen; indien deze wetgeving slechts de personen die bij de verzekerde inwonen als gezinsleden beschouwt, wordt aan deze voorwaarde geacht te zijn voldaan wanneer deze personen in hoofdzaak op kosten van de verzekerde worden onderhouden;
  • k). „nagelaten betrekkingen”:
  • de personen die als zodanig worden aangemerkt of erkend in de wetgeving krachtens welke de prestaties worden toegekend;
  • l). „tijdvakken van verzekering”:
  • de tijdvakken van premiebetaling, van arbeid of van wonen die als tijdvakken van verzekering worden omschreven of aangemerkt ingevolge de wetgeving waaronder zij zijn vervuld of geacht worden te zijn vervuld, alsmede alle met deze tijdvakken gelijkgestelde tijdvakken, voor zover zij als zodanig door deze wetgeving zijn erkend;
  • m). „prestaties”, „uitkeringen”, „verstrekkingen” of „pensioenen”:
  • alle prestaties, uitkeringen, verstrekkingen of pensioenen, met inbegrip van alle bedragen ten laste van de openbare middelen, verhogingen in verband met aanpassing aan het loon- of prijsniveau of aanvullende uitkeringen, alsmede uitkeringen ineens in plaats van een pensioen.

Artikel 2

1.

Dit Verdrag is van toepassing:

  • A. In Nederland op de wettelijke regelingen betreffende:
  • a). prestaties bij ziekte en moederschap;
  • b). prestaties bij arbeidsongeschiktheid;
  • c). uitkeringen bij ouderdom;
  • d). uitkeringen aan nagelaten betrekkingen;
  • e). werkloosheidsuitkeringen;
  • f). gezinsuitkeringen;
  • g). bijzondere pensioenregelingen voor mijnwerkers.
  • B. In Joegoslavië op de wettelijke regelingen betreffende:
  • a). de verplichte ziekteverzekering voor werknemers, met inbegrip van de prestaties bij moederschap;
  • b). de verplichte ouderdoms- en invaliditeitsverzekering voor werknemers, met inbegrip van de pensioenen aan nagelaten betrekkingen;
  • c). werkloosheidsuitkeringen;
  • d). gezinsuitkeringen.
2.

Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, waarbij de wettelijke regelingen genoemd in het eerste lid van dit artikel, worden of zullen worden gewijzigd of aangevuld.

Het is evenwel slechts van toepassing:

  • a). op wetten of regelingen die betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale verzekering, indien daartoe een nadere overeenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen wordt gesloten;
  • b). op wetten of regelingen die de werking van de bestaande regelingen uitbreiden tot nieuwe groepen van rechthebbenden, indien de Regering van de betrokken Verdragsluitende Partij daartegen niet binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van bedoelde teksten bezwaar maakt bij de Regering van de andere Verdragsluitende Partij.
3.

Dit Verdrag is niet van toepassing op de sociale bijstand en evenmin op de bijzondere regelingen voor personen in overheidsdienst of met hen gelijkgestelden.

Artikel 3

1.

Dit Verdrag is van toepassing op de Nederlandse en Joegoslavische werknemers op wie de wetgeving van een der Verdragsluitende Partijen van toepassing is of geweest is, alsmede op hun gezinsleden en hun nagelaten betrekkingen, voor zover zij hun rechten ontlenen aan de verzekering van de werknemer.

2.

Dit Verdrag is niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren, met inbegrip van kanselarijbeambten.

Artikel 4

1.

Behoudens de bepalingen van dit Verdrag hebben de onderdanen van een Verdragsluitende Partij waarop dit Verdrag van toepassing is, de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de in artikel 2 vermelde wettelijke regelingen onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van deze Partij.

2.

Het in het eerste lid neergelegde beginsel van gelijkheid van behandeling is evenwel niet van toepassing op de vrijwillige verzekeringen inzake ouderdom en nagelaten betrekkingen ten aanzien van de betaling van verlaagde premie.

Artikel 5

1.

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, kunnen de uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom of de uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, verkregen op grond van de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij, op generlei wijze worden verminderd, gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard op grond van het feit dat de rechthebbende op het grondgebied van de andere Partij woont.

2.

Bedoelde uitkeringen, voortvloeiende uit de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen, worden aan de onderdanen van de andere Partij, die in een derde land wonen, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate verleend als aan de eigen onderdanen die in dat derde land wonen.

Artikel 6

1.

Met uitzondering van het recht op uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom en uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, die overeenkomstig het tweede hoofdstuk van Titel III worden vastgesteld, kan krachtens dit Verdrag geen recht worden verkregen of gehandhaafd op meer dan één uitkering van dezelfde aard of meer dan één uitkering die betrekking heeft op eenzelfde tijdvak van verplichte verzekering.

2.

De bepalingen inzake vermindering, schorsing of intrekking waarin de wetgeving van een Verdragsluitende Partij voorziet in geval van samenloop van een uitkering met andere uitkeringen of met andere inkomsten, of wegens het verrichten van beroepswerkzaamheden, zijn op de rechthebbende van toepassing, zelfs indien het gaat om uitkeringen welke op grond van de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij zijn verkregen of om inkomsten, welke zijn verworven of werkzaamheden welke zijn verricht op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij. Voor de toepassing van deze regel wordt evenwel geen rekening gehouden met gelijksoortige uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom of uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, die overeenkomstig hoofdstuk 2 van Titel III worden vastgesteld.

TITEL II. BEPALINGEN TER VASTSTELLING VAN DE TOE TE PASSEN WETGEVING

Artikel 7

1.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 tot en met 10 is op werknemers die werkzaam zijn op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, de wetgeving van deze Partij van toepassing, zelfs indien zij op het grondgebied van de andere Partij wonen of indien de zetel van de onderneming of het domicilie van de werkgever waarbij zij werkzaam zijn, zich op het grondgebied van de andere Partij bevindt.

2.

Indien krachtens het voorgaande lid op een werknemer van toepassing is de wetgeving van een Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij niet woont, is deze wetgeving op hem van toepassing alsof hij wel op het grondgebied van deze Partij woonde.

Artikel 8

Op het beginsel neergelegd in artikel 7 gelden de volgende uitzonderingen:

  • a). op werknemers die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij tewerkgesteld zijn door een onderneming, waaraan zij normaal verbonden zijn en door deze onderneming worden gedetacheerd op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij teneinde aldaar voor haar rekening arbeid te verrichten, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij tijdens de gehele duur van hun detachering van toepassing, alsof zij werkzaam bleven op het grondgebied van deze Partij;
  • b). op het rijdend, varend of vliegend personeel in dienst van een onderneming die voor rekening van anderen of voor eigen rekening personen of goederen vervoert per spoor, over de weg, door de lucht of te water en die haar zetel heeft op het grondgebied van een der Verdragsluitende Partijen, is de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan deze onderneming haar zetel heeft van toepassing;
  • c). op werknemers behorend tot een officiële administratieve dienst van een der Verdragsluitende Partijen, die op het grondgebied van de andere Partij worden gedetacheerd, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij van toepassing.

Artikel 9

1.

Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van artikel 3 is artikel 7 van toepassing op werknemers die bij diplomatieke zendingen of consulaire posten der Verdragsluitende Partijen werkzaam zijn en op particuliere bedienden in dienst van ambtenaren van deze zendingen of posten.

2.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde werknemers die onderdaan zijn van de Verdragsluitende Partij welke zendstaat is, mogen evenwel kiezen voor toepassing van de wetgeving van deze Partij. Dit keuzerecht mag slechts eenmaal worden uitgeoefend en wel binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag of het tijdstip waarop de werknemer door de diplomatieke zending of consulaire post, onderscheidenlijk in persoonlijke dienst van ambtenaren van deze zending of post wordt aangesteld.

Artikel 10

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen in onderlinge overeenstemming, ten behoeve van de belanghebbende werknemers, uitzonderingen op de artikelen 7 tot en met 9 vaststellen.

TITEL III. BIJZONDERE BEPALINGEN INZAKE DE VERSCHILLENDE SOORTEN PRESTATIES

HOOFDSTUK 1. ZIEKTE EN MOEDERSCHAP

Artikel 11

Wanneer een werknemer achtereenvolgens of afwisselend aan de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties de tijdvakken van verzekering die krachtens de wettelijke regeling van elk der Verdragsluitende Partijen zijn vervuld, samengeteld, voorzover deze tijdvakken elkaar niet overlappen.

Artikel 12

1.

De werknemer die zich van Joegoslavië naar Nederland, of omgekeerd, begeeft en zijn gezinsleden hebben in het land waar hij gaat werken rechten uit de ziekte- en moederschapsverzekering, indien zij voldoen aan de voorwaarden, gesteld door de wettelijke regeling van het land waarheen zij zich hebben begeven, eventueel met inachtneming van de samentelling van tijdvakken zoals bedoeld in het voorgaande artikel.

2.

Indien de in het voorgaande lid bedoelde werknemer niet aan de daarin gestelde voorwaarden voldoet en wanneer hij nog recht zou hebben op prestaties ingevolge de wettelijke regeling van de Verdragsluitende Partij waaraan hij tevoren was onderworpen, indien hij zich op dit grondgebied bevond, behoudt hij recht op prestaties.

Het bevoegde orgaan van deze Partij kan het orgaan van de woonplaats verzoeken de verstrekkingen te verlenen overeenkomstig de door dit laatste orgaan toegepaste wettelijke regeling.

Artikel 13

1.

Een werknemer die aan de door de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij gestelde voorwaarden voor het recht op prestaties voldoet, heeft recht op prestaties gedurende een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, wanneer zijn gezondheidstoestand onmiddellijke geneeskundige hulp, met inbegrip van opname in een ziekenhuis, noodzakelijk maakt.

2.

Een werknemer die, nadat hij voor rekening van een orgaan van een der Verdragsluitende Partijen recht op prestaties heeft verkregen, van dit orgaan toestemming heeft ontvangen om zijn woonplaats over te brengen naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, behoudt dit recht. De toestemming kan alleen worden geweigerd indien is vastgesteld dat de verplaatsing nadelig is voor zijn gezondheidstoestand of voor het ondergaan van de geneeskundige behandeling.

3.

Wanneer een werknemer, overeenkomstig het bepaalde in de voorgaande leden, recht heeft op prestaties, worden de verstrekkingen voor rekening van het bevoegde orgaan verleend door het orgaan van de woon- of verblijfplaats volgens de bepalingen van de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling, in het bijzonder wat betreft de omvang en de wijze van verlening van de verstrekkingen; de periode gedurende welke deze verstrekkingen worden verleend is echter gelijk aan die voorzien in de wettelijke regeling van het bevoegde land.

4.

In de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen worden prothesen, kunstmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen, behalve in onmiskenbare spoedgevallen, slechts verschaft als het bevoegde orgaan daartoe machtiging verleent.

5.

In de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen worden de uitkeringen door het bevoegde orgaan volgens de bepalingen van de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling verleend. Deze uitkeringen mogen door bemiddeling van het orgaan van de woon- of verblijfplaats voor rekening van het bevoegde orgaan worden verleend overeenkomstig de door de bevoegde autoriteiten in een administratief akkoord vast te stellen regelen.

6.

Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op gezinsleden wanneer zij tijdelijk op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij verblijven of wanneer zij, nadat zij ziek of zwanger zijn geworden, hun woonplaats naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij overbrengen.

Artikel 14

1.

De gezinsleden van een werknemer die is aangesloten bij een orgaan van een der Verdragsluitende Partijen, hebben, wanneer zij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij wonen, recht op verstrekkingen, alsof de werknemer aangesloten was bij het orgaan van hun woonplaats.

De omvang, de duur en de wijze van verlening van deze verstrekkingen worden vastgesteld volgens de bepalingen van de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling.

2.

Wanneer de gezinsleden hun woonplaats overbrengen naar het grondgebied van het bevoegde land, hebben zij recht op verstrekkingen volgens het bepaalde in de wettelijke regeling van dat land, zelfs indien zij voor hetzelfde geval van ziekte of moederschap vóór de overbrenging van hun woonplaats reeds verstrekkingen hebben genoten; indien de door het bevoegde orgaan toegepaste wettelijke regeling voorziet in een maximumduur voor het verlenen van verstrekkingen, wordt met het tijdvak waarover onmiddellijk vóór de overbrenging van de woonplaats verstrekkingen zijn verleend, rekening gehouden.

3.

Wanneer de in het eerste lid van dit artikel bedoelde gezinsleden in het land van hun woonplaats beroepsarbeid verrichten of een pensioen genieten op grond waarvan zij aanspraak op verstrekkingen kunnen maken, is het bepaalde in dit artikel niet op hen van toepassing.

Artikel 15

Voor de toepassing van artikel 13, eerste, derde, vierde en zesde lid en van artikel 14 wordt, naast de werknemer die in de hoedanigheid van verplicht verzekerde, aangesloten respectievelijk bij een Joegoslavisch ziekteverzekeringsorgaan of bij een Nederlands ziekenfonds, recht heeft op verstrekkingen, tevens als rechthebbende op verstrekkingen beschouwd degene die in de hoedanigheid van vrijwillig verzekerde, aangesloten bij een Nederlands ziekenfonds, recht op verstrekkingen heeft.

Artikel 16

1.

Wanneer de pensioengerechtigde, aan wie pensioenen zijn verschuldigd krachtens de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen, recht heeft op verstrekkingen ingevolge de wettelijke regeling van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont, worden aan deze pensioengerechtigde en zijn gezinsleden door het orgaan van de woonplaats en voor rekening van dit orgaan verstrekkingen verleend alsof hij uitsluitend in het genot was van een pensioen, verschuldigd krachtens de wettelijke regeling van deze laatste Partij.

2.

Wanneer de pensioengerechtigde, aan wie pensioen is verschuldigd krachtens de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij, op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont, worden de verstrekkingen waarop hij krachtens de wettelijke regeling van eerstbedoelde Partij, eventueel met inachtneming van het bepaalde in het Slotprotocol, recht heeft of zou hebben indien hij op het grondgebied van deze Partij woonde, aan hemzelf en aan zijn gezinsleden verleend door het orgaan van de woonplaats volgens de bepalingen van de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling.

3.

De pensioengerechtigde die recht heeft op verstrekkingen krachtens de wettelijke regeling van een der Verdragsluitende Partijen, heeft, evenals zijn gezinsleden, recht op verstrekkingen gedurende een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere Partij dan die op het grondgebied waarvan hij woont, wanneer hun gezondheidstoestand het nodig maakt dat onmiddellijke verstrekkingen, met inbegrip van opname in een ziekenhuis, worden verleend. Deze verstrekkingen worden verleend door het orgaan van de verblijfplaats, volgens de bepalingen van de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling, in het bijzonder wat betreft de omvang en de wijze van verlening van de verstrekkingen. De periode gedurende welke deze verstrekkingen worden verleend is gelijk aan die voorzien in de wettelijke regeling van het land van de woonplaats. Naar gelang van het geval komen zij voor rekening van het bevoegde orgaan of van het orgaan van de woonplaats. Artikel 13, vierde lid van dit Verdrag is van overeenkomstige toepassing.

4.

Als rechthebbende op verstrekkingen wordt, naast degene die in de hoedanigheid van verplicht verzekerde, aangesloten bij een Joegoslavisch ziekteverzekeringsorgaan of bij een Nederlands ziekenfonds, recht heeft op verstrekkingen, tevens beschouwd degene die in de hoedanigheid van vrijwillig verzekerde, aangesloten bij een Nederlands ziekenfonds, recht op verstrekkingen heeft.

5.

Indien de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij bepaalt dat voor rekening van een pensioengerechtigde premies worden ingehouden ter dekking van de kosten van verstrekkingen, is het orgaan dat het pensioen is verschuldigd gemachtigd tot die inhoudingen over te gaan wanneer de verstrekkingen krachtens dit artikel voor rekening van een orgaan van bedoelde Partij komen.

Artikel 17

1.

De krachtens artikel 12, tweede lid, artikel 13, eerste, tweede en zesde lid, artikel 14, eerste lid, en artikel 16, tweede en derde lid, van dit Verdrag verleende verstrekkingen worden door de bevoegde organen respectievelijk de organen van de woonplaats, vergoed aan de organen die deze hebben verleend.

2.

De vergoeding wordt vastgesteld en vindt plaats volgens de in een administratief akkoord vast te stellen regelen, hetzij door het aantonen van de werkelijke kosten, hetzij op grond van vaste bedragen.

HOOFDSTUK 2. INVALIDITEIT, OUDERDOM EN OVERLIJDEN

Afdeling 1. Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 18

1.

Indien de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties afhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken van verzekering, houdt het orgaan dat deze wettelijke regeling toepast daartoe, met het oog op de samentelling van tijdvakken, rekening met de krachtens de wettelijke regeling van de andere Verdragsluitende Partij vervulde tijdvakken van verzekering, alsof het tijdvakken van verzekering betrof welke krachtens de wettelijke regeling van eerstbedoelde Partij waren vervuld.

2.

Indien de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij de toekenning van bepaalde prestaties afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de tijdvakken van verzekering in een aan een bijzonder stelsel onderworpen beroep, of eventueel in een bepaald beroep of met het verrichten van bepaalde werkzaamheden zijn vervuld, wordt voor de toekenning van deze prestaties slechts rekening gehouden met de tijdvakken welke krachtens de wettelijke regeling van de andere Verdragsluitende Partij zijn vervuld, indien deze tijdvakken krachtens een overeenkomstig stelsel, of bij afwezigheid daarvan, in hetzelfde beroep of eventueel met het verrichten van dezelfde werkzaamheden zijn vervuld. Indien de belanghebbende, met inachtneming van de aldus vervulde tijdvakken, niet voldoet aan de voor het recht op bedoelde prestaties gestelde voorwaarden, wordt met deze tijdvakken rekening gehouden voor de toekenning van prestaties volgens het algemene stelsel.

3.

Indien in de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij, welke voor het verkrijgen en het vaststellen van het recht op prestaties generlei eisen stelt omtrent de duur van de verzekering, de toekenning van prestaties afhankelijk wordt gesteld van de voorwaarde dat de werknemer op het tijdstip waarop de verzekerde gebeurtenis zich heeft voorgedaan, ingevolge deze wettelijke regeling verzekerd was, wordt aan deze voorwaarde geacht te zijn voldaan indien de werknemer op dat tijdstip ingevolge de wettelijke regeling van de andere Partij verzekerd was.

Artikel 19

1.

Het orgaan van elke Verdragsluitende Partij stelt overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling vast of de belanghebbende aan de gestelde voorwaarden voor het recht op uitkeringen voldoet, eventueel met inachtneming van artikel 18.

2.

Indien de belanghebbende aan deze voorwaarden voldoet, berekent bedoeld orgaan het theoretische bedrag van de uitkering waarop hij aanspraak zou kunnen maken, indien alle tijdvakken van verzekering waarmede overeenkomstig artikel 18 voor de vaststelling van het recht op uitkering rekening is gehouden, uitsluitend krachtens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling zouden zijn vervuld.

3.

Indien het evenwel uitkeringen betreft waarvan het bedrag onafhankelijk is van de duur van de vervulde tijdvakken, wordt dit bedrag als het in het voorgaande lid bedoelde theoretische bedrag beschouwd.

4.

Op basis van het overeenkomstig het tweede lid van dit artikel berekende theoretische bedrag stelt bedoeld orgaan vervolgens het werkelijke bedrag van de uitkering die het aan de belanghebbende verschuldigd is, vast naar verhouding van de duur van de tijdvakken van verzekering die vóór het intreden van de verzekerde gebeurtenis krachtens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling zijn vervuld, tot de totale duur van de tijdvakken van verzekering die vóór het intreden van de verzekerde gebeurtenis krachtens de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen zijn vervuld, voorzover deze tijdvakken elkaar niet overlappen.

5.

Indien het theoretische bedrag wordt vastgesteld overeenkomstig het derde lid van dit artikel, stelt het betrokken orgaan het werkelijke bedrag van de uitkering die aan de belanghebbende is verschuldigd, vast naar verhouding van de duur van de tijdvakken van verzekering die vóór het intreden van de verzekerde gebeurtenis krachtens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling zijn vervuld, tot het aantal jaren dat is verlopen tussen de datum waarop de belanghebbende of de overledene de leeftijd van twintig jaar had bereikt, of wel, indien hij volgens de wettelijke regeling van een van de Verdragsluitende Partijen reeds vóór zijn twintigjarige leeftijd als werknemer verzekerd was, tussen de datum van aanvang van de verzekering en de datum waarop de verzekerde gebeurtenis is ingetreden.

Artikel 20

1.

Indien de totale duur van de krachtens de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij vervulde tijdvakken van verzekering minder dan een jaar bedraagt en indien, uitsluitend rekening houdend met deze tijdvakken, krachtens die wettelijke regeling geen enkel recht op uitkeringen bestaat, is het orgaan van die Partij, ongeacht het bepaalde in artikel 19, niet verplicht op grond van bedoelde tijdvakken uitkeringen toe te kennen.

2.

Voor de toepassing van artikel 19 van dit Verdrag, met uitzondering van het bepaalde in het vierde lid, houdt de andere Verdragsluitende Partij rekening met de in het voorgaande lid bedoelde tijdvakken.

Artikel 21

Indien de belanghebbende, met inachtneming van artikel 18 van dit Verdrag, op een bepaald tijdstip niet ten volle voldoet aan de voorwaarden die door de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen worden gesteld, doch alleen voldoet aan de voorwaarden van een van deze wettelijke regelingen, wordt zijn recht op uitkeringen vastgesteld ten aanzien van de wettelijke regeling aan de voorwaarden waarvan is voldaan. De uitkering wordt opnieuw berekend overeenkomstig artikel 19 van dit Verdrag, wanneer ook aan de voorwaarden die door de wettelijke regeling van de andere Partij worden gesteld, met inachtneming van artikel 18, wordt voldaan.

Artikel 22

1.

Indien het bedrag van de uitkeringen waarop de belanghebbende zonder toepassing van de artikelen 18 en 19 krachtens de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij aanspraak zou kunnen maken, hoger is dan het totale bedrag van de overeenkomstig deze artikelen verschuldigde uitkeringen, is het bevoegde orgaan van deze Partij verplicht hem een aanvulling te verlenen die gelijk is aan het verschil tussen deze beide bedragen. Deze aanvulling komt geheel voor rekening van dit orgaan.

2.

Ingeval door toepassing van het vorige lid aan de betrokkene aanvullingen zouden moeten worden toegekend door de organen van beide Verdragsluitende Partijen, heeft hij uitsluitend recht op de hoogste aanvulling. De lasten van deze aanvulling worden omgeslagen naar verhouding van het bedrag van de aanvulling dat elk van deze organen verschuldigd zou zijn indien het het enige daarbij betrokken orgaan was, tot het totale bedrag van de aanvullingen die beide organen zouden moeten verlenen.

Artikel 23

1.

Indien, door stijging van de kosten van levensonderhoud of een schommeling van het loonpeil, de uitkeringen met een bepaald percentage of bedrag worden gewijzigd, moet dit percentage of bedrag rechtstreeks in de overeenkomstig de artikelen 19 en 22 vastgestelde uitkeringen worden verwerkt, zonder dat er een herberekening volgens de genoemde artikelen behoeft plaats te vinden.

2.

Daarentegen vindt bij herziening van de uitkering hetzij van de ene hetzij van de andere Verdragsluitende Partij ten einde rekening te houden met een wijziging van de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende, een herberekening plaats overeenkomstig de artikelen 19 en 22.

Afdeling 2. Bijzondere bepalingen inzake invaliditeit

Artikel 24

1.

Indien de betaling van invaliditeitsuitkeringen na schorsing moet worden hervat, geschiedt dit door het orgaan dat de uitkeringen verschuldigd was op het tijdstip waarop zij werden geschorst.

2.

Indien na intrekking van de invaliditeitsuitkeringen de toestand van de verzekerde hernieuwde toekenning van uitkeringen rechtvaardigt, worden deze overeenkomstig de artikelen 18 tot en met 22 toegekend.

Artikel 25

Een werknemer die recht op invaliditeitsuitkeringen heeft verkregen voor rekening van een orgaan van een der Verdragsluitende Partijen en op het grondgebied van deze Partij woont, behoudt dit recht wanneer hij zijn woonplaats naar het grondgebied van de andere Partij overbrengt. Vóór de overbrenging moet de werknemer echter toestemming van het bevoegde orgaan verkregen hebben. Deze toestemming kan alleen worden geweigerd indien de verplaatsing van belanghebbende nadelig is voor zijn gezondheidstoestand of voor het ondergaan van een geneeskundige behandeling.

Artikel 26

Voor de toepassing van artikel 19, vijfde lid, worden als tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de Nederlandse wettelijke regeling, mede aangemerkt de voor 1 juli 1967 liggende tijdvakken gedurende welke de werknemer verzekerd zou zijn geweest, ware de Nederlandse wettelijke regeling inzake de arbeidsongeschiktheidsverzekering reeds in werking getreden.

Afdeling 3. Bijzondere bepalingen inzake ouderdom

Artikel 27

Ongeacht het bepaalde in artikel 19, berekenen de Nederlandse organen die de in artikel 2, eerste lid, sub A, letter c) bedoelde wettelijke regeling uitvoeren, de ouderdomspensioenen rechtstreeks en uitsluitend op basis van de krachtens de Nederlandse wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering.

Artikel 28

1.

Bij de berekening van het krachtens de Nederlandse wettelijke regeling aan een gehuwde man verschuldigde ouderdomspensioen, worden eveneens in aanmerking genomen de tijdvakken gelegen vóór de datum waarop zijn echtgenote de 65-jarige leeftijd heeft bereikt en gedurende welke zij tijdens het huwelijk op Joegoslavisch grondgebied heeft gewoond, voorzover deze tijdvakken samenvallen met de door hem krachtens deze wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering.

2.

Bij de berekening van het krachtens de Nederlandse wettelijke regeling verschuldigde ouderdomspensioen aan de weduwe van een persoon die ingevolge deze wettelijke regeling tijdvakken van verzekering heeft vervuld, worden eveneens in aanmerking genomen de tijdvakken gelegen vóór de datum waarop zij de 65-jarige leeftijd heeft bereikt en gedurende welke zij, tijdens dit huwelijk, op Joegoslavisch grondgebied heeft gewoond, voor zover deze tijdvakken samenvallen met de door haar echtgenoot krachtens deze wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering.

3.

Er behoeft geen rekening te worden gehouden met tijdvakken die krachtens de voorgaande leden in aanmerking dienen te worden genomen, wanneer deze samenvallen met door de echtgenote of de weduwe krachtens de wettelijke regeling van een andere Staat dan Nederland vervulde tijdvakken van ouderdomsverzekering op grond waarvan zij recht heeft op een ouderdomspensioen, of met tijdvakken gedurende welke zij een ouderdomspensioen krachtens een zodanige wettelijke regeling heeft genoten.

Afdeling 4. Bijzondere bepalingen inzake overlijden

Artikel 29

1.

Voor de toepassing van artikel 19, vijfde lid, worden eveneens beschouwd als tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de Nederlandse wetgeving zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub A, letter d), de tijdvakken gelegen vóór 1 oktober 1959 gedurende welke de overledene na het bereiken van de 20-jarige leeftijd in Nederland heeft gewoond of gedurende welke hij in Nederland arbeid heeft verricht in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever.

2.

Er behoeft geen rekening te worden gehouden met tijdvakken die krachtens het voorgaande lid in aanmerking dienen te worden genomen, wanneer deze samenvallen met krachtens de wettelijke regeling van een andere Staat dan Nederland vervulde tijdvakken van ouderdoms- en overlevingsverzekering, op grond waarvan recht op een pensioen aan nagelaten betrekkingen bestaat.

Afdeling 5. Bijzondere bepalingen inzake beroepsziekten

Artikel 30

De werknemer die heeft opgehouden op het grondgebied van een der Verdragsluitende Partijen werkzaamheden te verrichten die een beroepsziekte kunnen veroorzaken, heeft recht op uitkeringen krachtens de wettelijke regeling van deze Partij, zelfs indien deze ziekte het eerst op het grondgebied van de andere Partij medisch wordt vastgesteld, mits hij daarna op het grondgebied van laatstbedoelde Partij geen werkzaamheden heeft verricht die een dergelijke ziekte kunnen veroorzaken.

HOOFDSTUK 3. WERKLOOSHEID

Artikel 31

Wanneer een werknemer achtereenvolgens of afwisselend aan de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden met het oog op het verkrijgen van het recht op uitkeringen de tijdvakken van verzekering die krachtens de wettelijke regeling van elk der Verdragsluitende Partijen zijn vervuld, samengeteld, voorzover deze tijdvakken elkaar niet overlappen.

Artikel 32

Een werknemer, die onderdaan van een van de Verdragsluitende Partijen is en zich naar het grondgebied van de andere Partij heeft begeven, heeft zolang hij zich op dit grondgebied bevindt, recht op werkloosheidsuitkeringen ingevolge de wettelijke regeling van laatstbedoelde Verdragsluitende Partij, onder de volgende voorwaarden:

  • a). hij dient tewerkgesteld te zijn overeenkomstig de wettelijke regelingen inzake de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
  • b). hij dient te voldoen aan de voorwaarden die door de wettelijke regeling van de laatstbedoelde Verdragsluitende Partij zijn gesteld om in aanmerking te komen voor uitkeringen, rekening houdende met de in artikel 31 bedoelde samentelling van tijdvakken.

HOOFDSTUK 4. GEZINSUITKERINGEN

Artikel 33

Indien de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij het verkrijgen van het recht op gezinsuitkeringen afhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken van verzekering, houdt het orgaan dat deze wettelijke regeling toepast daartoe, voor zover nodig, rekening met de tijdvakken van verzekering die krachtens de wettelijke regeling van de andere Partij zijn vervuld, alsof het tijdvakken betrof welke krachtens de wettelijke regeling van eerstbedoelde Partij waren vervuld.

Artikel 34

1.

Een ingevolge de Joegoslavische wettelijke regeling verzekerde werknemer die kinderen heeft die op Nederlands grondgebied wonen of aldaar worden opgevoed, heeft, eventueel rekening houdend met de in artikel 33 bedoelde samentelling van tijdvakken, voor deze kinderen recht op gezinsuitkeringen volgens de bepalingen van de Joegoslavische wettelijke regeling.

2.

Een ingevolge de Nederlandse wettelijke regeling verzekerde werknemer, die kinderen heeft die op Joegoslavisch grondgebied wonen of aldaar worden opgevoed, heeft voor deze kinderen recht op gezinsuitkeringen volgens de bepalingen van de Nederlandse wettelijke regeling, zelfs indien de werknemer op Joegoslavisch grondgebied woont.

3.

Indien volgens de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij gezinsuitkeringen worden toegekend aan hen die een pensioen of een uitkering genieten, hebben zij die een pensioen of een uitkering genieten terwijl zij op het grondgebied van de andere Partij wonen, eveneens recht op gezinsuitkeringen.

4.

Indien in de loop van eenzelfde tijdvak voor eenzelfde kind gezinsuitkeringen verschuldigd zijn krachtens de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen, worden alleen de gezinsuitkeringen uitbetaald die verschuldigd zijn krachtens de wettelijke regeling van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het kind woont of wordt opgevoed.

TITEL IV. DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 35

1.

De bevoegde autoriteiten

  • a). treffen alle administratieve regelingen die voor de uitvoering van dit Verdrag nodig zijn;
  • b). verstrekken elkaar alle inlichtingen omtrent de ter uitvoering van dit Verdrag genomen maatregelen;
  • c). verstrekken elkaar alle inlichtingen omtrent de wijzigingen in hun wetgeving, die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van dit Verdrag;
  • d). regelen in onderling overleg de wijze waarop de medische en administratieve controle zal plaatsvinden van degenen die aan dit Verdrag rechten kunnen ontlenen.
2.

De bevoegde autoriteiten regelen, in voorkomende gevallen, in onderling overleg de situatie van bijzondere categorieën werknemers.

Artikel 36

Bij de toepassing van dit Verdrag zijn de autoriteiten en de met de uitvoering van dit Verdrag belaste organen elkaar behulpzaam en handelen als betrof het de toepassing van hun eigen wetgeving. De wederzijdse administratieve hulp van deze autoriteiten en organen is in beginsel kosteloos. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen evenwel overeenkomen bepaalde kosten te vergoeden.

Artikel 37

1.

De vrijstelling of verlaging van rechten, zegelrechten, griffie- of registratierechten, waarin bij de wetgeving van een Verdragsluitende Partij is voorzien voor bescheiden of documenten die ter uitvoering van de wetgeving van deze Partij dienen te worden overgelegd, geldt eveneens voor overeenkomstige bescheiden en documenten die ter uitvoering van de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij of van dit Verdrag dienen te worden overgelegd.

2.

Alle akten, documenten en overige bescheiden van officiële aard die voor de toepassing van dit Verdrag dienen te worden overgelegd, zijn vrijgesteld van legalisatie en van alle andere soortgelijke formaliteiten.

Artikel 38

1.

Voor de toepassing van dit Verdrag kunnen de organen van de Verdragsluitende Partijen zich in de Franse of Engelse taal rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen.

2.

De autoriteiten, organen of rechterlijke instanties van een Verdragsluitende Partij mogen verzoekschriften of andere documenten die hun worden toegezonden, niet afwijzen op grond van het feit dat zij in een van de talen van de Joegoslavische volkeren, onderscheidenlijk in de Nederlandse taal zijn gesteld.

Artikel 39

Aanvragen, verklaringen of beroepschriften die volgens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij binnen een bepaalde termijn moeten worden ingediend bij een autoriteit, een orgaan of een rechterlijke instantie van die Partij, zijn ontvankelijk indien zij binnen dezelfde termijn bij een autoriteit, orgaan of rechterlijke instantie van de andere Verdragsluitende Partij worden ingediend. In dat geval zal de autoriteit, het orgaan of de rechterlijke instantie waarop aldus een beroep wordt gedaan, deze aanvragen, verklaringen of beroepschriften onverwijld doen toekomen aan de bevoegde autoriteit, het bevoegde orgaan of de bevoegde rechterlijke instantie van eerstbedoelde Partij.

Artikel 40

Het uit de toepassing van dit Verdrag voortvloeiende overmaken van bedragen geschiedt volgens de overeenkomsten die op het tijdstip van overmaking ter zake tussen de beide Verdragsluitende Partijen van kracht zijn.

Artikel 41

Indien het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij krachtens de door dit orgaan toegepaste wetgeving een onmiddellijk recht heeft ten opzichte van een derde die verplicht is de schade te vergoeden, wordt dit recht door de andere Verdragsluitende Partij erkend.

Artikel 42

1.

Indien, bij de vaststelling of de herziening van invaliditeits- of ouderdomsuitkeringen of uitkeringen aan nagelaten betrekkingen (pensioenen) krachtens Titel III, hoofdstuk 2, het orgaan van een Verdragsluitende Partij aan een rechthebbende op uitkeringen een hoger bedrag heeft uitbetaald dan waarop hij recht heeft, kan dit orgaan aan het orgaan van de andere Verdragsluitende Partij dat overeenkomstige uitkeringen aan deze rechthebbende verschuldigd is, verzoeken het teveel betaalde bedrag in te houden op de aan bedoelde rechthebbende verschuldigde achterstallige termijnen. Laatstbedoeld orgaan houdt het bedrag in en maakt het aldus ingehouden bedrag over aan het orgaan dat de vordering heeft. Indien de terugvordering niet met de achterstallige termijnen kan worden verrekend, is het volgende lid van toepassing.

2.

Wanneer het orgaan van een Verdragsluitende Partij aan een rechthebbende op uitkeringen een hoger bedrag heeft uitbetaald dan waarop hij recht heeft, kan dit orgaan op de wijze en binnen de grenzen, als bepaald in de door dit orgaan toegepaste wetgeving, aan het orgaan van de andere Verdragsluitende Partij dat uitkeringen aan deze rechthebbende verschuldigd is, verzoeken het teveel betaalde bedrag in te houden op de bedragen die het aan bedoelde rechthebbende betaalt. Laatstbedoeld orgaan houdt het bedrag in op de wijze en binnen de grenzen als voor een dergelijke verrekening is toegestaan bij de door dit orgaan toegepaste wetgeving, alsof het door dit orgaan zelf teveel betaalde bedragen betrof en maakt het aldus ingehouden bedrag over aan het orgaan dat de vordering heeft.

3.

Wanneer het orgaan van een Verdragsluitende Partij voorschotten op uitkeringen heeft verleend voor een tijdvak waarover de rechthebbende recht had op overeenkomstige uitkeringen krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij, kan dit orgaan aan het orgaan van de andere Partij verzoeken het bedrag van deze voorschotten in te houden op de bedragen die het voor hetzelfde tijdvak aan bedoelde rechthebbende verschuldigd is. Laatstbedoeld orgaan houdt het bedrag in en maakt het aldus ingehouden bedrag over aan het orgaan dat de vordering heeft.

4.

Wanneer een persoon op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij sociale bijstand heeft genoten gedurende een tijdvak waarin deze persoon krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij recht op uitkeringen had, kan de instelling die de sociale bijstand heeft verleend, indien deze een wettelijk verhaalsrecht heeft op uitkeringen die verschuldigd zijn aan personen die sociale bijstand genieten, aan het orgaan van de andere Verdragsluitende Partij dat uitkeringen aan de betrokken persoon verschuldigd is, verzoeken het bedrag van de over genoemd tijdvak verleende sociale bijstand in te houden op de bedragen die het aan bedoelde persoon betaalt.

Laatstbedoeld orgaan houdt het bedrag in en maakt het aldus ingehouden bedrag over aan de instelling welke de vordering heeft.

Artikel 43

1.

Over ieder geschil dat tussen de Verdragsluitende Partijen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag mocht ontstaan, wordt rechtstreeks tussen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen onderhandeld.

2.

Indien het geschil niet is beslecht binnen zes maanden nadat het eerste verzoek is gedaan om de in het eerste lid van dit artikel voorgeschreven onderhandelingen te beginnen, wordt het voorgelegd aan een scheidsrechterlij ke commissie, waarvan de samenstelling en de procedure in een overeenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen worden vastgelegd. De scheidsrechterlij ke commissie moet het geschil volgens de grondbeginselen en in de geest van dit Verdrag beslechten. Haar beslissingen zijn bindend en niet vatbaar voor beroep.

TITEL V. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 44

1.

Aan dit Verdrag kan geen enkel recht worden ontleend voor een tijdvak dat aan zijn inwerkingtreding voorafgaat.

2.

Voor de vaststelling van de aan dit Verdrag te ontlenen rechten wordt rekening gehouden met elk tijdvak van verzekering, dat vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij is vervuld.

3.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid van dit artikel ontstaat krachtens dit Verdrag een recht, zelfs wanneer dit recht in verband staat met een gebeurtenis welke vóór zijn inwerkingtreding heeft plaatsgevonden.

4.

Wanneer de datum waarop de verzekerde gebeurtenis heeft plaatsgevonden vóór de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag ligt en de aanvraag om pensioen na deze datum is ingediend, moet er naar aanleiding van deze aanvraag tweemaal een uitkering worden vastgesteld:

  • a). voor het aan de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag voorafgaande tijdvak, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag van 1 juni 1956;
  • b). voor het tijdvak ingaande op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag.
5.

De rechten van de belanghebbenden wier pensioen vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag werd vastgesteld, worden op hun verzoek, met inachtneming van dit Verdrag, herzien. Herziening van deze rechten kan eveneens ambtshalve plaatsvinden. In geen enkel geval mogen door een dergelijke herziening de vroegere rechten van de belanghebbenden worden verminderd.

6.

Indien het in het vijfde lid van dit artikel bedoelde verzoek binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag wordt ingediend, worden de aan dit Verdrag te ontlenen rechten met ingang van die datum verkregen, zonder dat de bepalingen van de wetgeving van de Verdragsluitende Partij met betrekking tot verval van rechten op de belanghebbenden worden toegepast.

7.

Indien het in het vijfde lid van dit artikel bedoelde verzoek na afloop van een termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag wordt ingediend, wordt voor het verkrijgen van de niet vervallen rechten alleen rekening gehouden met de datum waarop het verzoek is ingediend, tenzij gunstiger bepalingen van de wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Partij van toepassing zijn.

Artikel 45

De Regeringen van de Verdragsluitende Partijen stellen elkaar ervan in kennis dat de grondwettelijke procedures vereist voor de inwerkingtreding van dit Verdrag, in hun onderscheiden landen zijn vervuld.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand volgende op de datum van de laatste van deze kennisgevingen.

Artikel 46

Het bijgevoegde Slotprotocol vormt een wezenlijk bestanddeel van dit Verdrag.

Artikel 47

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag zijn de bepalingen van het Algemeen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Volksrepubliek Zuidslavië inzake sociale verzekering, getekend te Belgrado op 1 juni 1956, niet langer van toepassing. De met toepassing van laatstgenoemd Verdrag verkregen rechten blijven gehandhaafd.

Artikel 48

Dit Verdrag wordt voor onbepaalde tijd gesloten. Het kan door elk van de Verdragsluitende Partijen worden opgezegd. Opzegging dient te geschieden uiterlijk zes maanden vóór het einde van het lopende kalenderjaar; het Verdrag houdt alsdan op van kracht te zijn aan het einde van dat jaar.

Artikel 49

1.

Bij opzegging van dit Verdrag wordt elk recht dat met toepassing van dit Verdrag is verkregen, gehandhaafd.

2.

Aanspraken op grond van tijdvakken, vervuld vóór de datum waarop de opzegging van kracht wordt, worden niet door de opzegging teniet gedaan; het behoud ervan wordt in onderlinge overeenstemming vastgesteld of bij gebreke daarvan door de wetgeving die het betrokken orgaan toepast.

EN FOI DE QUOI, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé la présente Convention.

FAIT à Beograd, le 11 mai 1977 en double exemplaire, en langue française.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas,

(s.) J. BOERSMA

(s.) J. VAN DER VALK

Pour le Gouvernement de la République Socialiste Fédérative de Yougoslavie,

(s.) S. PEPOVSKI

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)