Algemeen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Italiaanse Republiek inzake sociale verzekering

Type Verdrag
Publication 1955-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 38
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en

De President van de Italiaanse Republiek,

Wensende de betrekkingen inzake sociale verzekering tussen beide Staten te regelen, hebben besloten een daartoe strekkend verdrag te sluiten en hebben daartoe tot Hun gevolmachtigden benoemd, te weten:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

Zijne Excellentie de Heer J. W. Beyen, HoogstDerZelver Minister van Buitenlandse Zaken;

De President van de Italiaanse Republiek:

Zijne Excellentie de Heer Casto Caruso, buitengewoon Gezant en gevolmachtigd Minister van Italië te 's-Gravenhage;

Die, na elkaar hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben overgelegd, de volgende bepalingen zijn overeengekomen:

Titel I. ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 1

1.

Italiaanse of Nederlandse arbeiders, die in loondienst zijn of die krachtens de wettelijke regelingen inzake sociale verzekering, bedoeld in artikel 2 van dit Verdrag, met in loondienst zijnde personen zijn gelijkgesteld (hierna aan te duiden als „arbeiders”), zijn onderscheidenlijk onderworpen aan bedoelde in Nederland en in Italië van toepassing zijnde wettelijke regelingen en ontlenen daaraan rechten, evenals hun rechthebbenden, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van elk van beide landen.

2.

Nederlandse of Italiaanse onderdanen, die in Italië of in Nederland hun verblijfplaats hebben, kunnen aan de bepalingen inzake de vrijwillige verzekering ingevolge de wettelijke regelingen, genoemd in artikel 2, rechten ontlenen onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van het land, waar zij verblijven.

Artikel 2

1.

De wettelijke regelingen, waarop dit Verdrag van toepassing is, zijn de volgende:

  • 1). In Italië:
  • a. de wetgeving inzake invaliditeits-, ouderdoms- en weduwen- en wezenverzekering;
  • b. de wetgeving inzake verzekering tegen bedrijfsongevallen en beroepsziekten;
  • c. de wetgeving inzake ziekteverzekering, daaronder begrepen geneeskundige verzorging;
  • d. de wetgeving inzake tuberculose-verzekering;
  • e. de wetgeving inzake de lichamelijke en economische bescherming van werkende moeders, voor zoveel betreft de verzekering inzake geneeskundige verzorging en uitkering in geval van bevalling;
  • f. de wetgeving inzake kinderbijslag;
  • g. de wetgeving inzake werkloosheidsverzekering;
  • h. de wetgeving inzake bijzondere verzekeringsregelingen, in het leven geroepen voor bepaalde groepen voor zover zij betrekking heeft op de risico's of schadeloosstellingen, geregeld in de wetgeving welke onder de voorafgaande letters wordt genoemd.
  • 2). In Nederland:
  • a. de wetgeving inzake invaliditeits-, ouderdoms- en weduwen- en wezenverzekering;
  • b. de wetgeving inzake verzekering tegen bedrijfsongevallen en beroepsziekten;
  • c. de wetgeving inzake ziekteverzekering, daaronder begrepen geneeskundige verzorging;
  • d. de wetgeving inzake moederschapsuitkeringen;
  • e. de wetgeving inzake kinderbijslag;
  • f. de regeling betreffende het stelsel van pensionnering van de mijnwerkers en van de met hen gelijkgestelden;
  • g. de wetgeving inzake werkloosheidsverzekering.
2.

Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, welke de wetten of regelingen bedoeld in het eerste lid van dit artikel zullen wijzigen of aanvullen, met dien verstande evenwel, dat het op wetten of regelingen, welke betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale verzekering, slechts van toepassing is, indien daartoe een nadere overeenkomst wordt gesloten tussen de beide Staten.

Artikel 3

1.

Arbeiders, die in een van beide landen werkzaam zijn, zijn onderworpen aan de wettelijke regelingen, van kracht in het land waar zij hun arbeid verrichten.

2.

Op het beginsel, vervat in het eerste lid van dit artikel, gelden de volgende uitzonderingen:

  • a. arbeiders, die gewoonlijk in dienst zijn van een onderneming welke is gevestigd binnen het grondgebied van een van beide Staten, blijven onderworpen aan de wetgeving van het land waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, wanneer zij door hun werkgever op het grondgebied van het andere land worden tewerkgesteld, indien te verwachten is, dat deze nieuwe werkzaamheid niet langer dan zes maanden zal duren; in geval deze werkzaamheid langer dan zes maanden duurt, is de wetgeving van de nieuwe plaats van tewerkstelling op hen van toepassing;
  • b. arbeiders, in dienst van in een der beide Staten gevestigde transportondernemingen en behorend tot het zich bewegend (varend of rijdend) gedeelte van deze ondernemingen, zijn uitsluitend onderworpen aan de wetgeving, van kracht in het land waar de hoofdzetel van de onderneming is gevestigd.
3.

De hoogste administratieve autoriteiten van de beide Staten kunnen, in gemeen overleg, uitzonderingen vaststellen op het bepaalde in lid 1 van dit artikel. Zij kunnen eveneens overeenkomen, dat de uitzonderingen, bedoeld in het tweede lid, in bepaalde bijzondere gevallen buiten toepassing zullen blijven.

Artikel 4

1.

Het bepaalde in het eerste lid van artikel 3 is van toepassing op arbeiders, die werkzaam zijn in de diplomatieke of consulaire diensten van Italië of van Nederland of die in persoonlijke dienst zijn van ambtenaren der diplomatieke of consulaire diensten van deze landen. Het bepaalde in de vorige volzin is evenwel niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren, kanselarijbeambten daaronder begrepen.

2.

Het bepaalde in artikel 3, lid 2a, kan bij nadere overeenkomst tussen de Regeringen der beide Staten van toepassing worden verklaard op arbeiders, die werkzaam zijn in de diplomatieke of consulaire diensten van Italië of van Nederland, die de nationaliteit bezitten van het land in welks dienst zij werkzaam zijn en die niet definitief gevestigd zijn in het land waar zij werkzaam zijn, zelfs indien verwacht kan worden, dat hun werkzaamheid in dat land langer dan zes maanden zal duren.

Het bepaalde in dit lid is eveneens van toepassing op ambtenaren in dienst van het ene land, die werkzaam zijn in het andere land en die niet zijn diplomatieke of consulaire beroepsambtenaren.

Titel II. BIJZONDERE BEPALINGEN

HOOFDSTUK EERSTE. Verzekering bij ziekte, tuberculose, moederschap en werkloosheid

Artikel 5

Arbeiders, die zich van Italië naar Nederland begeven of omgekeerd, genieten, evenals de indirect-verzekerden die in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling bij hen inwonen, in Nederland de voordelen van de ziekteverzekering en in Italië de voordelen van de ziekte- en tuberculoseverzekering, voor zover:

  • 1). zij in dat land arbeid verricht hebben welke verplichte verzekering met zich brengt;
  • 2). zij de voorwaarden vervullen, welke krachtens de wetgeving van het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling vereist zijn om die voordelen te kunnen genieten, waarbij rekening wordt gehouden met de tijdvakken van verzekering en van premiebetaling, welke achtereenvolgens in de beide landen zijn vervuld.

Artikel 6

1.

De arbeider behoudt, evenals de indirect-verzekerden, recht op uitkering ten laste van het orgaan waarbij hij laatstelijk verzekerd was, zelfs indien de aandoening zich openbaart binnen het grondgebied van het andere land, onder voorbehoud, dat de aandoening zich heeft voorgedaan gedurende het tijdvak, dat gedekt wordt door de verzekering van het eerste land. De verstrekkingen in natura zullen worden verleend overeenkomstig de wetgeving van het land, waar de belanghebbende verblijft.

2.

De arbeider, die zich naar het grondgebied van het andere land begeeft nadat de aandoening, welke door de verzekering wordt gedekt, zich heeft geopenbaard, behoudt voor zichzelf en voor de indirect-verzekerden recht op uitkering, op voorwaarde, dat hij vóór zijn vertrek van het uitkeringsorgaan daartoe toestemming heeft ontvangen. Deze toestemming zal slechts geweigerd worden om redenen, welke verband houden met de ziektetoestand van de arbeider. In geval van zwangerschap zal de toestemming zelfs vóór de bevalling verleend kunnen worden. De verstrekkingen in natura zullen worden verleend overeenkomstig de wetgeving van het land waar de belanghebbende verblijft.

Artikel 7

De indirect-verzekerden van een arbeider, onderdaan van een der beide Staten, die gewoonlijk verblijven binnen het grondgebied van het ene land, terwijl de arbeider zijn werkzaamheid uitoefent binnen het grondgebied van het andere land, genieten de verstrekkingen in natura voorzien in de wetgeving van het land waar zij verblijven, zulks door tussenkomst van de bevoegde organen van dat land. Deze verstrekkingen komen ten laste van het verzekeringsorgaan van het land, binnen welks grondgebied de arbeider zijn werkzaamheid uitoefent. De kosten van genoemde verstrekkingen zullen kunnen worden verrekend door middel van een vaste vergoeding, vast te stellen door bevoegde autoriteiten aan te wijzen bij administratieve regeling.

Artikel 8

Arbeiders, die zich van Nederland naar Italië begeven of omgekeerd, genieten, evenals de indirect-verzekerden die in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling bij hen inwonen, de voordelen van de in dat land geldende voorzieningen bij moederschap, voor zover:

  • 1). zij in dat land arbeid verricht hebben welke verplichte verzekering met zich brengt;
  • 2). zij de voorwaarden vervullen, welke krachtens de wetgeving van het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling vereist zijn om die voordelen te kunnen genieten, waarbij rekening wordt gehouden met de tijdvakken van verzekering en van premiebetaling, welke achtereenvolgens in de beide landen zijn vervuld.

Artikel 9

De bepalingen van de artikelen 6 en 7 zijn van toepassing op de moederschapsuitkeringen.

Artikel 10

Arbeiders, die zich van Nederland naar Italië begeven of omgekeerd, genieten in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling de voordelen van de werkloosheidsverzekering, voor zover:

  • 1). zij in dat land arbeid verricht hebben welke verplichte verzekering met zich brengt;
  • 2). zij de voorwaarden vervullen, welke krachtens de wetgeving van het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling vereist zijn om die voordelen te kunnen genieten, waarbij rekening wordt gehouden met de tijdvakken van verrichte arbeid, van verzekering en van premiebetaling, welke achtereenvolgens in de beide landen zijn vervuld.

HOOFDSTUK TWEEDE. Invaliditeits-, ouderdoms-, en weduwen- en wezenverzekering

Artikel 11

1.

Voor arbeiders, die achtereenvolgens of beurtelings in de beide landen onderworpen waren aan een of meer regelingen inzake invaliditeits-, ouderdoms-, weduwen- of wezenverzekering, worden de tijdvakken van verzekering en van premiebetaling, welke onder die regelingen zijn vervuld, en de tijdvakken, welke krachtens die regelingen hiermede worden gelijkgesteld, tezamen in aanmerking genomen onder voorwaarde dat zij niet met elkaar samenvallen, en dit zowel met het oog op de vaststelling van het recht op uitkering als met het oog op het behoud of het terugverkrijgen van dat recht.

2.

Indien de wetgeving of de regelende voorschriften van een van de beide Staten de toekenning van bepaalde voordelen afhankelijk stellen van de voorwaarde, dat de tijdvakken van verzekering of van premiebetaling zijn vervuld in een beroep, waarvoor een bijzondere verzekeringsregeling geldt, worden voor de toekenning van die voordelen slechts medegerekend tijdvakken, welke zijn vervuld onder de overeenkomstige bijzondere regeling of regelingen van het andere land. Indien in een van de beide Staten voor dat beroep geen bijzondere regeling bestaat, worden de tijdvakken, in dat beroep vervuld onder een algemene regeling zoals bedoeld in het Verdrag, niettemin door het andere land tezamen in aanmerking genomen voor de toepassing van de bijzondere regeling.

3.

Indien de wetgeving van een der beide Staten de toekenning van bepaalde voordelen afhankelijk stelt van de voorwaarde, dat de tijdvakken van verzekering of van premiebetaling zijn vervuld in een beroep waarvoor een bijzondere verzekeringsregeling geldt, en indien deze tijdvakken niet voldoende zijn geweest om recht te kunnen geven op de voordelen krachtens genoemde bijzondere regeling, worden bedoelde tijdvakken als geldig beschouwd voor de toekenning van de voordelen krachtens de algemene regeling.

Artikel 12

1.

Elk orgaan bepaalt overeenkomstig de eigen wetgeving en rekening houdend met het totaal van de in artikel 11 bedoelde tijdvakken welke in de beide landen zijn vervuld, of de belanghebbende voldoet aan de voorwaarden voor het hebben van aanspraak op een rente.

2.

Elk orgaan, ten opzichte waarvan de voorwaarden voor het hebben van aanspraak op een rente zijn vervuld, berekent het bedrag van de rente overeenkomstig de eigen wetgeving met inachtneming van het totaal van de in artikel 11 bedoelde tijdvakken en stelt vervolgens het bedrag der verschuldigde uitkering vast in verhouding tot de duur van de tijdvakken, welke onder de eigen wetgeving zijn vervuld.

3.

Voor de toepassing van dit artikel stelt elk orgaan volgens regelen, welke bij administratieve regeling zullen worden vastgesteld, de premiën, betaald onder de verzekeringsregeling van het ene land, gelijk met de premiën, betaald onder de eigen regeling.

4.

Indien een verzekerde met inachtneming van het totaal der in artikel 11 bedoelde tijdvakken op hetzelfde tijdstip niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld door de wettelijke regelingen van de twee landen, wordt zijn recht op rente vastgesteld ten opzichte van elke wetgeving, naarmate hij aan die voorwaarden voldoet.

Artikel 13

Het recht op invaliditeitsrente kan nimmer eerder ontstaan dan nadat de belanghebbende ziekengeld-uitkering heeft genoten over de maximum-termijn, welke is gesteld door de wetgeving van het land, waarvan hij terzake van zijn invaliditeit ziekengeld-uitkering heeft ontvangen.

Artikel 14

1.

Iedere belanghebbende kan op het tijdstip, waarop zijn aanspraak op een rente ontstaat, afstand doen van de voordelen, welke de artikelen 11 en 12 van dit Verdrag hem bieden. De voordelen, waarop hij aanspraak kan doen gelden krachtens de wetgeving van elk der landen, zullen dan afzonderlijk door de betrokken organen worden vastgesteld, onafhankelijk van de tijdvakken van verzekering en van premiebetaling of de daarmede gelijkgestelde tijdvakken, welke vervuld zijn in het andere land.

2.

De belanghebbende is bevoegd opnieuw een keuze te doen tussen de voordelen van de artikelen 11 en 12 en die van dit artikel, wanneer hij daarbij belang heeft, hetzij tengevolge van een wijziging in de wetgeving van een der beide landen, hetzij in verband met zijn verhuizing van het ene land naar het andere land, hetzij in het geval bedoeld in artikel 12, lid 4, op het tijdstip, waarop hij een nieuw recht op een rente verkrijgt krachtens een der op hem van toepassing zijnde wetgevingen.

Artikel 15

Indien volgens de wetgeving van een der beide Staten de vrijwillige voortzetting van de verplichte verzekering aan een bepaalde termijn is gebonden, wordt deze termijn gedurende de tijdvakken van verplichte verzekering, vervuld onder een regeling van het andere land, opgeschort.

Artikel 16

Degenen, die een invaliditeits-, ouderdoms-, weduwen- of wezenrente genieten krachtens de Italiaanse wetgeving of krachtens de Nederlandse wetgeving en die hun verblijfplaats van het ene land naar het andere land overbrengen, behouden het genot van die rente en de daarop verleende bijslagen, zolang zij in een van de beide landen verblijven, onder dezelfde voorwaarden als hadden zij hun verblijfplaats niet veranderd.

Artikel 17

Wanneer een onderdaan van een van de beide Staten vóór het bereiken van de 35-jarige leeftijd verplicht verzekerd is geweest krachtens de Italiaanse wetgeving en hij, na het bereiken van deze leeftijd, in Nederland arbeid in loondienst of daarmede gelijkgestelde arbeid gaat verrichten:

  • a. wordt hij niet van de verzekering krachtens de Nederlandse Invaliditeitswet uitgesloten, mits hij de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt en niet een loon geniet, dat recht zou geven op vrijstelling van de verzekering noch op grond van enige andere bepaling van genoemde wet uitgezonderd is;
  • b. zal hij voor zoveel betreft de bepaling van het recht op ouderdomsrente en de berekening van deze rente krachtens de Nederlandse Invaliditeitswet worden beschouwd alsof hij op 35-jarige leeftijd in de verzekering was opgenomen, of, indien zulks voor de belanghebbende gunstiger is, alsof hij in de verzekering was opgenomen op de leeftijd, waarop hij in Italië verzekerd werd.

HOOFDSTUK DERDE. Verzekering tegen bedrijfsongevallen en beroepsziekten

Artikel 18

Indien de wetgeving van een van de beide Staten de toekenning van uitkeringen of van bijzondere voordelen (bijslagen) afhankelijk stelt van de verblijfplaats van de betrokkene, geldt deze voorwaarde niet ten aanzien van Nederlandse of Italiaanse onderdanen, zolang zij in een van de beide landen verblijven.

Artikel 19

Indien een verzekerde, die in een der beide landen in het genot is gesteld van een schadeloosstelling wegens een beroepsziekte, terzake van een ziekte van dezelfde aard rechten doet gelden op schadeloosstelling in het andere land, blijven de uitkeringen ten laste van het verzekeringsorgaan van het eerste land.

HOOFDSTUK VIERDE. Kinderbijslag

Artikel 20

Met betrekking tot het recht op kinderbijslag maakt het geen verschil of de personen, voor wie de bijslag wordt toegekend, verblijven of worden opgevoed in het ene of in het andere land, noch, voor zoveel betreft de kinderbijslag te verlenen aan personen die in het genot zijn van uitkeringen ingevolge de sociale verzekering, of deze personen in het ene of in het andere land verblijven.

Titel III. ALGEMENE EN BIJZONDERE BEPALINGEN

HOOFDSTUK EERSTE. Algemene bepalingen

Artikel 21

1.

De uitvoeringorganen, welke uitkeringen verschuldigd zijn ingevolge de sociale verzekering van een der beide Staten, zullen in het geval, dat degene, die een uitkering geniet, in het andere land verblijft of daarheen zijn verblijfplaats overbrengt, het bevoegde orgaan van dat land kunnen belasten met de uitbetaling van de uitkeringen. De hoogste administratieve autoriteiten van de beide landen zullen bij administratieve regeling de wijze van uitvoering nader vaststellen, in het bijzonder met betrekking tot de terugbetaling van de uitkeringen en van de kosten, op de uitbetaling vallende.

2.

Aan de rechthebbenden, die in een derde land verblijven, worden de renten en pensioenen, met inbegrip van de bijslagen, uitbetaald onder dezelfde voorwaarden, welke gelden voor de onderdanen van het land, waartoe het orgaan, dat de uitkeringen verschuldigd is, behoort.

3.

Ingeval een orgaan van het land van verblijf een voorschot op de uitkeringen heeft verstrekt, treedt dit orgaan tegenover het orgaan, dat de uitkeringen verschuldigd is, in de rechten van de belanghebbende.

Artikel 22

De autoriteiten en de organen van de sociale verzekering van de beide Staten verlenen elkaar wederzijdse bijstand in dezelfde mate alsof het de toepassing van hun eigen wetgeving inzake sociale verzekering betrof.

Artikel 23

Voor de toepassing van dit Verdrag onderhouden de autoriteiten en de organen van de sociale verzekering van de beide Staten rechtstreeks briefwisseling met elkander, met de verzekerden en met de wettelijke vertegenwoordigers van de verzekerden. Zij kunnen hun briefwisseling voeren in hun eigen officiële taal of in de Franse taal.

Artikel 24

1.

De vrijstelling van registratierechten, griffierechten, zegelrechten en consulaire rechten, geregeld bij de wetgeving van een der beide Staten, met betrekking tot de bescheiden, welke moeten worden overgelegd aan de administraties of de uitvoeringsorganen der sociale verzekering van dat land, wordt uitgebreid tot de overeenkomstige bescheiden, welke met het oog op de toepassing van dit Verdrag moeten worden overgelegd aan de administraties of de uitvoeringsorganen der sociale verzekering van het andere land.

2.

Alle akten, documenten en stukken van welke aard ook, over te leggen ter uitvoering van dit Verdrag, zijn vrijgesteld van legalisatie door diplomatieke en consulaire autoriteiten.

Artikel 25

Schrifturen, welke met betrekking tot de toepassing van dit Verdrag door degenen, ten bate van wie dit Verdrag strekt, worden gericht tot de uitvoeringsorganen, autoriteiten en rechtsprekende organen van een der beide Staten, die inzake sociale verzekering bevoegd zijn, kunnen worden gesteld in de officiële taal van het ene of van het andere land of in de Franse taal.

Artikel 26

Een aanvrage, welke is ingediend bij een uitvoeringsorgaan der sociale verzekering van een van beide landen, geldt als een aanvrage, welke is ingediend bij een uitvoeringsorgaan van het andere land.

Artikel 27

Aanvragen en beroepschriften, welke binnen een bepaalde termijn moeten worden ingediend bij een autoriteit of uitvoeringsorgaan van een der beide Staten, bevoegd om kennis te nemen van aanvragen en beroepen op het gebied van sociale verzekering, worden als ontvankelijk beschouwd, wanneer zij binnen dezelfde termijn zijn ingediend bij een overeenkomstige autoriteit of een overeenkomstig uitvoeringsorgaan van het andere land. In dit geval zal deze laatste autoriteit of dit laatste uitvoeringsorgaan de aanvrage of het beroepschrift onverwijld aan de bevoegde autoriteit of aan het bevoegde orgaan moeten doen toekomen.

Artikel 28

1.

Uitkeringen, waarvan de uitbetaling is geschorst tengevolge van de toepassing van in een der beide Staten van kracht zijnde bepalingen, welke het doen van uitkeringen aan personen van andere nationaliteit of het doen van uitkeringen in het buitenland verbieden, zullen worden uitbetaald met ingang van de dag van de inwerkingtreding van dit Verdrag. Uitkeringen, welke om dezelfde reden aan de betrokkenen niet konden worden toegekend, zullen worden toegekend en uitbetaald met ingang van dezelfde datum.

Het bepaalde in dit lid vindt slechts toepassing, indien de desbetreffende aanvragen of beroepschriften worden ingediend binnen drie jaar na het in werking treden van dit Verdrag.

2.

De rechten van Italiaanse of Nederlandse onderdanen, wier pensioen of rente vóór het in werking treden van dit Verdrag is toegekend, zullen op verzoek van de belanghebbenden kunnen worden herzien.

De herziening zal tot gevolg hebben, dat aan betrokkenen, te rekenen van de dag van de inwerkingtreding van dit Verdrag, dezelfde rechten worden toegekend als waarop zij aanspraak zouden hebben gehad, indien dit Verdrag van kracht was geweest op het tijdstip van de toekenning van het pensioen of de rente.

Indien de vroeger verkregen rechten zijn afgekocht, zal geen herziening plaats vinden.

3.

Voor de toepassing van dit Verdrag dient rekening te worden gehouden met de tijdvakken van verzekering of van premiebetaling, welke gelegen zijn vóór het in werking treden van dit Verdrag, in dezelfde mate, als waarin dit zou zijn geschied in het geval, dat dit Verdrag reeds in werking was getreden ten tijde van de vervulling dier tijdvakken.

Artikel 29

1.

De hoogste administratieve autoriteiten zullen elkaar te juister tijd mededeling doen van wijzigingen, aangebracht in de in artikel 2 bedoelde wetgevingen of regelingen van haar land. Dezelfde autoriteiten zullen elkaar mededeling doen van alle maatregelen in haar eigen land genomen met betrekking tot de uitvoering van dit Verdrag.

2.

De hoogste administratieve autoriteiten zullen in gemeenschappelijk overleg maatregelen kunnen treffen ter voorkoming van samenloop van uitkeringen ingeval de toepassing van de wettelijke of bijzondere regelingen van beide Staten en van dit Verdrag tot gevolg zou hebben, dat gelijktijdig rechten op uitkeringen ten laste van de uitvoeringsorganen der sociale verzekering van beide landen zouden ontstaan.

Artikel 30

In elk der beide Staten worden als hoogste administratieve autoriteiten in de zin van dit Verdrag beschouwd de Ministers, die, ieder voor zoveel hem aangaat, met de uitvoering der in artikel 2 genoemde wettelijke regelingen zijn belast.

HOOFDSTUK TWEEDE. Bijzondere bepalingen

Artikel 31

De hoogste administratieve autoriteiten zullen in gemeenschappelijk overleg, zo nodig, ten behoeve van afzonderlijke groepen van arbeiders, in het bijzonder ten behoeve van de mijnwerkers en de zeelieden, nadere regelingen treffen.

Dezelfde hoogste administratieve autoriteiten zullen in gemeenschappelijk overleg de maatregelen treffen, welke ter uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag nodig zullen zijn.

Artikel 32

1.

Alle geschillen betreffende de toepassing van dit Verdrag zullen door de hoogste administratieve autoriteiten in gemeenschappelijk overleg worden geregeld.

2.

Ingeval het niet mogelijk mocht blijken op deze wijze een oplossing te verkrijgen, zal het geschil worden beslist overeenkomstig een scheidsrechterlijke procedure, vastgesteld bij een tussen de beide Regeringen aan te gane schikking. Het scheidsrechterlijk orgaan zal het geschil beslechten volgens de fundamentele beginselen en de geest van dit Verdrag.

Artikel 33

Wanneer het recht van een arbeider op een uitkering vaststaat, maar de uitvoeringsorganen van de beide Staten van mening verschillen over de vraag, welke wetgeving van toepassing is, zal door het betrokken orgaan van het land van de verblijfplaats bij wijze van voorschot een passende uitkering worden verleend.

Artikel 34

De uitvoeringsorganen, welke ingevolge de bepalingen van dit Verdrag sociale verzekeringsuitkeringen verschuldigd zijn, zullen deze rechtsgeldig kunnen voldoen door betaling in de munt van hun land; de overmaking zal door deze organen op de vervaldagen der uitkeringen dienen te geschieden.

Ingeval in het ene land of in het andere land beperkende deviezenvoorschriften zouden worden vastgesteld, zullen door de beide Regeringen in onderling overleg onverwijld maatregelen worden getroffen ten einde de overmaking van overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag verschuldigde bedragen over en weer te verrekenen.

Artikel 35

De formaliteiten, ingevolge de wetten of voorschriften van een der beide Staten vereist voor het uitbetalen der sociale verzekeringsuitkeringen buiten de grenzen van het eigen land, zijn gelijkelijk en onder dezelfde voorwaarden als ten aanzien van de eigen onderdanen van toepassing op de personen, die krachtens de bepalingen van dit Verdrag aanspraak op uitkeringen hebben.

Artikel 36

Een Technische Commissie zal worden belast met het toezicht op de juiste toepassing van dit Verdrag. De samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de Commissie zullen bij administratieve regeling worden vastgesteld.

Artikel 37

1.

Dit Verdrag zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk te Rome worden uitgewisseld.

2.

Dit Verdrag zal in werking treden op de eerste dag van de maand, welke volgt op de uitwisseling van de akten van bekrachtiging.

Artikel 38

1.

Dit Verdrag wordt gesloten voor de tijd van één jaar. Het zal stilzwijgend van jaar tot jaar worden verlengd, behoudens opzegging, welke drie maanden vóór afloop van de termijn moet plaats vinden.

2.

In geval van opzegging zullen de bepalingen van dit Verdrag en van de aanvullende overeenkomsten van toepassing blijven op de verkregen rechten, ondanks de beperkende bepalingen, welke de betrokken wetgevingen bevatten ten aanzien van een verzekerde die in het buitenland verblijft.

3.

Ten aanzien van aanspraken uit hoofde van verzekeringsperioden, vervuld vóór de datum waarop dit Verdrag zal ophouden van kracht te zijn, zullen de bepalingen van dit Verdrag haar geldigheid behouden onder voorwaarden, welke nader moeten worden geregeld bij aanvullende overeenkomsten.

EN FOI DE QUOI les plénipotentiaires susmentionnés ont signé la présente Convention et l'ont revêtue de leurs cachets.

FAIT à La Haye, le 28ième jour du mois d'octobre de l'an mille neuf cent cinquante-deux, en double exemplaire en langue française.

(s.) J. W. BEYEN

(s.) C. CARUSO

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)