Douaneovereenkomst betreffende de tijdelijke invoer voor persoonlijk gebruik van pleziervaartuigen en van luchtvaartuigen

Type Verdrag
Publication 1960-10-25
State In force
Source BWB
artikelen 45
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

PREAMBULE

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Gelet op het op 16 juni 1949 te Genève gesloten Akkoord tot voorlopige toepassing van de ontwerpen van internationale douaneovereenkomsten met betrekking tot het toeristenverkeer, tot voertuigen welke voor bedrijfsmatig vervoer langs de weg worden gebezigd en tot het internationale vervoer van goederen langs de weg, en in het bijzonder op artikel V van dit Akkoord, waarin wordt bepaald dat in geval wereldovereenkomsten, aangelegenheden regelende welke het voorwerp uitmaken van de in dit Akkoord bedoelde ontwerpovereenkomsten, „tot stand zouden komen, elke regering die partij is bij dit Akkoord en partij wordt bij een of meer van die wereldovereenkomsten, op de dag waarop deze overeenkomsten in werking treden, automatisch geacht zal worden dit Akkoord te hebben opgezegd voor die ontwerp-overeenkomsten, welke op hetzelfde onderwerp betrekking hebben als de wereldovereenkomsten, waarbij zij partij is geworden”,

Gelet op het Verdrag inzake douaneformaliteiten ten behoeve van het toeristenverkeer en op het Douaneverdrag inzake de tijdelijke invoer van particuliere wegvoertuigen, welke beide op 4 juni 1954 te New York zijn gesloten,

Overwegende, dat in tegenstelling tot het ontwerp van een internationale douaneovereenkomst met betrekking tot het toeristenverkeer, krachtens het Akkoord van 16 juni 1949 voorlopig in werking gesteld, vorengenoemde Verdragen geen bepalingen bevatten inzake de tijdelijke invoer met vrijstelling van rechten en heffingen van luchtvaartuigen en van pleziervaartuigen, andere dan in gebruik zijnde kano's en kajaks met een lengte van minder dan 5,50 m,

Bezield door de wens de ontwikkeling te vergemakkelijken van het internationale toeristenverkeer waarbij gebruik wordt gemaakt van pleziervaartuigen en luchtvaartuigen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan:

  • a). onder „rechten en heffingen ter zake van de invoer” niet alleen de invoerrechten, doch tevens alle rechten en heffingen, hoe ook genaamd, welke ter zake van de invoer worden geheven;
  • b). onder „vaartuigen” alle plezierboten en pleziervaartuigen, al dan niet voorzien van een motor, alsmede de bijbehorende reservedelen, normale toebehoren en normale uitrusting, welke tezamen met deze vaartuigen worden ingevoerd;
  • c). onder „luchtvaartuigen” alle luchtvaartuigen, al dan niet voorzien van een motor, alsmede de bijbehorende reservedelen, normale toebehoren en normale uitrusting, welke tezamen met deze luchtvaartuigen worden ingevoerd;
  • d). onder „persoonlijk gebruik” het gebruik van vaartuigen of luchtvaartuigen door de eigenaars ervan of door de personen die er krachtens een huurovereenkomst of uit andere hoofde over beschikken anders dan voor bedrijfsdoeleinden en, in het bijzonder, voor andere doeleinden dan het vervoer van personen tegen betaling, beloning of ander materieel voordeel en het bedrijfsmatig vervoer van goederen, al dan niet tegen betaling;
  • e). onder „document van tijdelijke invoer” het douanedocument aan de hand waarvan de identiteit van het vaartuig of luchtvaartuig kan worden vastgesteld en blijkens hetwelk voor de rechten en heffingen ter zake van de invoer zekerheid is gesteld dan wel consignatie heeft plaatsgevonden;
  • f). onder „personen” zowel natuurlijke als rechtspersonen, tenzij uit het zinsverband het tegendeel volgt.

HOOFDSTUK II. Tijdelijke invoer met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen

Artikel 2

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal, onder voorwaarde van wederuitvoer en met inachtneming van de andere bepalingen van deze Overeenkomst, met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen, vaartuigen en luchtvaartuigen toelaten, welke toebehoren aan personen die hun normale verblijfplaats hebben buiten het gebied van die Partij, en welke hetzij door de eigenaars van deze vaartuigen en luchtvaartuigen, hetzij door andere personen die hun normale verblijfplaats hebben buiten het gebied van die Partij, worden ingevoerd en worden gebezigd voor hun persoonlijk gebruik ter gelegenheid van een tijdelijk bezoek.

2.

Deze vaartuigen en luchtvaartuigen moeten gedekt zijn door documenten van tijdelijke invoer, waardoor de betaling gewaarborgd is van de rechten en heffingen ter zake van de invoer en, in voorkomend geval, van de boeten welke, behoudens de bijzondere bepalingen van het vierde lid van artikel 27, door de douane kunnen worden opgelegd.

Artikel 3

Met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen wordt toegelaten de motorbrandstof welke zich bevindt in de tanks van de tijdelijk ingevoerde vaartuigen of luchtvaartuigen, mits deze tanks een normale capaciteit hebben, op de gebruikelijke plaatsen zijn aangebracht en met de motor in verbinding staan, en met dien verstande dat de in de tanks aanwezige hoeveelheid motorbrandstof bestemd is om uitsluitend door het vaartuig of luchtvaartuig te worden gebruikt.

Artikel 4

1.

Losse onderdelen ingevoerd voor de herstelling van een bepaald vaartuig of luchtvaartuig, dat reeds tijdelijk is ingevoerd, worden met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen tijdelijk toegelaten. De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen vorderen, dat deze onderdelen gedekt zijn door een document van tijdelijke invoer.

2.

De vervangen onderdelen, welke niet weder worden uitgevoerd, zijn onderworpen aan de rechten en heffingen ter zake van de invoer, tenzij zij overeenkomstig de bepalingen van het betrokken land vrij van alle kosten ten gunste van de Schatkist worden afgestaan of wel onder ambtelijk toezicht op kosten van belanghebbenden worden vernietigd.

Artikel 5

Met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen worden toegelaten formulieren van tijdelijke invoer, welke aan tot afgifte gemachtigde organisaties worden gezonden door soortgelijke buitenlandse organisaties, door internationale organisaties of door de douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen.

HOOFDSTUK III. Afgifte van documenten van tijdelijke invoer

Artikel 6

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan, met inachtneming van de waarborgen en onder de voorwaarden door haar te bepalen, aan organisaties - in het bijzonder aan die welke bij een internationale organisatie zijn aangesloten - de bevoegdheid verlenen tot het afgeven, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van soortgelijke organisaties, van de in deze Overeenkomst bedoelde documenten van tijdelijke invoer.

2.

De documenten van tijdelijke invoer kunnen geldig zijn voor één land of douanegebied dan wel voor verschillende landen of douanegebieden.

3.

De geldigheidsduur van deze documenten mag niet langer zijn dan één jaar, te rekenen van de dag van afgifte.

Artikel 7

1.

De documenten van tijdelijke invoer, welke geldig zijn voor het gebied van alle of verscheidene Overeenkomstsluitende Partijen, worden aangeduid met de naam „carnets de passages en douane” en dienen voor de vaartuigen overeen te stemmen met het in Bijlage 2 van deze Overeenkomst opgenomen model en voor luchtvaartuigen met het bij Bijlage 1 opgenomen model.

2.

Indien een „carnet de passages en douane” niet geldig is voor één of meer gebieden moet dit door de organisatie welke het document afgeeft worden vermeld op het omslag en op de invoerstroken van het „carnet”.

3.

De documenten van tijdelijke invoer, welke uitsluitend geldig zijn voor het gebied van één Overeenkomstsluitende Partij, kunnen overeenstemmen met het in Bijlage 3 van deze Overeenkomst opgenomen model. Het is eveneens geoorloofd dat de Overeenkomstsluitende Partijen andere documenten gebruiken, zulks overeenkomstig hun wetgeving of voorschriften.

4.

De geldigheidsduur van documenten van tijdelijke invoer, welke niet door de overeenkomstig artikel 6 gemachtigde organisaties zijn afgegeven, wordt door elke Overeenkomstsluitende Partij overeenkomstig haar wetgeving of voorschriften vastgesteld.

5.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal op verzoek aan andere Overeenkomstsluitende Partijen modellen doen toekomen van documenten van tijdelijke invoer, welke voor haar gebied geldig zijn en afwijken van die welke in de Bijlagen van deze Overeenkomst zijn opgenomen.

HOOFDSTUK IV. Bijzonderheden welke op de documenten van tijdelijke invoer moeten worden vermeld

Artikel 8

De documenten van tijdelijke invoer, afgegeven door gemachtigde organisaties, worden gesteld op naam van de eigenaars van de vaartuigen of luchtvaartuigen, of op naam van degenen, die er de beschikking over hebben. Indien dergelijke documenten, afgegeven voor gehuurde vaartuigen of luchtvaartuigen, gesteld zijn op naam van de verhuurder, dient, zo de douaneautoriteiten van het land van tijdelijke invoer zulks vorderen, op alle stroken en stambladen welke worden gebezigd voor reizen van de huurder, te worden vermeld „gehuurd door . . . . . . . . .”, gevolgd door de naam van de huurder en het adres van diens normale verblijfplaats in het buitenland.

Artikel 9

1.

Het gewicht, dat op de documenten van tijdelijke invoer moet worden vermeld, is het eigen gewicht van het vaartuig of luchtvaartuig. Het moet worden uitgedrukt volgens het metrieke stelsel. Indien de documenten slechts geldig zijn voor één enkel land, kunnen de douaneautoriteiten van dat land het gebruik van een ander stelsel voorschrijven.

2.

De op de documenten van tijdelijke invoer te vermelden waarde moet, indien bedoelde documenten slechts voor één enkel land geldig zijn, worden uitgedrukt in de geldsoort van dat land. De waarde, welke op een „carnet de passages en douane” moet worden vermeld, dient te zijn uitgedrukt in de geldsoort van het land waar het „carnet” is afgegeven.

3.

Voorwerpen en gereedschappen, welke tot de normale uitrusting van vaartuigen of luchtvaartuigen behoren, behoeven niet afzonderlijk op de documenten van tijdelijke invoer te worden vermeld.

4.

Indien de douaneautoriteiten zulks vorderen, moeten reservedelen en toebehoren welke niet geacht worden tot de normale uitrusting van het vaartuig of luchtvaartuig te behoren, op de documenten van tijdelijke invoer worden vermeld met aanduiding van de nodige bijzonderheden (zoals gewicht en waarde). Bij het verlaten van het land dat is bezocht, moeten genoemde delen en toebehoren worden getoond.

Artikel 10

Elke wijziging die wordt aangebracht in hetgeen op de documenten van tijdelijke invoer is vermeld door de organisatie die de documenten heeft afgegeven, dient door deze organisatie of door de aansprakelijke organisatie behoorlijk te zijn goedgekeurd. Zonder toestemming van de douaneautoriteiten van het land van invoer is geen enkele wijziging toegestaan, nadat de documenten door die autoriteiten voor invoer zijn afgetekend.

HOOFDSTUK V. Voorwaarden voor de tijdelijke invoer

Artikel 11

1.

Vaartuigen en luchtvaartuigen waarvoor een document van tijdelijke invoer is afgegeven, mogen voor hun persoonlijk gebruik worden gebezigd door personen die door degene op wiens naam dit document is gesteld behoorlijk zijn gemachtigd, mits deze personen hun normale verblijfplaats hebben buiten het land van invoer en zij voldoen aan de overige in deze Overeenkomst voorziene voorwaarden. De douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen hebben het recht bewijzen te vorderen, dat deze personen behoorlijk zijn gemachtigd door degene op wiens naam het document is gesteld en voldoen aan de bovengenoemde voorwaarden. Indien de verstrekte bewijzen hun niet voldoende voorkomen, kunnen de douaneautoriteiten weigeren dat de vaartuigen en luchtvaartuigen in hun land worden gebruikt onder dekking van de bedoelde documenten. Betreft het gehuurde vaartuigen en luchtvaartuigen, dan kan elke Overeenkomstsluitende Partij vorderen dat de huurder aanwezig is bij de invoer van het vaartuig of luchtvaartuig.

2.

Ondanks de bepalingen van het vorige lid, kunnen de douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen onder de door hen te stellen voorwaarden toestaan, dat de bemanning van een vaartuig of luchtvaartuig waarvoor een document van tijdelijke invoer is afgegeven, bestaat uit personen die hun normale verblijfplaats hebben in het land waar het vaartuig of luchtvaartuig is ingevoerd, in het bijzonder indien de bemanning handelt voor rekening en in opdracht van degene op wiens naam het document van tijdelijke invoer is gesteld.

Artikel 12

1.

De vaartuigen of luchtvaartuigen vermeld in de documenten van tijdelijke invoer moeten, afgezien van de normale slijtage, in dezelfde staat weder worden uitgevoerd binnen de geldigheidsduur van die documenten. In geval van gehuurde vaartuigen of luchtvaartuigen hebben de douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen het recht te vorderen, dat het vaartuig of luchtvaartuig weder wordt uitgevoerd, zodra de huurder het land van tijdelijke invoer verlaat.

2.

Dat de wederuitvoer heeft plaatsgehad, blijkt uit de omstandigheid dat het document van tijdelijke invoer op regelmatige wijze voor uitvoer is afgetekend door de douaneautoriteiten van het land waar het vaartuig of luchtvaartuig tijdelijk werd ingevoerd.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen echter de zuivering van het voor een luchtvaartuig afgegeven document van tijdelijke invoer afhankelijk stellen van het bewijs dat het toestel in het buitenland is aangekomen.

Artikel 13

1.

De in artikel 12 neergelegde verplichting tot wederuitvoer geldt niet ten aanzien van vaartuigen en luchtvaartuigen welke ernstig beschadigd zijn ten gevolge van een ongeval, waarvan op afdoende wijze wordt aangetoond dat het heeft plaatsgehad, mits, al naar gelang de douaneautoriteiten zulks vorderen, de vaartuigen of luchtvaartuigen

  • a). ofwel worden onderworpen aan de rechten en heffingen ter zake van de invoer verschuldigd;
  • b). ofwel vrij van alle kosten worden afgestaan ten gunste van de Schatkist van het land waar zij tijdelijk werden ingevoerd;
  • c). ofwel op kosten van belanghebbenden onder ambtelijk toezicht worden vernietigd, in welk geval het afval en de overgebleven onderdelen zijn onderworpen aan de rechten en heffingen ter zake van de invoer verschuldigd.
2.

Indien een vaartuig of luchtvaartuig dat tijdelijk is ingevoerd, niet weder kan worden uitgevoerd als gevolg van inbeslagneming of beslaglegging, anders dan op vordering van particulieren, wordt de verplichting tot wederuitvoer binnen de geldigheidsduur van het document van tijdelijke invoer opgeschort voor de duur van het beslag.

3.

Van de gevallen waarin de douaneautoriteiten vaartuigen of luchtvaartuigen waarvoor de aansprakelijke organisaties documenten van tijdelijke invoer hebben afgegeven, in beslag hebben genomen of hebben doen nemen, dan wel daarop beslag hebben gelegd of doen leggen, geven zij voor zover mogelijk kennis aan die organisaties. Zij doen voorts mededeling aan bedoelde organisaties van de maatregelen welke zij voornemens zijn te treffen.

Artikel 14

Een vaartuig of luchtvaartuig, dat in het gebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen is ingevoerd onder dekking van een document van tijdelijke invoer, mag niet worden gebruikt, zelfs niet bij uitzondering, voor vervoer tegen betaling, beloning of ander materieel voordeel, tussen binnen dat gebied gelegen plaatsen evenmin als voor vervoer hetwelk in dat gebied aanvangt. Een dergelijk vaartuig of luchtvaartuig mag na invoer niet worden verhuurd en, indien het ten tijde van invoer reeds was gehuurd, niet opnieuw worden verhuurd aan een andere persoon dan de oorspronkelijke huurder, noch worden onderverhuurd.

Artikel 15

Zij die aanspraak kunnen maken op de tijdelijke invoer, mogen binnen de geldigheidsduur van de documenten van tijdelijke invoer de daarin vermelde vaartuigen of luchtvaartuigen invoeren zo vaak als nodig is, mits zij bij elke grensoverschrijding (binnenkomen en uitgaan) de documenten door de betrokken douaneambtenaren doen aftekenen voor zover de douaneautoriteiten zulks vorderen. Er kunnen echter documenten worden afgegeven voor één enkele reis.

Artikel 16

Indien voor een vaartuig gebruik wordt gemaakt van een document van tijdelijke invoer, dat niet is voorzien van stroken welke bij elke grensoverschrijding kunnen worden uitgescheurd, hebben de aftekeningen door de douane tussen de eerste binnenkomst en het laatste uitgaan een voorlopig karakter. Indien de laatste aftekening een voorlopige aftekening voor uitgaan is, wordt die aftekening niettemin aanvaard als bewijs van de wederuitvoer van het tijdelijk ingevoerde vaartuig of de tijdelijk ingevoerde losse onderdelen.

Artikel 17

Indien gebruik wordt gemaakt van een document van tijdelijke invoer, dat voorzien is van stroken welke bij elke grensoverschrijding kunnen worden uitgescheurd, brengt elke bevinding van binnenkomst met zich mede dat het document door de douane voor invoer wordt afgetekend en wordt het document door iedere vaststelling van latere uitvoer definitief gezuiverd, onverminderd de bepalingen van artikel 18.

Artikel 18

Indien het document van tijdelijke invoer blijkens de daarop voorkomende aantekeningen van de douaneautoriteiten van een land definitief en zonder voorbehoud is gezuiverd, kunnen die autoriteiten de betaling van de rechten en heffingen ter zake van de invoer niet meer vorderen van de aansprakelijke organisatie, tenzij de zuivering ten onrechte of op frauduleuze wijze werd verkregen.

Artikel 19

Het aftekenen van documenten van tijdelijke invoer welke op de voet van deze Overeenkomst worden gebruikt, geeft geen aanleiding tot betaling van een vergoeding voor de verrichtingen van de douane, indien het aftekenen plaatsvindt op een douanekantoor of op een douanepost gedurende de uren van openstelling van dat kantoor of die post.

HOOFDSTUK VI. Verlenging van de geldigheidsduur en vernieuwing van documenten van tijdelijke invoer

Artikel 20

De omstandigheid, dat de wederuitvoer van de tijdelijk ingevoerde vaartuigen of luchtvaartuigen niet binnen de daarvoor gestelde termijn is vastgesteld, wordt buiten beschouwing gelaten, indien de vaartuigen of luchtvaartuigen binnen 14 dagen na het verstrijken van de geldigheidsduur van de documenten van tijdelijke invoer aan de douaneautoriteiten voor wederuitvoer worden getoond en afdoende verklaringen voor de overschrijding van de termijn worden gegeven.

Artikel 21

Wat betreft de „carnets de passages en douane” erkennen alle Overeenkomstsluitende Partijen als geldig de verlengingen van de geldigheidsduur, welke door één van deze Partijen zijn toegestaan overeenkomstig de in Bijlage 4 van deze Overeenkomst neergelegde procedure.

Artikel 22

1.

Aanvragen tot verlenging van de geldigheidsduur van documenten van tijdelijke invoer moeten, behoudens in geval van overmacht, vóór het verstrijken van de geldigheidsduur bij de bevoegde douaneautoriteiten worden ingediend. Indien het document van tijdelijke invoer is afgegeven door een gemachtigde organisatie, moet het verzoek om verlenging door de aansprakelijke organisatie worden ingediend.

2.

Verlenging van de geldigheidsduur voor de tijd welke nodig is voor de wederuitvoer van de tijdelijk ingevoerde vaartuigen, luchtvaartuigen of losse onderdelen, wordt toegestaan, indien de belanghebbenden ten genoegen van de douaneautoriteiten kunnen aantonen dat zij door overmacht verhinderd zijn de vaartuigen, luchtvaartuigen of losse onderdelen binnen de gestelde termijn weder uit te voeren.

Artikel 23

Tenzij aan de voorwaarden voor tijdelijke invoer niet langer wordt voldaan, verleent elke Overeenkomstsluitende Partij, onder het treffen van zodanige controlemaatregelen als zij nodig oordeelt, machtiging tot vernieuwing van documenten van tijdelijke invoer welke zijn afgegeven door gemachtigde organisaties en betrekking hebben op tijdelijk in haar gebied ingevoerde vaartuigen, luchtvaartuigen of losse onderdelen. De aanvraag om vernieuwing moet door de aansprakelijke organisatie worden ingediend.

HOOFDSTUK VII. Regularisatie van documenten van tijdelijke invoer

Artikel 24

1.

Indien het document van tijdelijke invoer niet op regelmatige wijze is gezuiverd, aanvaarden de douaneautoriteiten van het land van invoer (vóór of na het Verstrijken van de geldigheidsduur van het document) als bewijs van de wederuitvoer van het vaartuig of luchtvaartuig of van de losse onderdelen de overlegging van een verklaring waarvan een model is opgenomen in Bijlage 5 van deze Overeenkomst, welke verklaring is afgegeven door een ambtelijke autoriteit (consul, douane, politie, burgemeester, deurwaarder, enz.) en waaruit blijkt, dat het desbetreffende vaartuig of luchtvaartuig of de desbetreffende losse onderdelen aan deze autoriteit zijn getoond en dat zij zich buiten het land van invoer bevinden. Deze douaneautoriteiten kunnen eveneens elk ander bewijsstuk aanvaarden, waaruit blijkt, dat het vaartuig of luchtvaartuig of de losse onderdelen zich buiten het land van invoer bevinden. Betreft het niet een „carnet de passages en douane” en is de geldigheidsduur van het document van tijdelijke invoer niet verstreken, dan kunnen deze douaneautoriteiten vorderen dat het bij hen wordt ingeleverd vóór het tijdstip waarop de aanwezigheid van het vaartuig of luchtvaartuig buiten het land van tijdelijke invoer wordt vastgesteld. Indien het een „carnet” betreft, wordt voor het bewijs van de wederuitvoer van het vaartuig of luchtvaartuig of de losse onderdelen rekening gehouden met de aftekeningen inzake grensoverschrijdingen, welke daarop zijn geplaatst door de douaneautoriteiten van de landen waar het vaartuig of luchtvaartuig vervolgens is gebezigd.

2.

Is een document van tijdelijke invoer tenietgegaan, verloren geraakt of gestolen, terwijl het niet op regelmatige wijze is gezuiverd, ofschoon het desbetreffende vaartuig of luchtvaartuig of de desbetreffende onderdelen weder zijn uitgevoerd, dan aanvaarden de douaneautoriteiten van het land van invoer als bewijs van de wederuitvoer de overlegging van een verklaring waarvan een model is opgenomen in Bijlage 5 van deze Overeenkomst, welke verklaring is afgegeven door een ambtelijke autoriteit (consul, douane, politie, burgemeester, deurwaarder, enz.) en waaruit blijkt dat vorenbedoeld vaartuig of luchtvaartuig of vorenbedoelde losse onderdelen aan deze autoriteit zijn getoond en dat zij zich na het verstrijken van de geldigheidsduur van het document van tijdelijke invoer buiten het land van invoer bevonden. Eveneens wordt door hen elk ander bewijsstuk aanvaard, waaruit blijkt, dat het vaartuig, het luchtvaartuig of de losse onderdelen zich buiten het land van invoer bevinden.

3.

Indien een „carnet de passages en douane”, dat betrekking heeft op een vaartuig, een luchtvaartuig of op losse onderdelen, welke zich op het gebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen bevinden, teniet is gegaan, verloren is geraakt of is gestolen, dan zullen de douaneautoriteiten van die Partij op verzoek van de desbetreffende organisatie ter vervanging van zulk een „carnet” een document aanvaarden, waarvan de geldigheidsduur verstrijkt op de vervaldatum van het vervangen „carnet”. Door deze aanvaarding vervalt de vroegere aanvaarding van het tenietgegane, verloren geraakte of gestolen „carnet”. Indien met het oog op de wederuitvoer van het vaartuig of luchtvaartuig of van de losse onderdelen, in plaats van een vervangingsdocument een uitvoervergunning of een soortgelijk document wordt afgegeven, wordt de aftekening voor uitvoer welke op die vergunning of op dat document is geplaatst, aanvaard als bewijs van de wederuitvoer.

4.

Indien een vaartuig of een luchtvaartuig is gestolen nadat het weder uit het land van invoer is uitgevoerd zonder dat van het uitgaan op regelmatige wijze aantekening is gesteld op het document van tijdelijke invoer en zonder dat het document door de douaneautoriteiten van de landen waar het vaartuig of luchtvaartuig vervolgens is gebezigd, voor invoer is afgetekend, kan het document niettemin worden geregulariseerd, mits het wordt overgelegd door de aansprakelijke organisatie en deze de diefstal voldoende aannemelijk maakt. Indien de geldigheidsduur van het document niet is verstreken, kunnen de douaneautoriteiten vorderen, dat het wordt overgelegd.

Artikel 25

De douaneautoriteiten behouden zich het recht voor in de gevallen bedoeld in artikel 24 kosten voor regularisatie te heffen.

Artikel 26

De douaneautoriteiten zijn niet gerechtigd van de aansprakelijke organisatie betaling te vorderen van de rechten en heffingen ter zake van de invoer van tijdelijk ingevoerde vaartuigen, luchtvaartuigen of losse onderdelen, indien niet binnen een jaar na het verstrijken van de geldigheidsduur van het document van tijdelijke invoer ter kennis van die organisatie is gebracht dat het document niet is gezuiverd.

Artikel 27

1.

Nadat van de niet-zuivering van de documenten van tijdelijke invoer is kennis gegeven, hebben de aansprakelijke organisaties een jaar tijd om het bewijs te leveren dat de desbetreffende vaartuigen, luchtvaartuigen of losse onderdelen weder zijn uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst.

2.

Indien dat bewijs binnen de daarvoor gestelde termijn niet is geleverd, dient de aansprakelijke organisatie de verschuldigde rechten en heffingen ter zake van de invoer zonder verwijl te consigneren of voorlopig te betalen. Deze consignatie of deze voorlopige betaling wordt na verloop van een jaar als definitieve betaling aangemerkt. Gedurende deze laatste termijn kan de aansprakelijke organisatie nog gebruik maken van de faciliteiten bedoeld in het vorige lid, ten einde teruggave van de geconsigneerde of voorlopig betaalde bedragen te verkrijgen.

3.

In de landen welker voorschriften niet voorzien in consignatie of voorlopige betaling van rechten en heffingen ter zake van de invoer, hebben de betalingen welke overeenkomstig de bepalingen van het vorige lid zijn gedaan een definitief karakter, met dien verstande evenwel, dat de betaalde bedragen kunnen worden teruggegeven, indien aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan.

4.

Indien het document van tijdelijke invoer niet is gezuiverd, kan de aansprakelijke organisatie niet worden verplicht meer te betalen dan het bedrag van de rechten en heffingen ter zake van de invoer, welke verschuldigd zijn voor het vaartuig, het luchtvaartuig of de losse onderdelen, welke niet weder werden uitgevoerd, eventueel vermeerderd met de rente wegens achterstallige betaling.

Artikel 28

De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan het recht van de Overeenkomstsluitende Partijen om in geval van fraude, overtreding of misbruik zowel tegen degene, te wiens name het document van tijdelijke invoer is gesteld als tegen de personen die van deze documenten gebruik maken, vervolging in te stellen tot invordering van de rechten en heffingen ter zake van de invoer, alsmede voor het opleggen van straffen waaraan deze personen zich hebben blootgesteld. Indien van dit recht gebruik wordt gemaakt, zullen de aansprakelijke organisaties hun medewerking aan de douaneautoriteiten verlenen.

HOOFDSTUK VIII. Verschillende bepalingen

Artikel 29

De Overeenkomstsluitende Partijen zullen ernaar streven geen douaneformaliteiten in te stellen, welke de ontwikkeling van het internationale toeristenverkeer zouden kunnen belemmeren.

Artikel 30

Elke inbreuk op de bepalingen van deze Overeenkomst, elke verwisseling, valse verklaring of handeling, die tot gevolg heeft dat ten aanzien van een persoon of een voorwerp de in deze Overeenkomst neergelegde bepalingen met betrekking tot de tijdelijke invoer ten onrechte worden toegepast, stelt de overtreder in het land waar het strafbare feit is begaan, bloot aan de straffen voorzien in de wetgeving van dat land.

Artikel 31

Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst zal de Overeenkomstsluitende Partijen, die een douane-unie of een economische unie vormen, kunnen beletten bijzondere bepalingen vast te stellen, welke van toepassing zijn op personen, die hun normale verblijfplaats hebben in de landen, die deel uitmaken van die unie.

Artikel 32

Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst zal opgevat kunnen worden als een inbreuk op het recht van de Overeenkomstsluitende Partijen ten aanzien van de tijdelijke invoer van pleziervaartuigen en luchtvaartuigen invoerverboden of invoerbeperkingen toe te passen, welke gegrond zijn op andere dan economische overwegingen, zoals overwegingen van openbare zedelijkheid, van openbare veiligheid, of van openbare gezondheid of hygiëne.

HOOFDSTUK IX. Slotbepalingen

Artikel 33

1.

De landen welke lid zijn van de Economische Commissie voor Europa, zomede de landen welke overeenkomstig paragraaf 8 van het mandaat dezer Commissie met adviserende bevoegdheid tot haar werkzaamheden zijn toegelaten, kunnen Partij bij deze Overeenkomst worden:

  • a). door ondertekening;
  • b). door bekrachtiging, na de Overeenkomst te hebben ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging;
  • c). door toetreding.
2.

De landen, welke ingevolge paragraaf 11 van het mandaat van de Economische Commissie voor Europa in aanmerking komen om aan bepaalde werkzaamheden van deze Commissie deel te nemen, kunnen Partij bij deze Overeenkomst worden door tot de Overeenkomst toe te treden na haar inwerkingtreding.

3.

De Overeenkomst staat tot en met 31 augustus 1956 open voor ondertekening. Na deze datum staat zij open voor toetreding.

4.

De bekrachtiging of de toetreding geschiedt door nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 34

1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de negentigste dag nadat vijf van de in het eerste lid van artikel 33 bedoelde landen haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd.

2.

Met betrekking tot elk land dat deze Overeenkomst heeft bekrachtigd of tot de Overeenkomst is toegetreden nadat vijf landen haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd, treedt de Overeenkomst in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding.

Artikel 35

1.

Deze Overeenkomst kan door elke Overeenkomstsluitende Partij worden opgezegd door een daartoe strekkende, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.

2.

De opzegging zal van kracht worden vijftien maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving van opzegging door de Secretaris-Generaal.

3.

De opzegging is niet van invloed op de geldigheid van de documenten van tijdelijke invoer, afgegeven vóór de datum waarop deze opzegging van kracht wordt, en de waarborg van de organisaties blijft gelden. De verlengingen, toegestaan overeenkomstig de in artikel 21 van deze Overeenkomst voorziene voorwaarden, behouden eveneens hun geldigheid.

Artikel 36

Deze Overeenkomst zal ophouden van kracht te zijn, indien na haar inwerkingtreding het aantal Overeenkomstsluitende Partijen minder is dan vijf gedurende een tijdvak van twaalf opeenvolgende maanden.

Artikel 37

1.

Elk land kan ten tijde van de ondertekening van deze Overeenkomst zonder voorbehoud van bekrachtiging, of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding, of te eniger tijd daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren, dat de Overeenkomst van toepassing zal zijn ten aanzien van alle of een deel van de gebieden welker internationale betrekkingen het behartigt. De Overeenkomst zal van toepassing zijn ten aanzien van het gebied of de gebieden, in de kennisgeving vermeld, met ingang van de negentigste dag na ontvangst van die kennisgeving door de Secretaris-Generaal, of wel, indien op die dag de Overeenkomst nog niet in werking is getreden, met ingang van de datum van haar inwerkingtreding.

2.

Elk land dat overeenkomstig het voorgaande lid een verklaring heeft afgelegd, waardoor deze Overeenkomst van toepassing wordt ten aanzien van een gebied welks internationale betrekkingen het behartigt, kan de Overeenkomst met betrekking tot dit gebied afzonderlijk opzeggen overeenkomstig de bepalingen van artikel 35.

Artikel 38

1.

Een geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst zal voor zoveel mogelijk worden beslecht door middel van onderhandelingen tussen de Partijen waartussen geschil is gerezen.

2.

Elk geschil dat niet is beslecht door onderhandelingen, zal aan een scheidsrechterlijke uitspraak worden onderworpen, indien een der Overeenkomstsluitende Partijen waartussen geschil is gerezen, zulks verzoekt, en zal dienovereenkomstig worden verwezen naar een of meer scheidsrechters die door de Partijen waartussen geschil is gerezen in gemeen overleg zijn gekozen. Indien binnen drie maanden na de datum van het verzoek om een scheidsrechterlijke uitspraak de Partijen waartussen geschil is gerezen niet tot overeenstemming zijn gekomen omtrent de keuze van een of meer scheidsrechters, kan een van die Partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken één scheidsrechter aan te wijzen naar wie het geschil ter beslechting zal worden verwezen.

3.

De uitspraak van de overeenkomstig het vorige lid aangewezen scheidsrechter of scheidsrechters zal bindend zijn voor de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 39

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan op het tijdstip waarop zij deze Overeenkomst ondertekent of bekrachtigt of tot deze Overeenkomst toetreedt verklaren, dat zij zich niet gebonden acht door artikel 38 van de Overeenkomst. De andere Overeenkomstsluitende Partijen zijn niet gebonden door artikel 38 tegenover elke Overeenkomstsluitende Partij die een zodanig voorbehoud heeft geformuleerd.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij die overeenkomstig het voorgaande lid een voorbehoud heeft geformuleerd, kan te allen tijde dit voorbehoud intrekken door een daartoe strekkende, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.

3.

Generlei ander voorbehoud is met betrekking tot deze Overeenkomst toegelaten.

Artikel 40

1.

Nadat deze Overeenkomst gedurende drie jaren in werking zal zijn geweest, kan elke Overeenkomstsluitende Partij door een kennisgeving, gericht aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, de bijeenroeping van een conferentie verzoeken, ten einde deze Overeenkomst te herzien. De Secretaris-Generaal zal van dit verzoek mededeling doen aan alle Overeenkomstsluitende Partijen en zal een conferentie ter herziening van deze Overeenkomst bijeenroepen, indien binnen vier maanden na de datum van de door hem gedane mededeling ten minste een derde van de Overeenkomstsluitende Partijen hem hun instemming met dit verzoek hebben kenbaar gemaakt.

2.

Indien een conferentie overeenkomstig het vorige lid wordt bijeengeroepen, zal de Secretaris-Generaal alle Overeenkomstsluitende Partijen daarvan in kennis stellen en hen uitnodigen binnen drie maanden voorstellen in te dienen, waarvan zij behandeling door de conferentie wensen. De Secretaris-Generaal zal uiterlijk drie maanden vóór de aanvang van de conferentie aan alle Overeenkomstsluitende Partijen mededeling doen van de voorlopige agenda voor de conferentie, alsmede van de tekst van de ingediende voorstellen.

3.

De Secretaris-Generaal zal alle in het eerste lid van artikel 33 bedoelde landen, alsmede de landen welke krachtens artikel 33, lid 2, Overeenkomstsluitende Partij zijn geworden, uitnodigen tot bijwoning van elke conferentie die overeenkomstig dit artikel wordt bijeengeroepen.

Artikel 41

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan een of meer wijzigingen van deze Overeenkomst voorstellen. De tekst van elke voorgestelde wijziging zal worden ingediend bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die deze tekst zal mededelen aan alle Overeenkomstsluitende Partijen en ter kennis brengen van de overige in het eerste lid van artikel 33 bedoelde landen.

2.

Elke voorgestelde wijziging welke overeenkomstig het vorige lid is toegezonden, wordt geacht te zijn aanvaard, indien binnen zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal de voorgestelde wijziging heeft toegezonden, geen der Overeenkomstsluitende Partijen daartegen bezwaar heeft gemaakt.

3.

De Secretaris-Generaal zal zo spoedig mogelijk een kennisgeving richten aan alle Overeenkomstsluitende Partijen om hun te doen weten of een bezwaar is ingediend tegen de voorgestelde wijziging. Indien een bezwaar is ingediend tegen de voorgestelde wijziging, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en zal zij geen gevolg hebben. Indien geen bezwaar wordt gemaakt, zal de wijziging voor alle Overeenkomstsluitende Partijen in werking treden drie maanden na het verstrijken van de termijn van zes maanden, als bedoeld in het vorige lid.

4.

Afgezien van de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel vastgestelde wijzigingsprocedure, kunnen de Bijlagen van deze Overeenkomst worden gewijzigd bij overeenstemming tussen de bevoegde administraties van de Overeenkomstsluitende Partijen. De Secretaris-Generaal stelt de datum van inwerkingtreding vast van de nieuwe teksten welke voortvloeien uit dergelijke wijzigingen.

Artikel 42

Behalve van de in de artikelen 40 en 41 bedoelde kennisgevingen zal de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aan alle in het eerste lid van artikel 33 bedoelde landen, alsmede aan de landen welke krachtens artikel 33, lid 2, Overeenkomstsluitende Partij zijn geworden, mededeling doen van:

  • a). ondertekeningen, bekrachtigingen en toetredingen krachtens artikel 33;
  • b). de data waarop overeenkomstig artikel 34 deze Overeenkomst in werking treedt;
  • c). opzeggingen krachtens artikel 35;
  • d). het overeenkomstig artikel 36 buiten werking treden van deze Overeenkomst;
  • e). kennisgevingen welke zijn ontvangen overeenkomstig artikel 37;
  • f). verklaringen en kennisgevingen welke zijn ontvangen overeenkomstig artikel 39, leden 1 en 2;
  • g). de inwerkingtreding van elke wijziging overeenkomstig artikel 41.

Artikel 43

Zodra een land, dat Overeenkomstsluitende Partij is bij het op 16 juni 1949 te Genève gesloten Akkoord tot voorlopige toepassing van de ontwerpen van internationale douane-overeenkomsten met betrekking tot het toeristenverkeer, tot voertuigen die voor het bedrijfsmatig vervoer langs de weg worden gebezigd, en tot het internationale vervoer van goederen langs de weg, Overeenkomstsluitende Partij is geworden bij deze Overeenkomst, zal het de in artikel IV van dat Akkoord voorgeschreven maatregelen treffen om het Akkoord op te zeggen voor wat betreft het ontwerp van een internationale douaneovereenkomst met betrekking tot het toeristenverkeer, voorzover deze opzegging niet automatisch voortvloeit uit artikel V van dat Akkoord.

Artikel 44

Het Protocol van ondertekening bij deze Overeenkomst heeft dezelfde kracht, waarde en geldigheidsduur als de Overeenkomst waarvan het geacht wordt een integrerend deel uit te maken.

Artikel 45

Na 31 augustus 1956 zal het origineel van deze Overeenkomst worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die aan alle landen als is bedoeld in artikel 33, leden 1 en 2, gewaarmerkte afschriften daarvan zal doen toekomen.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Convention.

DONE at Geneva, this eighteenth day of May one thousand nine hundred and fifty-six, in a single copy in the English and French languages, each text being equally authentic.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)