Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië, Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, ter ondertekening opengesteld te Chicago op 7 december 1944;
geleid door de wens een nieuwe en herziene Overeenkomst te sluiten, met het doel luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden in te stellen, zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Tenzij de context anders vereist, hebben de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis:
- a. onder „het Verdrag” wordt verstaan het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, ter ondertekening opengesteld te Chicago op 7 december 1944; deze term omvat mede alle Bijlagen aangenomen krachtens artikel 90 van het Verdrag en alle wijzigingen van de Bijlagen of van het Verdrag krachtens de artikelen 90 en 94 daarvan, voor zover die Bijlagen en wijzigingen van kracht zijn geworden voor, of zijn bekrachtigd door beide Overeenkomstsluitende Partijen;
- b. onder „luchtvaartautoriteiten” wordt verstaan: wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de minister van Verkeer en Waterstaat; wat de Republiek Indonesië betreft, de minister van Verbindingen; of, in beide gevallen, elke persoon of instelling die bevoegd is om functies te vervullen die thans door de genoemde minister worden uitgeoefend;
- c. onder „aangewezen luchtvaartmaatschappij” wordt verstaan een luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en gemachtigd in overeenstemming met artikel 3 van deze Overeenkomst;
- d. onder „grondgebied” wordt met betrekking tot een Overeenkomstsluitende Partij verstaan de landgebieden en de territoriale wateren onder de soevereiniteit van die Overeenkomstsluitende Partij als omschreven in haar wetgeving en in overeenstemming met het internationale recht; de uitoefening van de soevereiniteit door de Republiek Indonesië strekt zich uit tot het luchtruim boven haar archipelzee, met inachtneming van de bepalingen van Deel IV van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982;
- e. de termen „luchtdienst”, „internationale luchtdienst”, „luchtvaartmaatschappij” en „landing, anders dan voor verkeersdoeleinden” hebben onderscheidenlijk de betekenis die daaraan is toegekend in artikel 96 van het Verdrag;
- f. onder „overeengekomen dienst” en „omschreven route” wordt onderscheidenlijk verstaan een internationale luchtdienst overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst en de route omschreven in het desbetreffende gedeelte van de Bijlage bij deze Overeenkomst, dan wel enige andere route die uitdrukkelijk tussen de Overeenkomstsluitende Partijen is overeengekomen;
- g. onder „boordproviand” wordt verstaan consumptiegoederen bestemd voor gebruik of verkoop aan boord van een luchtvaartuig tijdens de vlucht, met inbegrip van verstrekte etenswaren en dranken;
- h. onder „Overeenkomst” wordt verstaan deze Overeenkomst, de ter toepassing daarvan opgestelde Bijlage en alle wijzigingen op de Overeenkomst of de Bijlage;
- i. onder „tarief wordt verstaan elk bedrag in rekening gebracht of in rekening te brengen door de luchtvaartmaatschappijen, rechtstreeks of via hun agenten, aan alle natuurlijke personen of rechtspersonen voor het vervoer door de lucht van passagiers (en hun bagage) en vracht (post uitgezonderd), daarbij inbegrepen:
- I. de voorwaarden betreffende het beschikbaar zijn en het van toepassing zijn van een tarief, en
- II. de heffingen en voorwaarden voor alle bij zulk vervoer bijkomende diensten die door of namens de luchtvaartmaatschappijen worden aangeboden.
Artikel 2. Verlening van rechten
Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij in de Bijlage anders is bepaald, de volgende rechten voor het verrichten van internationaal luchtvervoer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij:
- a. het recht om zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;
- b. het recht om landingen, anders dan voor verkeersdoeleinden, op haar grondgebied te maken; en
- c. tijdens de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route, het recht om op haar grondgebied te landen voor het opnemen en afzetten van internationaal verkeer van passagiers, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd.
Geen van de bepalingen van het eerste lid wordt geacht een luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij het recht te verlenen deel te nemen aan het luchtvervoer tussen punten op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 3. Aanwijzing en machtiging
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht schriftelijk aan de andere Overeenkomstsluitende Partij een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen ten behoeve van de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.
Na ontvangst van deze aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, behoudens de bepalingen van het vierde en het vijfde lid van dit artikel, de aangewezen luchtvaartmaatschappij onverwijld de nodige exploitatievergunningen.
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij in te trekken en een andere aan te wijzen.
Van een door één van beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij kan worden verlangd dat zij ten genoegen van de andere Overeenkomstsluitende Partij aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden, gesteld in de wetten en voorschriften die door deze Overeenkomstsluitende Partij gewoonlijk en redelijkerwijze worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag.
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de verlening van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning te weigeren of de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst bedoelde rechten door een luchtvaartmaatschappij, in alle gevallen waarin niet tot haar genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijk toezicht op, die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en/of bij haar onderdanen.
Na ontvangst van de exploitatievergunning bedoeld in het tweede lid van dit artikel kan de aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk tijdstip de overeengekomen diensten beginnen te exploiteren, geheel of ten dele, mits zij voldoet aan de bepalingen van deze Overeenkomst en er tarieven voor die diensten zijn vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van artikel 5 van deze Overeenkomst.
Artikel 4. Intrekking of opschorting van de vergunning
De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij hebben het recht de in artikel 3 bedoelde vergunningen niet te verlenen aan een luchtvaartmaatschappij aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij, deze vergunningen in te trekken of op te schorten of daaraan voorwaarden te verbinden:
- a. indien een zodanige luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij aan te tonen dat zij voldoet aan de door die autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijze in overeenstemming met het Verdrag toegepaste wetten en voorschriften;
- b. indien een zodanige luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de gewoonlijk en redelijkerwijze in overeenstemming met het Verdrag toegepaste wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij na te leven;
- c. indien niet te hunnen genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op de luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst en/of bij haar onderdanen; en
- d. ingeval de luchtvaartmaatschappij anderszins in gebreke blijft de exploitatie uit te oefenen in overeenstemming met de ingevolge deze Overeenkomst voorgeschreven voorwaarden.
Tenzij onmiddellijk optreden noodzakelijk is ten einde verdere inbreuk op bovengenoemde wetten en voorschriften te voorkomen, worden de in het eerste lid van dit artikel genoemde rechten slechts uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Tenzij door de Overeenkomstsluitende Partijen anders is overeengekomen, vangt dit overleg aan binnen een tijdvak van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek.
Artikel 5. Tarieven
De tarieven voor de overeengekomen diensten die worden geëxploiteerd door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van elke Overeenkomstsluitende Partij worden door elke aangewezen luchtvaartmaatschappij op basis van commerciële marktoverwegingen individueel vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle relevante factoren, met inbegrip van de exploitatiekosten en een redelijke winst.
De op grond van het eerste lid vastgestelde tarieven worden door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de ene Overeenkomstsluitende Partij ter kennis gebracht van de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Niettegenstaande het voorgaande heeft elke Overeenkomstsluitende Partij het recht in te grijpen teneinde:
- a. tarieven te voorkomen waarvan de toepassing concurrentiebeperkend gedrag vormt dat een concurrent ontwricht of buiten een route houdt, of dit hoogstwaarschijnlijk tot gevolg heeft of ten doel heeft;
- b. consumenten te beschermen tegen tarieven die onredelijk hoog of restrictief zijn als gevolg van misbruik van een dominante positie; en
- c. luchtvaartmaatschappijen te beschermen tegen afbraaktarieven of tarieven die kunstmatig laag zijn.
De luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij kunnen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij verlangen dat zij relevante informatie verstrekt of verstrekken met betrekking tot de vaststelling van de tarieven.
Indien deze verzoekende Overeenkomstsluitende Partij van mening is dat het tarief dat door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij ter kennis is gebracht strijdig is met de overwegingen vervat in het derde lid of met de gepubliceerde overwegingen ten aanzien van de tariefstelling van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, stelt zij de andere Overeenkomstsluitende Partij zo spoedig mogelijk in kennis van de redenen van haar ongenoegen en verzoekt zij om overleg dat plaatsvindt uiterlijk dertig (30) kalenderdagen na de ontvangst van het verzoek.
Indien de Overeenkomstsluitende Partijen niet door middel van overleg tot een oplossing kunnen komen, wordt de kwestie beslecht in overeenstemming met de bepalingen van artikel 17 van de Overeenkomst
In afwachting van de oplossing van de kwestie in overeenstemming met het vijfde en zesde lid, wordt het betreffende tarief opgeschort en blijft het huidige tarief gehandhaafd.
Artikel 6. Commerciële activiteiten
De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij kantoren vestigen voor de bevordering van het luchtvervoer en de verkoop van vliegbiljetten, alsmede andere voorzieningen tot stand brengen die nodig zijn voor het verzorgen van luchtvervoer.
Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij toegestaan het voor het verzorgen van luchtvervoer benodigde leidinggevend, commercieel, bedrijfseconomisch en technisch personeel te zenden naar en te doen verblijven op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
In deze behoefte aan personeel kan naar goeddunken van de aangewezen luchtvaartmaatschappij worden voorzien door haar eigen personeel, dan wel door gebruikmaking van de diensten van een andere organisatie, onderneming of luchtvaartmaatschappij die op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij haar bedrijf uitoefent en gemachtigd is deze diensten op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij te verrichten.
Beide Overeenkomstsluitende Partijen doen afstand van het vereiste van werkvergunningen of bezoekersvisa of andere soortgelijke documenten voor personeel dat bepaalde tijdelijke diensten en werkzaamheden verricht, behalve in bijzondere door de desbetreffende nationale autoriteiten te bepalen omstandigheden. Indien deze vergunningen, visa of documenten vereist zijn, dienen deze onmiddellijk te worden afgegeven, zodat de binnenkomst van het betrokken personeel op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij geen vertraging ondervindt.
Bovengenoemde activiteiten worden verricht in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 7. Billijke concurrentie
De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen worden op billijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan het internationale luchtvervoer waarop deze Overeenkomst betrekking heeft.
Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt alle passende maatregelen binnen haar rechtsmacht om alle vormen van discriminatie of onbillijke concurrentiemethoden weg te nemen die de concurrentiepositie van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij nadelig beïnvloeden.
Een beperking of beknotting van het verkeersvolume, de frequentie of de regelmaat van de dienst, dan wel het/de type(n) luchtvaartuig(en) dat/die de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij exploiteert, mag slechts worden opgelegd door de andere Overeenkomstsluitende Partij indien noodzakelijk op grond van overwegingen van technische aard, dan wel overwegingen de douanevoorschriften, de exploitatie of het milieu betreffende, een en ander op non-discriminatoire wijze onder eenvormige voorwaarden overeenkomstig het Verdrag.
Artikel 8. Capaciteitsbepalingen
Een vergroting van de door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van één van de Overeenkomstsluitende Partij geboden capaciteit, dan wel een verhoging van de frequentie van de door haar geëxploiteerde diensten, tot boven de capaciteit of de frequentie waartoe zij reeds gerechtigd is, wordt tussen de luchtvaartautoriteiten overeengekomen op basis van, onder andere, de geschatte behoeften aan vervoer tussen de grondgebieden van de twee Partijen en alle andere onderling overeen te komen en vast te stellen vervoer. Zolang niets ter zake is overeengekomen, gelden de reeds van kracht zijnde rechten betreffende capaciteit en frequentie.
Artikel 9. Dienstregeling
De door elke Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij legt 30 dagen van tevoren de dienstregeling van haar voorgenomen diensten ter goedkeuring voor aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, en vermeldt daarbij de frequentie, het type luchtvaartuig, de klasse-indeling en het aantal voor het publiek beschikbare zitplaatsen.
Artikel 10. Douanerechten en andere heffingen
Luchtvaartuigen die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen worden geëxploiteerd op internationale luchtdiensten alsmede hun normale uitrustingsstukken, reserve-onderdelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen, en proviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) aan boord, alsmede het reclame- en promotiemateriaal aan boord van die vliegtuigen, zijn, bij aankomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en soortgelijke nationale of plaatselijke heffingen en belastingen, mits die uitrustingsstukken en voorraden aan boord van het luchtvaartuig blijven tot het tijdstip waarop zij weder worden uitgevoerd.
Met betrekking tot normale uitrustingsstukken, reserve-onderdelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen en proviand, ingevoerd op het grondgebied van de ene Overeenkomstsluitende Partij door of namens een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij of aan boord genomen van de door deze aangewezen luchtvaartmaatschappij geëxploiteerde luchtvaartuigen en uitsluitend bestemd voor gebruik aan boord van luchtvaartuigen tijdens de exploitatie van internationale diensten, behoeven geen heffingen en belasting, met inbegrip van douanerechten en inspectiekosten, en soortgelijke nationale of plaatselijke heffingen en belastingen, verschuldigd op het grondgebied van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, te worden opgelegd, zelfs niet indien deze voorraden zullen worden gebruikt op de gedeelten van de vlucht die worden afgelegd boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar zij aan boord zijn genomen. Ten aanzien van bovengenoemde goederen kan worden verlangd dat deze onder toezicht en beheer van de douane blijven.
Normale boorduitrustingsstukken, reserve-onderdelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen en proviand aan boord van luchtvaartuigen van een Overeenkomstsluitende Partij kunnen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van die Partij, die kunnen verlangen dat deze goederen onder hun toezicht worden geplaatst, totdat deze weder worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.
Bagage en vracht die op doorreis zijn via het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij, die de daarvoor bestemde zone van de luchthaven niet verlaten, zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.
Artikel 11. Financiële bepalingen
Het staat de luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partij vrij luchtvervoersdiensten te verkopen op de grondgebieden van beide Overeenkomstsluitende Partijen, hetzij rechtstreeks, hetzij via een agent, in elke munteenheid.
Het staat de luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen vrij het batig saldo van de ontvangsten en uitgaven op het grondgebied van verkoop over te maken van het grondgebied van verkoop naar hun eigen grondgebied. In deze netto overmaking zijn inbegrepen de baten uit verkopen, rechtstreeks of via agenten, van luchtvervoersdiensten en bijkomende of aanvullende diensten, alsmede de gebruikelijke handelsrente die over deze inkomsten wordt ontvangen terwijl deze in afwachting van de overmaking in deposito zijn gegeven.
De luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen verkrijgen binnen ten hoogste dertig (30) dagen na de aanvrage toestemming voor de overmaking, zulks in een vrij inwisselbare munteenheid, tegen de officiële koers voor de inwisseling van de de plaatselijke munteenheid, geldend op de datum van verkoop. Het staat de luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen vrij de feitelijke overmaking te verrichten zodra zij de toestemming verkrijgen.
Artikel 12. Toepassing van wetten, voorschriften en procedures
De wetten, voorschriften en procedures van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van in internationale luchtdiensten gebruikte luchtvaartuigen of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zodanige luchtvaartuigen dienen door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij te worden nageleefd vanaf de binnenkomst in, tot en met het vertrek uit, genoemd grondgebied.
De wetten, voorschriften en procedures van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende immigratie, paspoorten, of andere erkende reisdocumenten, binnenkomst, inklaring, douane en quarantaine dienen te worden nageleefd door of namens bemanningsleden, passagiers, vracht en post vervoerd door luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij vanaf de binnenkomst in, en tot en met het vertrek uit, het grondgebied van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij.
Passagiers, bagage en vracht die op doorreis zijn via het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij en die de daarvoor bestemde zone van de luchthaven niet verlaten, worden, behalve wat veiligheidsmaatregelen tegen geweld en luchtpiraterij betreft, slechts aan een vereenvoudigde controle onderworpen.
Artikel 13. Kosten, heffingen en begunstigingen
Kosten en heffingen die op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij met betrekking tot de vluchten van de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij in rekening worden gebracht voor het gebruik van luchthavens en andere luchtvaartvoorzieningen op het grondgebied van de eerstgenoemde Partij, mogen niet hoger zijn dan die welke in rekening worden gebracht met betrekking tot de vluchten van de luchtvaartmaatschappij van de eerstgenoemde Partij of van een andere luchtvaartmaatschappij die soortgelijke vluchten uitvoert.
Geen der Overeenkomstsluitende Partijen begunstigt een andere luchtvaartmaatschappij ten opzichte van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij bij de toepassing van haarvoorschriften inzake douane, immigratie, quarantaine en soortgelijke voorschriften, of bij het gebruik van luchthavens, luchtwegen, luchtverkeersdiensten en aanverwante voorzieningen waarover zij zeggenschap heeft.
Artikel 14. Erkenning van bewijzen en vergunningen
Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een van de Overeenkomstsluitende Partijen zijn afgegeven of geldig verklaard en die nog niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend voor de exploiatie van overeengekomen diensten op de omschreven routes, mits deze bewijzen of vergunningen werden afgegeven of geldig verklaard overeenkomstig de op grond van het Verdrag vastgestelde normen.
Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor om voor vluchten boven haar grondgebied de erkenning te weigeren van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die aan haar eigen onderdanen zijn verstrekt door de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 15. Beveiliging van de luchtvaart
Overeenkomstig hun rechten en verplichtingen ingevolge het internationale recht, bevestigen de Overeenkomstsluitende Partijen opnieuw dat hun verplichtingen jegens elkaar tot bescherming van de beveiliging van de burgerluchtvaart tegen daden van wederrechtelijke inmenging integraal onderdeel uitmaken van deze Overeenkomst. Zonder hun rechten en verplichtingen ingevolge het internationale recht in het algemeen te beperken, handelen de Overeenkomstsluitende Partijen in het bijzonder in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te ’s-Gravenhage op 16 december 1970, het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971, het Aanvullend Protocol daarbij tot bestrijding van wederrechtelijke daden van geweld op luchthavens voor de internationale burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 24 februari 1988 en elk ander verdrag inzake de beveiliging van de luchtvaart waarbij de Overeenkomstsluitende Partijen partij worden.
De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar op verzoek alle nodige bijstand ter voorkoming van handelingen van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen en andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van deze luchtvaartuigen, de passagiers en bemanning daarvan, luchthavens en luchtvaartvoorzieningen, alsmede elke andere bedreiging voor de beveiliging van de burgerluchtvaart.
De Overeenkomstsluitende Partijen handelen, in hun onderlinge betrekkingen, in overeenstemming met de normen voor de beveiliging van de luchtvaart en, voor zover deze door hen worden toegepast, de aanbevolen werkwijzen vastgesteld door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en aangeduid als Bijlagen bij het Verdrag; en verlangen dat de exploitanten van luchtvaartuigen die in hun land geregistreerd zijn, de exploitanten die op hun grondgebied hun voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening hebben of zijn gevestigd en de exploitanten van luchthavens op hun grondgebied handelen in overeenstemming met deze bepalingen inzake de beveiliging van de luchtvaart. De verwijzing in dit lid naar de normen voor de beveiliging van de luchtvaart heeft mede betrekking op afwijkingen waarvan de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij kennisgeving heeft gedaan.
Elke Overeenkomstsluitende Partij ziet erop toe dat op haar grondgebied effectieve maatregelen worden genomen ter bescherming van luchtvaartuigen, voor het controleren van passagiers en hun handbagage en dat er voorafgaand aan en tijdens het aan boord gaan of laden passende controles worden uitgevoerd op de bemanning, de lading (met inbegrip van ruimbagage) en de proviand aan boord en dat deze maatregelen bij toenemende dreiging worden aangepast. Elke Overeenkomstsluitende Partij stemt ermee in dat van haar aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen kan worden verlangd dat deze de in het derde lid bedoelde normen voor de beveiliging van de luchtvaart in acht neemt of nemen die door de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn voorgeschreven voor de binnenkomst op, het vertrek uit en het verblijf op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij. Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt tevens een verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij om binnen redelijke grenzen bijzondere veiligheidsmaatregelen te nemen om een specifieke dreiging het hoofd te bieden, welwillend in overweging.
Wanneer zich een voorval voordoet van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van een burgerluchtvaartuig of andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van dergelijke luchtvaartuigen, de passagiers en bemanning daarvan, luchthavens of luchtvaartvoorzieningen, of zich dreigt voor te doen, verlenen de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar bijstand door de communicatie en andere passende maatregelen te vergemakkelijken die bedoeld zijn om zo snel mogelijk en met zo min mogelijk risico voor mensenlevens aan een dergelijk voorval of de dreiging daarvan een einde te maken.
Wanneer een Overeenkomstsluitende Partij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de andere Overeenkomstsluitende Partij is afgeweken van de bepalingen in dit artikel, kan de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij verzoeken om onverwijld overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij. Dergelijk overleg vindt plaats binnen dertig (30) dagen na dat verzoek. Dit overleg dient gericht te zijn op het bereiken van overeenstemming over maatregelen die geschikt zijn voor het wegnemen van de meer directe redenen tot zorg en het in het kader van de ICAO-beveiligingsnormen nemen van de nodige maatregelen voor het creëren van een passende veiligheidssituatie.
Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt de maatregelen die zij mogelijk acht om te waarborgen dat een luchtvaartuig dat getroffen wordt door een gedraging van het wederrechtelijk in zijn macht brengen of andere gedragingen van wederrechtelijke inmenging dat op haar grondgebied geland is aan de grond wordt gehouden, tenzij het vertrek hiervan wordt genoodzaakt door de allesoverheersende plicht mensenlevens te beschermen. Waar mogelijk worden dergelijke maatregelen getroffen op basis van onderling overleg.
Artikel 16. Overleg en wijziging
In een geest van nauwe samenwerking plegen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen van tijd tot tijd overleg met elkander, ten einde te verzekeren dat de bepalingen van de Overeenkomst worden uitgevoerd en op bevredigende wijze worden nageleefd.
Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan verzoeken om overleg met het oog op wijziging van deze Overeenkomst of de Bijlage daarbij. Dit overleg begint binnen zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij anders is overeengekomen. Bedoeld overleg kan plaatsvinden in de vorm van besprekingen of door middel van briefwisseling.
Een door de Partijen overeengekomen wijziging op deze Overeenkomst wordt van kracht op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkander schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan hun onderscheiden constitutionele vereisten is voldaan.
Een wijziging op de Bijlage bij deze Overeenkomst wordt schriftelijk tussen de luchtvaartautoriteiten overeengekomen en wordt van kracht op een door genoemde autoriteiten te bepalen datum.
Artikel 17. Regeling van geschillen
Indien tussen de Overeenkomstsluitende Partijen een geschil ontstaat met betrekking tot de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst, trachten de Overeenkomstsluitende Partijen dit in de eerste plaats te regelen door middel van onderhandelingen.
Indien de Overeenkomstsluitende Partijen er niet in slagen tot een regeling te komen door middel van onderhandeling, kunnen zij overeenkomen het geschil ter beslissing voor te leggen aan een persoon of instantie, of kan het geschil op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen ter beslissing worden voorgelegd aan een gerecht van drie scheidsmannen, van wie elke Overeenkomstsluitende Partij er een benoemt, waarna de aldus benoemde scheidsmannen de derde aanwijzen. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen benoemt een scheidsman binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum waarop de ene Overeenkomstsluitende Partij van de andere Overeenkomstsluitende Partij langs diplomatieke weg een kennisgeving heeft ontvangen waarin om een scheidsrechterlijke beslissing wordt verzocht, en de derde scheidsman wordt binnen een volgende termijn van zestig (60) dagen aangewezen. Indien een van de Overeenkomstsluitende Partijen geen scheidsman benoemt binnen de aangegeven termijn of indien de derde scheidsman niet binnen de aangegeven termijn wordt aangewezen, kan door een van de Overeenkomstsluitende Partijen de Voorzitter van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie worden verzocht een scheidsman of, indien nodig, scheidsmannen aan te wijzen. De derde scheidsman dient in elk geval onderdaan van een derde Staat te zijn en hij treedt op als voorzitter van het scheidsgerecht.
De Overeenkomstsluitende Partijen verplichten zich ertoe zich te houden aan elke uitspraak gedaan op grond van het tweede lid van dit artikel.
Indien en zolang een van de Overeenkomstsluitende Partijen of een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een van de Overeenkomstsluitende Partijen zich niet houdt aan een op grond van het tweede lid van dit artikel gedane uitspraak, kan de andere Overeenkomstsluitende Partij elk recht of voorrecht beperken, intrekken of herroepen dat zij op grond van de Overeenkomst aan de in gebreke blijvende Overeenkomstsluitende Partij of de in gebreke blijvende aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft verleend.
Artikel 18. Beëindiging
Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde de andere Overeenkomstsluitende Partij langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis stellen van haar besluit deze Overeenkomst te beëindigen. Deze kennisgeving wordt tegelijkertijd toegezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. In een dergelijk geval wordt de Overeenkomst beëindigd twaalf (12) maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de kennisgeving van beëindiging in onderlinge overeenstemming wordt ingetrokken voor het verstrijken van de termijn. Indien de andere Overeenkomstsluitende Partij nalaat de ontvangst te bevestigen, wordt de kennisgeving geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na de ontvangst van de kennisgeving door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
Artikel 19. Registratie bij de ICAO
Deze Overeenkomst en alle wijzigingen daarop worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO).
Artikel 20. Toepasselijkheid van multilaterale overeenkomsten
De bepalingen van het Verdrag worden op deze Overeenkomst toegepast.
Indien een door beide Partijen aanvaarde multilaterale overeenkomst ter zake van een aangelegenheid die door deze Overeenkomst wordt bestreken, in werking treedt, hebben de desbetreffende bepalingen van die overeenkomst voorrang boven de desbetreffende bepalingen van de onderhavige Overeenkomst.
Artikel 21. Werkingssfeer
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst slechts van toepassing op het Rijk in Europa.
Artikel 22. Inwerkingtreding
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkander schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste formaliteiten is voldaan.
Bij inwerkingtreding treedt deze Overeenkomst in de plaats van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden, ondertekend te 's-Gravenhage op 12 juli 1966, zoals gewijzigd.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.
DONE in duplicate at The Hague this twenty third day of November, of the year one thousand nine hundred and ninety, in the English language.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands
(sd.) J. R. H. MAIJ-WEGGEN
For the Government of the Republic of Indonesia
(sd.) AZWAR ANAS
Artikel 6bis. Code-sharing en samenwerkingsovereenkomsten
Bij de exploitatie of het onderhouden van luchtdiensten op de overeengekomen routes, kan of kunnen de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een Overeenkomstsluitende Partij commerciële en/of samenwerkingsregelingen op het gebied van verkoop aangaan, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, vast af te nemen plaatsen, code-sharing en leaseregelingen met:
- a. een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van dezelfde Overeenkomstsluitende Partij:
- b. een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, met inbegrip van binnenlandse code-sharingdiensten die door een dergelijke luchtvaartmaatschappij worden geëxploiteerd;
- c. een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een derde land.
Op voorwaarde dat elke luchtvaartmaatschappij die aan dergelijke overeenkomsten deelneemt:
- a. de vereiste bevoegdheden heeft;
- b. voldoet aan de eisen die gewoonlijk op dergelijke overeenkomsten van toepassing zijn;
- c. ten aanzien van elk door haar verkocht ticket aan de koper op de plaats van verkoop duidelijk maakt welke luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen welke sector van de dienst feitelijk verzorgt of verzorgen en met welke luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen de koper een contractuele verbintenis aangaat;
- d. de code-sharingdiensten van de verkopende vervoerders worden niet als een frequentie aangemerkt.
Artikel 14bis. Veiligheid van de luchtvaart
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde verzoeken om overleg inzake door de andere Overeenkomstsluitende Partij aanvaarde veiligheidsnormen op elk gebied met betrekking tot bemanning, luchtvaartuigen of hun exploitatie. Dergelijk overleg vindt plaats binnen dertig (30) dagen na dat verzoek.
Indien een Overeenkomstsluitende Partij na dergelijk overleg oordeelt dat de andere Overeenkomstsluitende Partij op een willekeurig gebied niet op doeltreffende wijze veiligheidsnormen en -eisen handhaaft en toepast die ten minste gelijk zijn aan de minimumnormen die op dat moment uit hoofde van het Verdrag waren vastgesteld, stelt de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij de andere Overeenkomstsluitende Partij daarvan in kennis en van de noodzakelijk geachte stappen om te voldoen aan die minimumnormen en neemt die andere Overeenkomstsluitende Partij passende corrigerende maatregelen. Indien de andere Overeenkomstsluitende Partij nalaat binnen vijftien (15) dagen, of binnen een langere termijn als overeen te komen, passende maatregelen te nemen, is dit aanleiding voor de toepassing van artikel 4 van deze Overeenkomst (Intrekking en schorsing van vergunningen).
Onverminderd de verplichtingen bedoeld in artikel 33 van het Verdrag wordt overeengekomen dat elk luchtvaartuig dat door of op grond van een leaseregeling namens de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de ene Overeenkomstsluitende Partij wordt geëxploiteerd op diensten naar of vanuit het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, terwijl het zich op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij bevindt, mag worden onderworpen aan een inspectie door de bevoegde vertegenwoordigers van de andere Overeenkomstsluitende Partij, aan boord en rond het luchtvaartuig om zowel de geldigheid van de documenten van het luchtvaartuig als die van zijn bemanning en de kennelijke toestand van het luchtvaartuig en zijn uitrusting te controleren (platforminspecties), mits dit niet leidt tot onredelijke vertraging.
Indien een dergelijke platforminspectie of reeks platforminspecties leidt tot:
- a. ernstige bezorgdheid dat een luchtvaartuig of de exploitatie van een luchtvaartuig niet voldoet aan de op dat tijdstip uit hoofde van het Verdrag vastgestelde minimumnormen; of
- b. ernstige bezorgdheid dat de op dat tijdstip uit hoofde van het Verdrag vastgestelde veiligheidsnormen niet doeltreffend genoeg worden gehandhaafd en toegepast, staat het de Overeenkomstsluitende Partij die de inspectie verricht vrij, voor de toepassing van artikel 33 van het Verdrag, de conclusie te trekken dat de vereisten op grond waarvan het bewijs of de vergunningen ten aanzien van dat luchtvaartuig of ten aanzien van de bemanning van dat luchtvaartuig zijn afgegeven of geldig verklaard, of dat de vereisten op grond waarvan dat luchtvaartuig wordt geëxploiteerd niet gelijk zijn aan of zwaarder zijn dan de uit hoofde van het Verdrag vastgestelde minimumnormen.
Ingeval toegang ten behoeve van de uitvoering van een platforminspectie van een luchtvaartuig in overeenstemming met het derde lid van dit artikel van een door een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een Overeenkomstsluitende Partij geëxploiteerd luchtvaartuig door de vertegenwoordiger van die luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen wordt geweigerd, staat het de andere Overeenkomstsluitende Partij vrij daaruit af te leiden dat er aanleiding is voor ernstige bezorgdheid als bedoeld in het vierde lid van dit artikel en de conclusies te trekken zoals bedoeld in dat lid.
Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor de exploitatievergunning van een luchtvaartmaatschappij of van luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij onmiddellijk op te schorten of daarvan af te wijken, ingeval de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij concludeert dat, hetzij naar aanleiding van een platforminspectie of reeks platforminspecties, weigering van toegang voor platforminspectie, overleg of anderszins, dat onverwijld ingrijpen essentieel is voor de veiligheid van de exploitatie van de luchtvaartmaatschappij.
Een maatregel door een Overeenkomstsluitende Partij in overeenstemming met het tweede of zesde lid van dit artikel wordt beëindigd, zodra de aanleiding voor het nemen van die maatregel ophoudt te bestaan.
Elke Overeenkomstsluitende Partij ziet erop toe dat de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaarmaatschappijen wordt of worden voorzien van communicatie-, luchtvaart- en meteorologische faciliteiten en elke andere dienst die nodig is voor de veilige exploitatie van de overeengekomen diensten.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.
DONE in duplicate at The Hague this twenty third day of November, of the year one thousand nine hundred and ninety, in the English language.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands
(sd.) J. R. H. MAIJ-WEGGEN
For the Government of the Republic of Indonesia
(sd.) AZWAR ANAS
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)