Verdrag betreffende werk in de visserijsector
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau en aldaar bijeengekomen in haar zesennegentigste zitting op 30 mei 2007, en
Erkennend dat de globalisering grote gevolgen heeft voor de visserijsector, en
Gelet op de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie inzake de fundamentele beginselen en rechten in verband met werk, 1998, en
Gelet op de fundamentele rechten vervat in de volgende internationale verdragen op het gebied van arbeid: het Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid, 1930 (nr. 29), het Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, 1948 (nr. 87), het Verdrag betreffende de toepassing van de beginselen van het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, 1949 (nr. 98), Verdrag betreffende gelijke beloning, 1951 (nr. 100), het Verdrag betreffende afschaffing van gedwongen arbeid, 1957 (nr. 105), het Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep, 1958 (nr. 111), het Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces, 1973 (nr. 138) en het Verdrag betreffende het verbod op en de onmiddellijke actie voor de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid, 1999 (nr. 182), en
Gelet op de desbetreffende instrumenten van de Internationale Arbeidsorganisatie, met name het Verdrag betreffende arbeidsveiligheid, gezondheid en het arbeidsmilieu (nr. 155) en Aanbeveling (nr. 164), 1981, en het Verdrag betreffende beroepsgezondheidsdiensten (nr. 161) en Aanbeveling (nr. 171), 1985, en
Voorts gelet op het Verdrag betreffende minimum-normen van sociale zekerheid, 1952 (nr. 102) en overwegend dat de bepalingen van artikel 77 van dat verdrag geen beletsel mogen vormen voor de bescherming van vissers door Leden op grond van socialezekerheidsstelsels, en
Erkennend dat de Internationale Arbeidsorganisatie de visserij als een gevaarlijke beroepssector aanmerkt in vergelijking met andere beroepen, en
Voorts gelet op artikel 1, derde lid, van het Verdrag Identiteitsbewijzen Zeevarenden (herzien), 2003 (nr. 185), en
Tevens indachtig het kernmandaat van de Organisatie, dat bestaat uit het bevorderen van fatsoenlijke voorwaarden voor werk, en
Indachtig de noodzaak de rechten van vissers in dit verband te beschermen en te bevorderen, en
In herinnering roepend het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, 1982, en
De noodzaak in aanmerking nemend de volgende door de Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie aangenomen verdragen die in het bijzonder betrekking hebben op de visserijsector te herzien, namelijk het Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot de tewerkstelling als visser, 1959 (nr. 112), het Verdrag betreffende het geneeskundig onderzoek van vissers, 1959 (nr. 113), het Verdrag betreffende de arbeidsovereenkomst van vissers, 1959 (nr. 114), het Verdrag betreffende de accommodatie aan boord van vissersschepen, 1966 (nr. 126), teneinde deze te actualiseren en meer van ’s werelds vissers te bereiken, in het bijzonder hen die aan boord van kleinere vaartuigen werken, en
Overwegend dat de doelstelling van dit Verdrag is te waarborgen dat er voor vissers fatsoenlijke voorwaarden voor werk gelden voor werk aan boord van vissersvaartuigen, gebaseerd op minimumeisen voor werk aan boord; voorwaarden voor het verrichten van werk; accommodatie en voeding; bescherming door arbeidsomstandighedenbeleid; medische zorg; en sociale zekerheid, en
Besloten hebbend tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot werk in de visserijsector, welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de zitting voorkomt, en
Vastgesteld hebbend dat deze voorstellen de vorm dienen te krijgen van een internationaal verdrag;
Neemt heden, 14 juni 2007, het volgende verdrag aan, dat kan worden aangehaald als het Verdrag betreffende werk in de visserij, 2007.
DEEL I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN REIKWIJDTE
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „commerciële visserij”, alle visserijactiviteiten, met inbegrip van visserijactiviteiten op rivieren, meren of kanalen, met uitzondering van visserij voor direct levensonderhoud en recreatieve visserij;
- b. „bevoegde autoriteit”, de minister die, het ministerie dat of een andere autoriteit die bevoegd is voorschriften, reglementen of andere instructies met kracht van wet uit te vaardigen en te handhaven met betrekking tot het onderwerp van de desbetreffende bepaling;
- c. „overleg”, overleg tussen de bevoegde autoriteit en de representatieve organisaties van de betrokken werkgevers en werknemers en in het bijzonder de representatieve organisaties van scheepsbeheerders van vissersvaartuigen en vissers, waar deze bestaan;
- d. „scheepsbeheerder van een vissersvaartuig”, de eigenaar van het vissersvaartuig of een andere organisatie of persoon, zoals de manager, de agent of de rompbevrachter, die de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het vaartuig van de eigenaar heeft overgenomen en die, door het aanvaarden van die verantwoordelijkheid, ermee heeft ingestemd de taken en verantwoordelijkheden die in overeenstemming met het Verdrag aan scheepsbeheerders van vissersvaartuigen worden opgelegd, te aanvaarden ongeacht het feit of andere organisaties of personen bepaalde taken of verantwoordelijkheden namens de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig vervullen;
- e. „visser”, eenieder die, in enige hoedanigheid, hetzij in dienst is genomen, hetzij op andere wijze is gecontracteerd, hetzij een beroep uitoefent aan boord van een vissersvaartuig, met inbegrip van personen die aan boord werkzaam zijn en daarvoor een aandeel in de besomming ontvangen, maar met uitzondering van loodsen, marinepersoneel, andere personen in vaste dienst van een overheid, aan de wal gestationeerde personen die aan boord van een vissersvaartuig werk verrichten en visserijwaarnemers;
- f. „overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers”, een arbeidsovereenkomst of elke andere overeenkomst, op grond waarvan een visser aan boord van een vissersvaartuig werkt en die diens leef- en werkomstandigheden aan boord regelt;
- g. „vissersvaartuig of vaartuig”, elk schip of elke boot, ongeacht zijn aard en ongeacht de eigendomsvorm, dat of die wordt gebruikt of beoogd wordt voor gebruik bij de commerciële visserij;
- h. „brutotonnage”, de brutotonnage berekend in overeenstemming met de voorschriften inzake tonnagemetingen vervat in Bijlage I bij het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen,1969, of elk instrument tot wijziging of vervanging van dat verdrag;
- i. „lengte” (L), 96% van de totale lengte op een waterlijn op 85% van de kleinste holte naar de mal gemeten vanaf de kiellijn, of de lengte van de voorzijde van de voorsteven tot aan de hartlijn van de roerkoning op die waterlijn, indien deze laatste lengte groter is. Bij vaartuigen die met stuurlast zijn ontworpen, moet de waterlijn waarop deze lengte gemeten wordt evenwijdig aan de ontwerplastlijn worden genomen;
- j. „lengte over alles” (LOA), de afstand in een rechte lijn evenwijdig aan de ontwerplastlijn tussen het voorste punt van de boeg en het achterste punt van de achtersteven;
- k. „wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst”, personen, bedrijven, instellingen, bureaus of andere organisaties in de publieke of private sector, die zich bezighouden met de werving van vissers namens scheepsbeheerders van vissersvaartuigen of de plaatsing van vissers bij scheepsbeheerders van vissersvaartuigen;
- l. „schipper”, de visser die het gezag voert over een vissersvaartuig.
Artikel 2. Reikwijdte
Tenzij hierin anders wordt bepaald, is dit Verdrag van toepassing op alle vissers en alle vissersvaartuigen die betrokken zijn bij commerciële visserijactiviteiten.
Indien twijfel bestaat omtrent de vraag of een vaartuig zich bezig houdt met commerciële visserij, beslist de bevoegde autoriteit na overleg.
Elk Lid kan de bescherming in dit Verdrag voorzien voor vissers werkzaam op vaartuigen met een lengte van 24 meter of meer na overleg geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot vissers werkzaam op kleinere vaartuigen.
Artikel 3
Indien de toepassing van het Verdrag leidt tot wezenlijke problemen vanwege de specifieke voorwaarden waaronder werk van de vissers wordt verricht of de activiteiten van de desbetreffende vissersvaartuigen, kan een Lid na overleg de vereisten van dit Verdrag dan wel een of meer bepalingen daarvan uitsluiten:
- a. vissersvaartuigen betrokken bij visserijactiviteiten op rivieren, meren of kanalen;
- b. beperkte categorieën vissers of vissersvaartuigen.
In het geval van uitsluiting uit hoofde van het voorgaande lid en waar praktisch uitvoerbaar, treft de bevoegde autoriteit waar nodig maatregelen teneinde de vereisten uit hoofde van dit Verdrag geleidelijk uit te breiden tot de desbetreffende categorieën van vissers en vissersvaartuigen.
Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt:
- a. zal in zijn eerste rapport over de toepassing van dit Verdrag dat wordt ingediend ingevolge artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie:
- i. de categorieën vissers of vissersvaartuigen vermelden die ingevolge het eerste lid zijn uitgesloten;
- ii. de redenen voor deze uitsluitingen vermelden, evenals de onderscheiden posities van de representatieve organisaties van de betrokken werkgevers en werknemers en in het bijzonder de representatieve organisaties van scheepsbeheerders van vissersvaartuigen en vissers, waar deze bestaan; en
- iii. de maatregelen beschrijven die eventueel genomen zijn om de uitgesloten categorieën gelijkwaardige bescherming te bieden; en
- b. in volgende rapporten over de toepassing van het Verdrag de maatregelen beschrijven die eventueel zijn genomen in overeenstemming met het tweede lid.
Artikel 4
Indien een Lid niet onmiddellijk in staat is alle in dit Verdrag voorziene maatregelen te implementeren vanwege wezenlijke, bijzondere problemen ten gevolge van onvoldoende ontwikkelde infrastructuur of instellingen, kan het Lid, in overeenstemming met een in overleg opgesteld plan, een deel of alle van de volgende bepalingen geleidelijk implementeren:
- b. artikel 10, derde lid, voor zover het van toepassing is op vaartuigen die gedurende langer dan drie dagen op zee blijven;
- c. artikel 15;
- d. artikel 20;
- e. artikel 33; en
- f. artikel 38.
Het eerste lid is niet van toepassing op vissersvaartuigen:
- a. met een lengte van 24 meter of meer; of
- b. die langer dan zeven dagen op zee blijven; of
- c. die normaliter meer dan 200 zeemijlen uit de kustlijn van de vlaggenstaat of buiten de buitengrens van zijn continentaal plat varen, naargelang welke afstand van de kustlijn het grootst is; of
- d. die aan havenstaatcontroles als voorzien in artikel 43 van dit Verdrag worden onderworpen, behalve wanneer havenstaatcontrole plaatsvindt na een situatie van overmacht, en evenmin op vissers die op dergelijke vaartuigen werken.
Elk Lid dat gebruikmaakt van de in het eerste lid geboden mogelijkheid:
- a. zal in zijn eerste rapport over de toepassing van dit Verdrag dat wordt ingediend op grond van artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie:
- i. de bepalingen van het Verdrag vermelden die geleidelijk zullen worden geïmplementeerd;
- ii. de redenen vermelden, evenals de onderscheiden posities van de representatieve organisaties van de betrokken werkgevers en werknemers en in het bijzonder de representatieve organisaties van scheepsbeheerders van vissersvaartuigen en vissers, waar deze bestaan; en
- iii. de plannen voor de geleidelijke implementatie beschrijven; en
- b. zal in de volgende rapporten over de toepassing van dit Verdrag de maatregelen beschrijven die zijn genomen teneinde gevolg te geven aan alle bepalingen van het Verdrag.
Artikel 5
Voor de toepassing van dit Verdrag kan de bevoegde autoriteit na overleg beslissen de lengte over alles (LOA) in plaats van de lengte (L) te hanteren als basis voor de meting in overeenstemming met de gelijkwaardigheid bij meting, vervat in Bijlage I. Voor de toepassing van de in Bijlage III bij dit Verdrag genoemde paragrafen kan de bevoegde autoriteit na overleg beslissen als basis voor de meting de brutotonnage met inachtneming van de gelijkwaardigheid bij meting vervat in Bijlage III te hanteren in plaats van de lengte (L) of de lengte over alles (LOA).
In de op grond van artikel 22 van het Statuut ingediende rapporten vermeldt het Lid de redenen voor de ingevolge dit artikel genomen beslissing en eventuele uit het overleg voortvloeiende opmerkingen.
DEEL II. ALGEMENE BEGINSELEN
Artikel 6. Implementatie
Elk Lid implementeert en handhaaft wet- en regelgeving of andere maatregelen die het heeft aangenomen ter nakoming van de verplichtingen op grond van dit Verdrag ten aanzien van vissers en vissersvaartuigen die onder zijn rechtsbevoegdheid vallen. Andere maatregelen kunnen bestaan uit collectieve overeenkomsten, gerechtelijke beslissingen, scheidsrechterlijke uitspraken of andere maatregelen die verenigbaar zijn met de nationale wetgeving en praktijk.
Niets in dit Verdrag tast wetten, uitspraken, gewoonten of overeenkomsten tussen scheepsbeheerders van vissersvaartuigen en vissers aan die gunstiger voorwaarden waarborgen dan de voorwaarden voorzien in dit Verdrag.
Artikel 7. Bevoegde autoriteit en coördinatie
Elk Lid:
- a. wijst de bevoegde autoriteit of autoriteiten aan; en
- b. stelt naargelang het geval regelingen vast voor de coördinatie tussen de desbetreffende autoriteiten voor de visserijsector op nationaal en lokaal niveau en omschrijft hun taken en verantwoordelijkheden, daarbij rekening houdend met hun complementariteit, nationale omstandigheden en praktijk.
Artikel 8. Verantwoordelijkheden van scheepsbeheerders van vissersvaartuigen, schippers en vissers
De scheepsbeheerder van vissersvaartuigen draagt de algehele verantwoordelijkheid om te waarborgen dat de schipper beschikt over de nodige middelen en voorzieningen om te voldoen aan de verplichtingen uit dit Verdrag.
De schipper is verantwoordelijk voor de veiligheid van de vissers aan boord en de veilige exploitatie van het vaartuig, met inbegrip van maar niet beperkt tot het volgende:
- a. het zodanig houden van toezicht dat zoveel mogelijk gewaarborgd wordt dat de vissers hun werk onder de voor hun veiligheid en gezondheid beste omstandigheden kunnen verrichten;
- b. het zodanig geven van leiding aan de vissers dat hun veiligheid en gezondheid worden gerespecteerd, met inbegrip van het voorkomen van vermoeidheid;
- c. het faciliteren van bewustwordingstrainingen aan boord met betrekking tot arbeidsomstandigheden; en
- d. het erop toezien dat wordt voldaan aan de maatstaven voor veilige navigatie, wachtdiensten en het bijbehorende goed zeemanschap.
De scheepsbeheerder van het vissersvaartuig mag de schipper niet beletten beslissingen te nemen die naar het deskundig oordeel van de schipper nodig zijn voor de veiligheid van het vaartuig, de veilige navigatie en de veilige exploitatie of de veiligheid van de vissers aan boord.
De vissers moeten gehoor geven aan de rechtmatige orders van de schipper en voldoen aan de van toepassing zijnde veiligheids- en gezondheidsmaatregelen.
DEEL III. MINIMUMEISEN VOOR HET WERKEN AAN BOORD VAN VISSERSVAARTUIGEN
Artikel 9. Minimumleeftijd
De minimumleeftijd voor werk aan boord van vissersvaartuigen is 16 jaar. De bevoegde autoriteit kan evenwel een minimumleeftijd van 15 jaar toestaan voor personen die niet langer leerplichtig zijn zoals voorzien in de nationale wetgeving en die een beroepsopleiding volgen in de visserij.
De bevoegde autoriteit kan in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk personen van 15 jaar toestemming verlenen gedurende schoolvakanties licht werk te verrichten. In dergelijke gevallen bepaalt de autoriteit na overleg welk werk toegestaan is alsmede de omstandigheden waaronder dat werk verricht mag worden en welke rusttijden vereist zijn.
De minimumleeftijd waarop werkzaamheden aan boord van vissersvaartuigen, die vanwege hun aard of de omstandigheden waaronder zij moeten worden verricht de gezondheid, veiligheid of de goede zeden van jongeren zouden kunnen schaden, mogen worden opgedragen, mag niet lager zijn dan 18 jaar.
De soorten werkzaamheden waarop het derde lid van dit artikel van toepassing is worden vastgesteld aan de hand van de nationale wet- en regelgeving of na overleg door de bevoegde autoriteit, waarbij de desbetreffende risico’s en de toepasselijke internationale maatstaven in aanmerking worden genomen.
Voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in het derde lid van dit artikel, vanaf de leeftijd van 16 jaar kan krachtens de nationale wet- of regelgeving of na overleg bij besluit van de bevoegde autoriteit, toestemming worden verleend op voorwaarde dat de gezondheid, veiligheid en goede zeden van de betrokken jongeren volledig worden beschermd en dat de betrokken jongeren voldoende specifieke instructie of vakopleiding hebben genoten en een basis veiligheidstraining hebben voltooid voordat zij naar zee gaan.
Het aanstellen van vissers jonger dan 18 jaar voor werkzaamheden ’s nachts is verboden. Voor de toepassing van dit artikel wordt „nacht” omschreven in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk. De nacht omvat een periode van ten minste 9 uur die uiterlijk om middernacht aanvangt en niet eerder dan 05.00 uur ’s ochtends eindigt. Op de strikte naleving van de beperking ten aanzien van nachtwerk kan door de bevoegde autoriteit een uitzondering worden gemaakt wanneer:
- a. de effectieve opleiding van de betrokken vissers, in overeenstemming met vastgestelde programma’s en schema’s in het gedrang zou komen; of
- b. de specifieke aard van de taak of een erkend opleidingsprogramma met zich meebrengt dat de vissers op wie de uitzondering van toepassing is ’s nachts taken verrichten en de autoriteit na overleg vaststelt dat het werk niet nadelig voor hun gezondheid of welzijn zal zijn.
Niets in dit artikel tast de verplichtingen aan die Leden hebben aanvaard bij het bekrachtigen van een ander internationaal arbeidsverdrag.
Artikel 10. Geneeskundig onderzoek
Vissers werken niet aan boord van vissersvaartuigen zonder een geldige geneeskundige verklaring waaruit blijkt dat zij medisch gezien in staat zijn hun taken te verrichten.
De bevoegde autoriteit kan na overleg vrijstelling verlenen van de toepassing van het eerste lid van dit artikel, daarbij rekening houdend met de veiligheid en gezondheid van vissers, de lengte van het vaartuig, de beschikbaarheid van medische hulp en evacuatie, de duur van de reis, het vaargebied en het soort visserijactiviteiten.
De vrijstellingen, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, zijn niet van toepassing op vissers die werkzaam zijn op vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer of die gewoonlijk langer dan drie dagen op zee blijven. In urgente gevallen kan de bevoegde autoriteit toestaan dat een visser op een dergelijk vaartuig werkt gedurende een omschreven beperkte periode totdat een geneeskundige verklaring kan worden verkregen, op voorwaarde dat de visser beschikt over een verlopen geneeskundige verklaring van recente datum.
Artikel 11
Elk Lid neemt wet- en regelgeving of andere maatregelen aan inzake:
- a. de aard van geneeskundige onderzoeken;
- b. de vorm en inhoud van geneeskundige verklaringen;
- c. de afgifte van de geneeskundige verklaring door een bevoegde arts of, in het geval van een verklaring die uitsluitend op het gezichtsvermogen betrekking heeft, door een persoon die door de bevoegde autoriteit wordt erkend als zijnde bevoegd tot afgifte van een dergelijke verklaring; deze personen moeten wat betreft hun professioneel oordeel volledig onafhankelijk zijn;
- d. de frequentie van geneeskundige onderzoeken en de geldigheidsduur van geneeskundige verklaringen;
- e. het recht op nader onderzoek door een tweede onafhankelijke arts indien een geneeskundige verklaring geweigerd is of er beperkingen zijn opgelegd ten aanzien van het werk dat iemand mag verrichten; en
- f. andere relevante vereisten.
Artikel 12
In aanvulling op de vereisten vervat in artikel 10 en artikel 11 geldt voor vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer of vissersvaartuigen die gewoonlijk langer dan drie dagen op zee blijven het volgende:
-
- In de geneeskundige verklaring van een visser wordt ten minste vermeld dat:
- a. het gehoor- en gezichtsvermogen van de desbetreffende visser voldoende zijn voor diens taken op het vaartuig; en
- b. de visser niet lijdt aan een medische aandoening die mogelijk wordt verergerd door werk op zee of de visser mogelijk ongeschikt maakt voor dergelijk werk of de veiligheid of gezondheid van andere opvarenden in gevaar kan brengen.
-
- De geneeskundige verklaring geldt voor een tijdvak van ten hoogste twee jaar, tenzij de visser jonger is dan 18 jaar, in welk geval de geldigheidsduur ten hoogste een jaar bedraagt.
-
- Indien de geldigheidsduur van een verklaring verstrijkt tijdens een reis, blijft deze geldig tot het eind van die reis.
DEEL IV. VOORWAARDEN WAARONDER WERK WORDT VERRICHT
Artikel 13. Bemanning en rusttijden
Elk Lid neemt wet- en regelgeving of andere maatregelen aan die scheepsbeheerders van vissersvaartuigen die onder zijn vlag varen verplichten om te waarborgen dat:
- a. hun vaartuigen voldoende en veilig zijn bemand voor de veilige navigatie en exploitatie van het vaartuig en onder het gezag staan van een vakbekwame schipper; en
- b. vissers regelmatig voldoende lange rustperioden krijgen om hun veiligheid en gezondheid te waarborgen.
Artikel 14
In aanvulling op de vereisten vervat in artikel 13 moet de bevoegde autoriteit:
- a. voor vaartuigen met een lengte van 24 meter of meer een minimum bemanningssterkte vaststellen voor de veilige navigatie van het vaartuig en daarbij het vereiste aantal vissers met hun kwalificaties vermelden;
- b. na overleg voor vissersvaartuigen ongeacht hun grootte die langer dan drie dagen op zee blijven het minimumaantal uren rust voor vissers vaststellen teneinde vermoeidheid te beperken. Het minimumaantal uren rust mag niet minder zijn dan:
- i. tien uur in elke periode van 24 uur; en
- ii. 77 uur in elke periode van zeven dagen.
De bevoegde autoriteit kan, om een beperkt aantal en omschreven redenen, tijdelijk uitzonderingen toestaan op de in het eerste lid, onderdeel b, van dit artikel vastgestelde grenzen. In dergelijke gevallen dient zij echter te eisen dat de vissers, zo spoedig als uitvoerbaar is, rusttijd ter compensatie krijgen.
De bevoegde autoriteit kan na overleg alternatieve eisen vaststellen voor die van het eerste en tweede lid van dit artikel. Dergelijke alternatieve eisen moeten echter in wezenlijke mate gelijkwaardig zijn en mogen de veiligheid en gezondheid van de vissers niet in gevaar brengen.
Niets in dit artikel wordt geacht het recht van de schipper van een vaartuig aan te tasten van een visser te verlangen dat hij de nodige uren werk verricht ten behoeve van de onmiddellijke veiligheid van het vaartuig, van de opvarenden of van de vangst, of voor het verlenen van hulp aan op zee in nood verkerende schepen of personen. Dienovereenkomstig kan de schipper het normale schema van rusttijden opschorten en van een visser verlangen dat hij de nodige uren werk verricht totdat de normale situatie is hersteld. Zodra de normale situatie is hersteld, draagt de schipper er zorg voor dat de vissers die tijdens een ingeroosterde rustperiode werk hebben verricht een toereikende rustperiode krijgen.
Artikel 15. Bemanningslijst
Elk vissersvaartuig heeft een bemanningslijst aan boord waarvan een afschrift hetzij voor vertrek van het vaartuig wordt verstrekt aan bevoegde personen aan de wal, hetzij onmiddellijk na vertrek van het vaartuig naar de wal wordt gestuurd. De bevoegde autoriteit bepaalt aan wie en wanneer dergelijke informatie wordt verschaft en voor welk doel, dan wel welke doelen.
Artikel 16. Overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers
Elk Lid neemt wet- en regelgeving of andere maatregelen aan:
- a. die vereisen dat vissers die werken op vaartuigen die onder zijn vlag varen de bescherming genieten van een overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers die voor hen begrijpelijk is en strookt met de bepalingen van dit Verdrag; en
- b. die omschrijven welke bijzonderheden minimaal in de overeenkomsten tot het verrichten van werk door vissers moeten worden opgenomen in overeenstemming met de bepalingen vervat in Bijlage II.
Artikel 17
Elk Lid neemt wet- en regelgeving of andere maatregelen aan betreffende:
- a. procedures om te waarborgen dat vissers in de gelegenheid zijn hun overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers in te zien en er advies over in te winnen voordat deze wordt gesloten;
- b. indien van toepassing het bijhouden van het dossier betreffende het werk van de visser krachtens een dergelijke overeenkomst; en
- c. de middelen voor de beslechting van geschillen ter zake van een overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers.
Artikel 18
De overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers, waarvan een afschrift aan de visser wordt verstrekt, blijft aan boord en moet voor inzage beschikbaar zijn voor de visser en in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk op verzoek voor andere belanghebbenden.
Artikel 19
De artikelen 16 tot en met 18 en Bijlage II zijn niet van toepassing op een scheepsbeheerder van een vissersvaartuig die zijn vaartuig zelf en alleen vaart.
Artikel 20
De scheepsbeheerder van een vissersvaartuig is ervoor verantwoordelijk dat elke visser beschikt over een schriftelijke overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers die is ondertekend door zowel de visser als de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig of door een bevoegde vertegenwoordiger van de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig (of, indien de vissers niet zijn tewerkgesteld of gecontracteerd door de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig, moet de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig bewijs kunnen overleggen van contractuele of soortgelijke regelingen) die voorzien in fatsoenlijke werk- en leefomstandigheden aan boord van het vaartuig zoals vereist uit hoofde van dit Verdrag.
Artikel 21. Repatriëring
De Leden moeten waarborgen dat de vissers op vissersvaartuigen die onder hun vlag varen en buitenlandse havens aandoen recht hebben op repatriëring indien hun overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers is verstreken of op geldige gronden is beëindigd door de visser of de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig, of indien de visser niet langer in staat is de taken te verrichten krachtens de overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers of indien niet van hem verlangd kan worden die onder de desbetreffende omstandigheden te verrichten. Dit geldt ook voor vissers van dat vaartuig die op dezelfde gronden van het vaartuig naar de buitenlandse haven worden overgebracht.
De kosten van de repatriëring, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, worden gedragen door de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig, tenzij vastgesteld is dat de visser overeenkomstig de nationale wet- en regelgeving of andere maatregelen ernstig in gebreke was ten aanzien van de verplichtingen uit zijn of haar overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers.
De Leden schrijven middels wet- en regelgeving of andere maatregelen de precieze omstandigheden voor waaronder vissers op wie het eerste lid van dit artikel van toepassing is recht hebben op repatriëring, de maximumduur van de periodes van dienst aan boord, waarna vissers recht hebben op repatriëring en de bestemmingen waarnaar zij mogen worden gerepatrieerd.
Indien een scheepsbeheerder van een vissersvaartuig verzuimt zorg te dragen voor de in dit artikel bedoelde repatriëring, moet het Lid onder wiens vlag het vaartuig vaart de repatriëring van de betrokken visser regelen en is het Lid gemachtigd de kosten te verhalen op de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig.
De nationale wet- en regelgeving laat onverlet het recht van de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig de kosten van repatriëring op grond van contractuele regelingen te verhalen op derden.
Artikel 22. Werving en arbeidsbemiddeling
Elk Lid dat een publieke wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst voor vissers exploiteert, waarborgt dat de dienstverlening deel uitmaakt van of wordt afgestemd met een publieke werkgelegenheidsinstantie voor alle werknemers en werkgevers.
Particuliere wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor vissers, die actief zijn op het grondgebied van een Lid, doen dat in overeenstemming met een gestandaardiseerd systeem van vergunningen of certificering of andere vorm van regulering, dat slechts na overleg wordt ingesteld, gehandhaafd of aangepast.
Elk Lid neemt wet- en regelgeving of andere maatregelen aan:
- a. die wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten verbieden middelen, procedures of lijsten te gebruiken die zijn bedoeld om vissers te verhinderen of te ontmoedigen werk aan te nemen;
- b. die bepalen dat kosten of andere heffingen voor de werving of bemiddeling van vissers direct of indirect, geheel of gedeeltelijk niet voor rekening van de vissers mogen komen; en
- c. waarin de voorwaarden worden vastgesteld waaronder de vergunning, de certificering of een andere machtiging van een particuliere wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst kan worden opgeschort of ingetrokken bij inbreuken op de desbetreffende wet- of regelgeving; en de voorwaarden worden omschreven waaronder particuliere wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten kunnen opereren.
Een Lid dat het Verdrag betreffende particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, 1997 (nr. 181) heeft bekrachtigd, kan bepaalde verantwoordelijkheden die voortvloeien uit dit Verdrag toekennen aan particuliere uitzendbureaus die de in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van dat verdrag bedoelde diensten verlenen. De onderscheiden verantwoordelijkheden van dergelijke particuliere uitzendbureaus en van de scheepsbeheerders van vissersvaartuigen, die optreden als „inlener” voor de toepassing van dat verdrag worden vastgesteld en toegekend zoals voorzien in artikel 12 van dat verdrag. Deze Leden nemen wet- en regelgeving of andere maatregelen aan om te waarborgen dat de toekenning van de onderscheiden verantwoordelijkheden of verplichtingen uit hoofde van dit verdrag aan de particuliere uitzendbureaus die deze diensten verlenen en aan de „inlener” uit hoofde van dit Verdrag vissers niet belet een retentierecht op het vissersvaartuig uit te oefenen.
Onverminderd de bepalingen van het vierde lid is de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig aansprakelijk indien het particuliere uitzendbureau verzuimt zijn verplichtingen jegens een visser na te komen, voor wie in het kader van het Verdrag betreffende particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, 1997 (nr. 181) de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig de „inlener” is.
Niets in dit Verdrag wordt geacht een Lid de verplichting op te leggen de exploitatie van particuliere uitzendbureaus, als bedoeld in het vierde lid van dit artikel, voor zijn visserij toe te staan.
Artikel 23. Betaling aan vissers
Elk Lid neemt na overleg wet- en regelgeving of andere maatregelen aan waarin bepaald wordt dat vissers die loon ontvangen verzekerd moeten zijn van een maandelijkse of andere periodieke betaling.
Artikel 24
Elk Lid vereist dat aan alle vissers werkzaam aan boord van vissersvaartuigen de mogelijkheid moet worden geboden om de ontvangen betalingen, met inbegrip van voorschotten, zonder kosten geheel of gedeeltelijk naar hun familie over te maken.
DEEL V. ACCOMMODATIE EN VOEDING
Artikel 25
Elk Lid neemt wet- en regelgeving of andere maatregelen aan voor vissersvaartuigen die onder zijn vlag varen ter zake van accommodatie, voeding en drinkwater aan boord.
Artikel 26
Elk Lid neemt wet- en regelgeving of andere maatregelen aan die voorschrijven dat de accommodatie aan boord van vissersvaartuigen die onder zijn vlag varen van voldoende afmeting en kwaliteit moet zijn en voldoende zijn toegerust voor de activiteiten van het vaartuig en de tijd die vissers aan boord verblijven. Dergelijke maatregelen betreffen, indien toepasselijk, de volgende kwesties:
- a. goedkeuring van plannen voor de bouw of aanpassing van vissersvaartuigen ten aanzien van de accommodatie;
- b. onderhoud van accommodatie en kombuizen waarbij naar behoren rekening gehouden wordt met hygiënische en in het algemeen veilige, gezonde en comfortabele omstandigheden;
- c. ventilatie, verwarming, koeling en verlichting;
- d. matiging van lawaai en overmatige trillingen;
- e. locatie, afmetingen, constructiemateriaal, inrichting en uitrusting van slaapvertrekken, eetvertrekken en andere accommodatieruimten;
- f. sanitaire voorzieningen, met inbegrip van toiletten en wasfaciliteiten, en levering van voldoende warm en koud water; en
- g. procedures voor reacties op klachten over accommodatie die niet voldoet aan de vereisten van dit Verdrag.
Artikel 27
Elk Lid neemt wet- en regelgeving of andere maatregelen aan die voorschrijven dat:
- a. de voedingswaarde, kwaliteit en kwantiteit van de aan boord aanwezige en aangeboden voeding voldoende moeten zijn;
- b. de kwaliteit en kwantiteit van het drinkwater voldoende moeten zijn; en
- c. de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig voeding en water kosteloos aan de vissers moet verstrekken. In overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving kunnen de kosten evenwel als exploitatiekosten worden ingehouden, indien de collectieve overeenkomst die op een deelloonsysteem van toepassing is of de overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers daarin voorziet.
Artikel 28
De wet- en regelgeving of andere door het Lid in overeenstemming met de artikelen 25 tot en met 27 aan te nemen maatregelen moeten volledig uitvoering geven aan Bijlage III betreffende de accommodatie op vissersvaartuigen. Bijlage III kan worden gewijzigd op de wijze voorzien in artikel 45.
Een Lid dat niet in de gelegenheid is de bepalingen van Bijlage III te implementeren, kan na overleg in zijn wet- en regelgeving of andere maatregelen bepalingen opnemen die in wezenlijke mate gelijkwaardig zijn aan de bepalingen vervat in Bijlage III, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op artikel 27.
DEEL VI. MEDISCHE ZORG, BESCHERMING VAN DE GEZONDHEID EN SOCIALE ZEKERHEID
Artikel 29. Medische zorg
Elk Lid neemt wet- en regelgeving of andere maatregelen aan die voorschrijven dat:
- a. vissersvaartuigen moeten zijn voorzien van geschikte medische apparatuur en medische voorraad voor de activiteiten van het vaartuig, en rekening houdend met het aantal vissers aan boord, het vaargebied en de duur van de reis;
- b. vissersvaartuigen ten minste één visser aan boord moeten hebben die is gekwalificeerd of is opgeleid voor het verlenen van eerste hulp en andere vormen van medische zorg en beschikt over de benodigde kennis om de medische apparatuur en uitrusting op het desbetreffende vaartuig te gebruiken, rekening houdend met het aantal vissers aan boord, het vaargebied en de duur van de reis;
- c. de medische apparatuur en voorraad aan boord vergezeld moeten zijn van instructies of andere informatie in een voor de in onderdeel b. bedoelde visser of vissers begrijpelijke taal en vorm;
- d. de vissersvaartuigen moeten zijn voorzien van middelen voor radio- of satellietcommunicatie met personen of diensten aan de wal die medisch advies kunnen verstrekken, daarbij rekening houdend met het vaargebied en de duur van de reis; en
- e. vissers recht hebben op medische verzorging aan de wal en het recht hebben bij ernstige verwondingen of ziekte tijdig naar de wal te worden gebracht voor behandeling.
Artikel 30
Voor vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer, rekening houdend met het aantal vissers aan boord, het vaargebied en de duur van de reis, neemt elk Lid wet- en regelgeving of andere maatregelen aan, die voorschrijven dat:
- a. de bevoegde autoriteit voorschrijft welke medische apparatuur en medische voorraad aan boord moeten zijn;
- b. de medische apparatuur en medische voorraad aan boord naar behoren moeten worden onderhouden en aangevuld en met regelmatige door de bevoegde autoriteit vastgestelde tussenpozen naar behoren moeten worden geïnspecteerd door verantwoordelijke personen die daarvoor door de bevoegde autoriteit zijn aangewezen of goedgekeurd;
- c. de vaartuigen een door de bevoegde autoriteit aangenomen of goedgekeurd medisch handboek of de meest recente editie van de International Medical Guide for Ships (Internationale medische handleiding voor schepen) aan boord moeten hebben;
- d. de vaartuigen toegang moeten hebben tot een vooraf opgezet systeem voor medisch advies voor schepen op zee via radio- of satellietcommunicatie, met inbegrip van advies van specialisten, dat te allen tijde beschikbaar is;
- e. de vaartuigen een overzicht van radio- of satellietstations aan boord moeten hebben via welke medisch advies kan worden ingewonnen; en
- f. voor zover in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk van het Lid, kosteloos medische zorg aan de visser wordt verleend terwijl deze zich aan boord van het vaartuig of in een buitenlandse haven bevindt.
Artikel 31. Arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie aan boord
Elk Lid neemt wet- en regelgeving of andere maatregelen aan met betrekking tot:
- a. de preventie van arbeidsongevallen, beroepsziekten en werkgerelateerde risico’s aan boord van vissersvaartuigen, met inbegrip van risicobeoordeling en -beheersing, training en instructie aan boord van vissers;
- b. de training voor vissers in het hanteren van de soorten vistuig die zij zullen gebruiken en in de kennis van de visserijactiviteiten waarbij zij betrokken zullen zijn;
- c. de verplichtingen van scheepsbeheerders van vissersvaartuigen, vissers en andere belanghebbenden, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de veiligheid en gezondheid van vissers jonger dan 18 jaar;
- d. het melden en onderzoeken van ongevallen aan boord van vissersvaartuigen die onder zijn vlag varen; en
- e. het opzetten van gezamenlijke comités inzake arbeidsomstandigheden, of na overleg, van andere geschikte gremia.
Artikel 32
De vereisten van dit artikel zijn van toepassing op vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer die gewoonlijk langer dan drie dagen op zee blijven en na overleg op andere vaartuigen, rekening houdend met het aantal vissers aan boord, het vaargebied en de duur van de reis.
De bevoegde autoriteit:
- a. vereist na overleg dat de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten en de praktijk, boordprocedures vaststelt voor de preventie van arbeidsongevallen, werkgerelateerd letsel en beroepsziekten, rekening houdend met de specifieke gevaren en risico’s op het desbetreffende vissersvaartuig; en
- b. vereist dat scheepsbeheerders van vissersvaartuigen, schippers, vissers en andere belanghebbenden voldoende en passende begeleiding, trainingsmateriaal of andere relevante informatie ontvangen ten behoeve van het beoordelen en beheersen van risico’s voor de veiligheid en gezondheid aan boord van vissersvaartuigen.
Scheepsbeheerders van vissersvaartuigen:
- a. waarborgen dat elke visser aan boord geschikte persoonlijke beschermende kleding en uitrusting ontvangt;
- b. waarborgen dat elke visser aan boord een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde basisveiligheidstraining heeft gevolgd; de bevoegde autoriteit kan schriftelijk vrijstelling van dit vereiste verlenen aan vissers die hebben aangetoond over gelijkwaardige kennis en ervaring te beschikken; en
- c. waarborgen dat vissers voldoende en redelijk bekend zijn gemaakt met de uitrusting en de bediening ervan, met inbegrip van de relevante veiligheidsmaatregelen voordat zij de uitrusting gaan gebruiken of deelnemen aan de desbetreffende activiteiten.
Artikel 33
De risico’s in verband met de visserij moeten worden beoordeeld, afhankelijk van het geval, met medewerking van de vissers of hun vertegenwoordigers.
Artikel 34. Sociale zekerheid
Elk Lid waarborgt dat vissers die gewoonlijk op zijn grondgebied wonen en, voor zover voorzien in zijn nationale wetgeving, hun gezinsleden recht hebben op socialezekerheidsbescherming onder voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan de voorwaarden die van toepassing zijn op andere werkenden, met inbegrip van werknemers en zelfstandigen die gewoonlijk wonen op zijn grondgebied.
Artikel 35
Elk Lid verplicht zich overeenkomstig zijn nationale omstandigheden maatregelen te nemen om geleidelijk volledige socialezekerheidsbescherming te bewerkstelligen voor alle vissers die gewoonlijk wonen op zijn grondgebied.
Artikel 36
De Leden werken door middel van bilaterale of multilaterale overeenkomsten of andere regelingen in overeenstemming met hun nationale wet- en regelgeving of praktijk samen:
- a. om geleidelijk volledige socialezekerheidsbescherming voor vissers te bewerkstelligen, daarbij rekening houdend met het beginsel van gelijke behandeling ongeacht nationaliteit; en
- b. om de instandhouding van socialezekerheidsrechten te waarborgen die door alle vissers zijn of worden verworven, ongeacht hun woonplaats.
Artikel 37
Onverminderd de toewijzing van verantwoordelijkheden in de artikelen 34, 35 en 36, mogen Leden, door middel van bilaterale en multilaterale overeenkomsten en door middel van bepalingen, aangenomen in het kader van regionale organisaties voor economische integratie, andere regels aannemen inzake de socialezekerheidswetgeving die op vissers van toepassing is.
Artikel 38. Bescherming in geval van werkgerelateerd(e) ziekte, letsel of overlijden
Elk Lid treft in overeenstemming met zijn nationale wet- en regelgeving of praktijk maatregelen voor dekking van vissers in geval van werkgerelateerd(e) ziekte, letsel of overlijden.
Bij letsel ten gevolge van een arbeidsongeval of beroepsziekte dient de visser toegang te hebben tot:
- a. geschikte medische zorg; en
- b. de bijbehorende schadeloosstelling in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving.
Rekening houdend met de kenmerken van de visserij kan de bescherming bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden gewaarborgd door middel van:
- a. een systeem voor de aansprakelijkheid van scheepsbeheerders van vissersvaartuigen; of
- b. verplichte verzekering, regelingen voor schadeloosstelling van werknemers of andere regelingen.
Artikel 39
Bij het ontbreken van nationale regelingen voor vissers neemt elk Lid wet- en regelgeving aan of andere maatregelen ter waarborging van de verantwoordelijkheid van scheepsbeheerders van vissersvaartuigen om te voorzien in de bescherming van de gezondheid van en de medische zorg aan vissers op vissersvaartuigen die onder zijn vlag varen terwijl zij op grond van een overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers werkzaam zijn aan boord van een vaartuig op zee of in een buitenlandse haven. Met deze wet- en regelgeving of andere maatregelen wordt gewaarborgd dat scheepsbeheerders van vissersvaartuigen de kosten van medische zorg, met inbegrip van de bijbehorende materiële hulp en ondersteuning, moeten dragen gedurende de medische behandeling in het buitenland tot de visser is gerepatrieerd.
Nationale wet- of regelgeving kan toestaan dat de aansprakelijkheid van de scheepsbeheerder van een vissersvaartuig wordt uitgesloten indien het letsel is ontstaan anders dan tijdens het werkverband met het vaartuig of indien de ziekte of aandoening door de visser verzwegen werd bij het aangaan van de overeenkomst tot het verrichten van werk of het letsel of de ziekte te wijten is aan opzettelijk wangedrag van de visser.
DEEL VII. NALEVING EN HANDHAVING
Artikel 40
Elk Lid oefent daadwerkelijk zijn rechtsmacht en toezicht uit ten aanzien van vaartuigen die onder zijn vlag varen door instelling van een systeem ter waarborging van de naleving van de vereisten van dit Verdrag, met inbegrip van, afhankelijk van het geval, inspecties, verslaglegging, toezicht houden, klachtenprocedures, passende sancties en corrigerende maatregelen in overeenstemming met zijn nationale wet- of regelgeving.
Artikel 41
De Leden moeten verlangen dat vissersvaartuigen die langer dan drie dagen op zee blijven en die:
- a. een lengte hebben van 24 meter of meer; of
- b. normaliter meer dan 200 zeemijlen uit de kustlijn van de vlaggenstaat of buiten de buitengrens van zijn continentaal plat varen, naargelang welke afstand van de kustlijn het grootst is;
een geldig document aan boord hebben afgegeven door de bevoegde autoriteit waarin verklaard wordt dat het vaartuig door of namens de bevoegde autoriteit is geïnspecteerd ten behoeve van de naleving van de bepalingen van dit Verdrag inzake leef- en werkomstandigheden.
De geldigheidsduur van een dergelijk document kan samenvallen met de geldigheid van een nationaal of een internationaal veiligheidscertificaat voor vissersvaartuigen, maar de geldigheidsduur mag in geen geval langer zijn dan vijf jaar.
Artikel 42
De bevoegde autoriteit moet een toereikend aantal gekwalificeerde inspecteurs aanwijzen ter nakoming van haar verantwoordelijkheden uit hoofde van artikel 41.
Bij het opzetten van een effectief inspectiesysteem voor leef- en werkomstandigheden aan boord van vissersvaartuigen kan een Lid, indien van toepassing, openbare instellingen of andere door hem als bevoegd en onafhankelijk erkende organisaties machtigen inspecties uit te voeren en documenten af te geven. In alle gevallen blijft het Lid volledig verantwoordelijk voor de inspectie en afgifte van de desbetreffende documenten inzake de leef- en werkomstandigheden van de vissers op vissersvaartuigen die onder zijn vlag varen.
Artikel 43
Een Lid dat een klacht ontvangt of het bewijs verkrijgt dat een vissersvaartuig dat onder zijn vlag vaart niet voldoet aan de vereisten van dit Verdrag neemt de noodzakelijke maatregelen om de zaak te onderzoeken en ervoor zorg te dragen dat maatregelen worden genomen om de eventueel geconstateerde tekortkomingen weg te nemen.
Indien een vissersvaartuig tijdens zijn normale gang van zaken of om operationele redenen een haven van een Lid aandoet en dat Lid een klacht ontvangt of bewijs verkrijgt dat dit vaartuig niet voldoet aan de vereisten van dit Verdrag, kan het een rapport gericht aan de regering van de vlaggenstaat van het vaartuig opstellen met een afschrift aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en de noodzakelijke maatregelen nemen om alle omstandigheden aan boord die kennelijk gevaarlijk zijn voor de veiligheid of gezondheid te verbeteren.
Bij het nemen van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde maatregelen, stelt het Lid de dichtstbijzijnde vertegenwoordiger van de vlaggenstaat onverwijld in kennis en verlangt dat deze vertegenwoordiger, indien mogelijk, aanwezig is. Het Lid mag het vaartuig niet onredelijk aanhouden of vertragen.
Voor de toepassing van dit artikel kan de klacht worden ingediend door een visser, een vereniging van beroepsbeoefenaren, een vereniging, een vakbond of, in het algemeen, eenieder die belang heeft bij de veiligheid van het vaartuig, mede waar het gevaren voor de veiligheid of gezondheid van de vissers aan boord betreft.
Dit artikel is niet van toepassing op klachten die een Lid kennelijk ongegrond acht.
Artikel 44
Elk Lid past dit Verdrag op zodanige wijze toe dat gewaarborgd wordt dat de vissersvaartuigen die onder de vlag varen van een Staat die dit Verdrag niet heeft bekrachtigd geen gunstiger behandeling ontvangen dan de vissersvaartuigen die onder de vlag varen van een Lid dat het wel heeft bekrachtigd.
DEEL VIII. WIJZIGING VAN DE BIJLAGEN I, II EN III
Artikel 45
De Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie kan de Bijlagen I, II en III in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van dit Verdrag wijzigen. De Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau kan een punt op de agenda van de Conferentie zetten betreffende voorstellen voor wijzigingen die door een tripartiete vergadering van deskundigen zijn vastgesteld. Voor de beslissing de voorstellen aan te nemen is een meerderheid vereist van twee derde van de stemmen die door de bij de Conferentie aanwezige afgevaardigden zijn uitgebracht, met inbegrip van ten minste de helft van de Leden die dit Verdrag hebben bekrachtigd.
Een in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel aangenomen wijziging treedt in werking zes maanden na de datum van de aanneming ervan voor elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, tenzij dit Lid de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau er schriftelijk van in kennis heeft gesteld dat deze voor dat Lid niet in werking treedt of pas op een latere datum na schriftelijke kennisgeving.
DEEL IX. SLOTBEPALINGEN
Artikel 46
Dit Verdrag herziet het Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot de tewerkstelling als visser, 1959 (nr. 112), het Verdrag betreffende het geneeskundig onderzoek van vissers, 1959 (nr. 113), het Verdrag betreffende de arbeidsovereenkomst van vissers, 1959 (nr. 114) en het Verdrag betreffende de accommodatie aan boord van vissersschepen, 1966 (nr. 126).
Artikel 47
De formele bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau ten behoeve van registratie.
Artikel 48
Dit Verdrag is slechts verbindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau hebben doen registreren.
Het treedt in werking 12 maanden na de datum waarop de bekrachtigingen van tien Leden, waarvan er acht kuststaten zijn, door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
Vervolgens treedt dit Verdrag voor elk Lid in werking 12 maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
Artikel 49
Een Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaar na de datum waarop het Verdrag voor het eerst in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar na de datum waarop zij is geregistreerd.
Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na afloop van de termijn van tien jaar bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaar gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen binnen het eerste jaar van elke nieuwe termijn van tien jaar op de voorwaarden voorzien in dit artikel.
Artikel 50
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen, verklaringen en opzeggingen die hem door de Leden van de Organisatie zijn medegedeeld.
Bij kennisgeving aan de Leden van de Organisatie van de registratie van de laatste bekrachtiging die vereist is om het Verdrag in werking te doen treden, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop het Verdrag in werking zal treden.
Artikel 51
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling, ter registratie in overeenstemming met artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties, van alle bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen, verklaringen en opzeggingen die door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
Artikel 52
De Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau brengt, telkens wanneer hij dit noodzakelijk acht, aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda van de Conferentie te plaatsen, tevens rekening houdend met de bepalingen van artikel 45.
Artikel 53
Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende herziening van dit Verdrag, zal, tenzij het nieuwe verdrag anders bepaalt:
- a. bekrachtiging door een Lid van het nieuwe verdrag, houdende herziening, van rechtswege onmiddellijke opzegging van dit Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 49 hierboven, onder voorbehoud evenwel dat het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
- b. met ingang van de datum waarop het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking treedt, dit Verdrag niet langer openstaat voor bekrachtiging door de Leden.
Dit Verdrag blijft in elk geval naar huidige vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet hebben bekrachtigd.
Artikel 54
De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.
The foregoing is the authentic text of the Convention duly adopted by the General Conference of the International Labour Organization during its Ninety-sixth Session which was held at Geneva and declared closed the fifteenth day of June 2007.
IN FAITH WHEREOF we have appended our signatures this fifteenth day of June 2007.
The President of the Conference,
KASTRIOT SULKA
The Director-General of the International Labour Office,
JUAN SOMAVIA
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)