Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
De opzegging wordt van kracht één jaar nadat daarvan kennis is gegeven aan de Zwitserse Bondsraad. Echter zal een opzegging waarvan kennis is gegeven terwijl de opzeggende Mogendheid in een conflict is betrokken, in geen enkel opzicht gevolg hebben, zolang de vrede niet is gesloten en in ieder geval niet zolang de werkzaamheden voor de invrijheidstelling en repatriëring van de door dit Verdrag beschermde personen niet zijn beëindigd.
De opzegging zal slechts gelden ten aanzien van de opzeggende Mogendheid. Zij zal geen enkele invloed hebben op de verplichtingen welke de Partijen bij het conflict gehouden zijn te blijven vervullen krachtens de beginselen van het volkenrecht, zoals deze voortvloeien uit de tussen beschaafde volken gevestigde gebruiken, de wetten der menselijkheid en de eisen van het openbaar rechtsbewustzijn.
Artikel 159
De Zwitserse Bondsraad zal dit Verdrag doen registreren bij het Secretariaat van de Verenigde Naties. De Zwitserse Bondsraad zal eveneens aan het Secretariaat van de Verenigde Naties mededeling doen van alle bekrachtigingen, toetredingen en opzeggingen welke de Bondsraad ontvangt in verband met dit Verdrag.
Artikel 1
De hospitalisatie- en veiligheidsgebieden zullen uitsluitend bestemd zijn voor personen, genoemd in artikel 23 van het Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken, zich bevindende bij de strijdkrachten te velde, van 12 Augustus 1949, en in artikel 14 van het Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, van 12 Augustus 1949, alsmede voor het personeel, belast met de organisatie en het beheer van deze gebieden en plaatsen en met de verzorging van de daarin bijeengebrachte personen.
Echter hebben de personen die hun vaste woonplaats in deze gebieden hebben, het recht daar te blijven.
Artikel 2
Personen die zich, in welke hoedanigheid ook, in een hospitalisatie- en veiligheidsgebied bevinden, mogen noch binnen noch buiten dit gebied enige werkzaamheid verrichten, welke rechtstreeks verband houdt met de krijgsverrichtingen of met de vervaardiging van oorlogsmaterieel.
Artikel 3
De Mogendheid die een hospitalisatie- en veiligheidsgebied instelt, zal alle nodige maatregelen nemen om de toegang te ontzeggen aan alle personen die niet gerechtigd zijn het te betreden of zich aldaar te bevinden.
Artikel 4
Hospitalisatie- en veiligheidsgebieden moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:
- a. zij mogen slechts een klein gedeelte omvatten van het grondgebied dat onder het gezag staat van de Mogendheid die deze gebieden heeft ingesteld;
- b. zij moeten, in verhouding tot hun opnemingsmogelijkheden, dun bevolkt zijn;
- c. zij mogen geen enkel militair doel noch enige belangrijke industriële of administratieve instelling bevatten, noch in de nabijheid daarvan zijn gelegen;
- d. zij mogen niet gelegen zijn in streken welke, naar alle waarschijnlijkheid, van belang kunnen worden voor de oorlogvoering.
Artikel 5
Voor hospitalisatie- en veiligheidsgebieden gelden de volgende verplichtingen:
- a. de aan- en afvoerwegen en de vervoermiddelen welke zij bevatten, mogen niet worden gebruikt voor de verplaatsing van militair personeel of materieel, zelfs niet voor doorvoer;
- b. zij mogen onder geen omstandigheid militair worden verdedigd.
Artikel 6
Hospitalisatie- en veiligheidsgebieden zullen worden aangeduid door langs de omtrek en op de gebouwen aangebrachte rode kruizen (rode halve manen, rode leeuwen en zonnen) op wit veld.
De uitsluitend voor de gewonden en zieken bestemde gebieden kunnen worden aangeduid door rode kruizen (rode halve manen, rode leeuwen en zonnen) op wit veld.
Des nachts kunnen zij eveneens door een passende verlichting worden aangeduid.
Artikel 7
Iedere Mogendheid zal in tijd van vrede of bij het uitbreken der vijandelijkheden aan alle Hoge Verdragsluitende Partijen een lijst van de hospitalisatie- en veiligheidsgebieden, ingesteld op het onder haar gezag staand grondgebied, doen toekomen. Zij zal eveneens kennis geven van ieder nieuw gebied dat gedurende de vijandelijkheden wordt ingesteld.
Zodra de tegenpartij de hierboven vermelde kennisgeving heeft ontvangen, is het gebied volgens de regels ingesteld.
Indien evenwel de tegenpartij van oordeel is, dat aan één van de voorwaarden van deze overeenkomst niet is voldaan, kan zij weigeren dit gebied te erkennen door zulks onmiddellijk te berichten aan de Partij die verantwoordelijk is voor het bedoelde gebied, dan wel haar erkenning afhankelijk maken van de instelling van het toezicht, bedoeld in artikel 8.
Artikel 8
Iedere Mogendheid die één of meer door de tegenpartij ingestelde hospitalisatie- en veiligheidsgebieden heeft erkend, heeft het recht te eisen, dat één of meer bijzondere commissies toezien of de gebieden aan de in deze overeenkomst voorgeschreven voorwaarden en verplichtingen voldoen.
Te dien einde hebben de leden van de bijzondere commissies te allen tijde vrije toegang tot de verschillende gebieden en kunnen daar zelfs permanent verblijf houden. Ten behoeve van de uitoefening van hun toezicht zullen hun alle faciliteiten worden verleend.
Artikel 9
Ingeval de bijzondere commissies feiten zouden vaststellen welke hun in strijd met de bepalingen van deze overeenkomst voorkomen, zullen zij onmiddellijk de aandacht van de Mogendheid die het betreffende gebied beheert, daarop vestigen en haar een termijn van ten hoogste vijf dagen toestaan om in de aangelegenheid te voorzien; zij zullen de Mogendheid die het gebied heeft erkend, daarmede in kennis stellen.
Indien, na verloop van deze termijn, de Mogendheid die het gebied onder haar gezag heeft, geen gevolg heeft gegeven aan de tot haar gerichte waarschuwing, kan de tegenpartij verklaren, dat zij, wat betreft dit gebied, niet langer door deze overeenkomst is gebonden.
Artikel 10
De Mogendheid die één of meer hospitalisatie- en veiligheidsgebieden heeft ingesteld, en de tegenpartijen die met het bestaan daarvan in kennis zijn gesteld, zullen de personen benoemen, die deel zullen uitmaken van de in de artikelen 8 en 9 bedoelde bijzondere commissies, of hen door onzijdige Mogendheden doen benoemen.
Artikel 11
Hospitalisatie- en veiligheidsgebieden mogen onder geen omstandigheid worden aangevallen, maar moeten te allen tijde door de Partijen bij het conflict worden beschermd en ontzien.
Artikel 12
In geval van bezetting van een grondgebied, moet men de zich daarin bevindende hospitalisatie- en veiligheidsgebieden blijven ontzien; deze moeten als zodanig in gebruik blijven.
De bezettende Mogendheid mag evenwel de bestemming daarvan wijzigen, mits alle maatregelen zijn genomen om de veiligheid van de daarin bijeengebrachte personen te verzekeren.
Artikel 13
Deze overeenkomst is eveneens van toepassing op plaatsen welke de Mogendheden voor dezelfde doeleinden als hospitalisatie- en veiligheidsgebieden zouden gebruiken.
Artikel 1
De Comité's van geïnterneerden zijn gerechtigd de collectieve zendingen tot hulpverlening, waarvoor zij verantwoordelijk zijn, te verdelen onder alle geïnterneerden die administratief bij hun interneringsoord zijn ingedeeld, met inbegrip van hen die zich in ziekeninrichtingen, of in gevangenissen of andere strafinrichtingen bevinden.
Artikel 2
De verdeling van collectieve zendingen tot hulpverlening zal geschieden overeenkomstig de instructies van de schenkers en het door de Comité's van geïnterneerden opgesteld schema; de verdeling van zendingen van geneeskundige voorraden zal echter bij voorkeur plaats vinden in overleg met de met de leiding belaste geneesheren; deze mogen in ziekeninrichtingen en -verblijven van voornoemde instructies afwijken voor zover de behoeften van hun patiënten zulks vereisen. Binnen de aldus bepaalde grenzen moet deze verdeling altijd billijk worden uitgevoerd.
Artikel 3
Ten einde de hoedanigheid en hoeveelheid van de ontvangen goederen te kunnen onderzoeken en dienaangaande in bijzonderheden te kunnen rapporteren aan de schenkers, zijn de leden der Comité's van geïnterneerden gerechtigd zich te begeven naar de spoorwegstations en andere in de nabijheid van hun interneringsoord gelegen aankomstplaatsen van zendingen tot hulpverlening.
Artikel 4
De Comité's van geïnterneerden zullen de nodige faciliteiten ontvangen om te onderzoeken of de verdeling van collectieve zendingen in alle onderafdelingen en dependances van hun interneringsoord overeenkomstig hun instructies is uitgevoerd.
Artikel 5
De Comité's van geïnterneerden zijn gerechtigd formulieren of vragenlijsten, bestemd voor de schenkers en betrekking hebbend op collectieve zendingen (verdeling, behoeften, hoeveelheden, enz.), in te vullen, alsmede te doen invullen door de leden der Comité's van geïnterneerden in werkgroepen of door de niet de leiding van ziekenverblijven en -inrichtingen belaste geneesheren. Deze formulieren en vragenlijsten zullen na invulling onverwijld aan de schenkers worden gezonden.
Artikel 6
Ten einde een geregelde uitdeling van collectieve zendingen aan de geïnterneerden van hun interneringsoord te verzekeren en eventueel te voorzien in de behoeften welke door de aankomst van nieuwe groepen geïnterneerden mochten ontstaan, zijn de Comité's van geïnterneerden gerechtigd passende voorraden van collectieve zendingen aan te leggen en in stand te houden. Te dien einde zullen zij de beschikking hebben over geschikte opslagplaatsen; iedere opslagplaats zal voorzien zijn van twee sloten; het Comité van geïnterneerden zal in het bezit zijn van de sleutels van het ene slot en de commandant van het interneringsoord van die van het andere.
Artikel 7
De Hoge Verdragsluitende Partijen, en de gevangenhoudende Mogendheden in het bijzonder, zullen, voor zover mogelijk en met inachtneming van de voorschriften betreffende de voedselvoorziening van de bevolking, alle aankopen toestaan, welke op haar grondgebied mochten worden gedaan ten einde collectieve zendingen aan de geïnterneerden te doen toekomen; zij zullen op overeenkomstige wijze de overmaking van gelden en het nemen van andere financiële, technische of administratieve maatregelen met het oog op deze aankopen vergemakkelijken.
Artikel 8
De voorgaande bepalingen maken geen inbreuk op het recht van geïnterneerden om collectieve zendingen te ontvangen vóór hun aankomst in een interneringsoord of gedurende overbrenging, noch op de mogelijkheid voor vertegenwoordigers van de beschermende Mogendheid, het Internationale Comité van het Rode Kruis of enige andere organisatie tot hulpverlening aan geïnterneerden, die belast mocht zijn met het verzenden van deze zendingen, om de uitdeling daarvan aan de geadresseerden te verzekeren met alle andere middelen welke zij geschikt mochten achten.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, having deposited their respective full powers, have signed the present Convention.
DONE at Geneva this twelfth day of August, 1949, in the English and French languages. The original shall be deposited in the Archives of the Swiss Confederation. The Swiss Federal Council shall transmit certified copies thereof to each of the signatory and acceding States.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)