Wijzigingsgeschiedenis
Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Kroatië betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling
4 versions
· 2019-01-01
2019-01-01
Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nede
Wijzigingen op 2019-01-01
@@ -28,102 +28,54 @@
##### Artikel 1. Algemene werkingssfeer
1. Deze Overeenkomst is van toepassing op rentebetalingen die door een op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende staten gevestigde uitbetalende instantie worden verricht teneinde het mogelijk te maken dat inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling die in een overeenkomstsluitende staat worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die een natuurlijke persoon zijn en hun fiscale woonplaats in de andere overeenkomstsluitende staat hebben, effectief worden belast overeenkomstig de wetgeving van de laatstgenoemde overeenkomstsluitende staat.
2. De werkingssfeer van deze Overeenkomst is beperkt tot belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetalingen uit hoofde van schuldvorderingen; vraagstukken in verband met de belastingheffing op onder meer pensioenen en verzekeringsuitkeringen vallen buiten de werkingssfeer van deze Overeenkomst.
3. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst uitsluitend van toepassing op Curaçao.
Vervallen
##### Artikel 2. Begripsomschrijvingen
1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt, tenzij de context anders vereist:
- a. verstaan onder de uitdrukkingen „een overeenkomstsluitende staat” en „de andere overeenkomstsluitende staat”: het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, of de Republiek Kroatië, al naargelang de context vereist;
- b. verstaan onder de uitdrukking „Curaçao”: het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat is gelegen in het Caribisch gebied en bestaat uit het grondgebied van Curaçao, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten en grenzend aan zijn territoriale zee waarin het Koninkrijk der Nederlanden, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent, evenwel met uitzondering van het deel dat betrekking heeft op Aruba en Bonaire;
- c. verstaan onder de „overeenkomstsluitende staat” zijnde lidstaat van de Europese Unie: de Republiek Kroatië;
- d. verstaan onder de uitdrukking „richtlijn”: [Richtlijn 2003/48/EG](32003L0048) van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, zoals van toepassing op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst;
- e. verstaan onder de uitdrukking „uiteindelijk gerechtigde(n)”: uiteindelijk gerechtigde(n) in de zin van artikel 2 van de richtlijn;
- f. verstaan onder de uitdrukking „uitbetalende instantie”: de uitbetalende instantie(s) in de zin van artikel 4 van de richtlijn;
- g. verstaan onder de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:
- i. in het geval van Curaçao: de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;
- ii. in het geval van de Republiek Kroatië: de bevoegde autoriteit van die staat in de zin van artikel 5 van de richtlijn;
- h. verstaan onder de uitdrukking „rentebetaling(en)”: rentebetaling(en) in de zin van artikel 6 van de richtlijn, met inachtneming van artikel 15 van de richtlijn;
- i. aan niet anderszins omschreven termen de betekenis gehecht die daaraan in de richtlijn wordt gegeven.
2. Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt in de bepalingen van de richtlijn waarnaar in deze Overeenkomst wordt verwezen in plaats van „lidstaten” gelezen: overeenkomstsluitende staten.
Vervallen
##### Artikel 3. Identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigden
Voor de toepassing van de artikelen 4 tot en met 6 neemt elke overeenkomstsluitende staat de procedures aan die nodig zijn om de uitbetalende instantie in staat te stellen de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigden vast te stellen en draagt zorg voor de toepassing van deze procedures binnen zijn grondgebied. Deze procedures voldoen aan de minimumnormen van artikel 3, leden 2 en 3, van de richtlijn, met dien verstande dat, wat betreft het bepaalde in lid 2, onder a), en in lid 3, onder a), de identiteit en de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde worden vastgesteld op grond van de informatie waarover de uitbetalende instantie beschikt krachtens de toepassing van de desbetreffende wet- en regelgeving van de overeenkomstsluitende staat waar de uitbetalende instantie is gevestigd. De bestaande vrijstellingen of ontheffingen die in voorkomend geval op verzoek aan uiteindelijk gerechtigden met woonplaats in de Republiek Kroatië zijn verleend, zijn evenwel niet langer van toepassing en aan die uiteindelijk gerechtigden worden geen verdere vrijstellingen of ontheffingen van dien aard verleend.
Vervallen
##### Artikel 4. Automatische gegevensuitwisseling
1. De bevoegde autoriteit van de overeenkomstsluitende staat waar de uitbetalende instantie is gevestigd verstrekt de in artikel 8 van de richtlijn bedoelde gegevens aan de bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende staat waar de uiteindelijk gerechtigde zijn woonplaats heeft.
2. De gegevensverstrekking gebeurt automatisch en ten minste eenmaal per jaar, binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar van de overeenkomstsluitende staat van de uitbetalende instantie, voor alle gedurende dat jaar verrichte rentebetalingen.
3. De overeenkomstsluitende staten behandelen de gegevensuitwisseling uit hoofde van deze Overeenkomst op een wijze die strookt met het bepaalde in artikel 16 van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU.
Vervallen
##### Artikel 5. Overgangsbepalingen
1. Indien de uiteindelijk gerechtigde tot de rente zijn woonplaats in de Republiek Kroatië en de uitbetalende instantie zijn woonplaats in Curaçao heeft, heft Curaçao gedurende de in artikel 10 van de richtlijn bedoelde overgangsperiode bronbelasting op rentebetalingen tegen een tarief van 35%. Gedurende deze periode is Curaçao niet gehouden de bepalingen van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006199&bijlage=1&artikel=4&z=2014-06-30&g=2014-06-30) toe te passen. Curaçao ontvangt echter gegevens van de Republiek Kroatië overeenkomstig dat artikel.
2. De uitbetalende instantie houdt de bronbelasting in op de wijze als omschreven in artikel 11, leden 2 en 3, van de richtlijn.
3. Het opleggen van bronbelasting door Curaçao belet de Republiek Kroatië niet de inkomsten te belasten overeenkomstig haar nationale recht.
4. Gedurende de overgangsperiode kan Curaçao bepalen dat een marktdeelnemer die rente uitbetaalt aan of een rentebetaling bewerkstelligt voor een in de Republiek Kroatië gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de richtlijn, wordt aangemerkt als de uitbetalende instantie in plaats van de entiteit, en heft hij de bronbelasting op die rente, tenzij de entiteit formeel heeft aanvaard dat haar naam en adres alsmede het totale bedrag van de rentebetaling die aan haar is verricht of voor haar is bewerkstelligd, worden meegedeeld overeenkomstig de laatste alinea van artikel 4, lid 2.
5. Aan het einde van de overgangsperiode is Curaçao gehouden de bepalingen van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006199&bijlage=1&artikel=4&z=2014-06-30&g=2014-06-30) toe te passen en past Curaçao niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 5 en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006199&bijlage=1&artikel=6&z=2014-06-30&g=2014-06-30) toe. Indien Curaçao er tijdens de overgangsperiode voor kiest de bepalingen van artikel 4 toe te passen, past Curaçao niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 5 en 6 toe.
Vervallen
##### Artikel 6. Verdeling van belastingopbrengsten
1. Curaçao behoudt 25% van de opbrengsten van de bronbelasting als bedoeld [artikel 5, lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006199&bijlage=1&artikel=5&z=2014-06-30&g=2014-06-30), en draagt 75% van de opbrengsten over aan de Republiek Kroatië.
2. Indien Curaçao overeenkomstig [artikel 5, lid 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006199&bijlage=1&artikel=5&z=2014-06-30&g=2014-06-30), bronbelasting heft, behoudt Curaçao 25% van de opbrengsten van de bronbelasting geheven op rentebetalingen aan in de Republiek Kroatië gevestigde entiteiten als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de richtlijn en draagt 75% over aan de Republiek Kroatië.
3. Deze overdrachten vinden uiterlijk plaats in de zes maanden die volgen op het eind van het belastingjaar van Curaçao.
4. Curaçao treft de maatregelen die nodig zijn om het systeem voor de verdeling van de belastingopbrengsten correct te doen functioneren.
Vervallen
##### Artikel 7. Uitzonderingen op de procedure van bronbelasting
1. Curaçao voorziet in één van beide of beide procedures van artikel 13, lid 1, van de richtlijn om te verzekeren dat uiteindelijk gerechtigden een verzoek kunnen indienen tot het niet-inhouden van bronbelasting.
2. Op verzoek van de uiteindelijk gerechtigde geeft de bevoegde autoriteit van de overeenkomstsluitende staat waar deze zijn fiscale woonplaats heeft een verklaring af overeenkomstig artikel 13, lid 2, van de richtlijn.
Vervallen
##### Artikel 8. Vermijden van dubbele belasting
De Republiek Kroatië zorgt ervoor dat dubbele belasting wordt vermeden die zou kunnen voortvloeien uit het heffen van bronbelasting als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006199&bijlage=1&artikel=5&z=2014-06-30&g=2014-06-30), overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, leden 2 en 3, van de richtlijn, of zorgt voor restitutie van de bronbelasting.
Vervallen
##### Artikel 9. Andere bronbelastingen
De Overeenkomst belet de overeenkomstsluitende staten niet, naast de bronbelasting als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0006199&bijlage=1&artikel=5&z=2014-06-30&g=2014-06-30), overeenkomstig hun nationale wetten en verdragen tot voorkoming van dubbele belasting, ook andere bronbelastingen te heffen.
Vervallen
##### Artikel 10. Omzetting
De overeenkomstsluitende staten dienen voor de datum van toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie de wet- en regelgeving en bestuursrechtelijke bepalingen aan te nemen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze Overeenkomst te voldoen.
Vervallen
##### Artikel 11. Bijlage
De tekst van artikel 16 van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen en tot intrekking van [Richtlijn 77/799/EEG](31977L0799), waarnaar deze Overeenkomst verwijst, is opgenomen als Bijlage bij en vormt een integrerend onderdeel van deze Overeenkomst.
Vervallen
##### Artikel 12. Inwerkingtreding
Deze Overeenkomst treedt in werking op de laatste dag van de eerste maand die volgt op de laatste van de data waarop de respectieve regeringen elkaar er schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat de in hun respectieve staten voorgeschreven grondwettelijke formaliteiten zijn vervuld en de bepalingen ervan vinden toepassing op de datum van toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie.
Vervallen
##### Artikel 13. Beëindiging
Deze Overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een van beide overeenkomstsluitende staten wordt beëindigd. Elke overeenkomstsluitende staat kan de Overeenkomst langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van een tijdvak van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst kennis te geven van beëindiging. In dat geval houdt de Overeenkomst op van toepassing te zijn voor tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving van beëindiging is gegeven.
Vervallen
DONE at Zagreb, on 3.6.2013, in the English language in three copies.
2014-06-30
Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nede
2013-07-01
Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nede
2013-06-27
Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der N
original version
Tekst op deze datum